Hilarische feestdagen
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
De komende Paasdagen schijnen, alweer, alle natuurwetten te tarten. Pasen in een vroege lente zorgt meestal voor elende, en daar begint de eerste lentedag al mee, nattigheid. Niet dat ik daartegen iets heb, ik voel me daarbij kiplekker. Maar liever nog dan dit zandlopertempo had ik een gietbui verkozen, als ik het voor 't zeggen had. Hopelijk blijft deze voorbode van de maartse buieen, aprilse grillen en meise opklaringen maar kortstondig boven ons weiland hangen. Stel dat het op de eierenlegdag regent wat zullen dan de zooltjes van de nog-even-winterschoenen ervan zeggen ? Op het weigras neervleien, zoals die pispaal van hierboven, nee... dan nog liever pispaal dan met een natte broek thuiskomen. Want laat me eerlijk zijn, op mijn basketsloefen door het natte gras paaseieren rapen of liever zoeken, dat laat ik liever aan anderen over. De krokussen zijn nog maar net boven water of ze staan er weeral verwaterd bij. En zij hadden geen hond ter beschikking. Als het zo blijft doorplensen ondergaat ons weiland een metamorfose. Spijtig dat het niet meer zo vriest, dan konden wij er nog een heerlijke schaatspartij op houden. Ons weiland noemt niet voor niets "Diepenbeemd". En midden daarin staat onze schutsboom.
Volgende Pasen zorgt voor eieren bovenaan de pluimpinnekens. Naar ik fluisteraars heb horen toefezelen zou het wel eens kunnen dat tussen al die houten en kunststoffen doeltjes er enkele échte verscholen zullen zitten. 't Zal dan in allerijl wegvluchten zijn als zo'n ding geraakt wordt. En een sprint aanvatten op nat gras is menigeen al verkeerdelijk uitgedraaid. Basketsloefen hebben geen anti-slip-zool. Dan verglij je als de slicks van een F1-bollide uit de bocht. De bijna zachte landing wordt dan door die nattigheid afgeremd; en zie je mij al met een natte broek door de Gildenstraat paraderen... ze zullen me nogal nawijzen en mompelen " weer ene die in z'n paasbroekje heeft gek... "
Dat mag ik mijn ouwe heer niet aandoen, daarom verkies ik -tegen die tijd- een droge voormiddag. Of zal ik zaterdag eens extra mijn keel openzetten gedurende de Paaswake. Als ene van de bende koorzangers moeten wij die plichten ook inzegenen nog voor de klokken gebimbamd hebben.
't Zal weer een "druk" week-end worden in die Paasnatuurwetten. Was het alvast maar achter de rug...
TLL
Volgende Pasen zorgt voor eieren bovenaan de pluimpinnekens. Naar ik fluisteraars heb horen toefezelen zou het wel eens kunnen dat tussen al die houten en kunststoffen doeltjes er enkele échte verscholen zullen zitten. 't Zal dan in allerijl wegvluchten zijn als zo'n ding geraakt wordt. En een sprint aanvatten op nat gras is menigeen al verkeerdelijk uitgedraaid. Basketsloefen hebben geen anti-slip-zool. Dan verglij je als de slicks van een F1-bollide uit de bocht. De bijna zachte landing wordt dan door die nattigheid afgeremd; en zie je mij al met een natte broek door de Gildenstraat paraderen... ze zullen me nogal nawijzen en mompelen " weer ene die in z'n paasbroekje heeft gek... "
Dat mag ik mijn ouwe heer niet aandoen, daarom verkies ik -tegen die tijd- een droge voormiddag. Of zal ik zaterdag eens extra mijn keel openzetten gedurende de Paaswake. Als ene van de bende koorzangers moeten wij die plichten ook inzegenen nog voor de klokken gebimbamd hebben.
't Zal weer een "druk" week-end worden in die Paasnatuurwetten. Was het alvast maar achter de rug...
TLL
-
Gast
Pasen is al in zicht op een el lengte afstand en bij nader onderzoek in de kleerkast, kom ik tot de vreselijke ontdekking, daar hangt ‘niks’ meer om aan te trekken. Al wat ik zie, is al verscheidene jaren of tenminste oudbakken broeken van een paar maanden oud.
“Een grote kast vol met uitpuilende kleren”, grinnikt mijn eega “en ze heeft niets om aan te trekken, ocharme toch, moet je mijn deel van de kast eens grondig bekijken.”
Al mopperend vlieg ik naar beneden en roep luidkeels: "al die troep in de kast, wat moet ik daarmee, wat moet ik aantrekken??? Ik moet dringend naar de stad, ik heb niets om aan te doen zondag en dan is het Hoogdag, Pasen, de kinderen met onze kleinkinderen komen op bezoek. Bezie dat eens, niks vrolijks is erbij, alleen lompen en hier en daar iets met de mot in.” Vol verbazing kijkt manlief me aan, maar ik raas door in ene adem: "al die rommel is al jaren oud".
“Ja, dan moeten we maar naar de stad, liefst ergens waar veel winkels in dezelfde straat liggen, zo kunnen we af en toe buiten blijven zitten op een bankje, terwijl vrouwlief gaat shoppen”, hoor ik hem nog hardop denken.
Met volle teugen genieten we van het ritje naar de stad en plots krijg ik van die rare kriebels in mijn buikje en lach van plezier als ik denk aan een hele nieuwe garderobe die straks mijn kast weer doet uitpuilen.
Mijn eega zegt altijd: “Zij weet precies wat ze wil hebben, winkel in en winkel uit, passen en passen maar niets wat ze wil hebben, zoekt uren, vindt leuke topjes of wat haar staat.”
Een maatje méér, dat is niet waar zeg ik dan, dat is de spiegel, die heeft een afwijking in de winkel, ze zouden die dringend moeten vervangen door een recentere. Als het licht teveel op dat oppervlak weerkaatst, lijkt het alsof ik plots iemand anders ben, ofwel zijn het de wintercalorieën, die zijn blijven plakken.
Na uren zoeken en passen, heb ik eindelijk een leuke trui gevonden, die natuurlijk véél en véél te groot is.
Mijn man die rustig alles afwacht heeft zich op een stoel bij de paskamers genesteld. Hij ziet mij ronddraaien en nog eens naar de andere kant swingen met die slobbertrui en terwijl hij nooit zijn mond open doet kijkt hij mij aan en zegt kordaat: "die is mooi, inpakken en wegwezen".
Terug in huisje Weltevree voel ik pas hoe ‘zeer’ mijn voeten doen van het lange slenteren door de stad en met pijn in de rug zak ik vermoeid neer op een stoel.
Morgen komt er weer 'n dag en ik heb nog steeds het wrange gevoel, dat ik niks heb om aan te trekken, mopper ik binnensmond verder. Dan maar de strijkplank uitgehaald om daar mijn frustraties op af te werken.
“Een grote kast vol met uitpuilende kleren”, grinnikt mijn eega “en ze heeft niets om aan te trekken, ocharme toch, moet je mijn deel van de kast eens grondig bekijken.”
