Verhalen waar gebeurd of gefantaseerd.
-
bobane
Daguitstap
Al vroeg was iedereen paraat en op de afspraak, wagens werden bemand, (met vrouwen) en de tetterende
bende vertrok.
Eerste halte, in de voormiddag bezoek aan een brouwerij. 25 Dames gingen onwennig binnen in een
immense zaal van de brouwerij Rodenbach. Iedereen met een koffie voor zich bekeek de film over Het ontstaan en reilen en zeilen van het bedrijf. Immense biertonnen, in vaktermen foeders, rolden over
het scherm met inhoud van max. 65.000 liter hemels vocht. Bruin getint en fris van afdronk.
Toen begon de eigenlijke rondleiding, rijen houten vatten op sterke betonnen muren geschikt, elk met
een nummer bekleedt, leiding om te spoelen en een geurtje die al herkenning bracht naar het flesje dat
we thuis soms proefden.
De geschiedenis werd ons tot in detail uit de doeken gedaan, ook dat deze Belgische trots nu in handen is
van de heren Lambert, en gefusioneerd is met Palm.
Rond 11.30 zitten 25 dames als kenners in een prachtige zaal vol eiken (franse en onmenselijk duur) vaten,
te genieten van een fris pintje recht uit het vat, met als afsluiter een Rodenbach grand cru!
'k weet het, het is aperitiefuur maar toch.
Na de nodige complimenten en dankbetuigingen gaan we wandelend naar het restaurant, kwestie van het
geestelijk vocht wat af te werken door beweging.
Na het dineren, wagen we ons met zijn allen naar de drukkerij Roularta, ook al met grote faam in ons
Belgisch landje.
Daar worden we rondgeleid in de wereld van computers, zalen vol, mensen die geen tijd hebben om op
te zien, want ze moeten met z'n allen de deadline halen voor iedere opdracht op hun orderblad. In de zalen
is het daarbij nog erg warm, wij vrouwen in de middenleeftijd, krijgen vapeurs bij het zien van de noeste
Arbeid van anderen
In de drukkerij zelf kunnen we geen woordje commentaar leveren vanwege het helse lawaai, de kranten,
tijdschriften vlogen ons langs alle kanten rond de oren, boven ons hoofd aan een snelheid om dronken van te
worden vlogen de drukwerken van de ene kant van de drukkerij naar de andere kant om uiteindelijk, mooi
gestapeld en met een plastichoesje omkleed vertrekkens klaar te worden ingeladen in de vrachtwagens.
De rondleiding neemt een einde in de gezellige ontmoetingsruimte met alweer een bruintje aangeboden
door de firma en met een pakje recente tijdschriften vertrekken de 25 voldane vrouwen naar een nog
andere gelegenheid om een kopje troost met bijhorende koek te genieten en de dag, eindelijk, te kunnen
becommentariëren.
Thuis gekomen zitten we weer gezellig met de beentjes hoog, verslag uit te brengen aan onze partner, die verwonderd zijn wenkbrauwen de hoogte in laat gaan, zijn vrouw die twee Rodenbach drinkt en niet zoals gewoonlijk in slaap valt voor de tv?
Wat een daguitstap al niet kan!!!
Al vroeg was iedereen paraat en op de afspraak, wagens werden bemand, (met vrouwen) en de tetterende
bende vertrok.
Eerste halte, in de voormiddag bezoek aan een brouwerij. 25 Dames gingen onwennig binnen in een
immense zaal van de brouwerij Rodenbach. Iedereen met een koffie voor zich bekeek de film over Het ontstaan en reilen en zeilen van het bedrijf. Immense biertonnen, in vaktermen foeders, rolden over
het scherm met inhoud van max. 65.000 liter hemels vocht. Bruin getint en fris van afdronk.
Toen begon de eigenlijke rondleiding, rijen houten vatten op sterke betonnen muren geschikt, elk met
een nummer bekleedt, leiding om te spoelen en een geurtje die al herkenning bracht naar het flesje dat
we thuis soms proefden.
De geschiedenis werd ons tot in detail uit de doeken gedaan, ook dat deze Belgische trots nu in handen is
van de heren Lambert, en gefusioneerd is met Palm.
Rond 11.30 zitten 25 dames als kenners in een prachtige zaal vol eiken (franse en onmenselijk duur) vaten,
te genieten van een fris pintje recht uit het vat, met als afsluiter een Rodenbach grand cru!
'k weet het, het is aperitiefuur maar toch.
Na de nodige complimenten en dankbetuigingen gaan we wandelend naar het restaurant, kwestie van het
geestelijk vocht wat af te werken door beweging.
Na het dineren, wagen we ons met zijn allen naar de drukkerij Roularta, ook al met grote faam in ons
Belgisch landje.
Daar worden we rondgeleid in de wereld van computers, zalen vol, mensen die geen tijd hebben om op
te zien, want ze moeten met z'n allen de deadline halen voor iedere opdracht op hun orderblad. In de zalen
is het daarbij nog erg warm, wij vrouwen in de middenleeftijd, krijgen vapeurs bij het zien van de noeste
Arbeid van anderen
In de drukkerij zelf kunnen we geen woordje commentaar leveren vanwege het helse lawaai, de kranten,
tijdschriften vlogen ons langs alle kanten rond de oren, boven ons hoofd aan een snelheid om dronken van te
worden vlogen de drukwerken van de ene kant van de drukkerij naar de andere kant om uiteindelijk, mooi
gestapeld en met een plastichoesje omkleed vertrekkens klaar te worden ingeladen in de vrachtwagens.
De rondleiding neemt een einde in de gezellige ontmoetingsruimte met alweer een bruintje aangeboden
door de firma en met een pakje recente tijdschriften vertrekken de 25 voldane vrouwen naar een nog
andere gelegenheid om een kopje troost met bijhorende koek te genieten en de dag, eindelijk, te kunnen
becommentariëren.
Thuis gekomen zitten we weer gezellig met de beentjes hoog, verslag uit te brengen aan onze partner, die verwonderd zijn wenkbrauwen de hoogte in laat gaan, zijn vrouw die twee Rodenbach drinkt en niet zoals gewoonlijk in slaap valt voor de tv?
Wat een daguitstap al niet kan!!!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt
Een gezellige boel is het als je 3 grote kleinkinderen, met nog een liefje erbij, samen rond de grote tuintafel krijgt op het terras. De zondag ervoor had één van de drie gehoord van de bompa dat bomi een grote ketel gehaktballen in Provençaalse saus gemaakt had en in verschillende porties verdeeld in de diepvries had gestopt. Dat was van de bomi een beetje te voortvarend geweest of buiten de waard gerekend, in dit geval buiten ons drietal.
Ze wisten het uiteindelijk zo aan boord te leggen, voor zichzelf een uitnodiging te versieren. Toegegeven hun ouders waren voor een paar dagen op reis, de diepvries thuis stak behoorlijk vol, maar de kans om de voeten onder een andere tafel te steken was veel te mooi om te laten liggen. De oudste van de drie, vroeg dan nog geraffineerd, of het liefje ook mocht meekomen. Wat kan je daar behalve ‘ja natuurlijk ‘ op antwoorden?
Het was ideaal buitenweer, zet 4 jonge gasten samen met nog een goed gevuld bord en de stemming is opperbest. De ‘ bouletten ‘ minderden zienderogen en de kommen frietjes kon de bomi amper gevuld houden. Uit ervaring wist ze dat alle hongerige magen na een poosje gevuld geraken waarna ze dan zelf ook een hapje kan eten. Een opmerking van de oudste naar z’n broer, die met een stuk van de krant aan tafel kwam zitten bracht een discussie op gang! Wat zou de bomi wel denken? “ je bent een gestampte boer man! “ woord en wederwoord. Gelach van de twee anderen, het vriendinnetje keek wel een beetje schuw naar de bomi, die wist wel beter en had alleen maar binnenpretjes!
Je springt in zulke gesprekken van de hak op de tak, voor dat je het weet zit je aan “ Weet je nog dat, of toen …? Liefje had ergens naar haar vriend de opmerking gemaakt dat hij haar telkens verbeterde, altijd zijn gelijk wou halen en soms een echte betweter was! De bomi wist ook dát en zei toen ‘ Ja dat weet ik nog van vroeger! ‘ genoeg om aller aandacht, vooral die van de twee jonge tortels, te trekken. Vertel, vertel a.u.b. vertel? Een donkere blik van die stoere bink vloog haar richting uit.
De bomi vertelde dat toen ze nog klein waren en ze de woensdagmiddagen na school kwamen eten zich ook wel eens van die scènes hadden afgespeeld. Kip met pêche en aardappelpuree stonden regelmatig op het menu, de oudste zei dan geregeld ‘ Bomi mijn papa zegt dat ik daar perziken moet tegen zeggen. ‘ waarop de bomi dan zei ‘ Heel goed manneke bij je papa eet je perziken en bij de bomi pêchkes, je mag kiezen nu! ‘ de kleine wist natuurlijk wat hij koos want ook bij kleine jongens gaat de liefde door de maag. Een andere anekdote ging over het verschil tussen patatjes ( in de volksmond ) en aardappelen in het A.N. We hebben allemaal genoten, gegierd over hun knutselwerkjes van toen, de namiddagen van vingerverf, het lange elastiek dwars gespannen van de ene hoek van de keuken naar de andere, vol van eigen werkjes met gekleurde wasknijpers vastgespeld, de zelfgemaakte kroon voor de jarige, pannenkoeken eten en zoveel méér. Onbetaalbare herinneringen ….
Iemand zei me onlangs “ Je krijgt op gebied van affectie maar net terug wat je er zelf hebt ingestopt! “ een levensgrote waarheid. Het geldt niet alleen voor de relatie grootouders en kleinkinderen maar is zowat op heel het leven toepasbaar!
Bomi,
08-09-04
http://blog.seniorennet.be/bomi

Ze wisten het uiteindelijk zo aan boord te leggen, voor zichzelf een uitnodiging te versieren. Toegegeven hun ouders waren voor een paar dagen op reis, de diepvries thuis stak behoorlijk vol, maar de kans om de voeten onder een andere tafel te steken was veel te mooi om te laten liggen. De oudste van de drie, vroeg dan nog geraffineerd, of het liefje ook mocht meekomen. Wat kan je daar behalve ‘ja natuurlijk ‘ op antwoorden?
Het was ideaal buitenweer, zet 4 jonge gasten samen met nog een goed gevuld bord en de stemming is opperbest. De ‘ bouletten ‘ minderden zienderogen en de kommen frietjes kon de bomi amper gevuld houden. Uit ervaring wist ze dat alle hongerige magen na een poosje gevuld geraken waarna ze dan zelf ook een hapje kan eten. Een opmerking van de oudste naar z’n broer, die met een stuk van de krant aan tafel kwam zitten bracht een discussie op gang! Wat zou de bomi wel denken? “ je bent een gestampte boer man! “ woord en wederwoord. Gelach van de twee anderen, het vriendinnetje keek wel een beetje schuw naar de bomi, die wist wel beter en had alleen maar binnenpretjes!
