Hilarische feestdagen
-
Gast
Wie de Maaskant kent, denkt onmiddellijk aan de Steenweg. Als belangrijke verkeersader, verbindt hij Tongeren met Maaseik en tussenin liggen bepaalde plaatsen, die zich iedereen wel kan heugen. Alhoewel vroeger die naam beter tot zijn recht kwam, heeft de staat hem herdoopt tot Rijksweg. Wat ze daar rijk aan vinden, dat laat ik nu in het midden. Nog nooit zoveel ongevallen gebeurd als op die oude weg, omdat hij veel te smal was. De bekendste plekken zijn dan bijvoorbeeld; Tournebridge, dat zou een draaibrug zijn geweest over het kanaal om van daaruit naar Maastricht te kunnen, waarschijnlijk om boter te smokkelen of om in de oorlog de soldaten door te laten. Als je dan richting Eisden rijdt, passeer je de Kluit, Bogavic, het statige college waar vroeger de jongens tot priester opgeleid werden en je kon er ook voor schoolmeester studeren. Men hoefde niet naar het seminarie in Heusden of in Rekem, het was allemaal kort bij de deur.
Vervolgens kom je aan de Nijverheidslaan, het woord zegt het al zelf, er werd daar veel aan nijverheid gedaan.
De St-Barbarawerf is een scheepwerf waar de schepen werden binnengeloodst om kapotte onderdelen te vervangen en de ‘Mijn’ dat zijn de 2 alombekendste van die streek. Het schipperskwartier waar menig kanaalreiziger zich kon laven aan plaatselijke geneugden en ondeugden, ligt er wat verkommerd bij op het ogenblik. De oude kolenmijnsitadel die is nu omgetoverd tot een cinemazaal en tekenschool of beter gezegd, een kunstacademie, je mag er je kunsten laten botvieren en menig kunstenaar is daar geboren of herboren.
De kantines, die waar vroeger de kompels inwoonden, zijn nu gerestaureerd tot fraaie appartementen en de huizen die behoorden tot de mijn, zijn bijna allemaal opgeknapt, je herkent geen enkele straat meer terug. In die buurt is een dorpje opgetrokken, het merkendorp, het is te vergelijken met Hamelen, de rattenvanger van hamelen logeert hier zeg ik dan als ik voor de zoveelste keer met mijn fietske langsrij. Ieder winkelke heeft zijn eigen uitbeelding van uit een sprookje, waarschijnlijk heeft iedereen er behoefte aan om zich even een prinses te wanen.
Verder langs die Vlaamse wegen kom je in Leut het kasteel van Villain tegen, het oude hospitaal, dat veel mijnwerkers een verpozing heeft bezorgd en waar ze terecht konden voor hun aangetaste longen is nu een bejaardentehuis geworden. In de grote zaal beneden, daar lagen de kompels langs elkaar, kleur bestond toen niet, men voelde zich verbonden met elkaar, ieder had zijn eigen stoflongen. Nu wandelen bejaarde mensen door het park en af en toe kan je een praatje maken met zo iemand. Zij zijn tenslotte de brug naar ons verleden, de verhalen die zij zich nog kunnen herinneren, doen menig modern mens bibberen.
In Lanklaar en in de Tombos, zouden er weervolven hebben rondgedwaald, verzekerde iemand mij een keertje. Sindsdien let ik goed op als ik die griezelige plaatsen voorbijfiets, er moest maar eens zo’n schurftig gedrocht met lange schaarnagels uit de struiken tevoorschijn springen, pardoes op je achterzit, heb je meteen een platte tube. Dat zullen dan veel rubberinlegkruisjes worden, ben je zo stil! Of zou je die ook nog op je schouders moeten meenemen en dat is een beetje teveel verlangd van mij want ik heb geen bagagedrager.
De Steenweg waar zovele ongevallen zijn gebeurd, die werd verbreed. De oude huisjes zijn niet meer, ze werden vervangen door villa’s en het is één winkelstraat geworden. Een alléé van kleurige flitspalen en vallende sterren.
Als je nu dat traject doet, rij je verloren in de rotondes, je moet een kaart of een goede GPS hebben om je weg terug te vinden die vroeger afgebakend was met lichten. Eén rotonde te ver genomen en je zit met gemak in Holland waar je over de grens je weg terug moet vinden door diezelfde wirwar van rotondes die je opnieuw tegenkomt. Deze keer had ik niks aan te geven, je mag gewoon doorrijden en je wordt nog nagewuifd om je aan te moedigen zo vlug mogelijk nog eens verkeerd te rijden.
De oude Steenweg, rijk gevuld met vele herinneringen, hij is niet meer. Het is nu een brede gevaarlijke baan, het is een Rijksweg geworden, rijk aan rotondes en obstakels.
Vervolgens kom je aan de Nijverheidslaan, het woord zegt het al zelf, er werd daar veel aan nijverheid gedaan.
De St-Barbarawerf is een scheepwerf waar de schepen werden binnengeloodst om kapotte onderdelen te vervangen en de ‘Mijn’ dat zijn de 2 alombekendste van die streek. Het schipperskwartier waar menig kanaalreiziger zich kon laven aan plaatselijke geneugden en ondeugden, ligt er wat verkommerd bij op het ogenblik. De oude kolenmijnsitadel die is nu omgetoverd tot een cinemazaal en tekenschool of beter gezegd, een kunstacademie, je mag er je kunsten laten botvieren en menig kunstenaar is daar geboren of herboren.
De kantines, die waar vroeger de kompels inwoonden, zijn nu gerestaureerd tot fraaie appartementen en de huizen die behoorden tot de mijn, zijn bijna allemaal opgeknapt, je herkent geen enkele straat meer terug. In die buurt is een dorpje opgetrokken, het merkendorp, het is te vergelijken met Hamelen, de rattenvanger van hamelen logeert hier zeg ik dan als ik voor de zoveelste keer met mijn fietske langsrij. Ieder winkelke heeft zijn eigen uitbeelding van uit een sprookje, waarschijnlijk heeft iedereen er behoefte aan om zich even een prinses te wanen.
Verder langs die Vlaamse wegen kom je in Leut het kasteel van Villain tegen, het oude hospitaal, dat veel mijnwerkers een verpozing heeft bezorgd en waar ze terecht konden voor hun aangetaste longen is nu een bejaardentehuis geworden. In de grote zaal beneden, daar lagen de kompels langs elkaar, kleur bestond toen niet, men voelde zich verbonden met elkaar, ieder had zijn eigen stoflongen. Nu wandelen bejaarde mensen door het park en af en toe kan je een praatje maken met zo iemand. Zij zijn tenslotte de brug naar ons verleden, de verhalen die zij zich nog kunnen herinneren, doen menig modern mens bibberen.
In Lanklaar en in de Tombos, zouden er weervolven hebben rondgedwaald, verzekerde iemand mij een keertje. Sindsdien let ik goed op als ik die griezelige plaatsen voorbijfiets, er moest maar eens zo’n schurftig gedrocht met lange schaarnagels uit de struiken tevoorschijn springen, pardoes op je achterzit, heb je meteen een platte tube. Dat zullen dan veel rubberinlegkruisjes worden, ben je zo stil! Of zou je die ook nog op je schouders moeten meenemen en dat is een beetje teveel verlangd van mij want ik heb geen bagagedrager.
De Steenweg waar zovele ongevallen zijn gebeurd, die werd verbreed. De oude huisjes zijn niet meer, ze werden vervangen door villa’s en het is één winkelstraat geworden. Een alléé van kleurige flitspalen en vallende sterren.
Als je nu dat traject doet, rij je verloren in de rotondes, je moet een kaart of een goede GPS hebben om je weg terug te vinden die vroeger afgebakend was met lichten. Eén rotonde te ver genomen en je zit met gemak in Holland waar je over de grens je weg terug moet vinden door diezelfde wirwar van rotondes die je opnieuw tegenkomt. Deze keer had ik niks aan te geven, je mag gewoon doorrijden en je wordt nog nagewuifd om je aan te moedigen zo vlug mogelijk nog eens verkeerd te rijden.
De oude Steenweg, rijk gevuld met vele herinneringen, hij is niet meer. Het is nu een brede gevaarlijke baan, het is een Rijksweg geworden, rijk aan rotondes en obstakels.
-
Gast
De laatste tijd lees je almaar meer over telefoonterreur, je wordt constant gebeld om aan de een of andere enquête mee te werken. Waarom bellen ze altijd met een geheim nummer, mogen we niet weten wie die callcenters zijn? Wat heeft nu een mens aan al die rommel die je in de brievenbus vindt, gratis reizen te winnen, die uiteindelijk toch niet zo gratis blijken te zijn achteraf. Je wordt voortdurend er aan herinnerd hoe slecht je gezondheidstoestand is als je deze of die preparaten niet inneemt. Je gewicht is geen goudmijn meer, afvallen moeten we, kilo’s kwijtraken door vetverslinders dat uiteindelijk tot anorexia kan leiden. Wat denken die makers van die misleidende reclame dat we allemaal Twiggys moeten zijn? Moeten we dan zo’n een toonbeeld zijn van voorpaginaroddels?
Ergens ken ik een jonge vrouw die al die propaganda té zeer ter harte neemt. Ze voelde zich té dik, alhoewel ze maar 70 kg. woog. Ben je nu al te dik als je durft zeggen dat je eventjes boven je bodyindex zit? Haar kleren van jaren geleden pasten niet meer, ze kreeg geen jeugdige topjes meer aan over haar uitgedijde schouders, geen mooie jurkjes over haar uitgebalanceerde billen, verantwoorde ze zich.
Ze viel af tot 60 kg. en zag in de spiegel dat het goed was. Bij het weerzien van haar, maakte ik haar een compliment, dat ze er zo goed uitzag. Ze glimlachte en voelde zich zo goed, zo zelfzeker in haar vel, ze had weer een nieuwe vriend leren kennen ondertussen en keek weer met verlangen uit naar de toekomst.
Een tijdje geleden ontmoette ik haar opnieuw, mijn goede God, verschoot ik letterlijk. Ze had aan de vetverslinders gezeten, ze zag er mager uit in mijn ogen, lelijk en afgetakeld.
Zij echter beweerde dat 53 kg. juist goed genoeg was om die nieuwe smalle broek te dragen die ze zo graag wilde hebben.
Praten hielp hier blijkbaar niet, ze zat duidelijk met een groter probleem, het zat van binnen, dieper en tussen haar oren.
Van mij kreeg ze nu wel de goede raad om nu te stoppen, er bestond immers geen ideaal beeld van een mens. Ieder moet zich goed voelen zoals hij is, als het niet teveel lichamelijke problemen met zich meebrengt, anders moet men onder begeleiding afslanken en niet op eigen houtje liggen te prullen.