Al mopperend vlieg ik naar beneden en roep luidkeels: "al die troep in de kast, wat moet ik daarmee, wat moet ik aantrekken??? Ik moet dringend naar de stad, ik heb niets om aan te doen zondag en dan is het Hoogdag, Pasen, de kinderen met onze kleinkinderen komen op bezoek. Bezie dat eens, niks vrolijks is erbij, alleen lompen en hier en daar iets met de mot in.” Vol verbazing kijkt manlief me aan, maar ik raas door in ene adem: "al die rommel is al jaren oud".
“Ja, dan moeten we maar naar de stad, liefst ergens waar veel winkels in dezelfde straat liggen, zo kunnen we af en toe buiten blijven zitten op een bankje, terwijl vrouwlief gaat shoppen”, hoor ik hem nog hardop denken.
Met volle teugen genieten we van het ritje naar de stad en plots krijg ik van die rare kriebels in mijn buikje en lach van plezier als ik denk aan een hele nieuwe garderobe die straks mijn kast weer doet uitpuilen.
Mijn eega zegt altijd: “Zij weet precies wat ze wil hebben, winkel in en winkel uit, passen en passen maar niets wat ze wil hebben, zoekt uren, vindt leuke topjes of wat haar staat.”
Een maatje méér, dat is niet waar zeg ik dan, dat is de spiegel, die heeft een afwijking in de winkel, ze zouden die dringend moeten vervangen door een recentere. Als het licht teveel op dat oppervlak weerkaatst, lijkt het alsof ik plots iemand anders ben, ofwel zijn het de wintercalorieën, die zijn blijven plakken.
Na uren zoeken en passen, heb ik eindelijk een leuke trui gevonden, die natuurlijk véél en véél te groot is.
Mijn man die rustig alles afwacht heeft zich op een stoel bij de paskamers genesteld. Hij ziet mij ronddraaien en nog eens naar de andere kant swingen met die slobbertrui en terwijl hij nooit zijn mond open doet kijkt hij mij aan en zegt kordaat: "die is mooi, inpakken en wegwezen".
Terug in huisje Weltevree voel ik pas hoe ‘zeer’ mijn voeten doen van het lange slenteren door de stad en met pijn in de rug zak ik vermoeid neer op een stoel.
Morgen komt er weer 'n dag en ik heb nog steeds het wrange gevoel, dat ik niks heb om aan te trekken, mopper ik binnensmond verder. Dan maar de strijkplank uitgehaald om daar mijn frustraties op af te werken.
-
ED. - Lid geworden op: 16 okt 2003, 19:20
Kwezel schreef:
"Morgen komt er weer 'n dag en ik heb nog steeds het wrange gevoel, dat ik niks heb om aan te trekken, mopper ik binnensmond verder. Dan maar de strijkplank uitgehaald om daar mijn frustraties op af te werken."
En ik kon het niet laten om het te herhalen!
Beste Kwezel, Limburg is een beetje ver voor mij. Anders zou ik jou wat het eerste probleem betreft, en met het goed hart dat ik heb, je zeker uit de nood willen helpen. Maar één ding zou ik jou toch willen vragen, hoe gaat dat in zijn werk met die strijkplank? Hier bij mij loopt er soms ook zo iemand rond vol frustraties en een nog vollere kleerkast.

"Morgen komt er weer 'n dag en ik heb nog steeds het wrange gevoel, dat ik niks heb om aan te trekken, mopper ik binnensmond verder. Dan maar de strijkplank uitgehaald om daar mijn frustraties op af te werken."
En ik kon het niet laten om het te herhalen!
Beste Kwezel, Limburg is een beetje ver voor mij. Anders zou ik jou wat het eerste probleem betreft, en met het goed hart dat ik heb, je zeker uit de nood willen helpen. Maar één ding zou ik jou toch willen vragen, hoe gaat dat in zijn werk met die strijkplank? Hier bij mij loopt er soms ook zo iemand rond vol frustraties en een nog vollere kleerkast.
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
"Zou jij eens geen nieuwe schoenen kopen ?" lispelt mijn vrouw, terwijl ze de schoenenkast onderzoekend inspecteert, " Hoe lang draag je die al, in de week én 's zondags ?" Ik moest het antwoord schuldig blijven, ik doe die goed voelende Clarks slechts uit voor ik ga slapen.
Mijn vrouw heeft ook Hollands bloed in d'aderen, ik ook deels, maar zoals dat steeds gaat als het om outfit gaat, komt die bemoeizucht zonder verpinken boven. Van mij mogen er gaten in staan, de mot in mijn sokken, de rek uit mijn sokophouders of zelfs ladders in mijn kousen; zolang ik er mij goed in voel, hoef ik geen nieuwe. Haar garderobe, Kwezel indachtig, daar zullen we het maar niet over hebben. Hoewel, buiten haar trouwkleed hangen er nog steeds meer-dan-veertig-jaar ouwe spullen in haar kleerkast... ééns zal het haar lukken die nog passend te krijgen !
Het idee "spullenhulp" zou hier z'n waarheid kunnen bewijzen; tegen de paasdagen krijgen de vrouwtjes zo'n rare kriebels, net of ze zijn in hun 6 maand...
Ook dan krijgen de "raar goestingen" de bovenhand.
Maar mij zal het worst wezen wat anderen van mijn façade denken. Op z'n Paasbest heeft bij mij nog een andere betekenis dan die uiterlijke tekenen van opgefrist vertoon.
Ik por haar toch ook niet aan met "Zou je, na veerig jaren, eens niet voor een ander vel gaan uitzien ?"...
Da's slechts éénmaal gebeurd, en sindsdien onthou ik me van elke kommentaar als er weer niets in haar kleerkast hangt... om uit te doen ...
TLL
Mijn vrouw heeft ook Hollands bloed in d'aderen, ik ook deels, maar zoals dat steeds gaat als het om outfit gaat, komt die bemoeizucht zonder verpinken boven. Van mij mogen er gaten in staan, de mot in mijn sokken, de rek uit mijn sokophouders of zelfs ladders in mijn kousen; zolang ik er mij goed in voel, hoef ik geen nieuwe. Haar garderobe, Kwezel indachtig, daar zullen we het maar niet over hebben. Hoewel, buiten haar trouwkleed hangen er nog steeds meer-dan-veertig-jaar ouwe spullen in haar kleerkast... ééns zal het haar lukken die nog passend te krijgen !
Het idee "spullenhulp" zou hier z'n waarheid kunnen bewijzen; tegen de paasdagen krijgen de vrouwtjes zo'n rare kriebels, net of ze zijn in hun 6 maand...
Maar mij zal het worst wezen wat anderen van mijn façade denken. Op z'n Paasbest heeft bij mij nog een andere betekenis dan die uiterlijke tekenen van opgefrist vertoon.
Ik por haar toch ook niet aan met "Zou je, na veerig jaren, eens niet voor een ander vel gaan uitzien ?"...
