Hilarische feestdagen
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Te voet naar Scherpenheuvel... nou, breek me de bek niet open. Mijn buurman is eraan verslaafd. Jaarlijks komt hij aan mijn deur zagen om toch nog een keer mee te gaan; de arme man weet niet wat hij vraagt. Weet hij wel wat dat is ? Van hieruit is dat minstens een dagmars; flink doorstappen met de zwarte botinnen. De twee paar sokken of kousen niet te vergeten. En de blaren en blijnen zijn dan welkom zéker ? Nee, mij niet gezien.
Bij ons is het gebruikelijk dat er nog een boerezoon zijn beste Brabander van stal haalt, weelderig optuigt en tussen de berries van de kar spant. Dat beest moet zich dan ook heel dat traject afbeulen. Want die vierwieler is ook beladen met allerlei prularia waar je de nacht mee kan doorbrengen. Het gedeelte onder de huif is dan ingericht als lazaret. Ten slotte is mijn buurman ook niet voor niets hulpverpleger bij het RK.
Ik zat vroeger meer in dat sanatorium dan ik de keien versleet. De ontsmettingsmiddelen werden toen opgestapeld tussen de kratten van Belgische herkomst mét inhoud. Geen beter ontsmettingsmiddel dan een goede sterke Hasseltse. Dat heelt en zalft tegelijk. 't Was natuurlijk smokkelwaar, want normaal was dat niet voorzien. Uiteindelijk moet je voor iets lijden als je naar Scherpenheuvel gaat. Een lijdensweg, een kalvarieberg was dat voor mij. Ik was toen het stappen nog niet gewoon. De Chiro ja, maar dat was kortstondig; dit was meer een overlevingstocht. De rugzakken met wat je van moeder meekreeg volgestouwd; die werd nog gedragen tot we eenmaal uit het zicht van de uitwuivenden verdwenen. Het devoot prevelen van Ave Maria en Onze Vaders lieten we nadien ook voor wat het was; nog voor het volgende dorp zongen we al van " Op de heide bloeit een heel klein bloemekein... Erika !" Wisten toen nog niet het bestaan af van de zo bezongen heuveltjes. Wij hadden maar één heuvel in het vooruitzicht; die waarboven de peperkoeken werden uitgedeeld. Dat was het enige wat die Heilige Maagd, die daar gevierd wordt, voor ons in petto had. Nadien konden wij ons dan meten met die knol voor de kar. Hij drollen, wij ook...
Toch was deze bedeltocht niet helemaal onze kalvarieberg. Zeker niet als al menige fles uit de proviantbakken soldaat was gemaakt. Wat ze thuis zouden denken, moest men ons hier zien doorlallen, zouden ze misschien nog vlug een kaarse laten branden bij de Arme Klaren. Want boetedoening, daar gingen wij tenslotte niet voor mee.
Eenmaal aangekomen moest eenieder in de basiliek een schapulierke aanschaffen, wijwater drinken en een de eredienst bijwonen. Dan zat onze taak erop en konden wij de wijde omgeving verkennen om ons tentje op te slaan. De nacht bracht dan raad en konden onze vermoede benen én ingewanden tot rust komen. Ons onderkomen werd meestal een gastvrije boerderij in de buurt van Zichem. De koebeesten kregen daar gezelschap van onze knol en de raven en hoenderij kweelden met ons de dronkemansliederen in de nacht.
Enkele kilometers voor onze aankomst thuis, moesten wij ons weer deftig gedragen, we prevelden de weesgegroetjes of zongen de meiliederen tot een bont gezelschap ons kwam begroeten, om dan gezamelijk de dorpskom te vullen. De pastoor voorop, geflankeert met twee in pij gestoken misdinaartjes. Wij kregen in de plaatselijke parochiezaal uiteindelijk de absolutie... onze zonden waren ons vergeven...
TLL
Bij ons is het gebruikelijk dat er nog een boerezoon zijn beste Brabander van stal haalt, weelderig optuigt en tussen de berries van de kar spant. Dat beest moet zich dan ook heel dat traject afbeulen. Want die vierwieler is ook beladen met allerlei prularia waar je de nacht mee kan doorbrengen. Het gedeelte onder de huif is dan ingericht als lazaret. Ten slotte is mijn buurman ook niet voor niets hulpverpleger bij het RK.
Ik zat vroeger meer in dat sanatorium dan ik de keien versleet. De ontsmettingsmiddelen werden toen opgestapeld tussen de kratten van Belgische herkomst mét inhoud. Geen beter ontsmettingsmiddel dan een goede sterke Hasseltse. Dat heelt en zalft tegelijk. 't Was natuurlijk smokkelwaar, want normaal was dat niet voorzien. Uiteindelijk moet je voor iets lijden als je naar Scherpenheuvel gaat. Een lijdensweg, een kalvarieberg was dat voor mij. Ik was toen het stappen nog niet gewoon. De Chiro ja, maar dat was kortstondig; dit was meer een overlevingstocht. De rugzakken met wat je van moeder meekreeg volgestouwd; die werd nog gedragen tot we eenmaal uit het zicht van de uitwuivenden verdwenen. Het devoot prevelen van Ave Maria en Onze Vaders lieten we nadien ook voor wat het was; nog voor het volgende dorp zongen we al van " Op de heide bloeit een heel klein bloemekein... Erika !" Wisten toen nog niet het bestaan af van de zo bezongen heuveltjes. Wij hadden maar één heuvel in het vooruitzicht; die waarboven de peperkoeken werden uitgedeeld. Dat was het enige wat die Heilige Maagd, die daar gevierd wordt, voor ons in petto had. Nadien konden wij ons dan meten met die knol voor de kar. Hij drollen, wij ook...
Toch was deze bedeltocht niet helemaal onze kalvarieberg. Zeker niet als al menige fles uit de proviantbakken soldaat was gemaakt. Wat ze thuis zouden denken, moest men ons hier zien doorlallen, zouden ze misschien nog vlug een kaarse laten branden bij de Arme Klaren. Want boetedoening, daar gingen wij tenslotte niet voor mee.
Eenmaal aangekomen moest eenieder in de basiliek een schapulierke aanschaffen, wijwater drinken en een de eredienst bijwonen. Dan zat onze taak erop en konden wij de wijde omgeving verkennen om ons tentje op te slaan. De nacht bracht dan raad en konden onze vermoede benen én ingewanden tot rust komen. Ons onderkomen werd meestal een gastvrije boerderij in de buurt van Zichem. De koebeesten kregen daar gezelschap van onze knol en de raven en hoenderij kweelden met ons de dronkemansliederen in de nacht.
Enkele kilometers voor onze aankomst thuis, moesten wij ons weer deftig gedragen, we prevelden de weesgegroetjes of zongen de meiliederen tot een bont gezelschap ons kwam begroeten, om dan gezamelijk de dorpskom te vullen. De pastoor voorop, geflankeert met twee in pij gestoken misdinaartjes. Wij kregen in de plaatselijke parochiezaal uiteindelijk de absolutie... onze zonden waren ons vergeven...
TLL
-
Gast
Het begon allemaal met Apollo, in die tijd wisten de mensen nog niks af van latere ruimtereizen, globetrotters en politiekers. De Griekse god van het licht en de Zon, zang, dichtkunst en voorspelling. Tevens was hij de aanvoerder van de Muzen. Zijn vader was Zeus en zijn moeder luisterde naar de roepnaam Letho. Zijn tweelingbroer heette Artemis (Diana) en zijn bedstee stond op Delos. Hij bracht met zijn pijlen dood en verderf onder de mensen die de toorn van de Goden hadden opgewekt. Heiligdommen op Delos en Delphi, daar had hij de eigendomsrechten op, het monopolie behoorde hem toe.