En toch ga ik door tot 45 kg. benadrukte ze nog eens toen we afscheid namen. Dat gewicht is dan prima, zo was ik toen ik trouwde, toen voelde ik me gelukkig.
Alhoewel ze nu al vel over been is, kan ze het niet meer laten, ze moet en wil afvallen tegen wil en dank, immer meer en meer. Het is een verslaving, een obsessie voor haar geworden, ze kan die ideale maten, die niet bestaan, niet vinden. Het is volgens mij de fout van al die hetze in de media. Ze kweken anorexiepatiënten en daar zijn ze dan nog fier op, want anders stopten ze met die sluikreclame over al die rommel die uiteindelijk de dood kan betekenen voor zovele jonge mensen.
Het voorstel om te gaan sporten, sloeg ze lachwekkend van de hand: “dat is niks voor mij sporten, ik wil dat alles vlugger gaat.”
Wat ik ook uitlegde over sporten, ze begreep het niet of wel was haar verstand al aangetast. Als je te diep en te ver gaat met afslanken, dan verbruik je eerst je vet, daarna gaat je spierweefsel eraan om vervolgens je hersenen aan te tasten. Ben je niet vlug voor een opname in een ziekenhuis om je te verplichten te stoppen met dwaze dingen te doen, wat niet altijd lukt, ja dan ben je een vogeltje voor de kat.
Hoe intensiever je sport, hoe hoger je energieverbruik wordt, maar niet iedereen hoeft nu percé zo intensief te sporten, men kan bewegen op allerlei manieren. Relatief zal de vetverbranding dan een kleiner aandeel gaan vormen. De glucoseverbranding zal het andere deel gaan vormen. Maar absoluut gezien zullen er meer ‘vetcalorieën’ verbrand worden dan bij een lagere intensiteit, want je totale energieverbruik is bij intensief sporten hoger.
Hier ga ik eens een sticker op de brievenbus plakken, aub, hou jullie rommel voor je eigen. Ik wil niet afslanken, niet meer gebeld worden en ik wil geen gratis reizen winnen, geef dit allemaal aan iemand die daar behoefte aan heeft maar stop aub ermee, onze jonge mensen een complex te bezorgen.
Ergens ken ik een jonge vrouw die al die propaganda té zeer ter harte neemt. Ze voelde zich té dik, alhoewel ze maar 70 kg. woog. Ben je nu al te dik als je durft zeggen dat je eventjes boven je bodyindex zit? Haar kleren van jaren geleden pasten niet meer, ze kreeg geen jeugdige topjes meer aan over haar uitgedijde schouders, geen mooie jurkjes over haar uitgebalanceerde billen, verantwoorde ze zich.
Ze viel af tot 60 kg. en zag in de spiegel dat het goed was. Bij het weerzien van haar, maakte ik haar een compliment, dat ze er zo goed uitzag. Ze glimlachte en voelde zich zo goed, zo zelfzeker in haar vel, ze had weer een nieuwe vriend leren kennen ondertussen en keek weer met verlangen uit naar de toekomst.
Een tijdje geleden ontmoette ik haar opnieuw, mijn goede God, verschoot ik letterlijk. Ze had aan de vetverslinders gezeten, ze zag er mager uit in mijn ogen, lelijk en afgetakeld.
Zij echter beweerde dat 53 kg. juist goed genoeg was om die nieuwe smalle broek te dragen die ze zo graag wilde hebben.
Praten hielp hier blijkbaar niet, ze zat duidelijk met een groter probleem, het zat van binnen, dieper en tussen haar oren.
Van mij kreeg ze nu wel de goede raad om nu te stoppen, er bestond immers geen ideaal beeld van een mens. Ieder moet zich goed voelen zoals hij is, als het niet teveel lichamelijke problemen met zich meebrengt, anders moet men onder begeleiding afslanken en niet op eigen houtje liggen te prullen.
En toch ga ik door tot 45 kg. benadrukte ze nog eens toen we afscheid namen. Dat gewicht is dan prima, zo was ik toen ik trouwde, toen voelde ik me gelukkig.
Alhoewel ze nu al vel over been is, kan ze het niet meer laten, ze moet en wil afvallen tegen wil en dank, immer meer en meer. Het is een verslaving, een obsessie voor haar geworden, ze kan die ideale maten, die niet bestaan, niet vinden. Het is volgens mij de fout van al die hetze in de media. Ze kweken anorexiepatiënten en daar zijn ze dan nog fier op, want anders stopten ze met die sluikreclame over al die rommel die uiteindelijk de dood kan betekenen voor zovele jonge mensen.
Het voorstel om te gaan sporten, sloeg ze lachwekkend van de hand: “dat is niks voor mij sporten, ik wil dat alles vlugger gaat.”
Wat ik ook uitlegde over sporten, ze begreep het niet of wel was haar verstand al aangetast. Als je te diep en te ver gaat met afslanken, dan verbruik je eerst je vet, daarna gaat je spierweefsel eraan om vervolgens je hersenen aan te tasten. Ben je niet vlug voor een opname in een ziekenhuis om je te verplichten te stoppen met dwaze dingen te doen, wat niet altijd lukt, ja dan ben je een vogeltje voor de kat.
Hoe intensiever je sport, hoe hoger je energieverbruik wordt, maar niet iedereen hoeft nu percé zo intensief te sporten, men kan bewegen op allerlei manieren. Relatief zal de vetverbranding dan een kleiner aandeel gaan vormen. De glucoseverbranding zal het andere deel gaan vormen. Maar absoluut gezien zullen er meer ‘vetcalorieën’ verbrand worden dan bij een lagere intensiteit, want je totale energieverbruik is bij intensief sporten hoger.
Hier ga ik eens een sticker op de brievenbus plakken, aub, hou jullie rommel voor je eigen. Ik wil niet afslanken, niet meer gebeld worden en ik wil geen gratis reizen winnen, geef dit allemaal aan iemand die daar behoefte aan heeft maar stop aub ermee, onze jonge mensen een complex te bezorgen.
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Complexen... zakken ophalen ja. Ik moet de eerste snaak van 13 nog tegen komen die zich laten "face-liften" heeft.
De ouderen, dié hebben complexen. Elders heb ik al aangehaald wat voor een dwaalreklame gevoerd wordt ivm. gezichtscrèmes. Eerst schminken ze jonge deernen tot ze er als "de heks van Hansl und Gretl" uitzien, om ze in een volgende close-up ineens met een "voorheen - nu"-gezicht rimpeloos laten bijlopen. Er bestaat slechts één soort zalf om daaraan daadwerklijk te verhelpen; dat jonger voelen, dat mooier uitzien. Maar dat soort zalf wordt nergens vermeld, wordt ook nergens toegepast (tenzij misschien in oculte kringen).
Mij stoort het hogenaamd niet dat mijn arts me zegt dat ik moet afvallen; hij moet het bewijs maar leveren dat dit ook zo is; hij kent me vanbinnen en van buiten. Dat beetje biologie dat ik van mezelf ken, zegt me dat mijn gewicht in mijn botten zit; al de rest is bindweefsel en vetten met een resterend droog gewicht van ong. 20 %.
De Venus van Milo staat er mooi bij, maar door ontbrekende lichaamsdelen heeft die uiteraard het ideale gewicht. Bij de poelier weegt men ook een soepkip zonder kop...
De ouderen, dié hebben complexen. Elders heb ik al aangehaald wat voor een dwaalreklame gevoerd wordt ivm. gezichtscrèmes. Eerst schminken ze jonge deernen tot ze er als "de heks van Hansl und Gretl" uitzien, om ze in een volgende close-up ineens met een "voorheen - nu"-gezicht rimpeloos laten bijlopen. Er bestaat slechts één soort zalf om daaraan daadwerklijk te verhelpen; dat jonger voelen, dat mooier uitzien. Maar dat soort zalf wordt nergens vermeld, wordt ook nergens toegepast (tenzij misschien in oculte kringen).
Mij stoort het hogenaamd niet dat mijn arts me zegt dat ik moet afvallen; hij moet het bewijs maar leveren dat dit ook zo is; hij kent me vanbinnen en van buiten. Dat beetje biologie dat ik van mezelf ken, zegt me dat mijn gewicht in mijn botten zit; al de rest is bindweefsel en vetten met een resterend droog gewicht van ong. 20 %.
De Venus van Milo staat er mooi bij, maar door ontbrekende lichaamsdelen heeft die uiteraard het ideale gewicht. Bij de poelier weegt men ook een soepkip zonder kop...
-
Gast
Deze week zijn we nog eens die lieve dame gaan bezoeken op de bejaardenafdeling ergens. Het was maar stillekes op haar kamer en hard op de deur kloppen, dat durfden we niet, alhoewel ze hardhorig is. Ze zat langs haar bed in een lederen zetel met een hulpstukje voor haar, om een boek beter te kunnen lezen. Het boek kwam uit de ‘plaatselijke bieb’, zei ze en heeft ‘grote letters’. Zo kon ze beter haar romanneke lezen.
Eindelijk zie ik eens blijde gezichten om me heen, hier zie ik alleen nog witte wandelende en lopende mensen zonder tijd en zonder glimlach. De emoties laaiden dan ook hoog op, toen ze ons vertelde van haar familieleden. Hartverscheurend snikte ze en haar tranen rolden over haar boek. Ons leed houdt maar niet op vertelde ze ons, nu ligt mijn kleindochter hier ook een verdieping lager en ik kan haar niet gaan bezoeken want ik durf niemand van het personeel het te vragen.
We maakten haar duidelijk dat ze dat gerust mocht vragen en als er ene tijd zou hebben, dat ze haar dan brachten tot bij haar kleindochter, ze zou het alleen eventjes moeten vragen aan haar behandelende arts. Die zou het in mijn ogen vast goedvinden want ze was tenslotte niet ‘besmettelijk’ ziek.
Ik durf hier hélemaal niets te vragen aan die mensen, ze mopperen aldoor over van alles, dat we te veel vragen, te hard zagen en dat ze onderbezet zijn met personeel.
Huist hier dan al de witte woede of zijn ze ook machines in de maatschappij geworden? Het lijkt wel of ze de patiënten trainen om hun blaas dicht te knijpen. Zou het dan zo erg zijn, als er eentje een keertje meer naar het toilet zou willen wegens omstandigheden. Neen, ze leek wel bang voor die witte kiels, erger nog, ze schilderde hun af als dominante figuren die de zieken kwelden.
Ze begon hoe langer hoe harder te wenen om haar kinderen en haar huisje dat weldra nieuwe eigenaars zal herbergen. Ze wilde zo graag eens een weekendje naar huis komen maar helaas, dat zit er voorlopig niet in. Maak zo’n oud menske dat maar eens wijs, dat zolang ze zo hulpbehoevend is, het moeilijk is om haar op weekend te nemen.
