Verder afdwalen
-
Gast
In de Haute-Savoie ligt een meer, het meer van Annecy. Hier kregen we een boottochtje aangeboden van de burgemeester. Er werd gegeten op het dek dat door zon overgoten was. We mochten niet te lang in het zonneke liggen want anders werden de benen te stijf en met stijve benen kan men niet swingen. De kabbelende beekjes van Annecy lieten we achter ons liggen en trokken verder richting Spanje. De eerste stappen over de grens zouden we benutten om de innerlijke mens bij te werken. Het was altijd vlug, vlugger dan vlug eten en weer opnieuw de bus in. Het begon een beetje zijn tol te eisen, de rode en de witte wijn deden de rest. Mijn reispilleke had ik natuurlijk te laat ingenomen en onverwachts zou de bus door mij een achterstand oplopen. We waren niet punt gebonden maar de gastgezinnen die hadden wel graag dat we op tijd waren. Jammer maar het eten deed ineens geen deugd in mijn maag. De tel tot drie was ik verleerd, het schommelen van de bus deed de rest. Gelukkig was ik niet alleen want de violist had net hetzelfde probleem maar die deed juist alsof ik de boosdoener was van de dag. Ons Spaans werd hier deftig op de proef gesteld maar geen vrees zou ik kennen, de mannen van Antwerpen, die spraken redelijk een mondje Spaans en dat is lekker meegenomen. Ondertussen schoten we redelijk op naar de ban van San Sebastian. Deze heilige stad wordt aanzien als de fraaiste stad van Spanje, daar twijfelde ik toen niet aan maar later zou ik anders spreken. Je wordt onmiddellijk in de ban gebracht van die ronde baaien die omheind liggen met schitterende parelwitte stranden. De hoefijzersmodellen lagen bezaaid met kleurrijke getinte bootjes en de casa blancas deden de rest. Deze Spaanse stad heeft een rijkelijk koninklijk verleden, immers de Reals gingen hier op vakantie in hun zomerverblijven. Na eerst de wijnkelders en het avantgarde Guggenheim Museum vereerd te hebben met een bezoek, zou onze klederdracht weer in de plooi worden gestreken. Onze was die deden we ter plaatse, een lange waslijn werd achter in de bus van links naar rechts getrokken. Onze lingerie wapperde meermaals aan een venster uit en slimmeriken die niet beter wisten passeerden ons al toeterend. De zoveelste parade van de week op onze kerfstok, de vermoeidheid kwam boven zetten maar ook hier zou de groep onberispelijk naar voren treden. De fakkeldragers die hun lonten bijna tot in onze nek lieten spetteren, verwarmde onze verhitte rug. Opgepast met je schoentjes dacht ik nog, geen vuiltje op je witte gestuifde bloes laten plenzen want onze voorzitter die was niet min voor ons. Heel plechtig liep hij op kop, als een volleerd infanterist, het hoofd fier als een pauw, recht omhoog. De vendeliers zwierden hun vlaggen meters hoog in de lucht om zonder pardon met een fikse zwaai weer in hun geoefende handen terecht te komen. Dit waren mensen, die hielden duidelijk veel van hun wappers, het geluid dat eruit voortsproot was als één adem hoorbaar. Eindelijk mochten we ons beddeke opzoeken, slapen dat was alles wat we wilden. Jeugdige mensen moeten veel slapen zeggen ze, dan zijn ze niet zo lastig en wij kregen als cadeau een brommend zwembad op de achtergrond. De zuiveringspomp lag de ganse nacht door zijn werk te doen, ik verwenste op dat ogenblik alles en iedereen maar het mocht niet baten. Gelegenheid om te morren kregen we niet. Na het ontbijt met slaperige ogen genomen te hebben, alweer santepéde de bus in op weg naar Santander. Hier kregen we een hotel op de derde stock toebedeeld, drie enkel bedden op een rij. Eindelijk niet tezamen met andere meisjes in een groot bed om ruimte en tijd te sparen, eindelijk mijn eigen deken en laken om me heen. Het dringende werk moest van die vele blauwe olijven en groene pepers gebeuren maar wat merkte ik, er was geen toiletpapier aanwezig op het kabinet. Vlug de gang ingehold en het diensterke aangesproken maar ze sprak geen letter Nederlands, geen Frans en noem maar op, alleen de plaatselijke dialecten waren haar niet vreemd. Om geen verwarring en chaos te creëren maakte ik handig gebruik van de gebarentaal. Iemand moest het zich toch aantrekken om niet met de vingers vies rond te lopen. Lachend en blozend bracht het lieve meisje op een wip de gevraagde vellen, die onmiddellijk door ons triootje in dank aanvaard werden. Achteraf hebben we daar nog eens goed mee gelachen en zo had dan alles nog een goed doel. In Santander kregen we een vrije dag om de stad te verkennen. “Als je je weg kwijt speelt hier in de drukte,” zei iemand, “moet je je baseren op de kerk, dat is het hoogste punt wat we kunnen zien van hier. Nog maar goed dat iemand zo attent was om ons hier op te wijzen, de kerktoren zouden we goed in het oog houden, dat die niet van de plaats verschoof. De duizenden souvenirwinkeltjes lokken ons al een tijdje mee en lieten ons vergeten waar we ons bevonden. Het was castagnettenjacht geworden! We verzwolgen in de signoritta’s.
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
In meetkunde zijn wij, amateurs, geen kracks. Dat bleek vanmorgen nog bij het opheisen tussen twee masten van -naar zeggen- 15 meter hoog.
Een inverted-L voor 80 meter zou, volgens de berekeningen een lengte hebben van 18 meter, waarvan 5 meter het korte been van de L moest voorstellen.
Voor- en middenstuk werden aan een touw gebonden dat door de katrollekens aan beider masten omhoog gehesen moest worden. Je trekt je handen blauw aan dat rode nylonkoordje tot de boel strak hangt... maar wat bleek ? Nog twee meter lag op de grond rond te slingeren, samen met de "matcher"... Was dat korte beentje nu écht 5 meter ? Discuties met de maker leverde tot resultaat, dat dit horizontale stukje niet persée 5 meter moest zijn, 't mocht zelfs 1,5 tot 2 meter langer zijn.
Dus heel de heisa weer omlaag gelaten en het betwistbare einde verlengt... en na nog eens verkneukelde vingers heel dat visgraatje terug de hoogte in. Oh wee, wat liep er nu weer fout ? De matcher lag nog steeds strijk, echter nu met maar een halve meter overschot... En we hadden alles ook zo nauwkeurig mogelijk nagemeten.
Nogmaals ons euvel neergelaten leerde ons dat nylondraad, gekocht bij een touwslager, niet je dat was... Bleek, wat wij voor nylon hielden, niet eens smolt in het vlammetje van een aansteker...
En de rek zat er, schijnbaar, ook in... was dat touwtje aan één kant plots gegroeid... Zou er op die grasmat eronder reeds uitwerpselen neergekomen zijn van besmette trekvogels ?
Een inverted-L voor 80 meter zou, volgens de berekeningen een lengte hebben van 18 meter, waarvan 5 meter het korte been van de L moest voorstellen.
Voor- en middenstuk werden aan een touw gebonden dat door de katrollekens aan beider masten omhoog gehesen moest worden. Je trekt je handen blauw aan dat rode nylonkoordje tot de boel strak hangt... maar wat bleek ? Nog twee meter lag op de grond rond te slingeren, samen met de "matcher"... Was dat korte beentje nu écht 5 meter ? Discuties met de maker leverde tot resultaat, dat dit horizontale stukje niet persée 5 meter moest zijn, 't mocht zelfs 1,5 tot 2 meter langer zijn.
