de tijd van toen 70+ /TE BEWAREN
-
amadee
Goeiedag,
Ik heb mijn vorig werkstuk herlezen en moet met schaamte bekennen dat er wel heel wat fouten in staan. Ik neem me opnieuw voor daar iets aan te doen en ondertussen hoop ik dat de aandachtige lezers toch er iets van kunnen maken en dat zal wel lukken want er zijn hier niets dan wreed verstandige en aandachtig geïntresseerde lezers.
Toch dit: VTV moet zijn: VTB, de Vlaamse ToeristenBond, en daar deden wij thuis fietstochten mee, heel de familie, mijn vader in kostuum, met hemd met slappe kol over de vest, sportief dus. Soms was dat met volk, soms met een klein groepje jong volk. Mijn zusters waren 15 en 17 jaar, tussen dat jong sportief manvolk konden ze rekenen op een brede belangstelling. Mijn vader had niet alleen een sportieve opvoeding in 't oog, heimelijk dacht hij misschien ook op het maatschappelijke kennisveld van zijn dochters te verbreden. Maar hij hield een oogje in 't zeil. Het ging er sportief maar ook zeer deftig aan toe en in die tijd kon dat. Na het fietsen recht naar huis. Met mijn oudste was er een tijdje een romance, maar die knapte in 't begin van de oorlog af.
Op onze vlucht moesten we niet ver zijn, dat viel mij mee, want al gaande met onze fiets verminderde mijn enthoesiasme voor de vlucht, ik had mij iets meer avontuurlijks ingebeeld.. Nonkel Jef woonde in del Jacob Jacobsstraat, vlak bij het centraal station, een straatje dat vanuit de Pelikaanstraat naar het stadspark loopt. Een joodse straat, misschien de meest joodse straat vqn Antwerpen, misschien was Nonkel Jef wel de enige die niet jood was. Op de 3 à 400 meter dat het straat lang is, zijn er 3 synagogen. (in Antwerpen zijn er 30 synagogen, dat is meer dan katholieke parochiekerken).
Er is maar heel weinig dat ik me herinner. Veel beroering, zenuwachtige joden, vrachtwagens die werden volgeladen, en wij met de fiets en een groot bol staand beddelaken. En dan een Nonkel Jef die er altijd vrolijk uit zag. Ik kan me alleen maar voorstellen dat we ons daar enorm verveelden en dat mijn vader en moeder niet goed wisten hoe het verder moest.
Gelukkig duurde het niet lang. Ik denk dat het al de volgende dag was, dat kort na de middag bekend werd dat men 48 uur moest binnen blijven. Dat is de kapitulatie van Antwerpen zei mijn vader, zonder slag of stoot, komaan, terug alles in de beddelakens, we gaan terug naar huis, nu direkt, voordat ze de bruggen opblazen want dan zitten we hier vast. Er klonk opluchting in zijn stem. Dag nonkel Jef. En terwijl de laatste joden die dat nog konden met hun camion weg trokken, namen wij de weg terug naar huis.
Van die terugweg herinner ik me alleen, dat het beklemmend rustig was, demeestz mensen hadden zich teruggetrokken, op de brug over het Albertkanaal liepen nog enkele zeldzame mensen naar Antwerpen, maar wij waren de enige, met vijven op een rijtje, fiets aan de hand, terug Merksem binnen; eigenlijk iets voor in een triestige film over volkeren in nood op de vlucht, of zoiets.
Merksem leek bijna verlaten, bijna niemand te zien, de blaffeturen waren neergelaten. Misschien moesten de mensen op dat moment al binnen blijven. Ons huis stond er nog, binnen waren we veilig, Louis Van Kuyck verwittigd dat we terug waren. Voornamelijk mijn vader was opgelucht, omdat hij verlost was van een moeilijke bedslissing. Er zou komen wat komen moest, en wij waren allemaal een beetje opgelucht. De duitsers werden verwacht.
Eerst rustig gaan slapen.
slaapwel.
Amadee.
------------------------------
En ton ze de prijs van de sla zag, kreeg ze de krop in de keel.
Ik heb mijn vorig werkstuk herlezen en moet met schaamte bekennen dat er wel heel wat fouten in staan. Ik neem me opnieuw voor daar iets aan te doen en ondertussen hoop ik dat de aandachtige lezers toch er iets van kunnen maken en dat zal wel lukken want er zijn hier niets dan wreed verstandige en aandachtig geïntresseerde lezers.
Toch dit: VTV moet zijn: VTB, de Vlaamse ToeristenBond, en daar deden wij thuis fietstochten mee, heel de familie, mijn vader in kostuum, met hemd met slappe kol over de vest, sportief dus. Soms was dat met volk, soms met een klein groepje jong volk. Mijn zusters waren 15 en 17 jaar, tussen dat jong sportief manvolk konden ze rekenen op een brede belangstelling. Mijn vader had niet alleen een sportieve opvoeding in 't oog, heimelijk dacht hij misschien ook op het maatschappelijke kennisveld van zijn dochters te verbreden. Maar hij hield een oogje in 't zeil. Het ging er sportief maar ook zeer deftig aan toe en in die tijd kon dat. Na het fietsen recht naar huis. Met mijn oudste was er een tijdje een romance, maar die knapte in 't begin van de oorlog af.
Op onze vlucht moesten we niet ver zijn, dat viel mij mee, want al gaande met onze fiets verminderde mijn enthoesiasme voor de vlucht, ik had mij iets meer avontuurlijks ingebeeld.. Nonkel Jef woonde in del Jacob Jacobsstraat, vlak bij het centraal station, een straatje dat vanuit de Pelikaanstraat naar het stadspark loopt. Een joodse straat, misschien de meest joodse straat vqn Antwerpen, misschien was Nonkel Jef wel de enige die niet jood was. Op de 3 à 400 meter dat het straat lang is, zijn er 3 synagogen. (in Antwerpen zijn er 30 synagogen, dat is meer dan katholieke parochiekerken).
Er is maar heel weinig dat ik me herinner. Veel beroering, zenuwachtige joden, vrachtwagens die werden volgeladen, en wij met de fiets en een groot bol staand beddelaken. En dan een Nonkel Jef die er altijd vrolijk uit zag. Ik kan me alleen maar voorstellen dat we ons daar enorm verveelden en dat mijn vader en moeder niet goed wisten hoe het verder moest.
Gelukkig duurde het niet lang. Ik denk dat het al de volgende dag was, dat kort na de middag bekend werd dat men 48 uur moest binnen blijven. Dat is de kapitulatie van Antwerpen zei mijn vader, zonder slag of stoot, komaan, terug alles in de beddelakens, we gaan terug naar huis, nu direkt, voordat ze de bruggen opblazen want dan zitten we hier vast. Er klonk opluchting in zijn stem. Dag nonkel Jef. En terwijl de laatste joden die dat nog konden met hun camion weg trokken, namen wij de weg terug naar huis.