Je springt in zulke gesprekken van de hak op de tak, voor dat je het weet zit je aan “ Weet je nog dat, of toen …? Liefje had ergens naar haar vriend de opmerking gemaakt dat hij haar telkens verbeterde, altijd zijn gelijk wou halen en soms een echte betweter was! De bomi wist ook dát en zei toen ‘ Ja dat weet ik nog van vroeger! ‘ genoeg om aller aandacht, vooral die van de twee jonge tortels, te trekken. Vertel, vertel a.u.b. vertel? Een donkere blik van die stoere bink vloog haar richting uit.
De bomi vertelde dat toen ze nog klein waren en ze de woensdagmiddagen na school kwamen eten zich ook wel eens van die scènes hadden afgespeeld. Kip met pêche en aardappelpuree stonden regelmatig op het menu, de oudste zei dan geregeld ‘ Bomi mijn papa zegt dat ik daar perziken moet tegen zeggen. ‘ waarop de bomi dan zei ‘ Heel goed manneke bij je papa eet je perziken en bij de bomi pêchkes, je mag kiezen nu! ‘ de kleine wist natuurlijk wat hij koos want ook bij kleine jongens gaat de liefde door de maag. Een andere anekdote ging over het verschil tussen patatjes ( in de volksmond ) en aardappelen in het A.N. We hebben allemaal genoten, gegierd over hun knutselwerkjes van toen, de namiddagen van vingerverf, het lange elastiek dwars gespannen van de ene hoek van de keuken naar de andere, vol van eigen werkjes met gekleurde wasknijpers vastgespeld, de zelfgemaakte kroon voor de jarige, pannenkoeken eten en zoveel méér. Onbetaalbare herinneringen ….
Iemand zei me onlangs “ Je krijgt op gebied van affectie maar net terug wat je er zelf hebt ingestopt! “ een levensgrote waarheid. Het geldt niet alleen voor de relatie grootouders en kleinkinderen maar is zowat op heel het leven toepasbaar!
Bomi,
08-09-04
http://blog.seniorennet.be/bomi
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt
.‘n Paar jaar geleden hebben we als opvanghuis gediend voor ’n familie merels.
’t Was bijna zomer, regelmatig vlogen er vogels af en aan. Niks speciaal hier, we wonen vrij groen. Drie halfronde bloembakken met geraniums, hingen aan de houten schutting onder het afdak. Opvallend was dat ze altijd richting tweede bloembak vlogen.
Dat was hun doel. Zéér raar vonden we, tot we zagen dat er met droog gras en takjes werd gesleurd ‘ Ze gaan nest maken, ’t zijn merels.‘ zei mijn man. Denk je dat? Ja we zagen het, regelmatig ging er ééntje in de bak zitten, zat er met het ganse lijf te draaien, maakte zich zó een klein kuiltje. De bodem was er al, met de rest werd een mooi stevig nest gebouwd.
Wij, heel stilletjes op het terras, volgden de bouwwerken.
Een paar dagen later nog vóór ’t ontbijt, ook voor ons was die bloembak nu iets speciaals geworden, kwam mijn man binnen ‘ er liggen drie eitjes in dat nest ‘ Nieuwsgierig, een kijkje nemen, het doet je wat, je hebt het voordien nooit gezien. Ja wel eens op foto maar nooit echt, op je eigen terras, in je eigen bloembak. Je wordt er een beetje stil van. Er lagen echt drie blauwachtig gekleurde eitjes. Regelmatig eens gaan zien, ja hoor ze zat er, moeder merel. Haar kopje, voor ons net zichtbaar, tussen twee grote roze bloemen. Nog nooit denk ik, heeft ‘n vogel zo’n mooi decor voor z’n nest gehad. Zolang je in de keukendeur bleef staan gebeurde er niets, kwam je een paar passen dichterbij hief ze het kopje met een onderzoekende blik van ‘wat moet dat mens hier? ‘
De volgende dag waren ‘t al vijf eitjes. Ondertussen waren we al zo ver dat we rustig aan de tuintafel konden zitten terwijl zij zat te broeden. Gewoon praten ging ook, we waren goedgekeurd, geaccepteerd. Alléén wanneer mijn man ietsje te hard een blad van de krant omsloeg vloog ze op. Ze ging dan op de schutting zitten wachten tot het weer veilig was, kwam dan terug. Zij werd zo eigen dat ik rustig de andere planten kon begieten zonder dat ze opvloog. Je wil dat volgen er niets van missen. Grote verwondering toen ik haar zag wegvliegen met een ei dat aan haar bek geprikt hing. We controleerden het nest, nog vier eitjes. Plaatsgebrek? Natuurlijke selectie? We wisten het niet.
Het broeden ging gewoon verder.
’n Tijdje later, hoorden we een licht gefezel uit het nest komen, piepen kon je het nog niet noemen. Al die tijd was de vader op ’n afstand gebleven, waakzaam oplettend! Vrouwtje vloog weg, hij kwam op het nest zitten krijsen, verdediging en angst samen. Zo was het vrouwtje terug, vloog hij altijd naar hetzelfde paaltje, zijn uitkijkpost. Hij hield ons nauwlettend in de gaten. Wat kan zo’n vogel denken? Misschien was hij wel verbaasd over mijn witte veren. Hij vond ons denkelijk even interessant als wij hen. Stond er één van ons recht vloog hij reclamerend, veilig in een grote boom. Moeder deed ondertussen wat ze moest doen, zij wist wel beter. Voor haar waren we OK.
De volgende dag zagen we moeder wegvliegen met een vogeltje in de bek. Waar heeft ze het gebracht, wat heeft ze ermee gedaan ? Waarom? Vragen en nog eens vragen. We konden er alleen maar naar raden.
Nog eens goed gekeken, nog drie vogeltjes, met te grote wiebelende kopjes en opengesperde bekjes. Het werden al vlug drie fatsoenlijke vogels, ze begonnen zelfs al pogingen te doen op te vliegen, even vlug vielen ze weer in ’t nest. Het voederen ging om beurten, de dag lang. Moeder bracht de nacht door op ’t nest, vader in zijn boom.
’s Morgens was de voederpartij lang bezig vóór wij beneden kwamen. Het ogenblik kwam dat er al eens ééntje op de kant van ’t nest ging zitten kwetteren. De tijd was er rijp voor, het uitvliegen kon beginnen. Moeder zat op het grasperk, trippelde parmantig rondjes, herhaalde steeds hetzelfde lokkende liedje. Het jong op de kant, fladderde wel fel met de vleugels, was niet van plan het veilige nest te verlaten. Uren heeft die lokpartij geduurd. En Ja het lukte, dapper vloog ‘t naar de moeder, landde wel een beetje raar, verstopte zich in de struiken. Dat was er al één. Het tweede hebben we niet gezien, de volgende morgen was er nog maar ééntje
Dat laatste is een verhaal op zich, een melodrama. Het jong op de kant van het nest doodsbang, moeder allerlei geluidjes makend vloog weg en weer. Hij of zij vertikte het gewoon, veel gefladder en angstig gepiep dat was alles. We zagen iets wat ik zelf niet zou geloven moest een ander het vertellen. De schutting waar de bak aanhing stond tussen ons en de buren. Moeder was van tactiek veranderd, ze ging nu aan de kant van de buren aan de planken hangen. Ze begon met de snavel over en weer te schrapen, net op de plek waar de bak hing, ondertussen allerlei piepgeluiden makend . Het jong was nu helemaal van slag, wist niet waar naartoe of wat aangevangen, hoorde zijn moeder, rook ze misschien wel maar zag ze niet. Een lange tijd ging dat zo verder, moeder had er ineens genoeg van. Ze kwam weer naar het nest plaatste zich naast het jong op de rand, gaf er met haar lijf een duw tegen, ’t jong ging over boord.
Het beestje is niet gevallen, kreeg ineens zijn natuurlijke reflex en vloog weg tussen het groen, gevolgd door de moeder.
Voor ons ’n onvergetelijke gebeurtenis!
Bomi
Voor foto's kijk op mijn blog; http://blog.seniorennet.be/bomi
’t Was bijna zomer, regelmatig vlogen er vogels af en aan. Niks speciaal hier, we wonen vrij groen. Drie halfronde bloembakken met geraniums, hingen aan de houten schutting onder het afdak. Opvallend was dat ze altijd richting tweede bloembak vlogen.
Dat was hun doel. Zéér raar vonden we, tot we zagen dat er met droog gras en takjes werd gesleurd ‘ Ze gaan nest maken, ’t zijn merels.‘ zei mijn man. Denk je dat? Ja we zagen het, regelmatig ging er ééntje in de bak zitten, zat er met het ganse lijf te draaien, maakte zich zó een klein kuiltje. De bodem was er al, met de rest werd een mooi stevig nest gebouwd.
Wij, heel stilletjes op het terras, volgden de bouwwerken.
Een paar dagen later nog vóór ’t ontbijt, ook voor ons was die bloembak nu iets speciaals geworden, kwam mijn man binnen ‘ er liggen drie eitjes in dat nest ‘ Nieuwsgierig, een kijkje nemen, het doet je wat, je hebt het voordien nooit gezien. Ja wel eens op foto maar nooit echt, op je eigen terras, in je eigen bloembak. Je wordt er een beetje stil van. Er lagen echt drie blauwachtig gekleurde eitjes. Regelmatig eens gaan zien, ja hoor ze zat er, moeder merel. Haar kopje, voor ons net zichtbaar, tussen twee grote roze bloemen. Nog nooit denk ik, heeft ‘n vogel zo’n mooi decor voor z’n nest gehad. Zolang je in de keukendeur bleef staan gebeurde er niets, kwam je een paar passen dichterbij hief ze het kopje met een onderzoekende blik van ‘wat moet dat mens hier? ‘
De volgende dag waren ‘t al vijf eitjes. Ondertussen waren we al zo ver dat we rustig aan de tuintafel konden zitten terwijl zij zat te broeden. Gewoon praten ging ook, we waren goedgekeurd, geaccepteerd. Alléén wanneer mijn man ietsje te hard een blad van de krant omsloeg vloog ze op. Ze ging dan op de schutting zitten wachten tot het weer veilig was, kwam dan terug. Zij werd zo eigen dat ik rustig de andere planten kon begieten zonder dat ze opvloog. Je wil dat volgen er niets van missen. Grote verwondering toen ik haar zag wegvliegen met een ei dat aan haar bek geprikt hing. We controleerden het nest, nog vier eitjes. Plaatsgebrek? Natuurlijke selectie? We wisten het niet.
Het broeden ging gewoon verder.
’n Tijdje later, hoorden we een licht gefezel uit het nest komen, piepen kon je het nog niet noemen. Al die tijd was de vader op ’n afstand gebleven, waakzaam oplettend! Vrouwtje vloog weg, hij kwam op het nest zitten krijsen, verdediging en angst samen. Zo was het vrouwtje terug, vloog hij altijd naar hetzelfde paaltje, zijn uitkijkpost. Hij hield ons nauwlettend in de gaten. Wat kan zo’n vogel denken? Misschien was hij wel verbaasd over mijn witte veren. Hij vond ons denkelijk even interessant als wij hen. Stond er één van ons recht vloog hij reclamerend, veilig in een grote boom. Moeder deed ondertussen wat ze moest doen, zij wist wel beter. Voor haar waren we OK.
