Nostalgische verhalen …hier graag!

Literaire pareltjes van maatschappelijke gebeurtenissen.

Fikske
Lid geworden op: 16 dec 2003, 12:31
Locatie: W-O 1970

05 jun 2005, 21:12

Onder de oorlog naar school gaan was niet altijd gemakkelijk.
Toen een Engelse bommenwerper waarvan één van de motoren uitgevallen was zijn lading niet ver uit de buurt van de school moest laten vallen waren alle ruiten aan diggelen en hadden we onverwacht enkele weken verlof.
De diepe kraters van de bommen waren voor ons een extra speelplaats geworden en ondanks het verbod van onze ouders waren we er met geen stokken weg te slaan.

Aan één bepaalde meester uit deze gemeenteschool bewaar ik een speciale herinnering.



(1943-1944) Meester Bagger


Een van de meest kleurrijke figuren uit onze kinderjaren is Frans De Keyzer.
Als schoolmeester heeft hij een grote invloed op ons en er kan bijna geen dag voorbij gaan of wij krijgen op een of andere manier met hem te maken.
Mede door zijn donkere hoornen bril waarboven twee zware zwarte wenkbrauwen uitsteken en zijn dikke zwarte snor, heeft hij een streng uiterlijk, maar hij is het eigenlijk niet.
Toch houdt hij erg van orde en stiptheid want niets kan hem meer doen steigeren dan iemand die te laat komt in de klas of zich slordig gedraagt of kleedt. Hijzelf heeft altijd een piekfijn en afgeborsteld kostuum aan van donkergrijze stof, en op zijn hoofd de onafscheidelijke zwarte deukhoed.
Wanneer hij ’s middags of ’s avonds de rij schoolkinderen over de tramrails tot aan het ‘veldeke’ richting dorp toe begeleidt, zwaait hij voortdurend met zijn wandelstok en tikt ermee tegen je benen als je ook maar durft met één voet van de stoep te stappen.
Voor zover ik weet geeft hij al jaren les in het voorlaatste klaslokaal en voor dezelfde twee leerjaren tegelijk, het derde en het vierde. Alle klaslokalen in onze gemeenteschool zijn dubbel zodat je steeds twee jaar bij dezelfde meester of juffrouw doorbrengt.
Waar zijn bijnaam ‘Den Bagger’ vandaan komt weet ik niet maar toch noemt iedereen hem zo, tenminste als hij het niet hoort.
Meestal rookt hij een pijp, ook tijdens de les en dat wordt in deze tijd nog als normaal beschouwd.
Voor velen is hij de plezantste meester die we al ooit gehad hebben, vooral omdat je bij hem niet veel moet doen in de klas en je heel weinig of geen huiswerk krijgt.

Frans De Keyzer houdt van vaste rituelen en één daarvan is het dagelijks doen maken van de tafels van vermenigvuldiging. Volgens hem zijn de tafels de basis van alle kennis.
Elke morgen om acht uur dertig wanneer we in onze banken hebben plaatsgenomen en het gebed is opgezegd, nemen we lei en griffel en beginnen er de tafels op te schrijven.
Ondertussen zit “de meester” rustig in zijn gemakkelijke stoel en laat dikke rookwolken van achter zijn dunne oorlogskrant omhoogstijgen. Stiekem loert hij af en toe over de rand van zijn dagblad en verrast een toevallige babbelaar met een snedig; ‘Verder werken en niet babbelen Jef… of Pierrre of Jan.’

Na verloop van tijd zegt hij steevast ‘Wie gedaan heeft houdt zich nu maar verder nuttig bezig.’
Dit betekent dat hij nog niet klaar is met lezen.
Zich ‘nuttig bezighouden’ kan van alles zijn: lezen in ons leesboek, een tekening maken of gewoon stil in je bank blijven zitten, liefst met de armen gekruist.
Niet iedereen houdt zich daaraan en er wordt wel wat gefezeld en geduwd met de ellebogen zodat het nooit helemaal stil is in de klas.
Na verloop van tijd wordt het toch wat te rumoerig en legt hij met tegenzin zijn pijp neer, vouwt de krant vierdubbel samen en komt wijdbeens op de rand van de houten trede staan, naast zijn lessenaar.
Zoals een dirigent steekt hij plots een meetstokje in de hoogte en wacht tot het rumoer in de orkestbak ophoudt.
Dan valt zijn rechterhand met een korte beweging naar beneden en beginnen we allen tegelijk de tafels van vermenigvuldiging af te dreunen.
‘- Eén maal één is één.’
‘- Twee maal één is twee.’
De meester gaat weer achter zijn lessenaar zitten en blijft aan zijn opnieuw gestopte pijp zuigen zonder ze aan te steken.