Van die terugweg herinner ik me alleen, dat het beklemmend rustig was, demeestz mensen hadden zich teruggetrokken, op de brug over het Albertkanaal liepen nog enkele zeldzame mensen naar Antwerpen, maar wij waren de enige, met vijven op een rijtje, fiets aan de hand, terug Merksem binnen; eigenlijk iets voor in een triestige film over volkeren in nood op de vlucht, of zoiets.
Merksem leek bijna verlaten, bijna niemand te zien, de blaffeturen waren neergelaten. Misschien moesten de mensen op dat moment al binnen blijven. Ons huis stond er nog, binnen waren we veilig, Louis Van Kuyck verwittigd dat we terug waren. Voornamelijk mijn vader was opgelucht, omdat hij verlost was van een moeilijke bedslissing. Er zou komen wat komen moest, en wij waren allemaal een beetje opgelucht. De duitsers werden verwacht.
Eerst rustig gaan slapen.
slaapwel.
Amadee.
------------------------------
En ton ze de prijs van de sla zag, kreeg ze de krop in de keel.
-
SDW - Lid geworden op: 24 dec 2004, 11:42
- Locatie: ANTWERPEN- BELGIE
AMADEE
Dank voor uw VERHAAL
Heb het GOED BEGREPEN
Het is hier GEEN TAALEXAAM hoor !!
DOE ZO VOORT
Dank voor uw VERHAAL
Heb het GOED BEGREPEN
Het is hier GEEN TAALEXAAM hoor !!
DOE ZO VOORT
Wens de LUCHTVAART te bevorderen
om de VREDE en VRIENDSCHAP te ontwikkelen tussen de ganse MENSHEID
zonder onderscheid van RAS,NATIONALITEIT of RELIGIE
om de VREDE en VRIENDSCHAP te ontwikkelen tussen de ganse MENSHEID
zonder onderscheid van RAS,NATIONALITEIT of RELIGIE
-
amadee
GOEIEDAG,
Beste mensen, ik heb de oorlog even stilgelegd, het was er veel te mooi weer voor, dan kunt ge toch niet gaan oorlog voeren. Even wapenstilstand dus.
Ik had hier graag een plaatje bij gevoegd, met een muziekje erbij , iets dat bij het weer en bij de oude tijd zou passen, maar het lukt me niet. Spijtig, het heeft niet mogen zijn.
Toch iets uit de oorlog:
De verzetsstrijders hielden op 19 april in Boortmeerbeek een deportatietrein tegen die op weg was naar Auschwitz. Door deze actie ontsnapten 115 gevangenen aan de dood. Uniek in Europa. (gelezen in Roets).
----------------wisten jullie dat:
koningin Paola's grootmoeder heette Mosselman, Laure Mosselman du Chenoy.
Du Chenoy was de plaatselijk naam voor een eikenbos. (Roets)
Tot morgen.
amadee
------------------
Moet er nog zand zijn? (Antwerpse wijsheid
Beste mensen, ik heb de oorlog even stilgelegd, het was er veel te mooi weer voor, dan kunt ge toch niet gaan oorlog voeren. Even wapenstilstand dus.
Ik had hier graag een plaatje bij gevoegd, met een muziekje erbij , iets dat bij het weer en bij de oude tijd zou passen, maar het lukt me niet. Spijtig, het heeft niet mogen zijn.
Toch iets uit de oorlog:
De verzetsstrijders hielden op 19 april in Boortmeerbeek een deportatietrein tegen die op weg was naar Auschwitz. Door deze actie ontsnapten 115 gevangenen aan de dood. Uniek in Europa. (gelezen in Roets).
----------------wisten jullie dat:
koningin Paola's grootmoeder heette Mosselman, Laure Mosselman du Chenoy.
Du Chenoy was de plaatselijk naam voor een eikenbos. (Roets)
Tot morgen.
amadee
------------------
Moet er nog zand zijn? (Antwerpse wijsheid
-
amadee
Goeiedag,
Mensen , ik weet het, ik had al veel verder in den oorlog moeten staan, maar gisteren was het weer te mooi, daarom ga ik nu maar verder, en om er toch nog wat doorloop in te laten ga ik even terug.
Na de korte vlucht tot midden in de jodenwijk in Antwerpen, keerden we terug naar huis in Merksem, een 5 km ver, over het Albertkanaal. Men had afgekondigd deat iedereen 48 uur moest binnenblijven, en daar was onder verstaan dat dat de overgave aan het duitse leger van Antwerpen betekende, zonder krijgsverrichtingen. Dus toch maar Oost-West thuis best, en dan wel zo snel mogelijk voor dat de bruggen werden opgeblazen.
Zo gingen we terug, elk met een fiets aan de hand, en met een grote witte baal, met vijven op één rij, als eenzame zonderlingen boven op de brug over het Albertkanaal, een mooi plaatje in clair obscuur.
We daalden de brug af Merksem binnen. In mijn herinnering waren de straten stil en verlaten, alsof iedereen de vlucht naar veiliger oorden had genomen en er alleen nog wat gehandicapten overbleven, omdat ze toch niet wegkonden.
Ook in onze straat was het stil, en we moesten achter het huis over het muurke naar onze gebuur de Louis roepen, dat we er weer waren. We installeerden ons terug. We woonden niet zo ver van de Bredabaan, de weg langswaar alles moest passeren en van in de tuin hoorden we nog een paar zeldzame camions passeren. Toen een tijdje later de bruggen de lucht in vlogen, bleef het verder heel stil en zo ging de nacht in.
De volgende dag - we hadden maar met één oog dicht geslapen - waren we vroeg wakker. We hoorden beweging op de Bredabaan, en auto's, motoren ook al eens een stem, dat moesten Duitsers zijn. Spannend!!. We dierven niet buiten gaan kijken, heel stilletjes trokken de we de blaffetuur aan de straat een ietske naar omhoog, zo, dat we door de spleetjes naar buiten konden kijken, maar er was niets te zien. Iedereen bleef binnen.
Het werd echt spannend. Later op de dag zouden we de eerste diuitse soldaten ontmoeten. Dat heb ik al eens verteld (meen ik), maar ik doe het toch nog maar eens terug, want het is een van die episodes in mijn leven die ik mij het best levendig kan herinneren (70 jaar geleden!). En daarbij is dan het plaatje - mijn vertelling - rond; maar dat is voor morgen.
Tot dan. amadee.
----------------------
Het Nederlands geen werktaal??? Sinds 2008 is het, naast het Engels, Spaans en Portugees, als vierde officiele werktaal aangenomen door de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties, de U.N.A.S.U.R. (uit Roets)
Mensen , ik weet het, ik had al veel verder in den oorlog moeten staan, maar gisteren was het weer te mooi, daarom ga ik nu maar verder, en om er toch nog wat doorloop in te laten ga ik even terug.