Milleniums later zaten de Russen in de race tegen Amerika. De Russen wonnen de race. De race om: 'wie is het eerste in de ruimte'. Jouri Gagarin won met een flinke voorsprong, met twee vingers in zijn neus, makkie, mijn gedacht. Hij was de eerste mens in de ruimte maar natuurlijk stelde het niets voor. Een retourtje heelal, dat konden de Amerikanen ook. Ze lieten niet met zich spotten en wonnen vrijwel alle volgende wedstrijden. De Amerikanen hadden als eerste iemand in een baan om de aarde, zij hadden de eerste ruimtewandelaar, hadden de eerste mens op de maan, kortom, NASA heeft zijn best gedaan. Maar toch waren het de Russen weer die iemand als langste in de ruimte konden houden. Wellicht deden de Amerikanen het alsnog in hun broek, durfden ze niet te lang weg van moeder de vrouw.
Maar de onbetwiste globetrotter van de vorige eeuw was toch de Paus, ons aller Johanneke, die met zijn Pausmobiel veel landen onveilig maakte. Je kan je geen land indenken of hij kuste er de kille grond, geen mens was voor hem te arm of te rijk, onderscheid kende hij niet. De boetezendeling van deze moderne tijd heeft een heel lang leven hier mogen genieten van zijn Oppergod. Hij werd uitgezonden naar de armste streken van de wereld, hij zegende gretig met zijn heilige handen en at aan dezelfde tafel het gedesemde brood. De vergelijking zou met een pelgrim en de kruisvaarders kunnen opgaan, maar deze laatsten verdedigden het Christelijk geloof met enorme zwaarden. De broer van Jan Zonder Land, was een stevige vechtjas,een kwajongen, een rebel, moedig, royaal, maar ook wreed. Hij had uitstekende kwaliteiten als militair en leiding geven kon hij als de beste. Zijn alter egokant was, dat hij een goede troubadour was en een groot dichter, maar zijn oorlogen hebben Engeland vrijwel aan de afgrond gebracht.
In het voorbije weekend kwam een machtig wereldleider naar onze streken over de grens afgezakt. Al het verkeer werd omgeleid via de beruchte Steenweg die al proppensvol zat met M2 bezoekers. Tot ver in de omtrek werden de publieke brievenbussen dichtgeplakt, er zou geen enkel stinkbom in gegooid kunnen worden. Veiligheid voor alles. Nog nooit heeft Margraten zoveel buitenlands bezoek mogen ontvangen als die dag dat Bush er het licht zag. Langs dat kerkhof dat duizenden gesneuvelden Amerikaanse jongeren zijn laatste rustplaats geeft, fietsen we af en toe eens langs. Een blik in de verte en een groet aan die jonge mensen die voor iemand anders hun leven lieten. Waar stond ooit: ‘nooit geen oorlog meer’? Ook deze jongelui waren ooit de Apollo van hun tijd, de ruimtevaarders met goede bedoelingen. Maar helaas, zij mochten het geluk niet meer ervaren om het verder te vertellen. Iedereen heeft wel iemand in zijn familie die gesneuveld is voor het goede doel; ook ik heb een oom gehad, die zijn leven in een concentratiekamp beëindigd heeft. Iedere keer als we Margraten aandoen, gaan mijn gedachten uit naar die oorlogsheld ergens in het onbekende Heelal, die ik nooit heb mogen kennen. Zijn eenvoudig graf ligt verscholen onder een treurwilg , het graf van de ‘Onbekende Soldaat’. Hierbij staan we even recht en brengen we een laatste groet aan onze Belgische helden, die hun leven lieten voor vrouw en kind en Vaderland. Salute!
Milleniums later zaten de Russen in de race tegen Amerika. De Russen wonnen de race. De race om: 'wie is het eerste in de ruimte'. Jouri Gagarin won met een flinke voorsprong, met twee vingers in zijn neus, makkie, mijn gedacht. Hij was de eerste mens in de ruimte maar natuurlijk stelde het niets voor. Een retourtje heelal, dat konden de Amerikanen ook. Ze lieten niet met zich spotten en wonnen vrijwel alle volgende wedstrijden. De Amerikanen hadden als eerste iemand in een baan om de aarde, zij hadden de eerste ruimtewandelaar, hadden de eerste mens op de maan, kortom, NASA heeft zijn best gedaan. Maar toch waren het de Russen weer die iemand als langste in de ruimte konden houden. Wellicht deden de Amerikanen het alsnog in hun broek, durfden ze niet te lang weg van moeder de vrouw.
Maar de onbetwiste globetrotter van de vorige eeuw was toch de Paus, ons aller Johanneke, die met zijn Pausmobiel veel landen onveilig maakte. Je kan je geen land indenken of hij kuste er de kille grond, geen mens was voor hem te arm of te rijk, onderscheid kende hij niet. De boetezendeling van deze moderne tijd heeft een heel lang leven hier mogen genieten van zijn Oppergod. Hij werd uitgezonden naar de armste streken van de wereld, hij zegende gretig met zijn heilige handen en at aan dezelfde tafel het gedesemde brood. De vergelijking zou met een pelgrim en de kruisvaarders kunnen opgaan, maar deze laatsten verdedigden het Christelijk geloof met enorme zwaarden. De broer van Jan Zonder Land, was een stevige vechtjas,een kwajongen, een rebel, moedig, royaal, maar ook wreed. Hij had uitstekende kwaliteiten als militair en leiding geven kon hij als de beste. Zijn alter egokant was, dat hij een goede troubadour was en een groot dichter, maar zijn oorlogen hebben Engeland vrijwel aan de afgrond gebracht.
In het voorbije weekend kwam een machtig wereldleider naar onze streken over de grens afgezakt. Al het verkeer werd omgeleid via de beruchte Steenweg die al proppensvol zat met M2 bezoekers. Tot ver in de omtrek werden de publieke brievenbussen dichtgeplakt, er zou geen enkel stinkbom in gegooid kunnen worden. Veiligheid voor alles. Nog nooit heeft Margraten zoveel buitenlands bezoek mogen ontvangen als die dag dat Bush er het licht zag. Langs dat kerkhof dat duizenden gesneuvelden Amerikaanse jongeren zijn laatste rustplaats geeft, fietsen we af en toe eens langs. Een blik in de verte en een groet aan die jonge mensen die voor iemand anders hun leven lieten. Waar stond ooit: ‘nooit geen oorlog meer’? Ook deze jongelui waren ooit de Apollo van hun tijd, de ruimtevaarders met goede bedoelingen. Maar helaas, zij mochten het geluk niet meer ervaren om het verder te vertellen. Iedereen heeft wel iemand in zijn familie die gesneuveld is voor het goede doel; ook ik heb een oom gehad, die zijn leven in een concentratiekamp beëindigd heeft. Iedere keer als we Margraten aandoen, gaan mijn gedachten uit naar die oorlogsheld ergens in het onbekende Heelal, die ik nooit heb mogen kennen. Zijn eenvoudig graf ligt verscholen onder een treurwilg , het graf van de ‘Onbekende Soldaat’. Hierbij staan we even recht en brengen we een laatste groet aan onze Belgische helden, die hun leven lieten voor vrouw en kind en Vaderland. Salute!
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Dat ik de naam van mijn grootvader draag, zal niemand verwonderen als ik erbij zeg dat dit vroeger zo de geplogenheid was voor eerstgeborenen. Deze eerste kleinzoon heeft mijn grootvader niet gekend, toen was hij er al niet meer. Maar de kuren heeft hij wel ergens vandaan, die kleinzoon, trouwens de hele meute die daarna gevolgd is moest niet onderdoen. Mijn grootvader, de wildste geruchten gonsden vroeger door ons dorp, moet nogal een plichtsbewuste vaderlander geweest zijn. De rosse veldwachter... ik zie hem nog staan op de foto van weleer; in volledig ornaat met sabel en blinkende rijen knopkes en langs zijn epaulettes de keurig gevlochten witte koord. Het daaraan bengelend fluitje zal wel in zijn "sjipenbuil" gezeten hebben, dat zie ik echter niet.
Zijn maat Dolf echter heb ik wel gekend, maar die is thuis gebleven. Hij vertelde dan ook meestal fantastische verhalen van hoe het voor en tijdens de oorlog was om veldwachter te zijn. De woelige tijden van stropers, boeven en schorremorrie. Maar ook van brave burgers, die het niet zo nauw namen met de reglementen van verkeer en samenleving. Mijn grootje was daar korrekt in; wie niet horen wilde moest voelen. De matrak die hij destijds droeg, heeft niet lang ongebruikt gebengeld aan zijn broekriem, zo vertelde mij Dolf.
