Verhalen waar gebeurd of gefantaseerd.
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt
Avond
Stappen klinken gehaast in de stille straat. Het wordt langzaam donker, de straatverlichting floept aan, zorgt ervoor dat de straat een gans ander uitzicht krijgt. Op regelmatige afstanden van mekaar boren witte lichtbundels zich door de snel vallende duisternis.
De jonge vrouw wil vlug naar huis. Met één hand houdt ze haar mantel dicht, boven aan de kraag, in de andere hand een tas volgestouwd met haastig getaste boodschappen. Er staat een scherpe wind, huiverend trekt ze de kraag nog dichter rond de nek. In gedachten maakt ze een lijstje van dingen die nog moeten gedaan worden. Nog de bocht om dan ben ik er, denkt ze opgelucht! Ze had vandaag een rotdag op ’t werk, alles wat mis kón gaan ging ook mis.
Gelukkig was ze bijna thuis.
Automatisch tastte ze in haar jaszak, zoekend naar haar sleutels. Dichterbij ziet ze dat er iets op de voordeur gekleefd hangt. Verwonderd doet ze een stapje dichterbij om het witte papier te bekijken. Op het witte blad staat een tekst in grote zwarte letters! “ Deur niet openen, éérst bellen! “ Nu kon ze helemaal niet meer. Wat had dat in ’s hemelsnaam te betekenen? Peinzend bleef ze twijfelend voor haar eigen deur staan met de sleutel in de hand. Jan, haar vriend, zou pas morgenavond weer vrij zijn, wie kon er anders binnen in haar huis? Dat er iemand was zag ze, een flauwe lichtschijn was zichtbaar door het glas in de deur.
Eigenlijk was ze zo verbaasd dat ze niet wist wat te doen. Besluiteloos keek ze eens om zich heen, vermande zich en drukte een beetje nijdig , ook bang, op de belknop. Het gerinkel was duidelijk hoorbaar tot buiten!
Met een grote zwaai ging de deur open, Jan stond haar grijnzend op te wachten, nam haar de boodschappentas uit handen en snoerde haar de mond met een lange innige kus. Ondertussen zwierde hij met één voet de deur achter hun dicht. Hij legde zijn vinger op haar mond en zei ‘ niets vragen ‘ Haar jas werd opgehangen en de tas met boodschappen in de keuken gezet.
,, Liefste ik heb een verrassing voor je,, terwijl hij dat zei legde hij z’n beide handen over haar ogen, leidde haar zachtjes voor zich uit duwend naar de zitkamer ,, niet kijken,, maande hij nog eens. Na enkele pasjes trok hij de handen weg en riep ,, Surprise !!!,,
Lies opende haar ogen wist niet wat ze zag. Gans de kamer stond vol brandende kaarsjes. Op de kasten, op de schouw, de salontafel, zelfs op de stereo en TV, overal stonden kaarsjes. Kleine glazen potjes met theelichtjes stonden op de grond mooi in ’n cirkel geplaatst. Wat haar nog het meest met verstomming sloeg was wat er midden die cirkel lag. Haar donsdeken lag dubbel gevouwen op het tapijt, bovenop lagen een stapel kussens. Aan de plafondlamp hingen slingers in allerlei keuren die grillige schaduwen tekenden op de muren. Naast de kussens stond een laag bijzettafeltje, erop ’n fles champagne in de koeler, ernaast een klein boeketje bloemen.
Jan vroeg Lies op de kussens te gaan zitten, ze was nog altijd sprakeloos, wist niet wat haar overkwam. Glimlachend keek ze rond en liet begaan. Jan knielde voor haar en vroeg met een beetje schorre stem, het boeketje bloemen in de hand, “ Lies, lieve schat wil je met me trouwen? “ Ze was totaal overdonderd had er wel al eens aan gedacht, alleen niet nu en niet op deze manier. Hoopvol wachtend hield Jan haar in ’t oog met een vragende blik.
,, Ja, ja zeker,, kwam er haperend uit. Gelukkig vielen ze mekaar in de armen, genietend van elkaar. Na een tijd kreeg ze eindelijk de kans om te vragen hoe en wanneer hij dit allemaal in mekaar gebokst had. Graag gaf hij uitleg op al haar vragen, de tranen liepen haar over de wangen. Hij zocht in z’n broekzak naar een zakdoek en vond er zó het kleine doosje dat hij voor haar gekocht had. ,, Vergeten!,, zei hij lachend.
Gespannen keek hij hoe ze het doosje opende en een kreetje slaakte bij het zien van de ring die hij gekozen had. Plechtig schoof hij de ring aan haar vinger gaf haar ‘n glas champagne. Samen dronken ze “ Op de toekomst !!! “ Hun toekomst!
Lies kon haar bewondering voor de ring niet bedwingen, elke keer weer stak ze haar hand uit om er trots naar te kijken.
Het werd een lange nacht!
Bomi
11-10-03
http://blog.seniorennet.be/bomi

Stappen klinken gehaast in de stille straat. Het wordt langzaam donker, de straatverlichting floept aan, zorgt ervoor dat de straat een gans ander uitzicht krijgt. Op regelmatige afstanden van mekaar boren witte lichtbundels zich door de snel vallende duisternis.
De jonge vrouw wil vlug naar huis. Met één hand houdt ze haar mantel dicht, boven aan de kraag, in de andere hand een tas volgestouwd met haastig getaste boodschappen. Er staat een scherpe wind, huiverend trekt ze de kraag nog dichter rond de nek. In gedachten maakt ze een lijstje van dingen die nog moeten gedaan worden. Nog de bocht om dan ben ik er, denkt ze opgelucht! Ze had vandaag een rotdag op ’t werk, alles wat mis kón gaan ging ook mis.
Gelukkig was ze bijna thuis.
Automatisch tastte ze in haar jaszak, zoekend naar haar sleutels. Dichterbij ziet ze dat er iets op de voordeur gekleefd hangt. Verwonderd doet ze een stapje dichterbij om het witte papier te bekijken. Op het witte blad staat een tekst in grote zwarte letters! “ Deur niet openen, éérst bellen! “ Nu kon ze helemaal niet meer. Wat had dat in ’s hemelsnaam te betekenen? Peinzend bleef ze twijfelend voor haar eigen deur staan met de sleutel in de hand. Jan, haar vriend, zou pas morgenavond weer vrij zijn, wie kon er anders binnen in haar huis? Dat er iemand was zag ze, een flauwe lichtschijn was zichtbaar door het glas in de deur.
Eigenlijk was ze zo verbaasd dat ze niet wist wat te doen. Besluiteloos keek ze eens om zich heen, vermande zich en drukte een beetje nijdig , ook bang, op de belknop. Het gerinkel was duidelijk hoorbaar tot buiten!
Met een grote zwaai ging de deur open, Jan stond haar grijnzend op te wachten, nam haar de boodschappentas uit handen en snoerde haar de mond met een lange innige kus. Ondertussen zwierde hij met één voet de deur achter hun dicht. Hij legde zijn vinger op haar mond en zei ‘ niets vragen ‘ Haar jas werd opgehangen en de tas met boodschappen in de keuken gezet.
,, Liefste ik heb een verrassing voor je,, terwijl hij dat zei legde hij z’n beide handen over haar ogen, leidde haar zachtjes voor zich uit duwend naar de zitkamer ,, niet kijken,, maande hij nog eens. Na enkele pasjes trok hij de handen weg en riep ,, Surprise !!!,,
Lies opende haar ogen wist niet wat ze zag. Gans de kamer stond vol brandende kaarsjes. Op de kasten, op de schouw, de salontafel, zelfs op de stereo en TV, overal stonden kaarsjes. Kleine glazen potjes met theelichtjes stonden op de grond mooi in ’n cirkel geplaatst. Wat haar nog het meest met verstomming sloeg was wat er midden die cirkel lag. Haar donsdeken lag dubbel gevouwen op het tapijt, bovenop lagen een stapel kussens. Aan de plafondlamp hingen slingers in allerlei keuren die grillige schaduwen tekenden op de muren. Naast de kussens stond een laag bijzettafeltje, erop ’n fles champagne in de koeler, ernaast een klein boeketje bloemen.
Jan vroeg Lies op de kussens te gaan zitten, ze was nog altijd sprakeloos, wist niet wat haar overkwam. Glimlachend keek ze rond en liet begaan. Jan knielde voor haar en vroeg met een beetje schorre stem, het boeketje bloemen in de hand, “ Lies, lieve schat wil je met me trouwen? “ Ze was totaal overdonderd had er wel al eens aan gedacht, alleen niet nu en niet op deze manier. Hoopvol wachtend hield Jan haar in ’t oog met een vragende blik.
,, Ja, ja zeker,, kwam er haperend uit. Gelukkig vielen ze mekaar in de armen, genietend van elkaar. Na een tijd kreeg ze eindelijk de kans om te vragen hoe en wanneer hij dit allemaal in mekaar gebokst had. Graag gaf hij uitleg op al haar vragen, de tranen liepen haar over de wangen. Hij zocht in z’n broekzak naar een zakdoek en vond er zó het kleine doosje dat hij voor haar gekocht had. ,, Vergeten!,, zei hij lachend.
Gespannen keek hij hoe ze het doosje opende en een kreetje slaakte bij het zien van de ring die hij gekozen had. Plechtig schoof hij de ring aan haar vinger gaf haar ‘n glas champagne. Samen dronken ze “ Op de toekomst !!! “ Hun toekomst!
Lies kon haar bewondering voor de ring niet bedwingen, elke keer weer stak ze haar hand uit om er trots naar te kijken.
Het werd een lange nacht!
Bomi
11-10-03
http://blog.seniorennet.be/bomi

Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt
Eén enkel woord …..
Een verhitte discussie, na een examen Aardrijkskunde, tussen onze twee kleinzonen deed me de wenkbrauwen fronsen!
“ Weet je niet dat die lagen steenkool vormden, Eikel? “ Het was vooral dat laatste wat me van m’n kookpotten deed opkijken. De oudste die aan ’t woord geweest was zag mijn frons en liep al protesterend naar de living met de woorden “ Tja ’t is toch zo zeker! “ Zwijgen is soms beter en nog altijd goud waard! Het is het taaltje van de jeugd als ze onder elkaar zijn. “ Aan tafel iedereen. “ een roep die niet verloren ging in de woestijn. Case closed!
Niet dat twistgesprek, wel het feit dat die kleinkinderen van ons nooit steenkool gekend hebben zette me aan het nadenken ……..
Wat tegenwoordig zo normaal is was voor ons als kinderen heel anders. Nu draai je aan de knop van de verwarming en na luttele minuten heb je het warm.
In onze kindertijd was het heel wat omslachtiger om warmte te krijgen. Regelmatig hout hakken in dunne partjes, een werkje bij ons gedaan door mijn grootvader. Hij kwam dan binnen dronk eerst een tas koffie waarna hij opstond met de woorden “ ‘k Zal eens gaan finkelen! “ Hij noemde de gekapte houtjes ook finkelhout, nergens heb ik het woord nog horen gebruiken. De finkelhoutjes opstapelen was voor de kinderen, heerlijk die geur van vers gehakt hout. Ze werden als aanmaakhoutjes op een grote prop papier gelegd, daarna de vlam erin. Eens dat alles goed doorbrandde konden er dikkere blokken hout op, gevolgd door de steenkool.
O wee als de schouw geen goede ‘ trek ‘ had, kuchen en blazen waren het gevolg!
Een uitgestorven ras is wel de ‘ kolenboer’. Nog altijd zie ik de zaak bij ons in de straat, een grote open plaats, rondom een stenen muur als afsluiting, alleen een grote groene houten poort gaf toegang tot het plein. We moesten er elke dag een paar keer voorbij, altijd stond één vleugel van de poort open, kon je de rijkdom zien die er in grote hopen lag. De verschillende soorten kolen met houten schotten van elkaar gescheiden lagen rond het ganse plein, alleen een klein afdakje gaf enige beschutting voor de man bij regenweer. Het diende ook als kantoor of betaalplaats. Mensen die maar een kleine hoeveelheid nodig hadden konden de kolen zelf afhalen. De gekste vervoermiddelen kon je er zien, een kruiwagen of een oude kinderwagen tot een karretje aan de fiets of gewoon achter op de fiets zelf.
Voor de grotere hoeveelheden had de man een stootkar, later een kleine open vrachtwagen. De kolen werden opgeschept in zakken van 50 Kg, mooi naast elkaar gestapeld op de kar. Als de kolenboer kwam waren wij kinderen van de partij, het was een attractie!
De kolenwagen hobbelde over de kasseien netjes tot voor de deur, aanbellen was overbodig we waren al lang present eer hij goed en wel gestopt was. Het was een ‘ vuile ‘ stiel, in kinderogen had hij alles waar zij constant over berispt werden, met name zich mogen vuil maken. Hij droeg een lederen mouwloze jekker, erover een jutte zak die over het hoofd hing, zo de schouders en rug bedekkend. Hij leek weggelopen uit een of ander duister verhaaltje over heksen en trollen. Het kijken naar hem alleen al was iets speciaal!
Ondertussen was het keldergat geopend, de huizen waren zo gebouwd met een opening in het trottoir als toegang tot de kelder. Er lag een metalen rooster op, stevige metalen baren van wel 2 cm dik aan de hoeken en in ’t midden nog eens met elkaar verbonden. Daaraan een zware lange ijzeren ketting die beneden in de kelder aan de muur vastzat, stevig verankerd. Inbrekers weet je wel!
Het was een vak apart, met één punt nam de man een zak zette er zijn schouders onder torste hem op de rug, deed een paar passen zo dat de zak netjes voor de opening terecht kwam.
“ How op ,, met die roep, door ons natuurlijk mee gebruld, keerde hij de zak om in het gat. Langs een schuine wand ritselden de kolen naar beneden waar mijn vader klaarstond met een schop en de kolen over de ganse oppervlakte verspreidde. Het speciale ritselende geluid vergeet je niet, het blijft in ’t geheugen hangen. Na de klus waren de twee mannen even zwart, de kolenboer deed de zak van zijn hoofd klopte overal het stof van zijn kleren weg, wat niet veel verschil uitmaakte. Daarna ging de man door de lange gang naar de keuken waar ons moeder de jeneverfles al op tafel gezet had. Eerst handen wassen buiten aan de pomp, dan een donkere handdoek op de stoelen en de mannen dronken hun borrel(s) om het stof weg te spoelen!
Moeder van haar kant wist wat te doen, wel de volgende dag pas, “ stof moest gaan liggen “ zei ze. De kolenkelder was afgesloten met een deur van het ander gedeelte van de kelder waar de voorraad lag en stond. Door de kieren kwam onvermijdelijk stof, de volgende dag kreeg de kelder dan een flinke beurt.
Het doet me er nu aan denken hoeveel verschillende soorten kolen er waren. Vooral de oorlogsperiode heeft daarin een speciale plaats, de echte antracietkolen waren schaars, alles op de bon. Ze werden alleen gebruikt in de living voor de “ Continu “ te laten branden. Een zwart blinkende kachel met glasraampjes in de voorkant waar je het vuur zag branden en flikkeren. Het was zowat de voorloper van Centrale Verwarming, je kon het ding dag en nacht laten branden. ’s Morgens was er alleen een klein vonkje zichtbaar, ze werd dan opgepookt en door de ‘ trek ‘ te regelen weer op volle kracht gebracht. Zo was ze weer klaar om de ganse dag in sluimerstand te branden. Eierkolen en briketten waren ideaal om in de keuken, met toen nog een Leuvense stoof, te gebruiken. Ik veronderstel dat zowel de eierkolen als briketten geperst werden uit kolengruis. Moeder had een wasmachine waar we houtblokken en briketten onder stookten om het linnen aan de kook te krijgen. Het was een groot koperen ding met in ’t midden ‘ alpen ‘ die elektrisch heen en weer draaiden, zéér ongewoon voor die tijd. Wel moest er altijd iemand in de buurt zijn om te stoken, hout en kolen bijvullen, het vuur mocht niet doven!
Kijk dit zijn herinneringen uit een ver verleden! Niemand wil terug naar die tijd, toch heeft het zijn charmes om heel die periode nog eens te overpeinzen. Zeg dit alles eens aan de moderne jonge vrouw, haar problemen liggen vandaag op een ander vlak.
Probleemloos is de wereld nooit geweest, vroeger niet, ook nu niet!
Waar een opgevangen woord over een les Aardrijkskunde, goed kan voor zijn!
Bomi,
06-04-04
http://blog.seniorennet.be/bomi

Een verhitte discussie, na een examen Aardrijkskunde, tussen onze twee kleinzonen deed me de wenkbrauwen fronsen!
“ Weet je niet dat die lagen steenkool vormden, Eikel? “ Het was vooral dat laatste wat me van m’n kookpotten deed opkijken. De oudste die aan ’t woord geweest was zag mijn frons en liep al protesterend naar de living met de woorden “ Tja ’t is toch zo zeker! “ Zwijgen is soms beter en nog altijd goud waard! Het is het taaltje van de jeugd als ze onder elkaar zijn. “ Aan tafel iedereen. “ een roep die niet verloren ging in de woestijn. Case closed!
Niet dat twistgesprek, wel het feit dat die kleinkinderen van ons nooit steenkool gekend hebben zette me aan het nadenken ……..
Wat tegenwoordig zo normaal is was voor ons als kinderen heel anders. Nu draai je aan de knop van de verwarming en na luttele minuten heb je het warm.
In onze kindertijd was het heel wat omslachtiger om warmte te krijgen. Regelmatig hout hakken in dunne partjes, een werkje bij ons gedaan door mijn grootvader. Hij kwam dan binnen dronk eerst een tas koffie waarna hij opstond met de woorden “ ‘k Zal eens gaan finkelen! “ Hij noemde de gekapte houtjes ook finkelhout, nergens heb ik het woord nog horen gebruiken. De finkelhoutjes opstapelen was voor de kinderen, heerlijk die geur van vers gehakt hout. Ze werden als aanmaakhoutjes op een grote prop papier gelegd, daarna de vlam erin. Eens dat alles goed doorbrandde konden er dikkere blokken hout op, gevolgd door de steenkool.
O wee als de schouw geen goede ‘ trek ‘ had, kuchen en blazen waren het gevolg!
Een uitgestorven ras is wel de ‘ kolenboer’. Nog altijd zie ik de zaak bij ons in de straat, een grote open plaats, rondom een stenen muur als afsluiting, alleen een grote groene houten poort gaf toegang tot het plein. We moesten er elke dag een paar keer voorbij, altijd stond één vleugel van de poort open, kon je de rijkdom zien die er in grote hopen lag. De verschillende soorten kolen met houten schotten van elkaar gescheiden lagen rond het ganse plein, alleen een klein afdakje gaf enige beschutting voor de man bij regenweer. Het diende ook als kantoor of betaalplaats. Mensen die maar een kleine hoeveelheid nodig hadden konden de kolen zelf afhalen. De gekste vervoermiddelen kon je er zien, een kruiwagen of een oude kinderwagen tot een karretje aan de fiets of gewoon achter op de fiets zelf.
Voor de grotere hoeveelheden had de man een stootkar, later een kleine open vrachtwagen. De kolen werden opgeschept in zakken van 50 Kg, mooi naast elkaar gestapeld op de kar. Als de kolenboer kwam waren wij kinderen van de partij, het was een attractie!
De kolenwagen hobbelde over de kasseien netjes tot voor de deur, aanbellen was overbodig we waren al lang present eer hij goed en wel gestopt was. Het was een ‘ vuile ‘ stiel, in kinderogen had hij alles waar zij constant over berispt werden, met name zich mogen vuil maken. Hij droeg een lederen mouwloze jekker, erover een jutte zak die over het hoofd hing, zo de schouders en rug bedekkend. Hij leek weggelopen uit een of ander duister verhaaltje over heksen en trollen. Het kijken naar hem alleen al was iets speciaal!
Ondertussen was het keldergat geopend, de huizen waren zo gebouwd met een opening in het trottoir als toegang tot de kelder. Er lag een metalen rooster op, stevige metalen baren van wel 2 cm dik aan de hoeken en in ’t midden nog eens met elkaar verbonden. Daaraan een zware lange ijzeren ketting die beneden in de kelder aan de muur vastzat, stevig verankerd. Inbrekers weet je wel!
Het was een vak apart, met één punt nam de man een zak zette er zijn schouders onder torste hem op de rug, deed een paar passen zo dat de zak netjes voor de opening terecht kwam.
“ How op ,, met die roep, door ons natuurlijk mee gebruld, keerde hij de zak om in het gat. Langs een schuine wand ritselden de kolen naar beneden waar mijn vader klaarstond met een schop en de kolen over de ganse oppervlakte verspreidde. Het speciale ritselende geluid vergeet je niet, het blijft in ’t geheugen hangen. Na de klus waren de twee mannen even zwart, de kolenboer deed de zak van zijn hoofd klopte overal het stof van zijn kleren weg, wat niet veel verschil uitmaakte. Daarna ging de man door de lange gang naar de keuken waar ons moeder de jeneverfles al op tafel gezet had. Eerst handen wassen buiten aan de pomp, dan een donkere handdoek op de stoelen en de mannen dronken hun borrel(s) om het stof weg te spoelen!
Moeder van haar kant wist wat te doen, wel de volgende dag pas, “ stof moest gaan liggen “ zei ze. De kolenkelder was afgesloten met een deur van het ander gedeelte van de kelder waar de voorraad lag en stond. Door de kieren kwam onvermijdelijk stof, de volgende dag kreeg de kelder dan een flinke beurt.
Het doet me er nu aan denken hoeveel verschillende soorten kolen er waren. Vooral de oorlogsperiode heeft daarin een speciale plaats, de echte antracietkolen waren schaars, alles op de bon. Ze werden alleen gebruikt in de living voor de “ Continu “ te laten branden. Een zwart blinkende kachel met glasraampjes in de voorkant waar je het vuur zag branden en flikkeren. Het was zowat de voorloper van Centrale Verwarming, je kon het ding dag en nacht laten branden. ’s Morgens was er alleen een klein vonkje zichtbaar, ze werd dan opgepookt en door de ‘ trek ‘ te regelen weer op volle kracht gebracht. Zo was ze weer klaar om de ganse dag in sluimerstand te branden. Eierkolen en briketten waren ideaal om in de keuken, met toen nog een Leuvense stoof, te gebruiken. Ik veronderstel dat zowel de eierkolen als briketten geperst werden uit kolengruis. Moeder had een wasmachine waar we houtblokken en briketten onder stookten om het linnen aan de kook te krijgen. Het was een groot koperen ding met in ’t midden ‘ alpen ‘ die elektrisch heen en weer draaiden, zéér ongewoon voor die tijd. Wel moest er altijd iemand in de buurt zijn om te stoken, hout en kolen bijvullen, het vuur mocht niet doven!
Kijk dit zijn herinneringen uit een ver verleden! Niemand wil terug naar die tijd, toch heeft het zijn charmes om heel die periode nog eens te overpeinzen. Zeg dit alles eens aan de moderne jonge vrouw, haar problemen liggen vandaag op een ander vlak.
Probleemloos is de wereld nooit geweest, vroeger niet, ook nu niet!
Waar een opgevangen woord over een les Aardrijkskunde, goed kan voor zijn!
Bomi,
06-04-04
http://blog.seniorennet.be/bomi

Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt
Mijnheer Gustaaf 2
Het was een mooie zonnige dag Gustaaf en z’n dochter maakten een wandeling in het nabijgelegen stadspark. De gazons mooi onderhouden kregen alle aandacht, de beplanting kwam nog beter tot z’n recht door het zonlicht, bloemen in zoveel verschillende kleuren hebben dan toch iets apart. Banken waren er genoeg, overal wandelden of zaten de bewoners van het rusthuis te genieten. Het leek, oneerbiedig uitgedrukt, een beetje op een processie. De bankzitters keken en keurden, de wandelaars zagen en gaven onder mekaar even goed commentaar.
Het cafetaria werd vandaag overgeslagen, vervangen door een groot terras van het Cultureel Centrum grenzend aan ‘t park. Bij mooi weer een dankbare plaats voor de bewoners van het rusthuis. Eigenlijk was de sfeer hetzelfde als in ’t cafetaria maar dan in open lucht. Iedereen werd gewikt en gewogen, de mensen met rolstoelen genoten extra, blij dat ze nog eens buiten kwamen. Gustaaf en dochter zaten te genieten van hun drankje. Wie kwam er voorbij gestapt met een kleine boodschappentas in de hand? Bertha!
“ Zeg Mijnheer Gustaaf nu moet ik je toch eens iets vragen! “ ja Bertha vraag maar, alleen geen geld,, “ Heb jij vanmorgen ook de kleinzoon van madammeke Trekels zien binnen komen, hij had weer een grote aktetas onder de arm. “ Op het ontkennend antwoord van Gustaaf begon ze uit te leggen tegen de dochter, ondertussen een stoel beetpakkend, waar ze zich gezien haar gewicht met een plof liet op neervallen. “ Ja kind dat is toch een speciaal geval hoor! Ze woont bij ons op de gang de laatste deur rechts tegen de nooduitgang. Brieven schrijven is haar hobby, ze is 88 en zit gans de dag te schrijven. Heel haar familie krijgt regelmatig post van haar. Iedereen die op bezoek komt brengt dan ook altijd briefpapier en postzegels mee. Dat zal die kleinzoon ook wel weer meegebracht hebben in die zwarte aktetas. “ Ik zou het niet weten Bertha in de voormiddag lees ik altijd mijn krant, ook al staat de deur open geef ik er geen aandacht aan,, zei Mijnheer Gustaaf. Bertha begon nu aan de dochter uit te leggen naar wie madammeke allemaal schreef, ze had het gevraagd toen ze eens op visite geweest was bij haar. Ja ze moest er eigenlijk niet zijn maar wou toch graag eens zien hoe madammeke daar zat te schrijven! Ze had het er al een paar keer met de verzorgsters over gehad maar ja die kinderen hadden nooit veel tijd en van de kuisvrouw werd ze ook niet veel wijzer. Wil je niks drinken? vroeg de dochter vriendelijk. Neen dat wou ze niet, het leek wel een sein dat ze moest opstappen, wat ze dan ook prompt deed.
Vader en dochter schoten beiden in de lach, och het was een goede ziel, een vriendelijk mens maar soms een beetje te nieuwsgierig. Voor hen werd het trouwens ook tijd om op te stappen, het was vlakbij maar toch. Al wandelend vertelde haar vader dat madammeke echt wel een beetje eigenaardig deed. Als ze naar de kapel ging voor de zondagsmis droeg ze altijd een klein zwart hoedje, je weet wel zo eentje met een voilleke voor de ogen, zo tot net over haar neus. Aan de zijkant stak een klein zwart pluimpje dat mee wipte elke keer madammeke haar hoofd bewoog. Het moest een oud geval zijn, veronderstelde Gustaaf, want herinnert ge U nog die foto’s van Bomma zaliger die stond ook ergens zó op een foto. Ja de dochter kende die foto, van klein meisje af had ze verschillende keren de foto gezien in het fotoalbum van haar ouders. Door aan ’t album te denken dacht ze ook weer terug aan de foto ’s van haar moeder. Haar vader bleef even stil, ook hij was denkelijk in gedachten bij haar.
Boven terug op de kamer was het eerste wat hij deed de foto van z’n vrouw die naast het bed op het nachtkastje stond, in zijn handen nemen en er met zijn hand eens over strelen.
De ontroering was duidelijk voelbaar voor beiden. Gelijk het altijd gaat wil de een het niet geweten hebben tegenover de andere. Tijd om te vertrekken, vader aan ’t raam, dochter spurtend naar beneden een paar maal zwaaien en weg.
Vader moest nu naar de eetzaal de dochter moest bijwerken, alles wat ze had laten staan om haar vader te bezoeken. Maar ja haar moeder zei altijd “ De lucht hangt vol van de werkdagen waar nog niemand aan begonnen is! “ en gelijk had ze.
Bomi
26-11-03
Bezoek mijn blog;
http://blog.seniorennet.be/bomi

Het was een mooie zonnige dag Gustaaf en z’n dochter maakten een wandeling in het nabijgelegen stadspark. De gazons mooi onderhouden kregen alle aandacht, de beplanting kwam nog beter tot z’n recht door het zonlicht, bloemen in zoveel verschillende kleuren hebben dan toch iets apart. Banken waren er genoeg, overal wandelden of zaten de bewoners van het rusthuis te genieten. Het leek, oneerbiedig uitgedrukt, een beetje op een processie. De bankzitters keken en keurden, de wandelaars zagen en gaven onder mekaar even goed commentaar.
Het cafetaria werd vandaag overgeslagen, vervangen door een groot terras van het Cultureel Centrum grenzend aan ‘t park. Bij mooi weer een dankbare plaats voor de bewoners van het rusthuis. Eigenlijk was de sfeer hetzelfde als in ’t cafetaria maar dan in open lucht. Iedereen werd gewikt en gewogen, de mensen met rolstoelen genoten extra, blij dat ze nog eens buiten kwamen. Gustaaf en dochter zaten te genieten van hun drankje. Wie kwam er voorbij gestapt met een kleine boodschappentas in de hand? Bertha!
“ Zeg Mijnheer Gustaaf nu moet ik je toch eens iets vragen! “ ja Bertha vraag maar, alleen geen geld,, “ Heb jij vanmorgen ook de kleinzoon van madammeke Trekels zien binnen komen, hij had weer een grote aktetas onder de arm. “ Op het ontkennend antwoord van Gustaaf begon ze uit te leggen tegen de dochter, ondertussen een stoel beetpakkend, waar ze zich gezien haar gewicht met een plof liet op neervallen. “ Ja kind dat is toch een speciaal geval hoor! Ze woont bij ons op de gang de laatste deur rechts tegen de nooduitgang. Brieven schrijven is haar hobby, ze is 88 en zit gans de dag te schrijven. Heel haar familie krijgt regelmatig post van haar. Iedereen die op bezoek komt brengt dan ook altijd briefpapier en postzegels mee. Dat zal die kleinzoon ook wel weer meegebracht hebben in die zwarte aktetas. “ Ik zou het niet weten Bertha in de voormiddag lees ik altijd mijn krant, ook al staat de deur open geef ik er geen aandacht aan,, zei Mijnheer Gustaaf. Bertha begon nu aan de dochter uit te leggen naar wie madammeke allemaal schreef, ze had het gevraagd toen ze eens op visite geweest was bij haar. Ja ze moest er eigenlijk niet zijn maar wou toch graag eens zien hoe madammeke daar zat te schrijven! Ze had het er al een paar keer met de verzorgsters over gehad maar ja die kinderen hadden nooit veel tijd en van de kuisvrouw werd ze ook niet veel wijzer. Wil je niks drinken? vroeg de dochter vriendelijk. Neen dat wou ze niet, het leek wel een sein dat ze moest opstappen, wat ze dan ook prompt deed.
Vader en dochter schoten beiden in de lach, och het was een goede ziel, een vriendelijk mens maar soms een beetje te nieuwsgierig. Voor hen werd het trouwens ook tijd om op te stappen, het was vlakbij maar toch. Al wandelend vertelde haar vader dat madammeke echt wel een beetje eigenaardig deed. Als ze naar de kapel ging voor de zondagsmis droeg ze altijd een klein zwart hoedje, je weet wel zo eentje met een voilleke voor de ogen, zo tot net over haar neus. Aan de zijkant stak een klein zwart pluimpje dat mee wipte elke keer madammeke haar hoofd bewoog. Het moest een oud geval zijn, veronderstelde Gustaaf, want herinnert ge U nog die foto’s van Bomma zaliger die stond ook ergens zó op een foto. Ja de dochter kende die foto, van klein meisje af had ze verschillende keren de foto gezien in het fotoalbum van haar ouders. Door aan ’t album te denken dacht ze ook weer terug aan de foto ’s van haar moeder. Haar vader bleef even stil, ook hij was denkelijk in gedachten bij haar.
Boven terug op de kamer was het eerste wat hij deed de foto van z’n vrouw die naast het bed op het nachtkastje stond, in zijn handen nemen en er met zijn hand eens over strelen.
De ontroering was duidelijk voelbaar voor beiden. Gelijk het altijd gaat wil de een het niet geweten hebben tegenover de andere. Tijd om te vertrekken, vader aan ’t raam, dochter spurtend naar beneden een paar maal zwaaien en weg.
Vader moest nu naar de eetzaal de dochter moest bijwerken, alles wat ze had laten staan om haar vader te bezoeken. Maar ja haar moeder zei altijd “ De lucht hangt vol van de werkdagen waar nog niemand aan begonnen is! “ en gelijk had ze.
Bomi
26-11-03
Bezoek mijn blog;
http://blog.seniorennet.be/bomi
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt
Een streepje licht schijnt onder de brede kier van de tussendeur door. Het donker in de kamer ernaast wordt daardoor een beetje verbroken. Deze dagen mogen nog zo feestelijk verlicht zijn met ontelbare lichtjes, het donker zit binnen in je, het donkere gevoel geraak je nooit echt kwijt ook al branden er duizenden lichtjes. Het donkere overheerst diep in je wezen, je manier van beleven, je manier van zijn.
Een streepje licht dat door een niet volledig gesloten gordijn priemt verwarmt je hart, onbewust helpt het je de donkerte buiten te overleven. Zonder dat vonkje warmte zou je hart zo koud zijn. Je gevoelens en gedachten zouden als een kluwen in de knoop raken. Alleen dat lichtpuntje geeft je een stimulans om alles te ontwarren te ontrafelen. Het helpt je alles weer te zien in zijn juiste context, ’n onderscheid maken tussen goed en kwaad.
Een streepje licht, een smal randje tussen twee wolken, genoeg om ’n stroom van energie los te weken, eerst minnetjes, steeds méér en méér. Je inwendige lichtje geeft je ook geestelijk de nodige energie, stelt je in staat die warmte te delen met je familie, vrienden en mensen die het nodig hebben. Delen niet alleen met woorden ook met daden. Een paar woorden van vriendschap op de juiste plaats en op de juiste manier verwoord kunnen wonderen doen. Een uitgestoken hand is zo weinig maar betekent zo veel.
Een streepje licht van een fonkelend sterretje dat hoog aan de donkere hemel staat, doet in je binnenste het verlangen groeien naar het einde van de donkere dagen, naar méér licht. Ook al is juist in deze periode ons de boodschap gebracht van Het Licht, zijn we klaar het te aanvaarden? “ Het Licht scheen in de duisternis en de duisternis nam het niet aan! “ zo staat er geschreven. Blijft nog altijd de hoop dat we het licht laten schijnen in ons hart, onze ziel, ons hele lichaam. Hoop doet leven! Gelijk wij hopen dat de natuur meer licht zal geven en zich positief veranderen is er de hoop dat we in echte vrede, met alle volkeren kunnen leven, elk heeft zó z’n eigen streepje licht, hoeft het alleen maar te volgen.
Een streepje licht een vlammetje van een kaars wens ik voor iedereen die dit leest, laat ons proberen het vlammetje brandend te houden, ieder voor zich en toch allen samen. Daaruit putten we de moed en de energie om verder te doen elk op zijn of haar eigen manier.
Bomi,
23-12-03
Een streepje licht dat door een niet volledig gesloten gordijn priemt verwarmt je hart, onbewust helpt het je de donkerte buiten te overleven. Zonder dat vonkje warmte zou je hart zo koud zijn. Je gevoelens en gedachten zouden als een kluwen in de knoop raken. Alleen dat lichtpuntje geeft je een stimulans om alles te ontwarren te ontrafelen. Het helpt je alles weer te zien in zijn juiste context, ’n onderscheid maken tussen goed en kwaad.
Een streepje licht, een smal randje tussen twee wolken, genoeg om ’n stroom van energie los te weken, eerst minnetjes, steeds méér en méér. Je inwendige lichtje geeft je ook geestelijk de nodige energie, stelt je in staat die warmte te delen met je familie, vrienden en mensen die het nodig hebben. Delen niet alleen met woorden ook met daden. Een paar woorden van vriendschap op de juiste plaats en op de juiste manier verwoord kunnen wonderen doen. Een uitgestoken hand is zo weinig maar betekent zo veel.
Een streepje licht van een fonkelend sterretje dat hoog aan de donkere hemel staat, doet in je binnenste het verlangen groeien naar het einde van de donkere dagen, naar méér licht. Ook al is juist in deze periode ons de boodschap gebracht van Het Licht, zijn we klaar het te aanvaarden? “ Het Licht scheen in de duisternis en de duisternis nam het niet aan! “ zo staat er geschreven. Blijft nog altijd de hoop dat we het licht laten schijnen in ons hart, onze ziel, ons hele lichaam. Hoop doet leven! Gelijk wij hopen dat de natuur meer licht zal geven en zich positief veranderen is er de hoop dat we in echte vrede, met alle volkeren kunnen leven, elk heeft zó z’n eigen streepje licht, hoeft het alleen maar te volgen.
Een streepje licht een vlammetje van een kaars wens ik voor iedereen die dit leest, laat ons proberen het vlammetje brandend te houden, ieder voor zich en toch allen samen. Daaruit putten we de moed en de energie om verder te doen elk op zijn of haar eigen manier.
Bomi,
23-12-03
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Robol - Lid geworden op: 25 dec 2004, 14:48
- Locatie: Beringen
Met plezier de verhalen gelezen/herlezen.
Licht is één der basisbehoeften van de mens. Van elk levend wezen. Zonder zonnestraal bloeien er geen bloemen. Onze verre voorouders aanbaden de zon. Wij branden een kaars.
Groetjes
Robbe

Licht is één der basisbehoeften van de mens. Van elk levend wezen. Zonder zonnestraal bloeien er geen bloemen. Onze verre voorouders aanbaden de zon. Wij branden een kaars.
Groetjes
Robbe

walk on with hope in your heart
And you'll never walk alone...
And you'll never walk alone...
-
Bosrankje - Lid geworden op: 20 dec 2005, 20:42
- Locatie: Antwerpen

Een streepje licht een vlammetje van een kaars wens ik voor iedereen die dit leest, laat ons proberen het vlammetje brandend te houden, ieder voor zich en toch allen samen. Daaruit putten we de moed en de energie om verder te doen elk op zijn of haar eigen manier.
Bomi,
23-12-03
Voor mij bestaat er geen beter of mooier symbool van energie,
liefde, troost, kracht, hoop, bezinning, aanvaarding en leven dan
het vlammetje van een kaars .......
Lieve Bomi,
Met bewondering, aandacht, nieuwsgierigheid en ....plezier hebben
we de drie bladzijden gelezen en zijn gaan kijken op Uw blog.......
Wij zullen trouwe lezers blijven, wees er zeker van. Bedankt
U schreef ook :
Iemand zei me onlangs “ Je krijgt op gebied van affectie maar net terug wat je er zelf hebt ingestopt! “ een levensgrote waarheid. Het geldt niet alleen voor de relatie grootouders en kleinkinderen maar is zowat op heel het leven toepasbaar!
Bomi,
08-09-04
Inderdaad, een levensgrote waarheid
Lieve groetjes van Alter en Bosrankje
Ik hou van het leven en geloof in de mensen !
Schrijven is als vrijen met de schoonheid van
woord en zin.....
Schrijven is als vrijen met de schoonheid van
woord en zin.....
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt

Lieve vrienden, bedankt voor jullie reactie.
Robbe ook hier staat altijd één of meerdere kaarsjes te branden.
Aan Bosrankje kan ik alleen maar zeggen dat we er duidelijk dezelfde mening op na houden. Onze voorouders hadden de kaars nodig om wanneer het donker werd zich bij te lichten. wij hebben de luxe om er van te genieten, een mooi gedekte tafel zonder kaars is niet af he!
Groetjes bomi
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Brando - Lid geworden op: 10 dec 2005, 17:47
Elke vrijdag ga ik om brood in de Korte Gasthuisstraat bij bakkerij Goossens. Dit is nog de enige echte Antwerpse banketbakker voor roggeverdommekes, croissants en koffiekoeken gemaakt van echte boter. Als je wandelstraat betreedt dan zie je al waar de bakker is want er staat altijd een rij mensen tot half de straat aan te schuiven. Elke week staat ook Jeanneke in de file. Ze valt onmiddellijk op wegens haar modebewuste kledij. Ze draagt een klein oranje mutsje versierd met een groene bloem. Een lange zwarte jas komt tot aan haar grijze wollen kousen die verdwijnen in geruite kameelharen pantoffels. Aan haar arm bengelt een grote handtas die reeds heel wat heeft meegemaakt. Jeanneke heeft altijd weer tijd voor een praatje over vroeger toen het allemaal zoveel beter was. Ze vertelt dan honderduit over de jaren 50 toen ze 30 jaar was. Ze moest wel hard werken en zorgen voor haar 5 kinderen, maar de mensen waren veel vriendelijker en luisterden nog naar mekaar, vertelt ze elke keer weer. Alhoewel ik de verhalen al dikwijls gehoord heb, ga ik steeds met een goed gevoel naar huis want je merkt aan Jeanneke dat ze deze gesprekjes hard nodig heeft…
Groetjes,
Brando
Groetjes,
Brando
Bye bye seniorennet...
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt
Dag Brando,
Je verhaal heb ik met gemengde gevoelens gelezen, met de vraag in mijn achterhoofd ' bestaat dat Jeanneke echt? of is het fantasie. Ik had een gevoel van dat ken ik, heb ik zelf ook meegemaakt.
Er is nog heel veel nood en armoede in onze welvaart staat, het verhaal doet me denken aan de oorlogsperiode. Ik ben pas 72 geworden en weet dus waar ik over spreek. Uren in de rij staan als kind tot het bijna onze beurt was, dan liep mijn broer of ik naar huis om moeder te halen. Moeder kwam dan met de zegeltjes en handelde met de visboer of wat dan ook. Keuze was er niet het was te nemen wat er was.
Wij als kinderen hebben zoveel dingen leren kennen na de oorlog. Vijf liter afgelaten melk als pap verwerkt met bloem of oud brood was de avondmaaltijd voor 4 personen. Mijn grootouders hadden een tuintje gelukkig kregen we daar regelmatig wat groenten, behalve afgevallen appelen en ander inheems fruit was er niet veel keuze. Mijn broer en ik kregen elk een half eitje of een halve haring. Van de appelen werd ook siroop gemaakt thuis staan roeren tot je helemaal verkrampt waart.
Eigenlijk is er dan nog niet veel veranderd als er nu nog Jeannekes in rijen moeten aanschuiven. Zal maar zwijgen over de oorlogsjaren ik zou er met gemak een boek kunnen mee vullen.
Groetjes bomi.
Je verhaal heb ik met gemengde gevoelens gelezen, met de vraag in mijn achterhoofd ' bestaat dat Jeanneke echt? of is het fantasie. Ik had een gevoel van dat ken ik, heb ik zelf ook meegemaakt.
Er is nog heel veel nood en armoede in onze welvaart staat, het verhaal doet me denken aan de oorlogsperiode. Ik ben pas 72 geworden en weet dus waar ik over spreek. Uren in de rij staan als kind tot het bijna onze beurt was, dan liep mijn broer of ik naar huis om moeder te halen. Moeder kwam dan met de zegeltjes en handelde met de visboer of wat dan ook. Keuze was er niet het was te nemen wat er was.
Wij als kinderen hebben zoveel dingen leren kennen na de oorlog. Vijf liter afgelaten melk als pap verwerkt met bloem of oud brood was de avondmaaltijd voor 4 personen. Mijn grootouders hadden een tuintje gelukkig kregen we daar regelmatig wat groenten, behalve afgevallen appelen en ander inheems fruit was er niet veel keuze. Mijn broer en ik kregen elk een half eitje of een halve haring. Van de appelen werd ook siroop gemaakt thuis staan roeren tot je helemaal verkrampt waart.
Eigenlijk is er dan nog niet veel veranderd als er nu nog Jeannekes in rijen moeten aanschuiven. Zal maar zwijgen over de oorlogsjaren ik zou er met gemak een boek kunnen mee vullen.
Groetjes bomi.
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt
Kerstmis vroeger en nu.
Hoe de Kerstperiode nu is weten we allemaal, die staat bol van reclame over van alles en nog wat. De laatste snufjes zowel voor mannen als voor vrouwen worden overal rond je hoofd geslingerd om van de rest nog te zwijgen. Alles moet, kan niet anders! Je moet geld uitgeven liefst zo veel mogelijk. Het hoort er volgens de reclame allemaal bij, je mag toch niet achter blijven. Op culinair gebied is het al even erg. Restaurants raken volgeboekt en de traiteurs weten niet waar ze nog een bestelling kunnen tussen zetten. Eenvoudig gezellig thuis lijkt uit de tijd, kan niet meer.
De Kerst uit mijn kindertijd verliep héél anders. De middernachtmis waar ook de grote kinderen, de 12 jarigen, naartoe gingen was iets speciaal voor ons er hing een mysterieuze sfeer in de bomvolle kerk. Het schoolkoor zong de mis, samen met een vriendin werd ik gekozen om met z’n twee ‘ het Ave Maria van Shubert ‘ te zingen. Heel plechtig en indrukwekkend was dat. Muisstil in de kerk met alleen twee kinderstemmen die toen nog vlekkeloos de hoge tonen konden halen.
Na de consecratie werd door ons twee heel plechtig het kindje Jezus in de kerststal gelegd. De pastoor en de misdienaars begeleiden ons, gingen in stoet voorop. Wij als twee engelen gekleed lagen geknield voor de stal, mijnheer pastoor en z’n gevolg achter ons, er werd gebeden en gezongen. De zuster deed nadien teken naar ons dat we mochten opstaan. Jammer het lukte me niet recht te geraken, de pastoor, een al ietwat oudere man, lag op de zoom van het engelenkleed. Trekken hielp niet, tot het verlegen zustertje dan maar de pastoor iets in het oor gefezeld heeft.
De kerkgangers die er het dichts bij zaten hadden die scène natuurlijk gezien, konden met moeite ’n lach onderdrukken.
Na de mis werd er thuis chocolademelk gedronken en wafels gegeten, alleen ons vader dronk een ‘ witteke ‘. Kerstdag was de dag van uitgebreid eten, eenvoudig maar toch meer dan anders. ’n Straffe kippensoep met balletjes als opener, daarna vidé gevolgd door konijn. Grootmoeder kweekte konijnen en zorgde dan voor een paar struise exemplaren. Konijn met kriekjes, pruimen en appelmoes opgediend met door mama zelfgemaakte kroketten Namiddag de vlaaien door moeder gebakken en het nodige vocht voor de mannen. Cadeau’s waren er niet wel kreeg je soms van peter of meter een zakcentje toegestopt. De oorlog was nog maar 2 jaar voorbij het ging iets beter met de economie maar speciallekes waren er nog niet bij. Wij waren gelukkig en tevreden, na de magere oorlogsjaren was dat al een heel feest voor ons!
Was het vroeger beter? Het was anders gezelliger sfeervol, het feest had nog een betekenis.
Het kan in deze tijd nog gezellig zijn als je verstandig genoeg bent om het op je eigen manier te doen met familie of vrienden. Je maakt het zo uitgebreid als je zelf wil, hetzelfde geldt voor de pakjes. Leg de reclame langs je neer en doe het op de manier die voor jou het beste lijkt. Het gezelschap is zeker zo belangrijk als het eten wat op tafel komt!
Bomi
( 2003 )
Hoe de Kerstperiode nu is weten we allemaal, die staat bol van reclame over van alles en nog wat. De laatste snufjes zowel voor mannen als voor vrouwen worden overal rond je hoofd geslingerd om van de rest nog te zwijgen. Alles moet, kan niet anders! Je moet geld uitgeven liefst zo veel mogelijk. Het hoort er volgens de reclame allemaal bij, je mag toch niet achter blijven. Op culinair gebied is het al even erg. Restaurants raken volgeboekt en de traiteurs weten niet waar ze nog een bestelling kunnen tussen zetten. Eenvoudig gezellig thuis lijkt uit de tijd, kan niet meer.
De Kerst uit mijn kindertijd verliep héél anders. De middernachtmis waar ook de grote kinderen, de 12 jarigen, naartoe gingen was iets speciaal voor ons er hing een mysterieuze sfeer in de bomvolle kerk. Het schoolkoor zong de mis, samen met een vriendin werd ik gekozen om met z’n twee ‘ het Ave Maria van Shubert ‘ te zingen. Heel plechtig en indrukwekkend was dat. Muisstil in de kerk met alleen twee kinderstemmen die toen nog vlekkeloos de hoge tonen konden halen.
Na de consecratie werd door ons twee heel plechtig het kindje Jezus in de kerststal gelegd. De pastoor en de misdienaars begeleiden ons, gingen in stoet voorop. Wij als twee engelen gekleed lagen geknield voor de stal, mijnheer pastoor en z’n gevolg achter ons, er werd gebeden en gezongen. De zuster deed nadien teken naar ons dat we mochten opstaan. Jammer het lukte me niet recht te geraken, de pastoor, een al ietwat oudere man, lag op de zoom van het engelenkleed. Trekken hielp niet, tot het verlegen zustertje dan maar de pastoor iets in het oor gefezeld heeft.
De kerkgangers die er het dichts bij zaten hadden die scène natuurlijk gezien, konden met moeite ’n lach onderdrukken.
Na de mis werd er thuis chocolademelk gedronken en wafels gegeten, alleen ons vader dronk een ‘ witteke ‘. Kerstdag was de dag van uitgebreid eten, eenvoudig maar toch meer dan anders. ’n Straffe kippensoep met balletjes als opener, daarna vidé gevolgd door konijn. Grootmoeder kweekte konijnen en zorgde dan voor een paar struise exemplaren. Konijn met kriekjes, pruimen en appelmoes opgediend met door mama zelfgemaakte kroketten Namiddag de vlaaien door moeder gebakken en het nodige vocht voor de mannen. Cadeau’s waren er niet wel kreeg je soms van peter of meter een zakcentje toegestopt. De oorlog was nog maar 2 jaar voorbij het ging iets beter met de economie maar speciallekes waren er nog niet bij. Wij waren gelukkig en tevreden, na de magere oorlogsjaren was dat al een heel feest voor ons!
Was het vroeger beter? Het was anders gezelliger sfeervol, het feest had nog een betekenis.
Het kan in deze tijd nog gezellig zijn als je verstandig genoeg bent om het op je eigen manier te doen met familie of vrienden. Je maakt het zo uitgebreid als je zelf wil, hetzelfde geldt voor de pakjes. Leg de reclame langs je neer en doe het op de manier die voor jou het beste lijkt. Het gezelschap is zeker zo belangrijk als het eten wat op tafel komt!
Bomi
( 2003 )
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Alterego1 - Lid geworden op: 20 jan 2006, 14:05
- Locatie: Antwerpen
Bomi schreef:
"Was het vroeger beter? Het was anders gezelliger sfeervol, het feest had nog een betekenis.
Het kan in deze tijd nog gezellig zijn als je verstandig genoeg bent om het op je eigen manier te doen met familie of vrienden. Je maakt het zo uitgebreid als je zelf wil, hetzelfde geldt voor de pakjes. Leg de reclame langs je neer en doe het op de manier die voor jou het beste lijkt. Het gezelschap is zeker zo belangrijk als het eten wat op tafel komt! "
Bomi,
Wij doen het inderdaad zoals je het hier aangeeft.
Laten ons hoofd niet zot maken door al die barnumreclame,
en houden het graag gezellig.
We doen zeker niet mee aan 'la grande bouffe',om er nadien
enkele dagen niet goed van te zijn.
Zoals het in deze moderne tijd mogelijk is,kan het alle dagen
feest zijn,zonder daarom te hoeven schranzen.
Groetjes in vrede en vriendschap,
Bosrankje en Alterego
"Was het vroeger beter? Het was anders gezelliger sfeervol, het feest had nog een betekenis.
Het kan in deze tijd nog gezellig zijn als je verstandig genoeg bent om het op je eigen manier te doen met familie of vrienden. Je maakt het zo uitgebreid als je zelf wil, hetzelfde geldt voor de pakjes. Leg de reclame langs je neer en doe het op de manier die voor jou het beste lijkt. Het gezelschap is zeker zo belangrijk als het eten wat op tafel komt! "
Bomi,
Wij doen het inderdaad zoals je het hier aangeeft.
Laten ons hoofd niet zot maken door al die barnumreclame,
en houden het graag gezellig.
We doen zeker niet mee aan 'la grande bouffe',om er nadien
enkele dagen niet goed van te zijn.
Zoals het in deze moderne tijd mogelijk is,kan het alle dagen
feest zijn,zonder daarom te hoeven schranzen.
Groetjes in vrede en vriendschap,
Bosrankje en Alterego
To be or not to be,that's the question
Niemands meester,niemands knecht
Niemands meester,niemands knecht
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt
Alterego en bosrankje,
Het doet goed dat er nog mensen zijn die dezelfde mening hebben, wat niet wil zeggen dat ik mijn mening aan iemand wil opdringen.
Leven en laten leven he!
Dat verdient een bloemetje,

Liefs bomi
Het doet goed dat er nog mensen zijn die dezelfde mening hebben, wat niet wil zeggen dat ik mijn mening aan iemand wil opdringen.
Leven en laten leven he!
Dat verdient een bloemetje,

Liefs bomi
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!