Verder afdwalen

Literaire pareltjes van maatschappelijke gebeurtenissen.
Gast

19 sep 2005, 18:49

Ja mensen, het is me weer eens het namiddagje geweest.
Het laatste onweer had zo een beetje voor ravage gezorgd in een paar electrische toestellen waaronder mijn geliefde muziek-installatie en die moest dan ook in reparatie.
Op zich is dat niet zo erg natuurlijk.
Ik dus naar Leuven. Normaal dus ook geen probleem. Van Zemst naar Leuven doe ik ermet mijn skeelers 45 min. over dus met de auto ging ik direkt terug zijn. "Ik ga dat rap gaan binnendoen, binnen een uurke ben ik terug".
Dat was het goede voornemen, maar blijkbaar had ik zonder de waard gerekend.
Die waard diende zich al aan iets voorbij de de zij-ingang van Bloso-Hostade, in de vorm van een heel lawaaierige rode koekskesdoos op vier wielen. Pruttelend en hoestend hobbelde dat vehikel juist voor mijn neus.
't Is niets, dacht ik, die gaan naar Planckendaal en dan ben ik er vanaf.
Dag Jan. Vermoedelijk om mij te pesten draait dat ding tergend langzaam de hoek om richting Leuven. Doordat het zo langzaam ging kreeg ik ook een duidelijk beeld op de inhoud van het blik. Een opa met sigaar en klak achter het stuur, met zijn neus, die gesierd was met 2 steriliseerbokalen, vlak tegen de voorruit. Opa was geflankeerd door een oma die niet misstaan had in een VW Transporter. Chacoche op de schoot en met een mollige vinger aanwijzingen gevend aan opa zodat hij wist waar de weg was.
Zo van achteren gezien was duidelijk te merken dat opa heel wat minder gewicht in de schaal legde dan zijn eega. De koekjesdoos helde bedenkeijk gevaarlijk over naar rechts.
Vermits het op de Leuvensesteenweg quasi onmogelijk is voorbij te steken berustte ik in mijn lot, in de hoop dat ze misschien naar Blokker moesten, maar die hoop bleek ijdel te zijn.
Tot Leuven heb ik mijn kas opgevreten, te meer omdat er langs die weg nog om de 100 m. een bord staat met 70 op, gevolgd door een tweede dat me zegde dat ik niet mocht voorbijsteken. Die laatste borden waren zelfs totaal overbodig, want de mogelijkheid om een overtreding te begaan werd door opa hardnekkig voorkomen door zo dicht mogelijk tegen de middenstreep van de weg te blijven rijden.
Ik hoop dat er ergens politie met radar stond, dan konden ze eens met eigen ogen zien hoe voorzichtig de Belgen rijden .

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

19 sep 2005, 19:46

Smilie schreef:TLL wist ge dat er kwade tongen zijn die durven beweren dat boogschieten :"één keer schieten en vijf keer drinken is"??
Hoe durven ze. :D
Dat zijn er die 't een met ander verwarren Smilie... dat gezegde geldt enkel en alleen voor de brandweer, waarbij "schieten" door "spuiten" vervangen wordt... :lol:

Fikske
Lid geworden op: 16 dec 2003, 12:31
Locatie: W-O 1970

19 sep 2005, 20:19

Niet te geloven hé TLL. Het water komt mij in de mond en ik heb nochtans goed gegeten vanavond.
Vlaamse kermis! Hoe lang is dat geleden hier bij ons in het dorp?
Ik herinner mij nog de jaarlijkse Vlaamse kermis op de weide van het kasteel, juist achter de kerk.
Iedere vereniging had er wel een of ander kraampje opgetimmerd en de opbrengst was voor het ‘goede doel’ nl. het bijvullen van de schatkist, de ‘kas’.
Na afloop werden er zoveel pinten getrakteerd aan alle medewerkers (en plots waren er heel veel) zodat de ‘kas’ weer even leeg was als voordien.
Een boksmatch tussen de twee dorpskrachtpatsers was elk jaar de hoofdattractie. Weddingschappen werden afgesloten en sommige supporters gingen steevast op de vuist als hun idolen werden uitgelachen of bekritiseerd.
De harmonie en de fanfare waren heel de tijd aanwezig en zorgden afwisselend voor ‘achtergrondmuziek’ dat vaak zo luid klonk dat je moest schreeuwen om mekaar te verstaan, maar er was sfeer...en het bier vloeide rijkelijk.

En dan die opa achter het stuur!
Zouden wij ook zo worden Smilie?

“Een opa met sigaar en klak achter het stuur, met zijn neus, die gesierd was met 2 steriliseerbokalen, vlak tegen de voorruit.”