Maar de oorlog heeft er anders over beslist. Mijn grootvader werd, in functie, door de Duitsers opgepakt en gedeporteerd naar Buchenwald. Hij is daar gebleven, en heeft -volgens overlevering- zijn vrijlating laten schieten ten gunste van andere medegevangenen. Hij was toen al niet meer goed te been; een zijner was hout, de protese die ik -toen ik klein was- wel eens op zolder bij mijn grootmoeder heb hangen. Hij had er destijds meerdere, één voor 's zondags, één voor de week en één voor kwajongens een trap te geven... als dat nodig mocht blijken.
Wat had ik graag van hem een trap gehad... maar 't heeft niet mogen zijn.
TLL
Zijn maat Dolf echter heb ik wel gekend, maar die is thuis gebleven. Hij vertelde dan ook meestal fantastische verhalen van hoe het voor en tijdens de oorlog was om veldwachter te zijn. De woelige tijden van stropers, boeven en schorremorrie. Maar ook van brave burgers, die het niet zo nauw namen met de reglementen van verkeer en samenleving. Mijn grootje was daar korrekt in; wie niet horen wilde moest voelen. De matrak die hij destijds droeg, heeft niet lang ongebruikt gebengeld aan zijn broekriem, zo vertelde mij Dolf.
Maar de oorlog heeft er anders over beslist. Mijn grootvader werd, in functie, door de Duitsers opgepakt en gedeporteerd naar Buchenwald. Hij is daar gebleven, en heeft -volgens overlevering- zijn vrijlating laten schieten ten gunste van andere medegevangenen. Hij was toen al niet meer goed te been; een zijner was hout, de protese die ik -toen ik klein was- wel eens op zolder bij mijn grootmoeder heb hangen. Hij had er destijds meerdere, één voor 's zondags, één voor de week en één voor kwajongens een trap te geven... als dat nodig mocht blijken.
Wat had ik graag van hem een trap gehad... maar 't heeft niet mogen zijn.
TLL
-
ED. - Lid geworden op: 16 okt 2003, 19:20
Jouw grootvader was een held, TLL. Misschien een van de zovelen, waarvoor geen standbeeld is opgericht. Het zij zo, Wij, met zo een paar duizend lezers (hoop ik toch), zullen hem eren met een kort maar kordaat salvo:
Bedankt opa TLL om wat je gedaan hebt. Wat ook je ware naam mag zijn, wij hebben vanavond aan jou gedacht!
Bedankt opa TLL om wat je gedaan hebt. Wat ook je ware naam mag zijn, wij hebben vanavond aan jou gedacht!
-
Gast
TLL je hebt een grootvader om fier over te zijn. Ik benijd je met zulk een opa. Toch wil ik wel iets kwijt.
Het was wel zo dat vroeger de eerstgeborene, als het een jongen was, Jozef genoemd werd en het eerste meisje werd een Maria.
Pas nadien kwam de naam van de grootvader aan bod en niet vroeger. Dit gebruik gold over gans Vlaanderen en is pas na de tweede wereldoorlog in onbruik geraakt.
Sans rancune TLL, maar zo heb ik het geleerd toen ik nog jong en onervaren was.
Een zeer goeie avond nog.
Het was wel zo dat vroeger de eerstgeborene, als het een jongen was, Jozef genoemd werd en het eerste meisje werd een Maria.
Pas nadien kwam de naam van de grootvader aan bod en niet vroeger. Dit gebruik gold over gans Vlaanderen en is pas na de tweede wereldoorlog in onbruik geraakt.
Sans rancune TLL, maar zo heb ik het geleerd toen ik nog jong en onervaren was.
Een zeer goeie avond nog.
-
felix1 - Lid geworden op: 09 jan 2005, 15:47
- Locatie: DE KLINGE
Beste Zorro en hoe noem de kleine Zorro Junor mooi je naamzorro schreef:TLL je hebt een grootvader om fier over te zijn. Ik benijd je met zulk een opa. Toch wil ik wel iets kwijt.
Het was wel zo dat vroeger de eerstgeborene, als het een jongen was, Jozef genoemd werd en het eerste meisje werd een Maria.
Pas nadien kwam de naam van de grootvader aan bod en niet vroeger. Dit gebruik gold over gans Vlaanderen en is pas na de tweede wereldoorlog in onbruik geraakt.
Sans rancune TLL, maar zo heb ik het geleerd toen ik nog jong en onervaren was.
Een zeer goeie avond nog.
Groetjes Felix1
________________________________________________
SUPORTER MOTO CROS IS DAAR IETS VERKEERT MEE
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Awel Zorro, nu weet je ook meteen hoe mijn grootvader noemde, ook hij was -als mijn broer destijds goed zijn werk had gedaan, met onze stamboom- de oudste van een groot gezin én de eerstgeborene van de hele familie. Maar wij konden die traditie niet meer voortzetten; hier is het kinderloos gebleven. Bij ons zal er geen meer gebeiteld staan in de gedenkplaat van de entree in ons gemeentehuis, de naam van grootvader werd dan nog eens herhaald in de arduin van het standbeeld op ons marktplein, tussen de gesneuvelden van de beide oorlogen. Ik was de laatste... alleen de naam is nu vereeuwigd.
-
Gast
Onze eerste liefde, wie heeft het niet beleefd? Je kijkt in iemand zijn ogen en poef, het is gebeurd. De vlinders in je buik die willen maar niet ophouden, je kan er niet van slapen, je hebt geen honger want je leeft van de liefde. Cupido heeft zijn pijlen afgeschoten recht in de roos, midden in je hart, dwars door je linkerboezem. Aan niks anders meer kunnen denken, dan aan die ene speciale persoon, je hoort de geluiden niet meer rondom je en de ouders die zijn op dat ogenblik zeveraars. De ganse dag loop je met dromerige ogen rond, je vergeet de tijd, kortom, je leeft een beetje buiten de windroos.
Meestal komt die grappenmaker om de hoek kijken als je een tiener in spé bent. De schoolboeken worden aan de kant geschoven en in ieder hoekje van je schrift staat de naam van je held geschreven. Ieder vrij plekje in je schrift laat de sporen van verliefdheid na, nog erger, je gaat er letterlijk mee slapen en je staat er onerbarmelijk mee op, ik wilde alleen nog ‘hem’. De fantasieën steken de kop op, je weet je geen raad en moeders laten je koud op dat ogenblik, dat zijn bemoeiallen geworden in je ogen. Kalverliefde, wat een liefde, als ik daar nu nog aan denk. Ik zal hun namen hier niet verklappen, die laat ik in vrede rusten. Ganse dagen liep ik op grote roze wolken, de kriebels in mijn buik wilden niet weggaan.
Mijn hart dat stond in vuur en vlam, mijn benen trilden als ik aan de allereerste kus dacht. De hele wereld om me heen vergat ik als hij mij in zijn sterke armen nam, maanden kon ik de slaap niet vatten, mijn gewicht ging zienderogen omlaag zonder dat ik er iets voor hoefde te doen. Diëten stond niet meer op het programma, het ging vanzelf. Wat zou ik het graag nog eens overdoen om samen naar de sterren te kijken, de Grote Beer aan te wijzen en een verhaal over het verre Oriënt te horen. Je dacht niet meer om op tijd thuis te zijn, alleen aan de toekomst met hem. Kalverliefdes horen nu eenmaal bij het leven, voor mij een lang vervlogen tijd, een aanloop naar volwassenheid. Ik zie hem nog zitten op zijn zware moto, een knappe, lange jonge man, met vele blonde krullen over zijn nek. Zijn blauwe ogen drongen in mij als een speer van Willem Tell, hij betoverde me met zijn lieve glimlach tot ik bijna flauw viel. Zijn lederen zwart pak en bijhorende zwarte laarzen, gaven hem een indrukwekkende gestalte, mijn zorro, mijn schat. Onze toekomst zag er rooskleurig uit, we maakten plannen voor later, we wilden altijd bij elkaar blijven want we waren immers geboren voor elkander. Hij hielp mee mijn huistaken voor de Middelbare school te maken, we leerden samen vervoegingen en verbuigingen, mijn God, mijn ideaal, mijn droomvent. Het sprookje mocht echter niet waar worden, de natuur stak stokken in onze wielen. Op een zaterdagvoormiddag is hij verongelukt, hij was op slag dood. Zijn zware Norton doorkliefde de bocht te hard, zijn lederen pak was niet bestand tegen de Macadam en zijn helm had niet geholpen hem nog langer in leven te houden. De brokstukken lagen verspreid over de weg en zijn onderste ledematen waren afgerukt met een arm. Nooit zou hij me nog in zijn warme armen kunnen nemen, weg dromen, weg toekomst, weg mijn ideaal. Ter nagedachtenis plaatste zijn broer een ijzeren kruis en ieder jaar worden er verse bloemen neergelegd. Niet alleen om hem te herinneren maar om de mensen te waarschuwen, hoe gevaarlijk het kan zijn in die bocht en hoe wreed een moto kan zijn voor iemand zijn leven. Tot de dood ons scheid!