‘… acht maal zes is achtenveertig...’
Weer heeft hij zijn krant genomen en over de rand loeren zijn vinnige oogjes in onze richting…

‘- Negen maal tien is negentig.’…
Opnieuw stijgen wolken op van achter de papieren muur.

‘- Tien maal tien is hondeeeerd!!’
Lang rekken wij dat laatste woord om te laten weten dat het gedaan is. Je weet maar nooit of hij in slaap gesukkeld is…

De schoolbel rinkelt luid. Ha, speeltijd!
We staan te trappelen in de gang en als ‘de meester’ het teken geeft stormen we als een wervelwind naar buiten. De voormiddag is alweer bijna om.

Iedere week krijgen we bij ‘den Bagger’ één uurtje gymnastiek.
Aan de achterkant van de school ligt nog een klein onbewerkt stukje grasland. Het enige dat overgebleven is nadat alle mogelijke en onmogelijke lapjes grond, tot zelfs sommige stoepen toe, zijn omgespit en beplant met aardappels of ander eetbare gewassen.
Het pleintje, zoals we dit stukje noemen, moet dienen om de schoolgaande jeugd te laten bewegen.
Bewegen is bij meester Bagger bijna altijd: voetbal! Eén uurtje is kort en de meester vergeet vaak op zijn horloge te kijken, dus… het kan wat uitlopen.
Een echte lederen voetbal is nergens te krijgen en daarom behelpen we ons met wat voorhanden is.
De school zelf bezit geen bal maar meestal brengt een van de jongens een versleten speelbal van thuis mee die hij stiekem van zijn zusje gestolen heeft.
Deze meisjesballen zijn gemaakt uit rubber van zeer bedenkelijke kwaliteit en meestal met veelkleurige bloemen of strepen beschilderd. Heel dikwijls zijn ze al zo plat geworden dat er geen veerkracht meer in zit, maar het is in elk geval beter dan te moeten sjotten op een voddenbal of een conservenblik.

De voetbalteams werden samengesteld. Twee jongens, door den Bagger aangeduid, kiezen elk om beurt een jongen uit de groep. Wie niet goed kan voetballen wordt als laatste gekozen, punt uit.
Enkele mutsen een sjaal of een vest doen dienst als doelpaal.
Er wordt lustig gestampt en meester Bagger, de scheidsrechter, staat kaarsrecht als een boom midden op het veld. Bewegen doet hij niet, maar als er een bal wat dicht in zijn buurt komt trapt hij die met de punt van zijn rechterschoen keihard in de richting van één van beide goals.

Vandaag trapt hij met zulke kracht op de slappe bal dat deze met een luide knal openscheurt en als een schotelvod over zijn zwarte lakeischoen blijft hangen.
Zijn aangezicht wordt vuurrood van het verschieten en wanneer de eigenaar van de bal hartstochtelijk begin te wenen weet hij met zichzelf geen raad. Om zijn gezicht te redden belooft hij een nieuwe bal te zullen kopen maar niemand geloofd hem.
’s Anderendaags echter heeft hij twee nieuwe ballen mee.
‘Hier zie,’ zegt hij tegen de huilebalk van gisteren, ‘en maak hem nu niet meer kapot hé!’
De andere bal verbergt de meester in zijn lessenaar. Niemand van de andere klassen mag hem ooit gebruiken. ‘ Ze moeten maar zelf een bal kopen.’ Zegt hij egoïstisch.

De dorstige laven. Is één van de zeven werken van barmhartigheid beweert de meester met klem en hij gebiedt een paar jongens om een emmer koel water te gaan halen aan de pomp.

