Afdwalen kolder (deel II)
-
Gast
We stegen met een zucht, naar boven in de lucht...
Ineens hoorden we door een micro zeggen: “fasten your seatbells”. Het leek wel onze oude grasmachine dat zonder naft gevallen was Het vliegtuig steeg eindelijk op en we klommen al gauw hoog boven de wolken uit. Ik vond het al een hele opluchting dat er oude bekenden dicht in mijn buurt zaten want dat deed mijn vliegangst eventjes vergeten. De koele lucht stroomde heerlijk naar binnen, wat een verademing want in de vlieghaven was het maar warmkes. Niet dat ik niet van warmte hou maar warmte hoort volgens mij bij de zee en die gingen we opzoeken. Een oosterse schoonheid (ik geloof in wat ik zie) komt ons uitleggen hoe we ons reddingsvest in geval van nood kunnen dichtriemen en opblazen. Het is ongehoord ingewikkeld, ik weet zeker dat ik straks aan het verkeerde lint zal trekken en dat ik nooit tijdig het rode fluitje ga vinden waarvan verwacht wordt dat iedereen er rustig op gaat zitten blazen wanneer straks de linkervleugel brandt en naar de kabeljauwskelder gaat. Op een klein schermke voor ons konden we meevolgen waar onze boeiing naar toe vloog. Onze blauwe vogel vloog over een idyllisch besneeuwd reclamelandschap voor Oostenrijk doch dan volgen het oude Joegoslavië en Turkije en gebieden waarvan je je afvraagt: ‘wat zou dat zijn?’ Wie steeds dichter naar de evenaar wil, zal zijn tol betalen. Niks aan te doen, we moesten landen om bij te tanken. Het was heet, stikheet aan de Perzische Golf en een metalen dier dat hier een uur lang stilstaat, al is het ook bij nacht, dat wordt onhoudbaar van samengebalde hitte. Een wachtend vliegtuig dat van de hitte staat te sidderen in Abu Dhabi. Ik dacht onwillekeurig aan een kaping maar daar mocht ik niet verder aan denken. Het voedsel dat je vanonder de aluminiumfolie lospeutert, is nog Europees, maar wie het je brengen, dragen al het purper en het oranje en blauw van het Oosten. Het is aan de wolken niet te zien, die zijn zoals thuis maar je vliegt dus nu boven de kreeftskeerkring en je maakt een grote boog naar de evenaar toe. Gewoon prachtig! Het waren dingen die je vroeger op school moest leren. De kreeftskeerkring en de steenbokskeerkring. Ik vond het mooie namen maar ze juist situeren dat was wat anders. Vooral omdat de onderwijzeres er zelf bij zei dat ze in feite niet bestonden. Zij tekende ze wel, maar ze lagen daar niet. En ik heb nooit geloofd in wat ik niet zag liggen.
Ondertussen waren mijn medereizigers in slaap gevallen, zo konden ze die schoonheid van buiten niet aanschouwen en ik liet ze verder snurken.
We vliegen nu in de richting van de evenaar. Als er de eerstvolgende uren met dit toestel iets mis gaat,dan hebben onze kinderen hun voorgeslacht voorbij Zuid-Jemen in de Arabische Zee liggen. Dat klinkt attractief exotisch maar ik voel er niets voor. Ik behoor nog tot de ouderwetse generatie die (nu al) denkt als ik daar ooit lig, kom dan af en toe toch nog maar eens langs. Zomaar. En dat is te duur voorbij Zuid-Jemen, een mens moet zijn kinderen niet op onnodige kosten jagen.
De luchthaven heet Katunayake en als er hier voorbij de douane niemand staat met een houten bordje met onze naam erop, dan wordt het bedenkelijk. Zelfs Stanley had destijds zijn voorzorgen genomen en Livingstone ergens opgesteld. Het klopt. Er komt een grote geruststelling over mij wanneer ik mijn eigen naam lees, weliswaar met een dikke fout erin maar daar struikel ik nu niet over. Het is een kleine tengere man met oogjes van donker saffier doch achteraf zal blijken dat ze hier allemaal klein en tenger zijn en dat saffier hun eerste exportartikel is. De man heet Nilamé en ik kon het niet laten om Melanie te zeggen constant tegen hem. Nilamé vouwt de handen tegen elkaar, buigt het hoofd en zegt dat Boeddha ons een lang en gelukkig leven zal schenken en daar twijfelden niemand van ons vier aan. Mochten de deken of de paus ons minder gunstig genegen zijn, dan kunnen we ons dus nog altijd op het Oosten beroepen. We kregen allemaal twee slingers van witte jasmijnen om onze hals gehangen die onnoemelijk zoet geurde doch zo zal het over het hele eiland zijn. Frangipanebomen, witte en oranje en gele. De uit elkaar spattende uitbundige oranje vuurbloemen en de reusachtige witte trompetbomen waaronder je kunt gaan liggen om gratis dronken te worden. De honderd soorten orchideeën waarvan morgen zal blijken dat ze naar chocolade ruiken en anderen naar vanille, appelsien en citroen.
Ineens hoorden we door een micro zeggen: “fasten your seatbells”. Het leek wel onze oude grasmachine dat zonder naft gevallen was Het vliegtuig steeg eindelijk op en we klommen al gauw hoog boven de wolken uit. Ik vond het al een hele opluchting dat er oude bekenden dicht in mijn buurt zaten want dat deed mijn vliegangst eventjes vergeten. De koele lucht stroomde heerlijk naar binnen, wat een verademing want in de vlieghaven was het maar warmkes. Niet dat ik niet van warmte hou maar warmte hoort volgens mij bij de zee en die gingen we opzoeken. Een oosterse schoonheid (ik geloof in wat ik zie) komt ons uitleggen hoe we ons reddingsvest in geval van nood kunnen dichtriemen en opblazen. Het is ongehoord ingewikkeld, ik weet zeker dat ik straks aan het verkeerde lint zal trekken en dat ik nooit tijdig het rode fluitje ga vinden waarvan verwacht wordt dat iedereen er rustig op gaat zitten blazen wanneer straks de linkervleugel brandt en naar de kabeljauwskelder gaat. Op een klein schermke voor ons konden we meevolgen waar onze boeiing naar toe vloog. Onze blauwe vogel vloog over een idyllisch besneeuwd reclamelandschap voor Oostenrijk doch dan volgen het oude Joegoslavië en Turkije en gebieden waarvan je je afvraagt: ‘wat zou dat zijn?’ Wie steeds dichter naar de evenaar wil, zal zijn tol betalen. Niks aan te doen, we moesten landen om bij te tanken. Het was heet, stikheet aan de Perzische Golf en een metalen dier dat hier een uur lang stilstaat, al is het ook bij nacht, dat wordt onhoudbaar van samengebalde hitte. Een wachtend vliegtuig dat van de hitte staat te sidderen in Abu Dhabi. Ik dacht onwillekeurig aan een kaping maar daar mocht ik niet verder aan denken. Het voedsel dat je vanonder de aluminiumfolie lospeutert, is nog Europees, maar wie het je brengen, dragen al het purper en het oranje en blauw van het Oosten. Het is aan de wolken niet te zien, die zijn zoals thuis maar je vliegt dus nu boven de kreeftskeerkring en je maakt een grote boog naar de evenaar toe. Gewoon prachtig! Het waren dingen die je vroeger op school moest leren. De kreeftskeerkring en de steenbokskeerkring. Ik vond het mooie namen maar ze juist situeren dat was wat anders. Vooral omdat de onderwijzeres er zelf bij zei dat ze in feite niet bestonden. Zij tekende ze wel, maar ze lagen daar niet. En ik heb nooit geloofd in wat ik niet zag liggen.
Ondertussen waren mijn medereizigers in slaap gevallen, zo konden ze die schoonheid van buiten niet aanschouwen en ik liet ze verder snurken.
We vliegen nu in de richting van de evenaar. Als er de eerstvolgende uren met dit toestel iets mis gaat,dan hebben onze kinderen hun voorgeslacht voorbij Zuid-Jemen in de Arabische Zee liggen. Dat klinkt attractief exotisch maar ik voel er niets voor. Ik behoor nog tot de ouderwetse generatie die (nu al) denkt als ik daar ooit lig, kom dan af en toe toch nog maar eens langs. Zomaar. En dat is te duur voorbij Zuid-Jemen, een mens moet zijn kinderen niet op onnodige kosten jagen.
De luchthaven heet Katunayake en als er hier voorbij de douane niemand staat met een houten bordje met onze naam erop, dan wordt het bedenkelijk. Zelfs Stanley had destijds zijn voorzorgen genomen en Livingstone ergens opgesteld. Het klopt. Er komt een grote geruststelling over mij wanneer ik mijn eigen naam lees, weliswaar met een dikke fout erin maar daar struikel ik nu niet over. Het is een kleine tengere man met oogjes van donker saffier doch achteraf zal blijken dat ze hier allemaal klein en tenger zijn en dat saffier hun eerste exportartikel is. De man heet Nilamé en ik kon het niet laten om Melanie te zeggen constant tegen hem. Nilamé vouwt de handen tegen elkaar, buigt het hoofd en zegt dat Boeddha ons een lang en gelukkig leven zal schenken en daar twijfelden niemand van ons vier aan. Mochten de deken of de paus ons minder gunstig genegen zijn, dan kunnen we ons dus nog altijd op het Oosten beroepen. We kregen allemaal twee slingers van witte jasmijnen om onze hals gehangen die onnoemelijk zoet geurde doch zo zal het over het hele eiland zijn. Frangipanebomen, witte en oranje en gele. De uit elkaar spattende uitbundige oranje vuurbloemen en de reusachtige witte trompetbomen waaronder je kunt gaan liggen om gratis dronken te worden. De honderd soorten orchideeën waarvan morgen zal blijken dat ze naar chocolade ruiken en anderen naar vanille, appelsien en citroen.
-
ED. - Lid geworden op: 16 okt 2003, 19:20
Je hebt zo van die dagen dat alles je tegenzit, zelfs al is Murphy in de verste verte geen familie van je. De ene dag ontploft er een of ander pijp en voel je, je triestig. De andere dag lees je in afdwalen dat er een koningsstrijd bezig is en dat er mensen zijn, die zich op 10.000 meter hoogte , bezig houden met een rood fluitje en een koordje. Terwijl anderen genieten van een zwempartijtje in het kanaal van Beverlo en dit allemaal onder begeleiding van een beroepsmuzikant.