Meestal komt die grappenmaker om de hoek kijken als je een tiener in spé bent. De schoolboeken worden aan de kant geschoven en in ieder hoekje van je schrift staat de naam van je held geschreven. Ieder vrij plekje in je schrift laat de sporen van verliefdheid na, nog erger, je gaat er letterlijk mee slapen en je staat er onerbarmelijk mee op, ik wilde alleen nog ‘hem’. De fantasieën steken de kop op, je weet je geen raad en moeders laten je koud op dat ogenblik, dat zijn bemoeiallen geworden in je ogen. Kalverliefde, wat een liefde, als ik daar nu nog aan denk. Ik zal hun namen hier niet verklappen, die laat ik in vrede rusten. Ganse dagen liep ik op grote roze wolken, de kriebels in mijn buik wilden niet weggaan.
Mijn hart dat stond in vuur en vlam, mijn benen trilden als ik aan de allereerste kus dacht. De hele wereld om me heen vergat ik als hij mij in zijn sterke armen nam, maanden kon ik de slaap niet vatten, mijn gewicht ging zienderogen omlaag zonder dat ik er iets voor hoefde te doen. Diëten stond niet meer op het programma, het ging vanzelf. Wat zou ik het graag nog eens overdoen om samen naar de sterren te kijken, de Grote Beer aan te wijzen en een verhaal over het verre Oriënt te horen. Je dacht niet meer om op tijd thuis te zijn, alleen aan de toekomst met hem. Kalverliefdes horen nu eenmaal bij het leven, voor mij een lang vervlogen tijd, een aanloop naar volwassenheid. Ik zie hem nog zitten op zijn zware moto, een knappe, lange jonge man, met vele blonde krullen over zijn nek. Zijn blauwe ogen drongen in mij als een speer van Willem Tell, hij betoverde me met zijn lieve glimlach tot ik bijna flauw viel. Zijn lederen zwart pak en bijhorende zwarte laarzen, gaven hem een indrukwekkende gestalte, mijn zorro, mijn schat. Onze toekomst zag er rooskleurig uit, we maakten plannen voor later, we wilden altijd bij elkaar blijven want we waren immers geboren voor elkander. Hij hielp mee mijn huistaken voor de Middelbare school te maken, we leerden samen vervoegingen en verbuigingen, mijn God, mijn ideaal, mijn droomvent. Het sprookje mocht echter niet waar worden, de natuur stak stokken in onze wielen. Op een zaterdagvoormiddag is hij verongelukt, hij was op slag dood. Zijn zware Norton doorkliefde de bocht te hard, zijn lederen pak was niet bestand tegen de Macadam en zijn helm had niet geholpen hem nog langer in leven te houden. De brokstukken lagen verspreid over de weg en zijn onderste ledematen waren afgerukt met een arm. Nooit zou hij me nog in zijn warme armen kunnen nemen, weg dromen, weg toekomst, weg mijn ideaal. Ter nagedachtenis plaatste zijn broer een ijzeren kruis en ieder jaar worden er verse bloemen neergelegd. Niet alleen om hem te herinneren maar om de mensen te waarschuwen, hoe gevaarlijk het kan zijn in die bocht en hoe wreed een moto kan zijn voor iemand zijn leven. Tot de dood ons scheid!
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Hard blazen in die papieren zak, en dan, met de andere handpalm een ferme klap ertegenaan... en poef, het is gebeurd. Zo vervliegt die kalverliefde...
Waar zou mijn ebbehouten schatje nu zijn ? Geboren en getogen te Bujumbura, maar haar leerschool hier volbrengen, ver van pa en ma, dat viel haar niet mee. Nog een geluk dat ze mij tegen het lijf liep, dat ze in mij een vriend zag waarmee ze urenlang haar heimwee aan kwijt kon.
De logeerkamer van haar tante diende dan ook voor kot, koffiehuis, rustkamer en.... Haar donker blik priemde dwars door je heen; zij had niets nodig uit de rimboe, geen speer om je te treffen. Onder haar zwarte moninkskap-kapsel branden die fonkelende donkere ogen je aan tot je gehypnotiseerd niets anders meer kon doen dan haar gewillig te zijn. Ik was verkocht. Maar net als ik in de opgang van mijn carrière belangrijke beslissingen moest treffen, kwam zij bij mij spinnen. Of ik niet met haar op vacantie wou naar haar beboortestreek ? Willen wel, maar kunnen... je leeft dan op een tweespalt; je wil wel maar dat obstakel hé en dan die aangeboren vliegangst. Indien niét, ook niet getreurd; ze zou nog terugkomen als die staalblauwe vogel het haar toeliet. En ze zou me schrijven. Nu na al die jaren, en dat zorgvuldig bewaarde geheime pakje enveloppes mét inhoud, zou ik het kunnen laten bundelen tot een boekje. Ik had de ene brief net uit of de andere zat al in de bus. Soms vroeg ik me dan ook af of ik even zo verkikkerd op haar was dan zij op mij. Ze liet me niet los, na twee maanden stond ze alweer bij ons op 't hoekje me op te wachten. Ze straalde nog even mooi als de allereerste keer. Maar dit was nu maar schijn, haar ogen waren doffer. Ze vertelde me het verhaal van de schermutselingen in haar stad; dat ze met haar ouders zijn moeten vluchten naar het buurland Congo; en dat ze nu vanuit Leopoldstad naar hier is gekomen. Het zou haar laatste jaar in Belgie zijn want het was haar laatste jaar aan de hoge school hier.
Aan alle mooie liedjes komt ooit een eind, het relaas hierna hou ik voor mezelf; het was meer leed dan lief ... die afscheidskus vergeet ik nooit meer !
TLL
Waar zou mijn ebbehouten schatje nu zijn ? Geboren en getogen te Bujumbura, maar haar leerschool hier volbrengen, ver van pa en ma, dat viel haar niet mee. Nog een geluk dat ze mij tegen het lijf liep, dat ze in mij een vriend zag waarmee ze urenlang haar heimwee aan kwijt kon.
De logeerkamer van haar tante diende dan ook voor kot, koffiehuis, rustkamer en.... Haar donker blik priemde dwars door je heen; zij had niets nodig uit de rimboe, geen speer om je te treffen. Onder haar zwarte moninkskap-kapsel branden die fonkelende donkere ogen je aan tot je gehypnotiseerd niets anders meer kon doen dan haar gewillig te zijn. Ik was verkocht. Maar net als ik in de opgang van mijn carrière belangrijke beslissingen moest treffen, kwam zij bij mij spinnen. Of ik niet met haar op vacantie wou naar haar beboortestreek ? Willen wel, maar kunnen... je leeft dan op een tweespalt; je wil wel maar dat obstakel hé en dan die aangeboren vliegangst. Indien niét, ook niet getreurd; ze zou nog terugkomen als die staalblauwe vogel het haar toeliet. En ze zou me schrijven. Nu na al die jaren, en dat zorgvuldig bewaarde geheime pakje enveloppes mét inhoud, zou ik het kunnen laten bundelen tot een boekje. Ik had de ene brief net uit of de andere zat al in de bus. Soms vroeg ik me dan ook af of ik even zo verkikkerd op haar was dan zij op mij. Ze liet me niet los, na twee maanden stond ze alweer bij ons op 't hoekje me op te wachten. Ze straalde nog even mooi als de allereerste keer. Maar dit was nu maar schijn, haar ogen waren doffer. Ze vertelde me het verhaal van de schermutselingen in haar stad; dat ze met haar ouders zijn moeten vluchten naar het buurland Congo; en dat ze nu vanuit Leopoldstad naar hier is gekomen. Het zou haar laatste jaar in Belgie zijn want het was haar laatste jaar aan de hoge school hier.
