Historie van Kerken.
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Boer, Hervormde kerk
*****

Boer is een terpdorp gelegen ten noordoosten van Franeker.
De voormalige Hervormde Kerk, oorspronkelijk gewijd aan Maria, is een gepleiterde eenbeukige kerk met vijfzijdig gesloten koor en een ongelede toren met ingesnoerde spits. De oorspronkelijk waarschijnlijk in de vroege twaalfde eeuw gebouwde kerk werd in de zestiende eeuw verhoogd en uitgebreid met een gotisch koor, steunberen en een toren. In de toren, die later werd beklamd, hangt een klok die werd gegoten door door Willem Wegewaert in 1561.
Aan de zuidkant van het schip werd in 1665 een classicistisch ingangsportaal aangebracht in rode bakstenen. Dit portaal was afkomstig van de nabijgelegen, gesloopte Elgersmastate.
De kerk wordt overspannen door een zeventiende eeuws tongewelf. Tot de inventaris behoren een rijk versierde zeventiende eeuwse preekstoel met doophek en een scheidingswand met deuren en een doodsbaar uit 1731.
Op het verhoogde aangelegen kerkhof bevinden zich voornamelijk negentiende eeuwse graven, waaronder de grafkelder van de familie Stinstra-Banga met het graf van Joannes Stinstra uit 1842.
De voormalige pastorie (Miedweg 2) is een van oorsprong mogelijk zestiende of vroeg zeventiende eeuwse onderkelderde woning, die werd opgetrokken met grote baksteenmoppen. De topgevel is voorzien van kloostervensters en duivengaten. Inwendig bevinden zich balken op gesneden sleutelstukken.
*************
*****

Boer is een terpdorp gelegen ten noordoosten van Franeker.
De voormalige Hervormde Kerk, oorspronkelijk gewijd aan Maria, is een gepleiterde eenbeukige kerk met vijfzijdig gesloten koor en een ongelede toren met ingesnoerde spits. De oorspronkelijk waarschijnlijk in de vroege twaalfde eeuw gebouwde kerk werd in de zestiende eeuw verhoogd en uitgebreid met een gotisch koor, steunberen en een toren. In de toren, die later werd beklamd, hangt een klok die werd gegoten door door Willem Wegewaert in 1561.
Aan de zuidkant van het schip werd in 1665 een classicistisch ingangsportaal aangebracht in rode bakstenen. Dit portaal was afkomstig van de nabijgelegen, gesloopte Elgersmastate.
De kerk wordt overspannen door een zeventiende eeuws tongewelf. Tot de inventaris behoren een rijk versierde zeventiende eeuwse preekstoel met doophek en een scheidingswand met deuren en een doodsbaar uit 1731.
Op het verhoogde aangelegen kerkhof bevinden zich voornamelijk negentiende eeuwse graven, waaronder de grafkelder van de familie Stinstra-Banga met het graf van Joannes Stinstra uit 1842.
De voormalige pastorie (Miedweg 2) is een van oorsprong mogelijk zestiende of vroeg zeventiende eeuwse onderkelderde woning, die werd opgetrokken met grote baksteenmoppen. De topgevel is voorzien van kloostervensters en duivengaten. Inwendig bevinden zich balken op gesneden sleutelstukken.
*************
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Heveskes, Hervormde kerk
******

Het voormalige wierdedorp Heveskes, ten zuidoosten van Farmsum, werd in de jaren '70 vrijwel geheel afgebroken ten behoeve van aanleg van een industriepark in de gemeente Delfzijl. Momenteel zijn alleen een boerderij en de kerk van het dorp overgebleven.
De Hervormde kerk is een eenbeukige rechtgesloten kerk met westtoren. Het onderste deel van de toren dateert van omstreeks 1200. Van de tussen 1250 en 1270 gebouwde romano-gotische kerk is alleen de noordelijke schipmuur gedeeltelijk overgebleven. Na oorlogsschade in 1584 werd de kerk tussen 1595 en 1604 verkort en versmald opgebouwd. Het westfront van de toren en de naaldspits werden gebouwd in de jaren 1778-'80.
Bij de kerk hoort een fraai gesneden preekstoel uit 1781 die werd gemaakt door Abraham Bekenkamp. Aan de voorkant van de kerk bevinden zich verschillende grafzerken, waarvan de oudste uit 1681 stamt.
Momenteel wordt de kerk beheerd door de Stichting Oude Groninger Kerken, die er een nieuwe bestemming voor zoekt.
**************