Haar kinderen lieten haar in de steek, jammerde ze door haar tranen heen, ze willen me niet meer hebben. Nu dat ze aan mijn geld kunnen, willen ze niks meer met mij te maken hebben. Daarom stoppen ze me hier zo diep weg, zodat ik niet meer naar mijn eigen huis kan terugkeren. Nochtans wil ik mijn kachel eens zelf poken en mijn was nog eens zelf doen maar niemand heeft hier begrip voor, snikte ze ontdaan. En de gedichten in mijn prentenboek, dat ze me gebracht hebben, dat heb ik mee terug gegeven, ik wil het niet meer zien.
Ik liet haar een beetje uitrazen en bracht haar langzaam op andere gedachten, het leek te werken, althans, eventjes maar. Het boek duwde ze naar me toe en ze wilde dat ik haar een pagina voorlas, “net als vroeger hé”, vroeg ze! Nu wil het toeval, dat het boek handelde over verre reizen, alhoewel ze nooit verder dan het buurland is geweest. Dan vertelden we maar over onze reis die we gemaakt hebben in de sneeuw en ze luisterde gretig naar mijn woorden. Zo vergat ze een beetje haar groot verdriet, want ze beseft goed dat ze waarschijnlijk haar ‘home’ voorgoed kwijt zal zijn.
Iedereen doet zijn of haar best om het haar zo goed mogelijk naar de zin te maken. De buren komen regelmatig over de vloer, ze brengen de post mee en vertellen haar over de laatste nieuwtjes in het dorpje.
Weldra zal het Pasen zijn, dan is het kermis in hun straat, maar hoogstwaarschijnlijk zal ze de foorkramers niet van dichtbij kunnen bekijken en de smoutebollen die mag ze niet meer eten. Ze moet op haar ‘manier’ van eten letten, vertelt ze nog, alleen fruityohurt en kazen staan op het menu.
Wie wil nu de ganse dag kaas eten in alle soorten en wie wil niet eens met weemoed aan die smoutebollen denken van lang vervlogen tijden? Haar ogen spraken boekdelen en eventjes straalden haar ogen doorheen haar dikke tranen en ik gaf tanteke een dikke stevige knuffel.
Eindelijk zie ik eens blijde gezichten om me heen, hier zie ik alleen nog witte wandelende en lopende mensen zonder tijd en zonder glimlach. De emoties laaiden dan ook hoog op, toen ze ons vertelde van haar familieleden. Hartverscheurend snikte ze en haar tranen rolden over haar boek. Ons leed houdt maar niet op vertelde ze ons, nu ligt mijn kleindochter hier ook een verdieping lager en ik kan haar niet gaan bezoeken want ik durf niemand van het personeel het te vragen.
We maakten haar duidelijk dat ze dat gerust mocht vragen en als er ene tijd zou hebben, dat ze haar dan brachten tot bij haar kleindochter, ze zou het alleen eventjes moeten vragen aan haar behandelende arts. Die zou het in mijn ogen vast goedvinden want ze was tenslotte niet ‘besmettelijk’ ziek.
Ik durf hier hélemaal niets te vragen aan die mensen, ze mopperen aldoor over van alles, dat we te veel vragen, te hard zagen en dat ze onderbezet zijn met personeel.
Huist hier dan al de witte woede of zijn ze ook machines in de maatschappij geworden? Het lijkt wel of ze de patiënten trainen om hun blaas dicht te knijpen. Zou het dan zo erg zijn, als er eentje een keertje meer naar het toilet zou willen wegens omstandigheden. Neen, ze leek wel bang voor die witte kiels, erger nog, ze schilderde hun af als dominante figuren die de zieken kwelden.
Ze begon hoe langer hoe harder te wenen om haar kinderen en haar huisje dat weldra nieuwe eigenaars zal herbergen. Ze wilde zo graag eens een weekendje naar huis komen maar helaas, dat zit er voorlopig niet in. Maak zo’n oud menske dat maar eens wijs, dat zolang ze zo hulpbehoevend is, het moeilijk is om haar op weekend te nemen.
Haar kinderen lieten haar in de steek, jammerde ze door haar tranen heen, ze willen me niet meer hebben. Nu dat ze aan mijn geld kunnen, willen ze niks meer met mij te maken hebben. Daarom stoppen ze me hier zo diep weg, zodat ik niet meer naar mijn eigen huis kan terugkeren. Nochtans wil ik mijn kachel eens zelf poken en mijn was nog eens zelf doen maar niemand heeft hier begrip voor, snikte ze ontdaan. En de gedichten in mijn prentenboek, dat ze me gebracht hebben, dat heb ik mee terug gegeven, ik wil het niet meer zien.
Ik liet haar een beetje uitrazen en bracht haar langzaam op andere gedachten, het leek te werken, althans, eventjes maar. Het boek duwde ze naar me toe en ze wilde dat ik haar een pagina voorlas, “net als vroeger hé”, vroeg ze! Nu wil het toeval, dat het boek handelde over verre reizen, alhoewel ze nooit verder dan het buurland is geweest. Dan vertelden we maar over onze reis die we gemaakt hebben in de sneeuw en ze luisterde gretig naar mijn woorden. Zo vergat ze een beetje haar groot verdriet, want ze beseft goed dat ze waarschijnlijk haar ‘home’ voorgoed kwijt zal zijn.
Iedereen doet zijn of haar best om het haar zo goed mogelijk naar de zin te maken. De buren komen regelmatig over de vloer, ze brengen de post mee en vertellen haar over de laatste nieuwtjes in het dorpje.
Weldra zal het Pasen zijn, dan is het kermis in hun straat, maar hoogstwaarschijnlijk zal ze de foorkramers niet van dichtbij kunnen bekijken en de smoutebollen die mag ze niet meer eten. Ze moet op haar ‘manier’ van eten letten, vertelt ze nog, alleen fruityohurt en kazen staan op het menu.
Wie wil nu de ganse dag kaas eten in alle soorten en wie wil niet eens met weemoed aan die smoutebollen denken van lang vervlogen tijden? Haar ogen spraken boekdelen en eventjes straalden haar ogen doorheen haar dikke tranen en ik gaf tanteke een dikke stevige knuffel.
-
Gast
Iedere student(e) die deze maand zijn of haar examens heeft, zal wel met hetzelfde probleem zitten. De zenuwen gieren hun de keel uit, de laptops vliegen langs onze oren. Alle kamers zijn ingenomen met kwebbelende hoge studiepraat. Hun studiepunten worden nog eens vlug nagecheckt, de boeken liggen slordig her en der verspreid en ze zijn niet aanspreekbaar. Hier is er een kamer omgetoverd tot fitnessruimte waar af en toe er eentje kan verpozen. Bierblikjes worden gretig verzameld en posters aan de muur zeggen iets over hun toekomstbeeld dat ze voor ogen hebben. Het is als het ware een echte heksenketel geworden, ze hebben tijd te kort en kaarsjes branden in Scherpenheuvel zit er in dit natte voorjaar niet in. Ik hoor niks anders, dan projecten hier en stage daar, nog vlug op kot iets regelen en vooral niet vergeten… mam.. mag ik uw bankkaart even lenen, ik kom deze maand een ‘beetje’ te kort. Met een lieve verleidelijke knipoog laat elke moeder zich spontaan verleiden en geeft hun een extraatje voor de dorst. Geen bierdorst maar boekendorst, de laatste cursussen bijhalen om toch maar het nieuwste te hebben en vooral geen faalangst te krijgen.
De eens zo kleine kleuters, die ze af en toe nog zijn, stijgen in de maatschappij en hopen op een betere toekomst. Ze zijn volwassen mensen geworden en mogen hun mondje nu meepraten met de groten. Hun dromen over geld verdienen en een huis kopen, in de stad gaan werken worden aangewakkerd door bedrijven die hen met volle teugen overvallen in de aula. Ze mogen in bepaalde bedrijven gaan kijken om er meer uitleg te vragen, ze staan ze al op te wachten met open armen. Hopelijk houden ze hun beloften tegenover deze jonge mensen die de toekomst zijn van ons landje. Wie niet vanaf het begin kan volgen in de school, ligt onvermijdelijk al uit de boot. Ze gaan verder met de supermensen, intelligentie op maat gemaakt. Degenen die nog niet voldoende gestudeerd hebben, moedigen ze aan om toch nog een jaartje of drie erbij te doen. Licentiaat in dit of dat, Bachelor of Master moet men nu zijn. Ze hebben wel gelijk in deze dingen, maar wanneer is men eigenlijk dan volleerd? Wanneer mag iemand aan een eigen gezin beginnen te denken? Hebben ze dan eindelijk werk gevonden dat hun aanspreekt, worden ze om te oren geslaan met hun belastingbrief. Waarschijnlijk hebben de sprekers op de Campus, dat vergeten te zeggen tussen haakjes. Ineens worden de studenten geconfronteerd met de harde werkelijkheid, dat het niet alle dagen rozengeur en maneschijn is.
Maar één ding is zeker, zodra hier de studenten uit huis zijn, worden de Ad fundum bierverzamelingsflesjes en blikjes, hun overvolle vuilbakken, hun printsels en noem maar op, de deur uitgezwierd. Eindelijk mogen we dat varkentje eens wassen en aan de alarmbel trekken. Een nieuw kleedje steken op hun kamer dat vele jaren een slot is geweest. De liefjes zullen nog al eens versteld staan, ze mogen nu bij hun eigen moeder de boel overhoop zetten en de badkamer die alleen nog toegankelijk was op afspraak, zal eindelijk terug aan de huisbewoners toebehoren. De wraak zal zoet zijn.
In alle geval, wens ik iedereen die nu in deze moeilijke periode zit, een aangename week en toi, toi!
De eens zo kleine kleuters, die ze af en toe nog zijn, stijgen in de maatschappij en hopen op een betere toekomst. Ze zijn volwassen mensen geworden en mogen hun mondje nu meepraten met de groten. Hun dromen over geld verdienen en een huis kopen, in de stad gaan werken worden aangewakkerd door bedrijven die hen met volle teugen overvallen in de aula. Ze mogen in bepaalde bedrijven gaan kijken om er meer uitleg te vragen, ze staan ze al op te wachten met open armen. Hopelijk houden ze hun beloften tegenover deze jonge mensen die de toekomst zijn van ons landje. Wie niet vanaf het begin kan volgen in de school, ligt onvermijdelijk al uit de boot. Ze gaan verder met de supermensen, intelligentie op maat gemaakt. Degenen die nog niet voldoende gestudeerd hebben, moedigen ze aan om toch nog een jaartje of drie erbij te doen. Licentiaat in dit of dat, Bachelor of Master moet men nu zijn. Ze hebben wel gelijk in deze dingen, maar wanneer is men eigenlijk dan volleerd? Wanneer mag iemand aan een eigen gezin beginnen te denken? Hebben ze dan eindelijk werk gevonden dat hun aanspreekt, worden ze om te oren geslaan met hun belastingbrief. Waarschijnlijk hebben de sprekers op de Campus, dat vergeten te zeggen tussen haakjes. Ineens worden de studenten geconfronteerd met de harde werkelijkheid, dat het niet alle dagen rozengeur en maneschijn is.