Aan alle mooie liedjes komt ooit een eind, het relaas hierna hou ik voor mezelf; het was meer leed dan lief ... die afscheidskus vergeet ik nooit meer !
TLL
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Een mens is ook maar een mens. Flauwekul hé...? Tja, daarom ben je ook mens en misschien ook mans genoeg om het toe te geven. Niet alleen kalverliefde komt voor, want menigeen heeft ook andere liefdes in het mensenleven. Het andere geslacht zorgt eerst voor verkenning dan kriebels in de buik, daarna verkering en ten slotte de volledige binding tot de dood je scheidt. Maar er zijn liefdes, hobbies als je wil of liefhebberijen waar je ook moeilijk afstand van kan doen. Als bijvoorbeeld sport je bezigheid is, ben je evenwel vlug opgebrand als de gezondheid stokken in de wielen steekt. Een tenniselleboog, een voetbalknie of een hersenbeschadiging kunnen vroegtijdig een einde maken aan deze bezigheid. De liefde voor een ding, een voorwerp of een materie mont bij sommigen uit tot het verwerven van beroepsbekwaamheid. Weinigen die kunnen zeggen dat hun hobby hun werk is. En zoals steeds houdt ook dat eenmaal op. Bij de meesten gedwongen, want de pensioengerechtigde leeftijd is onverbiddelijk. Dat werk dat je liefhebberij werd of vice-versa moet je dan afstaan aan de volgende generatie. Zoiets verlaat je dan met pijn in je hart. Dat verlies blijft je achtervolgen tot Piet Zeis langs komt.
Als je er al vroeg mee begint, kan men zijn liefhebberijen opbouwen, zodat men -eenmaal op rust- vollop kan genieten van die hobbies. Alleen, als je teveel hooi op je vork neemt -zoals ik- weet je soms niet welke eerst te kiezen. Dan wordt het moeiijk; ik heb maar tien vingers, en als ik dan ga tellen kom ik vingers te kort om al mijn liefhebberijen eraan te koppelen. Soms wordt het me teveel, maar die zeldzame keren dat ik me verveel kan ik makkelijk op een hand tellen. Dan beklaag ik mijn vrienden , die niet weten van welk hout pijlen te maken. Zij zitten heeldere dagen aan het tv-scherm gekluisterd, gaan zelden uit, verliezen alle kontakt met de buitenwereld. Als je ze dan vraagt of ze niet beter bij een vereniging zouden aansluiten, gewoon om er maar bij te zijn verwondert het hen met hun uitlatingen als "dan loop ik daar maar in de weg". Tja, als men het zo beziet, verlangt men zelf geen beetje liefde, wil men geen "liefhebberijen". Dat kun je niemand kwalijk nemen... Ze weten niet wat ze missen...
TLL
Als je er al vroeg mee begint, kan men zijn liefhebberijen opbouwen, zodat men -eenmaal op rust- vollop kan genieten van die hobbies. Alleen, als je teveel hooi op je vork neemt -zoals ik- weet je soms niet welke eerst te kiezen. Dan wordt het moeiijk; ik heb maar tien vingers, en als ik dan ga tellen kom ik vingers te kort om al mijn liefhebberijen eraan te koppelen. Soms wordt het me teveel, maar die zeldzame keren dat ik me verveel kan ik makkelijk op een hand tellen. Dan beklaag ik mijn vrienden , die niet weten van welk hout pijlen te maken. Zij zitten heeldere dagen aan het tv-scherm gekluisterd, gaan zelden uit, verliezen alle kontakt met de buitenwereld. Als je ze dan vraagt of ze niet beter bij een vereniging zouden aansluiten, gewoon om er maar bij te zijn verwondert het hen met hun uitlatingen als "dan loop ik daar maar in de weg". Tja, als men het zo beziet, verlangt men zelf geen beetje liefde, wil men geen "liefhebberijen". Dat kun je niemand kwalijk nemen... Ze weten niet wat ze missen...
TLL
-
Gast
Sport- en hobbytrofeeën daar hebben we hier een muur mee vol behangen. Als kleuter stond sport bij ons al hoog in het vaandel. De eerste stapjes die zette ik angstvallig in een turnclub, als kleinste pagadder was ik letterlijk het symbool van de club. Turnen zou een rode draad door mijn leven blijven vormen, de vloer, de tumbling, de wielen, flik-flak, en niet te vergeten de bok. Acrobatische lichaamsbeweging waarbij mijn ouders hun adem inhielden en eens diep nadachten of dit wel de geschikte sport was voor een meisje. Na de ‘Groene Hoop’ kwam de atletiek. Wie bleef tafelen in de grote school, moest iets kiezen, men mocht niet stilzitten en men werd aangemoedigd om deel te nemen aan de één of ander activiteit. Tijdens de pauze oefenden we op de groene piste die in de buurt van de school lag. Uren heb ik er mijn loopschoenen op versleten. Afstanden zoals de 400 m, en de kortere afstanden die behoorden toen tot de ‘JAL’. De wedstrijden die gehouden werden dat waren schoolwedstrijden, ieder school had zijn of haar afgevaardigden die de kleuren van hun club verdedigden. Wilde je goed presteren dan moest je thuis verder doen. Iedere avond na mijn klastaken want uiteraard de lessen gingen voor, jogden we in een kleine groep door ons dorpje. We leken wel een bende vluchtelingen, die ’s avonds laat nog de baan afschuimden. Eenmaal de puberklassen voorbij gestreefd, was die hobby goed voor de analen. De nieuwste trend zette door en we gingen zwemmen. Nu is water al heel lang mijn oogappel en mijn stokpaardje, we kregen al bakken water over ons af en omdat we vlak aan het kanaal woonden leek ons zwemmen de meest voor de hand liggende nieuwe sport. Jaren hebben we de zwembaden over geheel België onveilig gemaakt, dikwijls zaten de winnaars in onze club. Tot we er geen zin meer in hadden, het werd saai, vervelend altijd maar baantjes trekken, niks nieuws onder de zon. Je was van de morgen tot de avond op verplaatsing en nog alleen chloor zat in je haren. We roken letterlijk naar het zwembad. De jongens wilden waterpolo doen, ze wilden bij de grote jongens behoren. Na meer bankzitten besloten ze naar de volleybal over te stappen en wij ouders, zaten een beetje te kniezen. Ondertussen werden er her en der hondenscholen als paddenstoelen uit de grond gestampt. Met de eerstvolgende pup zouden we hondenschool doen besloten we. Het werd een liefhebberij die ook weer uitspatte in verplaatsingen, de ganse dag in je tentje zitten wachten tot je aan de beurt kwam met je hond in de 1ste graad. Na jaren altijd maar hetzelfde, van de 1ste naar de 2de graad, opnieuw met een pup beginnen, dezelfde mensen, dezelfde zever overal moeten aanhoren, hebben we er de brij aangegeven. Onze oude fietsen werden weer onder het stof vandaan geblazen en we begonnen op ons gemak terug te fietsen. Zo belandden we weer aan de hobby die een tijdje in de kast heeft gestaan om terug heropgevist te worden.