Dus heel de heisa weer omlaag gelaten en het betwistbare einde verlengt... en na nog eens verkneukelde vingers heel dat visgraatje terug de hoogte in. Oh wee, wat liep er nu weer fout ? De matcher lag nog steeds strijk, echter nu met maar een halve meter overschot... En we hadden alles ook zo nauwkeurig mogelijk nagemeten.
Nogmaals ons euvel neergelaten leerde ons dat nylondraad, gekocht bij een touwslager, niet je dat was... Bleek, wat wij voor nylon hielden, niet eens smolt in het vlammetje van een aansteker...
En de rek zat er, schijnbaar, ook in... was dat touwtje aan één kant plots gegroeid... Zou er op die grasmat eronder reeds uitwerpselen neergekomen zijn van besmette trekvogels ?
-
Gast
Met een stel meisjes slopen we weg onder het wakend oog uit van onze voorzitter. Aan parken bezichtigen hadden we eventjes geen behoefte aan. Alhoewel de siertuinen ons een strelend oog boden, namen we een plezierbootje dat ons toelachte. Dit was pas vrijheid, geen gareel om in te lopen, weg van alle drukte, van Mie Katoen en de Horlepiep. Na een uur begonnen we ons ongerust te maken, waar zouden we aanbelanden? Het Spaans reikte niet verder dan si en no en ké. De boottocht wilde geen einde nemen, niemand wist waar we ons bevonden. De veermannen keken ons aan met hun indringende bruine kraalogen en één ding wist ik zeker. We moesten hier vandaan geraken, van de boot af. In gedachten zegden we al onze laatste gebeden op en beloofden dat we dit niet meer riskeerden. De kade naderde. Hier sprongen we in een reflex van het bootje af om in de armen van onze vollemaansgezicht voorzitter te duiken. Een oplawaai van jewelste volgde maar dat namen we graag in ontvangst. Voortaan kregen we een mentor toebedeeld die ons de verdere reis zou begeleiden, zonder dralen of poehah, hij leek zich in ons vastgebeten te hebben. De overbodige souvenirs die we kochten deden onze valiezen kraken in hun voegen. Het schijnt dat het eigen is aan vrouwen om op de valies eerst te zitten vooraleer ze wil sluiten. Onze tournee zag het einde van de tunnel naderen en moe keerden we terug Frankrijk in. We verlieten de streek die ons van een maagdelijke zonsopgang leerde genieten. Met heimwee werd achterom gekeken om af te spreken, “ooit komen we hier terug”. De volgende halte was Poitier. Lourdes lieten we links liggen, we hadden al genoeg kathedralen bezocht en de heilige Maagd moest het voorlopig zonder ons doen. Weer die jeugdherbergen met bedden boven elkaar, ze spaarden graag plaats in Frankrijk. De mensen die lange benen met zich meedroegen die hadden het hier moeilijk, de bedden leken te kort. Verder rolde de bus op hetzelfde eentonige geluid van een krassende stratevarius die het ‘Le quattro stagioni ‘ in waarde deed dalen. Het standbeeld van Jeanneke D’Arc die fier haar paard de teugels liet veren maakte toch een grote indruk op ons allen. Je moet het als vrouw maar durven, vrijheidstrijdster te worden tussen al die verheven mannen. We lieten haar op haar paard rustig zitten, laat ze maar hinniken tezamen in Rouen. Het eindstation naderde met rasse schreden. Parijs waar we begonnen met ons dansensemble wuifde al van ver naar ons. De Eifel kwam in zicht. Blinkend in de zon torende hij hoog boven de stad uit. De Champs-Elysees afgeboord door de Place de la Concorde, de Notre-Dame, ze gleden als in een waas aan ons voorbij. En toen, toen viel de bus in panne. Platte tube en die platte tube dat was een grote. Vervang zo’n band maar eens met wat gerief dat nog te vinden was tussen al onze rommel. Deze gelegenheid lieten we niet voorbij gaan, een geluk bij een ongeluk riep er eentje en Herman sleurde ons mee in de achterbeurten. De stille straatjes van Parijs waar ze nog nooit gehoord hadden van terroristen, de kleine mensen met hun donkerblauwe mutsen op, ze bestonden echt. Meneer Eifel waakte over de stad, hij schitterde nog prachtiger in zilver van veraf dan van kortbij. Deze keer kregen we geen vervangbus, blijkbaar waren er toch nog goede zielen in de buurt om ons verder te helpen. Wat ik altijd zo melig vond aan het einde van een tournee was het afscheid nemen van mensen waar je een viertal weken mee bent samen geweest. Je hebt elkander een beetje leren kennen en menig sage werd er verteld. Een kampvuur ontbrak eraan, dat zou pas de max zijn geweest maar Antwerpen kwam in zicht en de Lange Wapperstocht was over, voorbij. Het afscheid deed pijn, zelfs mijn mentor zou ik een beetje missen. Herman, hierbij groet Kwezeltje je, je was een bovenste beste, ik heb veel geleerd van je. Onze wegen gingen hier uit elkaar om terug samen te komen op de Europalia. De Europalia zou doorgaan in Antwerpen. Een groots evenement dat ieder jaar in een ander land wordt georganiseerd. Er moest druk geoefend worden aan de quadrille van Maldegem en wij, we schonken een groot wiel versierd met geurende paarse heide aan de OLV-kerk, dat we met veel liefde gevlochten hadden. 
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Ze gaan het ons weer lappen...
Een veertiental dagen geleden glipte er een kaartje in de gleuf met nogal wat onduidelijke tekst "Tussen 8 en 13 uur wordt U van het net afgesloten"
met als verduidelijking dat wij als klant toch een optimale bediening wensen.
Nu vraag ik me toch af wat die nutsmaatschappij verstaat onder optimale bediening, erop lettend dat hun puntenplan spreekt van backups van computers, sluiten van koel- en diepvrieskasten, maar onderwijl vergeten dat ook de verwarming en de kookplaten niet zonder stroom kunnen fungeren. Ons dus uit dienstverlening droog zetten én in de kou.
Mijn buurman vond dat ook al een ramp; wij hebben geen dynamo of alternator om zélf stroom op te wekken, ja toch... die aan mijn fiets of onder de motorkap. Maar die ene vertoont na een tiental kilometer niet meer diezelfde sinus en puls als bij de start, en de andere levert uitsluitend 12 Volt... ruim onvoldoende om een 2000 Watt-kookplaat of een circulatiepomp aan te drijven dus...
Bij wegeniswerken voorziet men meestal in omleidingen of aanduidingen om een andere richting in te slaan, bij grondwerken legt men afvoerbuizen die het rioolnetwerk ontzien en elders het grondwater lozen.
Maar gas- en electriciteitsmaatschappijen beschikken -schijnbaar- niet over een reserve-koperdraadje op -pijpje om een omleiding te organiseren. Nochthans een héél simpele oplossing, eerst een lus leggen en daarna het tussenliggende loskoppelen.
En waarom worden deze soort onderhoudswerken uitgevoerd in koude en natte winterdagen ? Moet het zijn dan zij dan het verhoogd risico op electrocutie aan hun stagaires moeten opdringen ? Want gelet op voorgaande, zijn het echte sukkels die geen lussen kunnen leggen, dus beginnelingen. Of het moet zijn, dat die onderverhuurder (want ik veronderstel dat niet de oorspronkelijke en originele plaatsersfirma eraan werkt) ons een kink in de kabel wil leggen teneinde ons toch maar te doen overstappen naar het concurerend nutsbedrijf.
Morgen zal ik eens kijken of ik hen dan ook geen poets kan bakken; even een even onduidelijk tekstje verzinnen en binnen 14 dagen hen het vuur aan hun schenen te leggen... de gedachte hieraan verwarmt mijn zinnen nu al, en ik zit nu nog niet eens in de kou...
TLL
Een veertiental dagen geleden glipte er een kaartje in de gleuf met nogal wat onduidelijke tekst "Tussen 8 en 13 uur wordt U van het net afgesloten"
met als verduidelijking dat wij als klant toch een optimale bediening wensen.
Nu vraag ik me toch af wat die nutsmaatschappij verstaat onder optimale bediening, erop lettend dat hun puntenplan spreekt van backups van computers, sluiten van koel- en diepvrieskasten, maar onderwijl vergeten dat ook de verwarming en de kookplaten niet zonder stroom kunnen fungeren. Ons dus uit dienstverlening droog zetten én in de kou.
Mijn buurman vond dat ook al een ramp; wij hebben geen dynamo of alternator om zélf stroom op te wekken, ja toch... die aan mijn fiets of onder de motorkap. Maar die ene vertoont na een tiental kilometer niet meer diezelfde sinus en puls als bij de start, en de andere levert uitsluitend 12 Volt... ruim onvoldoende om een 2000 Watt-kookplaat of een circulatiepomp aan te drijven dus...
Bij wegeniswerken voorziet men meestal in omleidingen of aanduidingen om een andere richting in te slaan, bij grondwerken legt men afvoerbuizen die het rioolnetwerk ontzien en elders het grondwater lozen.
Maar gas- en electriciteitsmaatschappijen beschikken -schijnbaar- niet over een reserve-koperdraadje op -pijpje om een omleiding te organiseren. Nochthans een héél simpele oplossing, eerst een lus leggen en daarna het tussenliggende loskoppelen.
En waarom worden deze soort onderhoudswerken uitgevoerd in koude en natte winterdagen ? Moet het zijn dan zij dan het verhoogd risico op electrocutie aan hun stagaires moeten opdringen ? Want gelet op voorgaande, zijn het echte sukkels die geen lussen kunnen leggen, dus beginnelingen. Of het moet zijn, dat die onderverhuurder (want ik veronderstel dat niet de oorspronkelijke en originele plaatsersfirma eraan werkt) ons een kink in de kabel wil leggen teneinde ons toch maar te doen overstappen naar het concurerend nutsbedrijf.
Morgen zal ik eens kijken of ik hen dan ook geen poets kan bakken; even een even onduidelijk tekstje verzinnen en binnen 14 dagen hen het vuur aan hun schenen te leggen... de gedachte hieraan verwarmt mijn zinnen nu al, en ik zit nu nog niet eens in de kou...
TLL
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Toch fijn, hoe je je vrienden kan bereiken via internet. Daarnet nog las ik het verdere verloop van een reisverslag vanuit het verre Brazillie waar mijn maatjes zich ooit hopen te vestigen. Zij spitsen hun fotootjes en reisverslagen toe aan msn.spaces.com of hoe die link ook moge heten.
Hoewel ginder wel I-shops zijn, is het er nogal dun bezaaid met de internationale verbindingen met de andere kant van deze aardkloot. Een laptop hebben ze niet bij, maar wel een digitaal fototoestel. Da's het enige dat ze bij hun uitstappen bij zich hebben. De foto's spreken dan ook boekdelen; wat je ziet, hou je nauwelijks voor mogelijk. Hun beschrijvingen detailleren het visuele nog eens extra in de verf. De boottochtjes op de Amazone, het bezoeken van die oerstammen in dat bos- en waterrijk gebied en de natuur met al zijn ongemakken.
't Voelt net aan of ze zijn hier in de buurt, hoewel ik ze niet de hand kan reiken; alleen spijtig dat ze geen persoonlijk email-adres kunnen aanmaken. Kunnen ze eigenlijk wél, maar telkens op een vreemde computer en telkens blijft dat dan ook nazinderen bij personen die niet eens onze taal verstaan, laat staan kunnen lezen. En anderzijds zou dan ook dan weer hier voor onnodige spam kunnen zorgen. Dus hebben zij het zekere voor het onzekere genomen en lichten zij ons in maar telkens op andere locaties.
Ik zal er wellicht nooit komen... met mijn telmachientje...
Hoewel ginder wel I-shops zijn, is het er nogal dun bezaaid met de internationale verbindingen met de andere kant van deze aardkloot. Een laptop hebben ze niet bij, maar wel een digitaal fototoestel. Da's het enige dat ze bij hun uitstappen bij zich hebben. De foto's spreken dan ook boekdelen; wat je ziet, hou je nauwelijks voor mogelijk. Hun beschrijvingen detailleren het visuele nog eens extra in de verf. De boottochtjes op de Amazone, het bezoeken van die oerstammen in dat bos- en waterrijk gebied en de natuur met al zijn ongemakken.
't Voelt net aan of ze zijn hier in de buurt, hoewel ik ze niet de hand kan reiken; alleen spijtig dat ze geen persoonlijk email-adres kunnen aanmaken. Kunnen ze eigenlijk wél, maar telkens op een vreemde computer en telkens blijft dat dan ook nazinderen bij personen die niet eens onze taal verstaan, laat staan kunnen lezen. En anderzijds zou dan ook dan weer hier voor onnodige spam kunnen zorgen. Dus hebben zij het zekere voor het onzekere genomen en lichten zij ons in maar telkens op andere locaties.
Ik zal er wellicht nooit komen... met mijn telmachientje...
-
Gast
Dikwijls stel ik me de vraag of liefde en vriendschap twee verschillende graadmeters zijn. Heeft liefde altijd iets met vriendschap te maken of is vriendschap louter genegenheid. Hoe ver gaat een verhouding in het huwelijk? Blijven mensen tezamen voor het verdere leven omdat ze nog houden van elkander of is het een gewoonterecht geworden? Kan een huwelijk bouwen op een vriendschapsrelatie of is er nog iets anders in het spel? Als je na jaren trouw ineens tot de vaststelling komt dat je toch iets anders verwacht had van het samenzijn, blijf je dan nog bij elkander omdat je niet zonder de groene kool van moeder de vrouw kan? Kan een vrouw niet zelf voor haar eigen zorgen en de hamer en sikkel zelf hanteren? En hou is het dan met kinderen? Houdt men evenveel van ieder kind ook als het een handicap heeft en wat als men alleen dochters of zonen heeft terwijl men eigenlijk graag een ander geslacht in het gezin erbij had? Er zijn kinderen die je blij maken, gewoon alleen al om naar ze te kijken. Niet dat je dan veel meer genegenheid geeft aan dit kind maar zo is het nu eenmaal. Van ieder kind houdt men maar dan op een andere manier. Het oudste kind beschouw je een beetje als een nieuwe start van je eigen leven. We hebben al een grondplan klaar liggen om de eersteling te sturen in de bochten die we misschien graag zouden willen scheren. Je bent uren bezig met je oudste omdat het kind toch moet voldoen aan je normen, je bent immers de ouder ervan. We hebben meestal ook al een programma gereed liggen, dat het kind systematisch moet afwerken. Vandaag naar de sportklas brengen om een robbertje te zwemmen. Baantjes trekken die oersaai zijn voor het kind maar het doet zo deugd aan de geest. Als de benen goed bewegen, draait het hoofd meestal ook goed. De dag erna, springen we met een volleerde kattensprong in de auto om naar de lichamelijke opvoeding te racen. Een race tegen de tijd zou men bijna kunnen zeggen. Kinderen horen nu eenmaal in groep te vertoeven en niet alleen thuis te zitten. Zo krijgen ze geen tijd om veel na te denken over schoolse dingen, over dingen die ze niet graag doen. Dan ben ik nog de muziekles en de dixie vergeten. De donderdag is het notenleer en pianoles en vandaaruit vlug met de andere sportvalies naar het zwembad. We mogen niet te laat komen op de training heeft het bestuur gezegd, niet op tijd, deuren gesloten. De zaterdag opnieuw naar de gymzaal, de valies vlug ruilen thuis en vooral niet de pistolees vergeten voor onderweg. De ziftingen die gewoonlijk in november doorgaan, mag je meedoen. Ben je niet geklasseerd in een slag die je graag doet, heb je pech en mag je niet aan de Limburgse deelnemen. En zeg nu zelf, wie doet er nu zo’n inspanningen met de kinderen om dan niet mogen deel te nemen aan de belangrijke wedstrijden, die je doorduwen naar het Belgisch niveau? Ondertussen zijn de pianovirtuozen in examens, want je moet ook door deze testen geraken om een nieuw boek en instrument te bespelen. Niet te vergeten, de vele openingsfeesten die de turnclub ten beste brengt en de sinterklaasfeesten die ze moeten opluisteren met hun groene broek aan.
Met het tweede kind gaat het al wat gemoedelijk, ze groeien er in op. Ze leven in de sportclub en worden de mascotte van de oudsten. Tot je er niet beter op vindt dan ook dit kind maar in te schrijven in de sportclub. Je hebt immers een schat van ervaring opgebouwd met het eerste en je wil het andere kind niet laten onderdoen voor zijn grote broer of zus. Broederliefde kan soms heel ver gaan. Men supportert voor zijn of haar broer die eerst voor je tussen de banen zijn nekvel uitsteekt naar de Limburgse kampioenschappen. “Wat hij kan, kan ik nog beter,” hoorde ik iemand zeggen en kleine broer deed niet onder, geen millimeter, geen duimbreed. Maar als dit broederliefde is wat is dan concurrentie? Is men zich dan niet aan het beconcurreren onder elkaar om zich de loef af te steken? Is dit ook zo binnen een huwelijk, is er een concurrentiestrijd tussen elkander om de beste te zijn? Zouden we dan toch niet beter naar de tekenacademie gaan in het avondonderwijs om daar tot rust te komen door potloodtekeningen te laten vloeien uit onze pen? Hier zal ik eens diep over nadenken, in alle geval, laat alles vloeien in harmonie en wat je ook mogen doen, doe het goed!
Met het tweede kind gaat het al wat gemoedelijk, ze groeien er in op. Ze leven in de sportclub en worden de mascotte van de oudsten. Tot je er niet beter op vindt dan ook dit kind maar in te schrijven in de sportclub. Je hebt immers een schat van ervaring opgebouwd met het eerste en je wil het andere kind niet laten onderdoen voor zijn grote broer of zus. Broederliefde kan soms heel ver gaan. Men supportert voor zijn of haar broer die eerst voor je tussen de banen zijn nekvel uitsteekt naar de Limburgse kampioenschappen. “Wat hij kan, kan ik nog beter,” hoorde ik iemand zeggen en kleine broer deed niet onder, geen millimeter, geen duimbreed. Maar als dit broederliefde is wat is dan concurrentie? Is men zich dan niet aan het beconcurreren onder elkaar om zich de loef af te steken? Is dit ook zo binnen een huwelijk, is er een concurrentiestrijd tussen elkander om de beste te zijn? Zouden we dan toch niet beter naar de tekenacademie gaan in het avondonderwijs om daar tot rust te komen door potloodtekeningen te laten vloeien uit onze pen? Hier zal ik eens diep over nadenken, in alle geval, laat alles vloeien in harmonie en wat je ook mogen doen, doe het goed!
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Wat zijn wij, oudjes, toch naief. We zetten een nageslacht op twee benen en menen ons dan ook nog te moeten moeien hoe hun linkse voetje voor het rechtse wordt gezet. De eerste stapjes zijn de moeilijkste, zeker als je, als kleine, ervaart hoe papa ladderzat er zelf moeite mee heeft....
Of ik lig in mijn wiegje, met een dik kussen tussen mijn beentjes en krijg dat maar niet dichtgeduwd omdat ik met iets zit waardoor ik geen onaardige klets op mijn bipske wil riskeren... dan maar een keel openzetten om die ouwe lui diets te maken dat ik een plasje moet doen; ik slaap niet graag op een nat matrasje...
En als ik wakker wordt duwt men mij tegen iets rubberachtigs waar mama haar twee vingers overheen klemt, als ik dan niet oppas verslik ik me zowaar in een wit melkachtig vocht waarvan zij er blijkbaar te veel heeft. Zou papa dat ook voorgeschoteld krijgen ? Hém zie ik schijnbaar nooit; waar zit die onverlaat ergens ? Ik hoor hem wel, als ik mijn keel schraap omdat het toeval mijn luier heeft besmeurd. Hij roept dan tegen mama dat hij niet gestoort wil worden terwijl hij naar de tv zit te kijken. Dat ik maar op dat kouwe formica-keukentafeltje moet verschoond worden. Ze moest hém er maar eens opleggen... weet niet of hij dat dan ook zo aangenaam zou vinden ?
En 's avonds, voor bedtijd, wordt die martelgang nog voortgezet... Heb net mijn "boerke" gelaten wordt die bavet me ontnomen en krijg ik een bos vingers op mijn blote bast net of zij denken dat ik daar pret inheb "kielekiele, kribbelde kribbel" en meer van onverstaanbaars wordt me dan toegezongen. Ik wil gewoon slapen, met rust gelaten worden... de pap wiegelt in mijn buikje; "stop" dra moet ik nog kotsen... en dan krijg ik weer op mijn bipsen. Ik kan toch ook nooit iets "goed" doen; net nadat mama me in mijn bedje heeft gelegd komt papa me "goede nacht" wensen en haalt hij mijn karige haardos overhoop. Goede nacht, op klaarlichte dag... Die ouwe heeft ze ook niet alle vijf meer...
En nu lig ik hier onder drie dik... nooit gehoord van een dekbed zeker ? En wat doet dat stomme koordje boven mijn hoofd ? Die kwekgans, die geen bek opentrekt; die fopspeen waar ik niet eens bijkan en die rammelaar met die erwt in... Wat heb ik nu daaraan ? Mama heeft mijn armpjes onder het dekentje gestopt... ik krijg nauwelijks mijn duimpje in mijn mond, hoe moet ik dan aan die hebbedingetjes kunnen ?
Nog een geluk dat ik hun epistels niet moet aanhoren over wat ze van mij verwachten wat ik later worden zal...
TLL
Of ik lig in mijn wiegje, met een dik kussen tussen mijn beentjes en krijg dat maar niet dichtgeduwd omdat ik met iets zit waardoor ik geen onaardige klets op mijn bipske wil riskeren... dan maar een keel openzetten om die ouwe lui diets te maken dat ik een plasje moet doen; ik slaap niet graag op een nat matrasje...
En als ik wakker wordt duwt men mij tegen iets rubberachtigs waar mama haar twee vingers overheen klemt, als ik dan niet oppas verslik ik me zowaar in een wit melkachtig vocht waarvan zij er blijkbaar te veel heeft. Zou papa dat ook voorgeschoteld krijgen ? Hém zie ik schijnbaar nooit; waar zit die onverlaat ergens ? Ik hoor hem wel, als ik mijn keel schraap omdat het toeval mijn luier heeft besmeurd. Hij roept dan tegen mama dat hij niet gestoort wil worden terwijl hij naar de tv zit te kijken. Dat ik maar op dat kouwe formica-keukentafeltje moet verschoond worden. Ze moest hém er maar eens opleggen... weet niet of hij dat dan ook zo aangenaam zou vinden ?
En 's avonds, voor bedtijd, wordt die martelgang nog voortgezet... Heb net mijn "boerke" gelaten wordt die bavet me ontnomen en krijg ik een bos vingers op mijn blote bast net of zij denken dat ik daar pret inheb "kielekiele, kribbelde kribbel" en meer van onverstaanbaars wordt me dan toegezongen. Ik wil gewoon slapen, met rust gelaten worden... de pap wiegelt in mijn buikje; "stop" dra moet ik nog kotsen... en dan krijg ik weer op mijn bipsen. Ik kan toch ook nooit iets "goed" doen; net nadat mama me in mijn bedje heeft gelegd komt papa me "goede nacht" wensen en haalt hij mijn karige haardos overhoop. Goede nacht, op klaarlichte dag... Die ouwe heeft ze ook niet alle vijf meer...
En nu lig ik hier onder drie dik... nooit gehoord van een dekbed zeker ? En wat doet dat stomme koordje boven mijn hoofd ? Die kwekgans, die geen bek opentrekt; die fopspeen waar ik niet eens bijkan en die rammelaar met die erwt in... Wat heb ik nu daaraan ? Mama heeft mijn armpjes onder het dekentje gestopt... ik krijg nauwelijks mijn duimpje in mijn mond, hoe moet ik dan aan die hebbedingetjes kunnen ?
Nog een geluk dat ik hun epistels niet moet aanhoren over wat ze van mij verwachten wat ik later worden zal...
TLL
-
Gast
Hier heeft de home-trainer weer zijn plaats ingenomen voor de televisie. Lang stond hij op de gang te wachten op betere tijden, om eindelijk weer eens gebruikt te worden. De fiets zou er zelf depressief van worden bij zo een te lange stop. Seizoensstop noemen ze dat. Het voordeel aan zo’n een trouwe makker op valse wielen is, je krijgt er geen platte tube mee. Hij laat je niet steigeren en in de gracht terecht komen, hij doet zijn werk naar behoeven. De bochten neemt hij zonder commentaar, hij glijdt immer rechtdoor, vooruit met zijn stuur tegen de wind. De helm ligt er nu godverlaten bij op de linnenkast en de bandana loert heimelijk naar mijn handschoenen zonder vingers. De koersfiets hangt te blinken aan een waslijn en heeft zijn sporen uitgewist van vallen en opstaan. De ketting lacht in haar vuistje, ze hoeft er deze winter niet meer van af om door het zeepsop te trappelen. Jammer, maar de mooie liedjes die duren veel te kort tijdens het wielerseizoen en het oortje dient nu om andere gaatjes te vullen. Meestal als de kriebels toch nog plaatsmaken voor de regen en de koude, nemen we de MB om ons af te reageren. De bossen doorcrossen kan je dan met brede banden beter dan met een smalle tupe. Alleen de frisdrank zou mogen vervangen worden door warme choco, krijg je het heerlijk warm van, van binnen tot in het topje van je tenen. De korte of de driekwartsbroek hangt netjes gesorteerd tussen de topjes en wielershirten die hun diensten graag hebben bewezen in menig warm weder. De zomerdagen kon je wel tellen op de twee handen deze zomer maar de fietsfanaat laat dat niet aan zijn hartje komen, die douwt door, door regen en wind. Lange warme winterbroeken krijgen nu hun winterpret, ze mogen na zo’n een tijd van rust weer hun neus duwen tegen je billen. Onderlijfjes met plastieke beschutting geven je borstkas een nieuwe dimensie, nieuwe vreugde. Langevingerhandschoenen doen de rest en als je dan nog een goede overtrek over je schoenen doet kan het niet meer stuk. Alleen, het weer moet meezitten! Je krijgt weer dat mystieke weertype, mist van de morgen tot de avond. De velden liggen er verlaten bij en schrikken je een klein beetje af. Door de mist fietsen lijkt me ook al niet zo gezond, je ademt dan teveel viezigheid in, je longen zouden er nog de pest aan krijgen. Niet te vergeten om oorwarmers op te zetten, modieuze vrouwelijke oorwarmers. Is rose vrouwelijk of is dat te melig? Ik hou het dan maar bij groen, is tijdloos die kleur, je mag ze meerdere keren gebruiken zonder dat iemand je vergelijkt met de K-3-storie. Maar daar zaten we nu dus niet, we droomden op de homewieler over betere droge tijden. De redder in nood om je conditie op peil te houden. Terwijl je op de maten van Boheemse muziek de pedalen ronddraait, kijk je ondertussen naar je lievelingsprogramma. Alleen dat zappen, dat gaat nog moeilijk als dat prulleke ver van je fiets ligt. Je houdt de klok in de mot hoe hard je trappelt, de kilometerafstand roept je tot de orde als je te langzaam bent. De snelheidsmeter geeft je een steuntje in de rug om je aan te moedigen. Hij laat weten, als je vandaag nog in Aarschot of Leuven wil zijn voor sluitingstijd, je toch een haastig doorduwertje mag geven. De conditie bouwt zich zienderogen terug op, van lichamelijke aftakeling is niks meer te bekennen. Nog een voordeel ervan is, je hoeft niet te stempelen onderweg, niet af te stappen, niemand voorrang te verlenen. Solidariteit alom, geen boegeroep, geen middenvinger gedoe. Geen verplaatsing met de auto om in de gymzaal op tijd te zijn, geen naft die toch al te duur de laatste tijd is, niks. Zou het toch leuker zijn in groep langs elkander te fietsen en praatjes verkopen dan alleen te neuriën? De oplossing is er, gewoon in een fitnesscentrum met een groep op de tonen van Britje je zwetensmoe maken. Spinning, tot je er bij neervalt na een tijdje, dikke bilspieren krijg je ervan. En dan, dan is er aprèsspinning, gelijk bij het skiën maar dan gezelliger. Nu maar de fiets op….voor de televisie wel te verstaan met achteraf een heerlijke warme douche! 
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Als je dan toch aan energieverspilling wil doen, misbruik dan je hometrainer. Voor de televisie dan nog wel... Hmmm. Nu is het me wel duidelijk dat vrouwelijken iets meer hebben dan wij, ze kunnen meestal twee dingen tegelijkertijd. Mij is het altijd ontraden mijn gevoeg te doen en terzelfdertijd de krant te lezen; zou ongezond zijn. Ik weet het niet, maar vermoed dat dit met tv-kijken en zich lichamelijk vermoeien ook hetzelfde zal zijn.
Miisschien is het beter, voor fietsfanaten, een stel rollen aan te schaffen en daarop je gewone koersfiets benutten. Nee, niet de voorvork vastklemmen, maar de fiets los erop zodat je ook links en rechts kan laveren over de volle lengte van de rol. Als dan nog een ketting of riem de achterste rol met de voorste verbindt kun je dit ook laten fungeren als poelie voor een dynamo. Die dynamo kan dan ook nog dienst doen om je tv van de nodige stroom te voorzien, tenslotte heeft die kijkkast geen 220 Volt ingangsspanning nodig; dus even een aftakkingetje na de transfo volstaat om jezelf te plezieren en te vermoeien. Als je dan misschien, toevallig nog een video hebt liggen van een koerswedstrijd, kun je -in verbeelding én op het scherm- trachten je voorliggers af te schudden. Je moet er wel op letten dan, niet te brusk te remmen want je zou pardoes je hoofd kunnen stoten tegen het achterwerk van je voorganger, een voorganger die een glasplaat achter zijn broekriem heeft gespannen... misschien, omdat je in de living fiets en zonder helm er iets anders dan een implosie die ruimte in duisternis hult.
In het geval van een "normale" hometrainer hoef je zelfs het stuur (of wat er voor moet doorgaan) niet vast te houden. Is dat toestel zo ontworpen dat het ook een dynamo kan aandrijven, kun je zelfs ook nog flikkerlampjes laten branden door een knijpkat tussen je vingers in beweging te houden. Zo heb je ook in je living een voor- en achterlicht...
TLL
Miisschien is het beter, voor fietsfanaten, een stel rollen aan te schaffen en daarop je gewone koersfiets benutten. Nee, niet de voorvork vastklemmen, maar de fiets los erop zodat je ook links en rechts kan laveren over de volle lengte van de rol. Als dan nog een ketting of riem de achterste rol met de voorste verbindt kun je dit ook laten fungeren als poelie voor een dynamo. Die dynamo kan dan ook nog dienst doen om je tv van de nodige stroom te voorzien, tenslotte heeft die kijkkast geen 220 Volt ingangsspanning nodig; dus even een aftakkingetje na de transfo volstaat om jezelf te plezieren en te vermoeien. Als je dan misschien, toevallig nog een video hebt liggen van een koerswedstrijd, kun je -in verbeelding én op het scherm- trachten je voorliggers af te schudden. Je moet er wel op letten dan, niet te brusk te remmen want je zou pardoes je hoofd kunnen stoten tegen het achterwerk van je voorganger, een voorganger die een glasplaat achter zijn broekriem heeft gespannen... misschien, omdat je in de living fiets en zonder helm er iets anders dan een implosie die ruimte in duisternis hult.
In het geval van een "normale" hometrainer hoef je zelfs het stuur (of wat er voor moet doorgaan) niet vast te houden. Is dat toestel zo ontworpen dat het ook een dynamo kan aandrijven, kun je zelfs ook nog flikkerlampjes laten branden door een knijpkat tussen je vingers in beweging te houden. Zo heb je ook in je living een voor- en achterlicht...
TLL
-
Gast
Het is jaren geleden dat ik nog naar een volleybalmatch ben gaan kijken. De speler van dienst hier in huis, heeft door knieblessures een paar jaartjes onder het stof gelegen. Als een stoere blokker van KRC-Genk deed hij trouw zijn plicht maar soms kan een sport hard zijn. Een dom toeval deed hem in het ziekenhuis belanden om na jaren pas de draad weer op te nemen waar hij uitgerafeld was. Als je terug bij je oude ploeg komt is het vanzelfsprekend dat een ander je plaats heeft ingenomen op het plein. Misschien heeft de revalidatie wat lang geduurd, of zat de studie er ergens als een spelbreker tussen. Na jaren trouwe dienst aan zijn verknocht ploegske was het al maar bankzitten wat de klok sloeg. Reserve spelen was niet zo zijn ding en hij gaf er de brij aan. Het jeugdscheidrechten dat in zijn bloed stroomde werd vervangen door andere prioriteiten. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en hij nam de gebroken draad terug op. Er was nog ergens in het Limburgse een klein plezant ploegje dat een blokker gebruiken kon en zeker een jong talent dat van een groot team kwam. Met argusogen zag ik het aan, hopelijk kwam hij niet terug in het ziekenhuis terecht door die harde ballen op te vangen, die hem op zijn knieën deden kruipen over de sporthal. Alhoewel het maar een sporthalteam is, een gelegenheidsbezigheid, doet hij het met verve. Je moet tenslotte er ook plezier aan beleven, dan komt de inzet van zelf. Het gedwongen spelen, het bang zijn om telkens opnieuw te verliezen, de woorden achteraf van de trainer achteraf met dreiging van uitsluiting, dat ligt diep opgeborgen in de kast. Heel gemoedelijk ging het er vandaag aan toe, alleen die harde noten, die vlogen al eens kort langs mijn oren. Niet iedere sporthal heeft een tribune met sterallures en derderangsmensen die krijgen nu eenmaal een kleinere zaal maar de lol is er niet minder om. Opeens besefte ik het alweer, dit is mijn jongste die hier op het plein staat met zijn donkerblauwe uitrusting aan. De sponsor was dan wel een frituuruitbater die even zijn naam leende om de kleur te doorbreken maar dat deed er niet toe. Het voornaamste is, dat hij er bij mocht zijn, dat die nieuwe ploeg hem aanvaardde als ene van hun, een blokker van groot formaat in een slungelachtig lichaam. De eerste set reefden ze binnen zonder zorgen, de tweede was al een hardere dobber maar de coach hield er de teamspirit in. Ze werden aangemoedigd door het karige supportersvolk, dat af en toe moest uitkijken om geen verloren geslagen smashen op te vangen in het gelaat. Geen boegeroep bij een verloren match, alleen maar glimlachen en elkaar opmonteren dat het volgende keer beter zal gaan. Teamspirit, de motivatie moet erin blijven hangen en vooral niet naar verloren punten kijken maar naar morgen, naar de punten die nog te verdienen zijn. Nu nog een beetje verwarming en dan is alles terug ok. Zandmannetje, wat ik hiermee wil zeggen: nooit de moed opgeven! Iedereen kent wel eens lege dagen in zijn leven. Laat men zich hangen, geraakt men er niet meer bij. Hier op het seniorennet zitten supporters meer dan je denkt van je, die niet willen dat je de kop laat hangen, de moed niet laat zakken. Opgeven is een woord, dat men vlug kan zeggen maar doorgaan, daar is karakter voor nodig en doorgaan zullen we, tot de laatste inkt uit mijn pen gevloeid is. Zowel ik als iedereen heeft al eens wat meer aandacht nodig dan een ander, daar is niks mis mee, dat doen we graag voor elkander. Dus neem je schrijfmachine en kom er weer bij, schrijf je zorgen van je af, blijf niet aan de kant staan turen tot iemand je tussen die muren uithaalt. Alleen jij en niemand anders kan je uit je isolatie halen maar daar is dan wel eerst motivatie voor nodig en met de feestdagen voor de deur zal het je zeker niet ontbreken. Supporter voor je kleinzoons, schrijf erover en bundel de teksten voor hen voor later, ze zullen grootpapa dankbaar ervoor zijn. 
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Grootpapa's, ze delen ze tegenwoordig uit als die plastic-rommel bij de waspoeder. Het kogeltje waarin je dan een anti-cal friemelt moet dan zorgen voor een nog witter eindprodukt. Zo'n grootvadertjes bedoel ik nu.
Dochterlief heeft er weer eens een bleiter uitgeperst, en daarvoor moet omalief eenzelfde wee ondergaan, opa mag rijden.
We hadden net een optreden achter de rug, en moesten ons alweer voorbereiden op een volgend optreden. Met een "tot morgen" werd de dag voordien ons erop attent gemaakt dat onze dirigent een en ander nog te bespreken had over de afloop. Maar 's voormiddags rolde bij een der leden een mailtje binnen dat onze man met het stokje niet van de partij zou zijn, er was een brokje vlees uitgeworpen in een tot nog toe onbekende maturiteit; daar moest hij bij zijn. Van vlees kende hij nog wel iets, had vroeger al gewerkt bij een vleesverwerkend bedrijf; hij moest dus zijn nakomelingschap toch keuren hé...
Wij hadden daarvoor het volste begrip, ons kon het niet maken of onze dirigent er nu niet bij was. Onze penningmeester was er echter gerust in, Joske zou wel komen opdagen, als de mosseltjes mét frietjes lagen te rijpen op ons bord. Want na de zangstonde was het smullen geblazen; dit voorval wisten wij reeds lang voorheen. En Joske lust ook mosselen, zéker nu hij die ene in het moederhuis kon achterlaten...
Een beetje laat, maar hij kwam opdagen. En achter hém strompelde ook nog een andere laatkomer binnen in lichtelijk aangeslagen emotie... Zijn dochter had even ervoor ook voor nakomelingschap gezorgd en nu kwam ook hij z'n rechten op het toetje mayonaise opeisen... Twee opa's gluurden in de mosselpot of eronder die soep nog zwarte kapotsekens te vinden waren... Je had ze moeten zien, die kersverse opa's in hun benevelde toestand... en die maar zingen van "How dry I am..."
TLL
Dochterlief heeft er weer eens een bleiter uitgeperst, en daarvoor moet omalief eenzelfde wee ondergaan, opa mag rijden.
We hadden net een optreden achter de rug, en moesten ons alweer voorbereiden op een volgend optreden. Met een "tot morgen" werd de dag voordien ons erop attent gemaakt dat onze dirigent een en ander nog te bespreken had over de afloop. Maar 's voormiddags rolde bij een der leden een mailtje binnen dat onze man met het stokje niet van de partij zou zijn, er was een brokje vlees uitgeworpen in een tot nog toe onbekende maturiteit; daar moest hij bij zijn. Van vlees kende hij nog wel iets, had vroeger al gewerkt bij een vleesverwerkend bedrijf; hij moest dus zijn nakomelingschap toch keuren hé...
Wij hadden daarvoor het volste begrip, ons kon het niet maken of onze dirigent er nu niet bij was. Onze penningmeester was er echter gerust in, Joske zou wel komen opdagen, als de mosseltjes mét frietjes lagen te rijpen op ons bord. Want na de zangstonde was het smullen geblazen; dit voorval wisten wij reeds lang voorheen. En Joske lust ook mosselen, zéker nu hij die ene in het moederhuis kon achterlaten...
Een beetje laat, maar hij kwam opdagen. En achter hém strompelde ook nog een andere laatkomer binnen in lichtelijk aangeslagen emotie... Zijn dochter had even ervoor ook voor nakomelingschap gezorgd en nu kwam ook hij z'n rechten op het toetje mayonaise opeisen... Twee opa's gluurden in de mosselpot of eronder die soep nog zwarte kapotsekens te vinden waren... Je had ze moeten zien, die kersverse opa's in hun benevelde toestand... en die maar zingen van "How dry I am..."
TLL
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Waar is de tijd ? Mijn eerste skiuitrusting, ik herinner me het nog goed. In ribveloeren broek en gewone regenjas op een piste verschijnen was toen heel gewoon. De houten latten met hun springveren sluiting was toen al trendy als je die kon sluiten langs de gleuf in je hiel. Het schoeisel kwam toen net boven je enkels uit en niet gewatteerd; gewone "bergschoenen" noemde ze die toen. Je kon er ook lange wandeltochten mee maken, geen typische skischoenen dus zoals je die nu overal ziet. En de sticks, gewone alluminium buisjes met een houten handgreep, en onderaan een met leren stringen bevestigde ring, volstonden al om in steile hellingen je evenwicht te bewaren.
En hadden we toen geen lol ? Jawadde... Het enige wat met de huidige files vergeleken kan worden was toen al "in". Je moest aanschuiven tot je aan de beurt kwam om een houten kleerhanger achter je lenden te klemmen. Pas later zijn die ronde tussenbeenschijven aan een draadje op de piste verschenen. Menige liftboy had toen een vette mat voor de sleeplift gelegd; waagde je het om die niét te gebruiken, kon je verzekerd zijn van een valpartij halverwege de helling. Die mat droop van de vettigheid, het moest wax voorstellen.
En ik, met mijn halflange regenjas, in het sleepspoor. Alleen dat afstappen bovenaan was geen sinecure... De riem, die ik om had, bleef eens achter zo'n "kleerhanger" haken, en toen sleurde ik de sleepkabel en al van het loopwiel... Het gevolg kon je wel raden; een half uur werken om die kabel terug op dat looprad te krijgen, en de andere wachtenden maar mopperen... Zo hadden wij het, bij ijzige kilte, toch niet koud...
TLL
En hadden we toen geen lol ? Jawadde... Het enige wat met de huidige files vergeleken kan worden was toen al "in". Je moest aanschuiven tot je aan de beurt kwam om een houten kleerhanger achter je lenden te klemmen. Pas later zijn die ronde tussenbeenschijven aan een draadje op de piste verschenen. Menige liftboy had toen een vette mat voor de sleeplift gelegd; waagde je het om die niét te gebruiken, kon je verzekerd zijn van een valpartij halverwege de helling. Die mat droop van de vettigheid, het moest wax voorstellen.
En ik, met mijn halflange regenjas, in het sleepspoor. Alleen dat afstappen bovenaan was geen sinecure... De riem, die ik om had, bleef eens achter zo'n "kleerhanger" haken, en toen sleurde ik de sleepkabel en al van het loopwiel... Het gevolg kon je wel raden; een half uur werken om die kabel terug op dat looprad te krijgen, en de andere wachtenden maar mopperen... Zo hadden wij het, bij ijzige kilte, toch niet koud...
TLL
-
Gast
Het Sintenpaleis is eventjes veranderd in een sneeuwpaleis vandaag. Wie deze morgen wakker geworden is en het witte tapijt niet gezien heeft, is stekeblind of op vakantie in warmere oorden. Sneeuwpret zowel voor de kleinen als de grootste kinderen onder ons. Harde sneeuwballen gevechten met de buurkinderen, wie herinnert het zich niet? Voordat we naar school vertrokken met de gummy laarzen aan, hadden we al voorraad gedraaid van dat wit spul. Pulversneeuw kan je hiervoor niet gebruiken, het moet goede kwaliteit zijn. De gedraaide ballen lagen netjes op een rij die bewaakt werd door onze Ierse Setter. Als de voorbijrijdende jeugd aankwam die zich met moeite naar het college ploeterde, werden ze warm onthaald door onze gooiploeg. De mannen op de fiets, die wisten wel wat hun te wachten stond en ze deden netjes mee. Een sneeuwgevecht was leuker dan de verbuigingen te leren van Latijn, geijkte uitdrukkingen daar hadden we die dag worst aan. We leken eerder op een sneeuwman dan op guitige tieners die trachten hun belagers af te meppen met welgemikte karamelballen. Het drukke kruispunt maakte plaats voor een ontmoetingsplaats van rebellerende studenten. De druk moest van de ketel af voordat de examens begonnen te kietelen aan onze voeten. Jammer maar de school ging voor riep dan onze moeder en weg waren we naar de Pif die ons onderwees in meetkunde en andere getallen die ze moderne wiskunde noemden. De Ziepbeek lag er na drie nachten intens vriezen, bevroren bij. Nu stond de beek bekend als een water waar men liefst vanaf kon blijven maar blijf er maar eens vanaf als er glijpret is. De lange banen van glijders lieten een spoor achter van blinkende brede linten die zich vormden over het ijsdek. Hier was ieder weer een gewoon mens, een kind onder de kinderen geworden. De sleeën die meerdere jaren onder het stof tegen de zoldering ophingen werden boven water gehaald. De ijzers werden bijgeslepen door de smid in de buurt en de noren van sommigen bewezen opnieuw hun dienst op de bevroren Ziepbeek. Geen mens die eraan dacht om iemand te discrimineren, te kleineren, iedereen werd als een gelijke behandeld. Ook gebeurde het wel eens dat er een tweestrijd werd gehouden tussen jongens met zelfgemaakte ijssticks. De puck werd vervangen door een bal of een kei die de stouterikken onder ons wel eens benutten. Keien draaien in sneeuw heeft al eens een dode veroorzaakt, spijtig genoeg. We draafden over de ijsvlakte menig woensdagnamiddag tot onze vingers blauw zagen van de kou. Door erop te blazen hielden we het tegen dat ze afkelden. Koude voeten die kenden we niet, iemand die voortdurend in beweging blijft heeft geen neiging om koude voeten te krijgen. De zelfgebreide wollen sokken van ons ma deden haar alle eer aan. De klonters die eraan bleven plakken doordat we meer over de grond gingen glijden met onze buik, die plukten we er gewoon vanaf als ze er nog vanaf gingen. Waren onze kleren toch door en door nat geworden, liepen we naar huis om ze tegen de ronde bol van de Leuvense stoof te warmen. Zelfs onze kater lag te spinnen in de open stoofdeur waar de sloffen van de sneeuwstuivers lagen te warmen. We hoopten bergen sneeuw op tegen de voorgevel van ons huis om de dag erna als ons koning winter nog goedgezind was, een beeld uit te creëren. Onze oude buurman, die was daar geweldig in, ieder jaar had hij een ander thema gereed liggen om een sneeuwbeeld te maken. Je moet het maar kunnen als boer die alleen maar zijn ploeg gewend was te bedienen. De sneeuw werd in hetzelfde ritme gedraaid totdat hij een dikke bol vormde. Meerdere bollen van verschillende dikte werden op elkaar gezet en toegestreken met losse sneeuw. Ja, nu kwam de oude bekende naar boven, de sneeuwman, die in de kilte ’s nachts buitenstond met zijn neus van wortelafval. Zijn rijtjes knopen van zwarte kleine kolen versierden zijn borst die fier met een borstel omhoog zijn immense kromme neus bewonderde. Een versleten sjaal van opa hield hem een beetje warm, terwijl wij onder onze warme dekens tegen elkaar gekropen lagen. Onze ogen werden zwaarder en zwaarder, ze sloten zich om te dromen van een witte Kerst en ijsplezier op de sloten. Laat de examens maar een tijdje in de kast liggen, ook grote mensen hebben vandaag pret met hun kleinkinderen. Maar vooral, geniet er van, de sneeuw heeft ook zijn grillen! 
