Fietsperikelen

Literaire pareltjes van maatschappelijke gebeurtenissen.
Gast

23 apr 2007, 16:54

Pajottenland, is dat een land apart of is dit een streek waar ze veel aan tuinbouw doen? Wij mochten het befietsen in het voorbije weekend. Eerst trokken we met de auto die mooi door de carwash was opgeblonken door Molenbeek. Itterbeek was nog altijd even druk als vroeger, niks was veranderd in mijn ogen. Dan zit je al in Ternat en hier volgden we eerst de blauwe pijlen. Nu wilden we niet het parcours met de auto doen, verkennen echter kan geen kwaad. Goede scouts verkennen toch ook eerst het veld vooraleer ze er ten strijde trekken. Ons ros zou strijden in het Pajottenland, daar waar we verleden jaar het zwaar te verduren kregen, zouden we het hier overdoen. Bij de inschrijvingen verzochten ze ons beleefd onze eigen gegevens zelf in te vullen op een strook. Netjes alles ingevuld, terug afgegeven, 3 euro betaald, omgekleed, opgewarmd en natuurlijk niet vergeten: een toiletbezoek. Als je vertrekt vanuit Bodegem kom je algauw de eerste stappen van heuveltjes tegen maar we waren deze keer beter gewapend met versnellingen. Doe je voor de allereerste keer heuvelig landschap aan, kom je dikwijls voor verrassingen te staan. Echter dit maal lukte alles prima en geen enkel moeilijk moment hebben we gekend. Wel was het parcours bijna hetzelfde als verleden jaar. Ik zag Gooik en Galmaarden aan me voorbij flitsen, Peperinge met zijn antieke rommelmarkt, Lennik enz…Echter, echte kuitenbijters waren het eigenlijk niet, alleen wat flink bijduwen hier en daar of op je trappers omhoog gaan staan, meer niet. Ik vond het zwaarste moment van de dag de Steenheuvelstraat, Steenstraat en de Kothemstraat. Het ergste dat je in het minst kon overkomen als je 42 km gefietst hebt in de hete aprilzon is dat je zonder bevoorrading zou komen te staan. ‘100 m bevoorrading’, stond in grote letters op een geel bordje en de pijl gaf aan dat ik een hele drukke straat moest oversteken. Bijna dacht ik dat ik achter het kerkje mocht pauzeren, neen, de straat over met zijn allen. Aan de spijstafel gekomen, bleek dat alles op was. Verbazing alom. Watblieft, alles al op? Wie is hier dan gelijk een razende gek over de koeken geraasd gelijk een Tsunami? Het waren in alle geval niet de elitemensen, want die drupten van de zweet in Valkenburg op hun Amstel-Gold-Race. Stel je voor, je komt nog niet moe maar wel dorstig aan de tafel des heren en je denkt: eindelijk iets om te verorberen en dan kom je letterlijk op de koffie. Alles weg, behalve wat vloeistof dat moest gelijken op doorschijnend vocht en water. “Wil ik je bidon vullen ermee?”, vroeg een attente meneer met een rode bloes aan. “Neen hoor, mijn bidon bevat lekker fruitsap, ik had graag een cola gehad.” Sorry mensen, ik kan jullie niks meer geven, we kunnen er ook niet aan doen.” Jongens nog, dacht ik, wat een organisatie. Men moet toch rekening houden met mensen die geen 40 fietsen in het Pajottenland maar wel een 25 kunnen hanteren. Boos was ik op dat ogenblik. Hadden ze teveel laten plukken door zwartrijders of hadden ze zich verteld bij de inschrijvingen? Of ging koerskijken voor de opvang van de mensen? Mijn 80 km heb ik uitgefietst met mijn eigen bevoorrading die ik goddank altijd bij me heb. Ook zorg ik er voor dat we reservebidons bijhebben voor het geval de voorraadschuur van de organisatie leeg is. Maar aan het parcours was niet te twijfelen, het was er prachtig om te fietsen en het stukje van de Rijstroute zou ons niet deren. Wel hadden we heel veel stukken met barslechte wegen en fietspaden waar dringend iets aan gedaan zou mogen worden. Voor de rest laat ik het niet aan mijn hartje komen maar het moest me even van het hart. Bij de aankomst wisselden we onze bonnekes voor een gratis drink in, genoten nog even van het warme zonneke, aten ons bokes met choco en reisden terug af naar het platte land. Of ik er nog terugkom volgend jaar? Dat hangt ervan af of ze rekening gaan houden met mensen die om kwart voor tien vertrekken en om half twaalf aan de bevoorrading komen om dan kwart voor één terug binnen te bollen? Laat ik nu ook opmerken dat onze inschrijvingen zo maar open en bloot zonder bescherming op een lange tafel buiten in het zonneke lagen te drogen. Voor hetzelfde geld waaiden er papiertjes weg naar de buren die met iemand zijn adres zo maar aan de haal kon gaan. Mijn 80 km heuveltjes zaten erop, ik heb behalve dat ene minpunt erg genoten van alles. En weeral waren er mannen die achterbleven of voor een andere en kortere afstand kozen. Laat de man met de hamer nog even in het veld aan de kant staan, er volgen nog zwaardere ritten om te doen.
Gast