De volgende dag zagen we moeder wegvliegen met een vogeltje in de bek. Waar heeft ze het gebracht, wat heeft ze ermee gedaan ? Waarom? Vragen en nog eens vragen. We konden er alleen maar naar raden.
Nog eens goed gekeken, nog drie vogeltjes, met te grote wiebelende kopjes en opengesperde bekjes. Het werden al vlug drie fatsoenlijke vogels, ze begonnen zelfs al pogingen te doen op te vliegen, even vlug vielen ze weer in ’t nest. Het voederen ging om beurten, de dag lang. Moeder bracht de nacht door op ’t nest, vader in zijn boom.
’s Morgens was de voederpartij lang bezig vóór wij beneden kwamen. Het ogenblik kwam dat er al eens ééntje op de kant van ’t nest ging zitten kwetteren. De tijd was er rijp voor, het uitvliegen kon beginnen. Moeder zat op het grasperk, trippelde parmantig rondjes, herhaalde steeds hetzelfde lokkende liedje. Het jong op de kant, fladderde wel fel met de vleugels, was niet van plan het veilige nest te verlaten. Uren heeft die lokpartij geduurd. En Ja het lukte, dapper vloog ‘t naar de moeder, landde wel een beetje raar, verstopte zich in de struiken. Dat was er al één. Het tweede hebben we niet gezien, de volgende morgen was er nog maar ééntje
Dat laatste is een verhaal op zich, een melodrama. Het jong op de kant van het nest doodsbang, moeder allerlei geluidjes makend vloog weg en weer. Hij of zij vertikte het gewoon, veel gefladder en angstig gepiep dat was alles. We zagen iets wat ik zelf niet zou geloven moest een ander het vertellen. De schutting waar de bak aanhing stond tussen ons en de buren. Moeder was van tactiek veranderd, ze ging nu aan de kant van de buren aan de planken hangen. Ze begon met de snavel over en weer te schrapen, net op de plek waar de bak hing, ondertussen allerlei piepgeluiden makend . Het jong was nu helemaal van slag, wist niet waar naartoe of wat aangevangen, hoorde zijn moeder, rook ze misschien wel maar zag ze niet. Een lange tijd ging dat zo verder, moeder had er ineens genoeg van. Ze kwam weer naar het nest plaatste zich naast het jong op de rand, gaf er met haar lijf een duw tegen, ’t jong ging over boord.
Het beestje is niet gevallen, kreeg ineens zijn natuurlijke reflex en vloog weg tussen het groen, gevolgd door de moeder.
Voor ons ’n onvergetelijke gebeurtenis!
Bomi
Voor foto's kijk op mijn blog; http://blog.seniorennet.be/bomi
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt

Geschuifel van voeten op de houten vloer, met daarbij een zacht gemurmel en geroezemoes, liet de beide clowns achter de coulissen weten dat de tent vol zat! Na de verwelkoming en voorstelling van de directeur, in zwarte cape en hoge hoed, zouden zij beide de piste binnen vallen.
Het is te zeggen Bernado zou dat doen, zijn collega “ Meester Fuga “ trad op als een levende marionet. Alles aan hem was statig, verfijnd. Hooghartig, zich bewust van zijn waardigheid, zou hij al fluitspelend de ‘ arena ‘ binnen stappen. Zijn losse hemd was van satijn, met groene en lichtoranje lappen, in ruitvorm aan elkaar gezet. De halsuitsnijding mooi afgeboord met een strook garenkant stond lichtjes rechtop in de nek. Onder het hemd droeg hij een lichtoranje smalle kuitbroek met witte slobkousen. Een kleurig geheel! De groene punthoed stond een beetje schuin op zijn hoofd. De haren waren zo kort geknipt dat ze nauwelijks zichtbaar waren, gans zijn gezicht was wit geschilderd met grote zwarte wenkbrauwbogen waarvan ééntje hoog ééntje laag. Een grote roodgeschilderde mond maakte het geheel af. De mouwen van de blouse waren afgeboord met een wel 15 cm brede garenkant, netjes gefronst rond de polsen. Elke beweging van de handen gaf de indruk van twee rondfladderende vlinders.
De lichten rond de piste floepten aan, de gordijnen werden door twee helpers open geschoven, de directeur maakte zijn entréé onder luid tromgeroffel, van ergens boven uit een hoek van de tent. Het publiek klapte in de handen, de spanning was voelbaar.
Rad van tong sprak de circusbaas zijn “ Welkom “ uit. Achter de zware gordijnen steeg de spanning voor de clowns, ze werden als eerste voor de leeuwen gegooid, kwestie de sfeer in de tent op punt te brengen.
Ze hoorden de directeur zijn aankondiging maken met als laatste woorden “ ……wens ik jullie verder nog veel plezier met Meester Fuga en Bernardooooh … …!!!
De zin was nog niet helemaal uitgestorven of ze stonden al in de lichtkring. De Meester spelend op de fluit, Bernardo buitelend, hardop lachend, roepend naar het publiek. Ze werden met gejoel en het gestamp van honderden voeten onthaald. De sfeer was er! Bernardo had een miniviooltje in de hand het was de bedoeling dat hij Meester Fuga zou begeleiden. Eén groot bromgeluid was alles wat er te horen was. Fuga was er niet zo gelukkig mee, hij zou het zijn arme vriend eens uitleggen. Die scène heeft wel 15 minuten geduurd tot groot jolijt van de toeschouwers. Natuurlijk werd er van Bernardo de meest domme stunts verwacht, het klopte nog ook! Vooral de kinderen waren wild enthousiast toen Bernardo verdrietig over zijn onkunde zijn tranen de vrije loop liet. Twee straaltjes water spoten uit zijn ogen, jammerend liep hij in de ring rond, af en toe struikelend over zijn veel te lange paarsgeruite broek. De veel te grote schoenen aan zijn voeten waren er mee de oorzaak van. Hij had het publiek achter zich, terwijl Fuga afkeurend stond te mompelen, verbaasd doend over zoveel domheid.
Bernardo was duidelijk de lieveling van het publiek, hij liet de kruin van zijn rosse pruik draaien rekte tezelfdertijd het elastiek, waar zijn strik op vastzat, meermaals uit om hem dan plots te laten schieten, zo fel dat hij zelf achterover sloeg. Krabbelend kwam hij overeind om met het grootste gemak weer een andere domme streek te bedenken. Hilariteit!
Niemand kon vermoeden wat er in de man omging, welke zware last hij met zich meedroeg. Jaren geleden had hij het ongeluk gehad een jongetje op de fiets aan te rijden. De jongen kwam uit een smalle steeg in grote snelheid de straat op gefietst, voor Bernard onmogelijk zichtbaar! Hij had hem alleen gevoeld, toen was het al te laat. De angstige blik van de jongen die op de motorkap geslingerd werd zou hij nooit vergeten, ook zijn eigen angst bezorgde hem na al die jaren nog nachtmerries. Eén grote onvoorzichtigheid van de jongen, twee levens werden totaal overhoop gegooid!
Vanaf dan ging hij op de dool, begon te drinken, het ging snel bergaf. In één van de café’s kwam hij per toeval Meester Fuga tegen, die na een voorstelling een pintje kwam drinken. Ze raakten aan de praat, Bernard deed zijn verhaal. Fuga, die in werkelijkheid Karel noemde, wist hem zo ver te krijgen dat hij enige interesse toonde voor het circusleven. Karel benadrukte vooral het plezier dat hij de kinderen, overal waar hij kwam, bezorgde. Maanden heeft het geduurd eer Bernard toehapte en ermee akkoord ging om eens achter de schermen te gaan zien. Langzaam maar zeker wist Karel hem over de streep te trekken. Het lukte hem Bernard te overhalen eens een proef te doen op een namiddagvoorstelling. Eerst een beetje stroef en stijf ging het met de hulp van Karel stilaan beter en beter. De start van een nieuw artiestenduo was een feit! Een artiestennaam was snel gevonden. Bernard werd Bernardo, zo trokken ze nu al zeven jaar door de Benelux. “ Meester Fuga en Bernardo “ werden een begrip.
Karel voelt als geen ander de gemoedsstemming van zijn makker aan. Hij weet dat Bernardo alleen optreedt om kinderen gelukkig te maken. Het schaterlachen van kinderen betekent alles voor hem! Even kan hij dan het pijnlijke gebeuren opzij zetten, vergeten nooit, ook al trof hem geen schuld, voor zichzelf ligt het niet zo simpel.
De kleine jongen van toen is nu een kerel van 15 maar blijft voor altijd aan zijn rolwagen gekluisterd. Regelmatig als hij in de buurt is gaat hij er op bezoek, de familie heeft hem nooit verwijten gemaakt. Ook de jongeman is hem goedgezind, ziet hem op een speciale manier wel graag komen. Die band door het lot gesmeed is er voor allebei, kan niet ongedaan gemaakt worden. De jongen weet dat Bernard in zijn binnenste lijdt, Bernard ziet bij zijn bezoeken dat de jongen ondanks alles vrij levenslustig is en hoopvol blijft. Toch blijft Bernard voor de rest van zijn leven zitten met een pijnlijk gevoel, een wrange smaak in de mond.
Hun act zit erop, onder een daverend applaus verlaten ze de piste. Karel weet maar al te goed hoe zijn maat zich voelt, slaat zijn arm rond zijn schouder.
Een echte clown mag wenen in zijn hart maar met een lach op zijn gezicht! Inwendig elke keer een beetje sterven!
Bomi,
02-04-04
Breng ook eens een bezoekje aan mijn blog,
http://blog.seniorennet.be/bomi
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt

‘ Het Huis ‘ in ’t dorp beter bekend als ‘ Het klein Kasteeltje ‘ is er weer, herrezen in al zijn glorie! Op het kleine torentje zijn nieuwe leien gelegd die het zonlicht opvangen en weerkaatsen. Het glaswerk blinkt in de donkere houten ramen, geeft aan het geheel een extra cachet. De kasseien van de oprijlaan zijn bewaard gebleven, afgezoomd met de jarenoude eiken. De gazons netjes geknipt, struiken en heesters gesnoeid, wandelpaadjes keurig geharkt. Een ruime parking is voorzien, overal staan oude lantaarnpalen die ’s avonds een gezellig licht verspreiden. Aan de twee zijden van het huis liggen grote terrassen die uitnodigen tot een beetje rust, een drankje met zicht op de prachtige tuinen. Kortom het kasteeltje is in ere hersteld.
Gans het dorp weet dat het niet altijd zo geweest is. Vroeger ja toen de oude baronnes nog leefde had het een echte grandeur gehad, er werd gefeest en gasten werden in stijl ontvangen. Na de dood van de oude baronnes trok haar zoon naar Parijs en liet het kasteeltje voor wat het was. De jonge baron was een losbol belust op vrouwelijk schoon, rokkenjager eerste klas. Door hem had het huis een slechte naam gekregen en was het terecht gekomen in een erbarmelijke staat van verval.
De oudere inwoners van het dorp weten maar al te goed wat er allemaal gebeurd is toen de baronnes de teugels nog stevig in handen had. Alleen haar zoon, haar oogappel, heeft ze nooit aan banden kunnen leggen. Hij ging zijn eigen gang, nam van het leven wat het te bieden had.