******

Het voormalige wierdedorp Heveskes, ten zuidoosten van Farmsum, werd in de jaren '70 vrijwel geheel afgebroken ten behoeve van aanleg van een industriepark in de gemeente Delfzijl. Momenteel zijn alleen een boerderij en de kerk van het dorp overgebleven.
De Hervormde kerk is een eenbeukige rechtgesloten kerk met westtoren. Het onderste deel van de toren dateert van omstreeks 1200. Van de tussen 1250 en 1270 gebouwde romano-gotische kerk is alleen de noordelijke schipmuur gedeeltelijk overgebleven. Na oorlogsschade in 1584 werd de kerk tussen 1595 en 1604 verkort en versmald opgebouwd. Het westfront van de toren en de naaldspits werden gebouwd in de jaren 1778-'80.
Bij de kerk hoort een fraai gesneden preekstoel uit 1781 die werd gemaakt door Abraham Bekenkamp. Aan de voorkant van de kerk bevinden zich verschillende grafzerken, waarvan de oudste uit 1681 stamt.
Momenteel wordt de kerk beheerd door de Stichting Oude Groninger Kerken, die er een nieuwe bestemming voor zoekt.
**************

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
De Bonkmolen
***
Lexmond. Gemeente Zederik..
Historische en technische bijzonderheden
In 1911 is het bovenhuis van de molen in Amerikaans eikehout vernieuwd. Omdat deze houtsoort slecht bestand is tegen weersinvloeden, diende het bovenhuis in 1975 opnieuw te worden vervangen. Het gehele bovenhuis werd samen met as en bovenwiel in augustus van dat jaar met behuip van een mobiele kraan op de ondertoren geplaatst. Op 2 september 1976 werd de molen officieel in gebruik gesteld. In et kader van de wet Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd is de restauratie van de molen voor 90% gefinancierd door het rijk.
Het sintelstuk is afkomstig van de molen van de polder Quakernaak. In het begin van deze eeuw werd het kruihaspel vervangen door een kruilier.

***
Lexmond. Gemeente Zederik..
Historische en technische bijzonderheden
In 1911 is het bovenhuis van de molen in Amerikaans eikehout vernieuwd. Omdat deze houtsoort slecht bestand is tegen weersinvloeden, diende het bovenhuis in 1975 opnieuw te worden vervangen. Het gehele bovenhuis werd samen met as en bovenwiel in augustus van dat jaar met behuip van een mobiele kraan op de ondertoren geplaatst. Op 2 september 1976 werd de molen officieel in gebruik gesteld. In et kader van de wet Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd is de restauratie van de molen voor 90% gefinancierd door het rijk.
Het sintelstuk is afkomstig van de molen van de polder Quakernaak. In het begin van deze eeuw werd het kruihaspel vervangen door een kruilier.

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Lijkermolen
****
Bouwjaar: 1780
Eigenaar: Rijnlandse Molen Stichting, sinds 1976.
Plaats: Ten noorden van Rijpwetering, aan de kleipoel
Bemaalt de Drooggemaakte Veender en Lijkerpolder, 583 ha, opvoerhoogte 4,20 m.
Loost in de kleipoel.
Romp: 12 kantige stenen molen.
Kap: gedekt met riet.
Vlucht: 28 m.
Wiekenkruis: ijzeren roeden, fabr. Pot Kinderdijk
Wiekvorm: systeem Fauël.
Bovenas: gietijzer, lengte 6,8 m.
Kruiwerk: 48 ijzeren rollen; kruirad.
Vang: losse Vlaamse blokvang uit 4 stukken; wipstok.
Inrichting: stalen vijzel in de molen ø 1,45 m. Woning in de molen.
Overbrengingsverhouding: 1 : 1,90
Versieringen: eenvoudige baard, groen geschilderd met witte rand en opschrift: 1780 - 1.
Op 12 oktober 1631 sloten enige ingelande, wonende tussen de Langeweg aan de ene zijde en de Wijde Aa aan de andere zijde, een akkoord om hun landen onder zekere voorwaarden tot een bepoldering te verenigen. Zo ontstond de Groote Veenderpolder. Omstreeks dezelfde tijd werd ook het deel ten noorden van de Langeweg bepolderd. Hiervan werden twee polders gemaakt, en wel de Lijckerpolder ten westen en de Googhpolder ten oosten van Nieuwe Wetering. Het grootste deel werd uitgeveend en drooggemaakt. Zo ontstond de Googerpolder in 1715.
In de jaren 1779-1780 werden de 2 Lijkermolens gebouwd om de uitgeveende plas droog te maken en daarna de polder op het gewenste peil te houden.
De Drooggemaakte Veender en Lijkerpolder ontstond zodoende in 1784, Telkens als een droogmakerij voltooid was, werd zij van het overige deel van de polders afgescheiden en onder een eigen administratief beheer gesteld. De droogmaking van de Veenderpolder kwam in 1834 tot stand, waarmee de afscheiding van de Veenderpolder en het overige deel van de Veender en Lijkerpolder buiten de bedijking haar beslag kreeg. Na de afscheiding van de polder het Noordveen in 1888 ontstond de polder zoals die tot heden ten dagen nog is, 583 ha.
De molenmakers: Tymen Paddenburg en Pieter obdam verzorgden het timmerwerk en Hendrik Maart het metselwerk. De afwijkende vorm van de molens is een gevolg van de opvatting van de metselaarsbazen in die tijd. Zij waren van mening dat het werk van de ronde molens nooit zo dicht zou kunnen worden gemetseld als van kantige molens..
Samen met Lijkermolen no. 2 vormen zij de enige twaalfkantige molens in ons land. De molen is bedrijfsvaardig en nog regelmatig in bedrijf en verkeert in redelijke staat van onderhoud.
*************