25 apr 2007, 13:37

Nadat mijn adrenalinescheut van het voorbije weekend gezakt was dat eerst een hoog niveau bereikt had na die bevoorradingsperikelen, kroop ik terug op mijn bike. Het is zoals een virus, eenmaal het je te pakken heeft laat het je niet vlug los. Zelfs een week retraite kan je niet van je fiets houden. Vol goede moed wordt er uitgefietst of losgedraaid gelijk ze dat zo mooi kunnen verwoorden. Wie heuveltjes gedaan heeft en last van de knieën heeft, heeft waarschijnlijk zijn spieren te veel laten verzuren door niet te trappelen als het bergaf gaat. Iedereen weet, bergop vergt veel van je knieën en die spierpijn kan je meestal voorkomen door gewoon verder blijven te trappelen als het naar beneden gaat. Ook is het zo, dat de fout bij de schoenplaatjes kan liggen. Een goede afstelling van schoen en plaatjes kan heel veel leed voorkomen. Kwezel wilde wel eens weten hoe dat allemaal in zijn werk zou gaan om de juiste afstelling van fiets en beenlengte, schoenen en stuur, kortom alles wat met medisch en fiets te maken kon hebben. In een meetcentrum kom je in een uur veel te weten over je afwijkingen aan je lichaam. Je voelde wel dat je schoen rechts knelde maar veronderstelde dat dit te wijten was aan lange nagels die dringend moesten geknipt worden. Kom je daar in zo een centrum sta je verbaasd over die nagels. Het allereerst wat je moet doen is infietsen. Je spieren moeten goed opgewarmd zijn voordat de meting kan beginnen. Dit moet allemaal geschieden met je koersbroekje aan. In de namiddag is iemand kleiner dan in de vroege ochtend, vandaar ook dat goed opwarmen. Nu krimpt ieder mens wel in zijn leven een goede 12 mm maar het kan ook zijn dat je na 45 jaar een stevigere krimp meemaakt. Hopelijk viel mijn inkrimping mee, nog kleiner worden dan ik al ben zou ik niet fijn vinden. Tussendoor wordt er dan gebabbeld over oude koeien als men elkander kent van vroeger en zeker over het wielrennen. Verder ging het met een stok, die ze tussen de benen klemmen. Je genitaliën komen in het gedrang als je begint te spartelen, stil zitten geeft je dan weer het gevoel dat je een houten paard bestegen hebt. “Hela, niet zo strang tegen me aandrukken,” zei ik al gekkend tegen de man. Seffens kan die meetstok of mijn benen er niet meer vanaf. Vervolgens mag je je voeten op een schaal zetten, niet om te wegen, maar om te zien of je rechter en linkervoet hetzelfde in maat geleesd zijn. Ook mag je een korte wandeling doen om je benenstand te bezien. Amaai, seffens ziet die vent dat ik geen mooie benen heb maar daar geef ik niet om. Plots moest ik gaan liggen op de grond, mezelf op mijn rug naar voren schuiven, dichter en dichter bij een stok totdat je niet meer verder kan en nu worden je voeten vanonder bekeken en afgemeten. De lengte van je lichaam wordt afgelezen en wat merk ik… ik ben gekrompen. Mijn God, ik ben kleiner aan het worden vloog het in een spurt door mijn hoofd. Mijn dikke rechterteen was ietske langer dan mijn linkerteen. Nochtans had ik de indruk dat mijn nagels te lang waren, dus het kretsen in mijn schoen kwam voort van mijn té lange teen. Nu zou ik mijn schoenen met iemand kunnen delen, ik een grotere rechterschoen hij of zij mijn kleinere maat. Of moet ik nu twee paar schoenen komen? Neen, geen twee paar schoenen kopen of met iemand ruilen, gewoon de maat kopen die met je rechtervoet overeen komt en in je linker leg je gewoon een inlegzooltje. Mijn inzetplaatjes werden onmiddellijk aangepast en ze fietsen inderdaad een stuk beter dan voorheen. Wel is het even wennen want ook je zadel en stuur vraagt een aanpassing. De dikte van je crans is belangrijk en je gewicht. Ben je een overrijpe persoon, kan je niks doen met een lichte fiets, je zou erdoor zakken. Een lichtgewicht zou wel met een 1.1 kunnen fietsen maar een zwaardere persoon is het toch af te raden. Het verdict viel ook over mijn zadel. Mijn Sella zat en zit nog altijd prima, ik kan er geen afstand van nemen en ben het ook niet van plan om een lederen zadel te plaatsen. Een lederen zadel moet ook ingefietst worden maar dàt zadel zet zich uiteindelijk naar je gat. Het vangt al je raakpunten op en na een week of drie zit je zo comfortabel alsof je je luie zetel van thuis meegenomen hebt. Maar van het mijne blijven ze vanaf was mijn oordeel. Sidi’s wil ik wel hebben en die staan voor moederdag op het verlanglijstje. Zal ik eens de sponsors aanspreken gaan? In alle geval, ik heb mijn benen losgedraaid.
Gast

20 mei 2007, 21:39

Stilaan wordt het tijd om afscheid te nemen. Afscheid nemen van wat me ooit eens zo dierbaar is geweest en nog altijd zal zijn. Jaren hebben we plezier aan mekaar beleefd. Ik kon altijd op hem rekenen als ik hem nodig had. Plots gaf hij me te kennen: ik ben moe gestreden, ik wil rust hebben. Stuur je me op pensioen? De dag dat ik hem voor het eerst zag staan in de vitrine werd ik op slag verliefd op hem. Geen enkel zou me nog zo kunnen bekoren als hij dacht ik nog. En nu dit? Ook kenden we samen al eens dagen van verdriet, immens verdriet zodat we elkander een paar daagjes moesten missen. Iemand of iets moeten missen wat je zo dierbaar is geworden, gaat soms moeilijk. Je kan er niet aan wennen en dikwijls is het niet vervangbaar maar men moet verder. Gisteren bracht hij me nog in de hoge sferen van Scherpenheuvel. Geen heuvel was te steil voor hem, hij kon de wereld aan en ik met hem ook. Samen wilden we blijven als een getrouwd stel maar uiteindelijk is hij toch aan vervanging toe. Af en toe zal ik hem nog nodig hebben, mijn allerbeste vriend. Wilde verhalen zal ik hem vertellen wanneer ik nogmaals maar zonder hem de Hoge Kempen en het Pajottenland heb doorkruist. Geen lekke banden zal hij nog mogen meemaken tenzij ik hem op de platte stukken nog een kans geef om zich te bewijzen. Voorlopig zet ik hem op prépensioen. Een laatste maal beklommen we vandaag de heuvels in Gooik. Het leek eerder voor hem alsof hij het stilletjes begreep. Hier hoorde hij niet meer thuis, hij kon het niet meer aan. En toch deed hij zijn uiterste best om het me vandaag nog naar de zin te maken. Alleen in het begin deze morgen week hij van het parcours af. Ik zei links en hij week uit naar rechts. Kanaalfietsen deed hij liever en zeker in Liedekerke langs de gracht maar daar moesten we niet zijn. Was hij dement aan het worden, kon hij niet meer planlezen? Op mijn bevel zwenkte hij terug, terug naar de pijl die we gemist hadden. Of had er een snoodaard de blauwe pijl weggekaapt? Mijn oude bike vond het reuze gezellig toen hij merkte dat ik even steigerde bij het ontbreken van de wegmarkering. Trouw bracht hij me naar boven alhoewel hij bijna lag te hoesten en te proesten van de boerenlucht. Kijk nog maar eens goed rondom je, zei ik hem. Hier kom je niet meer, ik laat je op stal staan bij mijn ander stalen ros. Hij begreep me en deed nog meer zijn best om zijn laatste minuten met mij te slijten. Verleden week liet ik hem nog oplappen, een nieuwe voorwielas schitterde met nieuwe kogeltjes maar het was vergeefse moeite. Meckkie werd ingeruild voor een juweeltje van een 1.1. Acht-speed werd in het vervolg tien-speed. Geen kleine tandwieltjes meer voor mij, die kon ik niet meer benutten, ze liepen te zwaar voor mijn vrouwenbenen. Mijn blok wordt nu een juniorblok, dacht ik. Maar technisch is het niet mogelijk om met een juniorblok door het leven te gaan. Een 14 staat vooraan in het gelid en een 25 sluit het rijtje af. Jammer, ik wilde een 27 hebben maar dan schuurde het tandwiel tegen mijn frame aan. Allemaal de schuld dacht ik nog van mijn kleine gestalte. Mijn fiets is op maat gemaakt en iedereen zegt dat ik een kinderfiets heb. Bettini is toch ook maar een kleintje en die zijn fiets mekkert niet. Morgen hang ik mijn bike die me vele seizoenen trouw gediend heeft door wind en regen aan de haak en neem ik mijn nieuwe fiets. Hopelijk brengt hij evenveel plezier met zich mee als mijn oude trouwe metgezel. Als alles goed verloopt en mijn Storck is ingefietst wordt hij op de lange baan ingezet. We zullen opnieuw onafscheidelijk worden, elkander beminnen gelijk een verliefd stel, elkander steunen door dik en dun en op de goede weg helpen. Nu mag hij bewijzen wat hij waard is door het Pajottenland en volgend jaar in de Ronde van Vlaanderen. Maar mijn Meckkie blijft de fiets die je een gevoel gaf, dat je iemand was op de weg. Zijn moed heeft me meerdere troffees opgebracht. We zijn zelfs met hem tot in Wieze geraakt en dat is al een klein begin voor een wielertoerist of een amateurke. Storckie brengt me hopelijk in nog hogere sferen zodat hij een lang leven beschoren is dicht bij mij. Mijn fiets, mijn dierbare vriend, ik geniet alle dagen van je en hoop dat we nog lang bevriend blijven zonder te veel harde tuimelingen. Zonder fiets is een mens niets.