Na de korte vlucht tot midden in de jodenwijk in Antwerpen, keerden we terug naar huis in Merksem, een 5 km ver, over het Albertkanaal. Men had afgekondigd deat iedereen 48 uur moest binnenblijven, en daar was onder verstaan dat dat de overgave aan het duitse leger van Antwerpen betekende, zonder krijgsverrichtingen. Dus toch maar Oost-West thuis best, en dan wel zo snel mogelijk voor dat de bruggen werden opgeblazen.
Zo gingen we terug, elk met een fiets aan de hand, en met een grote witte baal, met vijven op één rij, als eenzame zonderlingen boven op de brug over het Albertkanaal, een mooi plaatje in clair obscuur.
We daalden de brug af Merksem binnen. In mijn herinnering waren de straten stil en verlaten, alsof iedereen de vlucht naar veiliger oorden had genomen en er alleen nog wat gehandicapten overbleven, omdat ze toch niet wegkonden.
Ook in onze straat was het stil, en we moesten achter het huis over het muurke naar onze gebuur de Louis roepen, dat we er weer waren. We installeerden ons terug. We woonden niet zo ver van de Bredabaan, de weg langswaar alles moest passeren en van in de tuin hoorden we nog een paar zeldzame camions passeren. Toen een tijdje later de bruggen de lucht in vlogen, bleef het verder heel stil en zo ging de nacht in.
De volgende dag - we hadden maar met één oog dicht geslapen - waren we vroeg wakker. We hoorden beweging op de Bredabaan, en auto's, motoren ook al eens een stem, dat moesten Duitsers zijn. Spannend!!. We dierven niet buiten gaan kijken, heel stilletjes trokken de we de blaffetuur aan de straat een ietske naar omhoog, zo, dat we door de spleetjes naar buiten konden kijken, maar er was niets te zien. Iedereen bleef binnen.
Het werd echt spannend. Later op de dag zouden we de eerste diuitse soldaten ontmoeten. Dat heb ik al eens verteld (meen ik), maar ik doe het toch nog maar eens terug, want het is een van die episodes in mijn leven die ik mij het best levendig kan herinneren (70 jaar geleden!). En daarbij is dan het plaatje - mijn vertelling - rond; maar dat is voor morgen.
Tot dan. amadee.
----------------------
Het Nederlands geen werktaal??? Sinds 2008 is het, naast het Engels, Spaans en Portugees, als vierde officiele werktaal aangenomen door de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties, de U.N.A.S.U.R. (uit Roets)
-
amadee
Goeiedag,
Nog altijd mei 1940.
We bleven spannend afwachten stilletjes in huis.
In de voormiddag hoorden we beweging op de straat, auto's en aanverwante geluiden Wij naar de voorkamer, we verdrongen er ons aan de spleten van de rolluik, om naar buiten te gluren, en jawel hoor er stonden een rij legervoertuigen en er liepen zowaar feldgroene soldaten rond.
Onze buren bleven wijselijk binnen, zonder twijfel waren ze allen zoals wij aan 't loeren door de spleten van hun blaffetuur, en waarschijnlijk wisten die soldaten dat ook wel maar lieten dat niet blijken.
Toen belde er een soldaat aan de deur aan de overkant; hij had een emmer bij. Er verscheen een vrouw aan de deur. De soldaat boog even en klakte de hielen en zei iets, de vrouw knikte nam de emmer aan, verdween naar binnen en kwam terug met een volle emmer. De soldaat klakte weer en boog iets dieper, zei weer iets, iets met "gnädige frau" of zo, want de vrouw glimlachte.
Ik denk dat de hele buurt die scène in de gaten had gehouden want nog geen 5 minuten later stond bijna iedereen in de deuropening naar die legerbende te kijken.
Het was als een een open deurdag. Aanvankelijk bleef iedereen stilletjes op de stoep de mannen kwamen pas iets later, want met die duitsers kunt ge nooit weten, maar stilaan begon er toch iets van een sobere belangstelling te ontstaan. Mijn zusters waren toen 18 en 16 jaar oud en het duurde niet lang of er waren een paar soldaten die heel toevallig dicht in onze buurt bleven fladderen; mijn ouders hadden wel in de gaten, en stuurden mijn zusters voor een tijdje naar binnen.
Het zal wel voor sommige lezers vreemd in de oren klinken, omdat ik hier een gunstig bijna sympathiek beeld geef van die invallende duitsers, in tegenstelling met het beeld dat we uit allerlei verhalen te horen kregen. Maar ja, ik vertel gewoon wat ik toen heb ervaren. Ik zou wat dat betreft nog wel wat duiding willen geven, maar vandaag niet meer. Maar na de haveloze franse soldaten die we hadden zien passeren, en onze eigen trieste belgische soldaten vielen die duitsers op. Frisse jonge ferme kerels, proper en in mooie uniformen (toen nog wel, later niet meer), prima materiaal en uitrusting, vriendelijke, rustige en ongewapende mannen, enz. Zo was het TOEN.
Het zou me niet verwonderen dat die mannen er speciaal voor waren opgeleid om bij de bevolking een goede indruk te maken, de duitsers verzorgden hun propaganda zeer goed.
Na een tijdje vertrokken ze; zouden die ergens anders een propagandanummertje gaan opvoeren?
Daag.
amadee.
--------------------------------
In 2009 werd het Centraal Station van Antwerpen door het Amerikaanse weekblad Newsweek op de vierde plaats gerangschikt in de top tien van de mooiste stations ter wereld.
Nog altijd mei 1940.
We bleven spannend afwachten stilletjes in huis.
In de voormiddag hoorden we beweging op de straat, auto's en aanverwante geluiden Wij naar de voorkamer, we verdrongen er ons aan de spleten van de rolluik, om naar buiten te gluren, en jawel hoor er stonden een rij legervoertuigen en er liepen zowaar feldgroene soldaten rond.
Onze buren bleven wijselijk binnen, zonder twijfel waren ze allen zoals wij aan 't loeren door de spleten van hun blaffetuur, en waarschijnlijk wisten die soldaten dat ook wel maar lieten dat niet blijken.
Toen belde er een soldaat aan de deur aan de overkant; hij had een emmer bij. Er verscheen een vrouw aan de deur. De soldaat boog even en klakte de hielen en zei iets, de vrouw knikte nam de emmer aan, verdween naar binnen en kwam terug met een volle emmer. De soldaat klakte weer en boog iets dieper, zei weer iets, iets met "gnädige frau" of zo, want de vrouw glimlachte.
Ik denk dat de hele buurt die scène in de gaten had gehouden want nog geen 5 minuten later stond bijna iedereen in de deuropening naar die legerbende te kijken.