Da's slechts éénmaal gebeurd, en sindsdien onthou ik me van elke kommentaar als er weer niets in haar kleerkast hangt... om uit te doen ...
TLL
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Aswoensdag, witte donderdag, goede vrijdag, paaszaterdag ... wat een namen worden er toegeschreven aan enkele dagen in de week. Ik zit me hier te overpijnzen wat de betekenis van die koppelingen zou kunnen zijn. Waarom aswoensdag ? Wij wonen hier toch niet aan de Etna of Vesuvius; daar zou het asse kunnen regenen, maar hier ? En aan die klerikale uitspraak "Gedenk dat je van stof en as zijt..." kan het ook al niet liggen, want elke begrafenis valt niet steeds op die woensdag. Het is slechts bij die gelegenheden dat ik daaraan denk, aan stof en as. Bij uitzondering ook als de open haard eens niet goed trekt en de schouw een reverse van walmen de huiskamer binnen laat. Dan verkies ik liever die witte donderdag. Maar ook deze dag, daar kan ik geen touw aan vastknopen. Deze dag valt meestal in een seizoen waarin de sneeuw al lang gesmolten is. Wat mag er dan wit zijn op die dag ? Nu herinner ik mij wel dat vroeger, toen er nog geen droogkasten bestonden, donderdags de waslijnen vol witte lakens hingen. En ook eens is het voorgekomen dat op een donderdag er te Rome uit een welgekende schouwke witte rook opsteeg, maar verder kan ik geen relatie vinden om die donderdag "witte" te noemen. Dan maar goede vrijdag ? Vrijdag was toch die maat van Robinson. Zou dat zo'n goeie geweest zijn ? Maar meestal zijn vrijdagen niet goed; dan is het kuisdag. Wie het verzonnen heeft om die kuisdagen goed te noemen, met wel een of andere uithuizige geweest zijn. Met kuisdag zijn de heren doorgaans niet thuis; als moeder de vrouw alles onder het sop zet heeft ze liever dat er niet onder de voet gelopen wordt. Maar is dat dan wel "goed" ? Dus ook weer nix; het zal wel een fabeltje zijn, net als Paaszaterdag. Pasen valt steeds op een zondag, waarom vernoemen ze dan al "Pasen" de dag daarvoor. Ik zou eerder genijgd zijn de zaterdag daarop als paaszaterdag te benoemen. Maar mensen zijn rare beestjes... Zouden de dieren ook zo'n slag van de molen hebben of houden zich die enkel aan hun biorithme ?
Deze bladvulling is zonder betekenis, maar het moest er even uit...
Deze bladvulling is zonder betekenis, maar het moest er even uit...
-
Gast
Onze kleine kwam weer uit het kleuterklasje naar me toe gesneld. “Oma”, riep hij luidkeels terwijl iedereen zich omdraaide en dacht dat ik de oudste zus van zijn vader was, “oma, ik heb een prachtexemplaar voor u geschilderd. Mooie kleurtjes met ‘echte’ waterverf gemaakt”, in zijn boordevolle enthousiasme toonde hij mij zijn kunstwerk. Dat zou ik hem moeten nageven, een pracht van een werkje, ik werd er even stil van. Zou hij dan toch iets van zijn oma weghebben? Dat kliederen met potten en verfborstels, met potloden en lichtbakken, onbeduidende tekeningen maar o zo werkelijk.
Zijn mondje stond geen minuut stil, hij wilde alles in ene keer zeggen, ja waar herken ik dat van? Zijn kleine vingertjes leken de lijnen te voelen zoals een blinde die over de braille wrijft.
Hij toonde hoe hij met wat klodders verf erop, in mijn ogen waren het kunstzinnige abstracte kunstwerken van een zeer hoog niveau, goede kwaliteit en een perfecte afwerking, zijn werk had volbracht. Je ziet hoe de kunstenaar in spé hier een enorm werk heeft gehad om met hart en ziel deze fantastische mooie compositie op papier te toveren.
Ons Joske legde me op een volwassen manier uit, dat het een onweer voorstelde en ik deed mijn best om met wat fantasie er een echt onweder in te zien.
De kleurschakering van licht en donker, zijn op zo'n perfecte manier weergegeven, dat je de donderwolken over je heen hoort razen, de felle kleuren van de zonnebaan, die overgaat in het zachte rosse en het mysterieuze paars, doet de gloed weerkaatsen op het heelal en is van een ongekende, ongeëvenaarde pracht. Als je voor dit kunstwerk staat, lijkt het of je midden in een onweersbui terecht bent gekomen, je ziet de bliksem knetteren aan de horizon, je sluit je ogen voor het o zo felle licht, je voelt de wind en hoort de donderslagen langs je oren suizen. Je staat te trillen op je benen van de harde knal die voor je voeten de grond in tweeën doet splijten, je bent kletsnat, terwijl het niet regent, zo angstaanjagend reëel komt dit kunstwerk over, je waant je buiten in de vrije natuur.
De tranen springen in onze ogen als hij hoort hoe lyrisch ik er over praat en hij huilt krokodillentranen en belooft om nog een veel mooier en veel fraaier te maken. In zijn euforie welde de gedachte in hem op, dat ik zijn talent er niet in zag. Als ik dan bedenk dat sommige schilderijen van bekende schilders met hun strepenkladders miljoenen opgebracht hebben, doet mijn hart pijn. Deze compositie zal zeker een ereplaats krijgen aan de muur in de keuken want in mijn ogen is dit een nieuwbakken artiest in wording. Dit kunstwerk zit zo kunstzinnig in elkaar dat je er ‘u’ tegen zegt, het is een werkstuk waar je uren naar kunt kijken want het voornaamste is, het komt van je eigen bloed, je kleinkind. Het mooiste Paasgeschenk in jaren, is niks vergeleken bij dit kunstwerk ontsproten uit kleine lieve kinderhanden en dus voor mij onbetaalbaar. Voortaan kijk ik rechts in de spiegel en staar daar in de ogen van mijn ziel, links kijk ik in de ziel van mijn kleinzoon, de zoon van mijn zoon.
Zijn mondje stond geen minuut stil, hij wilde alles in ene keer zeggen, ja waar herken ik dat van? Zijn kleine vingertjes leken de lijnen te voelen zoals een blinde die over de braille wrijft.
Hij toonde hoe hij met wat klodders verf erop, in mijn ogen waren het kunstzinnige abstracte kunstwerken van een zeer hoog niveau, goede kwaliteit en een perfecte afwerking, zijn werk had volbracht. Je ziet hoe de kunstenaar in spé hier een enorm werk heeft gehad om met hart en ziel deze fantastische mooie compositie op papier te toveren.
Ons Joske legde me op een volwassen manier uit, dat het een onweer voorstelde en ik deed mijn best om met wat fantasie er een echt onweder in te zien.