Héél herkenbaar moet ik zeggen.
Mijn vader zaliger was ook zo een chauffeur. Niemand had hem ooit leren autorijden want toen hij zijn eerste auto in Brussel ging afhalen zette de verkoper hem achter het stuur en zei : ‘Gewoon gas geven en stoppen als je thuis bent.’
Thuis is hij geraakt maar de motor was bijna verbrand omdat men hem niet gezegd had dat er nog meer versnellingen aan de auto zaten dan alleen de eerste!
Later kon hij redelijk goed rijden maar als hij bijna tachtig was reed ik een keer met hem mee.
Heel de weg deed hij amper 40 km per uur. Hij pochte er over dat hij heel weinig ongevallen had gemaakt in zijn leven maar toen we aan een kruispunt kwamen reed hij gewoon door zonder stoppen.
‘Wat doet ge nu?’ Schreeuwde ik. ‘Hebt ge niet gezien dat hier een kruispunt is?’
‘Jawel,’ zei hij onverschrokken, ‘maar ik rijd toch niet snel?!’
:? :wink:
Wie tevreden is met wat hij heeft,
is de rijkste die er leeft.

zandmannetje
Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners

20 sep 2005, 11:27

Zoals je ongetwijfeld nog zal herinneren heb ik een Poolse buurman.
Zomaar geen gewone Pool, maar de onechte zoon van de vorige paus. Van Johannes de Doper, die nu daarboven aan de zijde van God himself gezeten is, en instaat voor het organiseren van de feestelijkheden aldaar. Massabijeenkomsten voor jongeren die helaas te vroeg het tijdelijke met het eeuwige verwisseld hebben.
Als jij je dat niet meer zo ongetwijfeld kunt herinneren, word het tijd die hele geschiedenis nog eens te overlezen, uitvoerig beschreven in Afdwalen (kolder deel I), tijdens de audiëntie die Kwezel, Dorus en ikzelf brachten aan de toenmalige kerkbaas.
Ja, die gelukkige tijd daar in Rome komt niet meer terug.
Waarom ik dat nu opnieuw ten berde breng?
Lees verder en je zal begrijpen...
Zijn moeder kwam op bezoek. Jawel, diezelfde Maria Grobowski die zoveel jaren geleden met Johannes (toen nog geen paus, gelukkig maar) in het stro lag te rollebollen, en hem een onwettige nakomeling heeft bezorgt.
Wat mij al dadelijk de wenkbrauwen deed fronsen, want ik kon me moeilijk het vorige tafereel voorstellen van deze nog pronte dame in het stro met de paus. En vermoedelijk is zij ook HEEL wat jaartjes jonger dan de ex-paus, een vluchtige berekening leert mij dat ze tijdens die feiten 16 moet geweest zijn. Moet kunnen, de dochter van een zeker Planckaert kan het ook...
Maar ik ben natuurlijk bevooroordeeld, ik stel me de paus voor zoals hij was op zijn laatste levensdagen, zij zal hem iets actiever hebben meegemaakt! De kans is groot dat hij dan gejuicht of gebruld heeft, inplaats van dat onverstaanbare gemompel.
Het was de eerste keer dat zij op bezoek kwam. Als je in een vreemde omgeving terecht komt, en je moet ’s nachts het bed uit om een plasje te maken, ben je steeds zo’n beetje gedesoriënteerd nietwaar?
Ik heb dat ook steeds, loop dan dikwijls met mijn neus tegen een deurstijl aan, wat voor heel wat binnensmonds gevloek zorgt telkens. Soms ook wel buitensmonds, maar daar pas ik wel een beetje voor op in het midden van de nacht. De mensen zijn zo lichtgeraakt, voor je het goed en wel beseft staat er politie aan de deur wegens een klacht voor nachtlawaai!
Maar Maria Grobowski liep niet tegen een deurstijl aan, neen, zij donderde met haar botten van de trap.
Een hoge, zeer steile smalle trap. Ze had zich van deur vergist, wat natuurlijk de beste kan overkomen...
Eigenlijk heeft ze veel geluk dat haar nek niet gebroken is, zei de dokter in het hospitaal, waar ze ijlings werd heengebracht met haar gebroken arm en enkele gebroken ribben.
Ja dat was me nogal een commotie met die ambulancewagen met loeiende sirenen, in het midden van de nacht.
Haar verder belevenissen is voor een volgende keer, want ze bleef nog eventjes in België...
Gast