Het was als een een open deurdag. Aanvankelijk bleef iedereen stilletjes op de stoep de mannen kwamen pas iets later, want met die duitsers kunt ge nooit weten, maar stilaan begon er toch iets van een sobere belangstelling te ontstaan. Mijn zusters waren toen 18 en 16 jaar oud en het duurde niet lang of er waren een paar soldaten die heel toevallig dicht in onze buurt bleven fladderen; mijn ouders hadden wel in de gaten, en stuurden mijn zusters voor een tijdje naar binnen.
Het zal wel voor sommige lezers vreemd in de oren klinken, omdat ik hier een gunstig bijna sympathiek beeld geef van die invallende duitsers, in tegenstelling met het beeld dat we uit allerlei verhalen te horen kregen. Maar ja, ik vertel gewoon wat ik toen heb ervaren. Ik zou wat dat betreft nog wel wat duiding willen geven, maar vandaag niet meer. Maar na de haveloze franse soldaten die we hadden zien passeren, en onze eigen trieste belgische soldaten vielen die duitsers op. Frisse jonge ferme kerels, proper en in mooie uniformen (toen nog wel, later niet meer), prima materiaal en uitrusting, vriendelijke, rustige en ongewapende mannen, enz. Zo was het TOEN.
Het zou me niet verwonderen dat die mannen er speciaal voor waren opgeleid om bij de bevolking een goede indruk te maken, de duitsers verzorgden hun propaganda zeer goed.
Na een tijdje vertrokken ze; zouden die ergens anders een propagandanummertje gaan opvoeren?
Daag.
amadee.
--------------------------------
In 2009 werd het Centraal Station van Antwerpen door het Amerikaanse weekblad Newsweek op de vierde plaats gerangschikt in de top tien van de mooiste stations ter wereld.
-
amadee
Goeiedag,
ik ga nog eventjes verder met mijn verhaal, of ge 't goed vindt of niet, want ik kan met het voorgaande zomaar niet uitscheiden. Ik heb het vroeger al eens de dagen na de inval van de duitsers gehad, ik doe het nog maar eens maar dan in t kort.
De dag na de intrede van de duitsers, ging ik al op verkenning. Een jong manneke in korte broek, ik was 13 jaar. Ik moet toch toen al een avontuurlijke geest hebben gehad, en het verwondert me dat mijn ouders daar toch nogal gerust in waren.
Ik wou eens naar het Albertkanaal gaan kijken, hoe het zat met de brug van het sportpaleis. Ik dus de brug op en toen een vijtig meter van de bovenkant verwijderd was zag ik een meute blote mannen in en naast het water. Dat waren zonder twijfel duitse soldaten. Misschien kwamen die de brug herstellen, alhoewel ik dat betwijfel, want normaal doen ze dat niet in hunnen blote. Ik vond het ongepast en onzedelijk een nader onderzoek in te stellen, liet de brug maar liggen, daalde de trap af en ging langs een omweg over de Laatlos naar huis.
Onderweg zag ik nog enkele mannen over de afsluiting van de tabakfabriek Vanderelst kruipen, ze hadden grote pakken met sloffen tabak over den draad gegooid en toen ik er aankwam liepen ze er mee weg, hun armen vol. De laatste liet een slof vallen, ik riep nog dat hij iets vergeten was, maar hij was veel te haastig. Ik nam die slof dan maar mee .
Iets verder kwam ik een duitser (in uniform) tegen, die gaf me een pullover, zo maar; argeloos als ik was gaf ik hem dan maar een pak tabak.
Via de Laatlos kwam ik thuis met mijn slof en pullover. Mijn vader was heel kwaad, ik had hem eigenlijk nog nooit zo kwaad gezien. Want plunderen was voor hem een van de meest verachtelijk zaken die er konden bestaan. Maar het koelde wel, mijn zusters lieten de tabak stilletjes ergens verdwijnen, en de pullover heb ik nadien nog jaren gedragen. Twee jaar later haalden mijn zusters de tabakspakjes naar boven; mijn vader was een grote roker, en tabak was toen bijna onbetaalbaar, en dus...
En de volgende dag trok ik weer op verkenning, en waarmee ik toen thuiskwam, dat vertel ik hierna.
De groeten.
amadee
------------------------------------------------------------------
Het waren de Amerikaanse GI's die de jeansbroeken bij ons introceerden op het einde van de tweede wereldoorlog.
Sinds mei 1968 is dat voor sommigen een verplichte dracht geworden.
ik ga nog eventjes verder met mijn verhaal, of ge 't goed vindt of niet, want ik kan met het voorgaande zomaar niet uitscheiden. Ik heb het vroeger al eens de dagen na de inval van de duitsers gehad, ik doe het nog maar eens maar dan in t kort.
De dag na de intrede van de duitsers, ging ik al op verkenning. Een jong manneke in korte broek, ik was 13 jaar. Ik moet toch toen al een avontuurlijke geest hebben gehad, en het verwondert me dat mijn ouders daar toch nogal gerust in waren.
Ik wou eens naar het Albertkanaal gaan kijken, hoe het zat met de brug van het sportpaleis. Ik dus de brug op en toen een vijtig meter van de bovenkant verwijderd was zag ik een meute blote mannen in en naast het water. Dat waren zonder twijfel duitse soldaten. Misschien kwamen die de brug herstellen, alhoewel ik dat betwijfel, want normaal doen ze dat niet in hunnen blote. Ik vond het ongepast en onzedelijk een nader onderzoek in te stellen, liet de brug maar liggen, daalde de trap af en ging langs een omweg over de Laatlos naar huis.
Onderweg zag ik nog enkele mannen over de afsluiting van de tabakfabriek Vanderelst kruipen, ze hadden grote pakken met sloffen tabak over den draad gegooid en toen ik er aankwam liepen ze er mee weg, hun armen vol. De laatste liet een slof vallen, ik riep nog dat hij iets vergeten was, maar hij was veel te haastig. Ik nam die slof dan maar mee .
Iets verder kwam ik een duitser (in uniform) tegen, die gaf me een pullover, zo maar; argeloos als ik was gaf ik hem dan maar een pak tabak.
Via de Laatlos kwam ik thuis met mijn slof en pullover. Mijn vader was heel kwaad, ik had hem eigenlijk nog nooit zo kwaad gezien. Want plunderen was voor hem een van de meest verachtelijk zaken die er konden bestaan. Maar het koelde wel, mijn zusters lieten de tabak stilletjes ergens verdwijnen, en de pullover heb ik nadien nog jaren gedragen. Twee jaar later haalden mijn zusters de tabakspakjes naar boven; mijn vader was een grote roker, en tabak was toen bijna onbetaalbaar, en dus...
En de volgende dag trok ik weer op verkenning, en waarmee ik toen thuiskwam, dat vertel ik hierna.