Maar één ding is zeker, zodra hier de studenten uit huis zijn, worden de Ad fundum bierverzamelingsflesjes en blikjes, hun overvolle vuilbakken, hun printsels en noem maar op, de deur uitgezwierd. Eindelijk mogen we dat varkentje eens wassen en aan de alarmbel trekken. Een nieuw kleedje steken op hun kamer dat vele jaren een slot is geweest. De liefjes zullen nog al eens versteld staan, ze mogen nu bij hun eigen moeder de boel overhoop zetten en de badkamer die alleen nog toegankelijk was op afspraak, zal eindelijk terug aan de huisbewoners toebehoren. De wraak zal zoet zijn.
In alle geval, wens ik iedereen die nu in deze moeilijke periode zit, een aangename week en toi, toi!
-
zandmannetje - Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
- Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners
Ga nooit heen zonder te groeten,
ga nooit heen zonder een zoen.
Wie het noodlot zal ontmoeten
kan het morgen niet meer doen.
Ga nooit heen zonder te praten
want dat doet een hart zo'n pijn
Wat je 's morgens hebt verlaten
kan er 's avonds niet meer zijn.
Deze tekst staat op het doodsprentje, dat een volledig in het zwart geklede begrafenisondernemer me in de handen drukt, tijdens de begrafenis van een tante van mijn eega.
Begrafenis is niet het juiste woord, verstrooing moet het zijn.
Of om helemaal juist te zijn asverstrooing, want verstrooing betekent ook ontspanning.
Thuisgekomen deponeer ik het in een lade, en neem nog eens de prentjes van mijn moeder en vader in de hand.
Sterven doe je niet ineens,
maar af en toe een beetje
en alle beetjes die je stierf
't is vreemd, maar die vergeet je
het is je dikwijls zelf ontgaan
je zegt "ik ben wat moe"
maar op een keer dan ben je aan
je laatste beetje toe...
Dat was van de hand van Toon Hermans op het kaartje van mijn moeder.
Mijn vader heeft, hoewel 90 geworden, een verschrikkelijk pijnlijke doodstrijd moeten ondergaan, door darmkanker.
En omdat zijn hart volgens de dokters nog dat van een 20-jarige was, heeft die strijd heel lang geduurd. Van euthanasie was toen nog geen sprake, zodat hij zelf besloot het einde te bespoedigen door niet meer te eten, en zo weinig mogelijk te drinken.
Daarom vond ik deze tekst wel toepasselijk:
Rust nu maar uit, je hebt je strijd gestreden.
Je hebt het meer dan moedig gedaan,
wie kan begrijpen wat je hebt geleden
die kan voelen wat je hebt doorstaan...
En dat was van de hand van ene N.Benschop.
Wat dit onderwerp nu met nakende feestdagen te maken heeft weet ikzelve niet eens, behalve dan dat bij sommigen na zo'n afscheidneming er wel een feest begint, naderhand in de kroeg...
ga nooit heen zonder een zoen.
Wie het noodlot zal ontmoeten
kan het morgen niet meer doen.
Ga nooit heen zonder te praten
want dat doet een hart zo'n pijn
Wat je 's morgens hebt verlaten
kan er 's avonds niet meer zijn.
Deze tekst staat op het doodsprentje, dat een volledig in het zwart geklede begrafenisondernemer me in de handen drukt, tijdens de begrafenis van een tante van mijn eega.
Begrafenis is niet het juiste woord, verstrooing moet het zijn.
Of om helemaal juist te zijn asverstrooing, want verstrooing betekent ook ontspanning.
Thuisgekomen deponeer ik het in een lade, en neem nog eens de prentjes van mijn moeder en vader in de hand.
Sterven doe je niet ineens,
maar af en toe een beetje
en alle beetjes die je stierf
't is vreemd, maar die vergeet je
het is je dikwijls zelf ontgaan
je zegt "ik ben wat moe"
maar op een keer dan ben je aan
je laatste beetje toe...
Dat was van de hand van Toon Hermans op het kaartje van mijn moeder.
Mijn vader heeft, hoewel 90 geworden, een verschrikkelijk pijnlijke doodstrijd moeten ondergaan, door darmkanker.
En omdat zijn hart volgens de dokters nog dat van een 20-jarige was, heeft die strijd heel lang geduurd. Van euthanasie was toen nog geen sprake, zodat hij zelf besloot het einde te bespoedigen door niet meer te eten, en zo weinig mogelijk te drinken.
Daarom vond ik deze tekst wel toepasselijk:
Rust nu maar uit, je hebt je strijd gestreden.
Je hebt het meer dan moedig gedaan,
wie kan begrijpen wat je hebt geleden
die kan voelen wat je hebt doorstaan...
En dat was van de hand van ene N.Benschop.
Wat dit onderwerp nu met nakende feestdagen te maken heeft weet ikzelve niet eens, behalve dan dat bij sommigen na zo'n afscheidneming er wel een feest begint, naderhand in de kroeg...
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
-
Gast
De weerman had ons een echte winter beloofd, eentje met veel vorst en nattigheid. Toen de winter zijn intrede deed verleden jaar, maanden te vroeg naar onze zin, hadden we niet verwacht dat hij zo lang zo blijven. Koning winter moest en zou ons sneeuw brengen, hopen, neen bergen deze keer. De witte woede duurt altijd drie maanden te lang voor mij en dit jaar naar mijn gevoel 6 maanden te lang. De stookkosten swingen de pan uit en aan het knoeiwerk van ons Heren wil maar geen eind aankomen. Wie dacht dat het nu stilaan lente zou worden, komt bedrogen uit. Pasen valt dit jaar vroeg en de eikes zullen waarschijnlijk in een wit tapijt liggen. Onze kleinkinderen krijgen dubbel plezier met zoeken, ze kunnen nog genieten van sleetje rijden en tegelijkertijd heerlijke chocolade rapen. Dit maal zullen ze niet smelten van de warmte, we moeten onze winterjas niet uitdoen, onze muts met de driekleur van karnaval, mag blijven opstaan. Grote hilariteit voor onze kleinsten alom, die zich geen moment verveeld hebben. Hier liggen de kleurpotloden met de A-vierkes op de tafel uitgespreid, de kleintjes maken er de mooiste krullen op. Iedere dag hangt er wel een ander fraai kunstwerk tegen de frigo geplakt. Sinds onze kleinzoon naar school gaat, staat de telefoon niet stil, het kwebbeluurke noem ik dat. In één adem, zonder zuurstof bij te happen, legt ons kleintje uit wat er in het kleuterklasje is geweest die dag.
“Oma, we hebben een sneeuwman gemaakt en de wortel die als neus diende, is afgevallen, door een hondje opgegeten. De hoed van ons Pierke is weggewaaid en de juf zoekt nu een nieuwe hoed. Oma, hebt u geen mooie bontgekleurde die we mogen lenen voor een dagje of drie?”
Onmiddellijk werd op zolder gezocht naar oude hoofddeksels en ik vond er nog een blauwe oude legermuts, waar die nog goed voor is na zovele jaren uit dienst te zijn. Maar die heb ik dus niet meegegeven, er lag nog een skimuts met een paar rode tentakels aan, een groene hoed die diende voor als we ergens wandelen gingen, sjaaltjes van de mutualiteit, keuze genoeg. Niet dat ik verzamelaar ben van oude hoofddoeken maar ik kan er zo moeilijk afstand van nemen.
De kleine belde later op de dag: “oma, niet langer zoeken, we hebben al eentje van de juf gekregen, een blauwe verenhoed die ze ergens in een vergeten hoekje had gelegd om nog meer te vergeten. Maar nu zakt ons sneeuwmanneke scheef, zou het dooien gaan? Moeten we dan een borstel gebruiken om hem te stutten?”
“Neen jongen, antwoordde ik hem, laat jullie witsnow maar rustig dooien, dat is een teken dat de lente waarschijnlijk in de lucht hangt.”
“Oma, wat is dat lente, waarom hangt die dan in de lucht, kan die op ons hoofdje vallen. Dat is toch gevaarlijk en als mijn zusje dan buiten is, en de lente valt dan op haar neer, wat dan?”
“Neen mijn lieverd, de lente als die valt, dat is een aangenaam gevoel, men warmt op van binnen, men verlangt naar dingen die we niet konden doen tijdens de koude winterdagen.”
“Maar oma toch, we kunnen toch tezamen een tekening maken en we spelen memorie met die nieuwe kegeltjes, krijgen we het dan ook warm van binnen?”
Ons Joske zit nu vollebak in zijn waaromjaren, voor alles en nog wat heeft hij interesse, zijn vingerkes wijzen voortdurend bollekes aan die ze op school moeten kleuren. Zóveel zegt hij dan en maakt met zijn kleine vingertjes een v-vorm. Hij bedoelt natuurlijk een ‘twee’ en als hij een “drie” aanwijst, komen al zijn kleine knuistjes nog tegelijkertijd omhoog. Zo klein, zo pienter, een nieuwbakken student in wording. Jammer, ze zijn zo vlug groot, hun lentejaren vliegen voorbij en wij raken in onze herfstperiode.
Geniet dus alle dagen van jullie kleinkinderen, het zijn kleine wondertjes die ons leven opfleuren.
“Oma, we hebben een sneeuwman gemaakt en de wortel die als neus diende, is afgevallen, door een hondje opgegeten. De hoed van ons Pierke is weggewaaid en de juf zoekt nu een nieuwe hoed. Oma, hebt u geen mooie bontgekleurde die we mogen lenen voor een dagje of drie?”
Onmiddellijk werd op zolder gezocht naar oude hoofddeksels en ik vond er nog een blauwe oude legermuts, waar die nog goed voor is na zovele jaren uit dienst te zijn. Maar die heb ik dus niet meegegeven, er lag nog een skimuts met een paar rode tentakels aan, een groene hoed die diende voor als we ergens wandelen gingen, sjaaltjes van de mutualiteit, keuze genoeg. Niet dat ik verzamelaar ben van oude hoofddoeken maar ik kan er zo moeilijk afstand van nemen.
De kleine belde later op de dag: “oma, niet langer zoeken, we hebben al eentje van de juf gekregen, een blauwe verenhoed die ze ergens in een vergeten hoekje had gelegd om nog meer te vergeten. Maar nu zakt ons sneeuwmanneke scheef, zou het dooien gaan? Moeten we dan een borstel gebruiken om hem te stutten?”