Je leest die teksten met steeds maar een toenemende bewondering voor de auteurs ervan. Je wil zelf, bij gebrek aan een klassieke pen, het klavier in de hand nemen en patat! Je weet niet wat te schrijven!
Afdwalen, zeggen ze dan! Dat afdwalen is zo gemakkelijk niet! En toch, op een dag zoals vandaag was dit voor mij niet moeilijk. Een rotdag was het! Zeven uren aan één stuk op een vergadering gezeten, sommige van mijn collega's, af en toe een por gevend om ze wakker te houden.
Je moet het als overtuigde Vlaming meemaken. Op die zeven uur is er daar misschien twee minuten in het Nederlands gesproken en dit, niettegenstaande de verteller van dienst, zelf een Vlaming is. Alhoewel, een Vlaming! Een gebastaardeerde, ja! Zeven uur aan een stuk naar cijfertjes zitten luisteren en staren.Om achteraf tot de conclusie te komen, dat je er bijna geen bal van begrepen hebt . Alleen nog maar, omdat ik er deze keer geen goesting had voor had, om naar dat, eenzijdig ,Frans gekweel te luisteren.
Natuurlijk kon ik het niet laten om op gepaste wijze te reageren en te protesteren tegen deze belediging, en de regelrechte aanslag op mijn gevoelens à la Flamande. Toen ik het deed in de taal van mijn moeder- en ook in deze van mijn vader-, knikten al die Franstalige bosjesmensen,-zij kwamen van de Ardennen,vandaar dit troetelnaampje,- goedkeurend van Ja, of beter nog, van oui! Ze dachten warempel dat ik het over een agendapunt van de vergadering had en, dat ik hen aan het gelijk geven was. Ze waren bijna aan het applaudisseren toen ik, weliswaar met een vriendelijk gezichtsuitdrukking, mij eigen, hen hun franskiljonse vel vol vet aan het strijken was.
Maar ik heb mij gewroken en heb op het einde bijna alles tegengestemd. Mij onthouden doe ik nooit. Dat deed ik vroeger ook niet en toch heb ik geen zevenendertig kinderen!
Dat ik bijna de enige tegenstemmer was, verwonderde mij niet. God weet, indien die Ardeenen met mij hadden meegestemd, -wat zij nogal dikwijls doen uit gewoonte,wat wij onze maatschappij, of toch een klein deel ervan, hadden aangedaan.
Wat nu volgt is de pure waarheid en was de figuurlijke druppel die mijn al even figuurlijke emmer (ik had er geen bij en het regende niet) deed overlopen.
Wanneer ik mij parkeerde in de privé-parking van het gebouw, was het mij al opgevallen, dat er zo veel parkeerplaatsen vrij waren. In feite, er stond maar één wagen, de mijne.Ik dacht nog, het is nog altijd vakantieperiode, dus...
Niemand, maar dan ook niemand heeft mij tijdens de vergadering gezegd, dat men in de namiddag de straat zou bekleden met nieuwe asfalt!
Ik had een witte wagen! Morgen weet ik wat te doen tijdens de eerste dag van mijn vakantie!
Zoals gezegd was het geen dag zoals een andere. Ik weet dus echt niet wat te schrijven!
Vergeef mij voor mogelijke typfouten. Tijdens het typen van deze tekst, zat ik op een bureelzetel op wieltjes.... Bij het kantellen ervan, is deze zetel een klein beetje op mijn vingers gevallen! Vandaar!
En nu ga ik naar mijn bed...., tenminste, als ik, zonder ongelukken, de trap op geraak!
ED
Je leest die teksten met steeds maar een toenemende bewondering voor de auteurs ervan. Je wil zelf, bij gebrek aan een klassieke pen, het klavier in de hand nemen en patat! Je weet niet wat te schrijven!
Afdwalen, zeggen ze dan! Dat afdwalen is zo gemakkelijk niet! En toch, op een dag zoals vandaag was dit voor mij niet moeilijk. Een rotdag was het! Zeven uren aan één stuk op een vergadering gezeten, sommige van mijn collega's, af en toe een por gevend om ze wakker te houden.
Je moet het als overtuigde Vlaming meemaken. Op die zeven uur is er daar misschien twee minuten in het Nederlands gesproken en dit, niettegenstaande de verteller van dienst, zelf een Vlaming is. Alhoewel, een Vlaming! Een gebastaardeerde, ja! Zeven uur aan een stuk naar cijfertjes zitten luisteren en staren.Om achteraf tot de conclusie te komen, dat je er bijna geen bal van begrepen hebt . Alleen nog maar, omdat ik er deze keer geen goesting had voor had, om naar dat, eenzijdig ,Frans gekweel te luisteren.
Natuurlijk kon ik het niet laten om op gepaste wijze te reageren en te protesteren tegen deze belediging, en de regelrechte aanslag op mijn gevoelens à la Flamande. Toen ik het deed in de taal van mijn moeder- en ook in deze van mijn vader-, knikten al die Franstalige bosjesmensen,-zij kwamen van de Ardennen,vandaar dit troetelnaampje,- goedkeurend van Ja, of beter nog, van oui! Ze dachten warempel dat ik het over een agendapunt van de vergadering had en, dat ik hen aan het gelijk geven was. Ze waren bijna aan het applaudisseren toen ik, weliswaar met een vriendelijk gezichtsuitdrukking, mij eigen, hen hun franskiljonse vel vol vet aan het strijken was.
Maar ik heb mij gewroken en heb op het einde bijna alles tegengestemd. Mij onthouden doe ik nooit. Dat deed ik vroeger ook niet en toch heb ik geen zevenendertig kinderen!
Dat ik bijna de enige tegenstemmer was, verwonderde mij niet. God weet, indien die Ardeenen met mij hadden meegestemd, -wat zij nogal dikwijls doen uit gewoonte,wat wij onze maatschappij, of toch een klein deel ervan, hadden aangedaan.
Wat nu volgt is de pure waarheid en was de figuurlijke druppel die mijn al even figuurlijke emmer (ik had er geen bij en het regende niet) deed overlopen.
Wanneer ik mij parkeerde in de privé-parking van het gebouw, was het mij al opgevallen, dat er zo veel parkeerplaatsen vrij waren. In feite, er stond maar één wagen, de mijne.Ik dacht nog, het is nog altijd vakantieperiode, dus...
Niemand, maar dan ook niemand heeft mij tijdens de vergadering gezegd, dat men in de namiddag de straat zou bekleden met nieuwe asfalt!
Ik had een witte wagen! Morgen weet ik wat te doen tijdens de eerste dag van mijn vakantie!
Zoals gezegd was het geen dag zoals een andere. Ik weet dus echt niet wat te schrijven!
Vergeef mij voor mogelijke typfouten. Tijdens het typen van deze tekst, zat ik op een bureelzetel op wieltjes.... Bij het kantellen ervan, is deze zetel een klein beetje op mijn vingers gevallen! Vandaar!
En nu ga ik naar mijn bed...., tenminste, als ik, zonder ongelukken, de trap op geraak!
ED
-
Opa Brombeer
Bij nader inzien zou ik dan toch maar beter leren fluiten,of had ik misschien de vekeerde bus op mijn fiets gestoken(die met duvel in)kan zijn want mijne coureur heeft niet zo goed gereden gisteren,of misschien mijn bril wat beneveld,of moet dat zijn aangedampt,Boedha zal het weten.Feit is dat we gisteren met de fiets naar de piste reden,kwestie van al en beetje in de stemming te komen en dan heeft den brombeer natuurlijk veel aandacht voor de natuur en dat zegt mijn zoon toch ook voor het vrouwelijk schoon maar hoe kan die dat nu weten als ik met een donkere bril op mijn neus rondrijdt.Neen, ik denk dat hij gewoon tegen mijn achterwiel gereden is en me zo de gracht in katapulteerde en het was geen lege gracht maar een volle.Nee,water stond er niet in,dat kan nu niet en nat of droog dat maakt dan niets uit,hij stond gewoon vol met netels,geef me dan toch maar water hoor,dat mag dan nog nat en vuil zijn.
Maar het weze hem vergeven hoor,een(schone)nimf is me er komen uit helpen maar de deze was wel niet gekleed in een japon.Meneer troost U zegt ze,netels zijn goed tegen rheuma,en als je er nog geen last van hebt dan is het maar tegen de opkomende rheuma.Stond diedaar nog een beetje met mij de zot te houden.Ik heb mijn coureur niet meer terug gezien voor we aan de piste aankwamen,ik denk dat hij mijn eerste verhaal hier moet gelezen hebben en dan voornamelijk dat gedeelte over die oorvijgen.
Deze morgen rook het hier natuurlijk niet naar chocolade en vanille maar naar azijn en de smeerolie van mijn coureur(voor zijn benen,die voor zijn ketting is reukloos)en dronken ben ik ook niet geweest want ik had geen houten kop deze morgen.Zie je wel dat hij tegen mijn achterwiel gereden is.
En van dat gesnurk,iedere beschuldigde geniet het voordeel van de twijfel endaar ik mezelf nog nooit heb horen snurken,ik ben er toch nog noit wakker van geworden dus zal dat wel niet zo erg zijn.
Zo,ik wens iedereen van harte nog een fijne,en vooral een netelloze(rheuma of niet)woensdag
Brombeer
Maar het weze hem vergeven hoor,een(schone)nimf is me er komen uit helpen maar de deze was wel niet gekleed in een japon.Meneer troost U zegt ze,netels zijn goed tegen rheuma,en als je er nog geen last van hebt dan is het maar tegen de opkomende rheuma.Stond diedaar nog een beetje met mij de zot te houden.Ik heb mijn coureur niet meer terug gezien voor we aan de piste aankwamen,ik denk dat hij mijn eerste verhaal hier moet gelezen hebben en dan voornamelijk dat gedeelte over die oorvijgen.
Deze morgen rook het hier natuurlijk niet naar chocolade en vanille maar naar azijn en de smeerolie van mijn coureur(voor zijn benen,die voor zijn ketting is reukloos)en dronken ben ik ook niet geweest want ik had geen houten kop deze morgen.Zie je wel dat hij tegen mijn achterwiel gereden is.
En van dat gesnurk,iedere beschuldigde geniet het voordeel van de twijfel endaar ik mezelf nog nooit heb horen snurken,ik ben er toch nog noit wakker van geworden dus zal dat wel niet zo erg zijn.