De zomers van vroeger waren veel warmer dan die van nu, vind ik, en bij het hardlopen op de speelplaats hing onze tong vaak uit de mond van groten dorst.
Meester Bagger vat post in de schaduw van het afdak, ‘den hangaar’ genoemd. Alle dorstige jongens staan in een lange rij te wachten. Gewapend met een kopje in de hand buigt de weldoener zich over de emmer water en schept voor elke leerling om beurten wat in.
Wie het kopje niet helemaal leegdrinkt moet het overschot met een brede zwaai uitgieten over het speelplein. ‘Dat is proper en voorkomt dat we ziekten doorgeven,’ heeft hij ons geleerd.
Als ik aan de beurt ben gooi ik met een ferme zwier de resterende inhoud van het kopje over het plein. Groot is mijn verbazing als het kopje meevliegt en in honderd stukken op de stenen kapot spat. Ontstelt kijk ik naar mijn wijsvinger waarrond het afgebroken oor is blijven hangen.
‘Lompe vlegel! Kijk nu wat je gedaan hebt.’ Scheld den Bagger en ik krijg een lap rond mijn oren. ‘Morgen breng je een ander kopje mee, is dat verstaan?’

Op haar beurt scheld moeder op mij als ik uitleg waarom ik een vervangkopje moet hebben.
Wij hebben enkel koppen zonder oor waaruit we ook soep drinken en daarmee moet ik het dan maar doen.
Ze geeft me haar slechtste exemplaar mee waar duidelijk zichtbaar een bruine barst in zit.
Ik ben echt beschaamd als ik het aan de meester afgeef maar hij begrijpt het en voor de rest van de zomer heeft deze ‘soepkop’ gediend om de dorstige kelen te laven.

Ik ben maar één keer kwaad geweest op meester Bagger en dat was toen hij, blijkbaar in een norse bui, zijn pijp op mijn hoofd uitklopte.
We stonden in de gang van de school te wachten om naar huis te gaan en op zijn teken om naar buiten te stormen. Ik was een beetje traag naar zijn goesting en liep hem voor de voeten.
Plots voelde ik twee drie harde tikken op mijn achterhoofd. Het deed vreselijk pijn en de as en restjes tabak hingen in mijn haar en vielen achter in mijn nek. Gelukkig brandde de pijp niet meer, maar de tranen sprongen in mijn ogen en ik durfde niks te zeggen uit schrik om te moeten nablijven.
Een week lang heb ik een dikke bult op mijn hoofd gehad.
Thuis wilde ik bij vader mijn beklag doen en vertelde het gebeurde maar hij vond het een goeie grap van ‘den Bagger’ en scheet me vierkant uit. Hij schokte van het lachen.
‘Ge zult wel iets uitgestoken hebben.’ Zei hij tenslotte, ‘Anders doet den Bagger zoiets niet. Het is anders de braafste meester van heel de school, dat zegt ge zelf toch altijd.’ En daarmee was de kous af.
Toentertijd thuis gaan vertellen dat je van de meester straf of slaag gekregen had was een riskante onderneming want meestal kreeg je er nog een paar oorvijgen van ma of pa bovenop.

Veel later, toen ik bij de waterdienst van de gemeente werkte en jaarlijks de stand van de tellers moest gaan opnemen, ben ik nog eens bij den Bagger aan huis geweest. De meester was toen al jaren met pensioen en wij hebben samen gezellig koffie en een paar druppels jenever gedronken en nog héél lang nagepraat over vroeger en de school. Het voorval met de pijp herinnerde hij zich niet meer, zei hij, maar van het voetballen wist hij nog alles.

Den Bagger is enkele jaartjes later gestorven maar bij onze laatste ontmoeting wist ik nog niet dat zijn jongste kleindochter de vrouw zou worden van mijn oudste zoon.

-----------------------------------
Wie tevreden is met wat hij heeft,
is de rijkste die er leeft.
Gast

06 jun 2005, 12:22

In de hoop dat TLL zijn hart het vandaag niet begeven heeft, gaan we verder! :wink:
Laatst gewijzigd door Gast op 11 jul 2007, 09:24, 1 keer totaal gewijzigd.