De groeten.
amadee
------------------------------------------------------------------
Het waren de Amerikaanse GI's die de jeansbroeken bij ons introceerden op het einde van de tweede wereldoorlog.
Sinds mei 1968 is dat voor sommigen een verplichte dracht geworden.
-
amadee
Goeiedag,
De volgende dag - het zal dan al wel einde mei 1940 geweest zijn - de volgende dag dus kwam den John mij halen met zijn fiets. Den John woonde op het einde van de straat en gingen samen naar St Edward naar 't school. John was een jaar ouder dan ik maar ik zat een klas te vroeg en was een kleine kop groter. De school was nog niet herbegonnen, en we zouden samen eens op verkenning trekken naar het antitankkanaal.
Het antitankkanaal liep van ergens aan de kanten van Stabroek nabij de Schelde tot in Oelegem aan het Albertkanaal in een boog rond Antwerpen om de stad in het Noorden voor de invallende duitsers te beschermen. Het verbond een vier of vijf forten in rechte lijnen, hier en daar was er een betonnen bunker. Het bestaat nog en is een heerlijke breede zone onbebopuwd natuurgebied.
De duitsers echter namen in 1940 echter gewoon de Bredabaan.
Wij dus naar het antitankkanaal. Het was nog altijd stil, aan het kanaaltje was geen kat te zien, wel wat sporen van aanwezigheid van soldaten, maar toch geen oorlogsbuit. Maar in Schilde, niet ver van de Turnhoutsebaan staat een kazemat (klein fortje) en dat staat er nog, en daar vonden we hoop achtergelaten munitie, we namen mee wat we konden, elk een kist met kogels, een paar granaten, een band mitrailleurkogels, een gasmasker...
Wij daarmee naar huis op ons fietske.
Ik kan nog altijd niet goed begrijpen dat we daar zonder problemen thiuis mee zijn binnen geraakt. Dat wij er gevaarlijke dingen mee hebben gedaan. Het kruit uit de kogels hebben gehaald, en de latjes kruit uit de granaathulzen en daar dan vuurtje mee hebben gemaakt. Dat mijn ouders dat niet hebben gemerkt of hebben toegelaten.... We verborgen dat allemaal in ons kot achter het huis.
Lang nadien waren de overgebleven koperen hulzen verdwenen, zonder dat iemand iets gezegd had, ook de granaathulzen; alleen het gasmasker bleef over, maar later verdween dat ook. Stilzwijgend.
Prettige dag verder. amadee
----------------------------------------
Iets anders. Tegenwoordig bestaat er geen speculaas meer, het is nu speculoos. Speculoos in potjes. Totale verloedering wat mij betreft.
Ga ik nu ook op 6 december van de sociale dienst van de gemeente een Sinterkloos krijgen? In een potje?? Smakelijk..
De volgende dag - het zal dan al wel einde mei 1940 geweest zijn - de volgende dag dus kwam den John mij halen met zijn fiets. Den John woonde op het einde van de straat en gingen samen naar St Edward naar 't school. John was een jaar ouder dan ik maar ik zat een klas te vroeg en was een kleine kop groter. De school was nog niet herbegonnen, en we zouden samen eens op verkenning trekken naar het antitankkanaal.
Het antitankkanaal liep van ergens aan de kanten van Stabroek nabij de Schelde tot in Oelegem aan het Albertkanaal in een boog rond Antwerpen om de stad in het Noorden voor de invallende duitsers te beschermen. Het verbond een vier of vijf forten in rechte lijnen, hier en daar was er een betonnen bunker. Het bestaat nog en is een heerlijke breede zone onbebopuwd natuurgebied.
De duitsers echter namen in 1940 echter gewoon de Bredabaan.
Wij dus naar het antitankkanaal. Het was nog altijd stil, aan het kanaaltje was geen kat te zien, wel wat sporen van aanwezigheid van soldaten, maar toch geen oorlogsbuit. Maar in Schilde, niet ver van de Turnhoutsebaan staat een kazemat (klein fortje) en dat staat er nog, en daar vonden we hoop achtergelaten munitie, we namen mee wat we konden, elk een kist met kogels, een paar granaten, een band mitrailleurkogels, een gasmasker...
Wij daarmee naar huis op ons fietske.
Ik kan nog altijd niet goed begrijpen dat we daar zonder problemen thiuis mee zijn binnen geraakt. Dat wij er gevaarlijke dingen mee hebben gedaan. Het kruit uit de kogels hebben gehaald, en de latjes kruit uit de granaathulzen en daar dan vuurtje mee hebben gemaakt. Dat mijn ouders dat niet hebben gemerkt of hebben toegelaten.... We verborgen dat allemaal in ons kot achter het huis.
Lang nadien waren de overgebleven koperen hulzen verdwenen, zonder dat iemand iets gezegd had, ook de granaathulzen; alleen het gasmasker bleef over, maar later verdween dat ook. Stilzwijgend.
Prettige dag verder. amadee
----------------------------------------
Iets anders. Tegenwoordig bestaat er geen speculaas meer, het is nu speculoos. Speculoos in potjes. Totale verloedering wat mij betreft.
Ga ik nu ook op 6 december van de sociale dienst van de gemeente een Sinterkloos krijgen? In een potje?? Smakelijk..
-
amadee
Goeiedag,
Even enkel bladzijden terg op dit forum.
Bij onze bijeenkomst op 8 juli in de café Breugel in Merksem, werden, een paar foto's gemaakt warop ik helaas op ontbrak.
Ik wil dit euvel hier goedmaken. Hierbij een fotoshoot van een tijd geleden.
Ik sta er erg jong op, dat heb ik al altijd gehad. Annabella en Rankje merkten dat ook op; ze waren allebei verrast omdat ik er nog zo jong uitzag voor mijn ouderdom, ge zou het echt niet zeggen.

Morgen weer naar den oorlog.
amadee
Even enkel bladzijden terg op dit forum.
Bij onze bijeenkomst op 8 juli in de café Breugel in Merksem, werden, een paar foto's gemaakt warop ik helaas op ontbrak.
Ik wil dit euvel hier goedmaken. Hierbij een fotoshoot van een tijd geleden.
Ik sta er erg jong op, dat heb ik al altijd gehad. Annabella en Rankje merkten dat ook op; ze waren allebei verrast omdat ik er nog zo jong uitzag voor mijn ouderdom, ge zou het echt niet zeggen.