“Neen jongen, antwoordde ik hem, laat jullie witsnow maar rustig dooien, dat is een teken dat de lente waarschijnlijk in de lucht hangt.”
“Oma, wat is dat lente, waarom hangt die dan in de lucht, kan die op ons hoofdje vallen. Dat is toch gevaarlijk en als mijn zusje dan buiten is, en de lente valt dan op haar neer, wat dan?”
“Neen mijn lieverd, de lente als die valt, dat is een aangenaam gevoel, men warmt op van binnen, men verlangt naar dingen die we niet konden doen tijdens de koude winterdagen.”
“Maar oma toch, we kunnen toch tezamen een tekening maken en we spelen memorie met die nieuwe kegeltjes, krijgen we het dan ook warm van binnen?”
Ons Joske zit nu vollebak in zijn waaromjaren, voor alles en nog wat heeft hij interesse, zijn vingerkes wijzen voortdurend bollekes aan die ze op school moeten kleuren. Zóveel zegt hij dan en maakt met zijn kleine vingertjes een v-vorm. Hij bedoelt natuurlijk een ‘twee’ en als hij een “drie” aanwijst, komen al zijn kleine knuistjes nog tegelijkertijd omhoog. Zo klein, zo pienter, een nieuwbakken student in wording. Jammer, ze zijn zo vlug groot, hun lentejaren vliegen voorbij en wij raken in onze herfstperiode.
Geniet dus alle dagen van jullie kleinkinderen, het zijn kleine wondertjes die ons leven opfleuren.
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Wij hebben een filosoof in ons midden; alleen voor hem bezig te horen zou je naar de schutsboom komen. Het is dan wel gieren, lachen, brullen tot je nagenoeg dezelfde vorm aanneemt als onze bogen. Bij elk schot hoor je hem verzachtende omstandigheden uitkramen om zijn mispunt te beamen. En als ie, toevallig, toch eens een pluimke raakt hoeft het niet altijd "Jeannetroos" te zijn, ook met "geil" en "rossejan" kan ie goed overweg. De nationale driekleur vreemt hem wel een beetje; geen Belgisch of Duits woordje kan er dan af. Dan stokt hij in zijn zedepreken. Maar als de hoofdvogel, door zijn toedoen, wordt neergehaald is ie niet meer te stuiten; dan volgt de ene woordenvloed na de andere. Soms is hij zo kwistig dat ons de lust ontgaat om nog verder "het bos" uit te dunnen.
Nu, schijnt het, moet ik niet onderdoen voor zijn woordenspel. 't Schijnt dat ik af en toe ook zo'n kwinkslagen uitdeel. Maar naar mij komen ze niet kijken, luisteren of proeven. Aan mij vinden ze geen wederwoord, tenzij onze filosoof me weerlegt wat ik uitgekraamd heb. Waarschijnlijk omdat ik tot de "ouwen" gerekend wordt in ons midden. Hij, onze Filou, is van middelbare leeftijd; dus hij heeft nog een en ander voor de boeg eer hij ons heeft ingehaald.
Het plezante aan hem is, als hij opgebeld wordt. Je kan, als toehoorder, uiteraard niet meeluisteren in dat dovemansgesprek; de delen waarop hij antwoord zijn zo uitermate amuzant dat je alleen daarvoor je pijlenkoker met rust laat. Zo van "... jaja, ik kom wel klaar" en "draai het maar eens om, dan lig jij onder..." of " als ie valt, doe er dan zalf aan". Over wie of wat de conversatie gaat is doorgaans minder belangrijk, maar het werkt wel op je lachspieren. Zonder die filosofiën is onze schuttersbijeenkomst maar half werk, en nadien -bij pot en pint- wordt dan ook de rest eraan gebreid...
TLL
Nu, schijnt het, moet ik niet onderdoen voor zijn woordenspel. 't Schijnt dat ik af en toe ook zo'n kwinkslagen uitdeel. Maar naar mij komen ze niet kijken, luisteren of proeven. Aan mij vinden ze geen wederwoord, tenzij onze filosoof me weerlegt wat ik uitgekraamd heb. Waarschijnlijk omdat ik tot de "ouwen" gerekend wordt in ons midden. Hij, onze Filou, is van middelbare leeftijd; dus hij heeft nog een en ander voor de boeg eer hij ons heeft ingehaald.
Het plezante aan hem is, als hij opgebeld wordt. Je kan, als toehoorder, uiteraard niet meeluisteren in dat dovemansgesprek; de delen waarop hij antwoord zijn zo uitermate amuzant dat je alleen daarvoor je pijlenkoker met rust laat. Zo van "... jaja, ik kom wel klaar" en "draai het maar eens om, dan lig jij onder..." of " als ie valt, doe er dan zalf aan". Over wie of wat de conversatie gaat is doorgaans minder belangrijk, maar het werkt wel op je lachspieren. Zonder die filosofiën is onze schuttersbijeenkomst maar half werk, en nadien -bij pot en pint- wordt dan ook de rest eraan gebreid...
TLL
-
Gast
Deze morgen tijdens ons pannenkoekenontbijt zien we het weerbericht op TV. Er is goed fietsweer op komst. Daar waar elke fietsfanaat zo hunkerend naar uitkijkt al vele weken, zou vandaag eindelijk waarheid worden. De kelder werd bezocht, de spinnenwebben van onze fiets gehaald, de banden op punt gesteld en de nieuwe remblokjes mochten vandaag hun dienst bewijzen. Voordat we aan een tocht beginnen, hebben we op voorhand al uitgestippeld waar we die dag naar toe kunnen. De drinkbussen worden gevuld met suikerwater en de rugzakjes duwen we vol met bananen en vitaminekoekjes. Epo dat behoort nog niet tot onze collectie, die dierkes verzamelen we hier niet, maar zonder voeding op weg, val je algauw plat. Je voelt je zo leeg als een oude doos die inzakt.
Na een warm middagmaal deden we dan ook een poging om de langverwachte rit aan te vangen. Jongens wat een plezier, het bolde lekker,.. bergaf! Nu is het zo, als je lang stopgelegen hebt, moet je totaal van voor af aan terug herbeginnen. Kleine halen, langzaam draaien, niet te snel in het begin, laat de anderen maar voorgaan, probeer achter aan de staart te hangen. Je laat je trekken, je zuigt zowaar aan het wiel van je voorganger en spaart zo je benen, kom je dan boven op de helling, hup, ga je voorbij en doe je juist alsof je de kop hebt getrokken.
Alleen die verdomde snotterbellen, die willen maar niet stoppen, ze hangen aan je neus te bengelen en telkens een zakdoek nemen dat vergt te veel tijd. Nu heb ik eens goed naar de andere renners gekeken, die veegden ze met hun vingers weg en degene die volgde, ja die moest opletten anders kreeg hij zo’n glibberig ding tegen zijn bril. Bwééékes toch, maar ik deed het toch, vakkundig en ik leek er een echte professionele in.
Bij ons in de streek is het vals plat, zoals ze dat zo mooi noemen, je denkt dat het wegdek plat is en zonder dat je het beseft, gaat het geleidelijk aan omhoog. Met dit weer is het niet te doen op de fietspaden die genummerd zijn, die vermijd je dan ook best. Mijn benen waren goed vandaag, althans de eerste 25 km, tot Maaseik, geen enkel moeilijk moment gehad.
Als je Maaseik binnen komt, lacht je een standbeeld toe. De Jan en den Hubert lachen je gebroederlijk langs elkaar, vriendelijk toe vanaf hun sokkel. Ze nodigen je uit om het oude stadsgedeelte te bezoeken. Maaseik zal iedereen zeker weten te bekoren. Verrassend dichtbij en met heel wat onverwachte plekjes. Kuieren doorheen honderden jaren cultuur en geschiedenis in het historische stadscentrum: een levend museum van architecturale hoogstandjes. Maaslandse renaissance, barok, rococo, neo-classicisme…allemaal op enkele straten van mekaar, en vandaag was het er kermis. Er stond één draaimolen, overgebleven van de stoet die verleden zondag de straten onveilig maakte maar die belette ons niet om over de kasseien verder te gaan. Op het VVV-kantoor, kan je zelf een stempel voor in je fietsboekje halen, een versnapering nemen op een terrasje en van daaruit kan je naar Heppeneert. Dat is een heel klein bedevaartsoord, door de meeste liefhebbers gekend en geliefd. De warme wafels overgoten met overheerlijke kersensaus en een toefje slagroom erop, die kan men zich daar naar hartelust laten welgevallen. Wie nog een kaarsje nodig heeft voor onderweg, voor een examens of voor eender welk doeleind, mag gerust daar eens binnenlopen. Je wordt niet bekeken omdat je voor de zoveelste maal er komt, ieder heeft wel zijn eigen kruisje dat hij daar eventjes kan vergeten. Dan gaat het richting Leut verder langs de Maasmeanders. Wie goed gekleed is, kan de koude deze week wel trotseren, anders kan je beter afslaan naar de grote weg om zo in een ander klein boerendorp uit te komen.
Al bij al, hebben we het goed gedaan vandaag, men hoeft geen kilometers te vreten, nog niet, het voornaamste is, dat je de fiets gebruikt en er eventjes uit bent. De hometrainer staat nu thuis te gluren maar die kan nu aan de kant geschoven worden. De zuurstof die je buiten opdoet die kan niet vervangen worden door een homepedaler. O ja, de terugweg was stoempen, wind tegen en bergop.
Na een warm middagmaal deden we dan ook een poging om de langverwachte rit aan te vangen. Jongens wat een plezier, het bolde lekker,.. bergaf! Nu is het zo, als je lang stopgelegen hebt, moet je totaal van voor af aan terug herbeginnen. Kleine halen, langzaam draaien, niet te snel in het begin, laat de anderen maar voorgaan, probeer achter aan de staart te hangen. Je laat je trekken, je zuigt zowaar aan het wiel van je voorganger en spaart zo je benen, kom je dan boven op de helling, hup, ga je voorbij en doe je juist alsof je de kop hebt getrokken.
Alleen die verdomde snotterbellen, die willen maar niet stoppen, ze hangen aan je neus te bengelen en telkens een zakdoek nemen dat vergt te veel tijd. Nu heb ik eens goed naar de andere renners gekeken, die veegden ze met hun vingers weg en degene die volgde, ja die moest opletten anders kreeg hij zo’n glibberig ding tegen zijn bril. Bwééékes toch, maar ik deed het toch, vakkundig en ik leek er een echte professionele in.
Bij ons in de streek is het vals plat, zoals ze dat zo mooi noemen, je denkt dat het wegdek plat is en zonder dat je het beseft, gaat het geleidelijk aan omhoog. Met dit weer is het niet te doen op de fietspaden die genummerd zijn, die vermijd je dan ook best. Mijn benen waren goed vandaag, althans de eerste 25 km, tot Maaseik, geen enkel moeilijk moment gehad.