Fikske
Lid geworden op: 16 dec 2003, 12:31
Locatie: W-O 1970

06 jun 2005, 15:14

Ai, kwezel da’ s tof om lezen.
Herkenning tot en met, maar we zijn geen van allen dood gegaan hé aan al de kleine en grotere miserie?
Wie zei hier ook weer dat we er sterker van geworden zijn?
Nostalgie, nostalgie… het doet toch deugd over vroeger te kunnen praten en te vertellen, uren aan een stuk.
Maar toch moeten we oppassen want de jongeren kunnen ons niet altijd volgen en dan zijn we vlug aan 't zagen…
Groetjes,
Fikske
Wie tevreden is met wat hij heeft,
is de rijkste die er leeft.
Gast

06 jun 2005, 15:40

Kwezel, over die pastoor op die preekstoel en die consumptie, kan ik meespreken. (mijn vader was o.a. ook koster)
Voor de rest, ik ook zie er veel van mijn jeugd in terug... (oudste van acht)!
Geef ons meer van dat. Laat maar komen, 'ge moet U nie inhouden'!
:) :) :)

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

06 jun 2005, 18:32

Inhouden ? Dat deed ons moeder ook niet... zeven na mekaar en elk jaar opnieuw. Alleen de achtste, die haperde... die kwam als laatste een jaar te laat. Mijn vader overtrof als oudste van vijf de andere broers en zusters door er acht neer te poten; Wie zou hem dat nog nadoen ? Ja toch... de melkboer. Jan Pap had er dertien; maar die woonde dan ook op het einde van ons dorp, letterlijk en figuurlijk. Waarschijnlijk omdat zijn straat "Het Einde" noemde dat hij dat getal gehaald heeft. Onze achtste was de moeilijkste; met zevenen aan tafel maar namen verzinnen; het moesten toen nog heiligennamen zijn eindigend op "a" of "us". Uiteindelijk kapte vader de knoop door; onze jongste zou genoemd worden naar de patroonheilige van de dag dat hij tevoorschijn kwam. Al werd het geen tweeling, hij heeft een dubbele naam gekregen; het geboortprentje vermeldde "Pieter Pauwel". En geen homo tussen ons vijven en ook geen lesbiennes onder de overige drie.
Maar nu kregen wij wel gedonder in de glazen. De meisjes hadden een aparte slaapkamer met drie eenpersoonsbedden; dat ging nog net. De jongens tja... de kamer was niet groot genoeg en vijf eenpersoons gingen er zowieso niet op, dus moesten er legerbritsen of stapelbedden komen. En zo werd er geruzied wie boven mocht slapen. Ik was weeral de pineut, als oudste én langste waren die bedden voor mij te kort. Als compensatie voor mijn nederlaag had vader zijn kozijn, de dorpssmid, de opdracht gegeven mijn bed dertig centimeter langer te maken. En zo werd mijn bed niet alleen een luxelimousine, maar af en toe ook als bijkomend logeerbed benut. Als een mijner neven op bezoek kwam vanuit de koekestad, en bij ons kwam overnachten, kreeg hij het voeteneind toebedeeld. Zo sliepen wij toch nog met twee in datzelfde bed. Op latere leeftijd, zo rond zestien, was dat echter niet meer doenbaar, want beider zweetvoeten in de nacht was voor d'een als voor d'ander niet aangenaam meer. Dus de zolder werd onder handen genomen. Onder de pannen met stropoppen was het 's zomers te heet en 's winters te koud... maar daar mochten onze gasten dan van genieten. Niet een van mijn neven of nichten heeft nadien bij ons nog gelogeerd... Dat énige tweepersoonsbed, dat daarop stond, werd nadien bemand om voor nakomelingschap te zorgen... want er waren er een paar te vroeg bij. Onze zolder heeft toch zijn dienst bewezen; alleen het gewoel was tot in de huiskamer te horen... Je moest nooit vragen wie daar bezig was ? Nee, jullie moeten mij niet met de vinger wijzen; wij zijn ook kinderloos gebleven...
TLL

