Vesselin schreef:Wij zullen ons nog eens verdiepen in het bizarre ideeëngoed van het materialistisch monisme

Telkens ge afkomt met die terminologie moet ik terugdenken aan mijn studententijd. D' er waren er toen een paar van dat Amada-volk, die geen drie zinnen konden zeggen zonder hun sloganeske terminologie "Onderdrukking van het proletariaat", "Uitbuiting door het kapitaal" of "Dictatuur van de bougeosie" ertussen te gooien.
Vesselin schreef:Volgens deze visie ervaren we onszelf wel als een zelfstandige persoon, die keuzes kan maken en beslissingen kan nemen, maar dat is een illusie, want het is in werkelijkheid ons brein dat de beslissingen neemt. De zogenaamde 'illusoire persoon' kan daar alleen maar, na dit gebeuren, notie van nemen. Men verwart dus deze "na-interpretatie", als een, door de illusoire persoon zelfstandig genomen, beslissing of keuze.
Dit schept weer een zinloze dualiteit: enerzijds: de illusoire persoon, die denkt de beslissing genomen te hebben, en anderzijds: het materiële brein dat in werkelijkheid de beslissing zou nemen.
Wat is dit anders dan het verschuiven van de eigen verantwoordelijkheid naar een 'orgaan' dat mechanisch reageert op de prikkels uit de omgeving!
OK, ge hebt nu al zoveel keer uitgelegd wat het volgens jou
niet is. Ge valt graag het "materialistisch monisme" aan dus. Maar geef nu eindelijk eens een serieuze onderbouwing van wat uw standpunt wél is. Dat interesseert me meer.
Heel dat boek van Alva Noë dat ge aanraadde ("We zijn toch geen brein") heb ik dus terug doorworsteld, maar eerlijk gezegd, het was voor mij dik tijdverlies. Ook dàt is dus niets anders dan een soort pamflet
tegen wat hij als de hedendaagse wetenschap beschouwd. Het boek gaat voor 85% over wat het volgens hem
niet is. Wat het volgens hem wél is komt ge slechts met de grootste moeite te weten (en eigenlijk ben ik nog niet zeker of ik het nu juist begreep).
Maar ik vond helaas geen enkele vorm van onderbouwing. Eigenlijk toont hij niet aan; hij insinueert alleen. Zijn “bewijsvoering” gaat keer op keer volgens hetzelfde patroon. Een heel hoofdstuk wordt beschreven: het is niet dit, het is niet dat, en in zijn conclusie volgt dan triomfantelijk: neen, neen, het is dàt. Waarom? Op zeker ogenblik slaagt hij er zelfs in in de conclusie een kenmerk van ‘geest’ te vermelden, zonder dat het woord geest eenmaal in het hoofdstuk voorgekomen is.
Daarbij zijn zijn beweringen omtrent de wetenschap dikwijls onjuist of onnauwkeurig, op het belachelijke af. Op die manier lijkt Noë wel een Don Quichotte figuur, die ten strijde trekt tegen windmolens.
Jaja, daar herken ik onze Vesselin wel in.
De huidige neurowetenschap volgens Vesselin:
