Hilarische feestdagen
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Ik ben ook geringd, zo'n goeie achtendertig jaar geleden. Mijn, toen nog niet ega, had de grootste moeite om dat buisje over mijn ringvinger te wurmen; komt ervan als je op een natte oktoberdag het kerkportaal overschrijdt. Vanuit de zwarte Cadillac-limousine had ik nog een tuiltje meegekregen met tweeëntwintig rozen. Zoiets weegt door, en daar leurde ik dus de brede kerkgang mee door. Met je ene arm door een andere, van mijn moeder, en aan de andere dat kleurig hanggewas zwellen je handen op hé... Probeer dan maar eens zo'n cirkelvormig gouden buisje ordentelijk over die dikke vinger te krijgen. Onze pastor, toen nog een jong ventje dat net uit de voorovergebogen houding van zijn wijding tevoorschijn kwam, -herinner ik mij nog- vroeg fluisterend of hij er geen hamer bij zou halen... De snuggere wist geeneens dat wijwater ook afdoend is om te ringen. Onze dag was ingezegend, de hemelsluizen hadden hun best gedaan. (Kwezel, nu weet je ook waarom ik zo verzot ben op die "nattigheid" hé). Na de kerkdienst, waar trouwens maar één shot is van genomen voor het fotoalbum, vertrok de karavaan naar de abdij van Postel. Daar werd de dag, met meer dan 500 genodigden, afgesloten met een groot bachanaal. Natuurlijk moesten er ook enkele buitenopnames gebeuren, ter herinnering. Maar aangezien het bos van de Broqueville doorweekt was, kon die locatie niet doorgaan. Dan maar van de nood een deugd gemaakt; onder de erker van het portaal was het nog enigszins droog. Kun je je voorstellen, al die poses op een paar vierkante meter ? De enige die toen nat werd was de fotograaf. Afstand nemen, want z'n groothoeklens was ie vergeten. Al bij al heeft ie een niet onaardig aantal belekens getrokken waarvan nu, na inzage van dat trouwalbum, meer doodsprentjes in staan dan ik toen kon vermoeden. De meeste oudjes zijn nu heengegaan, alleen die twee gouden ringen zijn gebleven...
TLL
TLL
-
Gast
Nu dat er hier zijn die graag over piercing praten, denk ik plots aan mijn oudste. Al wat ik hem verboden heb toen hij nog thuis verbleef als puber, heeft hij gedaan vanaf het moment dat hij gehuwd is. Honderd keer vroeg hij om een navelpiercing te hebben, eentje aan zijn wenkbrauw te laten bengelen en de alom bekende oorbel. Iedere keer stootte hij bij mij op een standvastige njet, niks tattoo en niks ijzerhoudend in het aangezicht. Nu zijn er mensen die in het extreem geval hun tong laten splijten, wat ze daar voor beweegredenen in zien, ik heb er echt geen flauw idee van. Wellicht willen ze ermee shockeren, of koste wat kost letterlijk origineel willen zijn? Wie het weet mag het zeggen.
De tong is een rijk doorbloede spier, die vanuit de keel de mond in komt. De grote takken van de arteria lingualis (tongslagader) zijn duidelijk zichtbaar onder de tong. Met behulp van acht verschillende spieren wordt de tong heen en weer bewogen. Door deze spieren kan de tong dik, dun, lang of kort worden gemaakt. Op het oppervlak en aan de tongranden zitten de smaakpapillen. Omdat de tong zo rijk doorbloed is, en er zoveel zenuwen aanwezig zijn, is dit een erg risicovolle ingreep. Je moet maar goesting hebben om de ganse dag met een gespleten tong te praten, je lispelt als een slang met haar siiiis geluid.
Veel mensen hebben er al een hier of daar, en niemand ligt er nog van wakker. Maar je moet maar eens met een ‘Prince Albert’ rondlopen, krijg je zo de kroonjuwelen te zien. Een piercing door de geslachtsdelen is daarentegen nog wel nieuw en spannend, het is niet iets wat je zomaar doet. De meeste intimipiercings worden daarom ook niet bij de jeugd gezet, maar bij wat oudere mensen, die een nieuwe dimensie aan hun liefdesleven willen toevoegen.
In het oude Rome waren piercings door de voorhuid van het geslachtsdeel van de man of door de binnenste en buitenste intieme plekken van een vrouw al eenvoudige en doeltreffende methoden om vreemd gaan te voorkomen. Een hangslotje voldeed al een stuk minder ingewikkeld dan de kuisheidsgordels die wij hier later zijn gaan gebruiken, enfin de Kruisvaarders toch. Hun eega mocht niks en zij mochten proeven van de heerlijke naveldansende deernes, van solidariteit gesproken.
Je kan piercings in vele vormen en in vele materialen krijgen. Het is net als met oorringetjes. Laat het eerst genezen met een zweerringetje/staafje en dan pas 'mooie bellen' kopen. Wanneer je bijvoorbeeld onmiddellijk al een piercing met een briljantje zou willen wordt zo'n briljantje alleen maar zwart door het huidzuur en het wondvocht.
Zo komt mijn zoonlief langs op een ochtend, zijn hand bedekte zijn ogen, en wat zie ik: juist, een wenkbrauwstaafje. Een oor is gesierd met een oorring dat later door zo’n briljantje zou vervangen worden. Maar toen kwam nog meer aan het licht, zijn rug droeg een tattoo met de beeltenis van een Chinese draak, je moet er maar zin in hebben om de ganse dag te sleuren met vuurspuwende draken op je rug. Tot slot kwam de schoondochter fier op de proppen met een navelpiercing en een diamantje door haar neus geprikt. Achteraf moest ik toch toegeven, dat het ze niet misstond, en ik overwoog om ook een briljantje te laten steken door mijn neus in de toekomst, zolang we maar geen stieren worden, die op een rode lap reageren want dan is Ed aan de beurt als Toreador. Olè
De tong is een rijk doorbloede spier, die vanuit de keel de mond in komt. De grote takken van de arteria lingualis (tongslagader) zijn duidelijk zichtbaar onder de tong. Met behulp van acht verschillende spieren wordt de tong heen en weer bewogen. Door deze spieren kan de tong dik, dun, lang of kort worden gemaakt. Op het oppervlak en aan de tongranden zitten de smaakpapillen. Omdat de tong zo rijk doorbloed is, en er zoveel zenuwen aanwezig zijn, is dit een erg risicovolle ingreep. Je moet maar goesting hebben om de ganse dag met een gespleten tong te praten, je lispelt als een slang met haar siiiis geluid.
Veel mensen hebben er al een hier of daar, en niemand ligt er nog van wakker. Maar je moet maar eens met een ‘Prince Albert’ rondlopen, krijg je zo de kroonjuwelen te zien. Een piercing door de geslachtsdelen is daarentegen nog wel nieuw en spannend, het is niet iets wat je zomaar doet. De meeste intimipiercings worden daarom ook niet bij de jeugd gezet, maar bij wat oudere mensen, die een nieuwe dimensie aan hun liefdesleven willen toevoegen.
In het oude Rome waren piercings door de voorhuid van het geslachtsdeel van de man of door de binnenste en buitenste intieme plekken van een vrouw al eenvoudige en doeltreffende methoden om vreemd gaan te voorkomen. Een hangslotje voldeed al een stuk minder ingewikkeld dan de kuisheidsgordels die wij hier later zijn gaan gebruiken, enfin de Kruisvaarders toch. Hun eega mocht niks en zij mochten proeven van de heerlijke naveldansende deernes, van solidariteit gesproken.
Je kan piercings in vele vormen en in vele materialen krijgen. Het is net als met oorringetjes. Laat het eerst genezen met een zweerringetje/staafje en dan pas 'mooie bellen' kopen. Wanneer je bijvoorbeeld onmiddellijk al een piercing met een briljantje zou willen wordt zo'n briljantje alleen maar zwart door het huidzuur en het wondvocht.
Zo komt mijn zoonlief langs op een ochtend, zijn hand bedekte zijn ogen, en wat zie ik: juist, een wenkbrauwstaafje. Een oor is gesierd met een oorring dat later door zo’n briljantje zou vervangen worden. Maar toen kwam nog meer aan het licht, zijn rug droeg een tattoo met de beeltenis van een Chinese draak, je moet er maar zin in hebben om de ganse dag te sleuren met vuurspuwende draken op je rug. Tot slot kwam de schoondochter fier op de proppen met een navelpiercing en een diamantje door haar neus geprikt. Achteraf moest ik toch toegeven, dat het ze niet misstond, en ik overwoog om ook een briljantje te laten steken door mijn neus in de toekomst, zolang we maar geen stieren worden, die op een rode lap reageren want dan is Ed aan de beurt als Toreador. Olè
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Het moet toch maar vervelend zijn, heel de dag herinnerd te worden om de bezitterigheid van je echtgenoot. Draag jij rechts of links, wordt mij wel een gevraagd. Stel je voor dat de dames dat ook zouden te horen krijgen ? Dat kettinkje dat iets te lang door die schaampiercing de rand van hun slipje of string ontsnapt. Aan welke kant ? Dat kettinkje, tot daar aan toe, zal wel minuskuul zijn; maar dat fiets- of hangslot kan toch niet zo klein zijn... en ik zie manlief nog niet keuteren met een pincetje omdat het sleuteltje verwart zit in dat bos daaromtrent...
Sommigen behoren dan ook een degelijk slot te hebben, die overmoedigen die dat krulletje extra zouden willen zien achter menige gulp.
Ik moet er niet aan denken, ik ben zo al een stoelganger. Dat ik telkens in mijn sleutelbos moet graaien om dat te ontkoppelen dat telkens in de weg hangt. Sommigen zouden er niet van terugschrikken daar een slot op te hangen waar je je kan vergissen; dat stropke dat -voor gezonden onder ons- meermaals daags open- en dicht gaat. De toiletten zijn nog niet van aarsspiegeltjes voorzien... al erg genoeg voor de inwoners van Aarschot...
Sommigen behoren dan ook een degelijk slot te hebben, die overmoedigen die dat krulletje extra zouden willen zien achter menige gulp.
Ik moet er niet aan denken, ik ben zo al een stoelganger. Dat ik telkens in mijn sleutelbos moet graaien om dat te ontkoppelen dat telkens in de weg hangt. Sommigen zouden er niet van terugschrikken daar een slot op te hangen waar je je kan vergissen; dat stropke dat -voor gezonden onder ons- meermaals daags open- en dicht gaat. De toiletten zijn nog niet van aarsspiegeltjes voorzien... al erg genoeg voor de inwoners van Aarschot...
-
Gast
Kwade tongen beweren dat God niet bestaat. Waar is dan dat heilige vuur, wanneer horen we de vurige tongen of nog beter, wanneer kunnen we vurige tongen waarnemen? Dat er een witte duif ergens rondgevlogen heeft, dat nemen velen nog aan, maar de nederdaling van ‘vurige tongen’, dat is een ander epistel. Mensen zagen bijna 2000 jaar geleden plots een hevig vuur uit de hemel komen, het verwarde hun geest want ineens begonnen de mensen ieder in een andere taal te spreken. Nu mogen we onze taalkennis uitbreiden via taalpakketten die langs het internet ons worden aangeboden en niemand die voor heethoofd of voor debiel wordt versleten, van gemakszucht gesproken! Waar is de tijd naar toe dat we als een minibruidje de kerk betraden? We deden onze Plechtige Communie op de dag van de ‘Vurige Tongen,’ niet in een Jezuskleed, dat kwam pas jaren later aan de orde maar in een sneeuwwitte kanten jurk. Ons ma, die ratelde op haar naaimachine zich te pletter aan ons onschuldig kleed. Wit is een teken van onschuld, maar die dag was ook een teken, dat je als een kleine volwassen mens werd beschouwd. Onze lange haren moesten er aan geloven, en onze lingerie werd opeens aangepast en vol vertrouwen zag moeder dat het goed was. Er ging een tweejarige zenuwslopende periode aan vooraf, van catechismus volgen. Iedere dag voordat de lessen begonnen zouden we in de kerk mogen luisteren over de fantastische verhalen die de proost ons vertelde. O wee, als je één dag had overgeslaan, hoofdpijn bestond toen niet en buikpijn door het ontberen van voedsel die dag, dat werd niet aanhoord. Twee lange jaren, we werden voorbereid om heilig te worden, iets anders zou ik er niks uit kunnen maken. Voordat je tot de volwassen wereld mocht behoren, moest je ook nog gevormd worden. Wie geen ‘Vormsel’ had ondergaan, werd geschrapt van de lijst, geen communicantje, geen feest. In die tijd was dat nog Monseigneur Van Zuylen, die de klap uitdeelde. Te voet in groep wandelden we naar het naburige dorp om in de grote kerk gevormd te worden. Alle zesden van de streek waren uitgenodigd om deel te nemen, tenminste als ze hun catechismus trouw waren gebleven. De Peter van de ganse bende, was gewoonlijk de Burgervader en zijn vrouw behoorde de taak te vervullen van Metemoei. Na afloop kregen we een consumptie aangeboden, een warme choco, en niet te gulzig drinken riep dan iemand, want dan moeten jullie te veel boeren onderweg. Op de terugweg naar ons eigen dorp, zongen we geloofsliederen, we voelden ons een beetje heilig op dat moment. Wie zingt er nu nog Alleluja liedjes?
Het Nieuwe testament werd ons met hand en tand uitgelegd, we mochten niks anders lezen zei ooit een juf, dan Rooms Katholieke boeken. Toen werd mijn nieuwsgierigheid pas wakker geroepen. Waarom waren al de andere boeken dan zo slecht om te lezen, wat verbergden ze dan? Het leek wel of die boekjes vunzige teksten inhielden. Elke godsdienst zei immers, dat zij de beste waren, waren er dan zoveel goden in een ander land? Wie zegt, dat wij Katholieken, de beste zijn, we leven niet allemaal volgens de tien geboden van God, we trekken die nogal eens in twijfel. De Belgen die doen niks liever dan de wet omzeilen.
De grote dag naderde en alles werd grondig in gereedheid gebracht, de tafels in T-vorm geschoven, de konijnen werden op tijd geslacht en de taarten met slagroom vulden gretig de houten tafels. ’s Morgens liep de kapster nog vlug achterom, om de laatste lakbeurt te geven en ondertussen hielp iemand met gretige handen mee om me op te tooien. Ze lijkt wel een echt bruidje fluisterde iemand en mijn grootje, die pinkte een vlugge traan weg. Onder begeleiding van een lieflijk engelenkoor werden we de kerk ingeloodst, niemand had die dag buikpijn of hoofdpijn. We waren allemaal heiligen die dag, zelfs de jongens, die voor het eerst die dag hun maatpak aankregen, ook die geloofden dat het goed was. Geen enkel die durfde het te riskeren om aan onze tresjes te trekken, ook zij waren met Pinksteren jonge volwassen mensen geworden. En daarna, daarna gingen we naar de foor, de botsauto’s geweld aandoen, we waren immers allemaal nu sanctos en op weg om een twen (tiener) te worden.
Het Nieuwe testament werd ons met hand en tand uitgelegd, we mochten niks anders lezen zei ooit een juf, dan Rooms Katholieke boeken. Toen werd mijn nieuwsgierigheid pas wakker geroepen. Waarom waren al de andere boeken dan zo slecht om te lezen, wat verbergden ze dan? Het leek wel of die boekjes vunzige teksten inhielden. Elke godsdienst zei immers, dat zij de beste waren, waren er dan zoveel goden in een ander land? Wie zegt, dat wij Katholieken, de beste zijn, we leven niet allemaal volgens de tien geboden van God, we trekken die nogal eens in twijfel. De Belgen die doen niks liever dan de wet omzeilen.