Indertijd liet hij zijn oog vallen op het frisse keukenhulpje van het kasteeltje. Ansje schuwde hem zoveel ze kon. Hij was een lepe vos, schrok er niet voor terug geweld te gebruiken om zijn zin te krijgen. Op een warme namiddag toen de knechten in de stallen zaten, de kokkin haar dutje deed en de baronnes boven in haar suite siësta hield zag hij z’n kans schoon. Nietsvermoedend overviel hij het jonge ding, sleurde haar naar de bijkeuken en met de hand op haar mond verkrachtte hij haar. Schamper merkte hij op dat wanneer ze ook maar iets zou vertellen hij wel zou zorgen dat ze ontslagen werd. De mooie broche van z’n moeder toonde hij haar grinnikend en zei ‘ Deze is nu verdwenen als je me verklikt zorg ik ervoor dat mijn moeder denkt dat jij hem hebt gestolen. ‘ Ansje droop versuft af, gelijk een geslagen hond.
Twee maanden later ontdekte ze dat ze zwanger was, het kind was in alle staten. Haar moeder wou weten wie de vader was maar Ansje was doodsbenauwd iets te vertellen. Onmogelijk tegen haar moeder de naam van de jonge baron te noemen, de oude kokkin was de enige die Ansje in vertrouwen kon nemen. De oudere vrouw wist dat dit niet het eerste geval was, dat de jonge baron niet te stoppen was. Ze kon alleen maar proberen de schade te beperken. Op ’n geschikt moment had ze dan ook een lang gesprek met haar meesteres die op staande voet Ansje bij zich liet komen. ‘ Heb je een vriend? ‘ vroeg ze het meisje, toen die ontkennend antwoordde zei ze ‘ Laat het nu maar aan mij over, ik regel dat wel! ‘ en Ansje kon gaan.
Drie dagen later werd ze weer bij de baronnes geroepen, naast haar stond een jonge man met de pet in de handen, nerveus draaiend. ‘ Dit is Frans ‘ zei ze ‘ volgende week trouwen jullie in ’t dorp hiernaast, ik heb de pastoor al verwittigd. Vanavond kom ik dan naar je moeder en is deze zaak van de baan. ‘ Frans reageerde niet, Ans kon geen woord uitbrengen, samen verlieten ze de kamer. In de keuken deed Frans het verhaal, de baronnes had hem gevraagd met Ans te trouwen in ruil voor een aanzienlijke som geld. Hij had geantwoord dat hij dat zonder dat geld ook wel wou, wie zou er nu iets tegen hebben om met zo een mooie meid te trouwen. Dan had ze verteld dat het meisje in verwachting was, wijselijk de naam van de vader verzwijgend. Ansje heeft Frans verteld wat er gebeurd was, wat moest ze anders doen? Ze besloten hun lot te aanvaarden, te proberen er het beste van te maken. Frans was een handige man een werker, hij hielp op de kleine boerderij van zijn ouders en overdag kluste hij op ’t kasteeltje.
De plotse trouw van het jonge paar was hét onderwerp van gesprek, ook het waarom deed al snel de ronde. In een dorp draait de nieuwsmolen snel. Eén ding hadden ze elkaar beloofd het smartengeld zouden ze bij de notaris brengen die zou het wel in beheer nemen. Ze wilden het alleen klaren. Ans beviel van een dochtertje, Frans aanzag het als z’n eigen kind. Hoe graag ze het ook wilden kinderen kwamen er niet meer. Jaren gingen voorbij ze werkten van de morgen tot de avond. Af en toe kon Frans zelfs nog een centje extra naar de notaris brengen. Leentje groeide lijk kool en was een zeer intelligent kind. Na de dorpsschool mocht ze naar stad gaan college lopen op aandringen van de pastoor.
Even na de geboorte van Leentje overleed de oude baronnes en vertrok de jonge baron naar Parijs. Al die jaren stond het kasteeltje leeg en takelde zienderogen af. Het werd een echte woestenij, ideale plaats voor het dumpen van afval. Een hele generatie groeide op met ‘ Het Kasteeltje’ als plaats om allerlei kattenkwaad uit te halen. Zelfs landlopers vonden er regelmatig een onderkomen. Van de mooie tuinen bleef niets meer over, vanaf de straatkant was het gebouw nauwelijks nog zichtbaar. Niets was er nog heel gebleven, de tijd had zijn werk gedaan.
Ans en Frans hebben de ware toedracht van haar bestaan aan Leentje verteld toen zij vonden dat ze er klaar voor was, het veranderde niets aan hun gezinnetje. In stad leerde Leentje na haar studie een landbouwingenieur kennen, het werd menens tussen hen. Bij zijn bezoeken aan het dorp wandelden ze regelmatig om en bij het oude huis. Beide vonden ze het zo erg dat het huis waar zoveel herinneringen geboren waren zo moest vergaan. Ze waren er weg van. De trouwplannen namen vaste vorm aan, Ans en Frans besloten hun geheime potje aan te spreken. Bij de notaris was geregeld dat alles wat er was op naam van Leentje zou staan. Dat was de start voor ’t jonge paar en het sein om plannen te maken. ’n Droom werd werkelijkheid ze konden het oude pand kopen. Ze wisten dat ze hard zouden moeten knokken om er iets van te maken. Leentje had altijd gedroomd van ’n klein hotelletje, haar vriend was het er honderd procent mee eens.
Ze hebben gewerkt, familie en vrienden hebben geholpen. Ze hebben er van gemaakt wat er nu staat. Alle modern comfort is voorhanden, tezelfdertijd is het zo landelijk mogelijk gehouden. Het jonge paar weet maar al te goed hoeveel geld stadslui er voor over hebben om van een paar dagen rust op de buiten te genieten.
Vandaag is hun droom realiteit met groot vertrouwen zien ze hun toekomst tegemoet. Hun ‘ Kasteeltje ‘ is er weer en leeft!
Bomi
2004
http://blog.seniorennet.be/blog
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt
Een kleine gemeente, ergens in Vlaanderen, was in rep en roer! Je had er alleen een klein centrum, huizen gegroepeerd rond en onder de kerktoren, één zoals er in Vlaanderen zoveel bestaan. Eigenlijk was het één lange Hoofdstraat. De straat was ook zó genoemd, daarnaast nog een paar dwarsstraten dan had je het gehad. Elk dorp in Vlaanderen dat zich een beetje respecteert heeft zowat hetzelfde, een parochiezaal een cultureel centrum en een sporthall. Deze drie laatste complexen netjes ingeplant in ’t groen, mooie paden om er te geraken met uitgebreide parking voor de bezoekers.
Je vraagt je wellicht af, wat gebeurt er in zo een kleine gemeente, waarom al die heisa al dat tumult?
Dat is het nu net, waar het over gaat. Elke inwoner had in zijn brievenbus een reclame folder gekregen in mooi drukwerk, je kon zo zien dat het iets speciaal was. Crèmekleurig perkament papier met gouden opdruk, pure klasse. In een mum van tijd was het, het gespreksonderwerp van het ogenblik. Bovenaan stond in grote vette letters,
,, MAISON de coiffure CHEZ – LUC ,, gevolgd door een lijst van alle behandelingen die monsieur Luc te bieden had. Na elke behandeling stond overal netjes de prijs vermeld, een paar haute coiffure kapsels versierden het document.
Op zich heel normaal ware het niet dat Luc zijn salon al jaren in de Hoofdstraat had, nu alleen gerenoveerd had. Het was het “ Franse “ dat de meeste een beetje bekakt vonden.
Iedereen kende er iedereen, sommigen hadden bij hem in de klas gezeten, de ouderen hadden hem gekend als broekventje en dan nu ineens ,, monsieur Luc ,,
De wildste geruchten deden de ronde, iedereen wist dat hij nog niet getrouwd was, hij wou zichzelf eens in de verf zetten, hij zou dit en hij zou dat …. Gissingen genoeg om er een weekblad mee te vullen!
Snel genoeg kwamen de bewoners achter de ware toedracht, toen begon de geruchtenmolen pas goed te draaien. Ieder die het aan een ander vertelde, deed er nog een schepje bovenop of liet er een gedeelte van weg, om daar zijn eigen versie in de plaats te zetten.
Toch was het allemaal vrij simpel, Luc had een vriendin gevonden, Viviane. Samen met hem volgde ze cursus in de dichts bijgelegen stad. ‘n Moderne kapper moet bijscholen om zijn vak goed te kunnen toepassen. Vanaf de eerste dag hadden ze het goed met mekaar kunnen vinden, het klikte gewoon. Al na een paar maanden had hij haar ten huwelijk gevraagd en ze had ,, Ja ,, gezegd.
Ze was een echt stadskind, een slanke brunette van 32 jaar. Hij noemde haar Vivi. Ze hadden besloten hun jaarlijks verlof te spenderen om de zaak te restylen, gelijk ze dat tegenwoordig noemen. Vivi was al die tijd bij hem blijven slapen wat het geroddel alleen maar vergrootte. Ze hadden gewerkt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Het werd voor hen hun toekomst waar ze mee bezig waren.
Vivi had nieuwe frisse, volgens de goegemeente, stadse ideeën. Stapels catalogen hadden ze samen doorworsteld. Vivi wist wat ze wou, door haar toedoen was het salon een pareltje geworden. Zij had de inrichting en kleuren, de volledige nieuwe look van het salon op haar naam staan. Luc was zo fier op zijn toekomstige bruid hij aanbad haar gewoon, nu de liefde was wederzijds!
Ook het appartement, boven het salon, had een complete gedaante verwisseling ondergaan. Van een vrijgezellenflat was het nu veranderd in een warm gezellig nest! Een paar dagen vóór de officiële opening trouwden ze, tijd voor een reis zat er nu niet in, dat was voor later.
De opening was effenaf grandioos te noemen. Van in de vroege morgen werden de mooiste bloemstukken en boeketten binnen gebracht. Viviane ontving de gasten op de kleine receptie. Twee van haar vriendinnen waren op post om overal waar nodig was te helpen en mee de gasten aan de praat te houden. Luc daarentegen had ervoor gekozen een beperkt aantal klanten te bedienen, een soort opendeur dag. Hij vond het een goed idee dat de mensen ook konden zien hoe ze in de toekomst zouden bediend worden, zijn Vivi moest een paar keer bijspringen, het vergemakkelijkte alleen de kennismaking. Een meisje dat ze speciaal in dienst hadden genomen voor kleine klussen ging rond met schotels lekkers, zoet of hartig. Alles liep op wieltjes! Het was een onvergetelijke dag!
Er was maar één ding over te zeggen hun opzet was geslaagd! Een huwelijk en de opstart van een heel nieuw salon in één dag vieren was niet alledaags. De felicitaties overvielen hen massaal, het salon leek meer op een bloemenzaak dan op een kapsalon!
De dag was lang en vermoeiend geweest, rond 6u was de drukte voorbij. Hun vriendinnen en het hulpje zouden de boel wel opruimen. Het overgelukkige tweetal verdween naar boven, rust hadden ze zeker verdiend en morgen was er weer een dag, ditmaal met twee in ’t salon.
