Een vloedgolf: van La Palma-Dranouter-De Panne tot Boston
-
Piepauw - Lid geworden op: 04 mar 2004, 21:41
Voortbordurend op het thema 'Vloedgolf' van Foxrosie en om enigszins aan de weliswaar wijze woorden van Tilly te ontsnappen (helpt het als ik bij elke 'vloedgolf' een T van Tilly zet?), open ik met enige arrogantie een nieuwe topic, al zal ik er geen bezwaar bij hebben als de moderatoren een ander rubriekje toewijzen, hoewel ik de edelachtbare deelnemers van de kolderbrigade niet voor de voeten wil lopen.Tilly schreef:Terug naar het thema van deze topic : VLOEDGOLF.
Een zeldzame keer voel ik medelijden, vooral met onwetenden. Van lijden is dan weinig sprake (al ben ik niet gevoelloos), van passie uit ‘compassie’ nog veel minder.
In de onbe-zon-nen vloedgolven (knipoog aan Tilly, het thema komt er echt wel aan) van mijn jeugdiger leven heb ik lang niet begrepen hoe mede-lijden synoniem kon zijn van com-passie: wat had passie nu met lijden te maken?
Tot ik de schaduw-zijde van de liefde leerde kennen en dus jarenlang in de schaduw van het leven kampeerde, de tent-akels van een amoureuze partner ontwijkend. Na x aantal liefdesspartelingen (over het exacte aantal spreek ik niet uit bed, noch uit andere meubelstukken & vertrekken waar …, laat staan over de diva(n) bij en in wie ik lag te genieten) begreep ik dat passie juist àlles met lijden te maken heeft.
In de voorkeursspelling zaliger mocht men trouwens ‘kom-passie’ schrijven: bij elke ontluikende verliefdheid schreeuwden de vezels van mijn lijf: kom passie! Waarna het lijden begon …
Verspilde woorden, maar ach, wat is verspilling? Vraagt u zich nooit af hoeveel u verspilt? Neem een man: vloedgolven (T) vol zaad gestort in elke liefdesnacht, en hoeveel nakomelingen telt u? Gemiddeld 2, afgerond naar boven (bij vrouwen zie ik die afrondingen liever naar beneden).
Maar waar is al uw andere zaad gebleven? Nog een geluk dat bij het merendeel – bijna 1 miljoen Vlamingen niet te na gesproken, ach, ik kan het even niet laten – de hersencellen iets langer meegaan dan hun zaad- en eicellen …
Waarom dus nostalgie koesteren naar de tijd dat ik ipv de dag veeleer nachtvlinders en hoppebellen plukte …
Maar voel vooral geen compassie met mij: ik heb vrede met het verleden en vind bevrediging in het heden: de pen is een vruchtbaar instrument (mag ik de moderatoren verzoeken de bewuste spatie tussen woord 2 en 3 van voorgaande zin niet te deleten?).
***
Nu ben ik na amper enkele zinnen alweer de draad kwijt … Nog zo’n uitdrukking: de draad kwijt. Geen wonder dat we die zo vaak kwijt zijn, er is nauwelijks nog draad in ons leven, wat de West-Vlaamse textielbaronnen in hun beau lieu - maar vooral hun afgedankte werknemers, de clerkjes die in hun (geïmporteerd, netjes Aziatisch gestikt) onderhemd werden gezet - zeker zullen bevestigen.
Vroeger werd er duchtig genaaid (geen miss-verstanden aub), mét draad. Met heimwee denk ik aan de kousen uit mijn jeugd, geërfd van een broer, een bont patchwork van genaaide gaten (een verhaal om zonder geuren en in kleuren te vertellen in een andere rubriek). Toen was ik nog een held op geitenwollen sokken, voorvechter van s(ch)andalen … En ik neem mijn (vinger)hoed af voor de vingervlugge naaisters van weleer, zeker nu ik handelsreiziger ben in knoopsgaten.
Wie naait er nu nog de gaten in zijn/haar kousen dicht? S(t)okoude zeurkousen die dat nog doen … Macramémé’s, want macrapépé’s heb ik in jaren niet gezien. En als goedmakertje tav het vrouwelijk geslacht: pépézewevers die geen garen weten te spinnen …
Maar vooral de huidige en toekomstige generaties raken de draad – zelfs hun giftige scoubidou - kwijt, en goede (d)raad is toch zo duur. Ziet u nog jongeren naaien met draad, macraméren, breien? Maar in hun partnerrijk liefdesleven moeten ze wel hun voeten wassen met sokken aan … Durex, een gat in de markt. En niet dicht te naaien!
Maar daarmee is mijn kous nog niet af: een telefoon met draad wordt stilaan even zeldzaam als een politieman met snor … nog steeds mis ik de draad aan mijn GSM.
En ik ben al niet zo’n fan van hi-tech(nisch werkloos worden al die dradenleggers).
Zelfs internetten gebeurt steeds vaker draadloos, om nog te zwijgen van allerlei gevezelde draden die vroeger in huis, op straat open en bloot tegen muren en tussen palen hingen te bengelen en nu spoorloos, binnenmuurs en ondergronds verdwijnen … Geen wonder dat ook de zwaluwen de draad kwijt zijn: voor de grote trektocht naar het zuiden was het eertijds verzamelen geblazen op allerlei draden. Het beeld is helaas vertekend: 1 zwaluw op een draad maakt de herfst.
Ik weet er soms geen (d)raad mee …
****
Teneinde (d)raad zal ik ‘m maar weer opnemen, ik hoor u al zuchten, Tilly: waar blijft die vloedgolf van La Palma?
Bij mijn talloze escapades door de Nederlandse taal verbeid ik immers in de vreemdste gehuchten, om van de rijkdom van de plaatselijke, sappige dialecten nog maar te zwijgen. Zalig is het verdwalen in de spielerei van woordjes en – heel even – de (letter)greep op je leven en verhaal te verliezen. Er zijn taalvaardige senioren die hier dagelijks wondermooi afdwalen, om met hun kolder lezers van Zolder tot polder te plezieren.
In deze komkommertijd (niet bepaald mijn favoriete groente, tenzij verwerkt in een kwarkfrisse Tzatziki) – waarbij tomatenboeren groen zien bij de prijzen van hun knalrode vruchten(loze arbeid) en sla-bakkende sla-kwekers dan weer in de rode cijfers raken, alle zwartwerk ten spijt: sla & tomaten worden nu immers van Pool tot evenaar gekweekt, vooral door die eerste, de paus zij met hen, elke bok lust nu eenmaal een groen blaadje – geraakte mijn blik versteven bij de onheilstijding van Foxrosie over de vloedgolf van La Palma.
(Ik ben er, Tilly, zoals elke vloedgolf heeft ook dit artikel toch wel enige tijd nodig om aan land te geraken.)
Het toeval – niet in de betekenis van die vallende ziekte, waar ook steeds meer voetballers in het strafschopgebied aan lijden (in Italië – het epi(leptisch)centrum van het moderne voetbal - ook Tottilepsie genaamd) - wil dat ik binnen enkele weken efkes op La Palma mag lanterfanten.
Nu weet ik wel dat dit een Canarisch eiland betreft, maar bij het horen van de naam La Palma denk ik nog steeds terug aan het aartslelijke horeca-etablissement ter hoogte van het Hoogleedse “Land van Belofte”, waar menige Vlaamse schlagerzanger voor een wekelijkse vloedgolf van TOTZ-adepten avant la lettre hun repertoire playbackten, in een balzaal vol zwetende Vlaamse oksels.
De wilde frisheid van Fa(likant en fa-taal fa-beltje waar meloenen, euh, miljoenen consumenten dansend en huppelend door bedrogen worden, of hoe producenten van deodorants stinkend rijk worden) ten spijt.
Rita De-neve, Connie Neef-s & andere Vlaamse nichten zoals Bart Kaëll, maar nog 7 andere k-anjers van mat-rozen die aan lager wal(ly) geraakten, zoals Sommers, Samantha, Salim Segers, Severs, Steeno (het lijkt wel de SS in veelvoud), Micha Marah en Marc Dex (oh …), zijn niet bepaald mijn favoriete clowns in het muziekcircus.
En toch zitten hun namen in mijn geheugen, en zal ik kwijlend hun liedjes kwelen bij vroegtijdige dementie, tot jolijt van menig verpleegstertje, mag ik hopen …
Maar desgevallend liever de dood met de kogel, dan met kleddernatte kinnebak dito slabberlap het oeuvre van bovenvernoemden te neurieën.
(Versta me niet verkeerd: mijn dementerende moeder zaliger heb ik met liefde en tot haar voorlaatste snik helpen verzorgen, haar laatste hebben helaas alleen de muren gehoord … en toen kwam een vloedgolf (T) van tranen bij de 7 kinderen die zij borst, ziel, hart, àlles had gegeven)
Serveer mij dan maar de fo-liekes en de chansons van het brel-jante Vlaamse kliekske kleinkunstartiesten als (smart)lapje voor het muzikale bloeden, maar nog liever Argentijnse tango van Juan Massondo, flamenco of folk uit het b-Ierland bij uitstek (geen bar-bier noch Ara-bier die mij zal tegenspreken): The Chieftains, The Dubliners, Clannad, …
Ik ben dan ook nog in de roes van een zoveelste folkfestival in Dranouter (als ik me niet vergis in de geboortestreek en het Heuvelland van Foxrosie), adorabele dorpjes verscholen tegen de glooiende heuvelwanden. Het jaarlijkse afscheid van een zwoele zomer, het jaarlijkse besef van een jaartje Dra-n-ouder, jaarlijkse bedevaart naar het Lourdes van de folk, en maar hopen dat Bernadette verschijnt, met een kraantje heilig folkwater dat alle dorst lest … Het hoeft niet altijd sjanpoepel te zijn.
Alleen al de wandeling van het dorp naar de weide - via het glooiende weggetje tussen zalig vredige, vrolijke mensen van 7 tot 77 en een lappendeken van tentjes aan de kanten, in een mengeling van geuren en stanken, met wenkende klanken, aanzwellend tot vloedgolven (T) van heerlijke muziek – geeft me groene, mentale energie voor weken.
Nu weet u na “’t Canvas-t nog beter” dat ik een hekel heb aan lawaai en (bompa) lawijt, maar niet alleen de luisterliedjes, ook de snoeiharde electro-folk van buitenlanders en decibel-gen kunnen me in Dranouter best bekoren. De cultuur van de stilte koester ik de rest van het jaar.
Las ik niet bij de verjaardagswensen voor Ed (4 dagen te laat, volgens MC 361 te vroeg) dat er ook 1 Wolkje was … jammer dat ik u niet gezien heb, u zou een welgekomen afkoeling geweest zijn op een zonovergoten festivalweide …
Vergeef me de ode aan dit heerlijk stukje Westhoek, het kerkhof van honderdduizenden soldaten – “altijd iemands vader, altijd iemands kind” -, waar de vloedgolf (T) van een afschuwelijke oorlog strandde, ook het kerkhof en het testament van mijn jeugd …
***
Maar La Palma dus, het meest westelijk gelegen Canarische eiland. Nu wil ik in september eens een weekje gaan luieren, komt Foxrosie aandraven met de onheilsmelding dat dit kleine groene eiland, paradijs voor wandelaars en natuurliefhebbers, volgens de BBC in mekaar zou zakken, wat een oceaanwijde vloedgolf (T) zou veroorzaken.
Meteen voelde ik me een ramptoerist in prematuur. Nu zijn toeristen een ramp op zich (mezelf incluis) en worden de meeste rampen ook nog eens door toeristen veroorzaakt: zie de Spaanse costa’s, en dichter bij huis die eindeloze, duinenvretende lintworm van peperdure blokkendozen aan onze kustlijn, bewoond door inlanders die er nauwelijks nog geraken en er nog minder vertoeven. Met hier en daar een permanente, soms aimabele dakbewoner - decadent zwemmend in zijn vet pensioen - zappend van visnet naar seniorennet.