De grote dag naderde en alles werd grondig in gereedheid gebracht, de tafels in T-vorm geschoven, de konijnen werden op tijd geslacht en de taarten met slagroom vulden gretig de houten tafels. ’s Morgens liep de kapster nog vlug achterom, om de laatste lakbeurt te geven en ondertussen hielp iemand met gretige handen mee om me op te tooien. Ze lijkt wel een echt bruidje fluisterde iemand en mijn grootje, die pinkte een vlugge traan weg. Onder begeleiding van een lieflijk engelenkoor werden we de kerk ingeloodst, niemand had die dag buikpijn of hoofdpijn. We waren allemaal heiligen die dag, zelfs de jongens, die voor het eerst die dag hun maatpak aankregen, ook die geloofden dat het goed was. Geen enkel die durfde het te riskeren om aan onze tresjes te trekken, ook zij waren met Pinksteren jonge volwassen mensen geworden. En daarna, daarna gingen we naar de foor, de botsauto’s geweld aandoen, we waren immers allemaal nu sanctos en op weg om een twen (tiener) te worden.
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Als je dan toch gevormd wilde worden, moest je -zoals wij, mijn broer en ik- toevallig op een seminarie ingelijfd zijn. Binnen die vier muren (of een hoeveelheid daarvan) zagen wij weinig van de wereldlijke luxe waarin kinderen destijds de lanen afschuimden vergezeld van pa of ma, oom of tante. Van kleermaakster naar couturier, van kleermaker naar juwelier. Zij kregen een maatpak, een bijna-bruidsjurk, een polshorloge of een kettinkje. Wij hadden slechts een gang, de corridor tussen de refter en de kapel. En tussendoor mochten wij hardop enkele epistels uit de catechismus opzeggen, rondjes draaiend op de grote koer. Want de kandidaat vormelingen waren met velen op dat internaat. Wij waren allen voorbestemd om kazuifeldragers te worden, dat stak toch in die eminente achterhoofden van die rok- en pijdragende leraren.
Ik herinner mij wel een metamorfose destijds. Het vormsel werd uitgevoerd op hetzelfde ogenblik als de "plechtige kommunie". De aartsbisschop persoonlijk kwam ons een hart onder de riem steken. Hij kon toch moeilijk zijn pastoorsfabriekske ontzien en in de Sint Katharinakerk die andere buitenschoolsen inzegenen. Die "paarse" kwam dan met veel luister de kapel ingeschreden, en wij onderdanig gezalfden mochten dan heel eerbiedig knikken als hij ons -persoonlijk- de hand schudde. Na de dienst kwamen de feestelijkheden; de ouders waren daarvoor uitgenodigd, maar moesten zich tijdens de plechtige Eucharistieviering wél afzijdig houden. In een "slot" gaat het er wel heel anders aan toe dan in een normale kerkelijke omgeving. Maar het feestmaal met de genodigden ging dan door in de grote zaal van St. Jan. St. Aloisius mocht niet betreden worden, die aftandse krijttafels werden dan benut als het géén feest was. Nu mochten wij, eindelijk, aan de zwaar verniste notelaren tafels plaatsnemen en was er eens geen schenker, deler of toezichter te bespeuren. Nu werden wij in de watte gelegd, daarvoor had Jaak (de knecht) heel wat meer personeel ten dienste, ja zelfs toegewijde obers-in-opleiding van de hotelschool 't Spijker. Niet alleen de hapsnapjes, maar ook de rijkelijke dis werd ons voorgeschoteld én daarna de drank mét een cigaartje voor de liefhebbers. Mijn eerste cigaartje heb ik daar opgerookt, mijn eerste borrel geproefd... wij waren nu tenslotte bij "de grote mensen". Laat na de feestmaaltijd zagen we geen vurige tongen, maar wel een andere metamorfose... Menige geestelijke zag zijn geestelijkheid in geestrijkheid veranderd... en mochten wij, als onze ouders huiswaards keerden, eindelijk eens zien wat onder dat habijt verborgen was... Niks bijzonders, 't moest onze toekomst worden hé...
Ik herinner mij wel een metamorfose destijds. Het vormsel werd uitgevoerd op hetzelfde ogenblik als de "plechtige kommunie". De aartsbisschop persoonlijk kwam ons een hart onder de riem steken. Hij kon toch moeilijk zijn pastoorsfabriekske ontzien en in de Sint Katharinakerk die andere buitenschoolsen inzegenen. Die "paarse" kwam dan met veel luister de kapel ingeschreden, en wij onderdanig gezalfden mochten dan heel eerbiedig knikken als hij ons -persoonlijk- de hand schudde. Na de dienst kwamen de feestelijkheden; de ouders waren daarvoor uitgenodigd, maar moesten zich tijdens de plechtige Eucharistieviering wél afzijdig houden. In een "slot" gaat het er wel heel anders aan toe dan in een normale kerkelijke omgeving. Maar het feestmaal met de genodigden ging dan door in de grote zaal van St. Jan. St. Aloisius mocht niet betreden worden, die aftandse krijttafels werden dan benut als het géén feest was. Nu mochten wij, eindelijk, aan de zwaar verniste notelaren tafels plaatsnemen en was er eens geen schenker, deler of toezichter te bespeuren. Nu werden wij in de watte gelegd, daarvoor had Jaak (de knecht) heel wat meer personeel ten dienste, ja zelfs toegewijde obers-in-opleiding van de hotelschool 't Spijker. Niet alleen de hapsnapjes, maar ook de rijkelijke dis werd ons voorgeschoteld én daarna de drank mét een cigaartje voor de liefhebbers. Mijn eerste cigaartje heb ik daar opgerookt, mijn eerste borrel geproefd... wij waren nu tenslotte bij "de grote mensen". Laat na de feestmaaltijd zagen we geen vurige tongen, maar wel een andere metamorfose... Menige geestelijke zag zijn geestelijkheid in geestrijkheid veranderd... en mochten wij, als onze ouders huiswaards keerden, eindelijk eens zien wat onder dat habijt verborgen was... Niks bijzonders, 't moest onze toekomst worden hé...
