Lang voordat ik geboren was, besloten de Europeanen om zich te bekampen met liedjes.
Volgens insiders noemden ze het debuut van liedjes het ‘Songfestival’. Eerst bestormden ze zich met allerhande oorlogstuigen en daarna zouden ze zich bekampen met liedjes. Dat is toch een veel menslievend gedoe dan elkaar maar uit te moorden en bovendien milieu vriendelijker. Het allereerste Songfestival waarbij zeven landen zich de loef probeerden af te steken vond plaats in Lugano in Zwitserland op 24 mei 1956. Elk land mocht met twee liedjes deelnemen en alleen soloartiesten mochten hun kunsten tonen, duo's of groepen die werden angstvallig geweerd, die waren nog niet toegestaan, wellicht een verbod op samenscholing. Een liedje zou live worden begeleid door een orkest bestaande uit exact 24 musici en mocht uiteraard niet langer duren dan 3,5 minuut. Je zou voor minder hoofdpijn gekregen hebben als ieder langer dan de toegelaten tijd liep te kwelen. Zou het toevallig zijn dat Zwitserland gewonnen had dat jaar met de inzending van Lys Assia die het nummer 'Refrain' ten beste bracht, of waren de anderen zo slecht? Minnestrelen als Corry Brokken, Abba, Lenny Kuhr en Johnny Logan, die liggen nog hedentendagen goed in het geheugen van menig Belg. Mijn moeder zong die hun liedjes tussen het schillen en afgieten van de patatten, gevolgd door Bobbejaan Schoepen uitspattingen.
Wat eerst een klein liedjesfestival was groeide met de tijd uit tot een grote vedetteparade. Heel bekende namen passeerden de revue en iedereen gooide zijn beste beentje voor. België heeft tot 1986 moeten wachten vooraleer ze hier een winnares uit de bus zagen komen. Door het voor een keer op een andere boeg te gooien en een tiener, amper uit de pampers gegroeid, te sturen. Vol verwachting klopte ons hartje die avond en iedereen zat gespannen te kijken, ons ogen deden pijn van ons te focussen op het scherm en de puntentabel was de voornaamste bezienswaardigheid van die avond. Een Waalse deed de vlag voor ons wimpelen maar Sandra Kim was tenslotte ook een Belgische, die dag dacht niemand aan scheiding van goederen, alleen de triomf telde. Voor veel deelnemers is het Eurovisie Songfestival, als je het nog Europees kan noemen, een mengeling van plezier en doodsangsten. Aan de ene kant omdat de vocalisten en hun componisten en tekstschrijvers een week lang hét middelpunt van muzikaal Europa zijn. Langs de ander kant spelen veel politieke strekkingen mee, men is bang geworden voor aanslagen op de artiesten, tenslotte doet ieder zijn of haar best om het zo goed mogelijk ervan af te brengen. Zou dan toch hier boven ene een witte duif zenden om een vredespoging te wagen? Het soms zeer vriendschappelijke contact met de 'concurrentie' maken het Songfestival tot een onvergetelijke gebeurtenis, bovendien zijn zij de beste vredeszendelingen al is het maar voor één week. Je moet de kleuren van je land maar eens verdedigen met de bajonet achter de schermen in de aanslag voor het geval je laatste eindigt, je zou voor minder door de vloer willen zakken. Naarmate de avond van de beslissing nadert slaan de emoties om, de spanning neemt toe en ineens groeit het besef dat van drie luttele podiumminuten veel kan afhangen. Immers je wordt nog eens gadegeslagen door pakweg 400 miljoen tv-kijkers, waaronder nog haaien van mensen, die je de mooiste beloftes doen. Zeker niet te verwaarlozen, de persmuskieten, die bakken het al bruin genoeg, zij maken een jong opkomende ster of zij kelderen die nova als een komeet die tegen een hoge snelheid langs de Aarde schuimt. Dit jaar heeft een Portugees de eer en het genoegen om onze eer in Kiev te verdedigen. Hopelijk tuimelt zijn ster niet te vlug naar beneden en wordt hij het Adagio van de Muze hier in Europa. In alle geval, wij duimen allemaal mee, anders blameren we onszelf.