Akkoord, hij behoort tot de Village People van De Panne, en dus zing ik soms (enigszins verbasterd op de tonen van YMCA): "why, MC, eeh?" Zeker als hij Foxrosie en andere stamgasten er onnodig van langs geeft.
Het enige voordeel van onze skyline is dat men – igv vloedgolf (T) of stijgende zeespiegel door de opwarming – de hele santenboetiek van appartementsgebouwen kan opblazen, dat scheelt een hoop beton bij het aanleggen van een keringsdam ter hoogte van de dijk.
Nu ga ik niet naar La Palma om er vanuit een ligzetel op mijn hotelstrand toe te kijken wat er allemaal voorbij blubbert en flubbert aan menselijk vet, noch om mezelf te etaleren in een afzakkende heupbroek, met “aan de keerzijde gratis panorama over mijn Grand Canyon”.
Ik overdrijf dan wel met een serieuze portie zelfspot in de beschrijving van mijn heus niet zwabberende figuur, toch begin ik me stilaan af te vragen of ik de reserveband van mijn met Michelins voorzien wagen niet per ongeluk heb opgegeten … Straks maar eens een andere spiegel kopen …
Enfin, nader opzoekwerk omtrent de La Palma-vloedgolf leert me dat Foxrosie geen luchtkasteel(bier) b(r)ouwt.
Een mega-Tsunami (het Japans van Katana, het zgn. Katanees, klopt wel degelijk) hangt als een tijdbom in de natuur boven - liever onder - La Palma, want de ondergrondse aardbeving zou dus een allesvernietigende vloedgolf kunnen teweegbrengen als de vulkaankegel van de Cumbre Vieja in zee stort.
Nu ben ik een scepticus, nog heiliger dan Thomas. Pseudo-wetenschappelijke stellingen, paranormale ervaringen, alternatieve geneeswijzen en duiveluitdrijvingen laat ik als UFO’s aan mij voorbijvliegen.
Maar ik word toch een ietsepietsje ongerust: nogal wat wetenschappers van formaat XXL blijken de theorie van de mega-Tsunami te ondersteunen: een vloedgolf van 50 meter zou met de snelheid van een lijnvliegtuig (Air Travel Tsunami Aero Company, kortweg ATTAC genaamd) de oostkust van Amerika teisteren, en alles opslokken tot 20 km landinwaarts.
Wij zouden ervan afkomen met een golfje van 12 tot 15 meter: als deze waarschuwing geen aarde aan de dijk brengt, dan toch een behoorlijke hoeveelheid zeewater, net tot aan het dakterras van MC.
De oplossing voor hem is weer eens simpel: hij kan zo overstappen in een rubberbootje, dat hij nu als door een wesp gestoken kan gaan kopen bij een van zijn zelfVoLDane vrienden-middenstanders op de dijk. (de solden in de Aldi zullen hem wel niet bekoren, de muziek van de “4 seizoenen” – behalve de toeristenrijke zomer – van Viv-aldi misschien iets meer).
Ik weet wel dat er meer nodig is om MC onder het sjabrak van zijn paard te doen kruipen van angst of hem een nacht-merrie te bezorgen …
***
Wat mij echter uitermate intrigeert is de vloedgolf die Amerika zou treffen: ik heb – behalve die Michelins – geen banden, ook niet met Al Qaeda. Maar waarom zou Bin Laden – elke scheet die in de wereld gelaten wordt, schrijft men toch aan hem toe – zijn woestijnhol in Pakistan niet verlaten, bij het plaatselijk filiaal van de firma Woestijnvis een bootje huren volgepropt met explosieven - waaraan nu toch maar hagedissen, schorpioenen en woestijnratten zitten te knagen - zijn allang niet meer gewassen tulband inleveren voor een exemplaar van zeerover Kapitiein Holle Bolle Gijs, een ooglap van piraat Kolesterol Zeewiersnor, en er bij nacht en ontij neerstrijken op een gods- en allahverlaten zwart lavazandstrand in een van de vele baaitjes die La Palma rijk is?
Om er vervolgens verkleed als Aladin eerst in een vliegtuig richting Amerika te stappen, om er in het aanschijn van zijn wonderlamp te gaan neerkijken hoe zijn minder fortuinlijke kompanen à la minute zijn almachtige alaam laten ontploffen op de bergwanden van de Caldera, die een onwaarschijnlijke catastrofe teweegbrengt bij de onderdanen van Bush&Co.
Nu geloof ik niet in sprookjes, maar gezien mijn geplande reis naar La Palma bid ik tot Allah dat Bin Landen nog even wacht met zijn vloedgolf-terrorisme.
God heb ik al aanbeden in het klooster van de Arme Klaren in Brugge, enerzijds om goed weer, overbodig want het regent er niet 1 dag tussen juni en oktober.
Anderzijds opdat in september de ETA-blissementen in La Palma minder bom-vol zouden zitten dan die verfoeilijke West-Vlaamse balzaal …
Wat kan een mens meer doen dan God & Allah te eren?
Nochtans, mijn zalige hotelkamer met zeezicht zal ik niet inruilen voor een tentje langs de flanken van de bedreigde vulkaan, teneinde gewapend met verrekijker en vergrootglas op zoek te gaan naar eventuele vloedgolfterroristen, toch neem ik mezelf voor de plaatselijke autoriteiten bij aankomst te waarschuwen voor mijn rampscenario. Was ‘The day after tomorrow’ niet eerder dit jaar verschenen, ik had er nog een filmscenario aan kunnen overhouden.
Hoe gaarne ik ook Bush eens kopje onder zou zien gaan – zijn Water-loo komt er toch aan, Irakt er niet van onderuit -, ik heb een louter egoïstische reden om deze H2O-aanval op Amerika desnoods eigenhandig te verhinderen.
Enkele weken na La Palma mag ik op uitnodiging – en in gezelschap van het product van een van mijn weinige, niet op de rotsen gestorte zaadcellen - een kleine week naar Boston, al zie ik er ietwat tegenop: behalve een allergie voor wespen, krijg ik er stilaan een voor vliegen. En geen kruidnagel die daartegen helpt.
Nu is een snoepreisje naar de spokenstad van Amerika niet te versmaden, zeker niet als het Boston Police Department je een dagje inviteert en escorteert in de somberste, donkerste arbeiderswijken – waar de gangs de basketbalpleintjes controleren -, met als toemaatje een rondrit- en vaart met een politie-amfibievoertuig op de Mystic Rivers van deze stad.
Al heb ik onlangs gevaren op de grachten van Amsterdam (tot de walletjes onder mijn ogen stonden), ik ga toch even informeren of hun amfibietuigen - Aqua Hummers of Ducks of wat dan ook - de gevolgen van een eventuele vloedgolf uit La Palma kunnen opvangen. Van mijn diploma’s heeft het zwemdiploma van 25m mij immers het meeste zweet gekost, het water staat mij al aan de lippen nog voor ik mijn zwembroek aantrek.
Foxrosie heeft me dus aardig de stuipen op het lijf gejaagd met die vloedgolf (T), een ijskoude douche na bloedhete dagen. Nu zit ik met een ei van Columbus in mijn broek van hier tot in Amerika, want spartelend verzuipen in de dolfijne (d)armen van een inktvis als Bush lijkt me geen aanlokkelijk alternatief voor de palliatieve zorgen van het Minnewater, waar ik ooit wel hoop kopje onder te gaan: de tijd loopt immers als water door onze vingers.
Als ik dus niet meer boven water kom na La Palma & Boston en niet meer op dit stekje van het World Wide Web verschijn, dan weten jullie waar te zoeken: op de vloedlijn, 20 km landinwaarts van wat ooit de Oostkust van Amerika was. Dolgedraaid door die vloedgolf, dus boven mijn theewater, onder het schuimende zeewater.
Liefst in de armen van een zeemeermin, die vol medelijden mond-op-mondbeademing toepast. Want com-passie is lijden …
***
Nu maar hopen dat jullie niet verzopen zijn in mijn vloedgolf van barokkerige, Rubensiaanse woordenschat.
En dat Tilly niet reageert met: “Piepauw, terug naar het thema en let op je woorden, schat”, al is deze laatste splitsing louter dichterlijke vrijheid.
Bij w-eb en vloed, het ga jullie goed!
Laatst gewijzigd door Piepauw op 20 aug 2004, 21:27, 1 keer totaal gewijzigd.
Bij het schrijven van poëzie, heb ik last van Claus-trofobie
(C)opyleft Jasse 1998 * (s)Taal-zonder-waarde
(C)opyleft Jasse 1998 * (s)Taal-zonder-waarde
-
hermano - Lid geworden op: 17 mei 2004, 21:11
- Locatie: Aangespoelde
Piepauw is een dapper en belezen man, dat mag wel duidelijk zijn na zijn prachtige beschrijving van de gevolgen van een dergelijke vloedgolf voor zowel De Panne als Boston, maar waar hij met geen woord over rept en waar wij dus in de kou blijven staan bij zo een warme vloedgolf die op ons afkomt, zijn een aantal kleine bedenkingen.
Het begrip ramptoerisme is ons niet onbekend, en uit bijdragen van de reeds eerder genoemde MC leren we dat het tegenwoordig zelfs al een ramp is om als toerist naar de Belgische kust te gaan, maar wat neemt een toekomstig ramptoerist nu mee in zijn bagage? Welke speciale voorzorgen heeft hij genomen mocht La Palma zich tijdens die ene week dat hij daar is zich niet gedragen zoals het hoort, geduldig de ramptoeristen duldend op zijn lavastranden annex bijhorende 5*****luxehotels met airconditioning? Neemt hij een rubberbootje mee of denkt hij zich dat nog te kunnen aanschaffen op de luchthaven bij aankomst in zijn paradijs? Wat doet hij als bij aankomst blijkt dat alle rubber- en andere bootjes reeds weken uitverkocht zijn, heeft hij het zwemvest gepikt van onder zijn zetel in het vliegtuig of heeft hij zijn eigen gerief bij, bijeen gepropt maar nog niet opgeblazen in zijn handbagage, samen met zijn tandenborstel, zijn kam en zijn zwembroek? Heeft hij een retourticket geboekt of heeft hij veiligheids- en zuinigheidshalve maar een vlucht “aller” genomen, in de zalige gedachte dat hij de terugvlucht in zijn portemonnee kan houden, en dat hij bovendien ook nog eens bespaart op de vlucht Brussel-Boston? Is zijn portemonnee groot genoeg om daarin twee vluchten op te bergen en zo ja, kan die portemonnee dan nog mee in zijn al overvolle handbagage, propvol rubberbootjes, zwemvesten, zwembroeken, zuurstofflessen, snorkel, duikbril en wat er zo nog allemaal komt kijken bij een ongewilde maar gratis overtocht van de oceaan, of moet die worden ingeboekt als gewone bagage en weerom zo ja, is er dan geen overgewicht, zodat er toch moet worden bijbetaald en een groot deel van het prijsvoordeel al verloren gaat? Op die manier zou zijn portemonnee natuurlijk weer een heel stuk lichter worden, zodat die in dat geval toch weer in zijn handbagage zou kunnen, maar zo draaien we rond in cirkels en het is de bedoeling om als gieren in La Palma neer te strijken om ter plaatse de ramp te kunnen meemaken en niet om boven Zaventem te blijven cirkelen.