Als je Maaseik binnen komt, lacht je een standbeeld toe. De Jan en den Hubert lachen je gebroederlijk langs elkaar, vriendelijk toe vanaf hun sokkel. Ze nodigen je uit om het oude stadsgedeelte te bezoeken. Maaseik zal iedereen zeker weten te bekoren. Verrassend dichtbij en met heel wat onverwachte plekjes. Kuieren doorheen honderden jaren cultuur en geschiedenis in het historische stadscentrum: een levend museum van architecturale hoogstandjes. Maaslandse renaissance, barok, rococo, neo-classicisme…allemaal op enkele straten van mekaar, en vandaag was het er kermis. Er stond één draaimolen, overgebleven van de stoet die verleden zondag de straten onveilig maakte maar die belette ons niet om over de kasseien verder te gaan. Op het VVV-kantoor, kan je zelf een stempel voor in je fietsboekje halen, een versnapering nemen op een terrasje en van daaruit kan je naar Heppeneert. Dat is een heel klein bedevaartsoord, door de meeste liefhebbers gekend en geliefd. De warme wafels overgoten met overheerlijke kersensaus en een toefje slagroom erop, die kan men zich daar naar hartelust laten welgevallen. Wie nog een kaarsje nodig heeft voor onderweg, voor een examens of voor eender welk doeleind, mag gerust daar eens binnenlopen. Je wordt niet bekeken omdat je voor de zoveelste maal er komt, ieder heeft wel zijn eigen kruisje dat hij daar eventjes kan vergeten. Dan gaat het richting Leut verder langs de Maasmeanders. Wie goed gekleed is, kan de koude deze week wel trotseren, anders kan je beter afslaan naar de grote weg om zo in een ander klein boerendorp uit te komen.
Al bij al, hebben we het goed gedaan vandaag, men hoeft geen kilometers te vreten, nog niet, het voornaamste is, dat je de fiets gebruikt en er eventjes uit bent. De hometrainer staat nu thuis te gluren maar die kan nu aan de kant geschoven worden. De zuurstof die je buiten opdoet die kan niet vervangen worden door een homepedaler. O ja, de terugweg was stoempen, wind tegen en bergop.
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
"Heb jij Jeannine van den bakker bij luie Sus gezien ?" vroeg een in narrenpak verklede toerfietser zijn compaan ? "Die heeft nogal een voorkomen hé..." "Hoeveel heb jij er daar achterover gekieperd ?" vroeg de andere.
Aan die conversatie te horen reden die ook van kroegje naar kroegje. En 't eigenaardige, ook hier in deze Biljartroom bekomen ze van Grimbergen en Postel. Als dat fietsen betekent, dan vermoed ik wel waarom al die heren zo kleurrijk uitgedost in groepjes het fietslandschap onveilig maken. Thuis mag moeder de vrouw op haar hometrainer de lakens uitdelen, de was en plas doen, op koffiekrans gaan zolang zij maar niet in de weg lopen. De rage van dat ijzeren-paard-gedoe heeft mij nooit aangesproken. Wil ik toch kramp krijgen, zou ik het liever doen in een masserend zwembad; mijn aantal baantjes maken met af en toe een slok. Ik geef toe, het is even onsmakelijk als de snottebellen van Kwezel, maar heb daarbij veel meer water ter beschikking om het nadien door te spoelen; de douches zijn tenminste niet gechloord. Kou lijd ik niet in een zwembad, heb nooit de wind van voren. Het enige culinaire waarop ik me nadien kan beroepen ligt nauwelijks op vijf meter van de rand; de kantine.
Echter, een gesprek over sport mijd ik als de pest. En in die kantine wordt ook over het wiel, de bal of het gebrom gezanikt. Zo van die koereur dit, en Van Himst daar of Keulemans ginder om daarna de F1 voluit het circuit te doen. Hebben die zgn. sportlui geen andere interressantere conversaties te maken ? De inhoud van Jeannine bijvoorbeeld, dat beetje anatomie fleurt menige toehoorder toch op, zeker als er bedenkelijke mopjes aan te pas komen. Zouden die fietsterroristen van water houden ? Ik betwijfel het, want als het regent zié je ze met geen ogen. Dan is het fietspad stil en verlaten, maar zitten de kroegen vol met incognito's. Dan laten ze hun narrenpakje thuis, laten hun gescheurde en gespleten hoofddeksels niet zien. Maar zelfs in burger, kunnen ze het niet laten... de fiets is hun heil en leven.
Nou moe, geef mij dan maar mijn boog en pijlen...
TLL
Aan die conversatie te horen reden die ook van kroegje naar kroegje. En 't eigenaardige, ook hier in deze Biljartroom bekomen ze van Grimbergen en Postel. Als dat fietsen betekent, dan vermoed ik wel waarom al die heren zo kleurrijk uitgedost in groepjes het fietslandschap onveilig maken. Thuis mag moeder de vrouw op haar hometrainer de lakens uitdelen, de was en plas doen, op koffiekrans gaan zolang zij maar niet in de weg lopen. De rage van dat ijzeren-paard-gedoe heeft mij nooit aangesproken. Wil ik toch kramp krijgen, zou ik het liever doen in een masserend zwembad; mijn aantal baantjes maken met af en toe een slok. Ik geef toe, het is even onsmakelijk als de snottebellen van Kwezel, maar heb daarbij veel meer water ter beschikking om het nadien door te spoelen; de douches zijn tenminste niet gechloord. Kou lijd ik niet in een zwembad, heb nooit de wind van voren. Het enige culinaire waarop ik me nadien kan beroepen ligt nauwelijks op vijf meter van de rand; de kantine.
Echter, een gesprek over sport mijd ik als de pest. En in die kantine wordt ook over het wiel, de bal of het gebrom gezanikt. Zo van die koereur dit, en Van Himst daar of Keulemans ginder om daarna de F1 voluit het circuit te doen. Hebben die zgn. sportlui geen andere interressantere conversaties te maken ? De inhoud van Jeannine bijvoorbeeld, dat beetje anatomie fleurt menige toehoorder toch op, zeker als er bedenkelijke mopjes aan te pas komen. Zouden die fietsterroristen van water houden ? Ik betwijfel het, want als het regent zié je ze met geen ogen. Dan is het fietspad stil en verlaten, maar zitten de kroegen vol met incognito's. Dan laten ze hun narrenpakje thuis, laten hun gescheurde en gespleten hoofddeksels niet zien. Maar zelfs in burger, kunnen ze het niet laten... de fiets is hun heil en leven.
Nou moe, geef mij dan maar mijn boog en pijlen...
TLL
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Nakende feestdagen ! Dat was toch de topic, dacht ik. Feestdagen ja, maar nakende ? Moest ik het wagen kleerloos voor de feestdagen rond te lopen, ik zou, afgezien van enige koude, nogal blauw rondlopen. En daar ik niet zo"n geldverkwister ben, kun je mij dat "blauw" niet aantijgenen. Maar vandaag was het "feestdag", niet nakende...
Tussen kraampjes doorlopend en her en der kijken wat er zoal te koop wordt aangeboden. In het heengaan beloer ik elk uitstalraam om te zien wat er wordt aangeboden, in de terugweg aanschouw ik doorgaans de gezichten en tailles van diegene die datzelfde doen. Dit retro-gedrag herhaal ik ieder jaar rond diezelfde periode, dan is het bij ons "jaarmarkt".
Je komt dan mensen tegen die zich pas dan als "mens" voordoen, niet eerder. Eens per jaar komen die buiten, net zoals "murmeltieren" in de Alpenijnse gebergten; eenmaal zon is het "piep, piep" maar daarna nestelen ze zich weer achter hun tv of open haard, wachtend op de volgende jaarmarkt.
Maar vandaag had ik mijn ega mee; verwonderlijk, dat wél want het heeft jaren geduurd eer ik ze zover kreeg om met me mee op kuiertoer te gaan. Nu ze gepensioneerd is lijkt al die schroom ineens vervallen te zijn. Een geluk voor mij, ik was platzak, en zij had haar beurs niet vergeten. Op mijn aanwijzigen én bevel haalde zij haar beursje tevoorschijn om dat te kopen waar ik mij zegen over gaf. Zo stonden we, naakt, voor een kraampje met enkel een groenmolenverhakselaar. De verkoopster stond daar maar ijzig kalm te kijken tot wij ons daar neerpostten. Pas dan ging haar "klep" open en deed ze ons voor wat een echte standhouder placht te doen. Heel haar evangelie moest erdoor, terwijl mijn vrouw ijzig kalm die woordenvloed over haar heen liet gaan. Op de vraag "... Ken mijnheer misschien dit keukenhulpje" kon ik beamen dat ik dat reeds lang geleden op een tv-demonstratie had gezien ja... Mijn vrouw daarentegen, zapt telkens een ander postje als er reklame tussen thuis én familie wordt uitgezonden; hetgeen zij wou hebben heeft ze dus niet zien demonstreren. En net nu ze op pensioen is, wil ze dat hebben wat ze oh zo nodig had toen ze nog werkte...
TLL
Tussen kraampjes doorlopend en her en der kijken wat er zoal te koop wordt aangeboden. In het heengaan beloer ik elk uitstalraam om te zien wat er wordt aangeboden, in de terugweg aanschouw ik doorgaans de gezichten en tailles van diegene die datzelfde doen. Dit retro-gedrag herhaal ik ieder jaar rond diezelfde periode, dan is het bij ons "jaarmarkt".
Je komt dan mensen tegen die zich pas dan als "mens" voordoen, niet eerder. Eens per jaar komen die buiten, net zoals "murmeltieren" in de Alpenijnse gebergten; eenmaal zon is het "piep, piep" maar daarna nestelen ze zich weer achter hun tv of open haard, wachtend op de volgende jaarmarkt.
Maar vandaag had ik mijn ega mee; verwonderlijk, dat wél want het heeft jaren geduurd eer ik ze zover kreeg om met me mee op kuiertoer te gaan. Nu ze gepensioneerd is lijkt al die schroom ineens vervallen te zijn. Een geluk voor mij, ik was platzak, en zij had haar beurs niet vergeten. Op mijn aanwijzigen én bevel haalde zij haar beursje tevoorschijn om dat te kopen waar ik mij zegen over gaf. Zo stonden we, naakt, voor een kraampje met enkel een groenmolenverhakselaar. De verkoopster stond daar maar ijzig kalm te kijken tot wij ons daar neerpostten. Pas dan ging haar "klep" open en deed ze ons voor wat een echte standhouder placht te doen. Heel haar evangelie moest erdoor, terwijl mijn vrouw ijzig kalm die woordenvloed over haar heen liet gaan. Op de vraag "... Ken mijnheer misschien dit keukenhulpje" kon ik beamen dat ik dat reeds lang geleden op een tv-demonstratie had gezien ja... Mijn vrouw daarentegen, zapt telkens een ander postje als er reklame tussen thuis én familie wordt uitgezonden; hetgeen zij wou hebben heeft ze dus niet zien demonstreren. En net nu ze op pensioen is, wil ze dat hebben wat ze oh zo nodig had toen ze nog werkte...