25 okt 2005, 15:15

Met dit pestweer helpt het niet veel om plannen te maken voor de nabije toekomst. Iedere dag nemen we zoals hij ons dreigt te overvallen, liefst met een korreltje zout en met pretentie. Zelfs onze benevelde geest heeft meer weg van een overgelopen drinkbak. In ons geheugen prenten we een chip van een hoefijzervormig model, die beslagen is met een slordige 20 gigabite. Als we zorgvuldig omgaan om informatie door te transporteren van de ene hersenhelft naar de andere, kunnen we misschien een veel te lang maar moedig leven, die hersenkronkels laten pijnigen. Men rijdt met de auto van punt A naar B en eensklaps komt men tot de ontdekking, we weten niet hoe we op dat tweede punt verzeild zijn geraakt. Dat is ons automatisch geheugen, maar wel beangstigend. We hebben immers onderweg bijvoorbeeld niet gekeken naar verkeersborden, we lieten de auto’s als in een trance voorbij rijden en we overhaalden de slakkengangers met een steil waar James Bond jaloers op zou zijn. Zo kunnen we meerdere zaken uit ons leven op een rijtje zetten. Mensen die we een tijdje niet meer gezien hebben of door omstandigheden uit het oog verloren zijn geraakt, die melden zich plots zonder dralen aan de telefoon. Een melodietje dat maar niet uit je achterhoofd wil verdwijnen, hoor je een paar minuten later opgewekt op de radio meemijmeren. Het lijkt net alsof je vibraties doorgezonden hebt naar de media of andersom, ’t zou kunnen maar het verrast je aangenaam en je wordt er gelukkig door. Heel ons leven zijn we op zoek naar dingen die we niet kunnen vinden, waarom houden we dan niet op om naar ze te zoeken als het toch onvindbaar blijft? Kunnen we vandaag niet doen wat we al geruime tijd wilden doen, namelijk ons gewoon op ons gemak voelen!? De tijd laten stilstaan gelijk mijn polshorloge, het nu-moment aanvaarden gelijk het is? Eventjes terugdenken toen we in knoestige wilgenbomen kropen langs de Ziepbeek of die film die we mochten gaan bekijken van ons moeder, nadat ons vader eerst letter per letter had nagepluist of hij wel opvoedend genoeg was. Dit is nu wat ze noemen, bij de tijd leven, zich één moment zorgeloos voelen als een hinde in de groene weide. We sluiten de ogen en snuiven de wereld naar binnen, de scherpe kantjes van het verleden, die bezien we niet, geen doel streven we vandaag na, we zijn oneindig blij en gelukkig, bijna volmaakt. Dat geeft een prettig gevoel en een meerwaarde aan ons leven, de kromme paadjes bedekken we even met bloemen geplukt uit de warme lucht. We ademen vrijheid in, zelfs de roeispanen van onze toekomst laten we meedrijven. Het kabbelend water knuffelt met haar zuurstof onze handen die we zonder remmen laten genieten van de goedheid van moeder natuur. De kleurenpracht die we mogen opsnuiven uit de lange rijen eikenbomen, werkt verblindend op ons hart. Elk blad dat dwarrelend de grond bereikt geeft ons weer levensgenot, we houden het moment vast en bewaren er de beste herinnering aan. Hier geven we ons ruimte en een integratie om te verjongen, ieder wil toch graag jong wezen, al is het maar de gedachte om ons jong te houden, mooi toch!. Bij hondsweder kan men ook naar klassieke muziek luisteren, het oor aanbieden waar het recht op heeft. De dagen komen er aan om met familieleden rond de tafel te settelen en de nakende feestdagen alle eer aan te doen. Waarom zou men niet die bepaalde persoon uitnodigen, die zich niet durft aan te melden na een hevige tweestrijd ooit? De schuldgevoelens die men mettertijd heeft opgestapeld hoeven niet percé je schuldig te maken omdat je harde woorden hebt gehad met een kind. Datzelfde kind dat met een harde knal de deur achter zich dicht heeft gegooid om ze nooit meer open te doen voor je. Het kind dat je het meeste zorgen heeft gebaard, dat kind is degene die op je wacht, elke dag van zijn of haar leven verlangt het naar de ouder die zich niet meer meldt, zich uit het publiekelijke leven terugtrekt. Hier kunnen we vergeving geven aan onszelf, aan onze geliefde boreling, die we missen, alle dagen van ons leven. Dit jaar kan iedereen aanzitten aan dezelfde dis, want het verloren kind mag terugkeren en we koesteren het met heel ons hart voor de rest van ons bestaan. Alleen.. we moeten het allemaal ook zelf willen en ons niet schamen om als eerste de hand te reiken aan die persoon, al is het maar virtueel. Daarom zeg ik als eerste: mijn moedertje, ik mis je zo ontzettend en met mij ook anderen… :(

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

25 okt 2005, 19:02

Waanideeën, we hebben ze allemaal wel eens. De spookfiguren die in onze droomwereld opduiken uit het niets, het niets dat ooit eens gepubliceerd werd in een of ander modetijdschift of sensatieblaadje. Wie wou niet eens met Joyce De Troch of Fedra Hoste iets heimelijks ondernemen ? Na jaren van verwaarlozing kom je er soms achter dat je destijds Gina Lollobrigida of Brigitte Bardot ook als medegezelling wilde hebben in een van je nachtelijke omzwervingen. Of James Bond verschalken met Ursula Andres ?
Maar als je goed oplet, zou het zelfs je buurvrouw zijn waarop je verkikkerd geraakt. Je zij-, naaste- of overbuurvrouw die je soms dagdagelijks ziet. Ze zijn, op ouderdom, soms even aantrekkelijk als wat je destijds ervaarde bij die filmdiva's...
Goed, je hebt een eigen bedgenoot, ene die de andere kant van de tafel bezet houdt, ene waar je -in haar nachtgewaad- niet op uitgekeken geraakt; maar wil de fleur van destijds erin houden, moet je eens tersluiks terzijde kunnen loeren hé... :)
Ik weet ook waartoe jaloezie kan leiden, zeker als haar parfum overduidelijk van een duurder merk na haar ochtendgymnastiek heel de achterbuurt bedwelmd. En als dat parfum toevallig nog iets is dat mannen in alle staten brengt tijdens de bronstperiode... dan mag je bedgenoot zich aan imaginaire orgieën verwachten, in de late avonduurtjes. Als man, kun je niet stijgeren als een stier op een bronstige koe... :lol: Je moet de kerk in het midden houden; zo verwacht dat onze leefomgeving.
Maar als je buurvrouwen zich opzichtelijk frivool gaan gedragen, terwijl daar geen aanleiding toe is in je onmiddellijke omgeving, wat moet je dan ? Menige bobbel onderdrukken ? Stel dat zij -want op zo'n momenten zijn ze bijzonder gevoelig én opmerkzaam- het merkt; moet je dan net doen of je moet zo nodig ? Dat je je bibsen of knieën tegen mekaar drukt alsof je ergens een ietjse teveel aan ontlastingsmateriaal achter de textiel hebt ? Of op de man of vrouw af het woord bij de daad voegt en haar zegt "ik ben verkikkerd op je...kwaak kwaak" ? Nee toch...
Babbelkousen zouden je regelrecht in een echtscheiding dwinngen als je ega erachter zou komen dat je bv. je buurvrouwen aantrekkelijker zou vinden. Je deelgenoot zou dat niet pikken, dacht ik zo... Want als er één kwaal zou zijn die heel deze samenleving in een negatief daglicht zou stellen is het net dat ! Dus dames, laat ze ne keer aan de andere kant van de draad kijken, je zal er daarna -misschien- dubbel zoveel plezier aan beleven...
TLL