De buurt had zijn ogen de kost gegeven, weken zou er nog worden nagepraat over het ontstaan van kapsalon ,, MAISON de coiffure CHEZ – LUC ,,
Bomi,
09-11-03
http://blog.seniorennet.be/bomi

Je vraagt je wellicht af, wat gebeurt er in zo een kleine gemeente, waarom al die heisa al dat tumult?
Dat is het nu net, waar het over gaat. Elke inwoner had in zijn brievenbus een reclame folder gekregen in mooi drukwerk, je kon zo zien dat het iets speciaal was. Crèmekleurig perkament papier met gouden opdruk, pure klasse. In een mum van tijd was het, het gespreksonderwerp van het ogenblik. Bovenaan stond in grote vette letters,
,, MAISON de coiffure CHEZ – LUC ,, gevolgd door een lijst van alle behandelingen die monsieur Luc te bieden had. Na elke behandeling stond overal netjes de prijs vermeld, een paar haute coiffure kapsels versierden het document.
Op zich heel normaal ware het niet dat Luc zijn salon al jaren in de Hoofdstraat had, nu alleen gerenoveerd had. Het was het “ Franse “ dat de meeste een beetje bekakt vonden.
Iedereen kende er iedereen, sommigen hadden bij hem in de klas gezeten, de ouderen hadden hem gekend als broekventje en dan nu ineens ,, monsieur Luc ,,
De wildste geruchten deden de ronde, iedereen wist dat hij nog niet getrouwd was, hij wou zichzelf eens in de verf zetten, hij zou dit en hij zou dat …. Gissingen genoeg om er een weekblad mee te vullen!
Snel genoeg kwamen de bewoners achter de ware toedracht, toen begon de geruchtenmolen pas goed te draaien. Ieder die het aan een ander vertelde, deed er nog een schepje bovenop of liet er een gedeelte van weg, om daar zijn eigen versie in de plaats te zetten.
Toch was het allemaal vrij simpel, Luc had een vriendin gevonden, Viviane. Samen met hem volgde ze cursus in de dichts bijgelegen stad. ‘n Moderne kapper moet bijscholen om zijn vak goed te kunnen toepassen. Vanaf de eerste dag hadden ze het goed met mekaar kunnen vinden, het klikte gewoon. Al na een paar maanden had hij haar ten huwelijk gevraagd en ze had ,, Ja ,, gezegd.
Ze was een echt stadskind, een slanke brunette van 32 jaar. Hij noemde haar Vivi. Ze hadden besloten hun jaarlijks verlof te spenderen om de zaak te restylen, gelijk ze dat tegenwoordig noemen. Vivi was al die tijd bij hem blijven slapen wat het geroddel alleen maar vergrootte. Ze hadden gewerkt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Het werd voor hen hun toekomst waar ze mee bezig waren.
Vivi had nieuwe frisse, volgens de goegemeente, stadse ideeën. Stapels catalogen hadden ze samen doorworsteld. Vivi wist wat ze wou, door haar toedoen was het salon een pareltje geworden. Zij had de inrichting en kleuren, de volledige nieuwe look van het salon op haar naam staan. Luc was zo fier op zijn toekomstige bruid hij aanbad haar gewoon, nu de liefde was wederzijds!
Ook het appartement, boven het salon, had een complete gedaante verwisseling ondergaan. Van een vrijgezellenflat was het nu veranderd in een warm gezellig nest! Een paar dagen vóór de officiële opening trouwden ze, tijd voor een reis zat er nu niet in, dat was voor later.
De opening was effenaf grandioos te noemen. Van in de vroege morgen werden de mooiste bloemstukken en boeketten binnen gebracht. Viviane ontving de gasten op de kleine receptie. Twee van haar vriendinnen waren op post om overal waar nodig was te helpen en mee de gasten aan de praat te houden. Luc daarentegen had ervoor gekozen een beperkt aantal klanten te bedienen, een soort opendeur dag. Hij vond het een goed idee dat de mensen ook konden zien hoe ze in de toekomst zouden bediend worden, zijn Vivi moest een paar keer bijspringen, het vergemakkelijkte alleen de kennismaking. Een meisje dat ze speciaal in dienst hadden genomen voor kleine klussen ging rond met schotels lekkers, zoet of hartig. Alles liep op wieltjes! Het was een onvergetelijke dag!
Er was maar één ding over te zeggen hun opzet was geslaagd! Een huwelijk en de opstart van een heel nieuw salon in één dag vieren was niet alledaags. De felicitaties overvielen hen massaal, het salon leek meer op een bloemenzaak dan op een kapsalon!
De dag was lang en vermoeiend geweest, rond 6u was de drukte voorbij. Hun vriendinnen en het hulpje zouden de boel wel opruimen. Het overgelukkige tweetal verdween naar boven, rust hadden ze zeker verdiend en morgen was er weer een dag, ditmaal met twee in ’t salon.
De buurt had zijn ogen de kost gegeven, weken zou er nog worden nagepraat over het ontstaan van kapsalon ,, MAISON de coiffure CHEZ – LUC ,,
Bomi,
09-11-03
http://blog.seniorennet.be/bomi

Laatst gewijzigd door Bomi op 18 mei 2005, 09:17, 1 keer totaal gewijzigd.
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
vper0604 - Lid geworden op: 16 aug 2002, 18:13
- Locatie: West Vlaanderen
Een vriendschap die warmte en tevredenheid geeft.
Zoveel dingen zijn al over vriendschap geschreven maar ik doe het 'my way'…
Het is allemaal begonnen met een uil.
Ze verzamelt uilen, kleine uilen in alle kleuren.
Een uiltje vangen is er bij haar maar zelden bij, ze is een zeer bezige bij.
Wat baat een kaars en bril, als de uil niet zien wil is evenmin een spreekwoord dat
aan haar besteed is want ze kan tovert met al haar kennis!
Het is hartverwarmend haar een vriendin te mogen noemen.
Gisteren werd ik door haar opgezocht tijdens een uitstap, haar begroeting was zo
lief, een knuffel van jewelste.
Ze ziet er schitterend uit, ijdel is ze zeker. (en toch noemt ze zich een oud vrouwtje)
Ze is een knappe verschijning.
De stad waar ze leeft en woont is een opvallende stad. Hasselt.
Winkels bij de vleet, en alle straten zo proper, echt opvallend en de mensen zijn er
verzorgt en mooi gekleed. Echt daar waren de vrouwen in mijn gezelschap het allemaal
mee eens.
Bomi, meiske het geef me deugd gedaan. Bedankt voor alweer een blije herinnering!
bobane
hoe krijg ik hier een figuurtje bij?
Zoveel dingen zijn al over vriendschap geschreven maar ik doe het 'my way'…
Het is allemaal begonnen met een uil.
Ze verzamelt uilen, kleine uilen in alle kleuren.
Een uiltje vangen is er bij haar maar zelden bij, ze is een zeer bezige bij.
Wat baat een kaars en bril, als de uil niet zien wil is evenmin een spreekwoord dat
aan haar besteed is want ze kan tovert met al haar kennis!
Het is hartverwarmend haar een vriendin te mogen noemen.
Gisteren werd ik door haar opgezocht tijdens een uitstap, haar begroeting was zo
lief, een knuffel van jewelste.
Ze ziet er schitterend uit, ijdel is ze zeker. (en toch noemt ze zich een oud vrouwtje)
Ze is een knappe verschijning.
De stad waar ze leeft en woont is een opvallende stad. Hasselt.
Winkels bij de vleet, en alle straten zo proper, echt opvallend en de mensen zijn er
verzorgt en mooi gekleed. Echt daar waren de vrouwen in mijn gezelschap het allemaal
mee eens.
Bomi, meiske het geef me deugd gedaan. Bedankt voor alweer een blije herinnering!
bobane
hoe krijg ik hier een figuurtje bij?
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt

Niet zo vaak gebeurt het mij
vandaag met rode kaken
verlegen maar ook blij
vrienschap moet je leren smaken.
Bedankt Vke.
Bomi
http://blog.seniorennet.be/bomi
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt
( fantasie)
Wolkenbanden, laaghangende sluiers, regenbanden, gebieden van hoge en lage druk ……..
Tja een band van wolken kan je, je nog voorstellen. Simpel dat, allemaal wolkjes aan mekaar geregen, klaar. Anders zit het met een regenband, daar heb je al wat meer fantasie voor nodig om je dat voor te stellen. Begin er maar eens aan, drupje per drupje waterdruppels aan mekaar rijgen zal niet lukken, glippen zo door je vingers. ’n Laaghangende sluier, alleen goed om over te struikelen. De hoge of lage gebieden zullen dan wel periodes van méér of mindere stress betekenen.
Boven alles is er weer ‘ de grote Meester ‘ die al deze toestanden, dirigeert, soms ook corrigeert. Van uit zijn grote Hemelhuis vertrekken onzichtbare draden, die beneden alles onder controle houden. Hij kan het natuurlijk alleen af, gemakshalve nam Hij toch een paar helpers in dienst. Zon, Maan en Sterren liggen onder vast contract. De gebroeders Wind zijn als vierling geboren. Om ruzie te voorkomen trokken ze elk een andere richting uit. Ze dragen nu de naam van de richting waar zij het voor het zeggen hebben. Oost, West, Noord en Zuid. Goed herkenbaar. Blijft over de Regen. Eenvoudig op te lossen, wolken in overvloed. Met er eens flink op te knijpen heb je water zoveel je maar wil.
Donder en Bliksem gebruikt de Almachtige als tijdelijke arbeidskrachten.
Wanneer het nodig is steken ze daar boven de koppen bij mekaar. Eerst een schema opmaken, een dagelijkse beurtrol voor Zon en Maan. De plaats waar Zon haar taak moet starten, heel secuur bepaald. Maan begint haar nachttaak als Zon de ogen sluit. De sterren schitteren mooier in ’t donker, horen dus bij Maan. Alles in de juiste regelmaat. Zuidenwind past beter bij Zon, fungeert daar ook als koelsysteem. Ze ondervonden zo, wat het beste bij mekaar past. Om gekibbel te vermijden gaf de Heer elk een tijdschema. Hij bedacht daarom, de seizoenen. Lente, Zomer, Herfst en Winter. Als er een jaar voorbij was, had elk zijn werk op het juiste tijdstip volbracht.
Het begin was voor de Lente, daarbij pasten best de winden Oost en West. Wolken voor regen liet Hij door hen verplaatsen, net genoeg dat op de aarde alles groeien en bloeien kon. Soms wat al te ijverig, dat vonden ze daar beneden minder fijn.
Zomer kwam dan zijn afspraak na. Regel was, dat Zon langer zou gaan schijnen. Maan kon wel wat rust gebruiken. De sterren daarentegen moesten nu in ploegen werken. Nooit allen samen aan ’t firmament.
Zuid, Oost en West spanden bij mekaar, taakverdeling noemt men dat. Ook Donder en Bliksem mochten af en toe eens meedoen. Op aarde zag en hoorde men ze liever niet. Maar ja, schema’s moeten worden nageleefd.