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
En of Kwezel, en of het nog niet genoeg was. Wij schuifelden heden namiddag over het drooggereden baanvlak tot aan de afslag van het andere straatje. De wegeniswerken voor ons liet niet toe rechtdoor te gaan, het sneeuwtapijt bedekte de booby-traps en valkuilen die de stratenmakers over lieten na hun vrijdagavondtaak. Eigenlijk wel goed zo, zo komt er weinig verkeer langs onze voordeur, want wij wonen in het verlengde van de weg die door de dorpskom lijdt.
Eigenlijk wou ik eerst niet, maar om als haagplantje eventjes aan het kerkportaal te gaan staan, liet ik me niet onbetuigd. Jouw toespelingen hebben de doorslag gegeven; op het risico een verkoudheid op te doen heb ik me tussen de sneeuwvlokken gelaveerd tot even voorbij het bruggetje waar ik rechtsom moest inslaan. Ik had echter mijn voorzorgen genomen, toegegeven ietwat overdreven maar toch; ik was voordien nog niet buiten geweest, hoe kon ik dan ook weten wat voor type koude er om mijn oorschelpen zou waaien ? Over het normale dikwollen hemd met onderlijfje een trui, daarover een fleece en tenslotte onze schuttertenue. Ik moet bijna op een opgeblazen Michelin-manneke geleken hebben, maar koud had ik het allerminst.
Even zag ik een lege huifkar me tegemoetkomen; ik dacht " verrek, die konden niet door die modderpoel, dat paard moet nogal gesleurd hebben om die vracht door die bruine drek te krijgen. Maar aan de kerkdorpel bleek nog zo'n lege koets te staan, vertrekkens klaar. Was mijn polshorloge plots weer blijven stilstaan ? Normaliter zou, met deze weersomstandigheden iedereen te laat de dienst uitmaken, maar nu leken ze te vroeg op de afspraak te zijn uitgestapt. Wij, met z'n zessen, posteerden dus aan de kerkdeur tot een voorbijganger ons lakoniek meedeeelde dat de kerstman reeds binnen was. Huh !? En de eredienst zou pas een kwartuur later aanvangen ? We hoorden gezang achter de grote kerkdeuren, maar het bleek na opening dat de pastoor's jukebox de gasten al aan 't voorbereiden was. "In nomine patris, et filius et spiritus..." verder kwam het verhaaltje niet, we kregen een opwarmertje. Een bereidwillige dienaar zou ons verrassen met een klein wit versnaperingetje... zgn. om ons op te warmen. Maar binnen in het middenschip was het al behoorlijk warm, zelfs de pastoor al een strip-tease achter de rug... want hij was zijn kazuifel al aan 't verschonen.
Het relaas van de kerkdienst zal ik jullie maar onthouden, dat is bij dergelijke jubilea steeds hetzelfde ritueel. Heel de familie wordt ontvouwd en alle wetenswaardigheden van het gevierde paar wordt dan ontvouwd, men hier en daar een kwink in onze richting; want als gildebroeder liet de gevierde zich ook niet onbetuigd; zelfs nu nog kon je aan z'n geneverneus zijn geneugten bij de gilden ontwaren...
Wellicht dacht hij bij de communio ... laat die kelk aan mij niet voorbij gaan...
TLL
Eigenlijk wou ik eerst niet, maar om als haagplantje eventjes aan het kerkportaal te gaan staan, liet ik me niet onbetuigd. Jouw toespelingen hebben de doorslag gegeven; op het risico een verkoudheid op te doen heb ik me tussen de sneeuwvlokken gelaveerd tot even voorbij het bruggetje waar ik rechtsom moest inslaan. Ik had echter mijn voorzorgen genomen, toegegeven ietwat overdreven maar toch; ik was voordien nog niet buiten geweest, hoe kon ik dan ook weten wat voor type koude er om mijn oorschelpen zou waaien ? Over het normale dikwollen hemd met onderlijfje een trui, daarover een fleece en tenslotte onze schuttertenue. Ik moet bijna op een opgeblazen Michelin-manneke geleken hebben, maar koud had ik het allerminst.
Even zag ik een lege huifkar me tegemoetkomen; ik dacht " verrek, die konden niet door die modderpoel, dat paard moet nogal gesleurd hebben om die vracht door die bruine drek te krijgen. Maar aan de kerkdorpel bleek nog zo'n lege koets te staan, vertrekkens klaar. Was mijn polshorloge plots weer blijven stilstaan ? Normaliter zou, met deze weersomstandigheden iedereen te laat de dienst uitmaken, maar nu leken ze te vroeg op de afspraak te zijn uitgestapt. Wij, met z'n zessen, posteerden dus aan de kerkdeur tot een voorbijganger ons lakoniek meedeeelde dat de kerstman reeds binnen was. Huh !? En de eredienst zou pas een kwartuur later aanvangen ? We hoorden gezang achter de grote kerkdeuren, maar het bleek na opening dat de pastoor's jukebox de gasten al aan 't voorbereiden was. "In nomine patris, et filius et spiritus..." verder kwam het verhaaltje niet, we kregen een opwarmertje. Een bereidwillige dienaar zou ons verrassen met een klein wit versnaperingetje... zgn. om ons op te warmen. Maar binnen in het middenschip was het al behoorlijk warm, zelfs de pastoor al een strip-tease achter de rug... want hij was zijn kazuifel al aan 't verschonen.
Het relaas van de kerkdienst zal ik jullie maar onthouden, dat is bij dergelijke jubilea steeds hetzelfde ritueel. Heel de familie wordt ontvouwd en alle wetenswaardigheden van het gevierde paar wordt dan ontvouwd, men hier en daar een kwink in onze richting; want als gildebroeder liet de gevierde zich ook niet onbetuigd; zelfs nu nog kon je aan z'n geneverneus zijn geneugten bij de gilden ontwaren...
Wellicht dacht hij bij de communio ... laat die kelk aan mij niet voorbij gaan...
TLL