zandmannetje
Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners

01 nov 2005, 14:19

Ik plaatste een demarrage zoals ik nog nooit gedemarreerd had, met mijn nieuwe fiets.
Zelfs Tom Boonen zou geen enkele kans gehad hebben, had hij toevallig in mijn wiel gehangen.
En dat was niet uit prestatiedrang of zo, neen het was gewoon uit bittere noodzaak. Uit lijfsbehoud als het ware...En het was niet Tom Boonen die achter mijn gat hing, maar wel een kwaadaardige hond.
Ik twijfelde er geen seconde aan dat die mij in reepjes zou scheuren als hij mij te pakken kreeg, dus moest ik dat ten allen prijze vermijden. En in doodsangst kan een mens dikwijls wonderbaarlijke dingen presteren.
Zo herinner ik mij het voorval van die moeder, die een legertank met haar blote handen ophief, nadat diezelfde tank over haar kind was gereden. Spijtig genoeg hielp het geen moer meer, want het kind was zo plat als een postzegel.
Enfin wel iets groter, meer een poster eigenlijk. Want ze heeft hem later met punaises tegen de muur geprikt.
Eigenlijk nog niet eens zo’n slechte oplossing, vond ze naderhand, want toen het kind nog in leven was kon het een aardig stukje wenen en zaniken... En vloeken ook al, dat had het van zijn vader, zatte Sjarel.
En als poster had de moeder er niet het minste last meer mee.
Ik wou maar besluiten, ze had de tank dus niet hoeven opheffen, als ze gewoon had gewacht tot ze er helemaal was overgereden was het resultaat net hetzelfde geweest...
Die soldaat die de tank bestuurde was er ook niet goed van. Die draaide gewoon van zijn stokje toen hij uit de geschutstoren klauterde. Waarbij ook nog het kanon per ongeluk werd afgeschoten. Met als gevolg dat het café “Bij den dikken Rik” plotseling geen voorgevel meer had. Het was ineens opendeurdag...
Tot groot jolijt van enkele oudere dorpsbewoners, die deze kans op gratis zuipen niet aan hun neus lieten voorbijgaan. En middelerwijl een bod uitbrachten op de poster, die precies een creatie van Picasso was.
Maar de moeder wist van geen toegeven, al begon ze wel even te twijfelen toen mijnheer pastoor een bedrag van 2000€ wou neertellen. Om in het portaal van de kerk op te hangen, net boven het wijwatervat.
Maar ze hield voet bij stuk, bewonderenswaardig overigens.
Ik hou ook voet bij stuk en blijf maar demarreren, als die hond nog lang achter mij blijft aanrennen zit ik subiet in Holland.
Ik ben Hasselt en Bilzen al gepasseerd en ben nu op weg naar Maastricht.
Enkele records zijn al gesneuveld, de kilometer met stilstaande start, met vliegende start, nu gaat het werelduurrecord er er nog aan geloven, mag ik hopen...
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !

Tillie
Lid geworden op: 28 jul 2004, 23:20
Locatie: Kempen

01 nov 2005, 23:56

En nergens bergaf?
Zonder vrouwen gaat het niet, dat heeft zelfs God moeten toegeven.
Duse

ED.
Lid geworden op: 16 okt 2003, 19:20

04 nov 2005, 15:44

Jawadde! (écht gebeurd!)

's Avonds zo rond een uur of tien. Reeds pikkedonker. Ping pong deed de bel. Mijn hond blafte niet. Ik zei toen tegen mezelf, " het zal wel goed volk zijn,zeker?" Ik deed de voordeur open en plots, kreeg ik een pistool onder mijn neus gedrukt. Met drieën waren ze. Van boven tot onder gekleed in een zwart kleed en met een donker masker op hun gezicht. Allez, ze waren alle drie gekleed met een burka ,of toch iets dat er héél goed op leek. Ik zei weer eens tegen mezelf " lap, kameraad, ge hebt prijs. ‘t Is hier gedaan met den Ed. Doe je ogen maar al toe en wacht op de knal" En ja, zoals men zegt, je hele leven passeert weer eens voor je ogen. Al wat ik ooit uit- of ingestoken heb tijdens mijn 57-jarig bestaan, zelfs hetgeen ik mij anders nooit meer zou kunnen herinneren, kwam al flitsend voor mijn geestesoog. Er waren mooie en minder mooie herinneringen bij. Maar dat laat ik aan de fantasie over van de lezers die ooit fan zijn geweest van Jan Cremer. Terwijl ik daar stond te wachten op de big knal, zag ik al mijn overlijdensbericht staan bij Seniorennet cafe

Heden is , compleet tegen zijn goesting, van ons heengegaan, den Ed. Gisteren werd hij overvallen door in het zwart geklede gangsters. Deze zijn, na een helse achtervolging van de plaatselijke politie aangehouden. Naar verluidt, waren het lezers van het overbekende seniorennet die vonden, dat het slachtoffer “het zelf gezocht had” door het Theo Van Gogh gehalte,; dat hij zich sinds maanden op een subtiele manier aan het aanmeten was.