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

22 mei 2007, 08:21

Tja, nu je het over je nieuwe fiets hebt; wat mag dat wel voor een meubel zijn ? Ik herinner me die firma -de naam van je fiets-als een concurrent destijds. Daarom noem ik dat ook een meubel, geen fiets.
In de beginperiode van mijn carriere was ik werkzaam in een buismeubelfabriekje; wij fabriceerden frames allerhande voor tafels, stoelen, kasten en ander meubilair.
Zou die gewezen concurrent nu een andere richting ingeslagen hebben, of hebben ze recuperatie gedaan aan tafelpoten om daar een frame met tandwieltjes en hoogstnodige velgen op te monteren ? Toch even nakijken of de dikte van het profiel nog wel overeenstemt Kwezel; je weet maar nooit of ze door de bezuinigingsgriep bevangen zijn en het kader danig verdund hebben. Door hun tafelpoten is echter nooit iemand doorgezakt, bij de onze toen ook nog niet...
't Is maar te hopen dat je nieuwe niet vlugger de geest geeft en je teruggrijpt naar je ouwe stalen ros; de concurrent heeft het -schijnbaar- overleeft, mijn ouwe firma ging na enkele jaren op de fles...
Gast

01 jun 2007, 13:36

Ze zeggen dat wie niet beweegt, aan botmassa verliest. Hierdoor zouden de botten makkelijker kunnen knakken. Maar wie veel beweegt kan er op rekenen dat hij vroeg of laat met een blessure rondloopt. Je kan dan nog zo goed en zo kwaad je botten versteviger maar bij een slechte afstelling van je fiets zit je toch maar te kijken of te voelen. Ondertussen zijn er een aantal weken voorbij gevlogen zonder dat ik mijn Storckie goed gekeurd heb. Ik mis mijn oude fiets. Eerst dacht ik dat het eindelijk eens moest gedaan zijn met mijn plechtige communiekantenfiets. Grote meisjes fietsen op grotere fietsen. De laatste keer in OLV Waver ging echter mijn oude vertrouwde Meckkie mee. Nieuwe fietsen moeten eerst goed ingefietst worden en de mijne deed niet wat ik wilde. Dus bleef hij thuis, zo simpel is dat. Trouwens het was plat in de streek van Katelijne-Waver, Storckie kon zich daar niet bewijzen behalve in Holsbeek waar we een kasseiweg genomen hebben, steil omhoog. Een tweede klim in de buurt was niet zo erg, dat konden we wel aan met ons beiden. Erger vond ik het dat de meneer aan de ontvangsttafel beweerde: jullie kunnen niet missen, alles staat prima op de grond te lezen. Geen index van wegbeschrijving voor het geval je toch die nodig zou hebben, niks. Nog geen 35 km verder begon het gesjamfoeter. Waar in godsnaam staan toch die dubbele V’s op elk kruispunt? We konden toch niet missen? Nog nooit in al die tijd zoveel keren moeten omdraaien om terug de wegmarkering te zoeken. Ofwel stonden ze te ver van het kruispunt ofwel stonden ze zo dicht op een kruispunt dat je over het punt heen was en dan niks meer. Je draait terug en zoekt opnieuw. Ook gebeurde het al eens dat het schuinlinks omhoog wees waar er waren er daar meerdere wegen die schuinlinks omhoog gingen. Van spraakverwarring gesproken of was het uitgeregend die nacht? Ok, wij waren misschien ook niet zo wakker die dag maar men veronderstelt dat je wordt geleid door de knoopspunten en de verkeersaders naar je einddoel. Plots moet je een smal weggetje in en wat zie je, de pijlen komen je tegen. Hoe kan dat nu vroegen we ons af. Je trappelt op de kasseien want je hoopt toch boven te geraken en deze weg is me onbekend dacht ik hardop. Een grimmige kasseiweg die keikop en ik schakelde op mijn trippleblaadje, makkie. Boven gekomen wezen de dubbele V’s inderdaad terug naar beneden. Is niks, hebben we dit ook eens meegemaakt maar een ander kon daar helemaal niet mee lachen. Och kom toch opperde ik, dit lijkt me een goede flinke oefening voor ons allemaal. “Willen we hem nog eens overdoen,” vroeg ik? “Neen hoor, we vervolgen de weg,” riep mijn eega. Drukke kruispunten steek je over en het bolt omlaag. Opletten dat je op tijd je rem laat werken en zeker op tijd uit je klickers kan komen voor het geval er een bus je pad kruist. Lap daar moeten we weer een prachtig steegje in, Moedermolen zie ik staan langs de kant. Dan ergens in Haacht belanden we pardoes op een kasseiweg. Waarom worden de centrums toch allemaal gekasseid? De fiets dendert onder je gat en je probeert op de pedalen te blijven. Gelukkig blijft de bidon deze keer in de gleuf steken. Oeps nu komt er een kleuter de straat overgestoken met een kinderspeelbuggy. Wat moet ik hier nu doen? Zou ik doorkunnen, want ook dit is een hindernis waar je heel voorzichtig mee moet zijn. Kinderen kennen geen grenzen en het was alsof ik al een voorgevoel had. Mijn fiets week al naar links uit maar de kleuter was in een impulsieve bui Nog geen tien centimeter ertussen of ik had alles op mijn voorwiel zitten. Gelukkig had mijn fiets al veel ervaring opgedaan en hield me recht. Nu kan het ook dat je door zo’n onverwachtse beweging te maken je scheenbeen of je achillespees forceert. Je hangt immer in de klickers en je voet komt in een verkeerde houding te staan. Ook is het zo, wanneer je twee fietsen neemt heb je ook andere stuurafmetingen en beenafstanden. Hierdoor heb ik dus last gekregen van mijn benen. Masseren zou er iemand vragen? Gewoon laten rusten en scheenbeenlappen omdoen die warmte afgeven. Storckie gaat het zadel lager voor mij moeten zetten en het stuur wat aanpassen zodat we toch nog samen op weg kunnen. Wel zal ik ook moeten stretchten bij het binnenlopen na een rit. Wat iedereen als flauwe kul zou beamen zie ik hier als een noodzaak. Benen goed stretchen zodat er geen overbelasting van de spieren is. Maar alle beenleed op een stokje, het was niet zo erg als die massa markeerpunten op de weg. Je kon op het laatst het bos door de bomen niet meer zien. Ofwel zag je geen enkel ofwel was het als ze gestrooid lagen gelijk zandkorrels op het strand en vindt daar tussenin maar eens het juiste model. Misschien toch hopen op een nachtelijke plensbui die het teveel aan verf uitwast?
Gast