De kleurschakering van licht en donker, zijn op zo'n perfecte manier weergegeven, dat je de donderwolken over je heen hoort razen, de felle kleuren van de zonnebaan, die overgaat in het zachte rosse en het mysterieuze paars, doet de gloed weerkaatsen op het heelal en is van een ongekende, ongeëvenaarde pracht. Als je voor dit kunstwerk staat, lijkt het of je midden in een onweersbui terecht bent gekomen, je ziet de bliksem knetteren aan de horizon, je sluit je ogen voor het o zo felle licht, je voelt de wind en hoort de donderslagen langs je oren suizen. Je staat te trillen op je benen van de harde knal die voor je voeten de grond in tweeën doet splijten, je bent kletsnat, terwijl het niet regent, zo angstaanjagend reëel komt dit kunstwerk over, je waant je buiten in de vrije natuur.
De tranen springen in onze ogen als hij hoort hoe lyrisch ik er over praat en hij huilt krokodillentranen en belooft om nog een veel mooier en veel fraaier te maken. In zijn euforie welde de gedachte in hem op, dat ik zijn talent er niet in zag. Als ik dan bedenk dat sommige schilderijen van bekende schilders met hun strepenkladders miljoenen opgebracht hebben, doet mijn hart pijn. Deze compositie zal zeker een ereplaats krijgen aan de muur in de keuken want in mijn ogen is dit een nieuwbakken artiest in wording. Dit kunstwerk zit zo kunstzinnig in elkaar dat je er ‘u’ tegen zegt, het is een werkstuk waar je uren naar kunt kijken want het voornaamste is, het komt van je eigen bloed, je kleinkind. Het mooiste Paasgeschenk in jaren, is niks vergeleken bij dit kunstwerk ontsproten uit kleine lieve kinderhanden en dus voor mij onbetaalbaar. Voortaan kijk ik rechts in de spiegel en staar daar in de ogen van mijn ziel, links kijk ik in de ziel van mijn kleinzoon, de zoon van mijn zoon.
-
Gast
In onze jeugdjaren bestond er zoiets als de ‘biecht’. Wie kattenkwaad of erger had uitgehaald, diende die pekelzonden aan de priester mede te delen. Soms kon je ook ruiken wat voor maaltijd hij juist gegeten had en van look hield ik niet, bwéééékes, geef mij maar een lekkere oester om aan te slurpen. In dat donkere hokje luisterde dan de eerwaardige gretig naar je zonden. Als penitentie wilde hij dat je zoveel, bijvoorbeeld 3 Weesgegroetjes en 3 Onze Vaders bad. Nooit heeft hij mij rond het kerkgebouw laten rennen, in zijn ogen waren mijn misgedragingen maar miniem. Wie gaat er nu zijn diepste geheimen aan de grote klok hangen? Iedereen heeft toch zijn eigen geheimpje en als je dat vertelt aan een ander dan is dat toch geen geheimpje meer maar openbaar bezit.
Wie in deze tijd zijn geloof en hoop in de biecht nog heeft bewaard, daar heb ik eerbied voor. Laat die grote misdadigers maar eens hun zonden belijden, zijn ze zo in de nieuwe gevangenis van Hasselt aan de kanaalkom.
Vraag jezelf nu af, welke zonden en vooral welke grote zonden je sinds je laatste biecht hebt bedreven.
Heb ik de geboden van God en de Kerk onderhouden? Heb ik tegen de naastenliefde misdaan door haten, door liefdeloos oordelen, door kwaadspreken of lasteren? Heb ik gezondigd tegen de ‘zachtmoedigheid’ door ‘onvriendelijk’ gedrag, ‘driftigheid’ in woorden? Heb ik gezondigd door ‘vrijwillige’ handelingen tegen de kuisheid, alleen of met anderen, door mij vrijwillig en met genoegen bezig te houden met ‘onkuise’ gedachten en begeerten? Heb ik ‘gelogen’? Heb ik mijn ouders buitengezet of mijn kinderen de deur gewezen?
Alle doodzonden, die nog niet zijn gebiecht, moeten aan de priester als Gods plaatsbekleder worden beleden. Het is zeer nuttig, ook de andere zonden, de zogenaamde dagelijkse zonden, te biechten maar nodig is dat niet: van dagelijkse zonden kunnen wij ook kwijtschelding verkrijgen door een oefening van een oprechte berouw, zelfs van onvolmaakt berouw.
Even een kleine stilte houden voor diegene die wel hun zonden willen belijden en spijt hebben van stoutmoedige dingen te hebben gedaan met of tegen hun wil.
Barmhartige God, ik heb spijt over mijn zonden, omdat ik Uw straffen heb verdiend, maar vooral, omdat ik U, mijn grootste Weldoener en het hoogste Goed, heb beledigd. Ik verfoei al mijn zonden en beloof, met de hulp van Uw genade, mijn leven te beteren en niet meer te zondigen, althans, ik doe een poging. Heer, wees mij, zondaar, genadig en de hele kliek van het seniorennet, er gaat geen enkel vrijuit, ieder heeft een ander wel beledigd.
Laat ons samen bidden: God, U is het eigen, altijd genadig en barmhartig te zijn. Aanvaard ons smeekgebed en wil in Uw vaderlijke goedheid en liefde ons bevrijden van de boeien onzer zonden, van de zeveraars en de beledigingen aan ons adres. Kom, heilige Geest, verlicht ons verstand, om onze zonden te kennen en schenk ons de genade van een oprecht berouw, laat ons voortaan samenwerken zonder afgunst, hoon en leedvermaak.
Laat Uw oren luisteren naar onze roepen en smeken want van uit het diepste roepen we op U. Bij U Heer is barmhartigheid, bij U is overvloedige verlossing. Geef ons vergeving zodat we iedereen in vrede kunnen dienen.
Om het met de woorden van Goliard te zeggen :Asperges me, Domine, hysopo, et mundabor: lavabis me, et super nivem dealbabor.
Wie in deze tijd zijn geloof en hoop in de biecht nog heeft bewaard, daar heb ik eerbied voor. Laat die grote misdadigers maar eens hun zonden belijden, zijn ze zo in de nieuwe gevangenis van Hasselt aan de kanaalkom.
Vraag jezelf nu af, welke zonden en vooral welke grote zonden je sinds je laatste biecht hebt bedreven.
Heb ik de geboden van God en de Kerk onderhouden? Heb ik tegen de naastenliefde misdaan door haten, door liefdeloos oordelen, door kwaadspreken of lasteren? Heb ik gezondigd tegen de ‘zachtmoedigheid’ door ‘onvriendelijk’ gedrag, ‘driftigheid’ in woorden? Heb ik gezondigd door ‘vrijwillige’ handelingen tegen de kuisheid, alleen of met anderen, door mij vrijwillig en met genoegen bezig te houden met ‘onkuise’ gedachten en begeerten? Heb ik ‘gelogen’? Heb ik mijn ouders buitengezet of mijn kinderen de deur gewezen?
Alle doodzonden, die nog niet zijn gebiecht, moeten aan de priester als Gods plaatsbekleder worden beleden. Het is zeer nuttig, ook de andere zonden, de zogenaamde dagelijkse zonden, te biechten maar nodig is dat niet: van dagelijkse zonden kunnen wij ook kwijtschelding verkrijgen door een oefening van een oprechte berouw, zelfs van onvolmaakt berouw.