Toch raar wat een mens op een nano -seconde allemaal kan denken. OEP! Riep er ééntje met een vrouwelijke stem, terwijl ze mij dat pistool nog wat dichter onder mijn neus duwde. Ze deden hun hoofddoekachtige kap van hun hoofd en ik zag drie meisjes met mooi geschminkt omlijnde ogen naar mij lachen. Ik dacht al direct dat die andere 67 maagden achter de hoek stonden te wachten. Maar neen, het waren drie schone jonge meisjes van zo rond de 20 jaar die mij vriendelijk toelachten,hun waterpistool op mijn grijze kop leegspoten en telkens “snoep” scandeerden. Wist ik veel, dat het Halloween was, en dat het Amerikaans gedoe mijn deel zou worden?

Eerlijk toegegeven, ik was er de eerste momenten niet goed van. Ik heb toen in de keukenkast naar snoep gezocht. Ik heb hen het eerste beste gegeven wat ik in mijn handen had. Heb hen nog een plezante avond gewenst met de bijgedachte, dat er wel eens iemand zijn deur zou kunnen opendoen, die een écht pistool tussen zijn broekriem zou kunnen steken hebben. Gevaarlijk spelletje, dat Halloween-gedoe.

Mijn tweede bijgedachte was, dat het toch spijtig is, dat ik geen twintig meer ben.

Mijn derde en laatste gedachte is er maar bijgekomen wanneer mijn vrouw mij ’s anderendaags vroeg, of ik wist,.... waar de doos met de hondenkoeken gebleven was! Het kan hen maar gesmaakt hebben. De sloebers!
Laatst gewijzigd door ED. op 04 nov 2005, 20:02, 1 keer totaal gewijzigd.
Gast

04 nov 2005, 19:56

Bulgarije had een beetje glans verloren in mijn ogen. Na een week aan de Zwarte Zee te vertoeven met zijn witte bungalows die blonken in het mulle zand, kwam de verveling opzetten. Het vakantiepark was meer een dorp op zijn eigen met winkels, sportaccomodatie en restaurants. Voor het gehele complex te bekijken kon men met paard en kar door de straten jakkeren. De sporten die ze aanboden waren een aangename afwisseling tussen de stoere Bulgaren die gretig onder hun rode paraplu versnaperingen verkochten. Je kon er geen blauwe jeansbroek dragen of je werd nagestaard. Merkartikelen lieten hun blijkbaar niet onberoerd en menig vakantieganger zag zijn collectie aan zijn neus ontsnappen om met de noorderzon te verdwijnen in de drukte van de stad. Ik kon me niet van de indruk ontdoen dat we een beetje leeggezogen werden door dat volkje dat er werkte. Vroeg je in de hitte van de strijd een driekleurig ijsje en kon je een beetje foefelen met een fooi maakte je kans dat je een lekkernij kreeg. Had je je keuzemenu doorgegeven aan de garçon kon je erop rekenen dat de ambassade je om je vel stond te pluimen. Soms had ik een gevoel dat we inderdaad in de gaten werden gehouden door de CIA of Interpol. Onze baantjes die we in het grote zwembad afhaspelden ontging niet aan het boze oog, nauwlettend gingen hun kraalogen van links naar rechts mee en van rechts naar links. Alleen tijdens het tuimelen hadden we een beetje privacy, dan lag ons lichaam immers onder water om met een ferme stoot een keerpunt te nemen en verder baantjes te kloppen. Hoogtestages doen, zuurstof opdoen in het bloed, het hoort er allemaal bij om naderhand prestaties te leveren tijdens een wedstrijd. De zee werd woeliger en af en toe sloeg het wier om onze benen, glipperige slierten die aanvoelden als olie die droopt langs onze gebruinde benen. Het uitgestrekte strand lag vol met toeristen die allemaal op hetzelfde tijdstip kwamen verpauzen. Stilaan werd het een zandbak vol met vissen, plaatselijke schone’s en hatelijke bedienden die niemand meer dienstig konden zijn met wisselgeld af te persen. Nu wil het toeval dat je vandaaruit naar Turkije kan en dat land wilden we wel eens van dichtbij meemaken. Het zou een belevenis worden met tienerkinderen in de lift. De immense witte stoomboot lag gereed om te vertrekken en iedereen werd ingedeeld in zijn kooien. Van Mountbatten class hadden we nog nooit van gehoord en beneden in die kleine ruimtes kreeg ik fobie over me afgegoten. Het bovendek zag ik niet zo meteen zitten, dan keek ik recht in die grote woeste golven die me ieder ogenblik aankeken met een drakenmond. Ze wilden me verslinden, dat wist ik nu zeker en het dek hield ik voor bekeken. De eerste keer als je op zo’n groot monster komt, weet je niet wat je ziet. Een kasteel op de woeste baren, niks ontbrak op het appèl. De karmelijnenrode lopers die je de weg wezen door de gang die je geboekt had, hapten vurig bij iedere stap naar mijn voeten, het leken wel vurige tongen die lachten om mijn spillebenen. Zeemansbenen zou ik wellicht nooit krijgen, ik word van een pedalo al ziek maar dat liet ik niet blijken aan mijn gezin. We sliepen in kleine kamertjes, alles op maat gemaakt, net plaats genoeg voor dwergen te kunnen herbergen maar wel gezellig. De britsen waren handig boven elkander aan het plafond vastgemaakt, je kon er alleen maar uittuimelen bij een ondoordachte beweging van heupwiegende toestanden. Het eten werd in twee groepen geserveerd, volgens je verdiep waar je sliep als je al de slaap kon vatten. Het klotsende water tegen onze kajuit deed me vermoeden dat ik weldra naar de haaien zou gaan. De kombuis wilde ik niet met een eer begroeten, mijn maag zag denkelijk al groen en mijn gelaat liet denken aan een overhitte pizza die ieder moment kon openbarsten. Hopelijk was dit niet de ondergang van de passagiers, de Apocalypso was hier begonnen volgens mij, hier had Nostradamus het over als hij het einde bedoelde. De kabeljauwskelder was niet ver meer af en ik wilde dat de reis vlug ten einde was. Tot ik boven op het dek kwam en boven aan de boeg een wit gedaante zag gluren over de oneindige waterplas, dit was een geest in eigen persoon want hij wankelde niet, hij stond rotsvast, als een anker in de branding. Zijn gebruinde gezicht zag eruit als een meerman en zijn parelwitte tanden blonken in het zonlicht. Fris geschoren en op zijn kepie die hij droeg boven zijn sneeuwwit uniform stond plechtig geschreven: ‘Bienhechor.’ Is dat Russisch voor de hoogste in rang? ineens mocht voor mij de reis langer duren, maar die maag… :?
Gast