Zo,ik wens iedereen van harte nog een fijne,en vooral een netelloze(rheuma of niet)woensdag
Brombeer
-
Gast
Je weet Ed, soms is de inspiratie een beetje zoek, dan ineens na een uurtje voor zich uit zitten te turen heb je plots een A-viertje vol geschreven. Wie had achter Brombeer een volwaardige schrijver uitgehaald of achter ons nieuwe 't stropje? Zelfs de ongekroonde koning met zijn natte voeten tiert hier welig met woorden. Ons aller Zandmannetje die lijkt nimmer zonder inspiratie te vallen.
Maar we gaan verder nu...
“Mijnheer, meneer”, zegt er een inboorling terwijl hij tegen Zandmannetje, Ed en Brombeer knipoogt: “het ruikt hier naar gember!Gember is zeer goed voor alle mijnheren”. “Mijn god, ook dàt nog”, zeggen ze als in een volleerd zangkoor en “het is al zo warm”. Dat was een teken aan de wand dat ik niet bevreesd zou moeten zijn voor mijn maagdelijkheid.
Melanieke zal onze vaste gezel voor het eiland zijn. Een gloeiend vochtig tropeneiland dat vroeger ceylon heette doch nu No Way gedoopt werd door ons aller kwartet.
“Sendnanayke kwam na de Britten in 1948 en alles is zeer vreedzaam verlopen, meneer,” brabbelde onze coach. Kan ik me voorstellen, wie hier militaire initiatieven neemt, laat vier keer het kanon schieten en gaat dan van ellende en van de warmte plat achterover in het gras liggen. Een land voor Duitsers eigenlijk, blijven ze overal van af. De wagen van mister Nilamé is luchtgekoeld, wat een welgekomen zegen is. Langs de weg staat een oranje monnik, met een zwarte regenscherm in de hand. Dat zal wel zijn om zich te beschermen tegen de zon, anders kan het niet, het regenseizoen komt pas over een maand of zo. Waarom namen ze geen witte paraplu dacht ik, dat oogt toch meer naar een Exotisch land. Er dokkert een kar voorbij. Een grijze waterbuffel trekt de traliekar waarin, als zijn eigen gevangene, een naakte aardedonkere man gehurkt zit. Het enige wat hij draagt is een witte tulband en een lap voor zijn schaamte. Nodeloos eigenlijk want voor Boeddha kun je niets verbergen. Boeddha heeft zich verzekerd van dezelfde eigenschappen als bij ons. Hij ziét alles, hij wéét alles, zelfs de gepeinzen van ons hart. Die van mij, van mijn companen, van Melanieke en die van de chololadekleurige man in de traliekar. Alleen wij weten niets van wat straks op dit eiland nog komt.
No Way is aan alle kanten omspoeld door het warme water van de Indische Oceaan dat op de gouden stranden spoelt. Adembenemende landschappen en haar buitengewoon vriendelijke en gastvrije bevolking.
Deze kleurrijke, tropische tuin, die uiteraard Sri Lanka heet, kent een grote variatie aan natuurschoon en culturele bezienswaardigheden en laat een onvergetelijke indruk na. Wuivende kokospalmen langs de lauwe oceaan worden afgewisseld door kleine vissershuisjes. Witgekalkte geveltjes en daken van palmtakken liggen verscholen tussen prachtige rijstvelden of sawa's. Zwaar gekruide geuren kondigen verborgen specerijentuinen aan, die vroegere koloniale heersers rijke handelswinst bezorgden. Botanische tuinen met de rijkste flora ter wereld, fascineren naast uitgestrekte nationale parken met exotische vogels en wolken kleurrijke vlinders.
De vochtigheidsgraad is 90 en dat snijdt een Europeaan de adem af. De temperatuur is 40 graden Celsius onder de palmbomen en de briefjes van 10 en 20 roepies die je op zak hebt lijken wel van natte wol. De krant die je gisterenavond op het terras had achtergelaten is vanochtend haast tweemaal zo dik, een natte handdoek die je opraapt. De Indische Oceaan beukt tegen het eiland en het beeld dat je ziet is zeer irreëel, er wandelt een olifant over het strand. Tussen slurf en slagtanden draagt hij twee zware boomstammen die ginder ergens naar toe moeten. Ik herinnerde mij de olifanten van in de Zoo van Antwerpen, waren dat dan geen roze dikhuiden? In alle geval die slurf die imponeerde mij. Het lijkt wel alsof hier geen hotels in voorraad zijn en dat de locale bevolking in rieten hutjes slapen. Goddank hadden we alle vier ons tentje bij voor het geval we er zin in kregen om onder de blote hemel te slapen. Zouden hier ’s nachts de sterrenbeelden hetzelfde zijn als thuis in België, of ging hier een nieuwe Orion voor ons open?
“Mijnheer, meneer”, zegt er een inboorling terwijl hij tegen Zandmannetje, Ed en Brombeer knipoogt: “het ruikt hier naar gember!Gember is zeer goed voor alle mijnheren”. “Mijn god, ook dàt nog”, zeggen ze als in een volleerd zangkoor en “het is al zo warm”. Dat was een teken aan de wand dat ik niet bevreesd zou moeten zijn voor mijn maagdelijkheid.
Melanieke zal onze vaste gezel voor het eiland zijn. Een gloeiend vochtig tropeneiland dat vroeger ceylon heette doch nu No Way gedoopt werd door ons aller kwartet.
“Sendnanayke kwam na de Britten in 1948 en alles is zeer vreedzaam verlopen, meneer,” brabbelde onze coach. Kan ik me voorstellen, wie hier militaire initiatieven neemt, laat vier keer het kanon schieten en gaat dan van ellende en van de warmte plat achterover in het gras liggen. Een land voor Duitsers eigenlijk, blijven ze overal van af. De wagen van mister Nilamé is luchtgekoeld, wat een welgekomen zegen is. Langs de weg staat een oranje monnik, met een zwarte regenscherm in de hand. Dat zal wel zijn om zich te beschermen tegen de zon, anders kan het niet, het regenseizoen komt pas over een maand of zo. Waarom namen ze geen witte paraplu dacht ik, dat oogt toch meer naar een Exotisch land. Er dokkert een kar voorbij. Een grijze waterbuffel trekt de traliekar waarin, als zijn eigen gevangene, een naakte aardedonkere man gehurkt zit. Het enige wat hij draagt is een witte tulband en een lap voor zijn schaamte. Nodeloos eigenlijk want voor Boeddha kun je niets verbergen. Boeddha heeft zich verzekerd van dezelfde eigenschappen als bij ons. Hij ziét alles, hij wéét alles, zelfs de gepeinzen van ons hart. Die van mij, van mijn companen, van Melanieke en die van de chololadekleurige man in de traliekar. Alleen wij weten niets van wat straks op dit eiland nog komt.
No Way is aan alle kanten omspoeld door het warme water van de Indische Oceaan dat op de gouden stranden spoelt. Adembenemende landschappen en haar buitengewoon vriendelijke en gastvrije bevolking.
Deze kleurrijke, tropische tuin, die uiteraard Sri Lanka heet, kent een grote variatie aan natuurschoon en culturele bezienswaardigheden en laat een onvergetelijke indruk na. Wuivende kokospalmen langs de lauwe oceaan worden afgewisseld door kleine vissershuisjes. Witgekalkte geveltjes en daken van palmtakken liggen verscholen tussen prachtige rijstvelden of sawa's. Zwaar gekruide geuren kondigen verborgen specerijentuinen aan, die vroegere koloniale heersers rijke handelswinst bezorgden. Botanische tuinen met de rijkste flora ter wereld, fascineren naast uitgestrekte nationale parken met exotische vogels en wolken kleurrijke vlinders.
De vochtigheidsgraad is 90 en dat snijdt een Europeaan de adem af. De temperatuur is 40 graden Celsius onder de palmbomen en de briefjes van 10 en 20 roepies die je op zak hebt lijken wel van natte wol. De krant die je gisterenavond op het terras had achtergelaten is vanochtend haast tweemaal zo dik, een natte handdoek die je opraapt. De Indische Oceaan beukt tegen het eiland en het beeld dat je ziet is zeer irreëel, er wandelt een olifant over het strand. Tussen slurf en slagtanden draagt hij twee zware boomstammen die ginder ergens naar toe moeten. Ik herinnerde mij de olifanten van in de Zoo van Antwerpen, waren dat dan geen roze dikhuiden? In alle geval die slurf die imponeerde mij. Het lijkt wel alsof hier geen hotels in voorraad zijn en dat de locale bevolking in rieten hutjes slapen. Goddank hadden we alle vier ons tentje bij voor het geval we er zin in kregen om onder de blote hemel te slapen. Zouden hier ’s nachts de sterrenbeelden hetzelfde zijn als thuis in België, of ging hier een nieuwe Orion voor ons open?
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
't is toch wat met die takken tegenwoordig. Krijg ik mijn gft-tonnetje nog maar net vol, steken die puntige stengels toch vanonder het deksel vandaan. Telkens wanneer ik me omdraai is er wel altijd één die aan mijn hemd of broekspijp trekt, zo van " hey makker, mag ik er niet helemaal in ?" "Zeg, klimaf... niet reklameren hé, jij bent tenslotte een indringer van de buren, dus dop je eigen boontjes maar... subiet mag je mee met de container... euh.. content ? " denk ik dan bij mijn eigen. We hebben onze klimaf er maar helemaal afgehaald, 't was geen gezicht meer. Dat maandelijks bijsnoeien had zoveel kale plekken veroorzaakt dat we van het plantaardig lichaam uiteindelijk meer de ribbekast zagen dan de blaadjes. Trouwens, die klimaf bij ons was toch maar het resultaat van het overtollige van de buren. Daarbij komt nog, en dat zal een eigenschap van klimoppen zijn zeker, dat die hechthaartjes de bestaande muur uitzuigen tot er alleen nog "gravel" overblijft. Een rechtopstaand tennisveld, daar zie ik het helemaal niet in zitten; stel je voor dat ik na verloop van jaren verplicht zou zijn halverwege een visnet of iets dergelijks op te hangen om neerkomende bolletjes op te vangen, bolletjes voorgebakken rode klei ? Daarbij komt nog dat ik krankjorem zou worden telkens ik de punten zou moeten toekennen. Geef toe geen sinecure. Ik kan wél tellen, maar dat schijnt in de tennissport een utopie. Eén balletje verloren en het is al "vijftien-nul"; vanwaar die "15" ? Niemand heeft me dat ooit verklaard. En dan spreek ik me nog niet uit over de onevenredigheid bij de eindset. Nee, laat maar... als ik alle vallende blaadjes als punten zou aanzien zou menig rekenwonder dat tennisveld tot onbevoegd verklaren. Nu moet ik toegeven, het netto resultaat van die ontbossing is ook geen gezicht. Bovenaan de muurkap steekt nu een takkebos bedekt met enig groen boven de afsluiting uit. Onder de muurkap kun je de ongevoegde snelbouwstenen ontwaren met op elke excemplaar een aantal voetjes met een vier- tot vijftal teentjes van één of ander voorhistorisch monster. Ik kan ze ongeveer vergelijken met de hechtzuignappen van een kameleon, maar die heeft de chance slechts drie tenen aan z'n pootjes te hebben. Om een egaal oppervlak te krijgen, zou ik die gladde kant te lijf moeten gaan met een schuurschijf dan wel met hamer en bijtel ? Geen flauw idee hoe ik die hechtplijsters eraf moet krijgen, als iemand daarmee raad weet, voor de dag ermee ! Niet dat het zo belangrijk is, ik ga die muur toch niet invoegen. Mijn wederhelft wou van die dorre stengels af en nu wil ze die muur bekleed zien met een nog dorrerre landschap van heidestruiken. Heidemat schijnt tegenwoordig hét interieurmiddel te zijn om vervelende achtergronden te verdoezelen. Dus, wij gaan iets dergelijks ondernemen. Maar ik vertik het om zo'n gedrocht te hechten; nagelen gaat niet, kleven al evenmin. Zal ik het maar overlaten aan mijn weerga ? Zij heeft zichzelf al tot "takkewijf" benoemd, zij zal er dus wel weg mee weten. Hopelijk trekt er nadien niet weer een of ander takje weer aan mijn slippen om mij iets duidelijk te maken. Wel heb ik één troost, deze keer hoef ik het niet meer af te breken... één fikje volstaat om een heuse heidebrand te veroorzaken en zodoende krijg ik dan een zwartgeblakerd tennisveld als ondergrond. Da's nogal wat anders dan met takken te moeten zeulen...