****
Bouwjaar: 1780
Eigenaar: Rijnlandse Molen Stichting, sinds 1976.
Plaats: Ten noorden van Rijpwetering, aan de kleipoel
Bemaalt de Drooggemaakte Veender en Lijkerpolder, 583 ha, opvoerhoogte 4,20 m.
Loost in de kleipoel.
Romp: 12 kantige stenen molen.
Kap: gedekt met riet.
Vlucht: 28 m.
Wiekenkruis: ijzeren roeden, fabr. Pot Kinderdijk
Wiekvorm: systeem Fauël.
Bovenas: gietijzer, lengte 6,8 m.
Kruiwerk: 48 ijzeren rollen; kruirad.
Vang: losse Vlaamse blokvang uit 4 stukken; wipstok.
Inrichting: stalen vijzel in de molen ø 1,45 m. Woning in de molen.
Overbrengingsverhouding: 1 : 1,90
Versieringen: eenvoudige baard, groen geschilderd met witte rand en opschrift: 1780 - 1.
Op 12 oktober 1631 sloten enige ingelande, wonende tussen de Langeweg aan de ene zijde en de Wijde Aa aan de andere zijde, een akkoord om hun landen onder zekere voorwaarden tot een bepoldering te verenigen. Zo ontstond de Groote Veenderpolder. Omstreeks dezelfde tijd werd ook het deel ten noorden van de Langeweg bepolderd. Hiervan werden twee polders gemaakt, en wel de Lijckerpolder ten westen en de Googhpolder ten oosten van Nieuwe Wetering. Het grootste deel werd uitgeveend en drooggemaakt. Zo ontstond de Googerpolder in 1715.
In de jaren 1779-1780 werden de 2 Lijkermolens gebouwd om de uitgeveende plas droog te maken en daarna de polder op het gewenste peil te houden.
De Drooggemaakte Veender en Lijkerpolder ontstond zodoende in 1784, Telkens als een droogmakerij voltooid was, werd zij van het overige deel van de polders afgescheiden en onder een eigen administratief beheer gesteld. De droogmaking van de Veenderpolder kwam in 1834 tot stand, waarmee de afscheiding van de Veenderpolder en het overige deel van de Veender en Lijkerpolder buiten de bedijking haar beslag kreeg. Na de afscheiding van de polder het Noordveen in 1888 ontstond de polder zoals die tot heden ten dagen nog is, 583 ha.
De molenmakers: Tymen Paddenburg en Pieter obdam verzorgden het timmerwerk en Hendrik Maart het metselwerk. De afwijkende vorm van de molens is een gevolg van de opvatting van de metselaarsbazen in die tijd. Zij waren van mening dat het werk van de ronde molens nooit zo dicht zou kunnen worden gemetseld als van kantige molens..
Samen met Lijkermolen no. 2 vormen zij de enige twaalfkantige molens in ons land. De molen is bedrijfsvaardig en nog regelmatig in bedrijf en verkeert in redelijke staat van onderhoud.
*************

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
S i n t - N i k l a a s k e r k
*****

Reeds in de 11de of in het begin van de 12de eeuw werd op deze plaats een eerste Romaanse kerk gebouwd. In het begin van de 13de eeuw werd ze vervangen door een nieuwe bidplaats, opgetrokken in Scheldegotiek.
Men startte met het bouwen van de eerste vier traveeën van het driebeukig schip. Enkele tientallen jaren later kwamen het volledige schip, het transept en de vieringtoren tot stand. In de 14de en 15de eeuw werden de bouwactiviteiten voortgezet en grepen de eerste verbouwingen plaats. Het koor werd verlengd met twee traveeën en uitgebreid met een kooromgang en straalkapellen. In de 16de eeuw had de kerk zwaar te lijden onder de beeldenstormers.