Omdat er niet altijd een bus was die ons op tijd in de school bracht, fietsen we natuurlijk met onze zware boekentas vele kilometers per dag. Dat komt omdat de Oude Humaniora, veel vroeger gedaan had met de lessen dan de Technische en de beroepsafdeling. Het leek wel alsof de bussen hun uren hadden afgesteld op die laatste categorieën. Heen en terug naar huis met een kleine fiets, 22 km plus de omwegen, fit waren we in alle geval, nooit klachten gehad dat ik vermoeid was of lag te slapen tijdens de lessen. Fietsen is dus één van mijn belangrijke hobby’s gebleven, wel af en toe minder door omstandigheden. Als mijn bike met platte band stond welleer dan had ik geen tijd om me te bedenken of te plakken, dan greep ik de koersfiets van mijn oudste broer en zo racede ik langs het kanaal naar school tot hilariteit van het personeel. Een hobby is een liefhebberij zeggen ze. Het is dus altijd een activiteit die in de vrije tijd wordt beoefend, hoewel sommige mensen hun beroep zo leuk vinden dat ze zeggen: 'Ik heb van mijn hobby mijn beroep gemaakt.' Maar niet alles wat iemand in zijn vrije tijd doet, is een hobby. In de vrije tijd kunnen ook diverse min of meer verplichte taken worden verricht. De activiteit wordt pas een hobby, als de persoon plezier heeft in zijn bezigheden en het leuk vindt om ze regelmatig te doen. Dat geldt ook voor kinderen. Ook voor hen geldt dat ze pas met hun hobby bezig zijn, als ze een bepaalde activiteit met plezier doen en het leuk vinden om die regelmatig te doen. Om van een hobby of liefhebberij te spreken, zijn dus altijd twee factoren nodig: je moet het leuk vinden en je moet het regelmatig willen doen.
Omdat er niet altijd een bus was die ons op tijd in de school bracht, fietsen we natuurlijk met onze zware boekentas vele kilometers per dag. Dat komt omdat de Oude Humaniora, veel vroeger gedaan had met de lessen dan de Technische en de beroepsafdeling. Het leek wel alsof de bussen hun uren hadden afgesteld op die laatste categorieën. Heen en terug naar huis met een kleine fiets, 22 km plus de omwegen, fit waren we in alle geval, nooit klachten gehad dat ik vermoeid was of lag te slapen tijdens de lessen. Fietsen is dus één van mijn belangrijke hobby’s gebleven, wel af en toe minder door omstandigheden. Als mijn bike met platte band stond welleer dan had ik geen tijd om me te bedenken of te plakken, dan greep ik de koersfiets van mijn oudste broer en zo racede ik langs het kanaal naar school tot hilariteit van het personeel. Een hobby is een liefhebberij zeggen ze. Het is dus altijd een activiteit die in de vrije tijd wordt beoefend, hoewel sommige mensen hun beroep zo leuk vinden dat ze zeggen: 'Ik heb van mijn hobby mijn beroep gemaakt.' Maar niet alles wat iemand in zijn vrije tijd doet, is een hobby. In de vrije tijd kunnen ook diverse min of meer verplichte taken worden verricht. De activiteit wordt pas een hobby, als de persoon plezier heeft in zijn bezigheden en het leuk vindt om ze regelmatig te doen. Dat geldt ook voor kinderen. Ook voor hen geldt dat ze pas met hun hobby bezig zijn, als ze een bepaalde activiteit met plezier doen en het leuk vinden om die regelmatig te doen. Om van een hobby of liefhebberij te spreken, zijn dus altijd twee factoren nodig: je moet het leuk vinden en je moet het regelmatig willen doen.
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Even opsommen, als mijn geheugen niet hier of daar een steek laat vallen; ik ben tenslotte Napoleon niet, die zijn steek stond dwars. Ook een uitgekookte jongen. Alleen z'n maag, hij heeft zich toch laten vereeuwigen met dat lamme armpje. Of was het om zeker te zijn dat zijn beursje nog op de juiste plaats achter de knopkes zat. Een tenniselleboog zal hij allicht niet gehad hebben. Ik denk dat zijn liefhebberij met paarden iets gemeen had; ergens herinner ik me een pose van die veldheer op een paard. Maar of hij een goed ruiter was ? 't Schijnt van niet; te Waterloo is ie er toch afgevallen. Op sportief vlak zal hij wel menige steek hebben gelaten; ik trouwens ook... en ik heb er heel wat gehad. Als je "ruitje tik" en "belleke trek" een sport mag noemen, was dat mijn eerste kwajongensstreek waar ik me in het prille begin mee bezighield. Dat vroeg wél uithoudingsvermogen, want lopen was daarna wél het gevolg; en soms lang en hard... zeker als je menige hagel voor wou blijven. Maar de eerste echte sport waar ik me langdurig mee geamuseerd heb was judo. Ik heb het echter nooit verder gebracht dan de "witte" gordel. Telkens bij een competitie was er wel een of andere reden om niet voor die jury te moeten toneelspelen. De kleurige bandana rond mijn middel is nooit mijn doel geweest. Ik was veruit de enige "witte" die, omwille van mijn gewichtsklasse mocht beenvegen, heupwerpen en grondoefeningen doen met de zwarte gordels. En ik heb -al zeg ik het zelf- het er nog aardig vanaf gebracht ook. Meestal lag dit aan het feit dat ik niet afklopte, ook al zag ik blauw na die wurggreep. Iemand moest toch eerst kramp krijgen, en meestal was ik dat niét...
Over mijn boksperikelen zal ik het maar weer niet hebben, dat duurde hooguit 14 dagen. En volleyball, was ik ook goed in -scheen het- tot ik erachter kwam dat dit niet te rijmen viel met mijn opleiding dactylo. Van dat balstoten krijg je dikke vingertoppen, en daarmee typen lokt dan weer geen foutloos parcours uit op een volgetikt A4-tje. Nooit gedacht dat ik ook nog ging tennissen. Kocht meteen de zwaarte racket die toen in de handel verkrijgbaar was; polsbandjes had ik niet nodig, mijn zware knoesten konden wel iets verdragen. De tegenpartij echter deed mij steevast op het reservebankje belanden; wist ik veel dat je met smashes niet te veel op weke delen moet gaan richten...
Voetbal dan maar... ja, toen nog bij de "scholieren" zoals dat heette. En ik mocht kiezen waar ik plaats nam op het veld; te trainer begreep echter niet goed waarom ik voor links-back koos terwijl ik rechts stampte. Ik maaide toen menige tegenspeler van het veld omdat je aan die kant van de grasmat geen dwarsligger verwachtte. En ik schrok er ook niet voor terug mijn been pal tegen de bal te zetten terwijl de andere uithaalde om te scoren; het slachtoffer scoorde wél, met een stevig verband nadien... was ook al niet te doen. Maar we bleven sportief hé... Was het niet in het zweet, dan toch in het water. Ik trok mijn baantjes in het zwembad alsof ik niets anders gewend was. Maar op den duur begint dat ook te vervelen; en dit terwijl de mooie billetjes meestal onder water te zien zijn. Ben me toen gaan toeleggen op baantjes trekken vlak boven de betegeling. Maar de toenmalige badmeester was daar niet zo mee gediend; hij heeft me meermaals uit het bad gesleurd omdat ik te lang onderbleef -naar zijn goesting-. En als die waterratten er zo over dachten, dat voor mij het zwembad te klein werd, ben ik maar bij een duikclub gegaan. Daar mocht ik zolang onderblijven als ik kon, euh sorry "moest". Wist ik veel, dat het daarin niet ging om onder te kunnen blijven, maar om onder te moeten blijven. Dat is pas véél later gekomen, eenmaal alle natuurkunde en wetenschapsvragen doorploeterd werden. Aan uithouding had ik geen gebrek; mijn rekord op zwembadniveau was twee minuten vijftien... en blauw aan de oppervlakte.
Mijn enige trofee die ik van 't duiken over gehouden heb, was een duikersmes gevonden op -40 in de oosterschelde.
Omwille van hartrithmestoornissen heb ik die sport ook moeten laten varen, en moest het van de dokter kalmer aan doen. Eerst dacht ik nog aan "duiven melken"; maar zoek daar de uiers maar eens van. Ik kan wel een beetje geduld opwekken, maar dat gefriemel tussen pluimen... ik heb nog steeds last met ons donsdeken. Nee, vissen dan ? Maar aangezien een harpoen op onze binnenwaters verboden is, moest ik ook daarvan afzien. De uitkomst, hoewel wel laat, lag in mijn schutterskriebels; als snotter van acht had ik al eens een kattepult gehad en daar schoot ik niet onaardig de mussen mee van 't dak. Zou de aansluiting bij een Gilde niet de oplossing zijn ? En zo zit, hang, lig en sta ik nu 's zondags te oefenen aan onze schutsboom. En mijn trofeeën, die belandden steeds in mijn maag; vleesschietingen en prijsschietingen resulteren steeds in de liefde van de man...