TLL
-
zandmannetje - Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
- Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners
De grote kinderbedrogdag staat weer voor de deur.
Waar met Sinterklaas en de Kerstman nog een klein beetje de schijn van waarheid kan opgehouden worden, het betreft immers menselijke figuren, probeer met de Paasdagen maar eens aan een kind wijs te maken dat plotseling alle torenklokken in de heilige stad Rome de reisziekte krijgen, en naar alle oorden ter wereld vliegen om chocolade eieren te gaan beieren…
Met de hele kleintjes zal het nog wel lukken, maar zogauw hun hersenwinkel een beetje begint te werken zal dit toch vele vragen oproepen.
"Zit er dan een motor in zo'n klok Bompa, dat die zomaar door de lucht kan vliegen zoals een vliegtuig?"
"Hoe komt het dat die eieren niet kapot vallen als ze de grond raken, wanneer die van zo hoog neervallen?"
Neen, als we dan toch percé aan een leugen moeten vasthouden, dan verkies ik nog eerder de paashaas.
Een haas die net zoals een kip aan de lopende band eieren uit zijn gat perst, maar voor de verandering dan wel gemaakt van chocola.
Dat zou al verklaarbaarder zijn waarom de eieren niet kapot zijn als ze gevonden worden, en ze hebben ook reeds de juiste kleur…
Zouden wij niet beter ineens de waarheid vertellen aan onze kleinkinderen, en hen een trauma besparen op latere leeftijd? Hen zeggen dat ze recht hebben op één kilo chocolade eieren met Pasen, omdat nu eenmaal de traditie dat zo wilt…
Dat zou in elk geval al voorkomen, dat ik met mijn grote voeten boven op zo'n weggestopt ei trap, terwijl ik met de videocamera druk mijn kleinzoon aan het filmen ben, wanneer die intensief op zoek is naar de tandenbedervende lekkernij...
Waar met Sinterklaas en de Kerstman nog een klein beetje de schijn van waarheid kan opgehouden worden, het betreft immers menselijke figuren, probeer met de Paasdagen maar eens aan een kind wijs te maken dat plotseling alle torenklokken in de heilige stad Rome de reisziekte krijgen, en naar alle oorden ter wereld vliegen om chocolade eieren te gaan beieren…
Met de hele kleintjes zal het nog wel lukken, maar zogauw hun hersenwinkel een beetje begint te werken zal dit toch vele vragen oproepen.
"Zit er dan een motor in zo'n klok Bompa, dat die zomaar door de lucht kan vliegen zoals een vliegtuig?"
"Hoe komt het dat die eieren niet kapot vallen als ze de grond raken, wanneer die van zo hoog neervallen?"
Neen, als we dan toch percé aan een leugen moeten vasthouden, dan verkies ik nog eerder de paashaas.
Een haas die net zoals een kip aan de lopende band eieren uit zijn gat perst, maar voor de verandering dan wel gemaakt van chocola.
Dat zou al verklaarbaarder zijn waarom de eieren niet kapot zijn als ze gevonden worden, en ze hebben ook reeds de juiste kleur…
Zouden wij niet beter ineens de waarheid vertellen aan onze kleinkinderen, en hen een trauma besparen op latere leeftijd? Hen zeggen dat ze recht hebben op één kilo chocolade eieren met Pasen, omdat nu eenmaal de traditie dat zo wilt…
Dat zou in elk geval al voorkomen, dat ik met mijn grote voeten boven op zo'n weggestopt ei trap, terwijl ik met de videocamera druk mijn kleinzoon aan het filmen ben, wanneer die intensief op zoek is naar de tandenbedervende lekkernij...
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Morgen is het weer "hoog"-dag. Iets hoger dan 27 meter; hoger hoeft niet.
De kippeboutjes en boereworsten zullen ons weer om de oren vliegen, als we genoeg schutters rond de wip krijgen. Om het zgn. vleesschieten aantrekkelijk te maken wordt de wip versierd met nieuwe pluimkes. Suggesties als "in plaats van stopjes of doppen mét pluimpjes, zagen we liever kippen én worstjes aan het hoogste schavotje bengelen" werd al lang afgewimpeld. Stel je voor dat je naast het hangertje schiet en je knalt of kip of worst aan diggelen, zul je dat dan met open mond verorberen na de val ? Nee, zo werkt het niet werd mij door de deken verzekerd. Hij kan het weten, want hij is niet alleen bij ons gildebroeder maar ook bij andere gezelschappen. Het zal bij ons een replica zijn van wat er elders ook gebeurt. Buiten de hoofdvogel, de zij-en en kallen zullen de andere drie rijen beurtelings met andere veren getooid worden. Elke kleur heeft zijn waarde, en met een aantal waarden kun je dus ofwel worst ofwel gebraden kip aanschaffen.
De voorbereidingen zijn echter al volop aan de gang. Ik heb wel verstek laten gaan; nu mogen anderen zich met de opkuis en de opstelling van het entourage bezig houden. Zolang de door mij aangebrachte electra het maar doet, zal de embience wel doorgang vinden. Wel hou ik een oogje in het zeil, want stel dat het icoontje met de bliksemschicht het laat afweten zonder dat ik erbij ben, voorzie ik de grootste moeilijkheden achteraf. Daarbij zou ik trouwens niet willen dat héél mijn installatie tot een puinhoop herschapen wordt. Ik moet er nadien zélf nog aan uit kunnen.
Ik had al wel gedacht om mijn voorzorgen te nemen, boobie-traps of landmijnen rond de tellerkast plaatsen zodat menige onkundige sky-high zou gaan mocht hij als onverlaat en onkundige de foutieve schakelaartjes verknippen. Die gedachte heb ik wel laten varen, ik heb geen springtuig ter beschikking. Als laatste daad heb ik dan maar de beschermende kap ervan verwijderd waarop alle indicaties staan ter verduidelijking van de zekeringen. Moest er toch éne zijn die het zou wagen, hij zou zich -door de aangeraakte spanning- wel tweemaal bedenken voor ie daaraan begint...
De kippeboutjes en boereworsten zullen ons weer om de oren vliegen, als we genoeg schutters rond de wip krijgen. Om het zgn. vleesschieten aantrekkelijk te maken wordt de wip versierd met nieuwe pluimkes. Suggesties als "in plaats van stopjes of doppen mét pluimpjes, zagen we liever kippen én worstjes aan het hoogste schavotje bengelen" werd al lang afgewimpeld. Stel je voor dat je naast het hangertje schiet en je knalt of kip of worst aan diggelen, zul je dat dan met open mond verorberen na de val ? Nee, zo werkt het niet werd mij door de deken verzekerd. Hij kan het weten, want hij is niet alleen bij ons gildebroeder maar ook bij andere gezelschappen. Het zal bij ons een replica zijn van wat er elders ook gebeurt. Buiten de hoofdvogel, de zij-en en kallen zullen de andere drie rijen beurtelings met andere veren getooid worden. Elke kleur heeft zijn waarde, en met een aantal waarden kun je dus ofwel worst ofwel gebraden kip aanschaffen.
De voorbereidingen zijn echter al volop aan de gang. Ik heb wel verstek laten gaan; nu mogen anderen zich met de opkuis en de opstelling van het entourage bezig houden. Zolang de door mij aangebrachte electra het maar doet, zal de embience wel doorgang vinden. Wel hou ik een oogje in het zeil, want stel dat het icoontje met de bliksemschicht het laat afweten zonder dat ik erbij ben, voorzie ik de grootste moeilijkheden achteraf. Daarbij zou ik trouwens niet willen dat héél mijn installatie tot een puinhoop herschapen wordt. Ik moet er nadien zélf nog aan uit kunnen.
Ik had al wel gedacht om mijn voorzorgen te nemen, boobie-traps of landmijnen rond de tellerkast plaatsen zodat menige onkundige sky-high zou gaan mocht hij als onverlaat en onkundige de foutieve schakelaartjes verknippen. Die gedachte heb ik wel laten varen, ik heb geen springtuig ter beschikking. Als laatste daad heb ik dan maar de beschermende kap ervan verwijderd waarop alle indicaties staan ter verduidelijking van de zekeringen. Moest er toch éne zijn die het zou wagen, hij zou zich -door de aangeraakte spanning- wel tweemaal bedenken voor ie daaraan begint...
-
Gast
Is het jullie al opgevallen, vandaag begint de lente en het heeft gewerkt, die warme zonnestralen. De eerste warme stralen op je lichaam, die voelen goed aan, hopelijk is het niet om ons een beetje op te vrolijken om daarna pardoes weer achter een dikke wolk te verdwijnen. Een dag zoals vandaag koester ik met grote teugen, uren kan ik dan genieten van onze tuin die er eerst nog erbarmelijk bijlag maar stillekes terug op zijn poten komt.
Je hoeft maar om je heen te kijken en overal zie je de eerste tekenen van die heerlijke lente die eindelijk haar kopje heeft laten zien. Je hoort de vogels fluiten en de bijen zoemen en overal zie je blije gezichten.
Wie door de tuin wandelt op zoek naar de eerste knoppen aan de bomen, zal al wel gemerkt hebben dat ze in volle bot staan. Hier en daar staat al een voorjaarsbloeier in de knop en het verlangen bekruip je om er aan te ruiken. Onze heide heeft de hommelfamilie op bezoek gekregen en zoemen me om de oren heen tot het een lieve lust is. Gelukkig steken ze niet als je ze gerust laat.
Het is heerlijk om nu buiten te zijn en het begint stilaan te kriebelen om in de voortuin te wroeten.
De winter heeft denkelijk afgedaan want de mensen komen buiten als mieren uit de grond.
Er wordt weer een praatje met de buren gemaakt en iedereen begint ook al onkruid uit de grond te trekken en gras tussen de tegels uit te halen, het wordt gezellig in de straat en de winterkwaaltjes zullen gauw vergeten zijn. Ons tuinstel dat al van oktober onder de lakens verborgen stond diep in een klein hoekje in de kelder, hebben we terug buiten gezet op ons terrasje. De stoelen die bewezen vandaag hun dienst, ze mochten meeluisteren naar ons geslurp van koffie en knapperende koekjes uit de koekentrommel van ons ma. In een mum van tijd leken we herboren, de dames die kletsten er op los, geen enkel die last van een stijve tong had.