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

07 jun 2005, 08:43

De fluwere bruwk (veloeren broek) werd netjes opgeborgen in de kleerkast. Wij, mijn vier broers en ik, moesten een nieuwe outfit passen. Had ons vader meegebracht vanuit Duitsland; eine Lederhose...
Pardon, vijf leren broeken van verschillend formaat; twee glad zwart blinkend en de overigen ongeschoren grauw. Vader was de beren in Munchen gaan bezoeken samen met een aantal collaga's van het gemeentehuis. En de souveniers werden dan ook, bij thuiskomst, volluit op de tafel uitgespreid. Van de spirituosen moesten wij afblijven, die flessen werden enkel voor de familie weggeborgen; de borrel was toen nog een dagelijks ritueel bij de nonkeltjes. TV bestond nog niet, en de radio, dat bruin bakelieten ding met ros doekje en twee knopkes volstond niet om daar aan gekluisterd naar te zitten luisteren 's morgens. En dus was het bij die ouwelui borrelen geblazen bij grootmoeder. Daarom die druppelkes.
Maar bij al dat "tekstiel" waren er ook voor onze jonge dames, de drie werden in een dirndl gestoken. Konden zij alweer uitpakken bij hun schoolkameraadjes; die giecheltrutten...
Maar wij, wij hadden échte broeken met korte pijpen en een leren strikske bezijden en met bretels voorzien van hoornen knopen in de vorm van een edelweiss.
De grootste maat was voor mij bedoeld, daar was ik zeker van. Ze paste me als gegoten. En niet alleen kwasie onverslijtbaar, ze moest niet eens gewassen worden. Vader had ook een hekel aan was ophangen en had dit wel voorzien.
Wij dus met z'n allen fier naar 't schooltje... lekker stoefen met onze nieuwe aanwinst.
Maar mooie liedjes duren nooit lang; na een strafexpeditie mocht ik die broek niet meer aandoen van de leraar. Ik kreeg af en toe wel eens van de "zingende lat" als ik me niet gedroeg in de klas; lijfstraffen in het openbaar waren toen nog toegestaan en misten hun effect niet.
En ik maar lachen met mijn lere broek, de meester sloeg zo hard hij kon, en hoe harder hij sloeg hoe meer ik lachte... na een vijftal slagen hield hij ermee op, zijn hand gezwollen en rood ... want slaan op een leren lap geeft een averechts effect... ik werd er niets van gewaar, het was bijna kietelen...
Die lederhose mocht nadien pas 's zondags benut worden; wel spijtig want de rode billetjes kwamen nadien wekelijks weer terug... :cry:
TLL
Gast

07 jun 2005, 09:54

Nog veel lees- en schrijfplezier met zijn allen, ik wacht niet tot 21 november, ik pak nu mijn koffers en vertrek binnenkort op wandelvakantie naar Winterberg. :P
Laatst gewijzigd door Gast op 11 jul 2007, 09:24, 1 keer totaal gewijzigd.

Fikske
Lid geworden op: 16 dec 2003, 12:31
Locatie: W-O 1970

07 jun 2005, 10:23

Prettige vakantie Kwezel.
We blijven nog enkele dagen en zijn dan ook weg met de caravan naar het zuiden… bestemming ??
Ondertussen zullen we nog een beetje genieten van je schrijfsels.

Teloorlekker is er ook nog en hij kan me al evenzeer bekoren met zijn prettige vertelsels.

Tot binnenkort dan maar.

Groetjes,
Fikske
Wie tevreden is met wat hij heeft,
is de rijkste die er leeft.
Gast

07 jun 2005, 12:04

Zonnige vakantie, Kwezel, maar...wat ga je doen als je, tijdens je vakantie, plots de muze voelt "komen" ??? (Toch maar laptop meenemen en doorsturen?) :oops: :lol:

Fikske
Lid geworden op: 16 dec 2003, 12:31
Locatie: W-O 1970

07 jun 2005, 14:42

Zorro, ik denk dat we allemaal een beetje aan vakantie toe zijn. Het geschrijf en gelees van de laatste dagen was nogal vermoeiend.
Nu gaan we even proberen wat zon te vinden om ons bleek kleurtje van computerfreak kwijt te raken en wat te bruinen.
Straks nog even tot bij de orthopedist gaan voor controle en om de draadjes uit mijn geopereerde knie te laten verwijderen en dan… morgenvroeg de caravan laden, aankoppelen en … akke, akke, tuut, tuut, weg zijn wij !
:D
Gast

