De mens leeft eeuwig, de dood is gewoon een overgang
-
wayti - Lid geworden op: 06 aug 2008, 23:25
- Locatie: Antwerpen
Aanwijzingen genoeg... je wilt ze alleen niet zien... vergelijk de Bijbelse verschijningen en verhalen, de verhalen van Dante, de ontmoetingen van Swedenborg, voeg daar de honderden BDE verhalen, foto's en alle gebeurtenissen rond Jozef Rulof bij. De wetenschappelijke metingen bij verschijningen (infrarood opnames enz), de stemopnames van ... ja van wat... wie antwoord er..? (nog steeds geen antwoord op gehad van jullie..)Als er nu één ernstige aanwijzing was voor jullie beweringen, dan was het de moeite er verder over na te denken. Alleen vertellingskes, fantasieën, van horen zeggen, waanvoorstellingen, en veel wensdromen, ...
Dan heb je ook nog de wetenschappers die wel in een leven hierna geloven en de beloning die Victor Zammit uitlooft enz.. enz.. enz.. En dat is nog niet genoeg.. In ieder geval het zijn zeker geen waanvoorstellingen maar waargebeurde verhalen die mensenlevens totaal kunnen veranderen, zoals het mijne..
Maar goed ik maak er geen woorden aan vuil voor jullie is maar één oplossing het D.S.A.. Maar voor het zo ver is ga ik niet ophouden met mensen de waarheid te vertellen, dat er geen dood is. Interesseer het jou niet lees er dan over.. Wij krijgen toch gelijk...
GOD=LIEFDE voor alles wat leeft.
-
wayti - Lid geworden op: 06 aug 2008, 23:25
- Locatie: Antwerpen
Het verhaal van George Ritchie...
Georges Ritchie is geboren in 1923 in Richmond, een stad in de staat Virginia (USA)
In 1943 – dus in volle oorlog - is zijn vader betrokken bij de voorbereidingen van de geplande invasie in Europa van 1944. Als twintigjarige besluit zoon Ritchie zijn dokterstudies te onderbreken om zich in september als vrijwilliger te melden bij het leger.
Voor zijn legeropleiding wordt hij naar de staat Texas gestuurd, waar hij in een immens opleidingskamp terechtkomt. De weersomstandigheden zijn echter barslecht: de felle woestijnwind doet het stof zodanig opwaaien dat zij een stofbril nodig hebben en nauwelijks een meter ver kunnen zien. Bij regenweer zitten zij hopeloos in het slijk te ploeteren! Of dat alles nog niet genoeg is komt er in december een siberische winter opzetten en vriest het tot min 15 graden!
Na een oefening in die slechte weersomstandigheden is heel de compagnie ziek en verkouden. Ritchie wordt opgenomen in de ziekenboeg, waar de dokter koorts vaststelt: 38.8 graden.
Door die omstandigheden begint hij stilaan spijt te krijgen en anders te denken over zijn vrijwillige melding! Op dat moment wordt hij bij de legerleiding geroepen die hem aanbiedt zijn dokterstudies verder te zetten omdat er een nijpend tekort is aan dokters in het leger. Daarbij krijgt hij te horen dat die studies kunnen verder gezet worden aan de medische faculteit van Richmond, zijn woonplaats!
Op 18 december moet hij de trein nemen zodat hij op 22 december zijn doktersopleiding in Richmond kan verder zetten. Het komt er dus op aan zo vlug mogelijk te genezen. De volgende dagen gaat de koorts op en neer. Maar hij begint zich toch zorgen te maken. Hij weet namelijk dat er kandidaten genoeg zijn om zijn plaats aan de faculteit in te nemen. En als hij niet genezen is, zullen zij hem niet laten vertrekken…
De avond voor zijn vertrek stijgt de koorts tot 41 graden: de geneesheer van dienst laat rôntgenfoto’s nemen. Tijdens het nemen van deze foto’s verliest hij het bewustzijn!
Met een ruk komt hij overeind: hij bevindt zich in een kamer zonder zijn spullen en heeft wat tijd nodig om zich het één en ander terug te herinneren. Ook dat hij zo snel mogelijk de trein moet nemen naar huis! Hij stapt dus uit bed, maar ziet dat er nog iemand in ligt. Hij schenkt er verder geen aandacht aan en zoekt iemand om hem naar de trein te brengen. Een verpleger die zijn ronde doet ziet en hoort hem zelfs niet!
Dan stapt hij naar buiten en verplaatst zich ongelooflijk snel, zonder iets van de koude te voelen. Steden flitsen onder hem voorbij. Hij weet dat hij op weg is naar huis! Wanneer hij een grote stad nadert wil hij weten waar hij is en direct daalt hij af naar een verlicht uithangbord van een café. Hij ziet een man ernaartoe stappen en spreekt hem aan, maar hij krijgt geen gehoor! Hij tikt de man op de schouder: zonder verpinken stapt deze echter het café binnen! Moedeloos leunt hij tegen een lantaarnpaal, maar ook dat lukt niet!
Op dat moment geraakt hij in paniek en beseft dat hij zijn stoffelijkheid verloren heeft! Het lukt hem immers niet in contact te komen met mensen. Hij kan zelfs niets aanraken! Zo heeft het geen zin naar huis terug te keren. Op dat moment beseft hij ook dat het zijn lichaam was daar in dat bed! Hij keert dus terug naar de legerbasis op zoek naar… zijn lichaam! Een afschuwelijk gevoel van eenzaamheid maakt zich van hem meester. Hij wordt er zich van bewust dat hij volledig is afgesneden van de normale wereld. Geen contact met het stoffelijke, geen contact met mensen via gesprekken of aanrakingen: niemand merkt hem zelfs op!
In het kamphospitaal begint hij te zoeken naar zijn lichaam: hij loopt alle bedden af in de verschillende barakken waar de zieken zijn ondergebracht, maar hij herkent zichzelf niet. Plots herinnert hij zich dat hij een speciale ring droeg: daar gaat hij op letten. Na lang zoeken vindt hij een lichaam, alleen in een kamertje, met het laken over het hoofd getrokken. Aan de linkerhand die naast het bed hangt herkent hij zijn speciale ring! Hij beseft dat hij hier voor dood ligt! Wanhopig blijft hij staren naar het bed, terwijl hij zich het absurde van de situatie tracht te realiseren!
Georges Ritchie is geboren in 1923 in Richmond, een stad in de staat Virginia (USA)
In 1943 – dus in volle oorlog - is zijn vader betrokken bij de voorbereidingen van de geplande invasie in Europa van 1944. Als twintigjarige besluit zoon Ritchie zijn dokterstudies te onderbreken om zich in september als vrijwilliger te melden bij het leger.