Toen Herfst eindelijk kon beginnen was Zon al ver opgebrand. Zuid begon al aan z’n winterslaap. Oost en West hadden het in de Zomer niet al te druk gehad. Uit verveling gingen ze maar fluiten, bliezen alle dingen door mekaar. De grote Wachter zorgde op tijd dat er voldoende wolkjes werden geperst, zo bleef de watervoorraad netjes op peil. Ook Noord maakte zijn debuut, kwam van een hele andere kant. Hij bracht koude met zich mee. Beneden werd al naar een vuurtje uit gekeken. ’t Werd klam en vochtig, niet echt aangenaam.
Met Winter in de aanval ging het van kwaad naar erger. Hij haalde zoveel koude bij mekaar dat het geen naam had. Tot overmaat van ramp, kreeg hij ook neef Vries nog te logeren. Ronduit een onaangenaam karakter. Voor ’t minste perste hij de kaken op mekaar, het vroor dan dat het kraakte. Alle wolkjes werden spiegelglad.
Daar moest de Opperwachter wat aan doen. Hij riep de hulp in van de vier Winden. ‘ Blazen ‘ riep Hij ‘uit volle kracht ‘
Ze bliezen om ter felste, elk uit zijn eigen windstreek. Bevroren wolkjes, hotsten en botsten tegen mekaar, werden zo verbrijzeld tot fijn gruis. Een grote knoeiboel was het resultaat, alles lag onder sneeuw en ijs. Tijd om op te ruimen. Een leger sterretjes richtten hun schittering, allen samen, op dezelfde plaats. Zo werd het warm, smolt op die plek het ijs en kwam er een gaatje. Eén van de winden blies door het gaatje de rommel naar beneden.
Opgeruimd staat netjes vonden ze daar boven.
Beneden was het mooi maar koud, alles lag bedekt met een wit tapijt, ook zij waren tevreden.
Bomi 09 07 03

Wolkenbanden, laaghangende sluiers, regenbanden, gebieden van hoge en lage druk ……..
Tja een band van wolken kan je, je nog voorstellen. Simpel dat, allemaal wolkjes aan mekaar geregen, klaar. Anders zit het met een regenband, daar heb je al wat meer fantasie voor nodig om je dat voor te stellen. Begin er maar eens aan, drupje per drupje waterdruppels aan mekaar rijgen zal niet lukken, glippen zo door je vingers. ’n Laaghangende sluier, alleen goed om over te struikelen. De hoge of lage gebieden zullen dan wel periodes van méér of mindere stress betekenen.
Boven alles is er weer ‘ de grote Meester ‘ die al deze toestanden, dirigeert, soms ook corrigeert. Van uit zijn grote Hemelhuis vertrekken onzichtbare draden, die beneden alles onder controle houden. Hij kan het natuurlijk alleen af, gemakshalve nam Hij toch een paar helpers in dienst. Zon, Maan en Sterren liggen onder vast contract. De gebroeders Wind zijn als vierling geboren. Om ruzie te voorkomen trokken ze elk een andere richting uit. Ze dragen nu de naam van de richting waar zij het voor het zeggen hebben. Oost, West, Noord en Zuid. Goed herkenbaar. Blijft over de Regen. Eenvoudig op te lossen, wolken in overvloed. Met er eens flink op te knijpen heb je water zoveel je maar wil.
Donder en Bliksem gebruikt de Almachtige als tijdelijke arbeidskrachten.
Wanneer het nodig is steken ze daar boven de koppen bij mekaar. Eerst een schema opmaken, een dagelijkse beurtrol voor Zon en Maan. De plaats waar Zon haar taak moet starten, heel secuur bepaald. Maan begint haar nachttaak als Zon de ogen sluit. De sterren schitteren mooier in ’t donker, horen dus bij Maan. Alles in de juiste regelmaat. Zuidenwind past beter bij Zon, fungeert daar ook als koelsysteem. Ze ondervonden zo, wat het beste bij mekaar past. Om gekibbel te vermijden gaf de Heer elk een tijdschema. Hij bedacht daarom, de seizoenen. Lente, Zomer, Herfst en Winter. Als er een jaar voorbij was, had elk zijn werk op het juiste tijdstip volbracht.
Het begin was voor de Lente, daarbij pasten best de winden Oost en West. Wolken voor regen liet Hij door hen verplaatsen, net genoeg dat op de aarde alles groeien en bloeien kon. Soms wat al te ijverig, dat vonden ze daar beneden minder fijn.
Zomer kwam dan zijn afspraak na. Regel was, dat Zon langer zou gaan schijnen. Maan kon wel wat rust gebruiken. De sterren daarentegen moesten nu in ploegen werken. Nooit allen samen aan ’t firmament.
Zuid, Oost en West spanden bij mekaar, taakverdeling noemt men dat. Ook Donder en Bliksem mochten af en toe eens meedoen. Op aarde zag en hoorde men ze liever niet. Maar ja, schema’s moeten worden nageleefd.
Toen Herfst eindelijk kon beginnen was Zon al ver opgebrand. Zuid begon al aan z’n winterslaap. Oost en West hadden het in de Zomer niet al te druk gehad. Uit verveling gingen ze maar fluiten, bliezen alle dingen door mekaar. De grote Wachter zorgde op tijd dat er voldoende wolkjes werden geperst, zo bleef de watervoorraad netjes op peil. Ook Noord maakte zijn debuut, kwam van een hele andere kant. Hij bracht koude met zich mee. Beneden werd al naar een vuurtje uit gekeken. ’t Werd klam en vochtig, niet echt aangenaam.
Met Winter in de aanval ging het van kwaad naar erger. Hij haalde zoveel koude bij mekaar dat het geen naam had. Tot overmaat van ramp, kreeg hij ook neef Vries nog te logeren. Ronduit een onaangenaam karakter. Voor ’t minste perste hij de kaken op mekaar, het vroor dan dat het kraakte. Alle wolkjes werden spiegelglad.
Daar moest de Opperwachter wat aan doen. Hij riep de hulp in van de vier Winden. ‘ Blazen ‘ riep Hij ‘uit volle kracht ‘
Ze bliezen om ter felste, elk uit zijn eigen windstreek. Bevroren wolkjes, hotsten en botsten tegen mekaar, werden zo verbrijzeld tot fijn gruis. Een grote knoeiboel was het resultaat, alles lag onder sneeuw en ijs. Tijd om op te ruimen. Een leger sterretjes richtten hun schittering, allen samen, op dezelfde plaats. Zo werd het warm, smolt op die plek het ijs en kwam er een gaatje. Eén van de winden blies door het gaatje de rommel naar beneden.
Opgeruimd staat netjes vonden ze daar boven.
Beneden was het mooi maar koud, alles lag bedekt met een wit tapijt, ook zij waren tevreden.
Bomi 09 07 03

Laatst gewijzigd door Bomi op 18 mei 2005, 09:13, 1 keer totaal gewijzigd.
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt

Appelmoes.
Jos Ghysen, bekende Limburgse radiostem, later VTM coryfee kwestie zijn pensioentje wat op te vijzelen, heeft ooit op de radio een sketch gebracht over Jantje in de klas. De meester vraagt aan de kinderen waar de melk vandaan komt, ééntje antwoordt uit de fles die onze melkboer brengt een ander zegt uit een tetrapak, nog een ander noemt een plastiek fles. De meester is verbaasd over zoveel onwetendheid en roept: “Is er nu niemand anders die het juiste antwoord kent? “. Jantje steekt zijn vinger op en antwoord ferm, dat melk uit het grote blinkende apparaat komt dat in de cafetaria van de supermarkt staat! Hij houdt bij hoog en bij laag vol dat met één druk op de knop er net genoeg melk op de koffie sijpelt als moeder er haar tas onder houdt. Op zijn eigen kinderlijke wijze heeft Jantje natuurlijk gelijk. Neen, een koe was en is voor de kinderen van nu een rariteit!
De echte stadsmusjes weten van het reilen en zeilen, over het hoe en het waarom van onze voeding heel weinig af. Programma’s op TV gelijk “ Dieren in Nesten “ waar je nog eens een grote gamma van verschillende dieren kan bekijken en volgen, zijn nog zowat het enige lichtpunt voor leken. Hetzelfde geldt voor de rest van onze voeding. Vis is ‘ vis sticks ’ van kapitein iglo, hamburgers zijn van die vette lange worsten uit de DV, dessert komt uit plastiek potjes, limonade uit kartonnetjes of blikjes! Zelfs aardappelpuree komt uit een zakje, mama doet er melk bij en klaar is kees.Begrijpelijk twee hardwerkende ouders met weinig tijd. Door de jaren heen zijn er massa’s puree en soep, uit onze keuken naar de jonge gezinnen verhuisd, stapels cake en pannenkoeken werden met smaak opgegeten!
***************
Het poetshulpje zag me bezig in de keuken toen ik ijverig stond appelen te schillen en in blokjes te snijden, regelmatig besprenkeld met een paar drupjes citroen een snuifje suiker en voor de rest zoetstof, de lijn je weet wel! Ze was de woonkamer aan het stofzuigen, eerst had ik niet in de gaten dat ze me stond te bekijken via de tussendeur. Toen ik mijn kom opnam en in de microgolf zette werd het haar te erg, ze zei me op de man af “ Nu ben ik toch al gans de tijd aan het denken wat is ze nu eigenlijk allemaal in die kom aan het snijden en aan ‘t overgieten? “
Eerlijk gezegd was ik als van de hand Gods geslagen, sprakeloos! Het kind zag mijn verwarring en zei verontschuldigend “ Echt waar ik weet niet wat je aan het doen bent, ik heb dat nog nooit gezien! “. Een klein beetje terug bij mijn positieven zei ik dan maar “ Ik maak appelmoes, kom me nu niet vertellen dat je nog nooit appelmoes hebt zien maken! “ Neen, zegt ze, het is echt waar, mijn vriend (ze woont samen) eet dat wel graag maar ikzelf vind dat maar niks, ik breng altijd van die glazen potten mee maar dat spul smaakt eigenlijk nergens naar,, Onbevangenheid van de jeugd denk je dan maar. Haar belangstelling was nu echt gewekt ze vroeg honderd uit, wat er nu verder moest mee gebeuren, hoe maak je dat fijn, waar smaakt het naar? Enz. Geduldig heb ik dan uitgelegd dat als de appelstukjes gaar zijn ik er de mixer inzet om mousse te krijgen, een stamper gebruik als hij ietsje grover mag zijn ofwel een vork als er nog stukjes mogen inzitten. Bij mijn eigen kleinkinderen heb ik pro’s en contra’s dus koos ik voor de middenweg, gebruikte de stamper.
Ze keek eerst een beetje bedenkelijk toen ik voorstelde een lepeltje, alleen het puntje, te proeven. Uiteindelijk was ze overtuigd, héél voorzichtig nam ze dat muizenhapje ,, Hé dat is lekker dat ga ik ook eens maken voor mijn vriend, die gaat nogal tevreden zijn! ,,
Kan je nu begrijpen dat ik aan de melk uit de machine en de koe dacht? of aan de vis van kapitein iglo! Eerlijk ik wist niet dat die onwetendheid nog bestond, zeker niet op die leeftijd! Ze zijn technologisch van alle markten thuis maar op dat gebied blijkbaar lichtjaren achter, of zou het aan mij liggen. Ben ik dan tóch ergens blijven stilstaan?