Even een kleine stilte houden voor diegene die wel hun zonden willen belijden en spijt hebben van stoutmoedige dingen te hebben gedaan met of tegen hun wil.
Barmhartige God, ik heb spijt over mijn zonden, omdat ik Uw straffen heb verdiend, maar vooral, omdat ik U, mijn grootste Weldoener en het hoogste Goed, heb beledigd. Ik verfoei al mijn zonden en beloof, met de hulp van Uw genade, mijn leven te beteren en niet meer te zondigen, althans, ik doe een poging. Heer, wees mij, zondaar, genadig en de hele kliek van het seniorennet, er gaat geen enkel vrijuit, ieder heeft een ander wel beledigd.
Laat ons samen bidden: God, U is het eigen, altijd genadig en barmhartig te zijn. Aanvaard ons smeekgebed en wil in Uw vaderlijke goedheid en liefde ons bevrijden van de boeien onzer zonden, van de zeveraars en de beledigingen aan ons adres. Kom, heilige Geest, verlicht ons verstand, om onze zonden te kennen en schenk ons de genade van een oprecht berouw, laat ons voortaan samenwerken zonder afgunst, hoon en leedvermaak.
Laat Uw oren luisteren naar onze roepen en smeken want van uit het diepste roepen we op U. Bij U Heer is barmhartigheid, bij U is overvloedige verlossing. Geef ons vergeving zodat we iedereen in vrede kunnen dienen.
Om het met de woorden van Goliard te zeggen :Asperges me, Domine, hysopo, et mundabor: lavabis me, et super nivem dealbabor.
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Wat kan latijn toch je geest benevelen. Het overduidelijke bewijs werd hiervoor al geleverd. De eerste geboden van de kerk waren, oorspronkelijk, in het latijn vervat... tenminste, deze welke wij konden lezen. Deze van Mozes op z'n stenen tafelen waren maar runetekens en voor Christelijke begrippen onvatbaar; vandaar dat ze bij de Joden zijn blijven steken. Die geboden die wij opgedrongen kregen, in bijna onverstaanbaar nederlands, kunnen alles omvatten om in een biecht op te nemen; niet één waar een zondaar van gevrijwaard blijft. Nog een geluk dat men ons, destijds, het "foutloze" van een spelling, zinswending, woordgebruik trachtte bij te brengen; de teksten van de geboden en aanverwanten zouden ons allerminst een diploma bezorgd hebben, zoveel is duidelijk. Neem nu bijv. "Boven al bemin één God"... wat is dit nu voor koeterwaals. In verstaanbaar Nederlands zou dit toch "Hou slechts van één God" moeten zijn. Of "Dood niet, geef geen ergernis" klinkt ook als een tang op een varken; 't een heeft niets met het andere van doen. Daarbij, het tweede deel van die zin ergert mij mateloos. Wie moet mij nu iets gebieden wat de tekste zelve mij aandoet. Ga daar maar eens mee te biechten...
Vanaf 7 tot en met 10 worden het geen geboden meer, maar een opsomming van lachwekkende volzinnen; allez, wat te denken van "En begeer nooit iemands goed" ? Mag je zowieso geen sympatie betonen als je toch zinnens bent je Christelijke geloof af te zweren en te kiezen voor andermans' godsvrucht ? Als ik alle tien overloop, in de volgorde zoals die in de Catechismus staan, lijkt het mij eerder een aftelrijmpje dan gebodsartikelen. Moet je, stel je hebt hiertegen gezondigd, je biecht ook prozaisch en met stoprijmwoordjes omkleden naar die achter dat gatenplankje gesluierde figuur ?
Als afsluiter wil ik jullie de onzinnige tekst even overpijnzen van een lied dat wij dezer dagen te horen moeten geven; hij die er een zinnige uitleg aan kan geven krijgt van mij als penitentie een glas Duvel én als naverbranding nog een "Moeder Overste" erbovenop...
"Laat juichen heel het hemelkoor van eng'len, laat juichen om die grote Koning, juichen om de overwinning ! Laat de trompetten klinken in het rond !"
TLL
Als afsluiter wil ik jullie de onzinnige tekst even overpijnzen van een lied dat wij dezer dagen te horen moeten geven; hij die er een zinnige uitleg aan kan geven krijgt van mij als penitentie een glas Duvel én als naverbranding nog een "Moeder Overste" erbovenop...
"Laat juichen heel het hemelkoor van eng'len, laat juichen om die grote Koning, juichen om de overwinning ! Laat de trompetten klinken in het rond !"
TLL
-
Gast
In ons dorpje ging ieder kind gezwind naar de Eucharistieviering, dat is een traditie die er ingebakken zat en pas op late leeftijd eruit is gegaan. Alle schoolkinderen gingen te voet, niet op klompen, die periode heb ik niet meegemaakt, zo oud ben ik nu ook weer niet. Te voet met een groepje naar het kerkje en vooral nuchter blijven zeiden ze ons. Ons Heren komt alleen tot jullie als jullie nuchter zijn. Daarom vielen er ook meerderen flauw, dat was gewoon van de honger. Menig keer hoorde ik dan een doffe plons in de rij van de jongens, weeral eentje die languit in de gang lag en moest blijven liggen tot de consecratie voorbij was. Gelukkig was er in de week geen preek, die hielden ze alleen op zondag om de mensen te doen inslapen, die slaap te kort kwamen. O, ik ben ook al eens ingedut, dan kreeg ik een por van de zuster in mijn rug die me aanmoedigde om wakker te blijven.
Iedere dag kregen we een stempeltje of een plakkertje ( een stickertje), niet op een kaartje maar op een zelfgemaakt kruis. Elk kind had hetzelfde, dat was klassikaal zo gedaan. De weekse dagen was het een klein vierkant dat we moesten opvullen en op zondag kregen we een grote plakker die natuurlijk opviel door zijn grote. Zo konden de zusters nagaan als iedereen zijn plicht vervulde. Wie niet naar de mis ging die bezat natuurlijk niet die verzameling plakkers en werd minogend aangekeken door de nonnen. Er rees me een sterk vermoeden dat onze puntenkaart er op vooruit of achteruit op ging. De vastentijd die had dus alles te maken met vroeg opstaan, hongerlijden, figuurtjes verzamelen en met onze boekentas gevuld met eenvoudige boterhammen, zonder terug naar huis te gaan, recht naar school. Gezamenlijk aten we dan in de refter onze bokes die ons ma gesmeerd had met chocopasta of eierbeleg, vlees mocht niet alle dagen, dat beschouwden ze als zondig. Nochtans moeten studenten goed eten, zieken mensen en bejaarden en mijnwerkers die werden toch ook aangemaand om goed en veel te eten.