03 jun 2007, 20:46

Degene die aan Alken denkt, denkt waarschijnlijk aan de brouwerij met haar bieren. Wielertoeristen echter denken aan de classic die ze kunnen meedoen. Een unieke ervaring om met deze organisatie te mogen meefietsen want achteraf bij het binnenlopen na een vermoeiende dagtrip, kan je zowaar kratten kriekjes kopen tegen gunstige prijzen. Na de zachte ritten komen er de zware aan, althans voor vrouwenbenen. Mannen zullen het wel veel gemakkelijker hebben in de Haspengouwse velden maar een vrouw blijft toch nog een vrouw met haar vrouwelijke trekjes. Niet dat ze onderdoen voor de mannen, integendeel, ze mogen nog concurreren met het andere geslacht. Alhoewel de tocht vrij zwaar was voor sommigen en anderen beweren dat het maar glooiend was, fietsten er veel veteranen mee. Dubbel gespierde senioren die niet opgaven als een heuvel ineens een hoge berg leek te zijn. Ik moest met grote bewondering eens over mijn schouders kijken wanneer ik zulke mannen voorbij fietste.
Heel wat deelnemers zakte naar de fruitstreek af en niet om de bloesems te bewonderen, die waren er niet meer maar om zich te bewijzen, dat ze het nog in zich hadden. Wie de grote trek meereed kon zijn hartje ophalen op de piste van Lantin. Maar zo ver raakte ik niet, te ver nog voor mijn kunnen. Ik liet me bekoren door het landschap in al zijn pracht en praal dat me door de nabijgelegen velden bracht waar je nog de koeien naast de paarden kon bewonderen. Nu weet ook iedere toerist dat je goed gemutst aan de start moet komen, zo heb je al een streepje voor op je dag. Dan gaat het veel beter dan dat je met lange tanden op je verzetjes ligt te kauwen. Door de fruitstreek komen we regelmatig en toch zie ik telkens iets dat ik nog niet gezien heb. Grote uitgestrekte aardbeivelden met hun uitheemse werklui liggen naast de vlakke betonwegeltjes. Het doet je ’s morgensvroeg al verlangen naar een coupe met veel aardbeien op. Ook de perelaren staan al halfwas, je ziet de vruchten met het uur rijper worden. Telkens ben je met stomheid geslagen, hier groeit het fruit aan de duizenden bomen zoals in de boomgaarden van vrouwe Holle. De eerste glooiingen zitten er bijna op. We verlaten de kastelentocht van Rijkel, Klein- en Groot-Gelmen om vervolgens Heers in te duiken. Het landschap brengt ons steeds verder van onze Kleine Limburgse Laagvlakten. Zelfs de vlakke Kempen moet bekennen dat hier zijn meester ligt. Veulen heet niet voor niets zo want ik zag ezels in de weide grazen die gezellig hun gebalk lieten horen. Slapende honden worden allang niet meer gewekt door de vele fietsers die hier voorbij crossen aan een sappig tempo. Als je al verscheidene klimmetjes gedaan hebt die toch wel redelijk lastig doen voor je maag moet je je koolhydraten bijvullen. Ook moet je maken dat je niet uitdroogt. Drinken is de boodschap en repen met veel energie naar binnen spelen. Na 32 km zie ik de wimpel hangen die zegt dat je je hier bevoorraden mag. Lens-sur-Geer, midden in het veld onder de schaduw van dennen- en eikenbomen staan de tafels van overvloed. Overvloed mag je wel zeggen. Alle mensen die aankwamen wilden het eerste bij de stempelcontrole zijn om verder in de bananenbak te zwemmen. Vriendelijke mensen die je hielpen om je cake te nemen, koude frisdranken en nog een aanwijzing voor de dames erbij die graag het veldtoilet bezochten. Af en toe zag je ook mannen die wat aan hun fiets sleutelden, hadden de velden dan toch teveel van hun geëist? Verder naar Thys, zonder processierupsen in onze zakken, waar de splitsing was voor de grote trek. Netjes hielden we onze 80 km in het oog, geen missingen hier. Plots hoor ik iemand van Hasselt zeggen tijdens een ferme klim: verdorie mannen, steekt ons hier toch niet een vrouw voorbij op de helling. Ik lachte er eens hartelijk om en flitste verder, verder naar Widooie en Jesseren. Nog éénmaal de stempelkaart boven halen in Rommershoven en dan was het leed bijna geleden. Echt leed was het niet voor me, ik had er al geoefend en dan valt het reuze mee in Haspengouw. Alleen Gors-Opleeuw met zijn Diepestraat was nog een echt obstakel maar ook hier mag je niet aarzelen, trappelen blijven want anders raak je niet in Kerniel en in het geboortedorp van Karel Lismont. Maar café-Atletiek gingen we niet binnen, immers Alken met haar brouwerij lokte ons. Oef, we liepen binnen en ik had 84 km op de teller staan. Laat nu de kriek maar komen, schol zou ik zeggen. Mijn oude vertrouwde bike is goud waard.
Gast