-
Gast
Er wordt zoveel verteld over Pinksteren, dat ik eventjes diep in mijn geheugen ben gaan zoeken. Bij je Plechtige Communie kreeg je een Missaal, zo kon je de Eucharistie beter meevolgen vanaf je harde stoel. Alleen bij de preek op dat moment mocht je je stoel omdraaien om erop te zitten, voor de rest van de tijd werden je knieën gekweld. Tijdens de preek die nog op de kansel doorging zodat de ‘Heilige Vader’ goed over het gepeupel kon kijken, bladerde je dan heel doordacht in dat dikke misboekje. De bladzijden stonden krom van je natte vingers die ezelsoren vormden maar zo kon je dan de verveling van de ellenlange preek een beetje wegwerken. Ondertussen werden ook heiligenprentjes geruild en waarachtig, ik kreeg zelfs van iemand een doodsprentje. Thuis gekomen vroeg ons ma: “en hoe was de preek, waarover ging hij”? Mijn oudste zus die viel telkens flauw in de kerk, mijn oudere broer, die was met geen ogen te bespeuren, kwajongens gingen al eens een robbertje knikkeren op het nabijgelegen kerkhof. In mijn achterhoofd had ik wel hier en daar iets onthouden maar de rest fantaseerde ik erbij. Ik kon maar moeilijk zeggen dat ik aan ruilhandel deed tijdens de homolie.
Onze pastoor die maakte er een gewoonte van, hij nodigde zichzelf uit bij iemand in het dorp. Plots stond hij voor onze voordeur en bood zichzelf aan om ons de eer te gunnen, dat hij bij ons aan tafel zou aanschuiven. Eéntje meer of minder dat merkten ze thuis toch niet, er zaten er al genoeg die met een hongerige blik naar de soep staarden, terwijl de paster de gebeden deed om het eten vlot naar beneden te krijgen. De kleine pastoor die had een lange grijswitte baard, een missionarisbaard want hij was nog in de missies geweest ergens in een ver land over zee. De weldaden van ons moeder liet hij zich smaken en de resten hingen nog in slierten over zijn baardharen verspreid, zo had de brave man tweemaal deugd van de zondagse soep. Ondertussen vertelde hij over zijn missiepost en dat hij nog ieder jaar van die arme bevolking een geldsom kreeg, dat hij uiteraard terugstuurde met Belgische franken of dollars bij. Maar niet alleen vertelde hij over zijn verre avonturen maar ook over de Hoogdagen en hun betekenis. Plots was hij een geboren verteller waar je uren naar kon luisteren zonder je te vervelen, ik had ineens geen behoefte aan ruilhandel van bélekes en mijn oren zette ik groot open om niks te missen van die boeiende verhalen. In gedachten waande je je één van de apostelen die rondom Jezus zaten en met open mond Hem aanhoorde. Hier even een citaat van hem, diep opgevist tussen mijn brouwels. Dit zijn geen vijgen na Pasen, vijftig dagen na Pasen is het Pinksteren. Het woord komt van het Griekse 'pentekostes', dat vijftig betekent en een rond getal, een symbool voor volheid en overvloed was. Pinksteren is de afronding, de voltooiing van de paastijd. Op het eerste Pinksterfeest daalde de Heilige Geest neer over de apostelen, waardoor deze in staat waren het evangelie te verkondigen in alle toen denkbare talen. "Gaat uit over de wereld en verkondigt het evangelie in alle uithoeken der aarde", luidt de boodschap. Het is de voltooiing van ‘Jezus' verlossingswerk en wordt gezien als de stichtingsdag van de Kerk. Hoewel Pinksteren een van de oudste feesten van de christelijke kerk is (het wordt sinds de derde eeuw officieel gevierd) en na Pasen en Kerstmis als belangrijkste christelijke feest geldt, heeft het nooit dezelfde populariteit gekregen als deze. Mogelijk dat dit gelegen is in het feit dat met Pinksteren niets tastbaars gevierd wordt, alleen wordt op Sixsem wellicht gezegd: “gaat en vermenigvuldig u”. De Heilige Geest is niet te zien of aan te raken. Toch ervaren veel mensen zijn aanwezigheid. In de religieuze kunst wordt de Heilige Geest vaak afgebeeld als duif, windvlaag of in de vorm van vurige tongen die de apostelen de kracht gaven voor hun geloof uit te komen. Pinksteren en het Sacrament van het Vormsel zijn verwant aan elkaar. Bij deze plechtige handeling wordt de kracht van de Heilige Geest over de christen afgeroepen om het christelijk geloof, net als de apostelen na het eerste Pinksterfeest, moedig en standvastig te belijden en te beleven. Dit sacrament wordt toegediend door de bisschop of door een door hem aangewezen 'vormheer'. Waar is de tijd toch naartoe, waar is hij de missionaris gebleven? En de prentjes, die zijn nog altijd in mijn bezit, ik koester ze als een dierbare schat op zolder.