05 nov 2005, 15:46

Het schip zette koers naar Instanboel, het machtige oude Constantinopel met zijn natte ondergrondse gewelven en zijn vele soeks. De Bosporus die de wereld herverdeelde in Azië en Europa, de toegangspoort van Oost naar West. Als kind droomde ik ooit hierover te gaan, ik stelde het me voor als een grote brug met hangers, een reuze hangmat. Het was nog beter en glamoureuzer dan het in de boeken beschreven stond. Een zeestraat die je nooit zal vergeten, het blijft je achtervolgen om er weder te keren.
Met een lieve glimlach van het scheepspersoneel mochten we tussen de twee rijen matrozen die een groet voor ons brachten, van boord. Maar vooraleer we losgelaten werden om te verdwijnen in de romantische moskees werd er ons op het hart gedrukt: “pas op voor de gauwdieven, ze scheren je de haren van de benen zonder dat je het gemerkt hebt.” Je loopt met wankele passen de loopbrug af en dan sta je daar, in een album van Suske en Wiske, maar waar zouden we het eerst gaan verkennen. De vele kleine winkeltjes van de grote Bazaar, die overbevolkt waren door rugzaktoeristen lonkten ons aan en de uitstalramen nodigden ons uit om damesattributen te kopen. Angstvallig hielden we toch maar onze reispas en papieren dicht tegen onze huid aan. De Turkse Lira’s die een weide innamen van plaats in de handtas, drukten we nog vaster tegen ons aan. Lederen riemen en handtassen, mijn ogen kregen er niet genoeg van. Zoiets groots had ik nog nooit gezien nog maar te zwijgen van het gewemel van allerhande nationaliteiten. Verder in de straat stond een tapijtfabriek en proppers dwongen ons bijna om deel te nemen aan hun demonstraties. Handige verkopers wilden ons een tapijt verkopen van veelkleurige zelfgemaakte knopen, hun waar was de beste. Eerst betalen zeiden ze ons en we sturen het wel op naar jullie thuis. Die dachten zeker dat we nog in het sprookje van Ali Baba geloofden en halsstarrig weigerde ik een tapijt te kopen. De Aya Sofia, die de kerk van de heilige wijsheid wordt genoemd, vond ik interessanter om te bekijken. De Blauwe moskee die net ertegenover gelegen is, heeft zijn naam te danken aan de duizenden blauwe kleine tegeltjes, het brengt je terug in de tijd. Wil je de tempel bezoeken moet je je schoenen uitdoen en een gewaad over je schouders leggen, het zijn immers gebedshuizen die we beschouwen als toeristische attracties. Je betoont zo nederigheid tegenover Allah, die zijn naam gescandeerd hoort door de vele minaretten. Luidsprekers boorden het geluid naar beneden dat door de Imam langs de speakers aan de minaretten verdeeld werd. Wat me nog het meest opviel waren die zwarte wandelde palen. Waren dat nu verklede hooligans of wat zag ik nu, dacht ik hardop. Echte Burka draagsters en ze zwegen in alle talen als ze werden aangesproken, van discipline gesproken. Laat hier de vrouwen maar eens een dag hun mond houden, gegarandeerd dat ze ziek zijn of nog erger, boos!. De dag liep ten einde en de aftocht werd geblazen. We dwaalden zo ver af dat een taxi welkom was om ons terug te brengen naar de boot. De Steamer wenkte ons al van ver door toeeeeeet geluiden uit te braken over het land van Ata Turk. Het avondmaal werd ons aangeboden in een frisse lounge en we lieten het ons allemaal welgevallen. Dan kwam de avond aangegleden dat we in de Mensa verwacht werden, er zou een volksfeest gehouden worden met Russische acrobaten. Het orkest luidde de voorbode in met een welgekend lied van: “In de Navy.” Mannen verkleed als cowboy en indiaan met lederen pakken en pluimen, met ritselende kettingen en neusoorbellen aan. Het jolijt kon niet op en het ging verder met de messenvechters uit Rusland. Gelaarsde Kozakken met hun levende spinnen, nooit gezien dat iemand op zijn rug achteruit kon lopen als een spin. Spyderman kon hier wel eens een voorbeeld aan genomen hebben. Dansende en huppelende gekleurde rokken van de vrouwen, deze keer waren het geen Burka’s, maar echte danseressen uit het Oeralgebergte, die met hun flaterende kleren ons hart veroverden. De zigeuners die een vioolserenade ten beste brachten, lieten je het gevoel krijgen dat je eventjes tussen hen in danste. Het schouwspel werd intens meebeleefd door de mariniers, voor één keer mochten ze ook in de warme Aula plaats nemen en genieten maar van de drank moesten ze vanaf blijven, geen drank tijdens de dienst, geen Breezersgedoe. En de gebronsde kapitein die als een paal boven water de wacht trouw hield, zag dat alles goed was, ook hij genoot denkelijk van de overbewegelijke Russinnen want hij lachte met zijn heldere witte tanden, die een klein spleetje ertussen vertoonde. :roll:

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

05 nov 2005, 19:51

kwezel schreef:Het schip zette koers naar Instanboel, het machtige oude Constantinopel met zijn natte ondergrondse gewelven en zijn vele soeks. De Bosporus die de wereld herverdeelde in Azië en Europa, de toegangspoort van Oost naar West. Als kind droomde ik ooit hierover te gaan, ik stelde het me voor als een grote brug met hangers, een reuze hangmat. Het was nog beter en glamoureuzer dan het in de boeken beschreven stond. Een zeestraat die je nooit zal vergeten, het blijft je achtervolgen om er weder te keren.
Met een lieve glimlach van het scheepspersoneel mochten we tussen de twee rijen matrozen die een groet voor ons brachten, van boord. Maar vooraleer we losgelaten werden om te verdwijnen in de romantische moskees werd er ons op het hart gedrukt: “pas op voor de gauwdieven, ze scheren je de haren van de benen zonder dat je het gemerkt hebt.” Je loopt met wankele passen de loopbrug af en dan sta je daar, in een album van Suske en Wiske, maar waar zouden we het eerst gaan verkennen. De vele kleine winkeltjes van de grote Bazaar, die overbevolkt waren door rugzaktoeristen lonkten ons aan en de uitstalramen nodigden ons uit om damesattributen te kopen. Angstvallig hielden we toch maar onze reispas en papieren dicht tegen onze huid aan. De Turkse Lira’s die een weide innamen van plaats in de handtas, drukten we nog vaster tegen ons aan. Lederen riemen en handtassen, mijn ogen kregen er niet genoeg van. Zoiets groots had ik nog nooit gezien nog maar te zwijgen van het gewemel van allerhande nationaliteiten. Verder in de straat stond een tapijtfabriek en proppers dwongen ons bijna om deel te nemen aan hun demonstraties. Handige verkopers wilden ons een tapijt verkopen van veelkleurige zelfgemaakte knopen, hun waar was de beste. Eerst betalen zeiden ze ons en we sturen het wel op naar jullie thuis. Die dachten zeker dat we nog in het sprookje van Ali Baba geloofden en halsstarrig weigerde ik een tapijt te kopen. De Aya Sofia, die de kerk van de heilige wijsheid wordt genoemd, vond ik interessanter om te bekijken. De Blauwe moskee die net ertegenover gelegen is, heeft zijn naam te danken aan de duizenden blauwe kleine tegeltjes, het brengt je terug in de tijd. Wil je de tempel bezoeken moet je je schoenen uitdoen en een gewaad over je schouders leggen, het zijn immers gebedshuizen die we beschouwen als toeristische attracties. Je betoont zo nederigheid tegenover Allah, die zijn naam gescandeerd hoort door de vele minaretten. Luidsprekers boorden het geluid naar beneden dat door de Imam langs de speakers aan de minaretten verdeeld werd. Wat me nog het meest opviel waren die zwarte wandelde palen. Waren dat nu verklede hooligans of wat zag ik nu, dacht ik hardop. Echte Burka draagsters en ze zwegen in alle talen als ze werden aangesproken, van discipline gesproken. Laat hier de vrouwen maar eens een dag hun mond houden, gegarandeerd dat ze ziek zijn of nog erger, boos!. De dag liep ten einde en de aftocht werd geblazen. We dwaalden zo ver af dat een taxi welkom was om ons terug te brengen naar de boot. De Steamer wenkte ons al van ver door toeeeeeet geluiden uit te braken over het land van Ata Turk. Het avondmaal werd ons aangeboden in een frisse lounge en we lieten het ons allemaal welgevallen. Dan kwam de avond aangegleden dat we in de Mensa verwacht werden, er zou een volksfeest gehouden worden met Russische acrobaten. Het orkest luidde de voorbode in met een welgekend lied van: “In de Navy.” Mannen verkleed als cowboy en indiaan met lederen pakken en pluimen, met ritselende kettingen en neusoorbellen aan. Het jolijt kon niet op en het ging verder met de messenvechters uit Rusland. Gelaarsde Kozakken met hun levende spinnen, nooit gezien dat iemand op zijn rug achteruit kon lopen als een spin. Spyderman kon hier wel eens een voorbeeld aan genomen hebben. Dansende en huppelende gekleurde rokken van de vrouwen, deze keer waren het geen Burka’s, maar echte danseressen uit het Oeralgebergte, die met hun flaterende kleren ons hart veroverden. De zigeuners die een vioolserenade ten beste brachten, lieten je het gevoel krijgen dat je eventjes tussen hen in danste. Het schouwspel werd intens meebeleefd door de mariniers, voor één keer mochten ze ook in de warme Aula plaats nemen en genieten maar van de drank moesten ze vanaf blijven, geen drank tijdens de dienst, geen Breezersgedoe. En de gebronsde kapitein die als een paal boven water de wacht trouw hield, zag dat alles goed was, ook hij genoot denkelijk van de overbewegelijke Russinnen want hij lachte met zijn heldere witte tanden, die een klein spleetje ertussen vertoonde.
:roll:
:lol:

ED.
Lid geworden op: 16 okt 2003, 19:20

05 nov 2005, 21:29

Gesnopen,TLL! :D Het heeft dan nog het voordeel, dat Kwezel haar mooi verhaal, twee keer gelezen wordt.
Gast

05 nov 2005, 21:34

Ik heb het ook begrepen, heb tweemaal op ok gedrukt. Zal het laten verwijderen door de moderator. Eventjes TLL dacht ik dat je stikjaloers zou wezen op een onbekende schim. :P


De voorstelling was ten einde en iedereen was vrij op het schip om nog na te genieten van deze dansgroep die iedereen overrompeld had met sterallures. Een welgekomen versnapering in één van de salons deed ons naar onze slaapkooi verlangen. ’s Nachts op een dek staan te kijken naar de sterren, een streling voor het oog. Het leek als de sterrenbeelden plots korterbij leken te staan dan in België, de hemel was bezaaid met ontelbare flikkerend lampjes. Als je je hand uitstrekte naar boven, kon je het steelpannetje aanraken. De Poolster was een lichtbaken in de zwarte nacht over het nog zwartere water dat hoog opspatte tegen de reling. In de verte ijle kon je in gedachten haaien naar boven zien komen of waren het dolfijnen? In alle geval, over boord vallen leek me niet aangewezen midden in de nacht. Onze kajuit vonden we door de lampjes op de gangen te volgen, een spoor dat bezaaid was met vrijende koppeltjes, die blijkbaar op een andere manier nagenoten. Wat is het toch fijn om jong te wezen dacht ik nog, onbekommerd te dwalen door de ruimten van een oceaanstomer. Zachtjes werden we in slaap gewiegd door het deinende schip dat huiswaarts keerde in de nacht. Aangekomen in ons vakantieland volgde een douanecontrole, smokkelen ging niet en de bagage werd duchtig gecontroleerd maar al wat ze vonden waren citroenen. Vitamine C is goed voor de sproeten in het gezicht weg te krijgen, vandaar die citrusvruchten. Onze vakantie die stilaan ten einde liep deed ons verlangen naar huis, ons homeland, onze eigen bed. Al de sporten die we konden beoefenen begonnen te vervelen. Het tennisveld dat lag te broeien in de zon, de raket heeft mijn gezicht geen goed gedaan, verkeerde beweging gedaan en boem, midden tegen mijn neus en mijn halleluja aan Allah konden ze tot ver in de omtrek horen. De pingpongtafel was telkens bezet en de handdoeken begonnen te schuren op onze rug. Af en toe stond de badkamer onder water omdat we op een heuvel lagen kon het water niet altijd weggeraken, zo namen we dan tegelijkertijd een douche en een voetbad. De koffers werden ingepakt en op een zalige warmere dag vertrokken we naar Varna, België here we come. De pascontroles leken eerder op een onderzoek naar een moordaanslag. De mannen moesten rechts en de vrouwen links. Kwam daar een overjarige tante die onder mijn oksels kwam voelen, hou dan je lach maar eens in, ben je zo in de kleinste kamer met die strenge dame. Eventjes vreesde ik dat we hier gescheiden werden van elkander. Je hoorde zoveel dingen gebeuren de laatste tijd en ik wilde nog niet mijn einde hier beleven. Dan moesten we nog eens door de detector en ik was al blij dat mijn stifttand niet aanzien werd als een gevaarlijk ding dat ik moest achterlaten op de luchthaven. Het vliegtuig steeg eindelijk op. Wie hier zijn luchtdoop meemaakte zou zich wel twee keer bedenken vooraleer nog met een vliegtuig te reizen. De oudste rammelkast van de eeuw kregen we toebedeeld en dan nog boven een vleugel op nr. 13. Gelukkig was de schoondochter er nog niet bij, want anders zou haar bijgeloof ons parten gespeeld hebben. De vele luchtzakken overleefden we en eindelijk vlogen we boven Parijs, de lichtstad die je al van ver kon zien. Als je in Zaventem naar beneden gaat, moet je al dalen boven Parijs zeggen ze. Blij en met nieuwe kennis landden we op de thuisbasis en wat deed het hier, juist ja, regenen. Geen straaltje zon kon door het dikke wolkendek naar beneden komen. Brussel onze fiere hoofdstad lag in een regenmantel gedompeld en wij beefden van de kou. De kilometers foto’s die we geschoten hadden op reis werden op tafel uitgestald. De plannen lagen al op de draaischijf om het volgende jaar naar Ibiza te gaan, het eiland met de feestende jongeren en nachtlawaai alom. Maar die bootreis waar ik kortstondig de haaien heb gevoerd en in de ogen heb mogen kijken van die witte schim, bleef me bij. Het Russische dansorkest dat uitzonderlijk die dag aanwezig was met hun talrijke acrobaten was een unieke belevenis die zeker nooit uit ons geheugen zal verdwijnen.