13 jun 2007, 12:26

Na een flets fietsdipje is het nu weer een opflakkering bij ons. Misschien zat het slechte weer van de voorbije dagen er voor iets tussen? Ga je in de té hete zon fietsen, val je van je fiets. Fiets je in regenweer verslijt je meer remblokjes dan je lief is. Zet je de radio op, hoor je niks anders meer dan slechte dingen over het wielrennen. Een mens zou voor minder zijn fiets terug aan de haak hangen. Mensen die hun brood moeten verdienen met hun fiets grijpen wel eens naar buitensporige dingen maar fietsfanaten die nog geen 100 km afmalen, hebben dat niet nodig. Ze fietsen voor de lol, voor er nog bij te horen als de leeftijd je doet belanden aan de open haard. Het voornaamste is voor het vertrek van de rit, een stevig ontbijt tot je nemen. Nu heb ik al van alles geprobeerd om mijn maag te vullen. Letterlijk heel veel koolhydraten genomen door pasta’s te nuttigen, muesli met gedroogde abrikozen met dadels en vijgen. Geen yoghurt voor de rit wel erna zeggen ze. Ook dit heb ik aan mijn laars geveegd, ik at wel yoghurt voordat we van start gingen. Ik moet zeggen, ik heb er niks van gevoeld. Het deed me niet van mijn fiets vallen en het liet me niet vliegen. Met een goede gemotiveerde instelling vertrekken doet meer wonderen dat prul. Geen frieten eten met mayonaise maar een flinke biefstuk naturel met Vlaamse gerechten liet me weten dat het ook kon. Geen seks voor de rit zeggen de beroepsrenner. Wel, dat is ook flauwe kul. Stoeien op de vooravond maakt helemaal geen verschil aan je prestaties, wél erna. Vroeger vulde Fausto Coppi zijn bidon met echte babyvoeding of nog beter, hij deed er rijstepap in. Nu zie ik me nog niet zo dadelijk slurpen aan een bidon die gevuld is met rijstepap maar wel ene die met fruitsap en een korreltje zout gevuld is. Eééék zullen er velen zeggen, niks is minder waar, het is prima tegen het zweten en appelsienensap is goed. Ook kleine stukjes appel in een zakje meesleuren doet je energie stijgen. Van die energiebronnen die ze verkopen in de fietswinkels aan de toog, moet ik van overgeven onderweg, niks voor mij. Energiebommen noem ik dat en hoe ver moet men gaan als die bom uitgewerkt is? Wie zich een bepaald doel heeft voor ogen genomen in het begin van het jaar zal dit ook wel waar maken. Wil je alsnog de Ronde van Frankrijk gaan winnen op een gegeven ouderdom waarbij anderen zich gesetteld hebben op hun luie zetel, weet je op voorhand dat ook dit niet meer gaat. Hoogstens kan je mee rijden op je eigen tempo, supporteren en dromen. Blijven dromen dat je ooit nog op die windberg terecht komt als je op pensioen gaat. Die hele kale berg, die ze de Windberg noemen, hem klein krijgen, dat is ons doel voor de volgende jaren. Blijven dromen zeg ik maar. Ondertussen test ik mijn nieuwe bike verder. Rondom Tongeren vind je heuveltjes genoeg die je kuiten pijnigen. Mannen kunnen wellicht hier nog vliegen maar vrouwen moeten trappelen. Af en toe draaien we een steegje in om de grote banen te vermijden en dan plots zie je voor je een afdaling van jewelste liggen. Rutten, Herstappe, Ketsingen, doen je dromen van de Mount-Ventoux. Eerst in eigen Vlaanderen leren klimmen hebben we ons voorgenomen voordat je naar de Ardennen trekt. Tenslotte moeten mijn tandwielen uitgetest worden in de heuvelstreken. Nadat het zadel is lager gezet, mijn stuurpen is vervangen door eentje die een cm langer is en die 10° omhoog gedraaid staat, voel ik me weer prima op de weg. Nu hoeft niemand meer te zeggen,dat ik het niet meer in me heb, dat ik het niet wil. Kortom, ze hebben zo lang mijn fiets moeten aanpassen aan mijn behoeften dat het een juweeltje is in mijn ogen. Een echte klimmerfiets met klimwielen. Laat de mannen nu maar afkomen, ik kan ze weer volgen. Met mijn 50-16 hou ik ze met gemak bij en wanneer ik ze zie sukkelen op een helling van 11% neem ik op mijn gemak mijn tripleke die zo door de stoere mannen in de grond wordt geboord. Fier kom je boven en je doet alsof je het lampje uit gefietst bent maar in je eigen denk je: voilà, hier heb ik jullie een poepje laten ruiken. Mannen, weze gewaarschuwd bij deze, de vrouwen komen nu aan de macht en niet alleen bij de verkiezingen. Met genoeg bananen en suikerwafels in de achterzak kunnen we de meeste beklimmingen wel aan. En slaaphanden, die krijgen we niet omdat de remgrepen zijn aangepast.
Gast

16 jun 2007, 21:34

Ons trainingsgebied van deze week rondom Tongeren kwam ons nu goed van pas. Halen staat er bekend om dat ze je naar Klein-Gelmen sturen. Op voorhand weet je al wat je te wachten staat maar met goed ingesmeerde benen die tegelijkertijd nog zelfbruiners ophebben, red je het wel. Bij de inschrijving lees je eerst zorgvuldig je parcours na en dan maak je er maar het beste van. Komt er al eens een hevige windvlaag vlak over je heen, hoop je dat je niet in het hoge gras terecht komt. Met de slechte weersomstandigheden van de voorbije dagen liggen de velden met modder doorspekt maar waar het opgedroogd is, spreekt men eerder van wegvliegend zand. Hier is het natuurlijk oppassen dat je niet in elke bocht de grond kust. Niet te veel remmen in die bochten, laat ze maar op je af komen denk je dan. In het begin leken de eerste 20 km zwaar door die nukkige wind maar eenmaal je er aan gewend bent geraakt, wordt hij je vriend. Zware beklimmingen waren er niet bij, we hebben ze al gehad in het verleden en met een 39-17 kan je al veel. Voel je dat het niet in je benen zit en dat je eerder lood meedraagt, schakel je over naar het kleinste blad van voor. 30-19 ligt er vandaag op en dat was voldoende om met gemak enkele toeristen te passeren op de veldkruinen. Al gauw moet ik toch mijn middenblad terug benutten, je draait dol met zo’n verzet op de bovenruggen. Hier en daar stonden er plakkers langs de baan. Banden zijn nu eenmaal niet van ijzer en wie de pech heeft om op een scherp steentje terecht te komen, staat te vervangen en kan thuis plakken. Oef, we schieten goed op en het landschap vliegt aan ons voorbij. Kerkom nadert met een snelle afdaling en ik zie op mijn kilometriek 47 staan. Nog een koppige bocht en we duiken de bevoorrading in. Heimelijk keek ik eens rondom me als ik niemand herkende. Je beeldt je in dat het shirtje dat voor je staat, iemand is van het forum maar iedereen kan voor of naast je staan. Met een fietshelm op zou het nog kunnen gebeuren dat je gebuur naast je staat en dat je die niet herkend. Lekkere cake maar pardoes, het valt me uit handen en met lede ogen kijk ik even achter me om of niemand het gezien heeft. Sorry meneer maar ik kon er niet aan doen, kan ik nog een stukje krijgen aub? Ja hoor mevrouwke, neem er maar gerust, zoveel als je wil. Maar zovéél krijg ik er ook niet op en droge kruimels blijven lang in de keel hangen. Voordàt je cake of iets dergelijks eet moet je flink drinken en drinken deed ik. Zo gaat het veiliger naar beneden en hoef je niet te proesten of te hoesten. Mijn lange mouwen hield ik keurig aan. Wanneer je eenmaal die mouwen aan hebt, koel je af bij het uitdoen. Dus aanhouden dacht ik. Ook mag je niet te lang van je fiets, je raakt er zo moeilijk terug op. Terug met een zwierige zwaai, het rechterbeen over het zadel en weg waren we, op weg naar de finish. Het leek wel alsof de koude frisdrank die we gratis kregen ons plotseling van vleugels voorzag. Dat komt gewoon dat je een kik krijgt van die koude drank, je kan evengoed een cola uit een automaat halen, geeft hetzelfde effect. Razendsnel waren de laatste 20 km. Zelfs een wieltjeszuiger achter me feliciteerde me, dat hij zo goed mocht en kon meefietsen met ons. Daar heb ik tegenwoordig geen problemen meer mee, ik vind het zelfs aangenaam wanneer ik kop trek met mannen in mijn zog. Hier ging mijn groot blad in de strijd, het maalde met 50-16 een snelheid van tegen de 40 en ik genoot intens ervan. Altijd wanneer het goed loopt, is het einde in zicht, jammer want ik was nog niet moe. Je kan me dan ook met een diesel vergelijken, die pas na 40 km in gang schiet. Vandaag liep het gelijk ik het wilde, mijn fiets luisterde naar me. Stilaan raakt mijn Storckie ingefietst. Hij is mijn nieuwe vriend geworden. Geen slaapvoeten meer, blauwe inlegzolen en de juiste stand van de schoenplaatjes zorgen hiervoor. Alles wendt zich, zelfs mijn moederdagschoenen. Vlug nog onze gele stempelcontrolekaart ingeleverd, het minitombolabiljetje nagekeken, weeral niks. Dan maar een ice-tea gedronken, fietsen opgeladen en naar huis gereden. Dag jongens, tot de volgende keer gewuifd en vergeet niet: de afwezigen hadden ongelijk!
Gast