Morgen weer naar den oorlog.
amadee
-
SDW - Lid geworden op: 24 dec 2004, 11:42
- Locatie: ANTWERPEN- BELGIE
AMADEE;
Dank voor deze FOTO die een aanvuling is van DE FOTO op Bldz 47 op
datum van 05 Augustus te MERKSEM van ANNABEL, BOSRANKJE
,ALTEREGO en mijzelf
Nu kan iedereen U ook duidelijk herkennen
THANKS
Dank voor deze FOTO die een aanvuling is van DE FOTO op Bldz 47 op
datum van 05 Augustus te MERKSEM van ANNABEL, BOSRANKJE
,ALTEREGO en mijzelf
Nu kan iedereen U ook duidelijk herkennen
THANKS
Wens de LUCHTVAART te bevorderen
om de VREDE en VRIENDSCHAP te ontwikkelen tussen de ganse MENSHEID
zonder onderscheid van RAS,NATIONALITEIT of RELIGIE
om de VREDE en VRIENDSCHAP te ontwikkelen tussen de ganse MENSHEID
zonder onderscheid van RAS,NATIONALITEIT of RELIGIE
-
amadee
Goeiedag,
Ik had wel toen nog geen krullen.
Maar nu serieus.
Ik ben nog altijd in 't begin van de oorlog. Het bleek al vlug dat er tocb maar weinig volk was gaan vluchten; althans niet in onze omgeving; misschien wel willen, maar niet kunnen. Wel waren er heel wat jonge mannen vanaf 17 jaar, die waren opgeroepen voor het leger. Velen daarvan geraakten uiteindelijk tot in het zuiden van Frankrijk. Ik kende er persoonlijk geen van, maar heb er nadien veel over horen vertellen.
Mijn nonkel in Antwerpen die was wel gaan vluchten, met vrouw en dochter, met een groep; hij kwam pas laat in de zomer terug naar huis, nadat hij vernomen had dat hij zijn werk op den Bel terug kon opnemen, zonder daarom verontrust te worden door de duitsers. Hij had heel die tijd in Lourdes gezeten.
Veel mensen werden werkloos. De haven lag stil en veel bedrijven moesten sluiten. Anderzijds moest het leven voortgaan en daarvoor moest iedereen aan het werk, oorlog of niet, duitsers of niet; zoiets als doppen, ik denk niet dat dat bestond. Veel kan ik daar niet van vertellen, omdat ik er niet genoeg van weet.
Er gingen wel veel mannen "vrijwillig" werken naar duitsland. Vrijwillig tussen haakjes, want in feite werden ze er toe gedwongen omdat ze anders geen enkele bron van inkomsten hadden. Maar toen de duitsers meer en meer soldaten nodig hadden, moesten ze die wel door o.a. belgen vervangen. Als men hier geen "nuttig"werk werd men verplicht naar duitsland te gaan werken en kon men daarvoor opgepakt worden door duitsers, en dan was het misschien toch beter zich vrijwillig aan te geven. Natuurlijk werd er wel min of meer rekening gehouden met dingen zoals familiale toestand, ongeschiktheid, ouderdom, enz., maar met de jaren werd dat strenger, en werd bijna iedereen vanaf een bepaalde ouderdom (18 jaar?) opgeroepen zich aan te bieden, en dan moest wel maar zien het nodlge bewijs leveren dat men hier "nuttig" of onmisbaar bezig.
De oudste broer van mijn vrouw was 19 jaar, oudste van 9 kinderen;mijn schoonvader was zelfstandig schilder, mijn schoonbroer hielp hem. Hij werd opgeroepen om naar duitsland te gaan werken, protesten hielpen niet. Hij negeerde de oproep, maar werd bij een controle aangehouden. Mijn schoonvader kon hem nog een pakje bezorgen voor hij op de trein naar duitsland werd gezet. Ergens rond Tienen wurmde hij zich door het raampje van de WC naar buiten en verschool hij zich de rest van de oorlog in Merchtem, waar mijn schoonouders vandaan kwamen.
Een andere schoonbroer, de Juul, 23 jaar, de latere man van de oudste zuster van mijn vrouw, liet het niet zover komen, maar dook van in het begin onder in Mol, als gewapend weerstander L-III. De Juul was tevens een hevig flamingant. Na de oorlog hernam hij zijn werk bij de spoorweg in Antwerpen. Hij spande zich in voor de IJzerbedevaart, en werd de man, organisator en propagandist van de bedevaarten per spoor naar de IJzer-Kaaskerke-Diksmuide. Ik heb hem nooit gezien zonder speldje met de Vlaamseleeuw. Het zou me niet verbazen dat hij er op zijn pyjama ook een droeg.
Als weerstander van het eerste uur, had hij het niet met die weerstanders, meestal die van de laatste dagen, die door hun gedraging, ondermeer ten opzichte van vlaanderen, de goeie naam van de weerstand in 't gedrang brachten.
Saluutjes. amadee
-------------------------
Hebben jullie ook die match tegen Duitsland gezien. Spijtig hé.
Ik had wel toen nog geen krullen.
Maar nu serieus.
Ik ben nog altijd in 't begin van de oorlog. Het bleek al vlug dat er tocb maar weinig volk was gaan vluchten; althans niet in onze omgeving; misschien wel willen, maar niet kunnen. Wel waren er heel wat jonge mannen vanaf 17 jaar, die waren opgeroepen voor het leger. Velen daarvan geraakten uiteindelijk tot in het zuiden van Frankrijk. Ik kende er persoonlijk geen van, maar heb er nadien veel over horen vertellen.
Mijn nonkel in Antwerpen die was wel gaan vluchten, met vrouw en dochter, met een groep; hij kwam pas laat in de zomer terug naar huis, nadat hij vernomen had dat hij zijn werk op den Bel terug kon opnemen, zonder daarom verontrust te worden door de duitsers. Hij had heel die tijd in Lourdes gezeten.
Veel mensen werden werkloos. De haven lag stil en veel bedrijven moesten sluiten. Anderzijds moest het leven voortgaan en daarvoor moest iedereen aan het werk, oorlog of niet, duitsers of niet; zoiets als doppen, ik denk niet dat dat bestond. Veel kan ik daar niet van vertellen, omdat ik er niet genoeg van weet.
Er gingen wel veel mannen "vrijwillig" werken naar duitsland. Vrijwillig tussen haakjes, want in feite werden ze er toe gedwongen omdat ze anders geen enkele bron van inkomsten hadden. Maar toen de duitsers meer en meer soldaten nodig hadden, moesten ze die wel door o.a. belgen vervangen. Als men hier geen "nuttig"werk werd men verplicht naar duitsland te gaan werken en kon men daarvoor opgepakt worden door duitsers, en dan was het misschien toch beter zich vrijwillig aan te geven. Natuurlijk werd er wel min of meer rekening gehouden met dingen zoals familiale toestand, ongeschiktheid, ouderdom, enz., maar met de jaren werd dat strenger, en werd bijna iedereen vanaf een bepaalde ouderdom (18 jaar?) opgeroepen zich aan te bieden, en dan moest wel maar zien het nodlge bewijs leveren dat men hier "nuttig" of onmisbaar bezig.