Al van bij het begin kreeg de kerk te kampen met stabiliteitsproblemen als gevolg van onoordeelkundige ingrepen. In de 18de eeuw werden de scheuren en barsten onder een pleisterlaag verborgen, verschillende ramen werden gedicht en tegen de buitenmuren bouwde men huisjes en winkeltjes

Op het einde van de 19de eeuw was de toestand rampzalig en er volgden verschillende restauraties. De huisjes tegen de kerk werden merendeels gesloopt.

In 1960 werd begonnen met de huidige restauratie. In 1992 konden het koor met de straalkapellen, het transept en de vieringtoren opnieuw worden opengesteld. Momenteel is het schip aan de beurt.

De Sint-Niklaaskerk was van bij haar oprichting de kerk van de rijke kooplieden en van de gilden die aan de Korenmarkt en de haven aan Gras- en Korenlei hun activiteiten hadden. In de kerk hadden ze hun eigen kapel, vandaar de rijkdom aan kunstschatten.
Samen met het gebouw worden zij gerestaureerd en opnieuw in het interieur geplaatst.
*****************
*****
Reeds in de 11de of in het begin van de 12de eeuw werd op deze plaats een eerste Romaanse kerk gebouwd. In het begin van de 13de eeuw werd ze vervangen door een nieuwe bidplaats, opgetrokken in Scheldegotiek.
Men startte met het bouwen van de eerste vier traveeën van het driebeukig schip. Enkele tientallen jaren later kwamen het volledige schip, het transept en de vieringtoren tot stand. In de 14de en 15de eeuw werden de bouwactiviteiten voortgezet en grepen de eerste verbouwingen plaats. Het koor werd verlengd met twee traveeën en uitgebreid met een kooromgang en straalkapellen. In de 16de eeuw had de kerk zwaar te lijden onder de beeldenstormers.

Al van bij het begin kreeg de kerk te kampen met stabiliteitsproblemen als gevolg van onoordeelkundige ingrepen. In de 18de eeuw werden de scheuren en barsten onder een pleisterlaag verborgen, verschillende ramen werden gedicht en tegen de buitenmuren bouwde men huisjes en winkeltjes
Op het einde van de 19de eeuw was de toestand rampzalig en er volgden verschillende restauraties. De huisjes tegen de kerk werden merendeels gesloopt.
In 1960 werd begonnen met de huidige restauratie. In 1992 konden het koor met de straalkapellen, het transept en de vieringtoren opnieuw worden opengesteld. Momenteel is het schip aan de beurt.
De Sint-Niklaaskerk was van bij haar oprichting de kerk van de rijke kooplieden en van de gilden die aan de Korenmarkt en de haven aan Gras- en Korenlei hun activiteiten hadden. In de kerk hadden ze hun eigen kapel, vandaar de rijkdom aan kunstschatten.
Samen met het gebouw worden zij gerestaureerd en opnieuw in het interieur geplaatst.
*****************
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
De Sint-Michielskerk
****
n de 12de eeuw stond in het gebied Overleie een kapel gewijd aan de heilige Michaël. Dit bedehuis werd in de 13de eeuw tweemaal door brand verwoest en weer heropgebouwd. In het begin van de 15de eeuw was de kerk bouwvallig en te klein geworden. In 1440 startten de werken aan de nieuwe gotische kerk. Schip en transept waren in het begin van de 16de eeuw voltooid. Tijdens de godsdiensttwisten van de late 16de eeuw vielen de bouwwerken stil.
In 1623 werd opnieuw gestart met het bouwen van een nieuw koor met kooromgang en kranskapellen in laatgotische stijl.
Door gebrek aan financiële middelen werd de westtoren maar gedeeltelijk uitgevoerd. Pas in 1828 kreeg de onafgewerkte toren definitief een plat dak. In het begin van de 20ste eeuw was het westportaal aan restauratie toe. De oude sacristie moest in 1908 plaats ruimen voor de Sint-Michielsbrug.
De sacristie werd vervangen door een nieuw gebouw in neobarokke stijl. Belangrijke restauratiewerken aan de kranskapellen werden uitgevoerd vanaf 1967.
Opvallend in het interieur is het contrast tussen de rode baksteen, gebruikt voor de muur- en gewelfvlakken, en de kalkzandsteen die toegepast werd voor alle dragende en ondersteunende delen zoals zuilen, bogen en gewelfribben. De vorm van de net- en stergewelven is kenmerkend voor de late gotiek. In de kerk bevinden zich talrijke schilderijen en beelden van bekende meesters, onder meer 'Christus aan het kruis' van Antoon Van Dyck in de noordelijke kruisbeuk.
*****
nu