07 jun 2005, 15:07

Eveneens zonnige en deugddoende vakantie gewenst, Fikske. Zorro blijft thuis. Heeft beloofd aan iemand dat hij op het Seniorennet blijft letten...
Zorro heeft wel jachtig leven de laatste tijd. Gisteren bijna de ganse dag weg, nu vertrek ik weer tot vanavond misschien en ik moet zo dringend een mail sturen naar iemand in de geburen... Hopelijk heeft deze persoon geduld...
Zorro is nog NOOIT op vakantie geweest because, Zorro wil alleen op vakantie op de rug van zijne zwarte ruin en zijne champetter wil niet achterop zitten. Vindt twee op de rug van een paard veel te veel, maar Zorro heeft geen geld om een tweede paard te kopen en.. met de fiets wil zij dan weer niet achterkomen...
Je kunt toch nooit goed doen voor een vrouw, hé ? ? ? :)

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

07 jun 2005, 18:20

Fikske, Zorro, en de v.a. niet panikeren: ook wij zijn onze zaken op een rijtje aan het zetten. Niet dat ik dat nu direkt ga doen, de hier geimporteerde wijn heeft me nu al beneveld. ik zie het verschil niet meer tussen "detente" en "tent"... tussen "caravan" en "car-avant"... :lol:
Ik moest toch even in één van mijn stamcafées onze planning kenbaar maken hé... Stel je voor dat ze ons drie -voor mij twee- weken zouden missen zonder te weten wat er schorte ? Zoiets kan je niet maken hé....
Donderdag e.k. mag men ons huis leegroven (of wat er nog van overschiet); het boetje is verzekerd. Platbranden mag ook, maar of de weduwe van hiernaast daar gelukkig mee zal zijn, is een andere historie.
Als het enigszins lukt zoeken wij als eindbestemminjg Castelane te bereiken;. In een camping die nu eens niet op de kaart staat, die nergens genoteerd is; maar wel oergezellig en héél rustig.
Sorry, ik moet alweer komen eten... wij gebruiken hier de leidingbuizen van de CV als tamtam... en vrouwlief heeft weer getimmerd, zodoende...
Iets meer uitleg verschaf ik wel als ik overdadig de maaltijd heb verorberd...

Tot seffens...
TLL

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

07 jun 2005, 19:48

Ik kan me de verhuis naar ons nieuwe huis niet herinneren; ik was ingelijfd in het verblijf van dienaren van barmhartigheid. ik moest tenslotte toch pastoor worden; dat had vader zo vooruitgezien. Ik wist wel van zijn verhuisplannen af, maar verder dan het uitgraven van de fondatie had ik in de verlofperioden geen aandacht geschonken. Ons nieuwe huis zou daar komen, waar grootmoe destijds ook gewoond had; het was een deel van vaders'erfdeel. Een notariele loting had beslist dat het perceel zou opgedeeld worden tussen mijn vader en dat van een zijner broers. Het perceel was groot genoeg om er een tweewoonst op neer te poten. In vergelijking was die nieuwe woonst een kasteel t.o.v. onze vorige pleisterplaats. Deze keer niet één- maar driehoog, en in betonwelfsels en asgrauwe kempische gevelsteen. Nog iets anders dan het vroegere cementbezette geveltje met namaakbetegeling.
Ons optrekje was wel groter als dat van nonkel en tantetje... Wij waren tenslotte met achten, zij maar met z'n drieën, ouder niet meegerekend.
Nu waren er wel slaapkamers waar vijf bedden op konden voor de jongens en drie dubbele voor de meisjes. We hadden een living om U tegen te zeggen, meer nog ... een UL en een aparte eetkamer en combuis afzonderlijk gescheiden. Daar werd dan ook één hoog geleefd, want op het gelijkvloers was het kolenhok, het washok en de garage.
Na onze retraite konden wij, vanuit het pastoorsfabriekje, ons wonder van bouwkundige techniek aanschouwen en onze intrek nemen. Het Dafodilleke in de garage, onze vuile was in het washok en alle andere atributen vergeten in de hall. Mens, was dat een kast van een huis ?!
Daarnaast was de disco naast ons, vergeleken hiermee, een muis naast een kater... Over de Scoubidoe zal ik het nog wel eens hebben, een andere keer...
TLL