Heeft Foxrosie misschien toch overdreven en is er helemaal geen ramp op komst of zal het weeral zo’n vaart niet lopen, of heeft Piepauw misschien met de kennis van zaken die hem eigen is, zeg maar met voorkennis die zelfs strafbaar is, zijn vakantie geboekt op de andere kant van het eiland die helemaal niet in zee gaat storten? Het zou hem in elk geval een eerste klas uitzicht geven op de grote ramp, waarbij hij de helft van het eiland onder water ziet verdwijnen, terwijl hij rustig geniet van zijn vierde cuba libre, inbegrepen in zijn all inclusive, en hij zou nog juist de tijd hebben om even te wuiven naar zijn onfortuinlijke collega-toeristen die hun gratis reis naar Amerika aanvangen. Waar zit je tenslotte beter dan op een plaats vlakbij de ramp, waar de grote tsunami vertrekt zonder dat hij ter plaatse enige schade zal aanrichten, anders gezegd, heeft Piepauw misschien door dat hij de enige plaats op aarde heeft gevonden waar het nog veilig is? Hoe kan er in feite een Japanse tsunami, die eigen is aan de Chinese zee, vertrekken van op een Canarisch eiland, alle katanezen ten spijt en gaat het niet eerder om een marejada, en deze Spaanse vloedgolf schrijf ik niet alleen om de Spanjaarden te vriend te houden en om mijn vakantie ook nog eens te mogen doorbrengen op Gran Canaria maar uit logische overwegingen.
Mocht hij nu toch al dan niet bewust geboekt hebben voor de verkeerde kant van het eiland, hoe bereidt hij dan zoiets voor? Hij zit daar dan rustig op een lavastrand, hij weet dat het op komst is, alles begint te kraken en te daveren, het bier klutst uit zijn pas bestelde maar gelukkig nog niet betaalde dos cervezas y un cafe con leche por favor, zijn hotel zakt als een kaartenhuisje ineen, de aarde doet hem ongewild de samba dansen, hopelijk met een lokale schoonheid in zijn armen, hij heeft nog net de tijd om te wuiven naar de collega’s die slimmer waren en de andere kant hebben geboekt, hij werpt een laatste blik op die mensen met hun vierde cuba libre, en dan is hij weg. Zorgt hij er dan voor dat hij ’s morgens van het ontbijtbuffet de nodige mondvoorraad meeneemt, enkele koeken voor onderweg waterdicht ingepakt in aluminiumfolie samen met een flesje water, en dat zijn waterdichte tas met voorraad, rubberbootje en duikbril altijd binnen handbereik is? Hoe spreekt hij af met familie, vrienden en kennissen, heeft ieder van hen een dergelijke tas bij zich, heeft iedereen een plan van het punt van samenkomst in de Verenigde Staten mochten ze mekaar onverwachts kwijtraken? Heeft iedereen wel zijn internationale reispas bij zich, die nog tenminste 6 maanden geldig is vanaf de aankomst en hoe denkt hij er zich uit te praten bij de Amerikaanse immigratie, waar hij zich moest melden bij aankomst aldaar en niet 20 km diep het binnenland in? Denkt hij misschien dat hij er zich gaat uit redden door tegen die gasten te zeggen: ja maar, er was een vloedgolf, of rekent hij op zijn relaties in Boston en denkt hij te worden opgevangen door zijn met kennissen bevolkte lokale politie die zich al 20 km heeft teruggetrokken om van daaruit de misdaad efficiënter te kunnen bestrijden samen met de Amerikaanse coastguard die haar schepen nu al heeft gestationeerd in Lexington, Concord, Milton of Brockton?
Wat ik bij hem ook niet tegenkom is enige compassie met de lokale bevolking van La Palma, zelfs niet met de vrouwelijke helft ervan en niemand lijkt zich de minste zorgen te maken om wat er met hen gebeurt. Hoe moet dat nu verder met hun eiland, misschien beter met hun halve eiland, zullen zij nu in het vervolg maar de helft van de toeristen meer kunnen ontvangen, of beslissen zij gemeenschappelijk om hun prijzen dan maar te halveren? Waar is de helft van hun eiland nu eigenlijk naartoe, kan er worden gedacht aan wederopbouw al dan niet met steun van het Spaanse vasteland, of misschien van de Europese Unie of althans het gedeelte ervan dat niet is overstroomd, komt de bekende Hollandse bergingsfirma, die ik niet mag noemen, in actie om die helft nog te bergen en met secondenlijm terug op zijn plaats te bevestigen, worden enkel de schatten en de brandkoffers van de hotels nog opgedoken of hoe zit het daarmee?
Dan tenslotte nog een laatste bedenking over de gevolgen voor ons land, die toch ook aanzienlijk zullen zijn en waar Piepauw enkel maar oog heeft voor MC, die van op zijn dakterras zal kunnen overstappen in zijn vissersbootje zoals ik ook al eens heb aangehaald. Mits aanleren van het katanees kan hij trouwens asiel krijgen in “de” Limburg, dat staat nu al vast, maar het wordt ook een ramp voor onze andere badsteden en zelfs het geliefde Brugge gaat niet ontsnappen. In plaats van ooit een zachte dood te vinden aan het lieflijke Minnewater zoals hij hoopt, en vermoedelijk weeral in de armen van een plaatselijke schone, mag hij er van uitgaan dat hij vijftien meter boven de grote markt de Mercator zal zien voorbijdrijven samen met een aantal golfballen die allemaal zullen aanspoelen op het strand van Geraardsbergen zoals ik ergens anders al heb meegedeeld. Toeristen zullen bij kalme zee in drommen afzakken of afvaren richting Brugge in een bootje met glasbodem om zo de vergane glorie van die spookstad nog te kunnen bekijken!
Herman
Het begrip ramptoerisme is ons niet onbekend, en uit bijdragen van de reeds eerder genoemde MC leren we dat het tegenwoordig zelfs al een ramp is om als toerist naar de Belgische kust te gaan, maar wat neemt een toekomstig ramptoerist nu mee in zijn bagage? Welke speciale voorzorgen heeft hij genomen mocht La Palma zich tijdens die ene week dat hij daar is zich niet gedragen zoals het hoort, geduldig de ramptoeristen duldend op zijn lavastranden annex bijhorende 5*****luxehotels met airconditioning? Neemt hij een rubberbootje mee of denkt hij zich dat nog te kunnen aanschaffen op de luchthaven bij aankomst in zijn paradijs? Wat doet hij als bij aankomst blijkt dat alle rubber- en andere bootjes reeds weken uitverkocht zijn, heeft hij het zwemvest gepikt van onder zijn zetel in het vliegtuig of heeft hij zijn eigen gerief bij, bijeen gepropt maar nog niet opgeblazen in zijn handbagage, samen met zijn tandenborstel, zijn kam en zijn zwembroek? Heeft hij een retourticket geboekt of heeft hij veiligheids- en zuinigheidshalve maar een vlucht “aller” genomen, in de zalige gedachte dat hij de terugvlucht in zijn portemonnee kan houden, en dat hij bovendien ook nog eens bespaart op de vlucht Brussel-Boston? Is zijn portemonnee groot genoeg om daarin twee vluchten op te bergen en zo ja, kan die portemonnee dan nog mee in zijn al overvolle handbagage, propvol rubberbootjes, zwemvesten, zwembroeken, zuurstofflessen, snorkel, duikbril en wat er zo nog allemaal komt kijken bij een ongewilde maar gratis overtocht van de oceaan, of moet die worden ingeboekt als gewone bagage en weerom zo ja, is er dan geen overgewicht, zodat er toch moet worden bijbetaald en een groot deel van het prijsvoordeel al verloren gaat? Op die manier zou zijn portemonnee natuurlijk weer een heel stuk lichter worden, zodat die in dat geval toch weer in zijn handbagage zou kunnen, maar zo draaien we rond in cirkels en het is de bedoeling om als gieren in La Palma neer te strijken om ter plaatse de ramp te kunnen meemaken en niet om boven Zaventem te blijven cirkelen.
Heeft Foxrosie misschien toch overdreven en is er helemaal geen ramp op komst of zal het weeral zo’n vaart niet lopen, of heeft Piepauw misschien met de kennis van zaken die hem eigen is, zeg maar met voorkennis die zelfs strafbaar is, zijn vakantie geboekt op de andere kant van het eiland die helemaal niet in zee gaat storten? Het zou hem in elk geval een eerste klas uitzicht geven op de grote ramp, waarbij hij de helft van het eiland onder water ziet verdwijnen, terwijl hij rustig geniet van zijn vierde cuba libre, inbegrepen in zijn all inclusive, en hij zou nog juist de tijd hebben om even te wuiven naar zijn onfortuinlijke collega-toeristen die hun gratis reis naar Amerika aanvangen. Waar zit je tenslotte beter dan op een plaats vlakbij de ramp, waar de grote tsunami vertrekt zonder dat hij ter plaatse enige schade zal aanrichten, anders gezegd, heeft Piepauw misschien door dat hij de enige plaats op aarde heeft gevonden waar het nog veilig is? Hoe kan er in feite een Japanse tsunami, die eigen is aan de Chinese zee, vertrekken van op een Canarisch eiland, alle katanezen ten spijt en gaat het niet eerder om een marejada, en deze Spaanse vloedgolf schrijf ik niet alleen om de Spanjaarden te vriend te houden en om mijn vakantie ook nog eens te mogen doorbrengen op Gran Canaria maar uit logische overwegingen.
Mocht hij nu toch al dan niet bewust geboekt hebben voor de verkeerde kant van het eiland, hoe bereidt hij dan zoiets voor? Hij zit daar dan rustig op een lavastrand, hij weet dat het op komst is, alles begint te kraken en te daveren, het bier klutst uit zijn pas bestelde maar gelukkig nog niet betaalde dos cervezas y un cafe con leche por favor, zijn hotel zakt als een kaartenhuisje ineen, de aarde doet hem ongewild de samba dansen, hopelijk met een lokale schoonheid in zijn armen, hij heeft nog net de tijd om te wuiven naar de collega’s die slimmer waren en de andere kant hebben geboekt, hij werpt een laatste blik op die mensen met hun vierde cuba libre, en dan is hij weg. Zorgt hij er dan voor dat hij ’s morgens van het ontbijtbuffet de nodige mondvoorraad meeneemt, enkele koeken voor onderweg waterdicht ingepakt in aluminiumfolie samen met een flesje water, en dat zijn waterdichte tas met voorraad, rubberbootje en duikbril altijd binnen handbereik is? Hoe spreekt hij af met familie, vrienden en kennissen, heeft ieder van hen een dergelijke tas bij zich, heeft iedereen een plan van het punt van samenkomst in de Verenigde Staten mochten ze mekaar onverwachts kwijtraken? Heeft iedereen wel zijn internationale reispas bij zich, die nog tenminste 6 maanden geldig is vanaf de aankomst en hoe denkt hij er zich uit te praten bij de Amerikaanse immigratie, waar hij zich moest melden bij aankomst aldaar en niet 20 km diep het binnenland in? Denkt hij misschien dat hij er zich gaat uit redden door tegen die gasten te zeggen: ja maar, er was een vloedgolf, of rekent hij op zijn relaties in Boston en denkt hij te worden opgevangen door zijn met kennissen bevolkte lokale politie die zich al 20 km heeft teruggetrokken om van daaruit de misdaad efficiënter te kunnen bestrijden samen met de Amerikaanse coastguard die haar schepen nu al heeft gestationeerd in Lexington, Concord, Milton of Brockton?
Wat ik bij hem ook niet tegenkom is enige compassie met de lokale bevolking van La Palma, zelfs niet met de vrouwelijke helft ervan en niemand lijkt zich de minste zorgen te maken om wat er met hen gebeurt. Hoe moet dat nu verder met hun eiland, misschien beter met hun halve eiland, zullen zij nu in het vervolg maar de helft van de toeristen meer kunnen ontvangen, of beslissen zij gemeenschappelijk om hun prijzen dan maar te halveren? Waar is de helft van hun eiland nu eigenlijk naartoe, kan er worden gedacht aan wederopbouw al dan niet met steun van het Spaanse vasteland, of misschien van de Europese Unie of althans het gedeelte ervan dat niet is overstroomd, komt de bekende Hollandse bergingsfirma, die ik niet mag noemen, in actie om die helft nog te bergen en met secondenlijm terug op zijn plaats te bevestigen, worden enkel de schatten en de brandkoffers van de hotels nog opgedoken of hoe zit het daarmee?