Voor zijn legeropleiding wordt hij naar de staat Texas gestuurd, waar hij in een immens opleidingskamp terechtkomt. De weersomstandigheden zijn echter barslecht: de felle woestijnwind doet het stof zodanig opwaaien dat zij een stofbril nodig hebben en nauwelijks een meter ver kunnen zien. Bij regenweer zitten zij hopeloos in het slijk te ploeteren! Of dat alles nog niet genoeg is komt er in december een siberische winter opzetten en vriest het tot min 15 graden!
Na een oefening in die slechte weersomstandigheden is heel de compagnie ziek en verkouden. Ritchie wordt opgenomen in de ziekenboeg, waar de dokter koorts vaststelt: 38.8 graden.
Door die omstandigheden begint hij stilaan spijt te krijgen en anders te denken over zijn vrijwillige melding! Op dat moment wordt hij bij de legerleiding geroepen die hem aanbiedt zijn dokterstudies verder te zetten omdat er een nijpend tekort is aan dokters in het leger. Daarbij krijgt hij te horen dat die studies kunnen verder gezet worden aan de medische faculteit van Richmond, zijn woonplaats!
Op 18 december moet hij de trein nemen zodat hij op 22 december zijn doktersopleiding in Richmond kan verder zetten. Het komt er dus op aan zo vlug mogelijk te genezen. De volgende dagen gaat de koorts op en neer. Maar hij begint zich toch zorgen te maken. Hij weet namelijk dat er kandidaten genoeg zijn om zijn plaats aan de faculteit in te nemen. En als hij niet genezen is, zullen zij hem niet laten vertrekken…
De avond voor zijn vertrek stijgt de koorts tot 41 graden: de geneesheer van dienst laat rôntgenfoto’s nemen. Tijdens het nemen van deze foto’s verliest hij het bewustzijn!
Met een ruk komt hij overeind: hij bevindt zich in een kamer zonder zijn spullen en heeft wat tijd nodig om zich het één en ander terug te herinneren. Ook dat hij zo snel mogelijk de trein moet nemen naar huis! Hij stapt dus uit bed, maar ziet dat er nog iemand in ligt. Hij schenkt er verder geen aandacht aan en zoekt iemand om hem naar de trein te brengen. Een verpleger die zijn ronde doet ziet en hoort hem zelfs niet!
Dan stapt hij naar buiten en verplaatst zich ongelooflijk snel, zonder iets van de koude te voelen. Steden flitsen onder hem voorbij. Hij weet dat hij op weg is naar huis! Wanneer hij een grote stad nadert wil hij weten waar hij is en direct daalt hij af naar een verlicht uithangbord van een café. Hij ziet een man ernaartoe stappen en spreekt hem aan, maar hij krijgt geen gehoor! Hij tikt de man op de schouder: zonder verpinken stapt deze echter het café binnen! Moedeloos leunt hij tegen een lantaarnpaal, maar ook dat lukt niet!
Op dat moment geraakt hij in paniek en beseft dat hij zijn stoffelijkheid verloren heeft! Het lukt hem immers niet in contact te komen met mensen. Hij kan zelfs niets aanraken! Zo heeft het geen zin naar huis terug te keren. Op dat moment beseft hij ook dat het zijn lichaam was daar in dat bed! Hij keert dus terug naar de legerbasis op zoek naar… zijn lichaam! Een afschuwelijk gevoel van eenzaamheid maakt zich van hem meester. Hij wordt er zich van bewust dat hij volledig is afgesneden van de normale wereld. Geen contact met het stoffelijke, geen contact met mensen via gesprekken of aanrakingen: niemand merkt hem zelfs op!
In het kamphospitaal begint hij te zoeken naar zijn lichaam: hij loopt alle bedden af in de verschillende barakken waar de zieken zijn ondergebracht, maar hij herkent zichzelf niet. Plots herinnert hij zich dat hij een speciale ring droeg: daar gaat hij op letten. Na lang zoeken vindt hij een lichaam, alleen in een kamertje, met het laken over het hoofd getrokken. Aan de linkerhand die naast het bed hangt herkent hij zijn speciale ring! Hij beseft dat hij hier voor dood ligt! Wanhopig blijft hij staren naar het bed, terwijl hij zich het absurde van de situatie tracht te realiseren!
GOD=LIEFDE voor alles wat leeft.
-
wayti - Lid geworden op: 06 aug 2008, 23:25
- Locatie: Antwerpen
Vervolg..
Het licht of de stralende maan
Tenslotte gaat hij wanhopig op bed zitten, althans in gedachten, want in feite maakt hij er geen contact mee. Terwijl hij aan het nadenken is over de toestand waarin hij zich bevindt, begint het licht in de kamer te veranderen: hoe kan een gloeilampje van 15 watt zoveel licht verspreiden? Het steeds helderder wordend licht schijnt van alle kanten tegelijk te komen. Het wordt ongelooflijk helder en overtreft elke hem bekende bron van licht! Ook overweegt hij dat hij wel blij mag zijn niet over zijn normale fysische ogen te beschikken, want dat licht zou in een oogwenk zijn netvliezen vernietigen!
Alsdan beseft hij dat het geen "licht" is, maar een persoon of een man die uit licht bestaat. Hij wordt doordrongen van een overweldigende zekerheid:"dit is de zoon van God!" Het is geen vermoeden , maar een soort weten, ogenblikkelijk en volledig. Verder dringt het tot hem door dat dit het volmaakste mannelijk wezen is dat hij ooit heeft ontmoet. Een man die één en al kracht is, ouder dan de tijd en toch moderner dan wie hij ooit heeft ontmoet!