Bomi,
08-01-04
http://blog.seniorennet.be/bomi
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt

Op 'n mooie lentedag ....
Beide handen in de schoot, losjes over elkaar geslagen, zit Lieve mijmerend voor zich uit te staren. Haar favoriete plekje is onder de appelboom, het pronkstuk van haar kleine tuintje. Het lentezonnetje is al aardig op dreef, ze geniet met volle teugen van de natuur. Prachtige bloesems sieren de boom, als ze haar ogen sluit kan ze de geur van appels al ruiken.
Haar tuintje is dan wel niet groot, toch staat er alles wat bij de Lente hoort. Tulpen, narcissen en hyacinten staan met hun felle kleuren te wedijveren onder elkaar in de kleine perken. Ra, ra, ra wie is er de mooiste van het land?
In het gazonnetje staan witte margrietjes. Manlief vindt dat er alleen gras hoort te groeien maar Lieve vindt het wel goed zo. Eerder hebben er al de krokussen en blauwe druifjes gebloeid. Dat is de natuur, alles op tijd, het ene na het andere. Ze kijkt naar de margrietjes, vertederd denkt ze terug aan de tijd dat hun kinderen nog klein waren. Op zijn korte beentjes ziet ze haar zoontje nog waggelend naar haar toe lopen, in z’n handje een boeketje met margrietjes. Hij kon net lopen en had de grootste moeite overeind te blijven in het ongelijke gras. Bloemetjes plukken was voor de kinderen een gelukzaligheid. De kleinste trok alleen de bloempjes af met onhandige mollige kindervingertjes! In het beste geval lukte het hem er nog een ministeeltje aan te laten samen met een handvol grassprietjes. Zijn grotere zus wist wel beter. Wat waren die kinderen blij als ze mama met bloemen konden verwennen. Heel gewichtig werden ze overhandigd, samen trokken ze dan naar de keuken waar een eenvoudig glas het tuiltje voor een paar dagen mocht rechthouden. Al waren ze nog zo klein ze wisten wel dat er altijd een of andere lekkernij als beloning volgde. Lang vervlogen tijd, mooie herinnering!
Een paar kleine witte veertjes komen over de heg het tuintje binnen gedwarreld. ‘ Zeker van de duiventil van buurman. ‘ denkt ze bij zichzelf. De wind speelt met de veertjes laat ze vrolijk op en neer dansen. Lieve geniet, het spel van de lentewind met alles rondom haar, maakt haar gelukkig. Ook de bloesems dansen ritselend over en weer. Eén van de veertjes duikelt in haar schoot, wat fijn toch! Voorzichtig houdt ze het tere dingetje tussen duim en wijsvinger en bekijkt het eens van nabij. Aan een van de zijkanten loopt een lichtgrijs randje, het glinstert en lijkt wel zilver als de zon er haar licht laat op vallen. Ze zucht er van, wat kan de natuur toch mooi zijn. Iets eenvoudigs als een veertje kan je aan ’t dromen zetten.
Wat een luxe zou het zijn moest zij kunnen zweven gelijk dit kleine pluimpje! Hoe ver zou ze niet kunnen vliegen? Ongemerkt zou je zoveel dingen kunnen zien. Aan de kust de zee zien, vakantiegangers die liggen zonnen in de meest gekke houdingen, elk hoekje moet kleur krijgen he! Tja dat is voor de buren en kennissen, ze willen dat ze kunnen zien dat ze op vakantie geweest zijn. Iets minder plezant wat ze dagelijks op TV ziet, de files overzien, kilometerslang doffe ellende. De boeren op hun land dik in de weer met de velden om te ploegen, klaar te maken voor ’t grote werk, wat zou ze genieten. De geur van vers omgewoelde aarde prikkelt in gedachten haar neus. Torens van de grote steden zou ze, drijvend op een zuchtje wind, onder zich zien voorbij schuiven, de wereld op zijn kop, andersom bekeken.
Hoeveel zou ze niet kunnen zien, zonder er moe van te worden, gedragen door de wind.
Het zijn de eerste gedachten die haar door het hoofd flitsen, enkel en alleen door dat pluimpje, zo mooi, zo delicaat, zo wonderlijk gemaakt door één Grote Meester.
Hij die de touwtjes in handen heeft, alles regelt en ordent voor iedereen. Wat is ze tevreden en dankbaar, ze ervaart deze mooie lentedag als een geschenk uit de hemel!
Bomi,
05-05-04
http://blog.seniorennet.be/bomi
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt

Piecie
Als je dagen na mekaar met problemen zit in verband met dat kastje voor je neus begin je dat ding met andere ogen te bekijken. Het blijft niet zo maar een ding, het krijgt haast iets menselijk. Je gaat het met een beetje schroom benaderen, het gevoel van doet ie het of doet ie het niet! Al vlug krijg je door dat foeteren of je opwinden geen enkele zin heeft, het ding heeft gewoon zijn eigen wil, het heeft karakter. Onmogelijk het met mooie beloftes van gedachten te doen veranderen, njet is njet!
Het is nu ook mijn vaste overtuiging dat het ‘ vrouwelijk ‘ is, grillig soms echt wispelturig. In ’t begin laat het ding je weten ‘ er is een fout opgetreden in of met …… ‘ heel beleefd in een mooi kadertje geplaatst. Je leest dat, foetert op dat ellendige, stomme ding voor je dat zich daar géén moer, maar dan ook niet éne van aantrekt. Heel gediciplineerd blijft het je vertellen dat je fout bezig bent. Langzaamaan begin je dan ook in te zien dat het niet dat kastje is waar iets aan schort maar aan de gebruiker ervan.
Elk nieuw venstertje dat het je laat zien en lezen is het duidelijker dat het ding bij zichzelf zit te denken ‘ heeft hij of zij dat nu nog nog niet door, erg snugger is die aan de andere kant ook niet! ‘ Van koele minachting gesproken! Je houdt er gegarandeerd een trauma aan over als je niet oppast! Het staat voor mij zo vast als een paal boven water dat het een soort vrouwelijke rivaliteit is tussen mezelf en dat koele bakje voor me. Onzacht wordt het ding vastgepakt en naar een speciaal soort verzorgingstehuis gebracht. Door twee zachte mannenhanden wordt het daar opgevangen, vertroeteld, met liefde tot rust en ontspanning gebracht.
Jij zit ondertussen thuis met je vingers te draaien, loopt verloren, blijft een beetje verweesd achter. De woorden van een oud liedje spoken door je hoofd “ Niemand laat z’n eigen kind alleen ….. “ iets uit de glorietijd van Willie Alberti ( zaliger ). Er is iets mis in huis, het is niet meer hetzelfde dan ervoor. Eigenlijk weet je pas wat je mist als het er niet meer is! Boeken heb je niet in huis gehaald, de TV zegt je niet veel en uit de andere zetel naast je komt ook niet zoveel geluid. Een lange nacht staat je te wachten, rondwoelen in je bed, de slaap niet kunnen vatten. Grote opluchting als er de volgende morgen een telefoontje komt dat je de patiënt weer mag komen ophalen. Je besluit staat vast je gaat het verzorgen en een beetje méér waarderen. Eerste regel je gaat ophouden van het zo maar ’n ding te noemen, het krijgt een naam. Dat schept een band denk je dan. Omdat alles wat van Amerika komt super en cool schijnt te zijn maak je van haar initialen ,, Piecie ,, Klinkt wel goed vindt je!
Piecie staat weer op z’n eigen plekje, met de grootste zorg en gans zachtjes veeg je met een wollen doekje, een lekker ruikend produkt, over haar tronie. Ze glanst weer, je kan jezelf weerspiegeld zien in haar gelaat. Er groeit ’n soort verstandhouding tussen jullie beiden, iets als wederzijds respect.
Die avond en de volgende morgen is alles weer koek en ei, gaat alles weer perfect, je vingers kietelen de toetsen, je zou bijna zeggen dat Piecie het lekker vindt. Ze knort af en toe van genot. Na een paar uur arbeid zie je dat Piecie toch niet in optimale conditie is, er schort wat ze is weer echt nalatig. Haar geheugen laat haar nu ook blijkbaar in de steek, ze weigert dingen uit te voeren en maakt kwistig gebruik van haar bekende venstertjes. Hoe meer je aandringt hoe terughoudender ze wordt, tot ze op een gegeven ogenblik er de brui aan geeft en koppig blijft zwijgen.
Er zit niets anders op dan haar weer voor ‘verzorging’ weg te brengen.
Stilletjes blijf je achter met een naar gevoel, heb ik iets fout gedaan? Zijn het die twee zachte handen van de jonge man die haar zo van streek gemaakt hebben? Wat doet ze voor hem wat ze aan jou weigert? Ben je nu niet een beetje jaloers?
Jaloers of niet ze is van mij, ik mis haar je weet wel …. je eigen kind …
Ditmaal is er geen venstertje dat je antwoord geeft, je hebt er het raden naar!
Bomi
06-12-03
http://blog.seniorennet.be/bomi
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt

Met nu 3 grote kleinkinderen blijven er toch nog altijd zoveel herinneringen aan hun jongere periode.
Op één van onze wandelingen in Bokrijk hadden ze pluimen verzameld, in alle formaten en kleuren. Ze hadden mij ook de belofte ontfutseld van daarmee een indianenhoed te maken. Wel vlugger beloofd dan gedaan. Er lag nog een gebloemd lapje stof, drie repen geknipt geen probleem. HET probleem was die pluimen tussen dat dubbelgevouwen stof houden. Ze moesten dan nog netjes in volgorde staan de grote in ’t midden en kleiner naar de zijkanten. Kleuren waren ook belangrijk, kinderen hebben iets gekozen, er lang over gedebatteerd onder mekaar, dus moet je dat ook zo doen. Uiteindelijk werd elke pen vastgezet met twee nietjes, daarop een laagje watten ,nietjes drukken door die dunne stof, vouwen stikken en aan de achterzijde een elastiekje. Klaar!
Ook zo een warme zomerdag lijk nu, zouden ze een indianen tent rechtzetten. Op zolder bij ons lag er nog ééntje van onze zoon, Toen Elien hoorde dat die tent van haar papa geweest was werd ze ineens twee cm groter, die tent was dan van haar. De 2 neven moesten allerlei voorstellen aanvaarden of ze kwamen er niet in. Er werd gemarchandeerd dat het een lust was. Dat kleine vrouwtje kende al heel vlug de knepen van het vak. Dat soort koekje, die kleur van gommen, de soort limonade alles passeerde de revue. Ze waren dan eindelijk tot een akkoord gekomen toen het palaveren over de huisvesting begon. Indianen horen op de grond te zitten, bij gebrek aan dierenhuiden moesten het oude tafellakens, dekens en kussens zijn.
Zo ver waren we al, het verven kon beginnen, met bruine fond de teint, ogenschaduw en lippenstift kom je al ’n heel eind. De Hoeden rond de hoofdjes gedaan, mensen wat een ernst. Het grote opperhoofd moest nog een stok, was dat aan zijn waardigheid verplicht! De kleine squaw moest een rokje, een lange stola voldeed prima voor een mooie wikkelrok. De jongste van de jongens kreeg dan de functie van medicijnman, hij moest iets in de hand en rond de taille hebben. Een houten lepel met een strikje rond in de hand, in de taille een riem, daaraan een zakje gevuld met knopen. Alle drie klaar..