TLL
TLL
-
Opa Brombeer
Oeioei,nu dat ook nog,eenpak gember er bij en ik had al zo'n last van die combinatie van chocolade en vanille.Nu weze direkt gezegd dat van mijnentwege Kwezel niet ongerust hoeft te zijn over haar maagdelijkheid,zelfs zonder gember,ik mag dan wel een brombeer zijn,dan toch geen ongelikte.En de rest van het koor zal ik goed in de gaten houden,dat is nog steeds eigen aan mijn strenge opvoeding destijds en de nog steeds aanwezige schrik voor (onverdiende) oorvijgen.Ge moest je broers(de meisjes waren naar het schijnt veel braver!!!!!!!!) en vriendjes maar wat beter in het oog houden zei ons vader dan.
Nu wat heeft dit allemaal te maken met chasse-patat?Wel,eerst een kleine kanttekening mss.chasse zou dat nu te maken hebben met jacht,mss.wel maar vandaag eerder met die vanille,chocolade en gember van Kwezel,of zou het dienen duvel van gisteren zijn,of heb ik mijn handen niet goed gewassen na het insmeren van debenen van mijne coureur,waarschijnlijk een samenloop van omstandigheden.
En nu die patat,een ordinaire aardappel?Ja maar ook een parodie op die beroemde oorvijgen van ons vader.
Ja en dan nu die chasse-patat,wel als hij me niet in een gracht katapulteerd,dan begint hij zo te vlammen dat ik ze zie vliegen,en hij wacht daar altijd mee tot we ver genoeg van huis zijn om zijn beroemde demarrage te plaatsen mijne coureur en dit ontaard dan meestal in een chasse-patat van mijnentwege.En dan staat hij thuis aan de poort te wachten,kijkend op zijn horloge,jaja hij weet al hoe laat het is en dan heel triomfantelijk;mama mama,ik heb er onze papa weeral eens afgereden,goed he en ik vind dan meestal geen geldig excuus,mocht vroeger ook al niet liegen vanwege die oorvijgen.Ik ga vandaag maar eens terug koffie in mijn drinkbus doen en mijn eigen benen eens(laten)insmeren,(miss.iets voor melanie)misschien geraak ik dan van die patat af en blijft er nog allleen die chasse over,dat lost zijn eigen wel op.
En,beste Kwezel,geef mij maar de ordinaire grijze olifanten hoor,Indische of Afrikaanse,dat maakt niet uit,die roze dat zijn de gevaarlijkste,ik heb daar zeer nare ervaringen mee,die roze brommen minstens even hard als ik zelf en dat wil wat zeggen.Grijze olifanten kunnen tenminste nog dansen,iets wat van mij niet gezegd kan worden.De dansende olifant uit het dierencarnaval is lang mijn lijfstuk geweest als beginnend bassistje,jaja ik droeg toen nog een korte broek.
En dan ga ik nu maar mijn koersbroek(het enige wat ik gemeen heb met een echte renner)aantrekken en proberen van die chasse-patat af te raken,koste wat het wil.Ik zou zeggen ik zet er eens goed mijn tanden in maar ben bang ze kwijt te raken en dat zou ook weer geen zicht zijn.Zij die gaan sterven groeten U.
Brombeer
Nu wat heeft dit allemaal te maken met chasse-patat?Wel,eerst een kleine kanttekening mss.chasse zou dat nu te maken hebben met jacht,mss.wel maar vandaag eerder met die vanille,chocolade en gember van Kwezel,of zou het dienen duvel van gisteren zijn,of heb ik mijn handen niet goed gewassen na het insmeren van debenen van mijne coureur,waarschijnlijk een samenloop van omstandigheden.
En nu die patat,een ordinaire aardappel?Ja maar ook een parodie op die beroemde oorvijgen van ons vader.
Ja en dan nu die chasse-patat,wel als hij me niet in een gracht katapulteerd,dan begint hij zo te vlammen dat ik ze zie vliegen,en hij wacht daar altijd mee tot we ver genoeg van huis zijn om zijn beroemde demarrage te plaatsen mijne coureur en dit ontaard dan meestal in een chasse-patat van mijnentwege.En dan staat hij thuis aan de poort te wachten,kijkend op zijn horloge,jaja hij weet al hoe laat het is en dan heel triomfantelijk;mama mama,ik heb er onze papa weeral eens afgereden,goed he en ik vind dan meestal geen geldig excuus,mocht vroeger ook al niet liegen vanwege die oorvijgen.Ik ga vandaag maar eens terug koffie in mijn drinkbus doen en mijn eigen benen eens(laten)insmeren,(miss.iets voor melanie)misschien geraak ik dan van die patat af en blijft er nog allleen die chasse over,dat lost zijn eigen wel op.
En,beste Kwezel,geef mij maar de ordinaire grijze olifanten hoor,Indische of Afrikaanse,dat maakt niet uit,die roze dat zijn de gevaarlijkste,ik heb daar zeer nare ervaringen mee,die roze brommen minstens even hard als ik zelf en dat wil wat zeggen.Grijze olifanten kunnen tenminste nog dansen,iets wat van mij niet gezegd kan worden.De dansende olifant uit het dierencarnaval is lang mijn lijfstuk geweest als beginnend bassistje,jaja ik droeg toen nog een korte broek.
En dan ga ik nu maar mijn koersbroek(het enige wat ik gemeen heb met een echte renner)aantrekken en proberen van die chasse-patat af te raken,koste wat het wil.Ik zou zeggen ik zet er eens goed mijn tanden in maar ben bang ze kwijt te raken en dat zou ook weer geen zicht zijn.Zij die gaan sterven groeten U.
Brombeer
-
zandmannetje - Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
- Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners
De kreeftskeerkring, gemist. De evenaar, gemist.
Als ik potvernondepitjes de schuldige vind, die een slaapmiddel in mijn laatste pintje heeft gekieperd, wel dan kieper ik hem het vliegtuig uit!
Zonder valscherm, 't zal hem leren. Leren vliegen waarschijnlijk niet...
Niksniemendalle heb ik aan die reis gehad.
Inchecken in Zaventem en wakker worden in Kut...Kat...straks aan Kwezel vragen hoe het hier eigenlijk heet. Inmiddels, doordat ik niet van de grootste ben, ben ik al tweemaal gestruikeld over die slingers van witte jasmijn en op mijn bek gevallen.
De altijd behulpzame Kwezel draait de guirlandes een keertje meer rond mijn nek, met als resultaat dat mijn gezichtsvermogen gedeeltelijk beperkt wordt, en ik weer tegen een frangipaneboom aanknal.
Een ferm dikke bult verheft zich onmiddelijk op mijn voorhoofd, en ik schreeuw luidkeels mijn ongenoegen uit.
Tot overmaat van ramp lachen mijn reisgenoten me nog wat uit, "zoals jij schettert, zal het wel een trompetboom geweest zijn!"
Van pure frustratie ruk ik de bloemenslingers van mijn nek en vertrappel ze. Mister Melanie komt gauw aangelopen met een kruik gemberbier, maar om mij wat gunstiger te stemmen zal hij met iets anders moeten afkomen!
Een frisse trappist of een Leffe zou smaken zie, in die broeierige hitte.
Dan maar een frisse duik in zee nemen om wat af te koelen...
Wat staat die vervelende Melanie nu weer te roepen vanaf het strand?
"Beware of the sharks mister Sandman!" Wat voor de drommel is een shark? Oude zageman...
Oh kijk, er komt een dolfijn aangezwommen, ik heb gelezen dat je daar heerlijk mee kan spelen!
Als ik potvernondepitjes de schuldige vind, die een slaapmiddel in mijn laatste pintje heeft gekieperd, wel dan kieper ik hem het vliegtuig uit!
Zonder valscherm, 't zal hem leren. Leren vliegen waarschijnlijk niet...
Niksniemendalle heb ik aan die reis gehad.
Inchecken in Zaventem en wakker worden in Kut...Kat...straks aan Kwezel vragen hoe het hier eigenlijk heet. Inmiddels, doordat ik niet van de grootste ben, ben ik al tweemaal gestruikeld over die slingers van witte jasmijn en op mijn bek gevallen.
De altijd behulpzame Kwezel draait de guirlandes een keertje meer rond mijn nek, met als resultaat dat mijn gezichtsvermogen gedeeltelijk beperkt wordt, en ik weer tegen een frangipaneboom aanknal.
Een ferm dikke bult verheft zich onmiddelijk op mijn voorhoofd, en ik schreeuw luidkeels mijn ongenoegen uit.
Tot overmaat van ramp lachen mijn reisgenoten me nog wat uit, "zoals jij schettert, zal het wel een trompetboom geweest zijn!"
Van pure frustratie ruk ik de bloemenslingers van mijn nek en vertrappel ze. Mister Melanie komt gauw aangelopen met een kruik gemberbier, maar om mij wat gunstiger te stemmen zal hij met iets anders moeten afkomen!