En met dezelfde raadselachtige zekerheid weet hij dat deze man van hem houdt, maar op een manier die alle verbeelding te boven gaat: een niet te vatten liefde!.En dat niet alleen: deze man weet alles maar dan ook alles van zijn leven. En tegelijkertijd begint heel zijn leven zich voor hem terug af te spelen, alsof hij het op de moment zelf en alles tegelijk terug beleeft! Het gaat zowel om aangename als onaangename ervaringen. Ook de vraag: "wat heb je met je leven gedaan?" dringt zich aan hem op. Dat brengt hem in verwarring: heeft het betrekking op waarden? Heeft het te maken met dingen die belangrijk zijn? Maar dan is het toch maar zelfverheerlijking? Zijn verwarring leidt tot woede: het is niet eerlijk omdat hij de tijd niet gekregen heeft iets fatsoenlijks te realiseren! De antwoordende gedachte, die geen zweem van veroordeling bevat, maar onbeschrijflijke liefde inhoudt, luidt: "de dood kan op iedere leeftijd komen."Alsdan dringt het onweerstaanbaar tot hem door dat er een enorme blijmoedigheid huist in de Tegenwoordigheid naast hem. Dat uit zich in een vrolijke lach met groot gevoel voor humor die hem duidelijk maakt dat blijmoedigheid bestendiger is dan alle tragische vergissingen die de mens kan maken. In de extase, teweeggebracht door die blije lach, beseft hij dat hijzelf de gebeurtenissen om hem heen zo streng beoordeelt. Hij is het die ze veroordeelt als onbeduidend, egocentrisch en onbelangrijk. De stralende man om hem heen veroordeelt niet, keurt niet af, heeft geen misprijzen. Hij koestert hem eenvoudig…. in zijn liefde. Ondertussen blijft de vraag hangen: "Wat heb je met je leven gedaan en dat ge mij kunt laten zien?" Hij vraagt niet naar prestaties of beloningen, het heeft echter alles te maken met liefde: hoeveel liefde heb je met je leven gegeven? Heb je van mensen gehouden? Volledig? Onvoorwaardelijk?
Het antwoord komt tegelijkertijd:"Ik heb je erop gewezen door middel van het leven dat ik heb geleid. Door middel van de dood die ik ben gestorven. En als je uw ogen op mij gericht houdt zul je nog meer zien…."
Veel BDE-ers hebben contact met stralende figuren die zij associëren met figuren uit hun religieuze achtergrond, zoals, in dit geval Jezus.
Het licht dat overgaat naar een onbeschrijflijke en allesomvattende liefde komt regelmatig voor in de BDE. Af en toe manifesteert het licht zich onder de vorm van een figuur.
Contacten tussen stoffelijke en onstoffelijke wezens
Zijn "begeleider" voert hem nu mee naar een grote stad, terwijl het nog donker is. In een fabriek ziet hij telkens mensen die ijverig bezig zijn, maar zich volstrekt niet bewust zijn van anderen in hun onmiddellijke omgeving. Soms lijken het "oude bekenden" te zijn: dat kan hij uitmaken uit de aard van het gesprek dat gevoerd wordt. Maar let wel: het is een éénrichtingsgesprek! Dat doet zich voor op verschillende plaatsen.
Verschillende keren stelt hij vast dat een zoon zijn moeder of een jongen zijn jonge vrouw of verloofde blijft achtervolgen met het uiten van hartverscheurende verontschuldigingen. Via zijn begeleider verneemt hij dat het hier om zelfdoding gaat, waar zij blijkbaar onnoemelijk veel spijt van hebben.
Merkwaardig is hun bezoek aan een drukbezochte kroeg, waar de onstoffelijke wezens alles in het werk stellen om een glas te drinken of een sigaret te bemachtigen, maar tevergeefs. Daaruit leidt hij af dat de "stoffelijke " verslaving zich verder manifesteert in het onstoffelijke bestaan. Zijn besluit is dat dit dan wel de hel moet zijn!
Tijdens al deze ervaringen wordt hij overspoeld door een golf van liefde, afkomstig van zijn begeleider. Hij beseft ook dat al deze andere wezens die liefde moeten ervaren, tenzij zij teveel afgeleid worden door hun verslaving!
Tenslotte bemerkt hij dat de levende mensen omgeven zijn door een zwak lichtschijnsel, als een soort electrisch krachtveld dat zich samen met hen verplaatst. De onstoffelijke wezens, hemzelf inbegrepen, hebben dat lichtschijnsel niet.
Het licht of de stralende maan
Tenslotte gaat hij wanhopig op bed zitten, althans in gedachten, want in feite maakt hij er geen contact mee. Terwijl hij aan het nadenken is over de toestand waarin hij zich bevindt, begint het licht in de kamer te veranderen: hoe kan een gloeilampje van 15 watt zoveel licht verspreiden? Het steeds helderder wordend licht schijnt van alle kanten tegelijk te komen. Het wordt ongelooflijk helder en overtreft elke hem bekende bron van licht! Ook overweegt hij dat hij wel blij mag zijn niet over zijn normale fysische ogen te beschikken, want dat licht zou in een oogwenk zijn netvliezen vernietigen!
Alsdan beseft hij dat het geen "licht" is, maar een persoon of een man die uit licht bestaat. Hij wordt doordrongen van een overweldigende zekerheid:"dit is de zoon van God!" Het is geen vermoeden , maar een soort weten, ogenblikkelijk en volledig. Verder dringt het tot hem door dat dit het volmaakste mannelijk wezen is dat hij ooit heeft ontmoet. Een man die één en al kracht is, ouder dan de tijd en toch moderner dan wie hij ooit heeft ontmoet!
En met dezelfde raadselachtige zekerheid weet hij dat deze man van hem houdt, maar op een manier die alle verbeelding te boven gaat: een niet te vatten liefde!.En dat niet alleen: deze man weet alles maar dan ook alles van zijn leven. En tegelijkertijd begint heel zijn leven zich voor hem terug af te spelen, alsof hij het op de moment zelf en alles tegelijk terug beleeft! Het gaat zowel om aangename als onaangename ervaringen. Ook de vraag: "wat heb je met je leven gedaan?" dringt zich aan hem op. Dat brengt hem in verwarring: heeft het betrekking op waarden? Heeft het te maken met dingen die belangrijk zijn? Maar dan is het toch maar zelfverheerlijking? Zijn verwarring leidt tot woede: het is niet eerlijk omdat hij de tijd niet gekregen heeft iets fatsoenlijks te realiseren! De antwoordende gedachte, die geen zweem van veroordeling bevat, maar onbeschrijflijke liefde inhoudt, luidt: "de dood kan op iedere leeftijd komen."Alsdan dringt het onweerstaanbaar tot hem door dat er een enorme blijmoedigheid huist in de Tegenwoordigheid naast hem. Dat uit zich in een vrolijke lach met groot gevoel voor humor die hem duidelijk maakt dat blijmoedigheid bestendiger is dan alle tragische vergissingen die de mens kan maken. In de extase, teweeggebracht door die blije lach, beseft hij dat hijzelf de gebeurtenissen om hem heen zo streng beoordeelt. Hij is het die ze veroordeelt als onbeduidend, egocentrisch en onbelangrijk. De stralende man om hem heen veroordeelt niet, keurt niet af, heeft geen misprijzen. Hij koestert hem eenvoudig…. in zijn liefde. Ondertussen blijft de vraag hangen: "Wat heb je met je leven gedaan en dat ge mij kunt laten zien?" Hij vraagt niet naar prestaties of beloningen, het heeft echter alles te maken met liefde: hoeveel liefde heb je met je leven gegeven? Heb je van mensen gehouden? Volledig? Onvoorwaardelijk?