Dan tenslotte nog een laatste bedenking over de gevolgen voor ons land, die toch ook aanzienlijk zullen zijn en waar Piepauw enkel maar oog heeft voor MC, die van op zijn dakterras zal kunnen overstappen in zijn vissersbootje zoals ik ook al eens heb aangehaald. Mits aanleren van het katanees kan hij trouwens asiel krijgen in “de” Limburg, dat staat nu al vast, maar het wordt ook een ramp voor onze andere badsteden en zelfs het geliefde Brugge gaat niet ontsnappen. In plaats van ooit een zachte dood te vinden aan het lieflijke Minnewater zoals hij hoopt, en vermoedelijk weeral in de armen van een plaatselijke schone, mag hij er van uitgaan dat hij vijftien meter boven de grote markt de Mercator zal zien voorbijdrijven samen met een aantal golfballen die allemaal zullen aanspoelen op het strand van Geraardsbergen zoals ik ergens anders al heb meegedeeld. Toeristen zullen bij kalme zee in drommen afzakken of afvaren richting Brugge in een bootje met glasbodem om zo de vergane glorie van die spookstad nog te kunnen bekijken!
Herman
-
wolkje
Piepauw schreef:
Sorry Piepauw, ik was incognito in het zalige Dranouter, nu ben ik weer alom aanwezig!
Las ik niet bij de verjaardagswensen voor Ed (4 dagen te laat, volgens MC 361 te vroeg) dat er ook 1 Wolkje was … jammer dat ik u niet gezien heb, u zou een welgekomen afkoeling geweest zijn op een zonovergoten festivalweide …
Vergeef me de ode aan dit heerlijk stukje Westhoek, het kerkhof van honderdduizenden soldaten – “altijd iemands vader, altijd iemands kind” -, waar de vloedgolf (T) van een afschuwelijke oorlog strandde, ook het kerkhof en het testament van mijn jeugd …
Sorry Piepauw, ik was incognito in het zalige Dranouter, nu ben ik weer alom aanwezig!
-
Piepauw - Lid geworden op: 04 mar 2004, 21:41
Herman
Met enige verwondering tegen het leven aankijkend, weet ik dat vragen belangrijker zijn dan antwoorden …
U stelt er een wasmand vol van: u vraagt mij het hemd van mijn lijf.
Een mens hoeft niet alles te weten: 'kennis' is maar een goeie kennis, het hart (op de goede plaats) is mijn beste vriend.
Leven met de verwondering en de bewondering van een kind maakt het leven zoveel mooier.
Met enige vertraging toch een reactie. Na mijn vorige bijdrage heb ik immers alle plagen van Egypte, en ben ik als een mummie aan handen en voeten gebonden:
- alhoewel ik graag bij de pinken ben, zijn de pinkmuizen van mijn beide handen verrekt: ik kan tot Pink-steren volgend jaar geen spier verroeren, laat staan als een Pink Panther tokkelen op toetsen;
- mijn beide gezwollen ringvingers hebben ook al de kramp: de ringen aan mijn vingers (waarmee ik ooit mijn vrijheid liet ringeloren) spannen als een ouderwetse en bovenmaatse Margriet Hermans in een st-ring van Miss Belgian Beauty;
- aan mijn middelvingers ontbreken sedert de verkiezingen van 2001 enkele kootjes: zonder enig fingerspitzengefühl opgepeuzeld door ijverige stemmenronselaars van een partij, die voor elk probleem de vreemdelingen met hun middelvinger als schuldigen aanwijzen. En aan wie ik even mijn middelvingers liet zien toen ze aan de deur om mijn stem kwamen bedelen. Die zeldzame keer verloor ik behalve mijn geduld dus ook 2 kootjes;
- op mijn wijsvingers is al teveel getikt toen ik die vingers op zere plekken legde, die wijsvingers vertikken het dus om nog te tikken: heel wijs van hen.
- nu zat ik hier duimelend een ganse week met mijn duimen te draaien, van alles uit mijn duimen te zuigen - van Duimelotje tot Klein Duimpje - zoekend naar wat vingers in de pap van het aardse leven.
Ik hoor u al zuchten, Herman: “Er zijn wel meer mensen ge-hand-icapt, veeg daar uw zweetvoeten aan, en schilder met uw tenen wat voetnoten met uw voetklavier, als ge maar voor het voetlicht komt”.
Maar ook dat verbieden orthopediste Magda Platvoet en reflexologe Lena Holvoet, met wie ik liever niet op gespannen voet leef: hun adviezen wil ik niet met de voeten treden, die zijn nogal rap op hun zere tenen getrapt, al krijg ik er kromme tenen van.
Ze kunnen dan wel als Magdalena mijn voeten kussen, maar dat doen ze niet om volgende kwalen:
- mijn kleine tenen verdwijnen als pupillen onder een joekel van een eksteroog;
- mijn ringtenen hebben aan de muizen last van w-ratten, als pukkelpopperige teen-agers na een jaar schoolzwemmen;
- mijn middelste tenen hebben behalve art-rose ook nog eens likdoornen: geen rozen zonder doornen;
- mijn wijstenen staan vol schimmels, als waren het zwamvlokken van oude Gouda na 3 weken buitenlucht;
- op mijn dikke tenen met gescheurde nagels branden ook nog eens blaren, zodat zelfs mijn Mephisto’s en mijn Clarks niet eens meer weten waar het schoentje wringt ...
Ik kan niet eens meer uit mijn sloffen schieten, laat staan erin.
Zelfs mijn podologe, mevrouw Reuma, en mijn pedicure, mevrouw Hoornnagel, verbieden mij dus ten strengste om met mijn voeten te (laten) spelen.
Alhoewel ik sedert mijn verblijf in het mond-aine Mondorf-Les-Bains enige last heb van mond-en klauwzeer moet ik u met een mond vol tanden, maar met mondjesmaat en met minder klasse dan Mond-riaan naar de mond praten: als mondschilder bedien ik via het penseel de toetsen, als een ezel voor een palet vol l-etters.
En u met uw mondjevol vragen verwijzen naar Le Mond-e, besluitend met de laatste woorden van Willem I in 1584: “Mon D-ieu, ayez pitié de mon âme”.
Waarna God hem de woorden uit zijn mond nam en de verpleegster er zedig een vinger op legde.
Mond-iale groeten
Met enige verwondering tegen het leven aankijkend, weet ik dat vragen belangrijker zijn dan antwoorden …
U stelt er een wasmand vol van: u vraagt mij het hemd van mijn lijf.
Een mens hoeft niet alles te weten: 'kennis' is maar een goeie kennis, het hart (op de goede plaats) is mijn beste vriend.
Leven met de verwondering en de bewondering van een kind maakt het leven zoveel mooier.
Met enige vertraging toch een reactie. Na mijn vorige bijdrage heb ik immers alle plagen van Egypte, en ben ik als een mummie aan handen en voeten gebonden:
- alhoewel ik graag bij de pinken ben, zijn de pinkmuizen van mijn beide handen verrekt: ik kan tot Pink-steren volgend jaar geen spier verroeren, laat staan als een Pink Panther tokkelen op toetsen;
- mijn beide gezwollen ringvingers hebben ook al de kramp: de ringen aan mijn vingers (waarmee ik ooit mijn vrijheid liet ringeloren) spannen als een ouderwetse en bovenmaatse Margriet Hermans in een st-ring van Miss Belgian Beauty;
- aan mijn middelvingers ontbreken sedert de verkiezingen van 2001 enkele kootjes: zonder enig fingerspitzengefühl opgepeuzeld door ijverige stemmenronselaars van een partij, die voor elk probleem de vreemdelingen met hun middelvinger als schuldigen aanwijzen. En aan wie ik even mijn middelvingers liet zien toen ze aan de deur om mijn stem kwamen bedelen. Die zeldzame keer verloor ik behalve mijn geduld dus ook 2 kootjes;
- op mijn wijsvingers is al teveel getikt toen ik die vingers op zere plekken legde, die wijsvingers vertikken het dus om nog te tikken: heel wijs van hen.
- nu zat ik hier duimelend een ganse week met mijn duimen te draaien, van alles uit mijn duimen te zuigen - van Duimelotje tot Klein Duimpje - zoekend naar wat vingers in de pap van het aardse leven.
Ik hoor u al zuchten, Herman: “Er zijn wel meer mensen ge-hand-icapt, veeg daar uw zweetvoeten aan, en schilder met uw tenen wat voetnoten met uw voetklavier, als ge maar voor het voetlicht komt”.
Maar ook dat verbieden orthopediste Magda Platvoet en reflexologe Lena Holvoet, met wie ik liever niet op gespannen voet leef: hun adviezen wil ik niet met de voeten treden, die zijn nogal rap op hun zere tenen getrapt, al krijg ik er kromme tenen van.
Ze kunnen dan wel als Magdalena mijn voeten kussen, maar dat doen ze niet om volgende kwalen:
- mijn kleine tenen verdwijnen als pupillen onder een joekel van een eksteroog;
- mijn ringtenen hebben aan de muizen last van w-ratten, als pukkelpopperige teen-agers na een jaar schoolzwemmen;
- mijn middelste tenen hebben behalve art-rose ook nog eens likdoornen: geen rozen zonder doornen;
- mijn wijstenen staan vol schimmels, als waren het zwamvlokken van oude Gouda na 3 weken buitenlucht;
- op mijn dikke tenen met gescheurde nagels branden ook nog eens blaren, zodat zelfs mijn Mephisto’s en mijn Clarks niet eens meer weten waar het schoentje wringt ...
Ik kan niet eens meer uit mijn sloffen schieten, laat staan erin.
Zelfs mijn podologe, mevrouw Reuma, en mijn pedicure, mevrouw Hoornnagel, verbieden mij dus ten strengste om met mijn voeten te (laten) spelen.
Alhoewel ik sedert mijn verblijf in het mond-aine Mondorf-Les-Bains enige last heb van mond-en klauwzeer moet ik u met een mond vol tanden, maar met mondjesmaat en met minder klasse dan Mond-riaan naar de mond praten: als mondschilder bedien ik via het penseel de toetsen, als een ezel voor een palet vol l-etters.
En u met uw mondjevol vragen verwijzen naar Le Mond-e, besluitend met de laatste woorden van Willem I in 1584: “Mon D-ieu, ayez pitié de mon âme”.
Waarna God hem de woorden uit zijn mond nam en de verpleegster er zedig een vinger op legde.
Mond-iale groeten
Bij het schrijven van poëzie, heb ik last van Claus-trofobie
(C)opyleft Jasse 1998 * (s)Taal-zonder-waarde
(C)opyleft Jasse 1998 * (s)Taal-zonder-waarde
-
hermano - Lid geworden op: 17 mei 2004, 21:11
- Locatie: Aangespoelde
Zeer geëerde collega,
Ik geef het op. Je schrijft beter dan ik, daar heeft nooit iemand aan getwijfeld, je gebruikt de taal op een prachtige en onnavolgbare manier omdat je ze vollledig in je vingers hebt en dat zindert door tot in de toppen van de tenen van de lezers, allles wat uit je vingers komt is precies goud, zodat jij de lezers natuurlijk op je hand hebt en ze aan je voeten liggen, het is jammer dat ik je ongetwijfeld prachtige handschrift niet kan bewonderen. Op mijn toch voor de hand liggende en pertinenente vraag die cursief gedrukt stond (Italic voor specialisten) heb ik nog geen antwoord gekregen: heeft Piepauw nu de enige plaats ter wereld gevonden waar het nog veilig is?