TLL
Over mijn boksperikelen zal ik het maar weer niet hebben, dat duurde hooguit 14 dagen. En volleyball, was ik ook goed in -scheen het- tot ik erachter kwam dat dit niet te rijmen viel met mijn opleiding dactylo. Van dat balstoten krijg je dikke vingertoppen, en daarmee typen lokt dan weer geen foutloos parcours uit op een volgetikt A4-tje. Nooit gedacht dat ik ook nog ging tennissen. Kocht meteen de zwaarte racket die toen in de handel verkrijgbaar was; polsbandjes had ik niet nodig, mijn zware knoesten konden wel iets verdragen. De tegenpartij echter deed mij steevast op het reservebankje belanden; wist ik veel dat je met smashes niet te veel op weke delen moet gaan richten...
Voetbal dan maar... ja, toen nog bij de "scholieren" zoals dat heette. En ik mocht kiezen waar ik plaats nam op het veld; te trainer begreep echter niet goed waarom ik voor links-back koos terwijl ik rechts stampte. Ik maaide toen menige tegenspeler van het veld omdat je aan die kant van de grasmat geen dwarsligger verwachtte. En ik schrok er ook niet voor terug mijn been pal tegen de bal te zetten terwijl de andere uithaalde om te scoren; het slachtoffer scoorde wél, met een stevig verband nadien... was ook al niet te doen. Maar we bleven sportief hé... Was het niet in het zweet, dan toch in het water. Ik trok mijn baantjes in het zwembad alsof ik niets anders gewend was. Maar op den duur begint dat ook te vervelen; en dit terwijl de mooie billetjes meestal onder water te zien zijn. Ben me toen gaan toeleggen op baantjes trekken vlak boven de betegeling. Maar de toenmalige badmeester was daar niet zo mee gediend; hij heeft me meermaals uit het bad gesleurd omdat ik te lang onderbleef -naar zijn goesting-. En als die waterratten er zo over dachten, dat voor mij het zwembad te klein werd, ben ik maar bij een duikclub gegaan. Daar mocht ik zolang onderblijven als ik kon, euh sorry "moest". Wist ik veel, dat het daarin niet ging om onder te kunnen blijven, maar om onder te moeten blijven. Dat is pas véél later gekomen, eenmaal alle natuurkunde en wetenschapsvragen doorploeterd werden. Aan uithouding had ik geen gebrek; mijn rekord op zwembadniveau was twee minuten vijftien... en blauw aan de oppervlakte.
Mijn enige trofee die ik van 't duiken over gehouden heb, was een duikersmes gevonden op -40 in de oosterschelde.
Omwille van hartrithmestoornissen heb ik die sport ook moeten laten varen, en moest het van de dokter kalmer aan doen. Eerst dacht ik nog aan "duiven melken"; maar zoek daar de uiers maar eens van. Ik kan wel een beetje geduld opwekken, maar dat gefriemel tussen pluimen... ik heb nog steeds last met ons donsdeken. Nee, vissen dan ? Maar aangezien een harpoen op onze binnenwaters verboden is, moest ik ook daarvan afzien. De uitkomst, hoewel wel laat, lag in mijn schutterskriebels; als snotter van acht had ik al eens een kattepult gehad en daar schoot ik niet onaardig de mussen mee van 't dak. Zou de aansluiting bij een Gilde niet de oplossing zijn ? En zo zit, hang, lig en sta ik nu 's zondags te oefenen aan onze schutsboom. En mijn trofeeën, die belandden steeds in mijn maag; vleesschietingen en prijsschietingen resulteren steeds in de liefde van de man...
TLL
-
Gast
Bij een hobby wordt vaak gedacht aan een zekere bekwaamheid, bekwaamheid of behendigheid, die ontwikkel je door regelmaat. Vanuit deze gedachtegang is het begrip hobby erg ruim geworden: tenslotte alles wat iemand graag en regelmatig doet, mag je een hobby noemen. Dat geldt zowel voor sport, dingen verzamelen, in de tuin werken, lezen, puzzelen, computeren enzovoort. Het woord hobby is afkomstig uit het Engels, waar het dezelfde betekenis heeft. Ook bestaat er een soort kleine, snel vliegende valk met smalle vleugels en een klein paard of pony. De huidige betekenis van het woord is vrijwel zeker afkomstig van deze laatste twee dieren, die voor vrijetijdsamusement (valkenjacht, plezierrijden) gebruikt werden.
Een andere verklaring zou tevens zijn, dat het komt van ‘hobby horse’ (schommelpaard). Het berijden van een schommelpaard werd vroeger als hobby gezien, zeker bij gebrek aan een levend paard, je moet maar fantasie genoeg hebben. Dit komt dicht bij het in onbruik geraakte Nederlandse woord voor hobby: ‘stokpaardje’. Het spreekwoord zegt immers:‘Wat is jouw stokpaardje, of hij zit weer op zijn stokpaardje?’ zoals zo vele dingen kan een hobby ook uit de hand lopen en een obsessie vormen. Maar meestal is het beoefenen van een hobby vaak een belangrijk kalmerend en therapeutisch effect. Is het meer een inspanning aan het worden dan een ontspanning moet men die hobby vervangen door een ander. Stresserende vrijetijdsbesteding, daar wordt men alleen depressief van.
Wat hier in België heel snel als een komeet naar boven schiet, is de fietssport. Je kan fietsen kopen in alle maten en kleuren. Je kan zoveel dingen doen met een fiets maar de populairste tak van de fietssport is toch het wegwielrennen. In het wegwielrennen vinden wedstrijden plaats op de openbare weg, wat logisch is. Het is (zeker in Europa) de populairste hobby van veel mensen. Wedstrijden worden zowel in meerdaagse als eendaagse wedstrijden verreden. Binnen de eendaagse wedstrijden zijn de klassiekers het belangrijkst. Bij de meerdaagse wedstrijden zijn de grote rondes, met name de Ronde van Frankrijk, het belangrijkst. Vanaf 2005 zijn de belangrijkste wedstrijden samengevoegd in de UCI ProTour, een competitie met de belangrijkste eendaagse en meerdaagse wedstrijden. Maar zo ver zijn we hier nog niet geraakt. Wij behoren tot de categorie hobbyisten, amateurs, het liefhebben van wielersport. Alles eens uitproberen, waar de echte mannen langskomen vliegen, daar mogen de amateurs op hun gemakske ook passeren op een andere dag wel te verstaan. De volgende weken staan dan ook een paar fietstochten op menig programma en als het zonneke nog wil meewerken, dan kan je dag niet meer stuk. Wie al in de Kempen bekend is, heeft vast al gehoord van de Teutenroutetocht, de Bokkerijetocht, de Maaslandse Gordel enz. Dit zijn toch de belangrijkste routen van deze streek. De wegwijzers brengen je langs de diverse mooiste plekken van de omgeving en ben je even buiten de Windroos beland, kan je nog altijd even pauzeren in één of andere bokkenstal. Vandaag zijn we dus hier en daar wat gaan verkennen, men moet ook een beetje goed voor de dag komen en niet zonder voorbereiding zich in een hachelijk avontuur storten. De Fereyn is een klassieker voor de amateurs en de liefhebbers. Wie zich die dag geroepen voelt, rijdt zich de benen onder zijn lijf uit om de aankomst te halen. De mountainbikers komen aan hun trekken maar de wegpiraten mogen zeker ook gevreesd worden. Dus voor degenen die denken dat we storen op de weg, neem dan een ander route en laat iedereen aan zijn of haar hobby die dag plezier beleven. Ook Kwezel en de bende van Cartouche zullen die dagen aantreden, hopelijk halen we de finish zonder te veel kleerscheuren. En wie denkt dat hij mij herkend, roep of fluit of maak een beetje leven in de brouwerij, dan kan ik terug een groet geven. Aan iedereen fijne fietsdagen verder en geniet ervan!