Een frisse trappist of een Leffe zou smaken zie, in die broeierige hitte.
Dan maar een frisse duik in zee nemen om wat af te koelen...
Wat staat die vervelende Melanie nu weer te roepen vanaf het strand?
"Beware of the sharks mister Sandman!" Wat voor de drommel is een shark? Oude zageman...
Oh kijk, er komt een dolfijn aangezwommen, ik heb gelezen dat je daar heerlijk mee kan spelen!
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Wat doet ie toch weer fijn, dat hagelwitte Belske met z'n putschepperke zand aan z'n polsriempje ? Wil ie persee het paard van Neptunes traiteren... Wee zijn gebeentjes, de wachters van het zeeënrijk voor dolfijnen uitmaken, de olijkerd. Ik zal er eens een grote witte op afsturen. Even op mijn vinnen fluiten, dan kan die in ijltempo vanonder de kreefdskeerkring die nietige aardworm eens mores leren. Een hap uit z'n oorlel is het minste dat men die kan aandoen. Zo kan ie thuis weer de stoere uithangen en zeggen dat er iemand te hard aan z'n oorpiercing heeft getrokken. Zéker weten dat men dan vermoedt dat dit het minnestrelend werk is van Kwezel. Die durft toch geen "nee" zeggen, met ZMj in de buurt. Van mijne maat z'n maat zal die ZMj alleszins geen last hebben, hoewel nog niet verleerd in z'n bijziendheid weet die wél tot welk warmbloedige die ruggevinde behoort; aan hém zal ZMj het beslist niet vragen, die gewezen kikker is toch al in ongenade gevallen door zijn kritieken in verband met de pausverkiezingen en -geleuter destijds. Misschien om zijn gestalte verwart ZMj die visjes met pirana's (sorry voor het missen van dat strooien hoedje op de "a") Hij wil zowaar medepassagiers ter voedering overboord gooien én zonder valscherm. Nou ook goed hoor, hieronder lusten wij ze niet allen ingeblikt. Al erg genoeg dat ik mijn neef TLL er destijds z'n luchtfles apeteitelijk de tanden heb ingezet. Ik hou er nog steeds een zere kies aan over.
Ik bedenk me ineens wel dat die krinkelende winkelende watervrezende van stress bezeten luchtreizende forumbevuilerkes bang zijn van water. Waarom willen die toch steeds in hogere sferen vertoeven als ze naar den vreemde willen gaan. Zon schijnt toch overal en zéker boven de wolken !
In plaats van mijn nest te bevuilen met hun westers prularia konden ze misschien (of mag dat niet van de pauselijke klerus) hun kapootje uitlaten zodat ik ze rauw kan oppeuzelen...
Eén goede raad aan ZMj... vooraleer nog eens op 10000 voet dergelijke denigrerende bedenkingen te spuien om ons, zeewezens, installeer je boven je terrarium of akwarium en bestudeer die nietige waterplonzers en gedenk ons...
Ik bedenk me ineens wel dat die krinkelende winkelende watervrezende van stress bezeten luchtreizende forumbevuilerkes bang zijn van water. Waarom willen die toch steeds in hogere sferen vertoeven als ze naar den vreemde willen gaan. Zon schijnt toch overal en zéker boven de wolken !
In plaats van mijn nest te bevuilen met hun westers prularia konden ze misschien (of mag dat niet van de pauselijke klerus) hun kapootje uitlaten zodat ik ze rauw kan oppeuzelen...
Eén goede raad aan ZMj... vooraleer nog eens op 10000 voet dergelijke denigrerende bedenkingen te spuien om ons, zeewezens, installeer je boven je terrarium of akwarium en bestudeer die nietige waterplonzers en gedenk ons...
-
ED. - Lid geworden op: 16 okt 2003, 19:20
Terwijl ik al die asfaltplekken van mijn wagen aan het verwijderen was, kreeg ik een slechte smaak in mijn mond. Waarschijnlijk door het oplosmiddel dat ik daarvoor gebruikte.
Hoe het kwam dat ik ineens aan onze Albert, de koning der Belgen dacht, weet ik niet. Waarschijnlijk heeft dit te maken met mijn onderbewustzijn en het feit, dat ik niet mocht vergeten om een verjaardagskaartje te sturen naar mijn baas, den Dieder.
Om dit kaartje te kunnen versturen, heb ik de hulp nodig van den Albert. Je kan dus niks versturen, zonder zijn beeltenis op de briefomslag te plakken. Nu zegt men van de Belgen, dat het geen gatlikkers zijn. Niets is minder waar! De meeste onder ons, likken regelmatig aan het achterste van onze koning. Vandaar mogelijk, de slechte smaak in mijn mond en de link die ik naar onze nationale motorcrosser heb gelegd.
Tiens! Nu ge het zegt, het is al een tijdje geleden dat wij hier iets over Tilleke gelezen hebben. Zou ons prinsesken ruzie hebben met hare pennenvriend? Heeft hij een beetje té veel zand in haar mooie oogjes gestrooid? Ge ziet, dat ge eigenlijk van adel moet zijn om zulke relatie te kunnen volhouden.
Het is nu niet de bedoeling, dat ik hier een beetje ga stoken en dat ik er plezier in vind, dat blauw bloed onverenigbaar is met iemand die een stukje van de maan wilt en die als hobby de visjes gaat koeioneren. Na de bijdrage van ene TLL te hebben gelezen,komt bij mij een onweerstaanbare drang op, om mijn gaiaanse vriend te contacteren. Die heeft ook al een goede relatie met de familie van Tilleken, zeker met haar schoonbroer , die ook houd van hondjes, teefjes en visjes.
Het zou natuurlijk ook kunnen, dat de taalcorrector van de prinselijke PC nog altijd op het Arabisch staat. Dat dit de reden is,van haar afwezigheid op ons forum. Dit komt waarschijnlijk, omdat zij onlangs aan Osama BL een mailtje heeft verstuurd met de vraag, wie die sendman eigenlijk is en of zij hem wel mag vertrouwen? Want met iemand die zomaar de eerste beste uit een vliegtuig kiepert, weet men nooit!
Hoe het kwam dat ik ineens aan onze Albert, de koning der Belgen dacht, weet ik niet. Waarschijnlijk heeft dit te maken met mijn onderbewustzijn en het feit, dat ik niet mocht vergeten om een verjaardagskaartje te sturen naar mijn baas, den Dieder.
Om dit kaartje te kunnen versturen, heb ik de hulp nodig van den Albert. Je kan dus niks versturen, zonder zijn beeltenis op de briefomslag te plakken. Nu zegt men van de Belgen, dat het geen gatlikkers zijn. Niets is minder waar! De meeste onder ons, likken regelmatig aan het achterste van onze koning. Vandaar mogelijk, de slechte smaak in mijn mond en de link die ik naar onze nationale motorcrosser heb gelegd.
Tiens! Nu ge het zegt, het is al een tijdje geleden dat wij hier iets over Tilleke gelezen hebben. Zou ons prinsesken ruzie hebben met hare pennenvriend? Heeft hij een beetje té veel zand in haar mooie oogjes gestrooid? Ge ziet, dat ge eigenlijk van adel moet zijn om zulke relatie te kunnen volhouden.
Het is nu niet de bedoeling, dat ik hier een beetje ga stoken en dat ik er plezier in vind, dat blauw bloed onverenigbaar is met iemand die een stukje van de maan wilt en die als hobby de visjes gaat koeioneren. Na de bijdrage van ene TLL te hebben gelezen,komt bij mij een onweerstaanbare drang op, om mijn gaiaanse vriend te contacteren. Die heeft ook al een goede relatie met de familie van Tilleken, zeker met haar schoonbroer , die ook houd van hondjes, teefjes en visjes.
Het zou natuurlijk ook kunnen, dat de taalcorrector van de prinselijke PC nog altijd op het Arabisch staat. Dat dit de reden is,van haar afwezigheid op ons forum. Dit komt waarschijnlijk, omdat zij onlangs aan Osama BL een mailtje heeft verstuurd met de vraag, wie die sendman eigenlijk is en of zij hem wel mag vertrouwen? Want met iemand die zomaar de eerste beste uit een vliegtuig kiepert, weet men nooit!
-
Gast
Ed, ik denk dat Mattilleke op vakantie is samen met de Zandman. Je weet maar nooit met dat koningsvolk.
Terwijl Zandman zwom met de dolfijnen wilde ik wel eens die berg in de verte bewonderen van kortbij. Langs de voet van de glunderende berg volgde ik een spoor dat door grote rare vogels was achtergelaten. Vanaf mijn zeldzaam mooie rotspunt: prachtig puntig, zoals ook liefhebbers van modelspoorbanen dat het liefste zien maar niet zo puntig dat het oncomfortabel werd, had ik de mooiste blik op een nog nooit gezien panorama. De berg was een paar meters onder de top afgezaagd, en zo voorzien van een keurig plateautje ter grootte van een kleine huiskamer. Ik was er inmiddels een half uur en had nog niemand anders gezien. Behalve volmaakt, was de plek ook verlaten. Nog nooit heeft er iemand op een, naar mijn mening onbewoond eiland gewoond, nog nooit kwam hier een toerist op een plaats waar geen andere toerist ooit was, maar wie als enige op een bijzondere plek is, wil ook de eerste zijn die er ooit was. Zoveel schoonheid aanschouwen dat kon alleen in een droom bestaan. Uitgestrekte blauwe watergolven beneden en boven je een goddelijk schouwspel van kolossale vogels die je nergens ter wereld aantrof.
In een hoger gelegen dal, tussen zacht glooiende wanden verscholen ligt een niemandsland , het einde van de bewoonde wereld is hier en je ademt zoveel zuivere lucht in dat het je doet wegdromen. Waar de vallei zich verderop opent, biedt ze uitzicht op een enkele besneeuwde bergtop. Maar zo ver waagde ik mij toch niet. Er mocht plots maar eens een onguur persoon opdagen in de vorm van de boze Yeti.
We zijn nu drie dagen op dit eiland en vanaf de tweede dag wist ik het al. Er was hier iets vreemds maar ik wist niet wat. Er ontbrak iets, er gebeurde iets niet dat er tot nog toe altijd had bijgehoord. Er kwam geen vliegtuig over, niet bij dag, niet bij nacht. Je kon een fles in de oceaan gooien maar de boodschap zou waarschijnlijk aanspoelen in Kuala Lumpur. Je zag geen schepen varen op de oceaan, heel heel ver allicht wel maar dan buiten de zichtbaarheid vanaf het eiland. De vlinders die rond de frangipanebomen fladderen, hebben merkwaardig genoeg geen kleuren. Heel grote zwartwitte vlinders en dat is hier in tegenspraak met alles.