Het antwoord komt tegelijkertijd:"Ik heb je erop gewezen door middel van het leven dat ik heb geleid. Door middel van de dood die ik ben gestorven. En als je uw ogen op mij gericht houdt zul je nog meer zien…."
Veel BDE-ers hebben contact met stralende figuren die zij associëren met figuren uit hun religieuze achtergrond, zoals, in dit geval Jezus.
Het licht dat overgaat naar een onbeschrijflijke en allesomvattende liefde komt regelmatig voor in de BDE. Af en toe manifesteert het licht zich onder de vorm van een figuur.
Contacten tussen stoffelijke en onstoffelijke wezens
Zijn "begeleider" voert hem nu mee naar een grote stad, terwijl het nog donker is. In een fabriek ziet hij telkens mensen die ijverig bezig zijn, maar zich volstrekt niet bewust zijn van anderen in hun onmiddellijke omgeving. Soms lijken het "oude bekenden" te zijn: dat kan hij uitmaken uit de aard van het gesprek dat gevoerd wordt. Maar let wel: het is een éénrichtingsgesprek! Dat doet zich voor op verschillende plaatsen.
Verschillende keren stelt hij vast dat een zoon zijn moeder of een jongen zijn jonge vrouw of verloofde blijft achtervolgen met het uiten van hartverscheurende verontschuldigingen. Via zijn begeleider verneemt hij dat het hier om zelfdoding gaat, waar zij blijkbaar onnoemelijk veel spijt van hebben.
Merkwaardig is hun bezoek aan een drukbezochte kroeg, waar de onstoffelijke wezens alles in het werk stellen om een glas te drinken of een sigaret te bemachtigen, maar tevergeefs. Daaruit leidt hij af dat de "stoffelijke " verslaving zich verder manifesteert in het onstoffelijke bestaan. Zijn besluit is dat dit dan wel de hel moet zijn!
Tijdens al deze ervaringen wordt hij overspoeld door een golf van liefde, afkomstig van zijn begeleider. Hij beseft ook dat al deze andere wezens die liefde moeten ervaren, tenzij zij teveel afgeleid worden door hun verslaving!
Tenslotte bemerkt hij dat de levende mensen omgeven zijn door een zwak lichtschijnsel, als een soort electrisch krachtveld dat zich samen met hen verplaatst. De onstoffelijke wezens, hemzelf inbegrepen, hebben dat lichtschijnsel niet.
GOD=LIEFDE voor alles wat leeft.
-
wayti - Lid geworden op: 06 aug 2008, 23:25
- Locatie: Antwerpen
Laatste deel:
ontacten tussen onstoffelijke wezens
Zij verplaatsen zich naar de rand van een uitgestrekte vlakte. Hier zijn geen levende wezens te bekennen, alleen ontelbare onstoffelijke wezens. Het zijn de meest gefrustreerde, boze en beklagenswaardige schepsels die hij ooit heeft gezien. Zij schijnen in een dodelijk gevecht verwikkeld te zijn: zij slagen en schoppen elkaar en delen rake klappen uit. Maar geen bloed, geen wonden. In feite kunnen zij elkaar niet raken.
Blijkbaar manifesteren hun gedachten zich ogenblikkelijk aan hun omgeving en zijn een uiting van minachting, hoogheidswaanzin en perversiteiten. In sommige van die gedachten herkent hij zichzelf maar al te goed! Zijn begeleider geeft geen teken van afkeuring, alleen van oneindig mededogen om deze ongelukkige schepselen. Zij lijken wel gevangenen te zijn van hun hatelijke situatie: niemand doet enige poging om deze hel te ontvluchten. Tot het tot hem doordringt dat deze wezens niet alleen zijn. Nu pas ziet hij de stralende wezens die zich vol ontferming over die ruziënde schepsels buigen. Zijn het engelen, zoals de begeleider naast hem? Dat weet hij niet, maar hij ziet wel dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten, alleen zijn zij er zich helemaal niet van bewust! Op dat moment beseft hij dat in alle vorige situaties deze beschermers - of engelen?- ook aanwezig waren, maar hij had ze niet opgemerkt omdat zijn gedachten zich op andere zaken fixeerden!
Dwars doorheen deze ongelukkige situatie begint hij nu prachtige gebouwen in een fraai, zonovergoten park te onderscheiden. Het lijkt wel alsof zij zich op een ander bestaansniveau bevinden, na het oorlogsgedruis in de steden en de rauwe kreten op de vlakte, heerst hier een vredige stilte. Binnen in die gebouwen heerst een sfeer van ingetogen concentratie tussen de wezens als in een gigantisch studiecentrum. In een ander gebouw wordt muziek gecomponeerd die zo gecompliceerd is dat het zijn begrip te boven gaat! Even later wandelen zij door een bibliotheek die als het ware alle wijsheid van het universum bevat! En zo gaat dat maar verder…
Zij wandelen ook door een gebouw met een bolvormige constructie dat hoogtechnologische machines bevat en een loopbrug boven een bassin, blijkbaar gevuld met water.(Ik vermeld dit hier omdat hij er later nog op terugkom.)
Deze mensen zijn blijkbaar hun egoïstische verlangens ontgroeid en blijven maar groeien in hun bekwaamheden, maar dat houdt meteen in dat er nog iets ontbreekt…
Stralende wezens
Ritchie beseft dat er aan deze serene wezens nog iets ontbreekt: zij zijn zo in beslag genomen met hun bezigheden dat zij geen aandacht schenken aan de aanwezigheid van de liefdestralende gids. Het valt hem trouwens op dat hijzelf niet in staat is alles te begrijpen en te zien wat er rondom hem gebeurt. Zijn gids kan hem veel meer vertellen en tonen dan wat hij in feite ziet.
Op dat moment beseft hij dat zij de aarde verlaten, en zich volledig onttrekken aan het stoffelijke. Oneindig ver weg ziet hij een stad, stralend helder ondanks de onvoorstelbare afstand. De gebouwen stralen licht uit evenals de wezens die door de straten gaan. Alles lijkt uit licht te bestaan zoals de gestalte aan zijn zijde. Terwijl hij vol ontzag naar dit oneindig verre schouwspel staart, maken twee stralende wezens zich los uit de stad en beginnen hen te naderen met de snelheid van het licht. Maar hoe snel zij zich ook verplaatsen, zij verwijderen zich nog sneller en het visioen vervaagt. Hij beseft dat hij niet in staat is meer te ontwaren van deze opperste hemel.