Tussen gans het decorum door had ik een bordje met koekjes, een klein kommetje met gommen, limonade en bekers klaargezet. Nooit kunnen Indianen ernstiger hun intrek in een wigwam genomen hebben dan die drie in de tent. Het was een heilige stilte, niet voor lang het schransen kon beginnen. Ondertussen gezang van… DOEM, .. doem, … doem …..doem.
Alles was snel op en uit, ook het vredesakkoord was verlopen, die kleine spin wist weer ineens dat die tent van haar was, ’n erfstuk.
Al bij al was de namiddag zo snel voorbij gevlogen dat het tijd was om op te ruimen. Ze zijn alledrie met indianenhoed, geverfd plus attributen naar huis gegaan.
Zo hebben we op velerlei manieren de woensdagnamiddagen en vrije dagen doorgebracht! Het was zo fijn bij Bomi, die wist altijd wel wat!
Bomi
2003
http://blog.seniorennet.be/bomi
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
-
Bomi - Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
- Locatie: Hasselt
Mijnheer Gustaaf! ( Deel 1 )
Na het overlijden van z’n vrouw ging Gustaaf naar één van de plaatselijke rusthuizen. Het was geen opwelling ook geen dwang, hij had ál de voorzieningen om nog lang in z’n huis te blijven wonen. Maar neen samen met zijn vrouw stond hij al méér dan een jaar op de wachtlijst om samen een dubbelkamer te betrekken. Door haar sterven stond hij in een keer boven aan de lijst, er waren meer enkele dan dubbele kamers voorhanden. Ze hadden er samen lang over gepraat, besloten dat ‘wie ook eerst ging’ de ander zich aan de afspraak zou houden. Zo gebeurde!
Hij was er na de eerste aanpassingsweken zo gelukkig als een vis in ’t water. Alles was er even goed en dik in orde, hij had er al een paar stadsgenoten ontmoet, oude bekenden van vroeger. Na zijn middagdutje was Gustaaf niet te houden dan was het tijd voor ’t cafetaria.
Zijn dochter kwam dan op bezoek, kreeg nauwelijks de tijd haar jas op te hangen en de was weg te leggen of om het gevraagde in de koelkast te bergen. Het was een ritueel geworden ,, als je morgen komt breng je dan …. Wat dan ook mee? ,,
Wat was hij fier gearmd met zijn dochter lopen door de lange gang, overal stonden deuren open klonk telkens een groet “ Dag Mijnheer Gustaaf! “ Waarop Gustaaf fier,, kijk Madame X dat is mijn dochter,,. Het duurde daardoor altijd een tijdje voor ze in ’t cafetaria waren.
Traditioneel dronk Gustaaf zijn geuze, de dochter een koffietje, daarna nog een rondje want op één been kan je niet staan he!. Aan alle tafeltjes zaten de bewoners met hun bezoekers. Na een paar weken kent dan ook iedereen, iedereen.
Het wel en wee van de bewoners en bezoekers werd er in ’t lang en in ’t breed besproken. Madame X was zus en Y weer wat anders. De politiek kwam aan bod, het weer, alle kwalen uit een medische encyclopedie, met de geneeswijzen er boven op.
Wat opvallend was, er waren veel meer vrouwen dan mannen, is algemeen geweten ook! Gustaaf was toen 83, ging nog altijd fier, stijf rechtop. De heren werden door de dames echt verwend, hij liet het zich welgevallen. De titel ‘ Mijnheer Gustaaf ‘deed het hem. Op elke verdieping was een kleine ruimte voorzien waar de bewoners gezellig konden samen zitten en praten. Bij het terugkomen van ’t cafetaria was dit dan de vaste stek tot aan etenstijd. Was er geen stoel of zetel meer vrij stond één van de dames wel op om hem een plaatsje te geven. Gustaaf vond dat normaal, de dochter dacht er anders over. Er was in zijn ogen niets verkeerd aan, zo was het altijd geweest, de man eerst en dan de vrouw.
Zijn overbuurvrouw was een nogal rondborstig type de vriendelijkheid zelve. Ze toonde aan de dochter haar kamer, hun huwelijksfoto in vergulde lijst boven het bed, en al de foto’s van haar dierbaren overal verspreid waar een plaatsje over was.
Mevrouw hoefde niet,, zeg maar Bertha kind,, dat zegt iedereen hier.
Bertha toonde in haar enthousiasme de inhoud van haar kasten, zelfs van de koelkast, Een schoteltje met koekjes toverde ze uit haar kast,, kind je moet daar toch eens ééntje van proeven want Mijnheer Gustaaf lust die ook graag,, wat dochterlief met de wenkbrauwen deed fronsen. Maar ja ze kon niet anders en mompelde dan maar iets van ‘lekker zeer lekker euh … Bertha’. Het was de gewoonte wie iets lekkers had deelde eens rond in het praathoekje.
Eindelijk weer terug op de kamer begon Gustaaf uit te leggen in welke winkel Bertha die koekjes ging kopen, de goede ziel. Die vrouw van twee deuren verder had het niet zo breed, dat was Madame Mertens, ze had een open been. Bertha had hem in vertrouwen gezegd dat het nooit meer dicht zou gaan, het zat in haar bloed. Wat doet een liefhebbende dochter dan, ‘dat al jaknikkend bevestigen!’ Zo ging de namiddag voorbij, het was bijna etenstijd, alles was verteld tot de volgende dag.
Dochter kon vertrekken ze liep langs de trap naar beneden. De liftdeuren waren op dit ogenblik taboe. Mensen in rolwagens stonden opgesteld in de gang klaar om per lift naar beneden gebracht te worden richting eetzaal. Meneer Gustaaf had ondertussen postgevat aan zijn raam, van daaruit kon hij gans de parking overzien. Geduldig wachtte hij tot hij z’n dochter zag verschijnen. Even zwaaien van beide kanten, nog eens omdraaien, nog eens zwaaien daarna in de auto stappen en zo met de auto draaien dat ze onder zijn raam voorbij reed.
Een laatste saluke dan pas ging ‘ Mijnheer Gustaaf ‘ naar de eetzaal!
Bomi,
24-11-03

Na het overlijden van z’n vrouw ging Gustaaf naar één van de plaatselijke rusthuizen. Het was geen opwelling ook geen dwang, hij had ál de voorzieningen om nog lang in z’n huis te blijven wonen. Maar neen samen met zijn vrouw stond hij al méér dan een jaar op de wachtlijst om samen een dubbelkamer te betrekken. Door haar sterven stond hij in een keer boven aan de lijst, er waren meer enkele dan dubbele kamers voorhanden. Ze hadden er samen lang over gepraat, besloten dat ‘wie ook eerst ging’ de ander zich aan de afspraak zou houden. Zo gebeurde!
Hij was er na de eerste aanpassingsweken zo gelukkig als een vis in ’t water. Alles was er even goed en dik in orde, hij had er al een paar stadsgenoten ontmoet, oude bekenden van vroeger. Na zijn middagdutje was Gustaaf niet te houden dan was het tijd voor ’t cafetaria.
Zijn dochter kwam dan op bezoek, kreeg nauwelijks de tijd haar jas op te hangen en de was weg te leggen of om het gevraagde in de koelkast te bergen. Het was een ritueel geworden ,, als je morgen komt breng je dan …. Wat dan ook mee? ,,
Wat was hij fier gearmd met zijn dochter lopen door de lange gang, overal stonden deuren open klonk telkens een groet “ Dag Mijnheer Gustaaf! “ Waarop Gustaaf fier,, kijk Madame X dat is mijn dochter,,. Het duurde daardoor altijd een tijdje voor ze in ’t cafetaria waren.
Traditioneel dronk Gustaaf zijn geuze, de dochter een koffietje, daarna nog een rondje want op één been kan je niet staan he!. Aan alle tafeltjes zaten de bewoners met hun bezoekers. Na een paar weken kent dan ook iedereen, iedereen.
Het wel en wee van de bewoners en bezoekers werd er in ’t lang en in ’t breed besproken. Madame X was zus en Y weer wat anders. De politiek kwam aan bod, het weer, alle kwalen uit een medische encyclopedie, met de geneeswijzen er boven op.
Wat opvallend was, er waren veel meer vrouwen dan mannen, is algemeen geweten ook! Gustaaf was toen 83, ging nog altijd fier, stijf rechtop. De heren werden door de dames echt verwend, hij liet het zich welgevallen. De titel ‘ Mijnheer Gustaaf ‘deed het hem. Op elke verdieping was een kleine ruimte voorzien waar de bewoners gezellig konden samen zitten en praten. Bij het terugkomen van ’t cafetaria was dit dan de vaste stek tot aan etenstijd. Was er geen stoel of zetel meer vrij stond één van de dames wel op om hem een plaatsje te geven. Gustaaf vond dat normaal, de dochter dacht er anders over. Er was in zijn ogen niets verkeerd aan, zo was het altijd geweest, de man eerst en dan de vrouw.
Zijn overbuurvrouw was een nogal rondborstig type de vriendelijkheid zelve. Ze toonde aan de dochter haar kamer, hun huwelijksfoto in vergulde lijst boven het bed, en al de foto’s van haar dierbaren overal verspreid waar een plaatsje over was.
Mevrouw hoefde niet,, zeg maar Bertha kind,, dat zegt iedereen hier.
Bertha toonde in haar enthousiasme de inhoud van haar kasten, zelfs van de koelkast, Een schoteltje met koekjes toverde ze uit haar kast,, kind je moet daar toch eens ééntje van proeven want Mijnheer Gustaaf lust die ook graag,, wat dochterlief met de wenkbrauwen deed fronsen. Maar ja ze kon niet anders en mompelde dan maar iets van ‘lekker zeer lekker euh … Bertha’. Het was de gewoonte wie iets lekkers had deelde eens rond in het praathoekje.
Eindelijk weer terug op de kamer begon Gustaaf uit te leggen in welke winkel Bertha die koekjes ging kopen, de goede ziel. Die vrouw van twee deuren verder had het niet zo breed, dat was Madame Mertens, ze had een open been. Bertha had hem in vertrouwen gezegd dat het nooit meer dicht zou gaan, het zat in haar bloed. Wat doet een liefhebbende dochter dan, ‘dat al jaknikkend bevestigen!’ Zo ging de namiddag voorbij, het was bijna etenstijd, alles was verteld tot de volgende dag.
Dochter kon vertrekken ze liep langs de trap naar beneden. De liftdeuren waren op dit ogenblik taboe. Mensen in rolwagens stonden opgesteld in de gang klaar om per lift naar beneden gebracht te worden richting eetzaal. Meneer Gustaaf had ondertussen postgevat aan zijn raam, van daaruit kon hij gans de parking overzien. Geduldig wachtte hij tot hij z’n dochter zag verschijnen. Even zwaaien van beide kanten, nog eens omdraaien, nog eens zwaaien daarna in de auto stappen en zo met de auto draaien dat ze onder zijn raam voorbij reed.
Een laatste saluke dan pas ging ‘ Mijnheer Gustaaf ‘ naar de eetzaal!
Bomi,
24-11-03

Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!