Kan ik hem nu met de vinger wijzen omdat hij weigert te antwoorden en ons op die manier dezelfde veiligheid ontzegt? Heeft hij steeds de vinger aan de pols zodat hij met zijn voorkennis misschien zelfs een vinger in de pap heeft omtrent het tijdstip van de nakende ramp, heeft hij misschien zelfs de vinger aan de trekker omwille van banden met de terroristen omdat hij de broodnodige lucifers in handen heeft om het vuur aan de lont te steken, heeft hij zelfs bij Al Quaeda een voet in huis of houdt hij gewoon de vinger op de knip om te beletten dat de prijzen op La Palma de pan zouden uitrijzen? Mocht hij deze truuk niet gebruiken dan kan hij op zijn vingers natellen dat het risico er inderdaad inzit. Ik durf er mijn vinger voor opsteken dat ik nu niet ver naast de waarheid zit, meer nog, ik durf er mijn hand voor in het vuur steken. Hij wil dus duidelijk geen vinger uitsteken om ons allen ook te kunnen redden en het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voordat ik begreep dat dit zijn werkelijke drijfveer was! Misschien vreest hij dat hij het halve eiland met ons allemaal zou moeten delen en dat hij ons moeilijk een vinger kan geven, bevreesd omdat we anders de hele hand zouden grijpen.
Is zijn verhaal over Boston waar hij zogezegd naartoe gaat misschien een vingerwijzing voor ons omdat hij weet dat precies daar de vloedgolf het meest vernietigend zal toeslaan, in de hoop dat wij allen ons de voeten vanonder ons lijf zullen lopen om daar onze ondergang tegemoet te gaan zodat wij allemaal alleen nog met onze voeten vooruit zouden terugkeren? Denkt hij misschien op deze manier met onze voeten te spelen omdat hij in een vijfsterrenhotel all inclusive zit te genieten van prachtige diners, om duimen en vingers van af te likken, terwijl wij daar in een derdeklas barak hokken, waar het stinkt naar ongewassen sokken en zweetvoeten en ondertussen met onze vingers zitten te draaien? Hij moet niet denken dat wij allemaal doetjes zijn die hij om zijn vinger kan winden of dat we uit zijn hand zouden eten!
Opnieuw heb ik hele belangrijke vragen gesteld en ik zal hem streng op de vingers kijken of hij ditmaal wel met de juiste antwoorden komt aandraven en hij moet niet denken dat hij die zo maar uit zijn duim zal kunnen zuigen. Mijn fingerspitzengefülh bedriegt mij maar zelden en ik voel de kille hand van de dood al in mijn nek, hij moet toch opletten als het verkeerd afloopt dat ik hem niet in mijn vingers krijg, dat ik de nodige bewijsstukken in handen zou krijgen en hem flink onder handen zou nemen!
Collega, enkel nog voor de goede orde: ik wens je helemaal niet het hemd van het lijf te vragen, omdat ik zojuist de hand heb kunnen leggen op een aantal tweedehandse hemden, zodat niemand mij kan verwijten dat ik een gat in mijn hand zou hebben of dat ik met mijn vingers aan iemand anders gerief zou zitten.
Herman
Ik geef het op. Je schrijft beter dan ik, daar heeft nooit iemand aan getwijfeld, je gebruikt de taal op een prachtige en onnavolgbare manier omdat je ze vollledig in je vingers hebt en dat zindert door tot in de toppen van de tenen van de lezers, allles wat uit je vingers komt is precies goud, zodat jij de lezers natuurlijk op je hand hebt en ze aan je voeten liggen, het is jammer dat ik je ongetwijfeld prachtige handschrift niet kan bewonderen. Op mijn toch voor de hand liggende en pertinenente vraag die cursief gedrukt stond (Italic voor specialisten) heb ik nog geen antwoord gekregen: heeft Piepauw nu de enige plaats ter wereld gevonden waar het nog veilig is?
Kan ik hem nu met de vinger wijzen omdat hij weigert te antwoorden en ons op die manier dezelfde veiligheid ontzegt? Heeft hij steeds de vinger aan de pols zodat hij met zijn voorkennis misschien zelfs een vinger in de pap heeft omtrent het tijdstip van de nakende ramp, heeft hij misschien zelfs de vinger aan de trekker omwille van banden met de terroristen omdat hij de broodnodige lucifers in handen heeft om het vuur aan de lont te steken, heeft hij zelfs bij Al Quaeda een voet in huis of houdt hij gewoon de vinger op de knip om te beletten dat de prijzen op La Palma de pan zouden uitrijzen? Mocht hij deze truuk niet gebruiken dan kan hij op zijn vingers natellen dat het risico er inderdaad inzit. Ik durf er mijn vinger voor opsteken dat ik nu niet ver naast de waarheid zit, meer nog, ik durf er mijn hand voor in het vuur steken. Hij wil dus duidelijk geen vinger uitsteken om ons allen ook te kunnen redden en het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voordat ik begreep dat dit zijn werkelijke drijfveer was! Misschien vreest hij dat hij het halve eiland met ons allemaal zou moeten delen en dat hij ons moeilijk een vinger kan geven, bevreesd omdat we anders de hele hand zouden grijpen.
Is zijn verhaal over Boston waar hij zogezegd naartoe gaat misschien een vingerwijzing voor ons omdat hij weet dat precies daar de vloedgolf het meest vernietigend zal toeslaan, in de hoop dat wij allen ons de voeten vanonder ons lijf zullen lopen om daar onze ondergang tegemoet te gaan zodat wij allemaal alleen nog met onze voeten vooruit zouden terugkeren? Denkt hij misschien op deze manier met onze voeten te spelen omdat hij in een vijfsterrenhotel all inclusive zit te genieten van prachtige diners, om duimen en vingers van af te likken, terwijl wij daar in een derdeklas barak hokken, waar het stinkt naar ongewassen sokken en zweetvoeten en ondertussen met onze vingers zitten te draaien? Hij moet niet denken dat wij allemaal doetjes zijn die hij om zijn vinger kan winden of dat we uit zijn hand zouden eten!
Opnieuw heb ik hele belangrijke vragen gesteld en ik zal hem streng op de vingers kijken of hij ditmaal wel met de juiste antwoorden komt aandraven en hij moet niet denken dat hij die zo maar uit zijn duim zal kunnen zuigen. Mijn fingerspitzengefülh bedriegt mij maar zelden en ik voel de kille hand van de dood al in mijn nek, hij moet toch opletten als het verkeerd afloopt dat ik hem niet in mijn vingers krijg, dat ik de nodige bewijsstukken in handen zou krijgen en hem flink onder handen zou nemen!
Collega, enkel nog voor de goede orde: ik wens je helemaal niet het hemd van het lijf te vragen, omdat ik zojuist de hand heb kunnen leggen op een aantal tweedehandse hemden, zodat niemand mij kan verwijten dat ik een gat in mijn hand zou hebben of dat ik met mijn vingers aan iemand anders gerief zou zitten.
Herman
-
hermano - Lid geworden op: 17 mei 2004, 21:11
- Locatie: Aangespoelde
Ah mon Dieu, hoe kon H. Poirot nu zo blind zijn! Hastings, de zaak is nu zonneklaar, we hebben hier te maken met een duivels plan, dat alleen maar afkomstig kan zijn van een meesterbrein, Goldfinger, Dr. No en G. Bush in één persoon! Vraag dat iedereen in de salon bij mekaar komt, en verwittig chief-inspector Japp.
Iedereen zit te wachten, H. Poirot komt binnen en Japp zegt: “Goedemorgen Pwaroow, wie is de dader?” “Ah, een ogenblik geduld, mon ami, orde en methode n’est-ce pas” en hij begon zoals gebruikelijk aan zijn lange monoloog.
“Deze zaak is uitzonderlijk gecompliceerd en de dader is er zelfs in geslaagd om Poirot lange tijd te misleiden, maar zoals altijd zijn het de kleine dingen die hem op het spoor hebben gebracht, want een misdadiger maakt altijd kleine fouten en het is niet mogelijk om Poirot om de tuin te blijven leiden. Wat lange tijd onduidelijk was, was het motief van deze duivelse misdaad, maar toen dat opgelost was bleek de zaak zonneklaar. Zelfs een meesterbrein moet het afleggen tegen de kleine grijze celletjes van H. Poirot.
Het begon met een artikel in de krant, over het gevaar dat over La Palma hing waarbij mogelijk een deel van het eiland in zee zou storten. Dan stelt Poirot zich de vraag hoe een eenvoudige reporter van een krant zoiets kan weten, tenzij hij natuurlijk een tip heeft ontvangen. De dader zelf heeft dat artikel in de krant doen verschijnen en hij slaagde in zijn opzet: de toeristen annuleerden massaal hun reis naar La Palma, zodat hij het eiland voor zich alleen zou hebben en zijn snode plan kon uitvoeren. Hij weet ook dat het nieuws van vandaag morgen al oud nieuws is en dat hij dan ook snel zou moeten handelen.
Dan volgde een eerste tegenslag, omdat Foxrosie in de rubriek “Nieuws” een onderwerp opstartte met als titel “Vloedgolf”, de dader was verontrust en wat hij mocht vrezen gebeurde ook, het onderwerp bleef actueel, dagelijks bleven er berichtjes binnenstromen en zijn meesterplan kwam in gevaar. Hij besloot in te grijpen met een volgende meesterzet, hij startte zelf een onderwerp op met als titel “een vloedgolf: van La Palma-Dranouter-De Panne tot Boston” en hij plaatste dit in de rubriek “Openbaar debat / Overige discussies”. Deze rubriek is veel minder schadelijk dan “Nieuws” omdat het hier nog enkel maar over onschuldige discussies gaat waar niemand echt belang aan hecht. Bovendien is hij gewoon om een artikel te plaatsen en dan wordt het onmiddellijk een volle week stil, alle forums blijven een week lang leeg, niemand waagt het nog in zijn eigen armzalige taal iets te schrijven over gelijk wat, behalve natuurlijk enkele onverlaten van cultuurbarbaren in “Politiek” of “Nieuws” die gewoon blijven voortdoen, zonder te beseffen wat er gaande is brabbelen ze onder mekaar verder.
Aan dat artikel besteedde hij uitzonderlijk veel aandacht, het moest een pareltje worden dat ditmaal zeker zijn effect niet mocht missen en dat de lont definitief uit het kruidvat moest halen. Hij sprak over vrouwen, in bed, op de divan, in of op andere meubelstukken die hij niet wilde noemen, over Al Quaeda, over Dranouter, De Panne, Boston, en hij strooide kwistig zand in de ogen van de lezers. Miss Lemmon heeft immers uitgezocht dat er niets aan de hand is met het festival van Dranouter dat helemaal niet in De Panne is doorgegaan, maar gewoon daar waar het altijd plaatsheeft: in Dranouter. Waarom deze misleiding, is dat misschien ook zo met Boston, wat is er aan de hand met Boston? Het antwoord is doodsimpel: niets, het is een gewone stad zoals alle Amerikaanse steden, maar in dit artikel waagt de meestercrimineel het zelfs om zijn misdaad te verantwoorden, hij voorspelt hoe het die zal begaan en hij voorspelt zelfs de gevolgen! Un instant, straks wordt alles duidelijk.
Er bleven veel vragen over en met orde en methode heeft Poirot die dan op een rijtje gezet en hem voorgelegd. Hij stelde bewust ook die ene vraag die niet mocht gesteld worden, en dan nog in cursief: is La Palma de enige veilige plek? Nu panikeerde onze meester, zijn zorgvuldig opgezet plan kwam nu echt in gevaar wanneer iedereen zich naar La Palma zou haasten, dit moest absoluut worden vermeden! Een tweede meesterzet volgde: hij antwoordde in een nietszeggend artikeltje om tijd te winnen, hij had het over zijn ouderdomskwaaltjes als pijnlijke vingers en zere tenen, hij zou klacht neerleggen omdat hij zijn hemd kwijt was. Maar opnieuw verplaatste hij het onderwerp, ditmaal naar de rubriek “Columns & kolder”, omdat hij wist dat de zaak nu helemaal ontmijnd was, want daar gaat het enkel nog over taal, geschreven rond een toevallig onderwerp, nonsens, kolder.
Poirot deed nog een laatste poging om hem van gedacht te doen veranderen, om hem te laten weten dat de grijze celletjes hun werk hadden gedaan en hij de zaak doorhad, om hem de kans te geven af te zien van zijn plan en om berouw te tonen, opnieuw de cruciale vraag of La Palma de enige veilige plek was, maar vruchteloos. Wie is die wrede en snode dader die zo een ontstellende misdaad laat ontspruiten uit zijn meesterbrein?