De oudste broer van mijn vrouw was 19 jaar, oudste van 9 kinderen;mijn schoonvader was zelfstandig schilder, mijn schoonbroer hielp hem. Hij werd opgeroepen om naar duitsland te gaan werken, protesten hielpen niet. Hij negeerde de oproep, maar werd bij een controle aangehouden. Mijn schoonvader kon hem nog een pakje bezorgen voor hij op de trein naar duitsland werd gezet. Ergens rond Tienen wurmde hij zich door het raampje van de WC naar buiten en verschool hij zich de rest van de oorlog in Merchtem, waar mijn schoonouders vandaan kwamen.
Een andere schoonbroer, de Juul, 23 jaar, de latere man van de oudste zuster van mijn vrouw, liet het niet zover komen, maar dook van in het begin onder in Mol, als gewapend weerstander L-III. De Juul was tevens een hevig flamingant. Na de oorlog hernam hij zijn werk bij de spoorweg in Antwerpen. Hij spande zich in voor de IJzerbedevaart, en werd de man, organisator en propagandist van de bedevaarten per spoor naar de IJzer-Kaaskerke-Diksmuide. Ik heb hem nooit gezien zonder speldje met de Vlaamseleeuw. Het zou me niet verbazen dat hij er op zijn pyjama ook een droeg.
Als weerstander van het eerste uur, had hij het niet met die weerstanders, meestal die van de laatste dagen, die door hun gedraging, ondermeer ten opzichte van vlaanderen, de goeie naam van de weerstand in 't gedrang brachten.
Saluutjes. amadee
-------------------------
Hebben jullie ook die match tegen Duitsland gezien. Spijtig hé.
-
amadee
Goeiedag,
Ik begin de oorlog stilaan moe te worden en daarom neem ik een bocht met prettiger dingen.
Wat zouden jullie denken van de volgende foto :
U dacht dat dit een foto was van na de oorlog en van een groep jonge mannen die Kempenland en de vlaamse liedjes zat waren.
De foto is van na de eerste wereldoorlog, van 1923, en de batterist maakt deel uit van een "jazzband" van flaminganten.
Ik ga op de folgende bladzijde trachten de foto van de heele band te copiëren. Ik hoop dat het lukt.
Tot dan.
------------------------------------------------
Ik begin de oorlog stilaan moe te worden en daarom neem ik een bocht met prettiger dingen.
Wat zouden jullie denken van de volgende foto :
U dacht dat dit een foto was van na de oorlog en van een groep jonge mannen die Kempenland en de vlaamse liedjes zat waren.
De foto is van na de eerste wereldoorlog, van 1923, en de batterist maakt deel uit van een "jazzband" van flaminganten.
Ik ga op de folgende bladzijde trachten de foto van de heele band te copiëren. Ik hoop dat het lukt.
Tot dan.
------------------------------------------------
-
amadee
Goeiedag,
En hjer is de foto van de groep. Foto genomen in 1923.
8 fronters, dat zijn vlaamse vrijwillige oudstrijders.
2 dames.
Aan de piano: mijn vader.

Eén van de eerste jazz-bands van Europa (??), maar of ze werkelijk heeft opgetreden betwijfel ik want ik vind er niets van terug. De foto werd genomen in Mechelen, klaarblijkelijk speciaal genomen als presentatie met de bedoeling het vlaamse land te veroveren.
Let op één en ander:
Alle leden van het orkest: netjes gekleed met strikje of das; broekspijpen ver van de grond, rechts de mannen met snor, links de 4 zonder snor. Ze dragen allen een stijve kol, er zijn er een paar met een staande kol.
Iedereen kijkt ernstig, lachen op de foto was in die tijd niet in de mode.
Alhoewel de leden van het orkest zonder twijfel allen fronters-flaminganten zijn, spelen ze onder de naam "American Jazz Band".
De groep heeft niet veel opgetreden. Het volgende jaar zat mijn vader aan de piano bij "The flemish Jazz Band". Ik heb daar geen foto van; ik probeer die te skannen en stuur die dan op. met nog wat commentaar.
Maar dat is voor later.
daag. amadee
--------------------------------------
Iedereen bediend?
En hjer is de foto van de groep. Foto genomen in 1923.
8 fronters, dat zijn vlaamse vrijwillige oudstrijders.
2 dames.
Aan de piano: mijn vader.

Eén van de eerste jazz-bands van Europa (??), maar of ze werkelijk heeft opgetreden betwijfel ik want ik vind er niets van terug. De foto werd genomen in Mechelen, klaarblijkelijk speciaal genomen als presentatie met de bedoeling het vlaamse land te veroveren.
Let op één en ander:
Alle leden van het orkest: netjes gekleed met strikje of das; broekspijpen ver van de grond, rechts de mannen met snor, links de 4 zonder snor. Ze dragen allen een stijve kol, er zijn er een paar met een staande kol.
Iedereen kijkt ernstig, lachen op de foto was in die tijd niet in de mode.
Alhoewel de leden van het orkest zonder twijfel allen fronters-flaminganten zijn, spelen ze onder de naam "American Jazz Band".
De groep heeft niet veel opgetreden. Het volgende jaar zat mijn vader aan de piano bij "The flemish Jazz Band". Ik heb daar geen foto van; ik probeer die te skannen en stuur die dan op. met nog wat commentaar.
Maar dat is voor later.
daag. amadee
--------------------------------------
Iedereen bediend?
Laatst gewijzigd door amadee op 12 okt 2011, 23:22, 2 keer totaal gewijzigd.
-
amadee
Goeiedag,
Ik kan nog lang voortgaan met die ouwe tijd, maar ik ga ne keer terug onder de mensen komen.
Als overgang toch nog iets dat te maken heeft met de eerste wereldoorlog.
Mijn vader heeft dien tijd in de loopgraven doorgebracht maar daar weten wij vrijwel niks van, hij vertelde er niet over. De mensen zeggen dan wel: ja maar die oudstrijders willen daar niets van vertellen. Daar ben ik nog zo zeker niet van, ik denk eerder dat hij daar niets van vertelde omdat niemand het hem vroeg. En nu is het te laat.
E waren wel enkele dingen die aan die tijd in de loopgraven herinnerde. Zo had mijn vader altijd een gillete-mesje bij; ge kent toch die kleine fijne scheermesjes om in een scheerapparaat te steken. Wel, hij had een soort plat koperen dingetje waarin je zo'n gilletteke kon inschuiven, met een kleinpinnetje kon je dat mesje er op gewenste lengte uitschuiven en er allerlei dingen mee doen. Welke dingen vraagt u zich af?? Vanaf brieven mooi openen, een draad doorsnijden, tot kladjes of schrijffouten wegkrabben. Dat laatste vooral; als ik als kleine jongetje al eens een inktvlek maakte of een fout schreef - hetgeen ik nooit heb afgeleerd - dan nam mijn vader het gilletteke uit het zakje van zijn gilet en hij krabte de fout vakkundig weg.