Terug naar de stickeractie nu. Wie alle stempels en plakkers verzameld had, die had natuurlijk 40 dagen zijn of haar best gedaan om niet flauw te vallen en om te komen van de dorst. Je kreeg geen hostie op je tong gelegd als je adem naar paté rook. Je handen die werden verstopt onder een paars doek waarop een mooi wit geborduurd kanten tafellaken was uitgestrekt, door de nonnekes handvaardig ineen geknutseld. De kinderen die mooi hun volgeplakt kruis afleverden in de klas, die mochten mee naar …Steinerbos of Bokrijk mét de fiets. De jongens gingen natuurlijk waar het wild eraan toe ging, de meisjes die mochten de stillere parken bezoeken. Iedereen was opgetogen die dag als we met de schaarse rugzakken op weg trokken. Het leek meer op de vlucht uit Egypte want lawaai ontbrak er niet aan. Om in Steinerbos te geraken, daar had je de veerman voor nodig. Elk groepje van vijf personen begeleid door een juf, want de nonnen konden niet fietsen zeiden ze, blijkbaar stond het zadel in tijd ook al te hoog, moest plaats nemen op dat vlot. Jongens wat een lol hadden we, en schommelen dat we deden op dat houten brugje, je had de overheid eens moeten zien, ze deden het bijna in hun broek.
Laatst ging ik eens met mijn fietske kijken hoe de toestand daar nog was, ik herkende er geen enkel bekend plekje, de bootjes die waren foetsie en je moest zelfs betalen om in het bos te mogen wandelen. Nochtans dacht ik altijd dat de lucht gratis was voor iedereen. Dan zal het de volgende keer Bokrijk wezen, hopelijk is het gulle zwijn nu voorzien van stempels want die verzamel ik nu op een ander kaart, namelijk mijn fietskaart.
Iedere dag kregen we een stempeltje of een plakkertje ( een stickertje), niet op een kaartje maar op een zelfgemaakt kruis. Elk kind had hetzelfde, dat was klassikaal zo gedaan. De weekse dagen was het een klein vierkant dat we moesten opvullen en op zondag kregen we een grote plakker die natuurlijk opviel door zijn grote. Zo konden de zusters nagaan als iedereen zijn plicht vervulde. Wie niet naar de mis ging die bezat natuurlijk niet die verzameling plakkers en werd minogend aangekeken door de nonnen. Er rees me een sterk vermoeden dat onze puntenkaart er op vooruit of achteruit op ging. De vastentijd die had dus alles te maken met vroeg opstaan, hongerlijden, figuurtjes verzamelen en met onze boekentas gevuld met eenvoudige boterhammen, zonder terug naar huis te gaan, recht naar school. Gezamenlijk aten we dan in de refter onze bokes die ons ma gesmeerd had met chocopasta of eierbeleg, vlees mocht niet alle dagen, dat beschouwden ze als zondig. Nochtans moeten studenten goed eten, zieken mensen en bejaarden en mijnwerkers die werden toch ook aangemaand om goed en veel te eten.
Terug naar de stickeractie nu. Wie alle stempels en plakkers verzameld had, die had natuurlijk 40 dagen zijn of haar best gedaan om niet flauw te vallen en om te komen van de dorst. Je kreeg geen hostie op je tong gelegd als je adem naar paté rook. Je handen die werden verstopt onder een paars doek waarop een mooi wit geborduurd kanten tafellaken was uitgestrekt, door de nonnekes handvaardig ineen geknutseld. De kinderen die mooi hun volgeplakt kruis afleverden in de klas, die mochten mee naar …Steinerbos of Bokrijk mét de fiets. De jongens gingen natuurlijk waar het wild eraan toe ging, de meisjes die mochten de stillere parken bezoeken. Iedereen was opgetogen die dag als we met de schaarse rugzakken op weg trokken. Het leek meer op de vlucht uit Egypte want lawaai ontbrak er niet aan. Om in Steinerbos te geraken, daar had je de veerman voor nodig. Elk groepje van vijf personen begeleid door een juf, want de nonnen konden niet fietsen zeiden ze, blijkbaar stond het zadel in tijd ook al te hoog, moest plaats nemen op dat vlot. Jongens wat een lol hadden we, en schommelen dat we deden op dat houten brugje, je had de overheid eens moeten zien, ze deden het bijna in hun broek.
Laatst ging ik eens met mijn fietske kijken hoe de toestand daar nog was, ik herkende er geen enkel bekend plekje, de bootjes die waren foetsie en je moest zelfs betalen om in het bos te mogen wandelen. Nochtans dacht ik altijd dat de lucht gratis was voor iedereen. Dan zal het de volgende keer Bokrijk wezen, hopelijk is het gulle zwijn nu voorzien van stempels want die verzamel ik nu op een ander kaart, namelijk mijn fietskaart.
-
Gast
In de winter is het in België elke dag maar kort licht. Verder staat de zon dan zo laag dat de zonnestralen maar weinig kracht hebben. Daglicht is belangrijk voor de mens, het zorgt er onder andere voor dat je biologische klok goed blijft lopen. De biologische klok geeft de tijd in je lichaam. Het klokje zit in de hersenen en werkt door cellen die binnen ongeveer 24 uur veranderen en weer terug veranderen. Wakker worden voor de wekker gaat, een jetlag en avond- en ochtendmensen. Het heeft alles te maken met de biologische klok.
In deze cellen worden eerst veel eiwitten gemaakt, maar als er teveel eiwitten in zo'n cel zijn worden ze juist weer afgebroken. Dit proces blijft maar doorgaan. De eiwitten geven een elektrische lading aan zo'n cel. In de hersenen wordt de informatie doormiddel van elektriciteit doorgegeven.
Dus samengevat, de biologische klok bestaat uit cellen in de hersenen die binnen ongeveer 24 uur veranderen en weer terug veranderen. Door een verandering in de hormoonhuishouding ontstaan de winterdepressies, die op hun beurt de biologische klok weer van slag brengt.
Een winterdepressie komt drie keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Om zoiets tegen te gaan kan lichttherapie worden gebruikt. Bij lichttherapie worden lampen gebruikt die het licht van de zon zoveel mogelijk nabootst. Het felle licht van deze lampen bevat niet het schadelijke ultraviolet licht.
Een winterdepressie geeft een verstoord slaap- en eetpatroon en een depressief gevoel.
Veel mensen hebben in meer of mindere mate last van een depressie en die mensen zijn blij als het weer lente wordt. Maar voor sommige mensen is de winter wel erg vervelend, zij hebben last van alles en nog wat.
Grijpen we dan niet te vlug naar pillen of vitaminen? Vitamines leveren zelf helemaal geen energie. Maar toch heeft je lichaam wel echt vitamines nodig. Vitamines zijn de smeerolie voor de motor van het lichaam. Ze zorgen er voor dat allerlei lichaamsprocessen beter gebeuren.
Zo zit vitamine A bijvoorbeeld in het oog en helpt hier bij het invangen van het licht.
Om koolhydraten, vetten en suikers in energie om te zetten is vitamine B nodig.