Onze pastoor die maakte er een gewoonte van, hij nodigde zichzelf uit bij iemand in het dorp. Plots stond hij voor onze voordeur en bood zichzelf aan om ons de eer te gunnen, dat hij bij ons aan tafel zou aanschuiven. Eéntje meer of minder dat merkten ze thuis toch niet, er zaten er al genoeg die met een hongerige blik naar de soep staarden, terwijl de paster de gebeden deed om het eten vlot naar beneden te krijgen. De kleine pastoor die had een lange grijswitte baard, een missionarisbaard want hij was nog in de missies geweest ergens in een ver land over zee. De weldaden van ons moeder liet hij zich smaken en de resten hingen nog in slierten over zijn baardharen verspreid, zo had de brave man tweemaal deugd van de zondagse soep. Ondertussen vertelde hij over zijn missiepost en dat hij nog ieder jaar van die arme bevolking een geldsom kreeg, dat hij uiteraard terugstuurde met Belgische franken of dollars bij. Maar niet alleen vertelde hij over zijn verre avonturen maar ook over de Hoogdagen en hun betekenis. Plots was hij een geboren verteller waar je uren naar kon luisteren zonder je te vervelen, ik had ineens geen behoefte aan ruilhandel van bélekes en mijn oren zette ik groot open om niks te missen van die boeiende verhalen. In gedachten waande je je één van de apostelen die rondom Jezus zaten en met open mond Hem aanhoorde. Hier even een citaat van hem, diep opgevist tussen mijn brouwels. Dit zijn geen vijgen na Pasen, vijftig dagen na Pasen is het Pinksteren. Het woord komt van het Griekse 'pentekostes', dat vijftig betekent en een rond getal, een symbool voor volheid en overvloed was. Pinksteren is de afronding, de voltooiing van de paastijd. Op het eerste Pinksterfeest daalde de Heilige Geest neer over de apostelen, waardoor deze in staat waren het evangelie te verkondigen in alle toen denkbare talen. "Gaat uit over de wereld en verkondigt het evangelie in alle uithoeken der aarde", luidt de boodschap. Het is de voltooiing van ‘Jezus' verlossingswerk en wordt gezien als de stichtingsdag van de Kerk. Hoewel Pinksteren een van de oudste feesten van de christelijke kerk is (het wordt sinds de derde eeuw officieel gevierd) en na Pasen en Kerstmis als belangrijkste christelijke feest geldt, heeft het nooit dezelfde populariteit gekregen als deze. Mogelijk dat dit gelegen is in het feit dat met Pinksteren niets tastbaars gevierd wordt, alleen wordt op Sixsem wellicht gezegd: “gaat en vermenigvuldig u”. De Heilige Geest is niet te zien of aan te raken. Toch ervaren veel mensen zijn aanwezigheid. In de religieuze kunst wordt de Heilige Geest vaak afgebeeld als duif, windvlaag of in de vorm van vurige tongen die de apostelen de kracht gaven voor hun geloof uit te komen. Pinksteren en het Sacrament van het Vormsel zijn verwant aan elkaar. Bij deze plechtige handeling wordt de kracht van de Heilige Geest over de christen afgeroepen om het christelijk geloof, net als de apostelen na het eerste Pinksterfeest, moedig en standvastig te belijden en te beleven. Dit sacrament wordt toegediend door de bisschop of door een door hem aangewezen 'vormheer'. Waar is de tijd toch naartoe, waar is hij de missionaris gebleven? En de prentjes, die zijn nog altijd in mijn bezit, ik koester ze als een dierbare schat op zolder.
-
Fikske - Lid geworden op: 16 dec 2003, 12:31
- Locatie: W-O 1970
Beste Telloorlekker & kwezel, met heel veel genoegen lees ik jullie schrijfsels en heb er echt van genoten.
Eigenlijk ben ik een beetje jaloers op jullie. Af en toe probeer ik ook wat in een leesbare vorm neer te pennen maar dat kost mij heel veel tijd en op het einde ben ik dan nog niet tevreden met het resultaat.
Doe zo verder daar steek ik nog wat van op !
Alvast bedankt.
Fikske
Eigenlijk ben ik een beetje jaloers op jullie. Af en toe probeer ik ook wat in een leesbare vorm neer te pennen maar dat kost mij heel veel tijd en op het einde ben ik dan nog niet tevreden met het resultaat.
Doe zo verder daar steek ik nog wat van op !
Alvast bedankt.
Fikske
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Teveel eer Fikske en Zorro... de intellectueel in ons gezelschap is uiteraard Kwezel, zij weet als geen ander haar inhoud te staven met wetenschappelijke en -door anderen neergeschreven- teksten. Ik daarentegen ben maar een simpele ziel, die dat neerknalt wat zomaar te binnen schiet. Heel de eer komt haar eigenlijk toe; zij is echter meestal de aanzet waarop ik een vervolg brij. Zij laat niet makkelijk steken vallen, daarentegen kan ik moeilijk die twee of soms vijf priemen uit mekaar houden... van sokken brijen heb ik geen verstand. Maar die priemen doen mij wél aan wat anders denken; in mijn pijlenkoker zitten er ook, maar die hebben geen punt vooraan maar wel een stop. Zoals je ziet, schiet ik daarmee -af en toe- ook eens met spek. Ik wijk nogal eens vlug af van het onderwerp, mijn hersens zijn daarvoor dan ook iets ouder dan die van miss M&M, zoals Kwezel destijds nogal eens werd genoemd.
Komt dit omdat wij beiden "grensgevallen" zijn (zij van de Maasvlakte en ik uit het Kempens landschap), beiden grenzend aan onze Noorderburen.
Misschien hebben wij het feit van de breedsprakerigheid van die NL-kentekens mee. Zij zijn nogal aanstekelijk; hun reguliere kentekenplaten doen toch menigeen in de grensstreken aan dat onhebbelijk insect denken, je weet wel -die met dat gele en zwarte achterlijf- hun platen zijn daarvan het synoniem.