Ik heb dat later zelf veel nodig gehad. Ik heb ikn mijn leven nogal wat moeten tekenen op kalkpapier, met oostindische inkt. Daar had ge destijds dure pennen voor nodig maar het voornaamste instrument van een goeie tekenaar op kalk was en is een gilettemesje. Ik heb er veel versleten. Er bestaan allerlei dingen in de handel om een fout weg te vegen of te krabben, maar niets is beter dan het gilletteke.
Nog iets uit de loopgraven, was een piepkleine blikopener, maar die droeg hij niet altijd mee in zijn jasje. Terwijl wij nog zaten te sukkelen met een "goeie" blikopener, had mijn vader het blikje al open met zijn dingetje.
Wat een giletmesje te maken heeft met de vogelmarkt, dat hoop ik U morgen te vertellen.
De groeten. Amedee
----------------------------------
Ook met parfum, deodorant en lippenstift blijft een koe een koe.
Ik kan nog lang voortgaan met die ouwe tijd, maar ik ga ne keer terug onder de mensen komen.
Als overgang toch nog iets dat te maken heeft met de eerste wereldoorlog.
Mijn vader heeft dien tijd in de loopgraven doorgebracht maar daar weten wij vrijwel niks van, hij vertelde er niet over. De mensen zeggen dan wel: ja maar die oudstrijders willen daar niets van vertellen. Daar ben ik nog zo zeker niet van, ik denk eerder dat hij daar niets van vertelde omdat niemand het hem vroeg. En nu is het te laat.
E waren wel enkele dingen die aan die tijd in de loopgraven herinnerde. Zo had mijn vader altijd een gillete-mesje bij; ge kent toch die kleine fijne scheermesjes om in een scheerapparaat te steken. Wel, hij had een soort plat koperen dingetje waarin je zo'n gilletteke kon inschuiven, met een kleinpinnetje kon je dat mesje er op gewenste lengte uitschuiven en er allerlei dingen mee doen. Welke dingen vraagt u zich af?? Vanaf brieven mooi openen, een draad doorsnijden, tot kladjes of schrijffouten wegkrabben. Dat laatste vooral; als ik als kleine jongetje al eens een inktvlek maakte of een fout schreef - hetgeen ik nooit heb afgeleerd - dan nam mijn vader het gilletteke uit het zakje van zijn gilet en hij krabte de fout vakkundig weg.
Ik heb dat later zelf veel nodig gehad. Ik heb ikn mijn leven nogal wat moeten tekenen op kalkpapier, met oostindische inkt. Daar had ge destijds dure pennen voor nodig maar het voornaamste instrument van een goeie tekenaar op kalk was en is een gilettemesje. Ik heb er veel versleten. Er bestaan allerlei dingen in de handel om een fout weg te vegen of te krabben, maar niets is beter dan het gilletteke.
Nog iets uit de loopgraven, was een piepkleine blikopener, maar die droeg hij niet altijd mee in zijn jasje. Terwijl wij nog zaten te sukkelen met een "goeie" blikopener, had mijn vader het blikje al open met zijn dingetje.
Wat een giletmesje te maken heeft met de vogelmarkt, dat hoop ik U morgen te vertellen.
De groeten. Amedee
----------------------------------
Ook met parfum, deodorant en lippenstift blijft een koe een koe.
-
Alterego1 - Lid geworden op: 20 jan 2006, 14:05
- Locatie: Antwerpen
Amadee,
Zo'n Gillettemesje-in-houdertje dat had elke naaister,
en naarstige huismoeder met kinderen,in de jaren
na de oorlog,om de naden van kledingsstukken los
te maken bij het verstellen.
En zo'n blikopener heb ik nu nog altijd,het is precies
een scharniertje,en past gemakkelijk in je portemonnee.
Elke havenarbeider had er zo wel meerdere om conserven
te openen die "per ongeluk tussen schip en wal gevallen waren"
Wij hadden er thuis,net na de bevrijding,wel zo een tiental
van die kleine blikopeners,die de geallieerden met ruime hand
in ons landje introduceerden.
Evenals andere messen(nogal korte)uit één stuk met
het U.S.A merk er op,daar kon je de boterhammen mee smeren.
En Khaki kledingstukken,vooral petjes van lichtgeweven stof en
met een klepje.En nog zoveel meer.
Dat Gillettemesje en die blikopener hebben volgens mij nooit
de loopgraven gezien.Het zijn de geallieerden die het bij de
bevrijding hier kwistig gelanceerd hebben.
Jeronimo,
Waarom heb je het toch altijd over de eventuele noodzaak
om deze topic te sluiten?
Als we van de oprichter van deze topic ook zelfs niets meer
zien verschijnen,'t ja !
Of als hij het vertikt om soms iets te lezen dat wat uitgebreider
aan bod komt,'t ja !
Of er nu dagelijks in geschreven wordt of niet,het schaadt
niemand.
De topic kost je niets.Hij eet echt geen brood!
Groetjes,
Alterego
Zo'n Gillettemesje-in-houdertje dat had elke naaister,
en naarstige huismoeder met kinderen,in de jaren
na de oorlog,om de naden van kledingsstukken los
te maken bij het verstellen.
En zo'n blikopener heb ik nu nog altijd,het is precies
een scharniertje,en past gemakkelijk in je portemonnee.
Elke havenarbeider had er zo wel meerdere om conserven
te openen die "per ongeluk tussen schip en wal gevallen waren"
Wij hadden er thuis,net na de bevrijding,wel zo een tiental
van die kleine blikopeners,die de geallieerden met ruime hand
in ons landje introduceerden.
Evenals andere messen(nogal korte)uit één stuk met
het U.S.A merk er op,daar kon je de boterhammen mee smeren.
En Khaki kledingstukken,vooral petjes van lichtgeweven stof en
met een klepje.En nog zoveel meer.
Dat Gillettemesje en die blikopener hebben volgens mij nooit
de loopgraven gezien.Het zijn de geallieerden die het bij de
bevrijding hier kwistig gelanceerd hebben.
Jeronimo,
Waarom heb je het toch altijd over de eventuele noodzaak
om deze topic te sluiten?
Als we van de oprichter van deze topic ook zelfs niets meer
zien verschijnen,'t ja !
Of als hij het vertikt om soms iets te lezen dat wat uitgebreider
aan bod komt,'t ja !
Of er nu dagelijks in geschreven wordt of niet,het schaadt
niemand.
De topic kost je niets.Hij eet echt geen brood!
Groetjes,
Alterego
To be or not to be,that's the question
Niemands meester,niemands knecht
Niemands meester,niemands knecht