Veel mensen hebben tijdens hun bijna-doodervaring een ontmoeting met overleden familieleden of bekenden .Dit is niet het geval bij Ritchie. Wat hij wel te zien krijgt, onder begeleiding van zijn gids, zijn vele hetgeen hij noemt onstoffelijke wezens en wel in zeer verschillende omstandigheden.
Zo ziet hij onstoffelijke wezens die het onmogelijke doen om in een café te trachten aan drank te komen, waar stoffelijken van "genieten". Maar zij grijpen steeds weer in het luchtledige! Blijkbaar drijft hun verslaving hen om tot in het oneindige deze pogingen te herhalen,terwijl zij helemaal geen idee hebben wat er inmiddels rondom hen gebeurt! Zij zijn dus de gevangenen van hun verslaving.
Ook zijn er onstoffelijken die met niet aflatende drang trachten bekende stoffelijken om vergeving te smeken om hun misstap waarvan deze stoffelijken de gevolgen dragen. Maar er komt geen contact tot stand zodat een status quo blijft bestaan.
Ritchie krijgt ook contacten tussen onstoffelijken te zien. Hij stelt vast dat deze contacten zich afspelen op wat hij noemt verschillende bestaansniveau’s, namelijk :
onstoffelijken die o.a. bezeten zijn van haat en deze op elkaar afreageren.
onstoffelijken die zich in een serene omgeving verdiepen in lectuur, muziek, onderzoek enz.
tenslotte wordt hij meegevoerd naar een oneindig verre stad met stralend Liefdeslicht. Twee wezens komen hem tegemoet, maar zij krijgen de kans niet om contact te maken: hij verwijdert zich namelijk supersnel met zijn begeleider.
Hier bevindt zich de grens waarna terugkeer naar de "stoffelijke" wereld niet meer mogelijk is. Hij wordt echter niet voor de keuze geplaatst – terugkeren of niet - , zoals bij zovelen wel het geval is.
ontacten tussen onstoffelijke wezens
Zij verplaatsen zich naar de rand van een uitgestrekte vlakte. Hier zijn geen levende wezens te bekennen, alleen ontelbare onstoffelijke wezens. Het zijn de meest gefrustreerde, boze en beklagenswaardige schepsels die hij ooit heeft gezien. Zij schijnen in een dodelijk gevecht verwikkeld te zijn: zij slagen en schoppen elkaar en delen rake klappen uit. Maar geen bloed, geen wonden. In feite kunnen zij elkaar niet raken.
Blijkbaar manifesteren hun gedachten zich ogenblikkelijk aan hun omgeving en zijn een uiting van minachting, hoogheidswaanzin en perversiteiten. In sommige van die gedachten herkent hij zichzelf maar al te goed! Zijn begeleider geeft geen teken van afkeuring, alleen van oneindig mededogen om deze ongelukkige schepselen. Zij lijken wel gevangenen te zijn van hun hatelijke situatie: niemand doet enige poging om deze hel te ontvluchten. Tot het tot hem doordringt dat deze wezens niet alleen zijn. Nu pas ziet hij de stralende wezens die zich vol ontferming over die ruziënde schepsels buigen. Zijn het engelen, zoals de begeleider naast hem? Dat weet hij niet, maar hij ziet wel dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten, alleen zijn zij er zich helemaal niet van bewust! Op dat moment beseft hij dat in alle vorige situaties deze beschermers - of engelen?- ook aanwezig waren, maar hij had ze niet opgemerkt omdat zijn gedachten zich op andere zaken fixeerden!
Dwars doorheen deze ongelukkige situatie begint hij nu prachtige gebouwen in een fraai, zonovergoten park te onderscheiden. Het lijkt wel alsof zij zich op een ander bestaansniveau bevinden, na het oorlogsgedruis in de steden en de rauwe kreten op de vlakte, heerst hier een vredige stilte. Binnen in die gebouwen heerst een sfeer van ingetogen concentratie tussen de wezens als in een gigantisch studiecentrum. In een ander gebouw wordt muziek gecomponeerd die zo gecompliceerd is dat het zijn begrip te boven gaat! Even later wandelen zij door een bibliotheek die als het ware alle wijsheid van het universum bevat! En zo gaat dat maar verder…
Zij wandelen ook door een gebouw met een bolvormige constructie dat hoogtechnologische machines bevat en een loopbrug boven een bassin, blijkbaar gevuld met water.(Ik vermeld dit hier omdat hij er later nog op terugkom.)
Deze mensen zijn blijkbaar hun egoïstische verlangens ontgroeid en blijven maar groeien in hun bekwaamheden, maar dat houdt meteen in dat er nog iets ontbreekt…
Stralende wezens
Ritchie beseft dat er aan deze serene wezens nog iets ontbreekt: zij zijn zo in beslag genomen met hun bezigheden dat zij geen aandacht schenken aan de aanwezigheid van de liefdestralende gids. Het valt hem trouwens op dat hijzelf niet in staat is alles te begrijpen en te zien wat er rondom hem gebeurt. Zijn gids kan hem veel meer vertellen en tonen dan wat hij in feite ziet.
Op dat moment beseft hij dat zij de aarde verlaten, en zich volledig onttrekken aan het stoffelijke. Oneindig ver weg ziet hij een stad, stralend helder ondanks de onvoorstelbare afstand. De gebouwen stralen licht uit evenals de wezens die door de straten gaan. Alles lijkt uit licht te bestaan zoals de gestalte aan zijn zijde. Terwijl hij vol ontzag naar dit oneindig verre schouwspel staart, maken twee stralende wezens zich los uit de stad en beginnen hen te naderen met de snelheid van het licht. Maar hoe snel zij zich ook verplaatsen, zij verwijderen zich nog sneller en het visioen vervaagt. Hij beseft dat hij niet in staat is meer te ontwaren van deze opperste hemel.
Veel mensen hebben tijdens hun bijna-doodervaring een ontmoeting met overleden familieleden of bekenden .Dit is niet het geval bij Ritchie. Wat hij wel te zien krijgt, onder begeleiding van zijn gids, zijn vele hetgeen hij noemt onstoffelijke wezens en wel in zeer verschillende omstandigheden.
Zo ziet hij onstoffelijke wezens die het onmogelijke doen om in een café te trachten aan drank te komen, waar stoffelijken van "genieten". Maar zij grijpen steeds weer in het luchtledige! Blijkbaar drijft hun verslaving hen om tot in het oneindige deze pogingen te herhalen,terwijl zij helemaal geen idee hebben wat er inmiddels rondom hen gebeurt! Zij zijn dus de gevangenen van hun verslaving.
Ook zijn er onstoffelijken die met niet aflatende drang trachten bekende stoffelijken om vergeving te smeken om hun misstap waarvan deze stoffelijken de gevolgen dragen. Maar er komt geen contact tot stand zodat een status quo blijft bestaan.