Je ziet, ik wijk alweer af... Komt ervan als je vingers vlugger werken dan je verstand...

Komt dit omdat wij beiden "grensgevallen" zijn (zij van de Maasvlakte en ik uit het Kempens landschap), beiden grenzend aan onze Noorderburen.
Misschien hebben wij het feit van de breedsprakerigheid van die NL-kentekens mee. Zij zijn nogal aanstekelijk; hun reguliere kentekenplaten doen toch menigeen in de grensstreken aan dat onhebbelijk insect denken, je weet wel -die met dat gele en zwarte achterlijf- hun platen zijn daarvan het synoniem.
Je ziet, ik wijk alweer af... Komt ervan als je vingers vlugger werken dan je verstand...
-
Gast
Aan u allen komt de lof en eer toe, zonder supporters, geen voetbal!
De maand mei wordt ook wel de bloeimaand genoemd, vanwege de vele bloeiende bomen, struiken en planten maar ik bezie het eerder als de bloemenmaand. Bloemenstoeten die door het stadscentrum proberen te laveren, doen het hartje van menig bloemenliefhebber sneller bonken. Op de zomereik en de iep na hebben alle bomen hun bladeren ontvouwd en struiken als Rhododendron hebben een mooie bloem uit hun bloemknoppen getoverd. Hier staan allerlei kleuren zusterlijk langs elkander en vormen een ronde bloemenpracht die druk bezocht wordt door onze Zoef, die als een bliksemschicht uit de boog van TLL raast.
Weldra worden balkons en terrassen weer vrolijk opgesmukt met Geraniums, Surfinia’s, Verbena’s, Begonia’s en vele anderen éénjarigen. Alleen die verdomde Ijsheiligen, kunnen nog een stok in de wielen steken. Hier staan de plantjes al een tijdje in bloembakken van terracottakleur bang te wachten om hun eerste stapjes in de buitenwereld te doen. Wie nu al eraan denkt om de bloemen buiten te zetten, komt soms bedrogen uit. St. Servatius en St. Bonificius kunnen nog hard uit de hoek komen, ze delen af en toe nog een slag onder de gordel uit. Weg zelfgekweekte plantjes, weg kleurige erkers en terrassen. Een andere echte ‘meibloeier’ is het Lelietje-Van-Dalen. De Latijnse naam is Convallaria Majalis en deze is bekend om zijn witte kelkjes die heerlijk geuren maar o zo giftig kunnen zijn. ‘Majalis’ betekent : ‘van de maand mei’ en Convallaria kan vertaald worden in ‘Convallis’, wat dal of vallei betekent en ‘leiron’ wat lelie wil zeggen. In het Engels wordt deze plant daarom ook wel ‘Lilly of the Valley’ genoemd. Kleine leliebloemen kan je in de kast leggen tussen de badhanddoeken, dat geeft een aangename geur af, je ruikt ze al vanop een afstand.
Deze maand staat in het teken van bloemen en Maria. Bij vele ouderen ziet men zelfs een Mariabeeld ergens in de tuin ten toon staan midden in een zelfgeconstrueerde grot. Als ik langs Vlaamse wegen fiets, gluur ik al eens bij de mensen in de tuin, om zo een gedacht te hebben van: wat ga ik er dit jaar aan toevoegen. Graag had ik een rozenboog met een afloper gehad maar dat vele werk altijd, je zit dag en nacht te ploegen in je tuin. Ben je met je grasmaaier achter in de wei dan kan je van voor opnieuw beginnen, ons klimaat is zonder pardon voor ons. Werken zullen we in het aanschijn van de wind, door druilregen en fletse zonneschijn.
Met deze heilige dagen, gaat in veel dorpen nog de processie uit, de dorpelingen houden steevast aan hun traditie. In de Maaskant danken de mensen vooral Maria omdat ze de Pest heeft weten ophouden in de vroege jaren 1900. Veel huishoudens verloren meer dan twee kinderen aan dat zwart gevaarte, dat geen uitzondering maakte voor arm of rijk. Boerenzonen die op het land dienstig waren vielen als vliegen voor een keutel. Ook ik dankte de Heer in die processie, niet voor de toenmalige Pest maar gewoon omdat we erbij hoorden. Op bijna iedere hoek van de straat, stond een klein altaar versierd met de eerste snijbloemen vanuit onze tuinen. Kandelaren met grote kaarsen deden hun best om niet het mooie zelfgeborduurde tafellinnen in brand te steken. Een loper aangelegd met de bloemenhoofdjes leidde de priester tot aan het altaar waar hij dan de lofgebeden uitsprak. De herder die liep met een monstrans onder het wijde scharlaken baldakijn dat door vier sterke mannen werd gedragen. Voor het baldakijn, liepen de zingende maagden waarvan ik ook deel uitmaakte. Als je naar de grote school ging, behoorde je niet langer tot de herderinnetjes, je werd ingedeeld bij de zingende maagden die een fluweelachtig wapperend kazuifel droegen. Een gouden tiara met een ster, versierde onze hoofden, en onze lange haren, die ondertussen weer bijgegroeid waren, slingerden welig in de wind op de maat van de dorpsharmonie. Jaren later zou dezelfde processie nog eens overgedaan worden maar dan alleen met moderne mensen, geen traditiegetrouwe kleren, geen rozenbladenstrooisters, geen zingende maagden, wellicht bleven er alleen nog zingenden en swingende zagen over. Wie de volgende voetboetedoening wil meemaken, die gaat best naar Echternacht, twee stappen voorwaarts, één achteruit. Is dat te ver voor sommigen, dan maar met zijn allen en Tilly voorop te voet naar Scherpenheuvel.