Volgens insiders noemden ze het debuut van liedjes het ‘Songfestival’. Eerst bestormden ze zich met allerhande oorlogstuigen en daarna zouden ze zich bekampen met liedjes. Dat is toch een veel menslievend gedoe dan elkaar maar uit te moorden en bovendien milieu vriendelijker. Het allereerste Songfestival waarbij zeven landen zich de loef probeerden af te steken vond plaats in Lugano in Zwitserland op 24 mei 1956. Elk land mocht met twee liedjes deelnemen en alleen soloartiesten mochten hun kunsten tonen, duo's of groepen die werden angstvallig geweerd, die waren nog niet toegestaan, wellicht een verbod op samenscholing. Een liedje zou live worden begeleid door een orkest bestaande uit exact 24 musici en mocht uiteraard niet langer duren dan 3,5 minuut. Je zou voor minder hoofdpijn gekregen hebben als ieder langer dan de toegelaten tijd liep te kwelen. Zou het toevallig zijn dat Zwitserland gewonnen had dat jaar met de inzending van Lys Assia die het nummer 'Refrain' ten beste bracht, of waren de anderen zo slecht? Minnestrelen als Corry Brokken, Abba, Lenny Kuhr en Johnny Logan, die liggen nog hedentendagen goed in het geheugen van menig Belg. Mijn moeder zong die hun liedjes tussen het schillen en afgieten van de patatten, gevolgd door Bobbejaan Schoepen uitspattingen.
Wat eerst een klein liedjesfestival was groeide met de tijd uit tot een grote vedetteparade. Heel bekende namen passeerden de revue en iedereen gooide zijn beste beentje voor. België heeft tot 1986 moeten wachten vooraleer ze hier een winnares uit de bus zagen komen. Door het voor een keer op een andere boeg te gooien en een tiener, amper uit de pampers gegroeid, te sturen. Vol verwachting klopte ons hartje die avond en iedereen zat gespannen te kijken, ons ogen deden pijn van ons te focussen op het scherm en de puntentabel was de voornaamste bezienswaardigheid van die avond. Een Waalse deed de vlag voor ons wimpelen maar Sandra Kim was tenslotte ook een Belgische, die dag dacht niemand aan scheiding van goederen, alleen de triomf telde. Voor veel deelnemers is het Eurovisie Songfestival, als je het nog Europees kan noemen, een mengeling van plezier en doodsangsten. Aan de ene kant omdat de vocalisten en hun componisten en tekstschrijvers een week lang hét middelpunt van muzikaal Europa zijn. Langs de ander kant spelen veel politieke strekkingen mee, men is bang geworden voor aanslagen op de artiesten, tenslotte doet ieder zijn of haar best om het zo goed mogelijk ervan af te brengen. Zou dan toch hier boven ene een witte duif zenden om een vredespoging te wagen? Het soms zeer vriendschappelijke contact met de 'concurrentie' maken het Songfestival tot een onvergetelijke gebeurtenis, bovendien zijn zij de beste vredeszendelingen al is het maar voor één week. Je moet de kleuren van je land maar eens verdedigen met de bajonet achter de schermen in de aanslag voor het geval je laatste eindigt, je zou voor minder door de vloer willen zakken. Naarmate de avond van de beslissing nadert slaan de emoties om, de spanning neemt toe en ineens groeit het besef dat van drie luttele podiumminuten veel kan afhangen. Immers je wordt nog eens gadegeslagen door pakweg 400 miljoen tv-kijkers, waaronder nog haaien van mensen, die je de mooiste beloftes doen. Zeker niet te verwaarlozen, de persmuskieten, die bakken het al bruin genoeg, zij maken een jong opkomende ster of zij kelderen die nova als een komeet die tegen een hoge snelheid langs de Aarde schuimt. Dit jaar heeft een Portugees de eer en het genoegen om onze eer in Kiev te verdedigen. Hopelijk tuimelt zijn ster niet te vlug naar beneden en wordt hij het Adagio van de Muze hier in Europa. In alle geval, wij duimen allemaal mee, anders blameren we onszelf.