De ogen kunnen ook zonder vitamine A licht invangen en zonder vitamine B koolhydraten, vetten en suikers omzetten in energie. De vitamines zorgen er vooral voor dat de reacties in het lichaam sneller gebeuren.
Vitamines zijn erg belangrijk, zonder deze krijg je al snel gezondheidsproblemen zoals huidaandoeningen en zenuwaandoeningen.
Vitamines spelen ook een rol bij de preventie van ziektes zoals hart- en vaatziektes en osteoporose. Je lichaam is dan beter gewapend tegen deze ziektes.
De beste manier om genoeg vitamines binnen te krijgen is nog altijd om gevarieerd te eten. Vitaminepillen vervangen nooit volledig een gezonde maaltijd.
Voor de rest, wens ik ieder die hier komt lezen een Zalig Paasfeest met veel chocolade-eieren in de tuin, enne, vergeet de klok niet vooruit te zetten deze nacht.
In deze cellen worden eerst veel eiwitten gemaakt, maar als er teveel eiwitten in zo'n cel zijn worden ze juist weer afgebroken. Dit proces blijft maar doorgaan. De eiwitten geven een elektrische lading aan zo'n cel. In de hersenen wordt de informatie doormiddel van elektriciteit doorgegeven.
Dus samengevat, de biologische klok bestaat uit cellen in de hersenen die binnen ongeveer 24 uur veranderen en weer terug veranderen. Door een verandering in de hormoonhuishouding ontstaan de winterdepressies, die op hun beurt de biologische klok weer van slag brengt.
Een winterdepressie komt drie keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Om zoiets tegen te gaan kan lichttherapie worden gebruikt. Bij lichttherapie worden lampen gebruikt die het licht van de zon zoveel mogelijk nabootst. Het felle licht van deze lampen bevat niet het schadelijke ultraviolet licht.
Een winterdepressie geeft een verstoord slaap- en eetpatroon en een depressief gevoel.
Veel mensen hebben in meer of mindere mate last van een depressie en die mensen zijn blij als het weer lente wordt. Maar voor sommige mensen is de winter wel erg vervelend, zij hebben last van alles en nog wat.
Grijpen we dan niet te vlug naar pillen of vitaminen? Vitamines leveren zelf helemaal geen energie. Maar toch heeft je lichaam wel echt vitamines nodig. Vitamines zijn de smeerolie voor de motor van het lichaam. Ze zorgen er voor dat allerlei lichaamsprocessen beter gebeuren.
Zo zit vitamine A bijvoorbeeld in het oog en helpt hier bij het invangen van het licht.
Om koolhydraten, vetten en suikers in energie om te zetten is vitamine B nodig.
De ogen kunnen ook zonder vitamine A licht invangen en zonder vitamine B koolhydraten, vetten en suikers omzetten in energie. De vitamines zorgen er vooral voor dat de reacties in het lichaam sneller gebeuren.
Vitamines zijn erg belangrijk, zonder deze krijg je al snel gezondheidsproblemen zoals huidaandoeningen en zenuwaandoeningen.
Vitamines spelen ook een rol bij de preventie van ziektes zoals hart- en vaatziektes en osteoporose. Je lichaam is dan beter gewapend tegen deze ziektes.
De beste manier om genoeg vitamines binnen te krijgen is nog altijd om gevarieerd te eten. Vitaminepillen vervangen nooit volledig een gezonde maaltijd.
Voor de rest, wens ik ieder die hier komt lezen een Zalig Paasfeest met veel chocolade-eieren in de tuin, enne, vergeet de klok niet vooruit te zetten deze nacht.
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Het mechanisch of electronisch uurwerk en winter- en zomertijd. Waarom die indelingen van gekoppelde seizoenen ? Het mom van "energiebesparing" vind ik maar een kwakkel. Er is "tijd", maar winter- of zomertijd zijn pure verzinsels om het de mensen -en hun biologische klok- moeilijk te maken.
Energie besparen doet men geenszins; de bewijzen hiervoor worden dagelijks geleverd, winter of zomer maakt niet uit. Sla er de dag- en weekbladen maar eens op na; overal wordt verkondigd dat de mens méér en meer energie nodig heeft. Steeds worden er meer en meer centrales gebouwd, verdeelcentra en andere nutsvoorzieningen opgericht. Als het dan om besparingen in bv. de electriciteitssector zou gaan, waarom bouwt men dan niet af i.p.v. bij ?
Al met al blijkt toch dat men ons weer met een kluidje in het riet stuurt.
Laat die mechanische dingen toch rusten, de wijzers of getallekens verzetten helpt geen zier. Het ware beter om een internationale overeenkomst te sluiten die vermeldt "vanaf een bepaalde datum tot het einde van die periode werkt men één uur vroeger". Dan konden al die klokken blijven lopen op het normale tempo en had je daaraan - en ook aan de biologische klok- geen mankementen.
Ikzelf verzet nooit een uurwerk, nl. dit in mijn auto. Dat klokje staat altijd op de reëele tijd, winter én zomer. Want als ik naar den vreemde ga, wil ik altijd de juiste tijd en niet die hersatz-tijd. Temeer omdat -en scouts of padvinders zouden dat ook moeten weten- je met een uurwerk ook je positie kan bepalen, als de zon schijnt. Evenwel, als je aan de wijzers van je klok draait is dit truckje hopeloos.
Benieuwd of de zonnewijzer ook een andere tijd aangeeft hun het zomertijd is ?
Energie besparen doet men geenszins; de bewijzen hiervoor worden dagelijks geleverd, winter of zomer maakt niet uit. Sla er de dag- en weekbladen maar eens op na; overal wordt verkondigd dat de mens méér en meer energie nodig heeft. Steeds worden er meer en meer centrales gebouwd, verdeelcentra en andere nutsvoorzieningen opgericht. Als het dan om besparingen in bv. de electriciteitssector zou gaan, waarom bouwt men dan niet af i.p.v. bij ?
Al met al blijkt toch dat men ons weer met een kluidje in het riet stuurt.
Laat die mechanische dingen toch rusten, de wijzers of getallekens verzetten helpt geen zier. Het ware beter om een internationale overeenkomst te sluiten die vermeldt "vanaf een bepaalde datum tot het einde van die periode werkt men één uur vroeger". Dan konden al die klokken blijven lopen op het normale tempo en had je daaraan - en ook aan de biologische klok- geen mankementen.
Ikzelf verzet nooit een uurwerk, nl. dit in mijn auto. Dat klokje staat altijd op de reëele tijd, winter én zomer. Want als ik naar den vreemde ga, wil ik altijd de juiste tijd en niet die hersatz-tijd. Temeer omdat -en scouts of padvinders zouden dat ook moeten weten- je met een uurwerk ook je positie kan bepalen, als de zon schijnt. Evenwel, als je aan de wijzers van je klok draait is dit truckje hopeloos.
Benieuwd of de zonnewijzer ook een andere tijd aangeeft hun het zomertijd is ?