18 jun 2007, 14:01

Van het ene uithoekspunt naar het andere fietsen lijkt me wel te doen. Waar het eerst eerder hoge molshopen waren die ons lichaam tergden en onze benen gegeseld werden door de hoge grassprieten, doet het andere uiteinde zeker niet onder met zijn hevige rukwinden die je bijna in de berm doen belanden. Vooraleer je in Kallo kan geraken moet je een echte kunstenaar tegenwoordig zijn. De omleiding doet je van de ene rotonde en havennummer in de andere terecht komen. Nergens nog een aanduiding en wanneer je eindelijk na een grote zenuwslopende inspanning de overgang gevonden hebt, zie je dat de brug omhoog staat. Hoe moeten we nu over die open brug komen was mijn eerste gedacht? Maar een vriendelijke visser aan de kaai wees ons de weg dat we bij het groene licht aan poort 3 wel over konden geraken. Oef, het centrum van Kallo was bereikbaar en in de verte zagen we het gele spandoek hangen waar we onze fiets konden parkeren. Aan ons taaltje hoorden ze duidelijk dat we niet van Oost-Vlaanderen afkomstig waren maar van het stukje Maasland waar Christus nog niet verschenen was. Grote groepen die stonden aan te sluiten gingen het parcours voor ons opwarmen en wij, wij sloten gewoon aan bij een achttal mensen die het zich gezellig zouden maken onderweg. Makkelijk vandaag dachten we, het is zo plat als een vijg hier maar we hadden zonder die wind gerekend die uit het verkeerde gat kwam geschoten. Hele Polderstreken zagen we aan ons voorbij vlieden en de hoge zomerbeddingen die er met hun ranke knotswilgen lagen gaven het een aangename blik. Je ogen dwaalden van links naar rechts en zagen lilakleurige bloemeke op de velden verspreid staan. Waren we hier in het verdronken land van Saeftinge? Dit gat leek me een belangrijke tijdegeul en je zou bijna denken dat hier geen leven was. In de verte vlogen in een V grote vogels van ons weg. Zouden ze al naar warmere oorden trekken of was het juist hier te warm voor hen? Niks dan kreken die je deden wegdromen en je een sprookje van duizend-en-één-nacht voorschotelden. St-Gilles lieten we liggen en Kieldrecht gaf ons wind van voren. Wat in de Haspengouwse heuvels vanzelf ging leek me hier eerder op plat grondgebied een marteling maar we schuilden achter onze voorgangers. Na 20 km uit de wind gezeten te hebben, hield ik het voor bekeken en gaf mijn fiets de sporen. Ik liet ze 5 minuten achter me, leek bij aankomst. Waar we ook onze blik lieten ronddwalen, overal zagen we wel ergens de hoge torens van Doel op de achtergrond zo ook de torenhoge kranen. Het leek alsof ze een baken voor ons vormden om niet de weg hier kwijt te raken maar we raakten onze weg niet kwijt door de vele dokken en havennummers. De kreken hielden ons in hun macht tussen de slapende dijken die even beschutting gaven tegen die wind die maar niet van ophouden wist. Als de natuur hier een felle strijd kon leveren om te overleven zouden wij dat ook kunnen met of zonder de nukken van moedernatuur. Echter we bleven in de greep van de Westerschelde met haar oneindige blikvelden. Nu weet ik wel dat de mensen die hier overal wonen dit anders bekijken maar wij als toerist zien het mooie rondom ons en vergeten dat weldra de afkalving begint. Dat hiermee een groot stuk prachtige natuur verdwijnt komt even in de achterhoek te staan. We fietsen verder en daar waar het gaat en kan trachten we de langzame periode op te trekken tot een speed van 35. Hier wemelt het van de ollanders hoor ik iemand onder zijn bandana roepen. Blijkbaar zijn hier campings in de buurt dan heb je dat nog al eens graag dat onze noordenburen in massa te zien zijn. Maar we zaten in Hulst en dan ben je op Nederlands grondgebied met hun bewoners. Mag er ook nog gelachen worden? Tijdens het fietsen moet je kunnen doorpraten, het houdt je hartslag op peil. Kallo komt terug in zicht en even moeten we een stukje klunen over een kiezelpaadje. De mensen moeten tenslotte hun werk kunnen doen en wij fietsers moeten dat niet verhinderen door in hun buldozers te fietsen. We naderen de omhoog staande bruggen waar we deze morgen de weg gevraagd hebben maar nu is het een makkie. Dubbele groene pijlen leiden ons naar Het Sas waar we verwend worden met witte boterhammen die beleg van kaas en kop hadden. Waarom krijg ik de stelligste indruk dat we hier nog terugkomen in de toekomst om in Verrebroek te starten? Misschien mogen we dan de volgende keer de lichtjes van de Schelde aanschouwen! In alle geval, we haspelden onze 75 km af in 2uur en 55 minuten.
Gast