Vous madame Kwezel? U hebt hoogtevrees en toch vliegt U op het geschikte ogenblik mee met een luchtballon, mais non, de dader is een man.
Vous monsieur T’stropke, die op het juiste ogenblik opduikt met een opgeblazen ballon die opstijgt met een beperkt aantal passagiers, hoog boven de golven die binnenkort alles zullen verwoesten?
Monsieur Zandman misschien, die toch wel op een verdacht ogenblik aan “de grote reis” begint met diezelfde luchtballon, die subtiel het idee daarvoor in de schoenen schuift van madame Kwezel door te verwijzen naar een oude tekst van haar, en wie is er beter geschikt om zand te strooien in de ogen van de lezers?
Non mes amis, de dader is een man, maar geen lid van een club, hij wil helemaal geen andere mannen redden. Hij heeft het plan helemaal alleen uitgedacht en hij gebruikt zijn vrienden van Al Quaeda voor de uitvoering.
Monsieur Piepauw, U bent de dader!”
“En waar is het bewijs”?
“Eh bien, de springstoffen op La Palma zijn al onschadelijk gemaakt, de bendeleden zitten al in een Spaanse gevangenis en zullen zeker bekennen, Kapitein Hastings heeft Uw kamer doorzocht, en in Uw valies die U gaat meenemen naar La Palma zit de lont, die U daarstraks uit het kruidvat hebt gehaald en een doosje lucifers.”
En Japp heel droogjes: “Arrest him”.
“Maar Pwaroow, wat was hij dan van plan met dat half eiland en hoe ben jij daar achter gekomen”?
“Eh bien chief-inspector, zoals H. Poirot al zei: hij heeft heel zijn opzet, de uitvoering en de gevolgen voor Boston al aangekondigd in dat ene artikel. Twee keer verplaatsen naar een andere rubriek, geen antwoord op de vraag over de veiligheid op La Palma, zoveel com-passie en mede-lijden met vrouwen en dan niet de minste aandacht voor al die vrouwen op La Palma was genoeg om de achterdocht van H. Poirot op te wekken, en het heeft hem de das omgedaan.
Eens aangekomen op La Palma moest hij enkel nog de lont en de lucifers overhandigen aan zijn medeplichtigen. Voor hem is het daarna een koud kunstje om alle vrouwen op zijn hand te krijgen, om ze aan zijn kant te krijgen, aan zijn kant van het eiland natuurlijk. Als alle mannen dan aan de andere kant zitten dan geeft hij het teken, hun helft verdwijnt in zee en ze beginnen aan hun grote overtocht naar Boston. Hij heeft nog een half eiland over, met alle vrouwen van heel het eiland, voor in al die bedden, op die divans, in of op al die andere meubelstukken, een heel kiekenkot als het ware, met slechts één haan: Piepauw.”
Hermano Poirot, kleinzoon van.
Iedereen zit te wachten, H. Poirot komt binnen en Japp zegt: “Goedemorgen Pwaroow, wie is de dader?” “Ah, een ogenblik geduld, mon ami, orde en methode n’est-ce pas” en hij begon zoals gebruikelijk aan zijn lange monoloog.
“Deze zaak is uitzonderlijk gecompliceerd en de dader is er zelfs in geslaagd om Poirot lange tijd te misleiden, maar zoals altijd zijn het de kleine dingen die hem op het spoor hebben gebracht, want een misdadiger maakt altijd kleine fouten en het is niet mogelijk om Poirot om de tuin te blijven leiden. Wat lange tijd onduidelijk was, was het motief van deze duivelse misdaad, maar toen dat opgelost was bleek de zaak zonneklaar. Zelfs een meesterbrein moet het afleggen tegen de kleine grijze celletjes van H. Poirot.
Het begon met een artikel in de krant, over het gevaar dat over La Palma hing waarbij mogelijk een deel van het eiland in zee zou storten. Dan stelt Poirot zich de vraag hoe een eenvoudige reporter van een krant zoiets kan weten, tenzij hij natuurlijk een tip heeft ontvangen. De dader zelf heeft dat artikel in de krant doen verschijnen en hij slaagde in zijn opzet: de toeristen annuleerden massaal hun reis naar La Palma, zodat hij het eiland voor zich alleen zou hebben en zijn snode plan kon uitvoeren. Hij weet ook dat het nieuws van vandaag morgen al oud nieuws is en dat hij dan ook snel zou moeten handelen.
Dan volgde een eerste tegenslag, omdat Foxrosie in de rubriek “Nieuws” een onderwerp opstartte met als titel “Vloedgolf”, de dader was verontrust en wat hij mocht vrezen gebeurde ook, het onderwerp bleef actueel, dagelijks bleven er berichtjes binnenstromen en zijn meesterplan kwam in gevaar. Hij besloot in te grijpen met een volgende meesterzet, hij startte zelf een onderwerp op met als titel “een vloedgolf: van La Palma-Dranouter-De Panne tot Boston” en hij plaatste dit in de rubriek “Openbaar debat / Overige discussies”. Deze rubriek is veel minder schadelijk dan “Nieuws” omdat het hier nog enkel maar over onschuldige discussies gaat waar niemand echt belang aan hecht. Bovendien is hij gewoon om een artikel te plaatsen en dan wordt het onmiddellijk een volle week stil, alle forums blijven een week lang leeg, niemand waagt het nog in zijn eigen armzalige taal iets te schrijven over gelijk wat, behalve natuurlijk enkele onverlaten van cultuurbarbaren in “Politiek” of “Nieuws” die gewoon blijven voortdoen, zonder te beseffen wat er gaande is brabbelen ze onder mekaar verder.
Aan dat artikel besteedde hij uitzonderlijk veel aandacht, het moest een pareltje worden dat ditmaal zeker zijn effect niet mocht missen en dat de lont definitief uit het kruidvat moest halen. Hij sprak over vrouwen, in bed, op de divan, in of op andere meubelstukken die hij niet wilde noemen, over Al Quaeda, over Dranouter, De Panne, Boston, en hij strooide kwistig zand in de ogen van de lezers. Miss Lemmon heeft immers uitgezocht dat er niets aan de hand is met het festival van Dranouter dat helemaal niet in De Panne is doorgegaan, maar gewoon daar waar het altijd plaatsheeft: in Dranouter. Waarom deze misleiding, is dat misschien ook zo met Boston, wat is er aan de hand met Boston? Het antwoord is doodsimpel: niets, het is een gewone stad zoals alle Amerikaanse steden, maar in dit artikel waagt de meestercrimineel het zelfs om zijn misdaad te verantwoorden, hij voorspelt hoe het die zal begaan en hij voorspelt zelfs de gevolgen! Un instant, straks wordt alles duidelijk.
Er bleven veel vragen over en met orde en methode heeft Poirot die dan op een rijtje gezet en hem voorgelegd. Hij stelde bewust ook die ene vraag die niet mocht gesteld worden, en dan nog in cursief: is La Palma de enige veilige plek? Nu panikeerde onze meester, zijn zorgvuldig opgezet plan kwam nu echt in gevaar wanneer iedereen zich naar La Palma zou haasten, dit moest absoluut worden vermeden! Een tweede meesterzet volgde: hij antwoordde in een nietszeggend artikeltje om tijd te winnen, hij had het over zijn ouderdomskwaaltjes als pijnlijke vingers en zere tenen, hij zou klacht neerleggen omdat hij zijn hemd kwijt was. Maar opnieuw verplaatste hij het onderwerp, ditmaal naar de rubriek “Columns & kolder”, omdat hij wist dat de zaak nu helemaal ontmijnd was, want daar gaat het enkel nog over taal, geschreven rond een toevallig onderwerp, nonsens, kolder.
Poirot deed nog een laatste poging om hem van gedacht te doen veranderen, om hem te laten weten dat de grijze celletjes hun werk hadden gedaan en hij de zaak doorhad, om hem de kans te geven af te zien van zijn plan en om berouw te tonen, opnieuw de cruciale vraag of La Palma de enige veilige plek was, maar vruchteloos. Wie is die wrede en snode dader die zo een ontstellende misdaad laat ontspruiten uit zijn meesterbrein?
Vous madame Kwezel? U hebt hoogtevrees en toch vliegt U op het geschikte ogenblik mee met een luchtballon, mais non, de dader is een man.
Vous monsieur T’stropke, die op het juiste ogenblik opduikt met een opgeblazen ballon die opstijgt met een beperkt aantal passagiers, hoog boven de golven die binnenkort alles zullen verwoesten?
Monsieur Zandman misschien, die toch wel op een verdacht ogenblik aan “de grote reis” begint met diezelfde luchtballon, die subtiel het idee daarvoor in de schoenen schuift van madame Kwezel door te verwijzen naar een oude tekst van haar, en wie is er beter geschikt om zand te strooien in de ogen van de lezers?
Non mes amis, de dader is een man, maar geen lid van een club, hij wil helemaal geen andere mannen redden. Hij heeft het plan helemaal alleen uitgedacht en hij gebruikt zijn vrienden van Al Quaeda voor de uitvoering.
Monsieur Piepauw, U bent de dader!”
“En waar is het bewijs”?
“Eh bien, de springstoffen op La Palma zijn al onschadelijk gemaakt, de bendeleden zitten al in een Spaanse gevangenis en zullen zeker bekennen, Kapitein Hastings heeft Uw kamer doorzocht, en in Uw valies die U gaat meenemen naar La Palma zit de lont, die U daarstraks uit het kruidvat hebt gehaald en een doosje lucifers.”
En Japp heel droogjes: “Arrest him”.
“Maar Pwaroow, wat was hij dan van plan met dat half eiland en hoe ben jij daar achter gekomen”?
“Eh bien chief-inspector, zoals H. Poirot al zei: hij heeft heel zijn opzet, de uitvoering en de gevolgen voor Boston al aangekondigd in dat ene artikel. Twee keer verplaatsen naar een andere rubriek, geen antwoord op de vraag over de veiligheid op La Palma, zoveel com-passie en mede-lijden met vrouwen en dan niet de minste aandacht voor al die vrouwen op La Palma was genoeg om de achterdocht van H. Poirot op te wekken, en het heeft hem de das omgedaan.
Eens aangekomen op La Palma moest hij enkel nog de lont en de lucifers overhandigen aan zijn medeplichtigen. Voor hem is het daarna een koud kunstje om alle vrouwen op zijn hand te krijgen, om ze aan zijn kant te krijgen, aan zijn kant van het eiland natuurlijk. Als alle mannen dan aan de andere kant zitten dan geeft hij het teken, hun helft verdwijnt in zee en ze beginnen aan hun grote overtocht naar Boston. Hij heeft nog een half eiland over, met alle vrouwen van heel het eiland, voor in al die bedden, op die divans, in of op al die andere meubelstukken, een heel kiekenkot als het ware, met slechts één haan: Piepauw.”
Hermano Poirot, kleinzoon van.
Laatst gewijzigd door hermano op 23 aug 2004, 11:17, 1 keer totaal gewijzigd.
-
zandmannetje - Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
- Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners
Geachte heer Pieter Pauwels Rubens,
Misschien is het aan te raden, dat Uedele eerst een aspirientje inneemt met een slok water, vooraleer dit epistel te beginnen lezen. Na het schrijven heb ikzelve dat ook dienen te doen namelijk…
In mijn wanhoop richt ik mij tot U, want ik lig eens te meer overhoop met mijn Nederlands (of is het Vlaams) taalgebruik.
Hopelijk vertoeft U niet alreeds in Bostonbush, misschien ligt U nog met de camera in de aanslag languit op uw buik op het gedoemde eiland Palma, om de rampzalige afscheuring op de gevoelige plaat vast te leggen.
Kunnen we overigens nog van een gevoelige plaat spreken, bij het gebruik van een digitale camera?