Ritchie krijgt ook contacten tussen onstoffelijken te zien. Hij stelt vast dat deze contacten zich afspelen op wat hij noemt verschillende bestaansniveau’s, namelijk :
onstoffelijken die o.a. bezeten zijn van haat en deze op elkaar afreageren.
onstoffelijken die zich in een serene omgeving verdiepen in lectuur, muziek, onderzoek enz.
tenslotte wordt hij meegevoerd naar een oneindig verre stad met stralend Liefdeslicht. Twee wezens komen hem tegemoet, maar zij krijgen de kans niet om contact te maken: hij verwijdert zich namelijk supersnel met zijn begeleider.
Hier bevindt zich de grens waarna terugkeer naar de "stoffelijke" wereld niet meer mogelijk is. Hij wordt echter niet voor de keuze geplaatst – terugkeren of niet - , zoals bij zovelen wel het geval is.
Laatst gewijzigd door wayti op 10 jun 2012, 22:09, 1 keer totaal gewijzigd.
GOD=LIEFDE voor alles wat leeft.
-
wayti - Lid geworden op: 06 aug 2008, 23:25
- Locatie: Antwerpen
Dit is het merkwaardigste deel van zijn belevenis: de glimp die hij heeft mogen opvangen van zovele stoffelijke en onstoffelijke wezens in zoveel verschillende omstandigheden of bestaansniveaus’s, zoals hijzelf ze noemt. In vele religies en filosofieën is er sprake van gradaties in het hiernamaals. Is Ritchie’s ervaring een bevestiging van die opvattingen?
Terug in deze wereld
Met een ondraaglijke hoofdpijn opent hij zijn ogen en ontwaart het lachende gezicht van verpleegster Irvine. Hij heeft een grote behoefte om haar zijn wedervaren te vertellen, maar een hevige hoestbui verhindert hem dat en dwingt hem tot volledige rust.
Hij had een dubbele longontsteking opgelopen, gevolgd door een hartstilstand. De kapitein dokter verklaart hem dood . Door het irrationeel aandringen van een gewone soldaat-verpleger besluit de dokter hem toch een adrenalinespuit recht in het hart toe te dienen. Hoewel deze ingreep normaal helemaal geen invloed meer heeft in dat stadium, zal zijn leven erdoor gered worden!
Hij heeft dagenlang te kampen met zware moedeloosheid als gevolg van de ellendige pijn die hij ondergaat en die in fel contrast staat met de herinnering aan het Licht. Ook heeft hij een enorme behoefte aan contact met mensen en beseft als nooit tevoren het grote belang daarvan.
Na enkele weken mag hij naar huis, waar hij voor de eerste maal zijn verhaal kan vertellen en nog wel aan zijn stiefmoeder, waar hij nooit een goede band mee gehad heeft. Zij heeft alle begrip voor zijn belevenissen en steunt hem volledig.
Hij hervat zijn dokterstudies. Zijn slechte conditie resulteert echter in ondermaatse resultaten. Dit heeft als gevolg dat hij verplicht wordt zijn militaire opleiding als verpleger te voltooien.
Dit komt nu eens niet uit een boek van Jozef al staan zijn boeken vol met gelijkaardige verhalen maar van de website over BDE. Is het toeval dat zoveel mensen hetzelfde ervaren zonder elkaar te kennen of zou er toch iets zijn ?
Terug in deze wereld
Met een ondraaglijke hoofdpijn opent hij zijn ogen en ontwaart het lachende gezicht van verpleegster Irvine. Hij heeft een grote behoefte om haar zijn wedervaren te vertellen, maar een hevige hoestbui verhindert hem dat en dwingt hem tot volledige rust.
Hij had een dubbele longontsteking opgelopen, gevolgd door een hartstilstand. De kapitein dokter verklaart hem dood . Door het irrationeel aandringen van een gewone soldaat-verpleger besluit de dokter hem toch een adrenalinespuit recht in het hart toe te dienen. Hoewel deze ingreep normaal helemaal geen invloed meer heeft in dat stadium, zal zijn leven erdoor gered worden!
Hij heeft dagenlang te kampen met zware moedeloosheid als gevolg van de ellendige pijn die hij ondergaat en die in fel contrast staat met de herinnering aan het Licht. Ook heeft hij een enorme behoefte aan contact met mensen en beseft als nooit tevoren het grote belang daarvan.
Na enkele weken mag hij naar huis, waar hij voor de eerste maal zijn verhaal kan vertellen en nog wel aan zijn stiefmoeder, waar hij nooit een goede band mee gehad heeft. Zij heeft alle begrip voor zijn belevenissen en steunt hem volledig.
Hij hervat zijn dokterstudies. Zijn slechte conditie resulteert echter in ondermaatse resultaten. Dit heeft als gevolg dat hij verplicht wordt zijn militaire opleiding als verpleger te voltooien.
Dit komt nu eens niet uit een boek van Jozef al staan zijn boeken vol met gelijkaardige verhalen maar van de website over BDE. Is het toeval dat zoveel mensen hetzelfde ervaren zonder elkaar te kennen of zou er toch iets zijn ?
GOD=LIEFDE voor alles wat leeft.
-
wayti - Lid geworden op: 06 aug 2008, 23:25
- Locatie: Antwerpen
Ik denk dat je TE veel naar bewijzen hebt gezocht en nu nog.. je was goed begonnen maar teleurstellingen in jouw leven hebben er voor gezorgd dat je gaan twijfelen bent en nu kan of wil je niet meer terug en dat gebeurd wel meer.. Zelfs de grote Frederik van Eeden (Pauls ontwaken e.a) twijfelde op het laatste van zijn leven na al wat hij meegemaakt had, toch schreef hij na zijn dood: "Maskers en mensen".Ik ben toen inderdaad in een andere wereld terechtgekomen, maar heb hem achter me gelaten wegens overdonderend gebrek aan realistische bewijzen, contradicties en een naïeve logica.
Modern neuro-onderzoek ondersteunt mijn conclusies van destijds.
Afbreken kan inderdaad iedereen, iets voorbijstappen na grondig overwegen schijnt precies veel moeilijker te zijn.
Hoe meer ik overweeg hoe meer ik geloof in plaats van twijfel... daarin verschillen wij dus totaal. Voor jou kan ik alleen maar zeggen geduld, je zal de bewijzen krijgen en is het niet nu dan hierna..0
Laatst gewijzigd door wayti op 11 jun 2012, 22:36, 1 keer totaal gewijzigd.
GOD=LIEFDE voor alles wat leeft.