Gisteren kropen twee armlange hagedissen tegen de beige zondoorbakken muur. Dieren met vuurrode koppen en prachtige gifgeelgroene lichamen en met donkerbruine ogen met een gouden ring daaromheen. Waarom worden dieren in de tropen altijd zo mooi gemaakt? Vogels met bijna fluorescerende kleuren zitten bij een holletje in de bergwand.
Dit plekje waar men gelukkig kon zijn zonder even aan je zorgen van thuis te denken wilde ik delen met mijn vrienden die ondertussen veel waterpret hadden.
Wat is het toch dat dolfijnen zo speciaal maakt? Is het hun glimlach, hun vriendelijkheid of hun vertrouwelijke omgang? Feit is dat dolfijnen gek zijn op mensen, en mensen op dolfijnen.
Dolfijnen zijn als het ware een levende bibliotheek van geconcentreerde energie, bij wie informatie uit het verleden, het heden, en de toekomst in het erfelijk materiaal is vastgelegd, om deze kennis rechtsreeks naar het hart van de mens over te dragen.Hun onvoorwaardelijke liefde heeft een genezende werking op de mens en stimuleert ons immuunsysteem. Daarom is het zeker niet verwonderlijk dat dolfijnen de kracht bezitten te genezen. Voorwaardelijke liefde kan de oorzaak zijn van depressies, maakt de mens onzeker en daardoor meer vatbaar voor emotionele manipulatie. Dolfijnen werken sterk in op emotioneel vlak en zijn katalysatoren om onverwerkte trauma's te verwerken. Als ik Brombeer en Ed met Zandmannetje zo bezig zie, hebben die helemaal geen last van opgekropte trauma’s. Water, dat was trouwens goed voor Zandman zijn dikke bult die nu stilaan paars was geworden.
Terwijl Zandman zwom met de dolfijnen wilde ik wel eens die berg in de verte bewonderen van kortbij. Langs de voet van de glunderende berg volgde ik een spoor dat door grote rare vogels was achtergelaten. Vanaf mijn zeldzaam mooie rotspunt: prachtig puntig, zoals ook liefhebbers van modelspoorbanen dat het liefste zien maar niet zo puntig dat het oncomfortabel werd, had ik de mooiste blik op een nog nooit gezien panorama. De berg was een paar meters onder de top afgezaagd, en zo voorzien van een keurig plateautje ter grootte van een kleine huiskamer. Ik was er inmiddels een half uur en had nog niemand anders gezien. Behalve volmaakt, was de plek ook verlaten. Nog nooit heeft er iemand op een, naar mijn mening onbewoond eiland gewoond, nog nooit kwam hier een toerist op een plaats waar geen andere toerist ooit was, maar wie als enige op een bijzondere plek is, wil ook de eerste zijn die er ooit was. Zoveel schoonheid aanschouwen dat kon alleen in een droom bestaan. Uitgestrekte blauwe watergolven beneden en boven je een goddelijk schouwspel van kolossale vogels die je nergens ter wereld aantrof.
In een hoger gelegen dal, tussen zacht glooiende wanden verscholen ligt een niemandsland , het einde van de bewoonde wereld is hier en je ademt zoveel zuivere lucht in dat het je doet wegdromen. Waar de vallei zich verderop opent, biedt ze uitzicht op een enkele besneeuwde bergtop. Maar zo ver waagde ik mij toch niet. Er mocht plots maar eens een onguur persoon opdagen in de vorm van de boze Yeti.
We zijn nu drie dagen op dit eiland en vanaf de tweede dag wist ik het al. Er was hier iets vreemds maar ik wist niet wat. Er ontbrak iets, er gebeurde iets niet dat er tot nog toe altijd had bijgehoord. Er kwam geen vliegtuig over, niet bij dag, niet bij nacht. Je kon een fles in de oceaan gooien maar de boodschap zou waarschijnlijk aanspoelen in Kuala Lumpur. Je zag geen schepen varen op de oceaan, heel heel ver allicht wel maar dan buiten de zichtbaarheid vanaf het eiland. De vlinders die rond de frangipanebomen fladderen, hebben merkwaardig genoeg geen kleuren. Heel grote zwartwitte vlinders en dat is hier in tegenspraak met alles.
Gisteren kropen twee armlange hagedissen tegen de beige zondoorbakken muur. Dieren met vuurrode koppen en prachtige gifgeelgroene lichamen en met donkerbruine ogen met een gouden ring daaromheen. Waarom worden dieren in de tropen altijd zo mooi gemaakt? Vogels met bijna fluorescerende kleuren zitten bij een holletje in de bergwand.
Dit plekje waar men gelukkig kon zijn zonder even aan je zorgen van thuis te denken wilde ik delen met mijn vrienden die ondertussen veel waterpret hadden.
Wat is het toch dat dolfijnen zo speciaal maakt? Is het hun glimlach, hun vriendelijkheid of hun vertrouwelijke omgang? Feit is dat dolfijnen gek zijn op mensen, en mensen op dolfijnen.
Dolfijnen zijn als het ware een levende bibliotheek van geconcentreerde energie, bij wie informatie uit het verleden, het heden, en de toekomst in het erfelijk materiaal is vastgelegd, om deze kennis rechtsreeks naar het hart van de mens over te dragen.Hun onvoorwaardelijke liefde heeft een genezende werking op de mens en stimuleert ons immuunsysteem. Daarom is het zeker niet verwonderlijk dat dolfijnen de kracht bezitten te genezen. Voorwaardelijke liefde kan de oorzaak zijn van depressies, maakt de mens onzeker en daardoor meer vatbaar voor emotionele manipulatie. Dolfijnen werken sterk in op emotioneel vlak en zijn katalysatoren om onverwerkte trauma's te verwerken. Als ik Brombeer en Ed met Zandmannetje zo bezig zie, hebben die helemaal geen last van opgekropte trauma’s. Water, dat was trouwens goed voor Zandman zijn dikke bult die nu stilaan paars was geworden.
-
Opa Brombeer
Aan alle eilandgangers een goede morgen,hopelijk hebben ze even goed geslapen als ik.Ik heb geslapen als een roos,wat zeg ik,een hele bos rode rozen,maar ja onder een frangipanneboom dat slaapt beter dan onder ene met kokosnoten,je zou 's morgens kunnen wakker worden met een ferme bult.
Maar de ontnuchtering deze morgen was groot,tiens, ik zal toch zeker niet onder die bedwelmende en gratis dronkenmakende trompetbomen gelegen hebben zeker,enfin ik schiet dus wakker en niet van een gratis frangipanne,ook niet van trompetgeschal dat uit de bomen zou komen maar van het gebrul van een rasechte berin,ik heb het al eens gezegd ,ik snurk niet dat is dus altijd iemand anders.(als de vuilzakken zoals nu buiten staan ben ik meestal de plezantste thuis)
De reden van die chasse-patat van gisteren(ondertussen dank zij de goede zorgen van Melanie gereduceerd tot een patat)liep hier ook al rond en die moest natuurlijk eten hebben en daar er aan onze boom geen frangipannes meer hingen dacht ik,ik maak hem vlug een fruitpapke,dan zwijgt hij het rapst,enfin dat was vroeger toch zo in de voetbalploeg.Ik heb dan maar een extra grote portie gamaakt,ook weer zoals vroeger,kwestie van de overschot te kunnen opeten.
En als er dan straks wat overschot is kan ik daarna bergen gaan verzetten,dan moet Kwezel niet zo hoog meer kruipen als ze ons op ons wit strand in de gaten wil houden en ik zal er gelijk een troon op maken,we moeten toch zien dat ze bij onze terugkomst nog kan zingen.
Zo, ik wens mijn medeeilandgangers nog veel plons,spetteren in de gaten houden plezier en ga nu mijn berg verzetten,alleen hoop ik dat die ondertussen wel iets kleiner geworden is.
Brombeer(vandaag meer beer dan brom)
Maar de ontnuchtering deze morgen was groot,tiens, ik zal toch zeker niet onder die bedwelmende en gratis dronkenmakende trompetbomen gelegen hebben zeker,enfin ik schiet dus wakker en niet van een gratis frangipanne,ook niet van trompetgeschal dat uit de bomen zou komen maar van het gebrul van een rasechte berin,ik heb het al eens gezegd ,ik snurk niet dat is dus altijd iemand anders.(als de vuilzakken zoals nu buiten staan ben ik meestal de plezantste thuis)
De reden van die chasse-patat van gisteren(ondertussen dank zij de goede zorgen van Melanie gereduceerd tot een patat)liep hier ook al rond en die moest natuurlijk eten hebben en daar er aan onze boom geen frangipannes meer hingen dacht ik,ik maak hem vlug een fruitpapke,dan zwijgt hij het rapst,enfin dat was vroeger toch zo in de voetbalploeg.Ik heb dan maar een extra grote portie gamaakt,ook weer zoals vroeger,kwestie van de overschot te kunnen opeten.
En als er dan straks wat overschot is kan ik daarna bergen gaan verzetten,dan moet Kwezel niet zo hoog meer kruipen als ze ons op ons wit strand in de gaten wil houden en ik zal er gelijk een troon op maken,we moeten toch zien dat ze bij onze terugkomst nog kan zingen.
Zo, ik wens mijn medeeilandgangers nog veel plons,spetteren in de gaten houden plezier en ga nu mijn berg verzetten,alleen hoop ik dat die ondertussen wel iets kleiner geworden is.
Brombeer(vandaag meer beer dan brom)
-
Gast
Onze chauffeur nilamé zegt: “fotografeer ze maar, die vliegen niet weg” en inderdaad, ze blijven zitten en kijken naar wie naderbij komt.
Ja ,wie zou hen kwaad kunnen doen? Hun schoonheid heeft hen onschendbaar gemaakt. Als ik er eerder aan gedacht had, dan had ik zo’n wegwerptoestelleke gekocht in plaats van te sleuren met zo’n camera. In halve Eva toestand hier rondlopend was het moeilijk om achter je slipke nog een camera te steken. Helaas, de wetten zijn hier op dit eiland niet voor iedereen dezelfde. Moggly, de boy met het chocoladekleurige naakte bovenlijf en met de kaki short die van de ochtend tot de avond de bladeren van dit grasveld bij elkaar harkt, komt naar ons toe. Zijn ogen zijn gitzwarte halfedelstenen en hij fluistert iets zeer geheimzinnigs en onverstaanbaars. Met gebaren legt hij uit dat hij ons mee wil hebben, het smalle weggetje langs, tussen de oleanders door en tussen de struiken met rabarbergrote bladeren waaruit meterslange rode staarten afhangen. Het wordt donkerder en dichter begroeid waar hij ons brengt. “Kijk, kijk, hier zijn ze!”