25 jun 2007, 16:16

Met weinig trainingsuren in de benen waagden we ons toch aan een zwaar parcours. Niet dat je het niet aan kunt als je twee dagen niet op je bike gezeten hebt maar op voorhand wat verkenningstochten uitvoeren heeft ook zijn voordelen. Je kiest om te vertrekken in de kazerne van Tongeren in plaats van de 8 van Bilzen mee te doen. Onderweg kom je echter elkaar tegen die toevallig op hetzelfde parcours aanwezig zijn. Hier moet je oppassen dat je niet in de verkeerde groep verder fietst want ieder volgt zijn eigen wegafpijling. Gelukkig wisten we de meeste heuveltjes liggen. We deden ze al eens maar toch krijg je er voortdurend een nieuwe voorgeschoteld die je bewaarde voor later. Uitstellen noemde ik dat en wanneer ze je sturen naar Visé weet je het al: het wordt vandaag niet zwaar maar loodzwaar. Ook al hebt je geoefende fietsbenen, het moet nog altijd gereden worden zeg ik maar. Fietsen moet een feest blijven en je maakt er iedere keer het beste van tot je vaststelt: het viel eigenlijk nog best mee, ik kan het nog. Immers wie op zijn wieler zit voelt een beetje zijn vrijheid naar het hoofd stijgen. Je voelt de frisse briezen door je haar spelen en je fietshelm voelt aan alsof hij niet graag op je hoofd wil zitten. Voor alle veiligheid : helm op tijdens ritten. De fietshelm beschermt wel degelijk je hoofd wanneer je als een patat tegen het wegdek smakt. Onderweg kan je niet altijd mensen groeten die naar je wuiven, het gaat te snel aan je ogen voorbij. Wie met een club fietst komt dan meestal bekende gezichten tegen en met die mensen kan men een babbeltje slaan. Dubbel oppassen of je mist de bochten en je zit letterlijk in de struiken met je klikken en klakken. Voor iedereen gerust te stellen: het ging goed, geen valpartij, geen struikduik gemaakt. Stilaan begin je te voelen aan je benen dat het hoger en hoger gaat wanneer je Sluizen en Glons achter je laat liggen. Klimgeiten krijgen nu hun gading en dat laten ze je ook voelen dat ze beter zijn. We suizen Paifve in een flits voorbij en laten de gevangenis voor wat het is, die zal er nog lang liggen. Hermée komt in zicht die op Oupeye roept dat er wel honderden wielertoeristen in aankomst zijn. In Richelle mag mijn cassette eens bewijzen wat hij waard is. En hij was het waard om op mijn fiets aanwezig te zijn. Netjes deed hij wat ik vroeg en op tijd gaf hij de sporen met zijn 30-21. In de haarspeldbochten die volgens mij geen einde kenden zag ik rechts van me al mannen naar boven klimmen. Hier kon je zien dat er je nog wat te wachten stond en je niet op je moeder moest roepen maar trappelen tot je boven geraakt. En trappelen deed ik. Hola zei mijn 30-23, ik speel vandaag ook mee, hier se. Het leek allemaal zo makkelijk te gaan, ik had het nooit verwacht. Tot je Bombaye nadert en je denkt dat je zuur eruit is bij het dalen door het souplesse trapsysteem aan te houden. Als het juist ging, moet het nu ook gaan en je houdt je flink terwijl links van je een snel peloton je voorbij raast. Is niks, ik haal de langzame mannen wel in, moet kunnen. Opletten hier dat je niet de verkeerde splitsing neemt want dan zit je zo in Neufchateau. En in Aubel wil ik ook niet zijn op dit moment dus neem ik Moelingen. Hier is het een herkenbaar parcours, ons trainingskamp dat ons naar klein Venetië brengt of is het Klein Lourdes? Gelijk een hoop verloren gelopen mensen, die juist hongerig uit de brousse komen gestoven, vloog iedereen naar de tafel van genot. De kleinste energiereep of suikerwafel die je kreeg waardeerde je en je zei niet neen tegen een slok aangelengde drank die anders je maag doet keren. We zijn nog lang niet van onze calavariebergen af. Haccourt, Houtain, Bassenge, ze passeerden allemaal de wielerrevue. Niet die hoge sterke beklimmingen doen je benen vermoeid geraken maar het altijd maar durende glooiende landschap. Boven op elke beklimming kan je wel recupereren maar nog geen honderd meter verder moet je je weer scherp zetten om een volgende keikop te trotseren.
Na zestig km is er plots een tussencontrole. Alle hens aan dek hier met je stempelkaart, geen zwartrijders er tussen in. Met een laatste glimlach bied je spontaan je kaart aan en zegt als een grap bedoelt: ja voor 3 euro mogen we wel wat heuveltjes erbij hebben. Nog een laatste krachtinspanning leveren want in en rondom Tongeren moet je het niet onderschatten. Ook hier kan je voortijdig de geest op je fiets geven maar we hielden stand. Er stond niet 77 km maar 83 op onze teller en we hadden de snelste afdaling gedaan tegen 57. De rest liet ik aan de durvers over. Met een ervaring rijker gingen we naar huis maar eerst vernamen we dat in een andere groep tijdens een afdaling iemand een flinke smak tegen het wegdek maakte. Hopelijk viel het nog mee en kan hij weer met de wielerfanaten deelnemen.

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

25 jun 2007, 20:39

Ze waren al ver gevorderd, die twee onfortuinlijken van Limburgse origine op zoek naar de Mont Ventoux en dat alles zonder kleerscheuren.
Ongeveer 80 Km per dag helling op helling af met op hun bagagerek 45 kg tent- en slaapmateriaal. Op hun schoften daarbij nog als een pakezel beladen rugzakken waggelden ze de camping op en nestelden ze zich naast ons perceeltje in het doorweekte gras.
Of ik ze misschien wegwijs kon maken met hun 'Burda'-patroon; de landkaart die ze openvouwden op de plaatssteen geleek daar sterk op, zo dikwijls gevouwen en gekreukt dat men nog nauwelijks enige weglijnen kon herkennen. Sinds de Fransen hun wegnummers dooreengehaspeld hebben is het natuurlijk een hele sinecure om daar nog wegwijs aan te geraken ook, het verkreukte kon je daar dan nog wel bijnemen.
Nu ken ik van de Ventoux alleen maar het gedistileerd, want voor het bestijgen van die mountain met een ijzeren paard heb ik een broertje dood; ik doe het liever op vier wielen en in z'n één... De wijntjes uit die streek daarentegen laat ik me liever welgevallen dan de zweetdruppels die men laat om er tegenop te ploeteren. Maar euh, van 't een kwam 't ander; niet de kaart -want dat was maar hun blikvanger- maar een hunner tubes trok mijn aandacht. Is die ene daarmee van Neeroeteren tot hier geraakt, zo plat als een vijg. En niet alleen dat, een deel van de naven stak zelfs door de buitenband heen, de overigen wiebelden tussen de velg en de as alsof dat wiel dienst deed als zwiermolen van de kermis.
Wat voor soort materiaal verkopen ze in Limburg ? Nochtans zag die MTB er op het eerste gezicht wel stoer uit; een trapas met een drietal tandwieltjes en op de achteras een aantal afdoende tandjes op de derailleur erbij. Wat de oorzaak dan ook was van een hunner leeglopers kwam ik vlug aan de weet; in volle vaart een helling afgedonderd en in een onoplettendheid de borduur, dienst doend als afscheiding tussen een parkeerstrook en de rijweg, niet gezien. Om een fiets te willen aanzien als scateboard lukte hem beslist niet, het gehuppel koste hem z'n duurzaam materiaal.
Naar eigen zeggen hadden ze bij de receptie vernomen dat de eerstvolgende fietsenmaker zo'n 25 km van de camping verwijderd was; één van hen op pad sturen om per fiets het gebroken onderdeel te gaan vervangen vond ikzelf een beetje te veel van 't goeie; ik ben ook niet harteloos, ook al zijn het Limburgers. Mijn goede ziel bood dan ook z'n diensten aan om 's anderendaags de gedupeerden tot bij die fietshersteller te brengen en het mankement te gaan vervangen. Het wiel werd dan ook in mijn kofferbak gedeponeerd en zo taxiede ik beide heren naar het eerstvolgende dorp.
Een hunner moest nog even bij de bank binnen om zgn. geld af te halen; maar na heel dat wedervaren vond ik dat toch maar een smoesje om nadien een fles van die heerlijke Ventoux in mijn pollen gestopt te voelen.
Limburgers zijn nog niet zo'n kwaaie ... :lol:

zandmannetje
Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners

27 jun 2007, 19:04

Ben ekik me daar nen totter gegaan zeg, met mijne fiets!
We vertrekken overmorgen met de auto naar Spanje en zijn dus volop aan het pakken. Want als wij op reis gaan kan dit niet zoals andere mensen dit doen, met enkele valiezen en een koffertje handbagage, neen verdorie bij ons is het altijd een echte landverhuis.
In de wagen is de koffer helemaal volgestouwd en ook op de achterbank is geen centimeter ruimte meer.
Ik heb mijn eega dan ook verwittigd als ze nu nog één attribuut meer wilt meenemen, dat zijzelf dan moet thuisblijven.
Maar een nuttig ding is wel zo’n koelbox om onderweg een fris drankje te nuttigen waar je wilt en wanneer je wilt, zonder tijdverlies om naar een kroeg met een gezellig terras te zoeken.
Tot wij concludeerden dat we helemaal niets meer van frisdrankvoorraad in huis hadden. Alleen nog wijn, en dat mag onderweg niet meer gedronken worden, volgens de nieuwe 10 geboden van de paus.

En hier verschijnt dan mijn fiets ten tonele. Eindelijk, zal een aandachtige lezer niet ten onrechte opmerken.
Omdat de auto al voor het grootste deel gepakt was, zou ik wel met het veloke het nodige aansleuren.
Blikjes Ice-tea, cola en bier, een hele vracht in een plastic tas.
Te zwaar om aan het fietsstuur te hangen, maar met één hand de zak in evenwicht houden op de port-bagage en met één hand sturen mag geen enkel probleem vormen.
Dot het ook niet,tot op het voetpad vlak naast het fietspad een wandelaar zijn hond wat veel speling laat aan de riem. De hond kon ik nog net ontwijken, ei zo na ook nog de boom die vlak erachter omdoemde, maar dan was ik het evenwicht kwijt en knalde tegen de straatstenen.
Gelukkig zonder veel erg, niets gebroken of zo. Dat komt waarschijnlijk omdat ik niet die snelheid ontwikkel waarmee ons Kwezeltje zich doorgaans verplaatst, anders had ik misschien met de ambulance afgevoerd dienen te worden.
En het wilt niet lukken zeker, drie busjes bier van 50cl.naar de filistijnen. Eén finaal plat, twee opengesprongen. Die moesten dadelijk ter plaatse geledigd worden, ofwel in de riool uitgegoten. De wandelaar was niet van de kwaadste, na uitgebreide verontschuldigingen was hij direct bereid om er eentje uit te drinken, zodat we samen aldaar ter plekke nog een gezellige babbel gevoerd hebben, over honden en de levensduurte, over het wisselvallige weer en zo...
En al bij al, nu zal ik onderweg zeker geen ongeval veroorzaken wegens te veel promille in mijn bloed...
Dus je weet het hé, salut dan maar!
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !

Fikske
Lid geworden op: 16 dec 2003, 12:31
Locatie: W-O 1970

01 jul 2007, 17:03

Ja hier kan nog eens gelachen worden.
Als het maar goed afloopt is er niks aan de hand hé Zandmannetje?

Met Kwezel kunnen wij al lang niet meer mee... maar als het gaat om stomme stoten uit te steken op de fiets dan ben ik er ook regelmatig bij.

Onze wielerspecialiste zal zeggen: 'Dat krijg er van als je niet genoeg oefent.' En gelijk heeft ze.
Ik heb mijn stalen paardje nog eens laten nazien bij de fietsenmaker en die heeft er meteen ook nieuw banden op gezet.
Je ziet het, de wil om opnieuw meer te gaan rijden is er wel maar het vlees (van mijn benen) is zo zwak.
Ik ben deze week ook eventjes tegen de vlakte gegaan in een holle weg waar nogal wat modder lag. 'Zwip!, en den deze lag op zijn zij. Gelukkig reeds ik aan een slakkengangetje en was de schade beperkt.
Eén enkele schram aan mijn elleboog.

Toch zie ik al 35 km op de teller staan deze week, wat ik voor mezelf niet slecht vind.
Als het weer een beetje meezit staan er volgende week nog eens 35 km meer op.
Niet veel? Ja, maar 't is in alle geval beter dan niks.

Tot later en fijne vakantie.

Fikske
Wie tevreden is met wat hij heeft,
is de rijkste die er leeft.
Gast

01 jul 2007, 20:32

Zo is het Fikske, beter iets dan niets.

Vandaag heb ik er 75 afgemaald en de wind die had iets tegen me. Ik ben maar een lichtgewicht en af en toe krijg je dan zo'n rukwind tegen je wiel dat je bijna de berm invliegt.

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

02 jul 2007, 08:44

Zou het kunnen dat mijn afkeer tot fietsen iets te maken heeft gehad met wat in het verleden reeds is voorgevallen ?
Ik herinner mij nog als peuter, 'k mocht toen al op het voetpad rijden, het al vervelend vond dat die stomme houten telefoonpalen op de stoep steeds in de weg stonden. Je kon dan kiezen, ofwel op de keien ofwel tegen de gevel aanbotsen, geen van beiden was plezierig; zéker niét als die keien dan nog voorzien waren van tramsporen... Want kom daar maar eens in klem te zitten; met één wiel, dat gaat nog... maar die vervelende wissels dan weer hé, geraak je daar tussen kan je weer naar de velomaker. Daar had ik ook geen zin in. Nu stond ik als rakker wel bekend om mijn schrammen en builen, maar tegen een huisgevel schaven was nog altijd niet mijn liefhebberij.
Al bijna vijftig meter was ik dus geobsedeerd door die telefoonpaal. En ik me maar voornemen "... ik rij daar niet tegen !"
Alsof het noodlot me tegen zat, knalde ik daar in volle vaart tegenaan.
Mijn verstand werd plots een paar centimeter groter; die buil op mijn kopke heeft mijn afkeer tot fietsen waarschijnlijk veroorzaakt...