-
janx - Lid geworden op: 02 okt 2008, 19:52
Clausewitz schreef: Ik lees van jouw charabia al lang geen woord meer evenmin van je kompaan Janx.
en direct er aan vast;
Beste Clausewitz, dit schrijven van jouw is zo tegenstrijdig als het maar kan. Hoe kan je iets al lang niet lezen en toch verlangen van mij dat het zinnig en foutloos zal zijn? Wie is trouwens instaat om foutloos te kunnen schrijven?Probeer eens zelf iets zinnigs te schrijven en liefst zonder teveel spelfouten.
Hm .... misschien daarom dat velen enkel wat kreten, taalkundig foutloos, schrijven om de kans op eventueel te maken fouten te verkleinen? Persoonlijk vind ik het veel knapper om desondanks de fout geschreven woorden toch te kunnen begrijpen wat er bedoeld wordt.
Alles is Één en die Éne is Alles.
-
cappa - Lid geworden op: 17 feb 2009, 17:49
Ik zoek helemaal niet naar bewijzen. Als ik aanwijzingen tegenkom, dan onderzoek ik ze.wayti schreef:Ik denk dat je TE veel naar bewijzen hebt gezocht en nu nog.. je was goed begonnen maar teleurstellingen in jouw leven hebben er voor gezorgd dat je gaan twijfelen bent en nu kan of wil je niet meer terug en dat gebeurd wel meer..
En over welke teleurstellingen heb je het?
Maar ik loop niet achter een naïef geloof. Voetjes op de grond, daar hou ik meer van.
-
janx - Lid geworden op: 02 okt 2008, 19:52
En als jij schrijft over foutloos dan is het anders? Bijvoorbeeld, met mijn weinige kennis over schrijfwijze een woorden is het mij wel bij gebleven dat je aan het eind van een regel een punt zet dan een spatie alvorens je een nieuwe regel gaat schrijven. Of heb ik het nu ook verkeert?Clausewitz schreef:Als je het over zeer controversiële begrippen hebt (zoals spreken met doden) is het normaal dat je dat foutloos kan uitdrukken als je wil dat men je au sérieux neemt.Je soulmate Jan X kan er niet aan doen.Zoals vele hollanders schrijft hij zeer gebrekkig nederlands.Ze zijn sterker in rekenen.
Alles is Één en die Éne is Alles.
-
Henriette 2 - Lid geworden op: 24 feb 2007, 15:51
Dat denk jij!janx schreef: En dat is natuurlijk een goede zaak, het denken.
Met het denken is niets mis maar waar het mij altijd om gaat is het psychologische denken, ofwel ego denken.
Wat is het dat de mens zichzelf meer waant dan de ander?
Of juist minder?
Dat is het psychologische denken, toch?
Wat is het waar de meeste oorlogen en conflicten uit ontstaan?
Dat is het psychologische denken (het najagen van ideeën) en voor de ideeën de ander fysiek of psychisch liquideren, toch?
Wat is dat onverzadigbare verlangen van de mens naar (hebben! heben! hebben!) materiële zaken?
Dat is het denken toch?
Want zonder het denken (dat altijd uit is op graaien) zou dat fenomeen zich niet voordoen.
Het psychologische denken is gebaseerd op angst..en daarom maken de spreekwoordelijk in het nauw gedreven katten rare sprongen.
Vanuit het psychologische denken ontstaat de ware agressie.
En waar is dat denken op gebaseerd?
Op IK en MIJ.
-
cappa - Lid geworden op: 17 feb 2009, 17:49
Komaan, probeer nu eens een andere invalshoek dan ego is slecht en denken is slecht en alles is angst ...
En psychologisch denken, wat is dat nu weer voor een koeterdraai?
En hebzucht een gevolg van denken? A.u.b. zeg, je kunt beter.
Denk eens na. En dan zeg ik niet, draai verder in hetzelfde cirkeltje.
En psychologisch denken, wat is dat nu weer voor een koeterdraai?
En hebzucht een gevolg van denken? A.u.b. zeg, je kunt beter.
Denk eens na. En dan zeg ik niet, draai verder in hetzelfde cirkeltje.
-
Wil. - Lid geworden op: 15 nov 2005, 19:41
In leeuwengroepen is er een rangorde: de alfaleeuw eet eerst en als er nog wat over blijft, dan mogen de anderen ook aan tafel. Bij kippen bestaat eveneens een pikorde. Dat lijkt me net hetzelfde fenomeen: hebben, hebben. En dat allemaal zonder denken.Henriette 2 schreef:Wat is dat onverzadigbare verlangen van de mens naar (hebben! heben! hebben!) materiële zaken?
Dat is het denken toch?
Want zonder het denken (dat altijd uit is op graaien) zou dat fenomeen zich niet voordoen.
Ons materialisme is daarmee verbonden, lijkt me.

pSorry, hoor, dat ik je beledigd heb; ik had moeten liegen.-
Fazal
@Henriette
Ieder bedrijf, maar ook hun personeel, denkt alsmaar aan meer en meer verdienen. Dat zoiets niet kan blijven duren, lijkt mij echter zo klaar als pompwater te zijn. Meer nog, zij/wij, kunnen niet anders, want anders dreigt iedereen hopeloos achterop te geraken. En dan is het ook normaal, dat wij/zij, uiteindelijk op de koopkracht zullen moeten inboeten! Ik weet het, men wil alsmaar meer en meer, totdat het op zeker moment niet meer zal gaan om nòg méér binnen te rijven. Maar daar denkt momenteel niemand aan. Dus vergaren, terwijl het nog kan! Men denkt dat het hen later tengoede zal komen, maar intussen verliest elke cent, en dit ieder jaar, verder zijn waarde, hetgeen uiteindelijk zal resulteren in, dat uiteindelijk 'niemand' nog financïeel zal (kunnen) overleven. Want als er op zeker moment, om economische redenen, geen goederen meer zullen kunnen worden vervaardigd, zullen zelfs de rijken ook niet meer kunnen kopen. En waar niet meer kan worden gekocht, zal ook niet meer kunnen worden verdiend! Maar goed, we zijn nu eenmaal, en allemaal, zodanig in het systeem verweven, dat het niet anders meer kan! We zijn niet alleen NIET tevreden met wat we nu al hebben, maar we willen steeds meer en meer. Dat is nu eenmaal eigen geworden aan het steeds verder evoluerende wereld-economie-systeem. Wie NIET steeds meer en meer verdient, stagneert, en zal na bepaalde tijd, zelfs in zijn levensnoden niet meer kunnen voorzien. Helaas dan maar weer. Maar zo is het, welke andere mening sommigen dan ook hierover mogen hebben! Het is dus eigenlijk onze verdomde plicht geworden om alsmaar naar meer te streven. Anders blijven, voor degenen die dit aanvechten, de negatieve gevolgen niet lang meer uit! Ik vraag mij trouwens ook gestadig af, waarom het niet anders kan! Tevreden zijn, is een zgn gods-geschenk, maar alsmaar meer willen, en dit omdat het eigenlijk niet anders kan, dat is volgens mij althans, een duivelse drang. Al geloof ik dan persoonlijk, noch in het één, noch in het ander! Maar hoe dan ook, die drang is er wel! En nogmaals, omdat het nu eenmaal niet anders kan! Helaas, is dat aan sommige minderheidsgroepen, zoals daar bvb zijn, invaliden, tevergeefs werkzoekenden, gepensioneerden, en- of nog vele anderen, niet gegund. Vandaar dat die groepen alsmaar armer en armer worden, en nu al, hun eigen broodnodige levensbehoeften niet meer kunnen betalen. En dat zal steeds maar erger en erger worden, hetgeen helemaal niet moeilijk te voorspellen is.