De maand mei wordt ook wel de bloeimaand genoemd, vanwege de vele bloeiende bomen, struiken en planten maar ik bezie het eerder als de bloemenmaand. Bloemenstoeten die door het stadscentrum proberen te laveren, doen het hartje van menig bloemenliefhebber sneller bonken. Op de zomereik en de iep na hebben alle bomen hun bladeren ontvouwd en struiken als Rhododendron hebben een mooie bloem uit hun bloemknoppen getoverd. Hier staan allerlei kleuren zusterlijk langs elkander en vormen een ronde bloemenpracht die druk bezocht wordt door onze Zoef, die als een bliksemschicht uit de boog van TLL raast.
Weldra worden balkons en terrassen weer vrolijk opgesmukt met Geraniums, Surfinia’s, Verbena’s, Begonia’s en vele anderen éénjarigen. Alleen die verdomde Ijsheiligen, kunnen nog een stok in de wielen steken. Hier staan de plantjes al een tijdje in bloembakken van terracottakleur bang te wachten om hun eerste stapjes in de buitenwereld te doen. Wie nu al eraan denkt om de bloemen buiten te zetten, komt soms bedrogen uit. St. Servatius en St. Bonificius kunnen nog hard uit de hoek komen, ze delen af en toe nog een slag onder de gordel uit. Weg zelfgekweekte plantjes, weg kleurige erkers en terrassen. Een andere echte ‘meibloeier’ is het Lelietje-Van-Dalen. De Latijnse naam is Convallaria Majalis en deze is bekend om zijn witte kelkjes die heerlijk geuren maar o zo giftig kunnen zijn. ‘Majalis’ betekent : ‘van de maand mei’ en Convallaria kan vertaald worden in ‘Convallis’, wat dal of vallei betekent en ‘leiron’ wat lelie wil zeggen. In het Engels wordt deze plant daarom ook wel ‘Lilly of the Valley’ genoemd. Kleine leliebloemen kan je in de kast leggen tussen de badhanddoeken, dat geeft een aangename geur af, je ruikt ze al vanop een afstand.
Deze maand staat in het teken van bloemen en Maria. Bij vele ouderen ziet men zelfs een Mariabeeld ergens in de tuin ten toon staan midden in een zelfgeconstrueerde grot. Als ik langs Vlaamse wegen fiets, gluur ik al eens bij de mensen in de tuin, om zo een gedacht te hebben van: wat ga ik er dit jaar aan toevoegen. Graag had ik een rozenboog met een afloper gehad maar dat vele werk altijd, je zit dag en nacht te ploegen in je tuin. Ben je met je grasmaaier achter in de wei dan kan je van voor opnieuw beginnen, ons klimaat is zonder pardon voor ons. Werken zullen we in het aanschijn van de wind, door druilregen en fletse zonneschijn.
Met deze heilige dagen, gaat in veel dorpen nog de processie uit, de dorpelingen houden steevast aan hun traditie. In de Maaskant danken de mensen vooral Maria omdat ze de Pest heeft weten ophouden in de vroege jaren 1900. Veel huishoudens verloren meer dan twee kinderen aan dat zwart gevaarte, dat geen uitzondering maakte voor arm of rijk. Boerenzonen die op het land dienstig waren vielen als vliegen voor een keutel. Ook ik dankte de Heer in die processie, niet voor de toenmalige Pest maar gewoon omdat we erbij hoorden. Op bijna iedere hoek van de straat, stond een klein altaar versierd met de eerste snijbloemen vanuit onze tuinen. Kandelaren met grote kaarsen deden hun best om niet het mooie zelfgeborduurde tafellinnen in brand te steken. Een loper aangelegd met de bloemenhoofdjes leidde de priester tot aan het altaar waar hij dan de lofgebeden uitsprak. De herder die liep met een monstrans onder het wijde scharlaken baldakijn dat door vier sterke mannen werd gedragen. Voor het baldakijn, liepen de zingende maagden waarvan ik ook deel uitmaakte. Als je naar de grote school ging, behoorde je niet langer tot de herderinnetjes, je werd ingedeeld bij de zingende maagden die een fluweelachtig wapperend kazuifel droegen. Een gouden tiara met een ster, versierde onze hoofden, en onze lange haren, die ondertussen weer bijgegroeid waren, slingerden welig in de wind op de maat van de dorpsharmonie. Jaren later zou dezelfde processie nog eens overgedaan worden maar dan alleen met moderne mensen, geen traditiegetrouwe kleren, geen rozenbladenstrooisters, geen zingende maagden, wellicht bleven er alleen nog zingenden en swingende zagen over. Wie de volgende voetboetedoening wil meemaken, die gaat best naar Echternacht, twee stappen voorwaarts, één achteruit. Is dat te ver voor sommigen, dan maar met zijn allen en Tilly voorop te voet naar Scherpenheuvel.
-
Gast
Macadam, macadam, macadam...dam...dam...dam, steenweg, steenweg...
Macadam, macadam, macadam...dam...dam... enz. enz.
Veel ritmischer en...bijlange zo vlug niet moe.
Macadam, macadam, macadam...dam...dam...dam, steenweg, steenweg...
Macadam, macadam, macadam...dam...dam... enz. enz.
Veel ritmischer en...bijlange zo vlug niet moe.
Macadam, macadam, macadam...dam...dam...dam, steenweg, steenweg...