In een lage betonnen tank halfvol goor bruin water steken twee babykrokodillen de onheilspellende koppen op. Wanneer Moggly met een twijgje over hun ogen gaat, blazen ze als wilde katten en ze slaan met de schubharde staarten door het vuile water. Moggly heeft ze gisteren gevangen, dààr, waar de jungle begint!! “Twee babykrokodillen en die brengen goed geld op. Misschien wel duizend roepies”.
Ik neem mij voor om de deur van onze cottage zeer zorgvuldig te sluiten. Zo’n baby wandelt in minder dan één minuut tot bij ons. Doch daar moet Melanieke hard om lachen. “Nee, nee”, zegt Melanieke, “die tank is toch een halve meter hoog, die raken daar niet uit.”
“Waar je wel moet voor uitkijken”, zegt hij, “is dat je bij avond wanneer het donker is, niet onder de palmbomen gaat staan. En zeker niet wanneer het regent. Want tussen de kokosnoten zitten van die acht centimeter lange gitzwarte glanzende kevers met ijzersterke schubben. En die kunnen dan in je open hemd vallen. En dat is ‘bad’, sir, very verry bad”.
In de verte hoorden we het stommelen van onweer, het slechte weer zou ons deze avond bereiken waarschuwden men ons. Maar dat gerommel dat bleek de maag van Grote Beer te zijn. De plaats van de barbecue was op het strand zelf, heel romantisch versiert met blauwe en witte ballons. Op hoge bamboestokken hingen lampions in de vorm van draken en boeddha’s en veelkleurige kermislampjes. Nieuwsgierig vroegen we ons af wat dat grote beest aan het spit wel kon zijn. Mister Sandman stelde voor om er eens aan te voelen qua zeker te zijn als dat beestje wel dood was.
Als je honger hebt moet je niet vragen wat de pot verschaft, dan eet je alles zei mijn moeder vroeger. Het menu zag er in alle geval goed uit en het rook ook nog heerlijk en dat is wat telt.
Het bleek een ouzie te zijn, dat is rijst met een lam er bovenop. Het lam wordt in stukken gesneden en met de vingers gegeten. Dat gebeurt door middel van plakken Arabisch brood (bij ons pitabrood genoemd, maar niet hetzelfde). Het wordt ook gegeten met Haris, een combinatie van lamsbotten, brood en olie. Ook worden er babykamelen bij gegeten, een echt bedouien maaltijd, zwaar en voedzaam. Wat gaf ik iemand graag een paar eurokes om een heerlijke dampende Mokka met een toefje slagroom erboven op te hebben.’s Anderdaags moet men dan wel een dikke rol kontdoekjes in de buurt hebben maar aangezien het struikgewas dichtbij was zou dat niet voor problemen kunnen zorgen. Zolang de minnezanger Ed maar geen knookjes in mijn haren zou invlechten en mij met de haren de jungle insleept.
Die avond breekt een onweder los boven de Indische Oceaan. Alleen maar donder en bliksem en regen, geen wind. Bij elke bliksemslag zie je de palmbomen tegen de lucht getekend staan , de rubberbomen en de frangipannekes die hielden het wel, voor de vallende kokosnoten daar was ik banger voor want er liepen hier al bulten genoeg rond. “Nu zullen de kevers dus vallen”,grinnikte Beachman. “Wee de nietsvermoedende ongelukkigen die met open hemdje onder de palmbomen gaan schuilen”. In alle geval lieten wij ons tentje die avond voor wat het was en gingen in onze cottage een poging doen om te slapen.
Ja ,wie zou hen kwaad kunnen doen? Hun schoonheid heeft hen onschendbaar gemaakt. Als ik er eerder aan gedacht had, dan had ik zo’n wegwerptoestelleke gekocht in plaats van te sleuren met zo’n camera. In halve Eva toestand hier rondlopend was het moeilijk om achter je slipke nog een camera te steken. Helaas, de wetten zijn hier op dit eiland niet voor iedereen dezelfde. Moggly, de boy met het chocoladekleurige naakte bovenlijf en met de kaki short die van de ochtend tot de avond de bladeren van dit grasveld bij elkaar harkt, komt naar ons toe. Zijn ogen zijn gitzwarte halfedelstenen en hij fluistert iets zeer geheimzinnigs en onverstaanbaars. Met gebaren legt hij uit dat hij ons mee wil hebben, het smalle weggetje langs, tussen de oleanders door en tussen de struiken met rabarbergrote bladeren waaruit meterslange rode staarten afhangen. Het wordt donkerder en dichter begroeid waar hij ons brengt. “Kijk, kijk, hier zijn ze!”
In een lage betonnen tank halfvol goor bruin water steken twee babykrokodillen de onheilspellende koppen op. Wanneer Moggly met een twijgje over hun ogen gaat, blazen ze als wilde katten en ze slaan met de schubharde staarten door het vuile water. Moggly heeft ze gisteren gevangen, dààr, waar de jungle begint!! “Twee babykrokodillen en die brengen goed geld op. Misschien wel duizend roepies”.
Ik neem mij voor om de deur van onze cottage zeer zorgvuldig te sluiten. Zo’n baby wandelt in minder dan één minuut tot bij ons. Doch daar moet Melanieke hard om lachen. “Nee, nee”, zegt Melanieke, “die tank is toch een halve meter hoog, die raken daar niet uit.”
“Waar je wel moet voor uitkijken”, zegt hij, “is dat je bij avond wanneer het donker is, niet onder de palmbomen gaat staan. En zeker niet wanneer het regent. Want tussen de kokosnoten zitten van die acht centimeter lange gitzwarte glanzende kevers met ijzersterke schubben. En die kunnen dan in je open hemd vallen. En dat is ‘bad’, sir, very verry bad”.
In de verte hoorden we het stommelen van onweer, het slechte weer zou ons deze avond bereiken waarschuwden men ons. Maar dat gerommel dat bleek de maag van Grote Beer te zijn. De plaats van de barbecue was op het strand zelf, heel romantisch versiert met blauwe en witte ballons. Op hoge bamboestokken hingen lampions in de vorm van draken en boeddha’s en veelkleurige kermislampjes. Nieuwsgierig vroegen we ons af wat dat grote beest aan het spit wel kon zijn. Mister Sandman stelde voor om er eens aan te voelen qua zeker te zijn als dat beestje wel dood was.
Als je honger hebt moet je niet vragen wat de pot verschaft, dan eet je alles zei mijn moeder vroeger. Het menu zag er in alle geval goed uit en het rook ook nog heerlijk en dat is wat telt.
Het bleek een ouzie te zijn, dat is rijst met een lam er bovenop. Het lam wordt in stukken gesneden en met de vingers gegeten. Dat gebeurt door middel van plakken Arabisch brood (bij ons pitabrood genoemd, maar niet hetzelfde). Het wordt ook gegeten met Haris, een combinatie van lamsbotten, brood en olie. Ook worden er babykamelen bij gegeten, een echt bedouien maaltijd, zwaar en voedzaam. Wat gaf ik iemand graag een paar eurokes om een heerlijke dampende Mokka met een toefje slagroom erboven op te hebben.’s Anderdaags moet men dan wel een dikke rol kontdoekjes in de buurt hebben maar aangezien het struikgewas dichtbij was zou dat niet voor problemen kunnen zorgen. Zolang de minnezanger Ed maar geen knookjes in mijn haren zou invlechten en mij met de haren de jungle insleept.
Die avond breekt een onweder los boven de Indische Oceaan. Alleen maar donder en bliksem en regen, geen wind. Bij elke bliksemslag zie je de palmbomen tegen de lucht getekend staan , de rubberbomen en de frangipannekes die hielden het wel, voor de vallende kokosnoten daar was ik banger voor want er liepen hier al bulten genoeg rond. “Nu zullen de kevers dus vallen”,grinnikte Beachman. “Wee de nietsvermoedende ongelukkigen die met open hemdje onder de palmbomen gaan schuilen”. In alle geval lieten wij ons tentje die avond voor wat het was en gingen in onze cottage een poging doen om te slapen.
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
't kon niet uitblijven, een tent als cottage... whoahahaha... Der deernes'doornen hebben haar nog niet geplaagd. Waarschijnlijk heeft dat poezelige zich nog nooit aan een prikkelend veldbed gewaagd. Zo een waar allerlei insecten je lijfgeur proberen te prikkelen; én smullen dat ze doen van je lijfvocht als je je draai niet kan krijgen binnen die kanvas. Of is het nu nylon tegenwoordig ? Waarschijnlijk... want als dat koersminnend Limburgs vliegerke onder zeil kruipt, mag men veronderstellen dat in die contreien meer Nijl op dan nijl-on-der de geplogenheden zijn. Ik kan me voorstellen dat het onder dek warmer is dan na een felle afdaling in Valkenburg. Een veldbed zal waarschijnlijk niet voorhanden zijn in een cottage... naar Engelse traditie zal het wel een strozak zijn gevuld met vergeelde vliesvleugeligen van de voorbije oorlog. Van enig aftreksel daarvan pleegde men in de veertiger jaren ook een soort brij "Tea" genoemd, maar smaakt eerder naar slappe whiskey als je het vocht trachte op te vangen.
Ik weet dat dit klinkklare nonsens is, maar ik begin me stilaan te ergeren aan het "opgehemel" van enkele dierbaren onzer. Ik kom zelden aan de bak en daarom frustreer ik me maar even...
Zij die zich geraakt voelen, mijn verontschuldigingen...
Ik weet dat dit klinkklare nonsens is, maar ik begin me stilaan te ergeren aan het "opgehemel" van enkele dierbaren onzer. Ik kom zelden aan de bak en daarom frustreer ik me maar even...
Zij die zich geraakt voelen, mijn verontschuldigingen...
-
Gast
Telloorlekker, je moet wel op je beurt wachten totdat je opdaagt in het verhaal, je had trouwens het vliegtuig op tijd moeten nemen ! 
-
zandmannetje - Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
- Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners
Bij mijn psychiater
Nu ga je zeggen ”Wat nu weer, heeft die vermaledijde zandman een zieleknijper nodig?”