Tillie
Lid geworden op: 28 jul 2004, 23:20
Locatie: Kempen

07 jun 2005, 23:36

Kwezel, Fikske, Tll, en andere trekkers, allemaal een deugddoende vakantie gewenst.
Het zal eerder stillekens worden dan hier. Slaan jullie alles maar op op floppydisc onderweg. Mathieu ook al vertrokken. Een late wens achterna.
Zorro, ik blijf ook hier.
Zonder vrouwen gaat het niet, dat heeft zelfs God moeten toegeven.
Duse

Bomi
Lid geworden op: 09 aug 2002, 20:54
Locatie: Hasselt

13 jun 2005, 18:01

Dat witgekalkte keldertje zie ik met mijn ogen dicht. Niet bij ons thuis, wij hadden al een échte kelder, wel bij de grootouders. Het was ietsje dieper in de grond gemaakt met twee stapjes af. In de deur een open vierkantje met vliegengaas er voor. Mijn grootvader die ik als kind nooit anders gekend heb dan zonder tanden, gebitten bestonden toen nog niet, kocht altijd een 'zei' vet spek, dat hing aan 'n koordje voor het raampje. Ongelooflijk!

Tegen de achterwand waren leggers gemaakt, afgeboord met een papieren kanten boordje.
Potten met de inmaak, netjes soort bij soort, vonden er hun plaats. Peren, pruimen, kersen en stekelbessen een rijkdom, goed bewaard. Als kind heb ik me dikwijls afgevraagd ‘wanneer krijgen we nu eindelijk al dat lekkers op ons bord.’ Geloof me er werd zuinig mee omgesprongen, een winter duurde lang.

In één van de hoeken stond ‘n grote bruine gelakte kroeg, eentje met 2 oortjes aan de zijkant. Daar werd de zuurkool in bewaard. Witte kolen werden zelf gekweekt, kostten dus geen cent. Fijn gesnipperd, laag per laag, telkens tussendoor wat zout. De pot gevuld in ’t najaar kreeg een houten deksel moest dan ‘trekken’ tegen de winter was de zuurkool gebruiksklaar. Misschien werd er nog wat anders bijgevoegd, dat is me ontsnapt, als kind heb je daar geen benul van.

In de andere hoek stond een kleiner formaat van kroeg, diende voor de opgelegde haring. Beide kroegen staan nu nog in onze tuin, dienen als decoratie versierd met potten geranium.
Ook ’n kist met gerooide aardappelen, ’n kistje appelen voor dagelijks gebruik, zelfs een klein kistje met ‘finkelhout’ (fijn gehakt hout) vond er zijn plaats. De grote voorraad lag in een stal achter in de tuin. Ernaast konijnenhokken, ja die hadden ze ook, allemaal eigen kweek.

Dagelijks werd de voorraad aardappelen en brandhout bijgevuld, zo moest bomma niet telkens lopen tot achter in de stal. Regende het werd ze nat, bij vriesweer was het glad om aan ’t keldertje te geraken, Tafelrestjes bedekt met een omgekeerd bord, kregen er ook ’n plaats. Boter en melk volgden de zelfde weg. ’s Winters was alles wat er uit kwam hard bevroren, boter moest ruim voor etenstijd naar binnen worden gehaald, was anders onsmeerbaar.
In de zomertijd was het om te bewaren natuurlijk niet ideaal. Het was dan ook niet zo nodig. Al de potten inmaak, ook de beide kroegen waren leeg.

Alles kwam weer vers uit hun kleine tuintje. Het witte keldertje kreeg dan een verse schilderbeurt. Het oude vergeelde kantje werd vervangen door een nieuw fris boordje.
Zo begon alles weer van voor af aan.

Bomi

2003
Dankbaar met het verleden, je blik open voor het heden!