Dikwijls wens ik dat ik een Chinees was, dan moest ik een papier niet te lijf gaan met een stylo of een vulpen, maar kon ik heerlijke woorden schilderen met een penseel. Maar ik ben geen Chinees, al eet ik wel Chinees, heet (koud is niet zo lekker)ik niet Chinees, voornamelijk kip met curry, maar met recht en reden veronderstel ik dat een Chinees ook nog uit andere ingrediënten bestaat? Dit is welhaast een zekerheid, want als wij een telefonische bestelling plaatsen zit er blijkbaar bami in zijn hoofd, waar bij iemand anders doorgaans de hersens zitten.
Van rijst met curry kan ik anders wel genieten, hoewel ik niet begrijp wat nieten hiermee te maken hebben, mijn inziens dienen die om bladen papier aaneen vast te maken. Evenzo voor de verleden tijd, ik heb genoten. Wat hebben noten hiermee te maken? En zijn het muzieknoten of kokernoten?
Tussen die bladen papier kan ik vervolgens bladeren. Hoewel die uitdrukking correct is, moeten die volgens mij aan de bomen hangen!
We zullen deze zaak maar roodrood laten. Want als de gangbare uitdrukking blauwblauw is, zeg ik roodrood, omdat ik steeds een tegenstrijdig ventje ben geweest.
Dat was nogal een ontboezeming nietwaar? Sta ik daar dan zonder borst, want een boezem is een borst, zogoed mannelijk als vrouwelijk, al is het eerste ééndelig en het tweede tweedelig.
Maar dat is nog maar peanuts, sorry dat is Engels, ik zal zeggen klein bier, met wat komen gaat.
Klein bier, op wat slaat dat nu weer? In Holland krijg je dat inderdaad, als je een pils bestelt, maar dat heeft toch niets met onze algemeen gebruikte uitdrukking te maken?
In een examen voor de Nederlandse taal zou ik sowieso niet slagen denk ik. Wel slagen op mijn donder krijgen, pas op, misschien zou ik me er wel doorslaan, en niet doorslagen, en voor straf zou men mij dan slaan, en niet slagen…(pffttttt!)
U zal zich toch niet te veel opwinden hoop ik, met al dit geraaskal, je kan beter een horloge opwinden ipv. uzelf.
Nu ga ik even buiten, hoewel het veel wind is. Binnen is er nooit geen wind, hoewel je een wind kan laten, maar over zo'n soort wind kan iemand zich dan weer opwinden…
Er is geen geleikheit meer in de wereld, of moet het zijn gelijkhijd? Eerlijk, ik hoor geen verschil…
Maar als dat stuk Palma afscheurt, hoe heet dan het grote overblijvende stuk, Palm???
Misschien is het aan te raden, dat Uedele eerst een aspirientje inneemt met een slok water, vooraleer dit epistel te beginnen lezen. Na het schrijven heb ikzelve dat ook dienen te doen namelijk…
In mijn wanhoop richt ik mij tot U, want ik lig eens te meer overhoop met mijn Nederlands (of is het Vlaams) taalgebruik.
Hopelijk vertoeft U niet alreeds in Bostonbush, misschien ligt U nog met de camera in de aanslag languit op uw buik op het gedoemde eiland Palma, om de rampzalige afscheuring op de gevoelige plaat vast te leggen.
Kunnen we overigens nog van een gevoelige plaat spreken, bij het gebruik van een digitale camera?
Dikwijls wens ik dat ik een Chinees was, dan moest ik een papier niet te lijf gaan met een stylo of een vulpen, maar kon ik heerlijke woorden schilderen met een penseel. Maar ik ben geen Chinees, al eet ik wel Chinees, heet (koud is niet zo lekker)ik niet Chinees, voornamelijk kip met curry, maar met recht en reden veronderstel ik dat een Chinees ook nog uit andere ingrediënten bestaat? Dit is welhaast een zekerheid, want als wij een telefonische bestelling plaatsen zit er blijkbaar bami in zijn hoofd, waar bij iemand anders doorgaans de hersens zitten.
Van rijst met curry kan ik anders wel genieten, hoewel ik niet begrijp wat nieten hiermee te maken hebben, mijn inziens dienen die om bladen papier aaneen vast te maken. Evenzo voor de verleden tijd, ik heb genoten. Wat hebben noten hiermee te maken? En zijn het muzieknoten of kokernoten?
Tussen die bladen papier kan ik vervolgens bladeren. Hoewel die uitdrukking correct is, moeten die volgens mij aan de bomen hangen!
We zullen deze zaak maar roodrood laten. Want als de gangbare uitdrukking blauwblauw is, zeg ik roodrood, omdat ik steeds een tegenstrijdig ventje ben geweest.
Dat was nogal een ontboezeming nietwaar? Sta ik daar dan zonder borst, want een boezem is een borst, zogoed mannelijk als vrouwelijk, al is het eerste ééndelig en het tweede tweedelig.
Maar dat is nog maar peanuts, sorry dat is Engels, ik zal zeggen klein bier, met wat komen gaat.
Klein bier, op wat slaat dat nu weer? In Holland krijg je dat inderdaad, als je een pils bestelt, maar dat heeft toch niets met onze algemeen gebruikte uitdrukking te maken?
In een examen voor de Nederlandse taal zou ik sowieso niet slagen denk ik. Wel slagen op mijn donder krijgen, pas op, misschien zou ik me er wel doorslaan, en niet doorslagen, en voor straf zou men mij dan slaan, en niet slagen…(pffttttt!)
U zal zich toch niet te veel opwinden hoop ik, met al dit geraaskal, je kan beter een horloge opwinden ipv. uzelf.
Nu ga ik even buiten, hoewel het veel wind is. Binnen is er nooit geen wind, hoewel je een wind kan laten, maar over zo'n soort wind kan iemand zich dan weer opwinden…
Er is geen geleikheit meer in de wereld, of moet het zijn gelijkhijd? Eerlijk, ik hoor geen verschil…
Maar als dat stuk Palma afscheurt, hoe heet dan het grote overblijvende stuk, Palm???
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
-
Piepauw - Lid geworden op: 04 mar 2004, 21:41
Aan die 2 mannen, Her- & Zand-
De voorbije week was ik – als een Tolkien in het meervoud – in de ban van de ringen. Maar nog meer in de ban van Agfa (of was het Kim?) Gevaert, die met de dartele sluitersnelheid van een ASA200 fotorolletje die 200 meter afhaspelde: een flits, en in een flashy outfit op weg naar eeuwige Belgische (v)roem.
Overigens zijn er wel meer Atheense beelden dan Hercules op mijn diafragma blijven plakken.
Dus jeuken mijn vingers als die van Toots Thiele’man’s (da’s pas een ‘man’) om uit mijn taalharmonica een deuntje – wat zeg ik : een operette, jandorie – te toveren over Sport, maar de ‘tootsen’ van mijn klavier zal ik nog maar even sparen.
Niet getreurd: als het schuim van de vloedgolf van La Palma tot Boston van mijn lippen is opgedroogd en ik de snoepreisjes overleef, schrijf ik op een kleddernatte herfstige dag wel eens een ode aan de sport, met als afgesnoepte titel “Wat is er van de sport?”. (copyright ofte – in mijn geval - copyleft is hiermede vastgelegd).
In de herfst vindt men wel eens vaker een ongeschreven blad.
Als daar geen muziek in zit, want op mijn zang heb ik nog wat noten(Balken-ende is niet mijn favoriete Harry Potter).
Die nationale volksliederen bij elke ceremonie – doping is geen (besc)huldiging waard - vind ik trouwens het enige (Wilhel)minus van de Spelen: waarom klinkt er bij het goud van Jamaica geen opwindend reggea-liedje? Of een zwoele samba bij Braziliaanse winst? Of een sensuele merengue bij die lekkere Dominicaanse deernen? Of heerlijke rumba en denga bij Keniaanse hardlopers? Of fabelachtige fado en flarden flamenco bij Iberiaanse flierefluiters? Of een melodramatisch Yiddisch volksdeuntje bij die eerste Israëlische gouden plak, die zij nu aan de klaag- of godbetert aan een andere muur kunnen ophangen? Al krijg ik buikpijn als ik veronderstel dat ze Duitse hoempapa zouden serveren bij elke overwinning van een of andere Weisswurst mit Sauerkraut im Lederhosen …
Over een nieuw Belgisch volkslied zal ik maar zwijgen, het is veeleer zelfverlooc-henin-g te hopen dat er ooit nog Belgische gouden medailles aan de ‘kim’ opduiken, zelfs in kim-ono lukt het ons niet meer: God save the queens of tennis …
Maar elke medaille heeft een keerzijde, ook een Olympische: ik moest dus kiezen tussen taal of me-taal.
Hoezeer ik mij ook als een brons-tige stier amuseer met taalplezier: schrijven is zilver, kijken is goud.
Al keek ik – boezemvriend van schaars geklede atletes - soms meer naar de inhoud van die sexy-pakjes dan naar de sportieve prestaties … Hmmm … ondanks een chronische hernia kon ik bij tijd en wijlen wel de sirtaki dansen.
***
Nu was mijn Vloedgolf eerder een column dan kolder, Her & Zand. En niet opgevat als een vervolg- of reisverhaal (ik val niet graag door de mand, al vraag ik me nu al een tijdje af met hoeveel jullie in die mand zitten:4, 5 of 6?). Ik wil me heus niet verschuilen achter een tenniselleboog om u een kolderesk ping-pongtaalspelletje te ontzeggen, dus nog even een pietluttig antwoordje voor het afreizen.
Beste Herman, bij het googelen naar wat culturele info over La Palma stuit ik op een hotel dat op volgend adres ligt: “Botánico Hermano Bianor, 3 - Platja de Palma” … Zou dat het veiligste plekje zijn?
Alhoewel ik niet zo’n liefhebber ben van de werken van Christie en van de Franse phonetische vertaling van haar 'Mijnheer Prei', was mijn interesse meteen gewekt: ze spelen op Palma zelfs 2 films aan u en haar gewijd.
“CHILDREN’S OPEN AIR CINEMA I PARC DE LA MAR: 10pm Showing of the film (in Spanish) “Hermano Oso” (Brother Bear); directed by Aaron Blaise and Bob Walker. Suitable for all ages. THEATRE I AUDOTORIUM: “The Mouse Trap” by Agatha Christie is showing in Spanish, last day today, 7pm” …
Maar eerlijk, beste Herman (hermano is toch het Spaans voor broer?) ik neem u even bij de neus van Poirot: deze plaatsjes bevinden zich dan wel op Palma, maar dan wel Palma de Mallorca. En ik hoor liever de kanaries fluiten op La Palma.
Beste Zandman
U die hopelijk meer sukkelt met de spelling van woorden dan met uw gezondheid, mag ik u enigszins geruststellen: op mijn verjaardag volgend jaar (waar heb ik zoveel eer verdiend?) publiceert de Nederlandse Taalunie een zoveelste nieuwe spelling. De regeltjes zouden eenvoudiger worden, de uitzonderingen beperkt: om de 10 jaar wat make-up, dat moet toch kunnen …
En mag ik u nog een raad geven? Beha-ndel, respecteer, benader, omhels, liefkoos woorden als waren het lieftallige, tedere vrouwen: ook sommige vrouwen lijken op het eerste gezicht sterk op mekaar, een handvol siliconen niet te na gesproken.
Maar bij nader inzicht – ook bij nader uitzicht: elk balkon heeft zijn ontboezemende charmes – zijn de verschillen nochtans opmerkelijk: elk woord heeft – net als een vrouw - een eigen karakter, al zijn er schizofrene woorden, die hebben er meerdere.
Er zijn woorden met prachtige vormen, er zijn woorden die zinderen en tintelen, er zijn woorden die ontiegelijk mooi zijn, er zijn er die niet te (be)grijpen zijn … Er zijn warme woorden, en ijskoude; er zijn liefkozende en zwartgallige; er zijn er wulpse en ook frigide; er zijn keiharde en fluweelzachte, er zijn hatelijke en beminnelijke, dikke en flinterdunne, speelse en ernstige, lieflijke en s-taalharde, …
Ruk ze soms eens uit hun (maand)verband, maar koester ze als een behaaglijke dame.