Maar inderdaad, terloops heb ik er reeds op gezinspeeld, het trauma dat ik heb opgelopen bij mijn niet-verkiezing tot opperhoofd der katholieke kerkfabrieken, heeft diepe sporen op mijn ziel nagelaten.
Wat geleidt heeft tot een maandelijks bezoek bij mijn psychiater. Omdat ik niet steeds dat moeilijke woord zou dienen in te typen, met kans op vergissingen incluis, ga ik hem gemakkelijkheidhalve Jef noemen!
Waarom Jef, wel dat is een gemakkelijke korte naam. Zoals Jan, of Piet of Bert. Liever Piet? Oké dan…
Lig ik daar op de sofa bij Piet, in zijn ontvangkamer, en het gesprek begint alzo:
“Wel zandmannetje, het is nu reeds jouw zevende bezoek, ik begin stilaan inzicht in uw problemen te krijgen. Hoe gaat het, nog geen verbetering merkbaar?”
“Jazeker Piet, volgens mij ben ik rijp om ontslagen te worden van dit maandelijkse bezoek”
“Hohoho zandman, zo snel gaat het ook weer niet, waarom denk je dat je reeds zover bent?”
“Omdat ik naderhand jouw gepeperde honorarium niet meer kan ophoesten, en ik heb stilaan terug een heldere kijk op de dingen”
“Een heldere kijk, zullen we dat dan eens uittesten?”
“Goed Piet, let’s go”
“Wat was nu weer de voornaamste reden waarom jij naast die prelaatszetel gegrepen hebt?”
“Omdat sommige mensen niet achter mijn kommandatuur, ik bedoel kandidatuur stonden”
“Waarom die verspreking, waarom zeg je kommandatuur?”
“Zonder bijbedoelingen Piet, ik dacht even terug aan WO.II, aan de Duitsers, aan de SS, maar ik bedoelde kandidatuur”
“Wat deden ze in zo’n kommandatuur, weet je dat?”
“Weerstanders die bij de kraag gegrepen waren, ondervragen en folteren, denk ik”
“Die mensen die jou dwarsgezeten hebben, zou je die graag willen folteren?”
“Je bedoeld of ik graag Telloorlekker zou willen folteren, zo één voor één zijn nagels uittrekken, hem scalperen, een piercing door het puntje van zijn tong boren, hem over gloeiende kolen laten lopen, hem tenslotte laten vierendelen, nee hoor, ik zeg toch dat ik genezen ben!”
“Helemaal overtuigd ben ik nog niet zandman, bewijs het mij dan, dat je genezen bent?”
“Oke Piet, lig jij dan maar op de sofa, we gaan de rollen omdraaien”
En na de facto…
“Wel patiënt, hoe gaat het met jou, ik zie de laatste tijd een gekwelde uitdrukking op jouw gelaat?”
“Hoe kom je daarbij, ik voel me kiplekker”
“Kiplekker, heeft ooit al eens een kip verteld dat ze zich lekker voelde?”
“Kwiet, dat is toch maar een algemeen geldende uitdrukking die ik bezig”
“Kwiet kwiet, ik moet je wel dringend verzoeken om beleefd te blijven tegen uw dokter, en ik blijf erbij, in het begin was jij veel opgewekter”
“Ja zeg, hoe zou je zelf zijn, heb jij dan nooit problemen thuis?”
Na enig nadenken moet ik erkennen dat dit inderdaad het geval is.
“Maar welke problemen dan, vertel ze mij, gegarandeerd dat ik kan helpen”
“De oorzaak is mijn vrouw hé, die heeft gaten in haar handen”
“Hoe bedoel je, heeft die ook aan het kruis gehangen?”
“Nee, ik bedoel dat ze geen geld kan vasthouden, ik mag nog zoveel verdienen met de praktijk hier, aan het einde van de maand staat onze rekening steeds op rood”
“dat is inderdaad geen gezonde kleur” moet ik toegeven.
Eenmaal stond ik aan de kassa van de Carrefour, achter een dame die de buit die ze vergaard had diende af te rekenen. Nadat ze haar bankkaart in die slurpende opening had gestopt, begonnen er onvoorziene dingen te gebeuren. Op fluisterende toon beweerde de kassierster dat er niet voldoende dekking was, waarop de dame een kleurtje kreeg.
Dat kleurtje werdt echter heel wat dieper ingekleurd, toen mijn kleinzoon op niet bepaald een fluistertoontje vroeg of "Die madame geen geld genoeg op de rekening hadt" Ik voelde dus mee met Piet...
“En het gaat van kwaad naar erger, nu begint ze me ook al verwijten te maken dat ik geen echte man ben! En dat ben ik wel, kijk maar”
Ik werp even een vluchtige blik op Piet, maar het is zoals zijn vrouw zegt, niet veel soeps.
“ik word het zo moe als koude pap, vandaag of morgen doe ik haar iets!”
“Nee Piet, dat moet ten allen prijze vermeden worden. Voor moord draai je achter de tralies voor vele jaren, allee toch voor verschillende maanden. Je moet leren om uw emoties in bedwang te houden.
Een nieuwe sessie plan ik voor 5 September, mag ik dan nu 70 eurotjes ontvangen, als het effe kan?”
Daarmee staan we namelijk effen, en ik kom niet meer terug, zeker weten!
Nu ga je zeggen ”Wat nu weer, heeft die vermaledijde zandman een zieleknijper nodig?”
Maar inderdaad, terloops heb ik er reeds op gezinspeeld, het trauma dat ik heb opgelopen bij mijn niet-verkiezing tot opperhoofd der katholieke kerkfabrieken, heeft diepe sporen op mijn ziel nagelaten.
Wat geleidt heeft tot een maandelijks bezoek bij mijn psychiater. Omdat ik niet steeds dat moeilijke woord zou dienen in te typen, met kans op vergissingen incluis, ga ik hem gemakkelijkheidhalve Jef noemen!
Waarom Jef, wel dat is een gemakkelijke korte naam. Zoals Jan, of Piet of Bert. Liever Piet? Oké dan…
Lig ik daar op de sofa bij Piet, in zijn ontvangkamer, en het gesprek begint alzo:
“Wel zandmannetje, het is nu reeds jouw zevende bezoek, ik begin stilaan inzicht in uw problemen te krijgen. Hoe gaat het, nog geen verbetering merkbaar?”
“Jazeker Piet, volgens mij ben ik rijp om ontslagen te worden van dit maandelijkse bezoek”
“Hohoho zandman, zo snel gaat het ook weer niet, waarom denk je dat je reeds zover bent?”
“Omdat ik naderhand jouw gepeperde honorarium niet meer kan ophoesten, en ik heb stilaan terug een heldere kijk op de dingen”
“Een heldere kijk, zullen we dat dan eens uittesten?”
“Goed Piet, let’s go”
“Wat was nu weer de voornaamste reden waarom jij naast die prelaatszetel gegrepen hebt?”
“Omdat sommige mensen niet achter mijn kommandatuur, ik bedoel kandidatuur stonden”
“Waarom die verspreking, waarom zeg je kommandatuur?”
“Zonder bijbedoelingen Piet, ik dacht even terug aan WO.II, aan de Duitsers, aan de SS, maar ik bedoelde kandidatuur”
“Wat deden ze in zo’n kommandatuur, weet je dat?”
“Weerstanders die bij de kraag gegrepen waren, ondervragen en folteren, denk ik”
“Die mensen die jou dwarsgezeten hebben, zou je die graag willen folteren?”
“Je bedoeld of ik graag Telloorlekker zou willen folteren, zo één voor één zijn nagels uittrekken, hem scalperen, een piercing door het puntje van zijn tong boren, hem over gloeiende kolen laten lopen, hem tenslotte laten vierendelen, nee hoor, ik zeg toch dat ik genezen ben!”
“Helemaal overtuigd ben ik nog niet zandman, bewijs het mij dan, dat je genezen bent?”
“Oke Piet, lig jij dan maar op de sofa, we gaan de rollen omdraaien”
En na de facto…
“Wel patiënt, hoe gaat het met jou, ik zie de laatste tijd een gekwelde uitdrukking op jouw gelaat?”
“Hoe kom je daarbij, ik voel me kiplekker”
“Kiplekker, heeft ooit al eens een kip verteld dat ze zich lekker voelde?”
“Kwiet, dat is toch maar een algemeen geldende uitdrukking die ik bezig”
“Kwiet kwiet, ik moet je wel dringend verzoeken om beleefd te blijven tegen uw dokter, en ik blijf erbij, in het begin was jij veel opgewekter”
“Ja zeg, hoe zou je zelf zijn, heb jij dan nooit problemen thuis?”
Na enig nadenken moet ik erkennen dat dit inderdaad het geval is.
“Maar welke problemen dan, vertel ze mij, gegarandeerd dat ik kan helpen”
“De oorzaak is mijn vrouw hé, die heeft gaten in haar handen”
“Hoe bedoel je, heeft die ook aan het kruis gehangen?”
“Nee, ik bedoel dat ze geen geld kan vasthouden, ik mag nog zoveel verdienen met de praktijk hier, aan het einde van de maand staat onze rekening steeds op rood”
“dat is inderdaad geen gezonde kleur” moet ik toegeven.
Eenmaal stond ik aan de kassa van de Carrefour, achter een dame die de buit die ze vergaard had diende af te rekenen. Nadat ze haar bankkaart in die slurpende opening had gestopt, begonnen er onvoorziene dingen te gebeuren. Op fluisterende toon beweerde de kassierster dat er niet voldoende dekking was, waarop de dame een kleurtje kreeg.
Dat kleurtje werdt echter heel wat dieper ingekleurd, toen mijn kleinzoon op niet bepaald een fluistertoontje vroeg of "Die madame geen geld genoeg op de rekening hadt" Ik voelde dus mee met Piet...
“En het gaat van kwaad naar erger, nu begint ze me ook al verwijten te maken dat ik geen echte man ben! En dat ben ik wel, kijk maar”
Ik werp even een vluchtige blik op Piet, maar het is zoals zijn vrouw zegt, niet veel soeps.
“ik word het zo moe als koude pap, vandaag of morgen doe ik haar iets!”
“Nee Piet, dat moet ten allen prijze vermeden worden. Voor moord draai je achter de tralies voor vele jaren, allee toch voor verschillende maanden. Je moet leren om uw emoties in bedwang te houden.
Een nieuwe sessie plan ik voor 5 September, mag ik dan nu 70 eurotjes ontvangen, als het effe kan?”
Daarmee staan we namelijk effen, en ik kom niet meer terug, zeker weten!
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !