Fietsperikelen

Literaire pareltjes van maatschappelijke gebeurtenissen.

ED.
Lid geworden op: 16 okt 2003, 19:20

29 okt 2007, 10:12

"29/10 Man voor de rechter na seks met fiets
Robert Stewart moet voor de rechter verschijnen... omdat hij seks heeft gehad met een fiets. De Brit werd vorig jaar betrapt in een Schotse hotelkamer.

Twee kamermeisjes van het hotel zagen de 'wielertoerist' zijn fiets berijden. De meisjes waren geshockeerd door de gebeurtenissen en via de hotelmanager werd de politie op de hoogte gebracht.

De man is nu voor de rechter verschenen en heeft de feiten toegegeven. Hij komt op de lijst met zedendelinquenten."

Aan de specialisten: Hoedoetgedat? :wink:

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

29 okt 2007, 15:15

Waarschijnlijk zonder zadel ? :lol:
Gast

20 jan 2008, 21:50

Het fietsseizoen kondigt zich stilaan aan. Wie gebeten is door die microbe, raakt er moeilijk vanaf. Onze eerste stapjes die we angstvallig met de MTB deden de eerste week van januari bracht me algauw tot een helse hoofdpijn. Niet dat de fiets of de weg daartoe hun steentje bijdroegen, of misschien toch dat laatste? Je programma ligt klaar om je op te warmen een twee tot driemaal per week en dan maak je kennis met een dwarsbomer. Steentjes, minuscule steentjes. Amper zie je ze maar je voelt ze. En als je het gevoelt hebt weet je zeker, ik heb prijs. Deze prijs wil ik niet iedere dag winnen. Dan doe ik niet meer mee aan de loterij van wegpiraterij. Als je met een allround fiets rijdt kan je al eens afwijken van je route. Zo ook deden wij dat. De kopman of vrouw roept bijvoorbeeld: links en iedereen zwenkt naar links.
In Stokkem wilde we afdraaien door het centrum om recht in Leut uit te komen ergens. De route kwam me al bekend voor maar zeker is men nooit. Ik roep: rechtdoor, en we reden rechtdoor. De blijheid van de straat maakte plaats voor de modder door het veld. Wie voor je fietst gooit je vol met spetters. Je herkent je eigen niet meer. De fiets is onherkenbaar geworden door die vuile troep in het veld. Halfbevrozen plasjes en ontdooide poelen kom je er tegen. Je zakt dieper en dieper in de sporen van een tractor weg. Nochtans had ik de indruk dat hier iets anders gaande was. Mijn voorvorkveringen stonden toch open? Ja hoor, alles ok. Het zal het glibberige veldweggetje wel zijn ofwel speelt mijn ziek-zijn me nog parten. Ik kreeg het gevoel alsof mijn achterwiel slipte, raar gevoel is dat. En ineens voelde ik het duidelijk. Dat wegzakken in de modderige gleuven had ik te danken aan mijn eerste kapotte band van het nieuwe jaar. Midden in Meeswijk sta je dan te koekeloeren met je zwarte kleren aan vol modderspetters. Vlug het voorwiel eruit geklikt en een nieuwe binnenband steken, klassiek patroon voor lekke banden. Op weg steek je gewoon een nieuwe en thuis plak je de lekke als hij nog te plakken valt. Dat verdomde minipompje is zo broos en ik maande nog aan om het zuinig en zedig te gebruiken. Pas op dat het niet breekt. Breken zal het niet maar wel blokkeren. Normaal kan je met twee gaatjes werken, een groot en een klein. Ieder seppat komt hier aan haar trekken. De band, hij wilde niet opgaan, niks wind wilde erin gaan. Nog eens harder gedrukt en of het pompje wilde protesteren, pets kapot. Daar sta je dan, midden in no way. Kilometers ver geen huis te zien en zeker geen fietser die het modderige landschap trotseerde. Iemand nam dan het initiatief om met mijn voorwiel en mijn buitenband over zijn schouders, de nieuwe binnenband in zijn zak, naar de bewoonde wereld te fietsen. Wat duurde het lang voor me. Wachten kan soms lang duren, ieder minuut lijkt dan een uur of een eeuwigheid. De koude kruipt in je kleren alhoewel je warm gekleed bent. Dan maar even de windvanger over mijn vest aangetrokken in de hoop dat de verlossing gauw terug komt. Dit duurde me nu wel echt te lang en ik nam mijn fiets op bij het stuur,zoals ze een stier opheffen om in de arena te laten verschijnen. Wat kan zo’n frame zwaar wegen dacht ik nog. Hoog omhoog loop je natuurlijk op één wiel, geen gezicht is dit. Je fiets maakt af en toe een slingerbeweging, alsof hij teveel aan de rode wijn gezeten heeft. Puf, even pauzeren. Ik zet mijn bike op de voorvork, nog een zotter gezicht, dacht ik nog. Zou ik erop gaan zitten? Bijna een elektrische stier waarbij je de stier bij de horens vat. Verder lopen was mijn motto, niet blijven stil staan. Ik liep dus verder naar de bewoonde wereld. Bij het eerste huis aangekomen, zag ik een oud vrouwke achter de gordijnen gluren. Dit madammeke begreep het allemaal niet goed. Ze staarde me aan en ging naar een ander venster om me nog beter te kunnen zien. Nu zette ik mijn fiets zonder voorwiel vlak voor haar huis op de vork. Ging er eens opzitten en deed juist alsof ik wilde verder fietsen op één wiel. Het vrouwke had bijna gevraagd of ik ze nog allemaal op een rij had maar kreeg er de kans niet toe omdat mijn redding naderde. Het voorwiel werd er keurig ingeklikt, nog eens gevoeld als de buitenband hard genoeg was. Zachte banden zijn beter voor de steentjes en in het veld maar op de weg moet je harder duwen hierdoor. Wat een eer zei ik nog hardop: ik heb de eer gekregen om de eerste platte tupe te krijgen. En er volgden er nog meer in de komende dagen. :twisted:

Mathieu
Lid geworden op: 03 nov 2003, 12:19
Locatie: Aan de rand van de stad langs het groene bos

22 jan 2008, 15:04

Stel mij toch de vraag hoe jij dan gereden hebt? Ik vertrek in Maaseik en rij naar Maasmechelen ( Eisden) en kom niet van de betonbaan af. En ik kom langs de wissen in Stokkem en langs de overzet.

Ben jij via het centrum dan richting van het Veer ( overzet) gereden en dan ongeveer aan het oefenterrein van de schutterij afgedraaid in de richting van Meeswijk. Tuurlijk rij je dan midden door het veld met slechte wegen.

Dan moet je de volgende keer de weg pakken aan de andere zijjde van Stokkem centrum, vlak langs de Maas op. Dar heb je goeie en mooie beton liggen.
Gisteren is historie, vandaag is weten, en morgen een misterie

Mathieu
Lid geworden op: 03 nov 2003, 12:19
Locatie: Aan de rand van de stad langs het groene bos

22 jan 2008, 15:05

ED. schreef:"29/10 Man voor de rechter na seks met fiets
Robert Stewart moet voor de rechter verschijnen... omdat hij seks heeft gehad met een fiets. De Brit werd vorig jaar betrapt in een Schotse hotelkamer.

Twee kamermeisjes van het hotel zagen de 'wielertoerist' zijn fiets berijden. De meisjes waren geshockeerd door de gebeurtenissen en via de hotelmanager werd de politie op de hoogte gebracht.

De man is nu voor de rechter verschenen en heeft de feiten toegegeven. Hij komt op de lijst met zedendelinquenten."

Aan de specialisten: Hoedoetgedat? :wink:
Voor de vrouwen is er een speciaal zadel ontwikkeld, maar voor de mannen. Ik weet toch wat ik liever zou doen dan sex hebben met een fiets. :lol: :lol: :lol:
Gisteren is historie, vandaag is weten, en morgen een misterie
Gast

24 jan 2008, 21:33

Oef, de voorband stond nog hard als we wilden toeren gaan. Voor geen geld in de wereld zou ik dat bikertje willen missen. We gingen op weg met een goed gevoel maar dat gevoel zou niet lang duren. Amper 12 km ver, voelde ik niet nattigheid maar een raar gevoel alsof ik inzakte op mijn fiets. ’t Is toch niet waar riep ik hardop. Het is alsof de duivel ermee gemoeid is. Mijn voorste band liep leeg. Terwijl ik in Wiemesmeer met een lekke band stond te worstelen werd op een andere afgesloten weg een fietser dood gereden. We stonden nog geen twee kilometer uit elkaar. Goddank startten we niet op de Mechelse Hei, wie weet welk lot ons dan beschoren was die dag.
Vlug het voorwiel eruit genomen, nieuwe binnenband gestoken, lucht bij gegeven en verder. Munsterbilzen bied je veel kansen om er je versnellingen uit te proberen maar we kozen voor Diepenbeek te bezoeken. De gevaarlijke oversteekplaatsen zijn vervangen door tunnels. Je kan nu zonder moeite de hele drukke baan oversteken. Deze keer vergistte ik me niet van nr. De afslag achter de UH werd op tijd genomen en even dacht ik nog aan de apenjaren van onze zoon die hier student was. In de verte zie je de tuikabelbrug van Godsheide liggen die we verleden keer verpatst hadden. Met een wel gemikt ommetje bracht onze fiets ons over de tuibrug. Geen kanaalduikers te zien, mijlen in de omtrek niet. Wie zou het trouwens nu in zijn gedacht halen om in het kanaal te duiken bij dit koud weder? In de buurt ligt het domein van Bokrijk. Veel volk is er niet te zien, trouwens het waaide zo hard, dat iedereen liever binnen bleef. De kilometers hoopten zich stilaan op. Je voelde dat je nog niet 100% in orde was maar af en toe moet men doorbijten en niet toe geven aan de slechte momenten. Hoe meer we het oude Fenixstadion naderden hoe meer de koorts kwam opzetten. Het liep trager en trager en ik verlangde naar een warme douche. Een heerlijke warme straal water die over mijn rug en buik zou friemelen om me terug een warm gevoel te geven en geen koortserig gevoel. Na 67 kilometer haalde ik eindelijk het thuisfront. Moe maar niet voldaan zou ik bijna durven zeggen. Vlug iets tegen de koorts ingenomen en daarna het bed ingedoken na die warme straaldouche. Er werd vast gesteld, dat mijn sinus potdicht zat. Je verwacht niet dat dit je deel word, alles gebeurt en is altijd voor een ander maar deze keer zaten mijn sinussen dicht alsof ze toe gemetseld waren. Geen koude buitenlucht een paar dagen voor mij. Het werd hometrainen geblazen. Het voordeel hiervan is dat je niet van je fiets geblazen wordt. De vervelende verstopte neus leek open te zijn en dan kruip je toch weer terug op je bike. Langs het kanaal in Neeroeteren blies de wind ons telkens naar de kant. Trappelen werd bijna een helse marteling maar je houdt stand, je geeft voor de drommel nog niet op. Sleuren aan je pedalen, je stuur proberen zo goed mogelijk te omklemmen. Snelheid maak je zeker niet met windstoten waarbij je haren ten bergen rijzen. Een paar fanatiekelingen staken ons voorbij en nodigden ons uit om aan te sluiten bij hen. Niet altijd moet je dit doen, je moet je eigen weg rijden en gaan. Zij draaiden af het bos in naar een camping in Opoeteren, wij kozen het hazenpad van Louwel. De wind kwam nu uit het verkeerde gat. Hij blies zijn adem recht in ons gezicht en de fiets wilde ermee stoppen. Waar je anders gezwind tegen 23 omhoog trekt, kwamen we amper aan 16 per uur. Niet opgeven, zo sprak ik mezelf moed in, volhouden, doorduwen. Maar als toemaatje kregen we nog een koude plensbui over ons af. Mijn mouwen werden zwaarder, nochtans is de regenjas niet alleen winddicht maar ook waterdicht. Dit zal mijn dure zweet zijn dacht ik. De zweet slaat toe en doet je krachten afnemen. Je spieren verzuren hier makkelijker door. Veel water drinken is dan de boodschap maar bij zulk een regenweer krijg je genoeg water van de hemel. Toch moet je drinken en het kille nat smaakte goed. Oei, glas op de weg hoorde ik roepen. Voordat je het goed en wel ziet, zit je midden tussen de glasscherven te pruttelen. Als dit maar goed afloopt peinsde ik hardop. Voor mij wel deze keer maar niet voor een ander. Wind en regen kregen je niet klein en die glasscherven die ze blijkbaar vergeten waren op te ruimen, hamerde iemand van zijn fiets af. Weeral pech voor de zoveelste keer en het jaar is amper twee weken jong. En de snotterbellen, die bleven druipen.
Gast

27 jan 2008, 16:53

Stilaan wordt het tijd om de koersfiets van onder het laken te nemen. Zijn winterslaap is volgens mij voorbij en de fiets zegt niet neen daar tegen. Het glas wat op de weg gezaaid lag heeft weeral voor een lekke band en een perforatie gezorgd. Je komt gekleed in de kelder, wil je fiets nemen en dan word je teleurgesteld. Niet mijn fiets maar die van mijn eega stond zo plat als een vijf-cent-stuk dat nog onder een pletwals had gelegen. Er blijft geen tijd over om nog een nieuwe tupe te steken en voor mijn part mag de MTB onder het laken verdwijnen. Mijn fietske lonkt naar me en smeekt me bijna om hem te nemen, samen op tocht te gaan. Hij wil me zeggen: laat die plattebandrijder maar staan, ik kan het beter. En inderdaad, hij kan het ook beter. Eindelijk mijn goede vriend weer onder me voelen. Braaf geef ik hem een stuur- en zadelklopje. Alleen, de schoenen kloppen niet. Maar dat mag geen belemmering vormen. Vlug van schoeisel verwisseld. Iedere fiets heeft zijn eigen klickers waar de schoenen op aangepast zijn, vandaar dat wisselen. Ook kan ik nu weer twee bidons meenemen en dat is ook mooi meegenomen. Als je met een MTB 40 –50 km doet, kan je makkelijk met een koersfiets bijna het dubbele doen. Je raakt niet uit conditie, je blijft fit en stilliggen kan men nog altijd en hometrainen. Droog trainen ben ik beu de laatste tijd, ik wil wind voelen door mijn haren. En wind zou ik voelen! Geen enkel moment had ik heimwee naar de winterfiets. Het ging vanzelf alsof we niet gescheiden waren geweest een hele winter lang. Mijn bikeske bracht me door Houthalen, door de eenzame wegen. Je zag hier en daar al wat bloemknoppen verschijnen. Of zijn het de eerste gele krokussen en sneeuwklokjes die ik zag? In alle geval, het ging allemaal vanzelf tot prima en geen enkel zwaar moment kondigde zich aan. Grootmoeders raad volgde ik op. Ze had me vroeger eens gezegd wanneer ik snotterbellen zou voelen druppen, laat ze druppen. Ben je binnen in huis snuit je neus uit maar ben je buiten, trek je neus op. Dank je wel grootje voor de goede raad, het werkte. Laat je je neus gewoon haar gang gaan en trek je je slijm terug op, past dit zichzelf na een tijdje aan. Je voelt dat ze niet meer druipt en dat je geen verlies hierdoor aan spierkracht hebt. Verlies je teveel vocht door je slijmen weg te werpen, voel je na een 20-tal kms, dat je aan het slabbakken bent. Ook al drink je vocht bij, je spieren raken verzuurd. We kruisen de nr. 77 ergens met de baan van Genk-Oost. Een vervelende baan vind ik dit. Slechte staat van fietspaden die er belabberd bijliggen en heimelijk gaat die vals plat omhoog. Aan deze baan schijnt geen einde te komen maar het eind van de tunnel is toch in zicht. In de buurt van de PLOT draaien we naar Genk-Noord. Even is het oppassen, dat we niet in de verkeerde baan komen maar hier kennen we normaal gezien onze weg goed. Nu is het alleen nog drukke banen die we aandoen. Ook hier moet er geoefend worden om de rotondes onder de knie te krijgen en de lichten die je doen stoppen. In het veld kom je nogal eens zacht neer maar op een betonnen wegdek zou dat eens voor een harde dobber kunnen zorgen vandaar het baanfietsen tegenwoordig. Winterslag met zijn nieuwe bioscoop complex is druk. Vlak erlangs loopt er een superdrukke baan die je naar de autostrade voert of naar het centrum van Genk. Bijna nadert onze thuishaven en ik wilde nog zo graag eens langs het oude Fenixstadion gaan. Machtig is het daar aan het voetbalstadion. De eerste supporters druppelen binnen per bus. De blauw-wit gestreepte muts ligt thuis in de kast te slapen, jammer, ik zou ze graag hier opgedaan hebben. Ach laat mijn haren maar wapperen onder mijn knalrode kaboutermuts met een flosjke aan. Niet alleen Leukemans zijn ploeg draagt zulke muts maar ook wij. Het voornaamste is dat we nu kilometers in de benen krijgen en na 60 km mocht ik er prat op gaan, ik was nog niet moe en het voelde heerlijk aan voor het eerst terug op de koersfiets. Aan snelheid wordt nog niet meegedaan, dat speelt nog geen rol. Een onbekende toeterde naar me, wellicht heeft hij de verkeerde voor maar ik laat hem in de waan. Voor mij zat het erop, de bike kon terug op zijn sokkel gezet worden, banden aflaten om de spanning eruit te doen, proper vegen en nog eens een vriendelijke klets tegen het vrouwenzadel gegeven.
Gast

29 jan 2008, 21:10

Het weer lijkt ons prima om wat verder te trekken dan de landsgrens. We duiken met een goed gevoel Valkenburg binnen. Al heel vroeg zaten we op de fiets en je hoopt dat je de eerste bent en zeker niet té veel volk tegen komt. De eerste en de laatste waren we niet. In het begin van de tocht kom je hier en daar wel een vroege vogel tegen maar zeker niet de grote groepen. Tot je Meerssen nadert en dan is het gedaan met solovluchten. Overal kwam je kleine groepjes tegen die je een vrolijke goedemorgen toe riepen. Iedereen heeft op een zondagvoormiddag precies hetzelfde gedacht als wij. In Oud-Valkenburg stopten we even om niet op adem te komen maar om ons bokes met choco te nuttigen. Bananen hadden we niet bij, de voorraad was op en dan doe je het maar op 7-granenboterhammekes. In het centrum waar het anders wemelde van de mensen en je er soms over de koppen kunt lopen, daar was het nu leeg. Triestig gezicht al die lege terrasjes. Geen mens die op een ochtend geïnteresseerd was in een warme kop choco of kamillethee. Daarentegenover liep het centrum over van toeristen die even van de fiets kwamen om hun benen te strekken. Of wilden al menig toeristen overmoedig doen en zich voorbereiden op de Amstel-Gold? Geen Cauberg vandaag voor ons. In het begin van het seizoen wilde ik geen blessure oplopen door dom de heuvel op te fietsen die je vanaf de voet al zou nekken. Neen, we kozen om langs De Bron terug te keren over Beek. Hier en daar vloog me een moedige kerel met een MTB voorbij. Ik zag iemand grinniken terwijl hij me voorbij stak op zijn dooie gemakje. Laten doen, dacht ik nog, niet forceren. We zijn hier om de benen los te gooien en om de heuvels te verkennen, stuk voor stuk. Boven gekomen leek het me zelfs nog niet zwaar te zijn geweest. Met een trippel op de vooras lukt dat prima. Ook kwam ik oog in oog te staan met die moedige gast die me zonder schroom voorbij stak. En ik grinnikte terug omdat ik nog altijd op mijn fiets zat en hij een pauze hield. Braaf beestje zei ik tegen mijn fietske, goed gedaan jongen. In vliegende vaart gaat het naar beneden als je eenmaal de windmolen voorbij zijt. Hier moet je oppassen dat je je niet tegen de rotonde knalt tegen 50 per uur. Maar het lukte allemaal nog gelijk verleden jaar. Geen Maaskasseien vandaag voor ons, gewoon Elsloo door rijden. Kom je door de bocht gevlogen als een speer en staat daar ongegeneerd een karnavalsgroep te pronken met Hollandse pinten in de handen. Dit is toch niet normaal roept er ene. Wie zet hier nu zijn tenten neer onoverzichtelijk in een gevaarlijke bocht? Is het hier dan één week vroeger dan in België karnaval? Blijkbaar wel en ik had de eer om Prins karnaval bijna tussen zijn benen te fietsen. Hopelijk heeft hij een pijnpleister bij zich gehad om zijn periculum te beschermen?
Een andere keer vlogen we naar Alden Biezen. Ijskoud was het en mijn neus stond stijf van de snot. Maar het hielp nog altijd dat neus optrekken. Geen onhebbelijke slijmwatervallen gehad. Over de Biezenstraat steken we dan verder naar de heuvel van AB. In het domein was praktisch geen volk, waarschijnlijk was het ook hier te koud voor menig mens. Met een razende vaart hollen we naar beneden en houden rechts aan. Beneden gekomen aan de hele drukke weg die je naar Spouwen brengt waren werken in uitvoering. Blijkbaar hadden ze de drukke weg vergeten om te reinigen. Zo’n slechte fietspaden lagen hier. Kan dan de burgervader van die streek daar niks aan doen vroegen we ons af? Ze kunnen toch tenminste dat rode kapotte asvalt eraf schrapen. Nu moet je telkens fietspad af, fietspad op, als je met minder dan 8 fietst. Bedankt heer burgermeester, we zullen u gedenken volgende keer in onze stemkeuze! En of dat geslinger nog niet genoeg was en levensgevaarlijk, hoorde ik het gezang van mijn wielen niet meer regelmatig maar onderbroken en dat kon maar één ding betekenen, lekke band. Maar ik mag tevreden zijn. Deze voorband bolde al 4000 km zonder kapot te zijn geweest. Je wordt er handig in! Ook moet je goed opletten dat je de sepat een beetje spel geeft als je de binnenband wind bij geeft, anders gaat hij krom staan en krijg je een klapband. En dan roept er ene: het stinkt hier naar knoflook. Wie heeft hier knoflook mee gesmokkeld?
Alles was samen goed voor 132 km in de benen te hebben. Laat de knoflook maar zijn werk doen. Het maakt je vrolijk en het vermoeid niet.
Gast

12 feb 2008, 11:34

Je voelt het duidelijk kriebelen in je hele lichaam. Lentekriebels die je doen dromen van groene weilanden en geurende bossen. Zonsondergangen aan de kust die de hemel doen verkleuren in al zijn kleurenpracht. Iedereen heeft lang genoeg binnen gezeten zich te vervelen voor de televisie die niks anders bracht dan soaps en herhalingen. Tijd om eruit te springen zou ik zeggen komt er aan. Je lijf trilt van innerlijk geluk bij het horen van de eerste kwetterende vogels, de eerste bloemknoppen die wellicht te vroeg dit jaar hun kopje opsteken door het nog bevroren gras. Heel veel dingen zou je nu in ene keer willen doen, zomaar. Maar wat zou je het eerst willen doen? De grote voorjaarskuis of een fietsprogramma uitstippelen? Fietsen is een hele grote passie geworden en af en toe pikken we al eens een wandeling mee in het buitenland maar de grote liefde is mijn koersfietske. Nog een paar weken en we draaien op volle toeren door het land. De banden staan scherp en de rest ook. Alhoewel ik ook graag langs het riet wandel met zijn verdoken stille waters en dieren bewonder die op een boerderij zo maar buiten lopen en de eerste zon insnuiven, hou ik nog zoveel ideetjes in mijn achterhoofd voor de regendagen. Wie heeft dat al niet dat hij honderden dingen wil tegelijkertijd doen maar ze toch beter één voor één afhaspelt? Je krijgt een energiescheut die je warm maakt van binnen, je gelukkig doet wezen. Je zou willen schilderen maar langs de andere kant zou je willen zingen, fluiten, gillen. Dansen zou je willen doen met een groep en dan zou je weer gewoon zomaar in het koude water willen duiken met je vrienden. Zeker is dat de terrasjes eraan komen. Is het niet in je eigen tuin tussen de hanggeraniums dan is het op een fietscaféterrasje met een bolleke rode of witte wijn tussen je vingers. Nog maar te zwijgen van die muziek die luid door de radio zweeft en waarop je mee kweelt. Dan komen de knuffels boven die je zou willen geven rond Valentijnsdag aan iemand die je dierbaar is. Het voelen van de wind, het zand dat door je tenen als een zandloper druipt, het genieten van bloemen planten, het luieren en vooral we kunnen het raam weer open zetten. Eerder denk ik aan een herboren hinde die plots haar winterjas uittrekt. De frisse zuivere lucht mag onze slaapkamer weer binnen komen. Fluitende vogels die de naderende lente en zomer aankondigen doen je verder dromen. Ze wekken je heel vroeg om naar buiten te trekken. En ben je dan buiten hoor je duidelijk nog de takken wiegen in de bomen en ze moedigen je aan: kom, kom en fiets nog voor dag en dauw.
Er hangt ’s morgensvroeg meer zuurstof in de lucht om te sporten. Goed gekleed tegen de opkomende koude lucht die nog rond je hoofd probeert te pruttelen, ga je op weg.
Niks kan je nog deren, de fietsgeur is sterker dan parfum. Maar op je fiets mag je niet meer dagdromen, je moet uitkijken recht voor je wiel. Je zucht van verlichting, eindelijk mogen we weer genieten van bochten, hellingen en haperingen. Banden die stuk gaan en heimelijk je in de berm doen belanden nemen we er graag bij. Alleen de rotondes in Maaseik vond ik dan weer niet zo prettig de laatste keer. Je bent op de rotonde en op het fietspad en wat zie je? Iemand komt van uit de oude cimemastraat, kijkt naar recht in plaats van eerst naar links en denkt dat hij voorrang heeft of dat de weg vrij ligt voor hem. Een harde gil, een handgebaar dat als een reflex omhoog gaat alsof je zo de auto zou kunnen tegen houden. In een flits denk je aan je klickers die vastzitten aan je schoenen en je hoop dat je nu niet tot puree wordt gereden. Mijn rechtervoet stond pal tegen de voorbumper van de grote grijze auto. Geen millimeter ging er nog tussen. En nog wilde hij terug aanzetten en moest ik nog harder gillen om hem te doen stoppen. De man was de kluts kwijt maar ik was bijna engelenkoek. Gelukkig had ik die dag weeral een hele goede engelbewaarder die me toe liet om volgend weekend terug aan de start te staan. Hopelijk zonder al te veel kleerscheuren en kasseien die je doen huppelen op je zadel en bidons die uit je houder vliegen. En mijn knalgele sokken die ze gaven bij de prijsuitreiking zal mijn handelsmerk zijn. Misschien wil een goede ziel ze ruilen met mij in de juiste maat? Maat 46 voor 39?
Gast

12 feb 2008, 14:41

PROFICIAT!

Mooi en raakvol geschreven!!!

Nog van dàt ....a.u.b.!

:idea: :idea: :idea:
Gast

18 feb 2008, 22:29

Ijskoud was het zaterdag bij het vertrek. De nacht ervoor had het tot -2 gevroren en het zag er naar uit dat het vriesweer mee op de fiets wilde. Nu heb ik niks tegen meetrappers maar koude voeten krijgen laat je eerder denken aan skiverlof ergens in de hoogste bergen van Oostenrijk. Geen heuveltjes in Heultje, hoogstens een vals plat in Begijnendijk. Voor de start om twaalf uur nog eens flink wat bokes met choco naar binnen gesmikkeld en een grote beker koffie. Normaal mag dit niet juist voor de start. Eten doet men liefst twee uren op voorhand, zo krijg je geen last van oprispingen of een maag die te vol is. En van koffie moet je plassen onderweg maar vrouwen zijn getraind op een dichte blaas. Bij de inschrijving keek ik eens rond of ik niemand herkende van het jaar ervoor maar niemand stond te popelen om me een hand te schudden. Je ziet ze met grote getalen vertrekken, grote groepen, allemaal in dezelfde kleur. Een waaier van regenbogen die hun beste wiel boven halen en de hevige wind trotseren. Onderweg kom je bekende gezichten tegen. Je kent geen enkele naam maar dat hoeft niet. Een fietscode die je een groet laat uitbrengen is meer dan genoeg. Drie veteranen haal ik met gemak in, zij rijden tegen 25 in een driehoeksverband. Westmeerbeek koppelen we via de Elzenstraat aan Ramsel. Rare namen dacht ik nog. Maar overal vind je wel een Schoolstraat en een Vijverstraat. Gelukkig lopen er geen vijvers over, de straat op. Met dit weer zouden je banden aan de grond vastvriezen als er water over straat liep. Houtvenne komt in zicht. Nog altijd houden we een tempo van 27 aan, gemoedelijk, rustig na een winterstop. In Begijnendijk naderen we het spoor. Deze weg hebben we al meerdere malen genomen met een andere organisatie. Je bent over het spoor en als een bliksemschicht gaat plots de bel rinkelen. Nog geen 30 seconden later raast er een trein voorbij. Jongens is me dat even schrikken. Opnieuw moeten we een spoor dwarsen, het zal wel hetzelfde zijn maar langs een andere weg terug erover. We komen eraan en als een donder gaat de bel weeral en de slagbomen vallen als een hamer naar beneden. Paf stop en klickers uit op tijd denk je dan maar in je eigen. De trein passeert nu in een andere richting. Klickers terug vaststampen en optrekken. Even kijk ik achter me en zie dat ik alleen de baan neem. Hebben ze ginder aan de slagbomen een plaspauze gehouden? Zeker teveel koffie gedronken voor het vertrek? Iemand haalt me in omdat ik mijn tempo minder om op de anderen te wachten. Samen uit, samen thuis zeggen we altijd. De man stelt voor om een sprintje te doen tot Berlaar. Hij is waarschijnlijk van daar afkomstig en kent iedere plek op de weg. Dàt sprintje houden we te goed zeg ik hem dan, nu moet ik even de anderen tot hier laten komen. Terug samen duwen we flink door en draaien naar links, weeral over het spoor. Iemand vraagt of de roze pijl wel in deze richting stond? We verbaasden ons al dat ineens de straat hier en daar door werken onderbroken was. Terug gedraaid tot bij de laatste pijl die we gezien hadden. Het was rechts hier. Eerst moesten we ergens klunen, zomaar afstappen en de fiets op je schouders nemen en dan lag de pijl bedekt met kleine kiezelstenen. Iets verder stonden plots enkele mannen te wuiven. Wat is hier de bedoeling van dachten we. Al gauw wisten we het. Het fietspad eindigde daar waar een straat van rechts kwam en dan moest je wel 20 cm naar omlaag om terug aan de overkant opnieuw 20 cm omhoog te fietsen. Zo iets kan toch niet in een rit zeiden we allemaal in koor. Hier had de organisatie gerust een obstakelaanduiding kunnen neerzetten. De mannen die voor ons eerst aankwamen aan dat euvel zaten nu met kapotte banden, wellicht nog een gebroken vooras. Misschien goed dat we dat laatste pijltje in de verkeerde richting genomen hadden, anders waren wij het hoogstwaarschijnlijk die boem eraf gevlogen waren. We fietsen verder door de dorpje van Nijske om door de Trommelstraat in Heist Goor te belanden. Als je veel moet oversteken, stoppen, optrekken, keren en naar de grond kijken, raak je vlug vermoeid. Het lijkt eerder op een zoekactie waarbij niks te winnen valt. Ineens een geschater in Berlaar. We rijden door de Venushoek roept er eentje. Iets later doen we de Godinstraat aan in Morkhoven, erg origineel moet ik zeggen. Tenslotte bereiken we de Processieweg. Toch maar frisse kleren aantrekken voordat we terug naar huis rijden. Bezwete kleren aanhouden, dat is nergens goed voor. Mijn druipneus hield na 30 km pas op, jakkes iets op mijn jasje gevallen. Geen neusdruppels gebruiken hiervoor, helpt toch niet. Voor de prostaatlijders onder ons: sommige neusdruppels zijn niet goed als je een medicijn neemt voor je prostaat. Het zet een plasrem op. Tot de volgende keer!
Gast

25 feb 2008, 12:30

Wie kent niet het bekende plekje dat bijna in de achtertuinen van Heist ligt? Je komt van Limburg in de mening dat nergens dan in Limburg zulke plekken liggen. Maar ik moet mijn mening eens herzien, ook de Netevallei is idyllisch. Zou je er tijdens de lente in de vroege ochtenduurtjes naartoe trekken, je zou nog de nevelslierten zien hangen die echte gevaarlijke mistbanken vormen boven het kille Netewater. Echter bij het vertrek in Berlaar zag het er allemaal goed uit. Frankske had droog weder voorspelt. De hemel was onbewolkt en het vriespunt lag graden achter ons die dag. Op sommige momenten was het zelfs te warm geworden om je langevingers handschoenen aan te houden. Eerst nog de kleren recht trekken, geen rimpels in je broek laten zitten anders kan je niet goed op je zadel zitten zonder de naden te voelen van je lingerie. Alles moet netjes in de plooi zitten. Het parcourspapierke nog eens vluchtig nagelezen en dan rustig vertrekken door het drukke centrum van Berlaar op weg naar Itegem. Hier en daar zie je weer de roze pijltjes staan tussen de kapotte stoepdallen van Heultje maar die volgen we vandaag niet. Vandaag houden we het op geel met een gat in. Af en toe zie je een geel ding op de weg staan zonder gat, gatloos. Ook merk ik dat na 30 km het potteke verf leeg was, geen herhalingen of te laat gezet zodat je er tegen 28 aan voorbij raast.
We zien langs ons in de vlugte want alles gaat snel aan je voorbij, de Kruiskensbergkapel liggen. Hier zitten we goed op schema merkt er ene op. Een 19de eeuwse kapel gelegen in de buurt van vijf waterputten die herinnert aan de vijf wonden van Christus laten we liggen voor de bedevaarders. Over de asfaltweg van de Niemandshoek genieten we van de Uilenberg. In de buurt vind je windmolens die je doen denken aan de eigentijdse Limburgse windmolens. Of ze nog draaien? Wellicht in Bokrijk nog maar in de rest van het Maasland? Ik denk het niet. Olen, waar ze de drie-orige pot van Keizer Karel uitgevonden hebben nadert. Dan maken we een beweging die ons voert langs het kanaal. Altijd heeft het water nog zijn bekoring op mij. Je kan er kilometers genieten van het uitzicht maar we moeten oppassen, het is heel druk langs de vaart. Nog wat drinken en eten onderweg want de eerste 50 km moet je veel drinken zodat je vocht bij je blijft dat over je gezicht dreigt verloren te gaan. Vorselaar kijkt ons aan en in de verte merken we de brug van Pulle. Maar we moeten nog naar Grobbendonk waar je een Spaanse villa kan bewonderen maar veel zien doe je er niet aan. We houden het bij links en vervolgens doen we de Kapellekesweg aan. Het lijkt hier in deze streek op een processieweg van kapellekes. Je kan tenslotte niet bij alle bidplaatsen een kaarsje laten branden om geen platte banden te krijgen. Viersel en Herentals gleden ons voorbij. Is hier de wielrennersschool voor beginnende wielrenners? Het was er geweldig druk en vele groepen vlogen aan twee zijden je voorbij. Moest ik nog terug een tiener zijn, ik zou onmiddellijk gekozen hebben voor de sportschool hier. En dan kom je uit op één van de prachtigste plekken van Antwerpen, namelijk de Netevallei. Eindeloze naakte dijken die nog geen dotterbloemen hebben maar wel veel bochten die je betoveren en je in een roes brengen op zoek naar de roofvogels. De wind blies hier goed van katoen, wellicht was de zeldzame Rietgors weg geblazen in de richting van het Zwin. Ook geen Blauwborst te beluisteren en de Sperwer met de Buizerd vormden een duo om die ene onvoorzichtige muis te vangen. Dit machtig landschap zou men eens moeten kunnen bewandelen wanneer het onder een sneeuwtapijt ligt. Zag ik daar toch nog een rietveldje dat iets van wilde ganzen herbergde? Uniek was het hier en het tempo ging gevoelig naar beneden. Als je de Netevallei van het ene bruggetje naar het andere fiets denk je niet dat je bijna weer de bewoonde wereld nadert. Lier stond op het naamplaatje. In Lier bewaren we nog goede herinneringen in ons achterhoofd, met haar Zimmertoren, het weelderig park en het zwembad. Niet meer dromen nu, voorzichtig wezen want de centrums zijn druk op een zaterdag en plots sta je terug bij je vertrekpunt. We zetten dan maar de kroon op het fietswerk, drinken bij de gezellige groep iets, kleden ons om met warme kleren en gaan huiswaarts met een heel goed gevoel.
Gast

05 mar 2008, 14:15

Iedere streek heeft haar eigen charme maar er zijn er die beter scoren, alhoewel de Rupelstreek er ook best mag wezen. Vanuit een heel klein café te Niel, vertrokken we via de Heidestraat naar de Rupeldijk. Onmiddellijk kom je op de dijk die je een woeste aanblik geeft. Dit kwam omdat de wind stevig uit zijn kluiten blies. Even oppassen dat ik geen zwiepers tegen de wielen krijg anders lig ik al vanaf het begin in de gracht. Het water wordt breder en breder en dan zie je de samenvloeiing van Schelde en Rupel dat je een gevoel geeft alsof je even de zee ruikt. Het onstuimige water van de Rupel doet me even rillen. Dit prachtige natuurgebied is nog puur, het geeft je een zalig gevoel als je wat verder langs de kleiputten bolt. Misschien is het beter door het zonneke te fietsen maar in de vroege lente mag je dit zeker niet versmaden. Deze enorme groene plaatsen geven je een rustgevend gemoed, je geniet van elke knotwilg die je op je weg tegenkomt. De dijk van Hemiksem wordt ingeruild om de Scheldeboord te bewonderen. Stilaan komen we in de bewoonde wereld aan. De Laarkapel waar je OLV van Zeven Smarten kan aanbidden geeft ons de gelegenheid om even ons oogspieren te trainen. Terwijl je fietst kan je wel rondkijken maar je kan niet bij elke gelegenheid wat je tegenkomt afstappen. Dat zou te veel tijd verliezen. In een centrum zie je veel pittoreske kerkjes, oude gebouwen en versmalde wegen die je het moeilijk maken om je baan te houden. We zien Boom staan op een wegwijzer. Langs het industriegebied en de Broekweg komen we ergens op een kaai uit. Het ruikt naar cement en in de verte ligt een ijzeren passerel die je meevoert naar een ander dorp. Hellegat zou het kunnen zijn? Je zou niet in de kleistreek zijn zonder een Kleistraat. De Boomse Questa met haar Ecomuseum waar zich het archief bevind van de Boomse bakstenen die een schril contrast tussen rijk en arm vormen. Ad Arborem was vroeger maar een buitenwijk van Rumst maar kon zich ontwikkelen tot een zeer indrukwekkend centrum van de Rupelstreek. Opgepast, we moeten over de drukke Steenweg op Waarloos naar de Morenhoevestraat. Hier en daar zijn door de voorbije harde storm de zwart-geel pijlen afgerukt, het is zelf een beetje zoeken naar de goede richting. Twijfel was er alom bij de Lage Vosbergstraat. Zouden we hier over de Mechelse Steenweg gezonden worden of moeten we hier nu naar rechts? Gewoon rechtdoor op de Herderstraat letten die we tegenkomen. Een paar keren moeten we het stratenplannetje bovenhalen. Tijdverlies krijg je hierdoor maar dat is niks, we hebben tijd genoeg. Op een gegeven moment zie ik Duffel staan, je ruikt het al van ver. Zure mest of is het voeding voor de koeien? We volgen de 21 die uitkomt op de nr. 20 maar dan moeten we terug de koers aanhouden die op het programma staat. De Heirbanen van Reet liggen onder onze wielen en dan stopt het plots, niks Mavic meer te zien. Kleistraat richting Oever moeten we hebben. Bijna zit het traject erop voor ons, nog even op de tanden bijten. De wind maakt het ons niet gemakkelijk en de vele korte straatjes vermoeien je benen. Predikheren, Kapelstraat, Kerkhofstraat, Advocaatstraat, het zijn klinkende namen in je geheugen. Je merkt dat je Niel nadert, overal hangen de plakkaten dat er circus binnenkort is. Maar dat laten we aan de kinderen over, dat zij de plaatselijke clowns maar gaan bewonderen. Nog even doorduwen en een heuveltje erbij nemen. Voordat we het goed beseffen komen we aan ons vertrekpunt aan. Iemand van een groep die na ons vertrokken is, vroeg ons de weg naar de inschrijftafel. Hij zag er niet zo gezond uit op zijn knie. Dat komt dikwijls voor als je midden in een groep fietst. Ook zie je niet altijd op tijd de obstakels die zich meestal uiterst rechts bevinden van de straat. Met alweer een ervaring rijker keren we terug om ’s anderdaags te toeren door Turnhout. Maar Retie en Mol deden ons meer afzien dan de Rupelstreek. Daar was er pas wind tegen je gat op, en wanneer hij zich keerde tegen je gezicht, kon je vechten om recht te blijven. Vechten tegen de wind, kwam de wind uit het verkeerde gat? Moeilijk maar dan fietst je wel op moed en volharding en die trofee kan niet iedereen mee naar huis nemen. Soms had ik de indruk wat ik helemaal alleen in de rit was. Geen mens haalde me in en ik stak niemand voorbij. Waren ze aan het foefelen met hun fiets-GPS?
Gast

07 mar 2008, 14:15

Voor degenen die veel fietsen of een ander sport bedrijven, is het ook heel belangrijk om fysiek in orde te zijn. De hometrainer is niet altijd het geschikte toestel om je conditie op peil te houden maar wel een goed alternatief voor het geval er sneeuw ligt of gewoon een dagje zonder goesting op de loer ligt. Ook kan je je sport dat je graag doet koppelen aan een goed doel. En zeg nu zelf, voel je je dan niet veel beter in je vel hierdoor wanneer je bedenkt dat je gezond bent en die mensen waarvoor je fietst je hulp dringend nodig hebben? Het nuttige aan het aangename koppelen, een perfecte combinatie. Als men rondom zich kijkt ziet men vast verenigingen die het even hard nodig hebben als mensen uit de derde wereld. Niet dat je geen sleutelhangers meer mag kopen die je huis aan huis aangeboden worden voor de actie 11 11 11, of dat je niet een benefietavond mag bijwonen om je nonkel pater of tante nonneke te steunen in Afrika, helemaal niet. Dichterbij je huis heb je mensen of kinderen die aan Muco lijden. Nu weet ik ook dat vrijwilligers hiervoor dag en nacht op pad zijn om wat verlichting te brengen aan deze mensen. En omdat het zo dicht in je eigen omgeving kan voortkomen vindt dit makkelijk een draagvlak van mens tot mens, van ziel tot ziel. Trouwens je kan nog beter iets steunen aan een ander dan dat een ander bij jezelf moet komen steunen. Dan is er iets niet in orde met jezelf of in je gezin. Niet iedereen vind zich geroepen om een goed doel te steunen en zeker niet iets wat niet zo bekend is onder de mensen die heel gezond zijn van lijf en leden. Daarom stoten de Muco-patiëntjes dikwijls tegen een hoge muur van onbegrip. De kinderen zien er eigenlijk niet uit alsof ze een handicap met zich mee dragen, maar niks is minder waar. Ze vechten alle dagen voor hun leven en uiteindelijk sloopt de ziekte hun jonge bestaan die tegen de bierkaai vechten Maak het maar eens mee wanneer je als jonge ouder moet aanhoren dat je kind geboren is met een afwijking, iets dat waarschijnlijk nog ongeneeslijk is, behalve door longtransplantatie. Dit is ook zo met de jonge kankerpatiëntjes. Van in het begin moeten ze alle dagen, dag in dag uit leven met een zekere angst van: morgen ben ik er waarschijnlijk niet meer. Hele moeilijke momenten met de onwetendheid verder te moeten leven dat je kind een vogeltje voor de kat binnenkort is of toch niet? Dit zijn dan de moeilijke en slechte momenten waarbij men wil gesteund worden. Is het niet psychologisch dan maar geldelijk. Probeer nu eens een kind er van te overtuigen dat het uren aan een behandeling moet besteden om zijn leven te verlengen? Probeer zulk een kind eens te doen inzien terwijl het zonder lucht zit om toch maar niet het huiswerk te verwaarlozen. Immers men moet nog een diploma proberen te behalen op langere termijn. Dan nog te zwijgen van de vrije tijd die anderen in gezonde omstandigheden doorbrengen met vriendjes buitens huis. Men hoort ze joelen in een grote zwembad of op de trampoline en zelf mag men niks, gewoon toekijken of meeluisteren. Erg hé! Goddank hebben ze nieuwe en betere behandelingen hedentendagen om hun leven te verzachten, de symptomen in te dijken maar voorkomen dat er nieuwe Muco-patiënen bijkomen, kan men niet. Maar als goede staatsburgers van dit land doen we allen mee met ‘fietsen voor het goede doel in het weekend’! En bij iedere tred die we doen, denken we aan iemand die thuis met aërosol in bed ligt en waarschijnlijk nog een antibioticakuur ondergaat. Ik zou zeggen beste mensen: zeker doen, het loont zich op termijn en men voelt zich er ook goed bij. Men blijft zelf fit en gezond, men leeft langer. En het doet niet pijn, het kost maar 2 euro, speel je op de lotto iedere week kost het meer en je wint waarschijnlijk niks ermee alleen maar hoofdpijn.
Gast

12 mar 2008, 10:55

Het is nog veel te vroeg om in form te zijn voor de wielertoeristen. De hele voorbije winter met zijn winderig en natte dagen zorgden voor wat achterstand in de benen. Maar we halen de schade stilaan wel in. Waar kan je dan de verloren conditie beter inhalen dan langs een kanaal? Wil men langere afstanden gaan doen is dit de unieke gelegenheid om je te testen op de jaagpaden langs de kanalen. Vanaf Zolder aan het circuit kan men zo ver als men wil alle remmen losgooien. Goed beladen met energierepen en bananen laat je je fiets de vrije loop. Eindelijk het groot blad aan de macht met een voorlopige 17 of 16. 50 – 17 -16 is nog te doen maar wanneer je stoer wil doen en er je 15 tegenaan wil gooien zal je het niet lang volhouden. Komende van Zolder richting Hasselt haal je zoveel mogelijk uit de kan en al bij al valt het dan nog mee want je hebt wind achter. De tegenliggers manen we aan om naar de andere richting te fietsen, loopt lekkerder roepen we maar blijkbaar gaan onze woorden verloren in de wind. Als het nog bij wind gebleven was leek alles me nog ok maar plots op een minuut tijd herpakken zich de donkere wolken boven ons en gooien roet in het eten en dit roet was niet zwart maar wit. Een hevige hagelbui met dikke sneeuwpletsen kregen we over ons af. dit zal wel een overblijfsel zijn van de Ardennen waar het dan op het ogenblik flink sneeuwt. Nog harder begin je te trappelen en probeer je een schuilplaats ergens te zoeken. Maar waar zou je kunnen schuilen langs een ellenlange kanaal waar geen buskotjes staan? De volgende brug is in zicht maar nog niet bereikbaar en toch trachten we deze zo vlug mogelijk te naderen. En als die pijnlijke hagelbui nog niet genoeg was kregen we bliksem en een donderslag op onze donder. Je zit dan op carbon en je krijgt er bliksem tegenaan en je bent langs een water die je de striemen van het kolkende water in je gezicht laat voelen. Eindelijk de brug van Kermt in aantocht. Onder de brug die niet tochtvrij blijkt te zijn, vlug tegen elkander gekropen. We stonden niet alleen eronder, het stond er al vol met fietsers die bescherming zochten. Gelukkig konden we er nog mee lachen. Verder fietsen als het gevaar geluwd was. De stemming slaat om, je wil gewoon naar huis. Je ketting heeft te veel water geslikt en je kleren kunnen het ondanks de warme regenjas niet volhouden. De overschoenen weigeren je voeten nog warm te houden en je banaan is ene troep geworden in je achterzak. Dorst voel je niet, je hebt je immers kunnen laven aan het hagelsap. Dat zal beloven voor het weekend ging het in koor wanneer de wind op zijn sterkste zal zijn en wind kregen we. Niet zo erg als in Turnhout waar we tot het stilstaande verkeer plots behoorden maar wél genoeg om je te demotiveren. Wat een fietser al allemaal niet lijden moet om zijn hobby te beoefenen. Je fietst voor het goede doel in Herk-de-Stad en dàt is het voornaamste denk je dan maar. Rond de kanten van Zoutleeuw begint het lichtjes te hellen. Gedaan met platfietsen, het bolt goed tot aan de bevoorrading en dan krijg je weer dat vervelend natuurelement aan je zijde tot de laatste drup. Onderweg komen we nog anderen tegen die samen een groepje vormden. Je sluit aan en niemand vraag zich af wat ik erbij kom doen, ze laten me achter hun gat fietsen. Gretig nam ik hun ruggen aan om me achter te verschuilen, een echte wieltjeszuigster ging het in mijn gedachten. De wegkapitein fluit als er een bocht nadert of een oversteek in zicht komt. Bocht naar rechts werd er geroepen. Iedereen legt zich in de houding om naar recht in de bocht mee te gaan. Ik hield me uiterst recht, je moet niet van je lijn afwijken anders maai je iemand anders om. Op nog geen halve meter links van me raakte iemand de grond met zijn rechterklickpedaal. Als je rechts draait moet je je rechtervoet omhoog houden en doe je dit niet behoor je tot degene die weldra prijs gaan hebben en prijs had de man. Een schommelende beweging deed hem onzacht belanden daar waar hij het niet wilde. Gelukkig niks ernstig en niemand was mee getuimeld. Dan schoten de kopmannen in actie. Ze trokken het tempo op tot 37. Mijn god wat reden die beesten hard. Hier zou ik alles in de strijd moeten gooien om nog te volgen en ik volgde tot de vrouwen afhaakten. Zonder vrouwen liep het harder en harder en als het tempo hoger dan 38 gaat, moeten mijn benen ook afhaken. Ach, ik gun de mannen dit plezier, ze zijn immers een man en willen stoer doen. Maar ’s anderendaags liet ik er enkelen een poepje ruiken die dachten dat ik ging afhaken. Ik was immers de dag ervoor goed opgewarmd en adem voor twee in de borstkas.