Bovendien kan je met woordenschat op elke leeftijd ongegeneerd spartelen.
Liefde is een werkwoord, en als je je woorden met liefde kiest en je werkwoorden met liefde vervoegt, dan is taal een dagelijkse Vlaamse kermis.
Maar taal is ook een compromis, een bron van misverstanden, taal is “gansch een volk”. Taal is een gevecht, taal is passie. Taal is leven, afzien, genieten, sterven.
Taal is woorden baren en woorden begraven, op een kerkhof – sorry Ed, want zonder leedvermaak: zelfs op een kerkhof is niemand (chry)sant in eigen land – van nieuwe en oude, inlandse en exotische woorden. Taal is als gr-as (op onze buik?): het groeit, sterft, verwaait, …
Ik schreef Herman al dat ik niet zozeer Mr. Poireau adoreer, ik heb het veeleer voor de charme en de muziek van Inspector Morse. En om niet nog meer woorden te morse-n, sluit ik af met een gedichtje van Herman de Coninck in morse (nog zo’n grote ‘man’): “Zoals dit eiland van de meeuwen”.
--../---/.-/.-../...//-../../-//./../.-../.-/-./-..//...-/.-/-.//-.././/--/././..-/.--/./-./
/--../---/.-/.-../...//-../../-//./../.-../.-/-./-..//...-/.-/-.//-.././/--/././..-/.--/./-./
/../...//./-.//-.././/--/././..-/.--/./-.//...-/.-/-.//..../..-/-.//-.-/.-./../.---/..././-./
/./-.//..../..-/-.//-.-/.-./../.---/..././-.//...-/.-/-.//-.././/.--/../-./-../
/./-.//-.././/.--/../-./-..//...-/.-/-.//-./.././--/.-/-./-../--..--/
/
/--../---//../...//-../../-//./../.-../.-/-./-..//...-/.-/-.//-.././/--/././..-/.--/./-./
/./-.//-.././/--/././..-/.--/./-.//...-/.-/-.//..../..-/-.//-.-/.-./../.---/..././-./
/./-.//..../..-/-.//-.-/.-./../.---/..././-.//...-/.-/-.//-.././/.--/../-./-../
/./-.//-.././/.--/../-./-..//...-/.-/-.//-./.././--/.-/-./-../.-.-.-//
Maar zeg nu zelf: alleen punten & strepen, daar kan je toch niet mee dwepen?
Volgende keer alles in Morse?
De voorbije week was ik – als een Tolkien in het meervoud – in de ban van de ringen. Maar nog meer in de ban van Agfa (of was het Kim?) Gevaert, die met de dartele sluitersnelheid van een ASA200 fotorolletje die 200 meter afhaspelde: een flits, en in een flashy outfit op weg naar eeuwige Belgische (v)roem.
Overigens zijn er wel meer Atheense beelden dan Hercules op mijn diafragma blijven plakken.
Dus jeuken mijn vingers als die van Toots Thiele’man’s (da’s pas een ‘man’) om uit mijn taalharmonica een deuntje – wat zeg ik : een operette, jandorie – te toveren over Sport, maar de ‘tootsen’ van mijn klavier zal ik nog maar even sparen.
Niet getreurd: als het schuim van de vloedgolf van La Palma tot Boston van mijn lippen is opgedroogd en ik de snoepreisjes overleef, schrijf ik op een kleddernatte herfstige dag wel eens een ode aan de sport, met als afgesnoepte titel “Wat is er van de sport?”. (copyright ofte – in mijn geval - copyleft is hiermede vastgelegd).
In de herfst vindt men wel eens vaker een ongeschreven blad.
Als daar geen muziek in zit, want op mijn zang heb ik nog wat noten(Balken-ende is niet mijn favoriete Harry Potter).
Die nationale volksliederen bij elke ceremonie – doping is geen (besc)huldiging waard - vind ik trouwens het enige (Wilhel)minus van de Spelen: waarom klinkt er bij het goud van Jamaica geen opwindend reggea-liedje? Of een zwoele samba bij Braziliaanse winst? Of een sensuele merengue bij die lekkere Dominicaanse deernen? Of heerlijke rumba en denga bij Keniaanse hardlopers? Of fabelachtige fado en flarden flamenco bij Iberiaanse flierefluiters? Of een melodramatisch Yiddisch volksdeuntje bij die eerste Israëlische gouden plak, die zij nu aan de klaag- of godbetert aan een andere muur kunnen ophangen? Al krijg ik buikpijn als ik veronderstel dat ze Duitse hoempapa zouden serveren bij elke overwinning van een of andere Weisswurst mit Sauerkraut im Lederhosen …
Over een nieuw Belgisch volkslied zal ik maar zwijgen, het is veeleer zelfverlooc-henin-g te hopen dat er ooit nog Belgische gouden medailles aan de ‘kim’ opduiken, zelfs in kim-ono lukt het ons niet meer: God save the queens of tennis …
Maar elke medaille heeft een keerzijde, ook een Olympische: ik moest dus kiezen tussen taal of me-taal.
Hoezeer ik mij ook als een brons-tige stier amuseer met taalplezier: schrijven is zilver, kijken is goud.
Al keek ik – boezemvriend van schaars geklede atletes - soms meer naar de inhoud van die sexy-pakjes dan naar de sportieve prestaties … Hmmm … ondanks een chronische hernia kon ik bij tijd en wijlen wel de sirtaki dansen.
***
Nu was mijn Vloedgolf eerder een column dan kolder, Her & Zand. En niet opgevat als een vervolg- of reisverhaal (ik val niet graag door de mand, al vraag ik me nu al een tijdje af met hoeveel jullie in die mand zitten:4, 5 of 6?). Ik wil me heus niet verschuilen achter een tenniselleboog om u een kolderesk ping-pongtaalspelletje te ontzeggen, dus nog even een pietluttig antwoordje voor het afreizen.
Beste Herman, bij het googelen naar wat culturele info over La Palma stuit ik op een hotel dat op volgend adres ligt: “Botánico Hermano Bianor, 3 - Platja de Palma” … Zou dat het veiligste plekje zijn?
Alhoewel ik niet zo’n liefhebber ben van de werken van Christie en van de Franse phonetische vertaling van haar 'Mijnheer Prei', was mijn interesse meteen gewekt: ze spelen op Palma zelfs 2 films aan u en haar gewijd.
“CHILDREN’S OPEN AIR CINEMA I PARC DE LA MAR: 10pm Showing of the film (in Spanish) “Hermano Oso” (Brother Bear); directed by Aaron Blaise and Bob Walker. Suitable for all ages. THEATRE I AUDOTORIUM: “The Mouse Trap” by Agatha Christie is showing in Spanish, last day today, 7pm” …
Maar eerlijk, beste Herman (hermano is toch het Spaans voor broer?) ik neem u even bij de neus van Poirot: deze plaatsjes bevinden zich dan wel op Palma, maar dan wel Palma de Mallorca. En ik hoor liever de kanaries fluiten op La Palma.
Beste Zandman
U die hopelijk meer sukkelt met de spelling van woorden dan met uw gezondheid, mag ik u enigszins geruststellen: op mijn verjaardag volgend jaar (waar heb ik zoveel eer verdiend?) publiceert de Nederlandse Taalunie een zoveelste nieuwe spelling. De regeltjes zouden eenvoudiger worden, de uitzonderingen beperkt: om de 10 jaar wat make-up, dat moet toch kunnen …
En mag ik u nog een raad geven? Beha-ndel, respecteer, benader, omhels, liefkoos woorden als waren het lieftallige, tedere vrouwen: ook sommige vrouwen lijken op het eerste gezicht sterk op mekaar, een handvol siliconen niet te na gesproken.
Maar bij nader inzicht – ook bij nader uitzicht: elk balkon heeft zijn ontboezemende charmes – zijn de verschillen nochtans opmerkelijk: elk woord heeft – net als een vrouw - een eigen karakter, al zijn er schizofrene woorden, die hebben er meerdere.
Er zijn woorden met prachtige vormen, er zijn woorden die zinderen en tintelen, er zijn woorden die ontiegelijk mooi zijn, er zijn er die niet te (be)grijpen zijn … Er zijn warme woorden, en ijskoude; er zijn liefkozende en zwartgallige; er zijn er wulpse en ook frigide; er zijn keiharde en fluweelzachte, er zijn hatelijke en beminnelijke, dikke en flinterdunne, speelse en ernstige, lieflijke en s-taalharde, …
Ruk ze soms eens uit hun (maand)verband, maar koester ze als een behaaglijke dame.
Bovendien kan je met woordenschat op elke leeftijd ongegeneerd spartelen.
Liefde is een werkwoord, en als je je woorden met liefde kiest en je werkwoorden met liefde vervoegt, dan is taal een dagelijkse Vlaamse kermis.
Maar taal is ook een compromis, een bron van misverstanden, taal is “gansch een volk”. Taal is een gevecht, taal is passie. Taal is leven, afzien, genieten, sterven.
Taal is woorden baren en woorden begraven, op een kerkhof – sorry Ed, want zonder leedvermaak: zelfs op een kerkhof is niemand (chry)sant in eigen land – van nieuwe en oude, inlandse en exotische woorden. Taal is als gr-as (op onze buik?): het groeit, sterft, verwaait, …
Ik schreef Herman al dat ik niet zozeer Mr. Poireau adoreer, ik heb het veeleer voor de charme en de muziek van Inspector Morse. En om niet nog meer woorden te morse-n, sluit ik af met een gedichtje van Herman de Coninck in morse (nog zo’n grote ‘man’): “Zoals dit eiland van de meeuwen”.
--../---/.-/.-../...//-../../-//./../.-../.-/-./-..//...-/.-/-.//-.././/--/././..-/.--/./-./
/--../---/.-/.-../...//-../../-//./../.-../.-/-./-..//...-/.-/-.//-.././/--/././..-/.--/./-./
/../...//./-.//-.././/--/././..-/.--/./-.//...-/.-/-.//..../..-/-.//-.-/.-./../.---/..././-./
/./-.//..../..-/-.//-.-/.-./../.---/..././-.//...-/.-/-.//-.././/.--/../-./-../
/./-.//-.././/.--/../-./-..//...-/.-/-.//-./.././--/.-/-./-../--..--/
/
/--../---//../...//-../../-//./../.-../.-/-./-..//...-/.-/-.//-.././/--/././..-/.--/./-./
/./-.//-.././/--/././..-/.--/./-.//...-/.-/-.//..../..-/-.//-.-/.-./../.---/..././-./
/./-.//..../..-/-.//-.-/.-./../.---/..././-.//...-/.-/-.//-.././/.--/../-./-../
/./-.//-.././/.--/../-./-..//...-/.-/-.//-./.././--/.-/-./-../.-.-.-//
Maar zeg nu zelf: alleen punten & strepen, daar kan je toch niet mee dwepen?
Volgende keer alles in Morse?
Bij het schrijven van poëzie, heb ik last van Claus-trofobie
(C)opyleft Jasse 1998 * (s)Taal-zonder-waarde
(C)opyleft Jasse 1998 * (s)Taal-zonder-waarde
-
liesbet - Lid geworden op: 29 mar 2004, 10:10
Voor het eerst kom ik op seiorennet op deze rubriek en ik ben vol bewondering voor wat jullie hier schrijven
Ik ga hier nog komen lezen
Maar m'n rug doet zo zeer als ik voor mijn P C zit.Heb je dit niet in boekvorm,zodat ik rustig,languit in een zetel dit kan lezen?
Toch wreed bedankt voor de lectuur en de vele standpunten waar ik akkoord mee ga
Ik ga hier nog komen lezen
Maar m'n rug doet zo zeer als ik voor mijn P C zit.Heb je dit niet in boekvorm,zodat ik rustig,languit in een zetel dit kan lezen?
Toch wreed bedankt voor de lectuur en de vele standpunten waar ik akkoord mee ga