Een andere verklaring zou tevens zijn, dat het komt van ‘hobby horse’ (schommelpaard). Het berijden van een schommelpaard werd vroeger als hobby gezien, zeker bij gebrek aan een levend paard, je moet maar fantasie genoeg hebben. Dit komt dicht bij het in onbruik geraakte Nederlandse woord voor hobby: ‘stokpaardje’. Het spreekwoord zegt immers:‘Wat is jouw stokpaardje, of hij zit weer op zijn stokpaardje?’ zoals zo vele dingen kan een hobby ook uit de hand lopen en een obsessie vormen. Maar meestal is het beoefenen van een hobby vaak een belangrijk kalmerend en therapeutisch effect. Is het meer een inspanning aan het worden dan een ontspanning moet men die hobby vervangen door een ander. Stresserende vrijetijdsbesteding, daar wordt men alleen depressief van.
Wat hier in België heel snel als een komeet naar boven schiet, is de fietssport. Je kan fietsen kopen in alle maten en kleuren. Je kan zoveel dingen doen met een fiets maar de populairste tak van de fietssport is toch het wegwielrennen. In het wegwielrennen vinden wedstrijden plaats op de openbare weg, wat logisch is. Het is (zeker in Europa) de populairste hobby van veel mensen. Wedstrijden worden zowel in meerdaagse als eendaagse wedstrijden verreden. Binnen de eendaagse wedstrijden zijn de klassiekers het belangrijkst. Bij de meerdaagse wedstrijden zijn de grote rondes, met name de Ronde van Frankrijk, het belangrijkst. Vanaf 2005 zijn de belangrijkste wedstrijden samengevoegd in de UCI ProTour, een competitie met de belangrijkste eendaagse en meerdaagse wedstrijden. Maar zo ver zijn we hier nog niet geraakt. Wij behoren tot de categorie hobbyisten, amateurs, het liefhebben van wielersport. Alles eens uitproberen, waar de echte mannen langskomen vliegen, daar mogen de amateurs op hun gemakske ook passeren op een andere dag wel te verstaan. De volgende weken staan dan ook een paar fietstochten op menig programma en als het zonneke nog wil meewerken, dan kan je dag niet meer stuk. Wie al in de Kempen bekend is, heeft vast al gehoord van de Teutenroutetocht, de Bokkerijetocht, de Maaslandse Gordel enz. Dit zijn toch de belangrijkste routen van deze streek. De wegwijzers brengen je langs de diverse mooiste plekken van de omgeving en ben je even buiten de Windroos beland, kan je nog altijd even pauzeren in één of andere bokkenstal. Vandaag zijn we dus hier en daar wat gaan verkennen, men moet ook een beetje goed voor de dag komen en niet zonder voorbereiding zich in een hachelijk avontuur storten. De Fereyn is een klassieker voor de amateurs en de liefhebbers. Wie zich die dag geroepen voelt, rijdt zich de benen onder zijn lijf uit om de aankomst te halen. De mountainbikers komen aan hun trekken maar de wegpiraten mogen zeker ook gevreesd worden. Dus voor degenen die denken dat we storen op de weg, neem dan een ander route en laat iedereen aan zijn of haar hobby die dag plezier beleven. Ook Kwezel en de bende van Cartouche zullen die dagen aantreden, hopelijk halen we de finish zonder te veel kleerscheuren. En wie denkt dat hij mij herkend, roep of fluit of maak een beetje leven in de brouwerij, dan kan ik terug een groet geven. Aan iedereen fijne fietsdagen verder en geniet ervan!
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Weet je wie de grootste lol heeft aan het fietsen ? De velomaker cq -verkoper. Bij ons schieten die fietsenverkopers uit de grond als paddestoelen. Vroeger hadden wij er hooguit twee, maar tegenwoordig vindt men ze praktisch op elke straathoek. Het waarom ? De vrijetijdsbesteding gaat hier te lande meestal gepaard met een overschot aan briefjes en muntjes. Tenminste als ik de "uitrusting" van menige fietsterrorist bekijk. Ik kan er naar schatten, mijn raming ligt doorgaans niet ver van de prijzenpot. Voor 250 Euro koop je niet veel fiets, tenzij in Carrefour of Aldi, Liddle of Makro; die kennen alleen maar Shimano, made in ... . Het waarom dat de baas van de Merckx-fiets zo korpulent erbij loopt moet je dan ook niet ver gaan zoeken. Hij was destijds toch dé... maar is nu ook nog dé, maar dan in een andere discipline : "rijven !"
Vroeger had je bij ons een fietsemaker; had slechts één vitrine en daar pronkte één excemplaar... een aantal zadels vooraan, daarnaast enkele tassendragers, wat snelbinders en een tube of buitenband. Deze laatste atributen vertolkte dan ook meestal slechts één merk. En de kaders van zijn fietsen hoefden niet veel colouriteit zoals tegenwoordig, monotoon zwart (handig in het onderhoud, heette dat toen). Dat het tegenwoordig echter geen sinecure is om een fiets te vinden, kan ik je verzekeren. Tenminste als ik het plaatselijk krantje mag geloven; de annonce van de gemeentelijke berichtgeving toont eenmaal 's jaars een lijst van gevonden en ontvreemde voorwerpen. De massa's fietsen die daarin opgesomd worden doet vermoeden dat menig potentiele fietsmaniak de keuze in de straat aantrekkelijk vond dan bij die ten overvloede tentoongestelde vernuftelijkheden bij de Batavus-dealer van tegenwoordig. Want fietsverkopers zijn tegenwoordig meer merkvertegenwoordigers én gewezen coureurs.
Hoewel trendy, ligfietsen én uit de kluiten gewassen driewielers vindt men nog niet in die ontvreemde opsomming van de politie. 't Zal echter niet zo lang meer duren, als eenmaal de helm, schouder- elleboog- en kniebeschermers ingang zullen vinden en de fietsgordel zijn intrede doet.
Hoewel, voorlopig, heb ik nog geen reklamefolder gezien -van alle beschikbare merken- waar deze aerodinamica te koop worden aangeboden. Misschien dat een brandstofloze zondag daar een kentering in brengt; maar dat is -gezien de gulzigheid van brassende cyclocrosser- nog niet voor morgen...
TLL
Vroeger had je bij ons een fietsemaker; had slechts één vitrine en daar pronkte één excemplaar... een aantal zadels vooraan, daarnaast enkele tassendragers, wat snelbinders en een tube of buitenband. Deze laatste atributen vertolkte dan ook meestal slechts één merk. En de kaders van zijn fietsen hoefden niet veel colouriteit zoals tegenwoordig, monotoon zwart (handig in het onderhoud, heette dat toen). Dat het tegenwoordig echter geen sinecure is om een fiets te vinden, kan ik je verzekeren. Tenminste als ik het plaatselijk krantje mag geloven; de annonce van de gemeentelijke berichtgeving toont eenmaal 's jaars een lijst van gevonden en ontvreemde voorwerpen. De massa's fietsen die daarin opgesomd worden doet vermoeden dat menig potentiele fietsmaniak de keuze in de straat aantrekkelijk vond dan bij die ten overvloede tentoongestelde vernuftelijkheden bij de Batavus-dealer van tegenwoordig. Want fietsverkopers zijn tegenwoordig meer merkvertegenwoordigers én gewezen coureurs.
Hoewel trendy, ligfietsen én uit de kluiten gewassen driewielers vindt men nog niet in die ontvreemde opsomming van de politie. 't Zal echter niet zo lang meer duren, als eenmaal de helm, schouder- elleboog- en kniebeschermers ingang zullen vinden en de fietsgordel zijn intrede doet.
Hoewel, voorlopig, heb ik nog geen reklamefolder gezien -van alle beschikbare merken- waar deze aerodinamica te koop worden aangeboden. Misschien dat een brandstofloze zondag daar een kentering in brengt; maar dat is -gezien de gulzigheid van brassende cyclocrosser- nog niet voor morgen...
TLL