U schreef:Wat is dat onverzadigbare verlangen van de mens naar (hebben! heben! hebben!) materiële zaken?
Ieder bedrijf, maar ook hun personeel, denkt alsmaar aan meer en meer verdienen. Dat zoiets niet kan blijven duren, lijkt mij echter zo klaar als pompwater te zijn. Meer nog, zij/wij, kunnen niet anders, want anders dreigt iedereen hopeloos achterop te geraken. En dan is het ook normaal, dat wij/zij, uiteindelijk op de koopkracht zullen moeten inboeten! Ik weet het, men wil alsmaar meer en meer, totdat het op zeker moment niet meer zal gaan om nòg méér binnen te rijven. Maar daar denkt momenteel niemand aan. Dus vergaren, terwijl het nog kan! Men denkt dat het hen later tengoede zal komen, maar intussen verliest elke cent, en dit ieder jaar, verder zijn waarde, hetgeen uiteindelijk zal resulteren in, dat uiteindelijk 'niemand' nog financïeel zal (kunnen) overleven. Want als er op zeker moment, om economische redenen, geen goederen meer zullen kunnen worden vervaardigd, zullen zelfs de rijken ook niet meer kunnen kopen. En waar niet meer kan worden gekocht, zal ook niet meer kunnen worden verdiend! Maar goed, we zijn nu eenmaal, en allemaal, zodanig in het systeem verweven, dat het niet anders meer kan! We zijn niet alleen NIET tevreden met wat we nu al hebben, maar we willen steeds meer en meer. Dat is nu eenmaal eigen geworden aan het steeds verder evoluerende wereld-economie-systeem. Wie NIET steeds meer en meer verdient, stagneert, en zal na bepaalde tijd, zelfs in zijn levensnoden niet meer kunnen voorzien. Helaas dan maar weer. Maar zo is het, welke andere mening sommigen dan ook hierover mogen hebben! Het is dus eigenlijk onze verdomde plicht geworden om alsmaar naar meer te streven. Anders blijven, voor degenen die dit aanvechten, de negatieve gevolgen niet lang meer uit! Ik vraag mij trouwens ook gestadig af, waarom het niet anders kan! Tevreden zijn, is een zgn gods-geschenk, maar alsmaar meer willen, en dit omdat het eigenlijk niet anders kan, dat is volgens mij althans, een duivelse drang. Al geloof ik dan persoonlijk, noch in het één, noch in het ander! Maar hoe dan ook, die drang is er wel! En nogmaals, omdat het nu eenmaal niet anders kan! Helaas, is dat aan sommige minderheidsgroepen, zoals daar bvb zijn, invaliden, tevergeefs werkzoekenden, gepensioneerden, en- of nog vele anderen, niet gegund. Vandaar dat die groepen alsmaar armer en armer worden, en nu al, hun eigen broodnodige levensbehoeften niet meer kunnen betalen. En dat zal steeds maar erger en erger worden, hetgeen helemaal niet moeilijk te voorspellen is.
-
janx - Lid geworden op: 02 okt 2008, 19:52
De mens heeft vele levens nodig om naar het niveau van denken te kunnen komen. Velen zijn nog onderweg, op naar het harmonisch denken. En zoals je weet alles heeft een leerproces nodig. Sommigen kunnen het al een beetje, anderen nog niet zij zijn nog in hun ik stadium opweg naar het betere waar wat meer ruimte en begrip is voor de ander.Henriette schreef:Dat denk jij!
Met het denken is niets mis maar waar het mij altijd om gaat is het psychologische denken, ofwel ego denken.
neen, dat is geen denken de motor daar achter is het verlangen naar.... pas dan gaat men denken hoe het te verwezelijken. Heeft men een keer ervaren hoe dat uitpakt door een ander en je bent daar een slachtoffer van geweest heb je de keus om het zelf nog erger te doen of gaan denken , neen, dat wil ik niet.Henriette schreef: Wat is het dat de mens zichzelf meer waant dan de ander?
Of juist minder?
Dat is het psychologische denken, toch?
Wat is het waar de meeste oorlogen en conflicten uit ontstaan?
Dat is het psychologische denken (het najagen van ideeën) en voor de ideeën de ander fysiek of psychisch liquideren, toch?
Wat is dat onverzadigbare verlangen van de mens naar (hebben! heben! hebben!) materiële zaken?
Dat is het denken toch?
Want zonder het denken (dat altijd uit is op graaien) zou dat fenomeen zich niet voordoen.
Onvolwassen gevoel .... onvoldoende gevoel om het niet te doen wegens te weinig ervaring hoe dat uitpakt en anderen kan kwetsen of leed brengt. Je keus is dan ondergeschikt aan dat onvolwassen gevoel. En luistert naar zoals je schrijft...Henriette schreef: Het psychologische denken is gebaseerd op angst..en daarom maken de spreekwoordelijk in het nauw gedreven katten rare sprongen.
Vanuit het psychologische denken ontstaat de ware agressie.
En waar is dat denken op gebaseerd?
Henriette schreef: Op IK en MIJ.
Alles is Één en die Éne is Alles.
-
wayti - Lid geworden op: 06 aug 2008, 23:25
- Locatie: Antwerpen
Goede posting Fazal, (en ik bedoel de ganse posting) een nadenkertje..Vandaar dat die groepen alsmaar armer en armer worden, en nu al, hun eigen broodnodige levensbehoeften niet meer kunnen betalen. En dat zal steeds maar erger en erger worden, hetgeen helemaal niet moeilijk te voorspellen is.
GOD=LIEFDE voor alles wat leeft.