-
Gast
Het vervelendste aan vroeg opstaan is, dat de wekker je met geweld uit je bed doet opvliegen. Slaapdronken en nog moe van een slapeloze nacht ben je verplicht dat onding uit te zetten of heel het gezin wordt er wakker van. Hier op de boerenbuiten word je gewekt met scheldende eksters, mussen die proberen om een ereplaats in de goot te krijgen en de wilde duiven die met hun gekir een lentemelodie brengen. Als ik een kwartier in mijn bedje lig, zijn het niet de duiven die mijn slaapritme onderbreken maar een houthakker die de dikste boom probeert om te zagen. De ramen beginnen te rammelen door het gesnurk van mijn eega. Ondertussen geef ik hem een por in zijn ribben maar meneer draait zich gewoon om en doet verder op een manier van een onverplaatsbare berg. Hij moet en zal die eik omver krijgen. Het lijkt alsof alles nu stil is, maar opeens beginnen de kapstokken die in de kast hangen spontaan te rammelen en te trillen. De broekhouders vallen één voor één uit de kast en ik moedig hem aan met een nieuwe por in zijn ribbenkast om die cirkelzaag stil te zetten. In mijn gedachten, neem ik een glas met ijskoud water voor het geval het te extreem wordt. Het gesnurk houdt langzaam op en ik val in een welverdiende slaap. Nog geen tien minuten later, weeral een serenade met fluitsignalen, blijkbaar raast er nu een trein voorbij en dienen de slagbomen omlaag te suizen.
“Verdorie man, draai je om, mijn geduld raakt stilaan op, mijn trommelvliezen zijn zowat beschadigd door je geroffel”.
Eindelijk, de slaap overmant me dan toch. Midden in de nacht, hoor ik ineens de stoel verschuiven, de spiegel van de kaptafel rammelt en danst tegen de muur. Het bed staat op haar poten te schudden en mijn donsdeken glijdt op de vloer.
Dan begin ik te roepen, te gillen en zit rechtop in bed met de handen over mijn oren maar niets helpt. Het idee speelt mij parten om hem uit het bed te duwen als hij slaperig vraagt: “Wat is er aan de hand?” Moet hij dat nog vragen, wat is er aan de hand!!! De grasmaaier is er niks bij vergeleken met wat jij al doorgezaagd hebt.
“Hoe kom je daar nu bij, ik snurk niet, ik lig hier al geruime tijd naar jou preken te luisteren.”
“Wààààtblief”, tier ik verder, “jij snurkt niet, je lijkt wel een vliegtuig dat continue door de geluidsbarrière aan het vliegen is”.
De wekker braakt nu zijn lelijke strenge geluiden uit. Er zit niks anders op dan doodmoe op te staan en naar beneden te slenteren. Beneden hoor ik nog altijd mijn eega verder boeren maar de plicht roept anders zou ik eens ferm klapperen met de deuren. Buiten gekomen beginnen de ramen te trillen, de oorzaak hiervan is niet ver te zoeken. De ruiten vliegen bijna uit de kozijnen. Niks vreselijker op deze wereld als snurken, dat zo’n herrie veroorzaakt. Volgende keer doe ik de gordijnen open, trek de donsdeken van hem af, zet de ramen heel ver open en laat ik de wekker aflopen met de radio aan, heeft hij meteen de weersvoorspellingen erbij. Als dat niet helpt, begin ik te stofzuigen zodat de buren komen vragen wat er gaande is.
Ik vraag me dan ook af, of de buren ook wakker geworden zijn van die houtzagerij langs mijn oren?
“Verdorie man, draai je om, mijn geduld raakt stilaan op, mijn trommelvliezen zijn zowat beschadigd door je geroffel”.
Eindelijk, de slaap overmant me dan toch. Midden in de nacht, hoor ik ineens de stoel verschuiven, de spiegel van de kaptafel rammelt en danst tegen de muur. Het bed staat op haar poten te schudden en mijn donsdeken glijdt op de vloer.
Dan begin ik te roepen, te gillen en zit rechtop in bed met de handen over mijn oren maar niets helpt. Het idee speelt mij parten om hem uit het bed te duwen als hij slaperig vraagt: “Wat is er aan de hand?” Moet hij dat nog vragen, wat is er aan de hand!!! De grasmaaier is er niks bij vergeleken met wat jij al doorgezaagd hebt.
“Hoe kom je daar nu bij, ik snurk niet, ik lig hier al geruime tijd naar jou preken te luisteren.”
“Wààààtblief”, tier ik verder, “jij snurkt niet, je lijkt wel een vliegtuig dat continue door de geluidsbarrière aan het vliegen is”.
De wekker braakt nu zijn lelijke strenge geluiden uit. Er zit niks anders op dan doodmoe op te staan en naar beneden te slenteren. Beneden hoor ik nog altijd mijn eega verder boeren maar de plicht roept anders zou ik eens ferm klapperen met de deuren. Buiten gekomen beginnen de ramen te trillen, de oorzaak hiervan is niet ver te zoeken. De ruiten vliegen bijna uit de kozijnen. Niks vreselijker op deze wereld als snurken, dat zo’n herrie veroorzaakt. Volgende keer doe ik de gordijnen open, trek de donsdeken van hem af, zet de ramen heel ver open en laat ik de wekker aflopen met de radio aan, heeft hij meteen de weersvoorspellingen erbij. Als dat niet helpt, begin ik te stofzuigen zodat de buren komen vragen wat er gaande is.
Ik vraag me dan ook af, of de buren ook wakker geworden zijn van die houtzagerij langs mijn oren?
-
Gast
Ook zelf verwijderd. 
Laatst gewijzigd door Gast op 27 mar 2005, 22:19, 1 keer totaal gewijzigd.
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Met drieën tegelijk kwamen ze naar beneden, een welgemikt schot haalde ze vanonder de kip vandaan. De bontgekleurde eieren vielen bij wonder door mijn pijl op moeder aarde. En jaloers dat mijn medeschutters waren; ik was een veelwraat, een hebzuchtige, een ... ;het kon niet op, al die lieve woordjes die ik als condoleance in ontvangst mocht nemen. Dat ik het aan mijn lever moest krijgen was zowat de enige regel die mijn gezelschap me toewenstte. Op mijn aanbod dat ik, in ruil voor elkeen een vijftal puntjes extra zou krijgen, is echter geeneen ingegaan. Al vond ik dit geen slechte ruil, toch moest ik met de equivalenten van die eieren huiswaarts. De eieren aan de schutsboom waren dan ook nep; ene leukert had die gisteren nog uitgefreesd en gedraaid op z'n draaibankje. Voor elk ei mocht ik een zakje paassnoepjes in ontvangst nemen; een zakje vol bergkoeieneitjes en verguld verpakte muntstukken van melkchocolade. En dat, terwijl mijn halve trouwboek, onderwijl zélf een hele portie van die zoetigheid in huis had gehaald.
Nu weet ik tenminste welk soort struif ik de komende weken zal mogen verorberen...
Nu weet ik tenminste welk soort struif ik de komende weken zal mogen verorberen...