Wat een beetje zon al niet kan doen. Plantjes en stekjes worden geruild en iedereen heeft wel goede raad hoe het nu verder kan met bloemetjes te kweken in de serre.
De zon wordt nu elke dag warmer en de bloesem maakt plaats voor de bladeren, alles verandert in een frisse groene kleur, het jonge gras ruikt terug heerlijk en mijn honden die dartelen gezellig door het fris bemeste gras. Achter een paar dagen zie je overal de bloesem aan de bomen, de natuur verandert in een prachtige bloemenzee, de depressies zijn het land uitgestuurd, die kunnen we niet meer gebruiken, geen lelijke gezichten meer in huis.
Het voorjaar geeft je een extra gevoel van vrijheid en blijheid, je geniet dan ook met volle teugen van dit jaargetijde, het is alsof je uit een diepe winterslaap ontwaakt en elk uur van de dag buiten in de zon wil doorbrengen. Er komen nog genoeg dagen dat het regent, koud of vies guur weer is, of dat het zo warm is dat de mussen door de hitte van de daken vallen, neen geef mij het voorjaar maar en de bruidsluier met zijn merels, jammer van de krokussen, die zijn aan het slabakken maar ook die hebben hun charme gehad.

Je hoeft maar om je heen te kijken en overal zie je de eerste tekenen van die heerlijke lente die eindelijk haar kopje heeft laten zien. Je hoort de vogels fluiten en de bijen zoemen en overal zie je blije gezichten.
Wie door de tuin wandelt op zoek naar de eerste knoppen aan de bomen, zal al wel gemerkt hebben dat ze in volle bot staan. Hier en daar staat al een voorjaarsbloeier in de knop en het verlangen bekruip je om er aan te ruiken. Onze heide heeft de hommelfamilie op bezoek gekregen en zoemen me om de oren heen tot het een lieve lust is. Gelukkig steken ze niet als je ze gerust laat.
Het is heerlijk om nu buiten te zijn en het begint stilaan te kriebelen om in de voortuin te wroeten.
De winter heeft denkelijk afgedaan want de mensen komen buiten als mieren uit de grond.
Er wordt weer een praatje met de buren gemaakt en iedereen begint ook al onkruid uit de grond te trekken en gras tussen de tegels uit te halen, het wordt gezellig in de straat en de winterkwaaltjes zullen gauw vergeten zijn. Ons tuinstel dat al van oktober onder de lakens verborgen stond diep in een klein hoekje in de kelder, hebben we terug buiten gezet op ons terrasje. De stoelen die bewezen vandaag hun dienst, ze mochten meeluisteren naar ons geslurp van koffie en knapperende koekjes uit de koekentrommel van ons ma. In een mum van tijd leken we herboren, de dames die kletsten er op los, geen enkel die last van een stijve tong had.
Wat een beetje zon al niet kan doen. Plantjes en stekjes worden geruild en iedereen heeft wel goede raad hoe het nu verder kan met bloemetjes te kweken in de serre.
De zon wordt nu elke dag warmer en de bloesem maakt plaats voor de bladeren, alles verandert in een frisse groene kleur, het jonge gras ruikt terug heerlijk en mijn honden die dartelen gezellig door het fris bemeste gras. Achter een paar dagen zie je overal de bloesem aan de bomen, de natuur verandert in een prachtige bloemenzee, de depressies zijn het land uitgestuurd, die kunnen we niet meer gebruiken, geen lelijke gezichten meer in huis.
Het voorjaar geeft je een extra gevoel van vrijheid en blijheid, je geniet dan ook met volle teugen van dit jaargetijde, het is alsof je uit een diepe winterslaap ontwaakt en elk uur van de dag buiten in de zon wil doorbrengen. Er komen nog genoeg dagen dat het regent, koud of vies guur weer is, of dat het zo warm is dat de mussen door de hitte van de daken vallen, neen geef mij het voorjaar maar en de bruidsluier met zijn merels, jammer van de krokussen, die zijn aan het slabakken maar ook die hebben hun charme gehad.
-
Gast
Het gebeurde op één van die mooie lentedagen, de dauw schitterde als parels in de ochtendzon, ik liep op blote voeten door het groene frisse gras en ging zitten op het zachte mos. De zon had al een aardig kleurtje op mijn gezicht aangebracht. Ze scheen overheerlijk warm op mijn armen, benen en gezicht. Ineens voelde ik me geleidelijk aan loom worden en deed langzaam mijn ogen dicht.
Terwijl ik rustig lag te sluimeren en nog luier lag te luisteren naar de stilte om me heen, hoorde ik de wind door de bladeren ruisen, ze zeiden iets ritselend, bijna fluisterend, in mijn oor. Wat ze me wilden zeggen verstond ik niet maar ik neuriede plotseling zachtjes een lentelied op de beweging van de wind. Er verschenen honderden vogels om me heen die kwetterend met me meezongen. Dat prachtig vogelenzangkoor was een lust voor het oor. De natuur ontluikt uit een diepe winterslaap, de vogels fluiten er weer vrolijk op los, de bloemen neigen hun kopjes naar de zon toe, om, de eerste zonnestralen op te vangen. We hebben een half jaar lang binnen opgesloten gezeten, wachten op het eerste bleke zonnetje dat door het wolkendek heen zou durven breken en nu hoor ik dit, heerlijk!
Het is een genot om weer eens frisse lucht in te kunnen ademen, in plaats van die duffe, muffe lucht van de verwarming, die je adem doet roesten als een oude schuurpapierzak. Eindelijk, de dikke wollen winterkleding hangt verstoken aan de kapstok en mogen voor mijn part daar verder roesten.
Ik schraapte mijn keel, de rust, de stilte kwam langzaam terug.
Mijn ogen waren op het ijle gericht, toen ik verder begon te dromen. Rustig bij een waterplas, zit ik nu samen met mijn hond op het zachte gras.
We kijken omhoog, kijken naar de blauwe lucht, er is hier geen enkel menselijk gerucht. Alleen het ruisen van de bomen, waar een ieder, onder kan gaan in zijn dromen. Mijn oog valt op alle schoonheid om ons heen, het bos, de wei, het water, zelfs voor een kleine steen. We kijken naar de ondergaande zon en ik vroeg me af hoe dit nu kon. Dit alles is geschapen door Gods handen en niemand verbreekt zijn sterke banden. Ik zat gekluisterd te luisteren naar de stem van meneer de uil die in de verte weerklonk. Uit alle hoeken en gaten stroomden dieren naar me toe, ze vleiden zich om me heen, op mijn buik en op mijn benen. Duizend vlinders vlogen fladderend in het rond, terwijl de zon hoog aan de hemel stond. Ze vlogen hoog in de lucht en stoeiden met elkaar. Terwijl ze dansten, zorgden hun vleugels voor een zachte lentebries, die me aangename koelte bracht.
Het gras dat geurde aangenaam, de zon bleef schijnen en aan de rand van het bos kwamen spelende reeën te voorschijn. Ze waren niet alleen, neen ze brachten gezelschap met zich mee. Talloze dieren kwamen er uit het bos aangedraafd, dronken van het koele water, laafden hun dorst en vele streken neer op het zachte mos. Dicht bij mijn oor knabbelden konijnen aan het malse gras, ik hoorde bijen zoemen en er werd druk gekwetterd, gezongen en gefluisterd, het werd plots weer stil om me heen.
Opeens voelde ik iets over me heen rennen daar in dat koele natte gras, ik greep naar mijn been, het tintelde en rook vies, ik deed mijn ogen langzaam open, en weg was mijn fantastische droom. Mijn been was ineens een plaspaal geworden voor mijn hond.
Terwijl ik rustig lag te sluimeren en nog luier lag te luisteren naar de stilte om me heen, hoorde ik de wind door de bladeren ruisen, ze zeiden iets ritselend, bijna fluisterend, in mijn oor. Wat ze me wilden zeggen verstond ik niet maar ik neuriede plotseling zachtjes een lentelied op de beweging van de wind. Er verschenen honderden vogels om me heen die kwetterend met me meezongen. Dat prachtig vogelenzangkoor was een lust voor het oor. De natuur ontluikt uit een diepe winterslaap, de vogels fluiten er weer vrolijk op los, de bloemen neigen hun kopjes naar de zon toe, om, de eerste zonnestralen op te vangen. We hebben een half jaar lang binnen opgesloten gezeten, wachten op het eerste bleke zonnetje dat door het wolkendek heen zou durven breken en nu hoor ik dit, heerlijk!
Het is een genot om weer eens frisse lucht in te kunnen ademen, in plaats van die duffe, muffe lucht van de verwarming, die je adem doet roesten als een oude schuurpapierzak. Eindelijk, de dikke wollen winterkleding hangt verstoken aan de kapstok en mogen voor mijn part daar verder roesten.
Ik schraapte mijn keel, de rust, de stilte kwam langzaam terug.
Mijn ogen waren op het ijle gericht, toen ik verder begon te dromen. Rustig bij een waterplas, zit ik nu samen met mijn hond op het zachte gras.
We kijken omhoog, kijken naar de blauwe lucht, er is hier geen enkel menselijk gerucht. Alleen het ruisen van de bomen, waar een ieder, onder kan gaan in zijn dromen. Mijn oog valt op alle schoonheid om ons heen, het bos, de wei, het water, zelfs voor een kleine steen. We kijken naar de ondergaande zon en ik vroeg me af hoe dit nu kon. Dit alles is geschapen door Gods handen en niemand verbreekt zijn sterke banden. Ik zat gekluisterd te luisteren naar de stem van meneer de uil die in de verte weerklonk. Uit alle hoeken en gaten stroomden dieren naar me toe, ze vleiden zich om me heen, op mijn buik en op mijn benen. Duizend vlinders vlogen fladderend in het rond, terwijl de zon hoog aan de hemel stond. Ze vlogen hoog in de lucht en stoeiden met elkaar. Terwijl ze dansten, zorgden hun vleugels voor een zachte lentebries, die me aangename koelte bracht.
Het gras dat geurde aangenaam, de zon bleef schijnen en aan de rand van het bos kwamen spelende reeën te voorschijn. Ze waren niet alleen, neen ze brachten gezelschap met zich mee. Talloze dieren kwamen er uit het bos aangedraafd, dronken van het koele water, laafden hun dorst en vele streken neer op het zachte mos. Dicht bij mijn oor knabbelden konijnen aan het malse gras, ik hoorde bijen zoemen en er werd druk gekwetterd, gezongen en gefluisterd, het werd plots weer stil om me heen.
Opeens voelde ik iets over me heen rennen daar in dat koele natte gras, ik greep naar mijn been, het tintelde en rook vies, ik deed mijn ogen langzaam open, en weg was mijn fantastische droom. Mijn been was ineens een plaspaal geworden voor mijn hond.