****
n de 12de eeuw stond in het gebied Overleie een kapel gewijd aan de heilige Michaël. Dit bedehuis werd in de 13de eeuw tweemaal door brand verwoest en weer heropgebouwd. In het begin van de 15de eeuw was de kerk bouwvallig en te klein geworden. In 1440 startten de werken aan de nieuwe gotische kerk. Schip en transept waren in het begin van de 16de eeuw voltooid. Tijdens de godsdiensttwisten van de late 16de eeuw vielen de bouwwerken stil.
In 1623 werd opnieuw gestart met het bouwen van een nieuw koor met kooromgang en kranskapellen in laatgotische stijl.
Door gebrek aan financiële middelen werd de westtoren maar gedeeltelijk uitgevoerd. Pas in 1828 kreeg de onafgewerkte toren definitief een plat dak. In het begin van de 20ste eeuw was het westportaal aan restauratie toe. De oude sacristie moest in 1908 plaats ruimen voor de Sint-Michielsbrug.
De sacristie werd vervangen door een nieuw gebouw in neobarokke stijl. Belangrijke restauratiewerken aan de kranskapellen werden uitgevoerd vanaf 1967.
Opvallend in het interieur is het contrast tussen de rode baksteen, gebruikt voor de muur- en gewelfvlakken, en de kalkzandsteen die toegepast werd voor alle dragende en ondersteunende delen zoals zuilen, bogen en gewelfribben. De vorm van de net- en stergewelven is kenmerkend voor de late gotiek. In de kerk bevinden zich talrijke schilderijen en beelden van bekende meesters, onder meer 'Christus aan het kruis' van Antoon Van Dyck in de noordelijke kruisbeuk.
*****
nu

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Turnhout, Antwerpen
***
Beschrijving / geschiedenis
Deze stenen beltmolen in de Oranjemolenstraat, nabij de Otterstraat, werd gebouwd in 1848 door Hoskens. In 1873 kwam de molen door verkoop aan molenaar Nefkens en in 1887 aan molenaar Van Gils. Het binnenwerk brandde uit in 1912. Het binnenwerk hersteld met onderdelen van een molen te Dordrecht. In 1913 werd de molen verkocht aan Coppens-Jansen, die de laatste molenaar werd.
Architect Lou Jansen, de nieuwe eigenaar, liet de molen in 1970 herstellen door molenbouwer Caers uit Kasterlee. Sindsdien doet de molen dienst als zijn woning en architectenbureau.
De molen heeft een slechte biotoop: hij is geheel omgeven door geboomte en beplanting en op amper 20 meter afstand staat een gebouw van drie verdiepingen. De molen is uitwendig wederom in verval geraakt. Het hekwerk van de wieken is voor een deel verdwenen en ook zijn delen van het voorkeuvelens blijkbaar weggewaaid en met plastic gedicht.
*****
****
***
Beschrijving / geschiedenis
Deze stenen beltmolen in de Oranjemolenstraat, nabij de Otterstraat, werd gebouwd in 1848 door Hoskens. In 1873 kwam de molen door verkoop aan molenaar Nefkens en in 1887 aan molenaar Van Gils. Het binnenwerk brandde uit in 1912. Het binnenwerk hersteld met onderdelen van een molen te Dordrecht. In 1913 werd de molen verkocht aan Coppens-Jansen, die de laatste molenaar werd.
Architect Lou Jansen, de nieuwe eigenaar, liet de molen in 1970 herstellen door molenbouwer Caers uit Kasterlee. Sindsdien doet de molen dienst als zijn woning en architectenbureau.
De molen heeft een slechte biotoop: hij is geheel omgeven door geboomte en beplanting en op amper 20 meter afstand staat een gebouw van drie verdiepingen. De molen is uitwendig wederom in verval geraakt. Het hekwerk van de wieken is voor een deel verdwenen en ook zijn delen van het voorkeuvelens blijkbaar weggewaaid en met plastic gedicht.
*****
****
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Viersel (Zandhoven), Antwerpen
****
Beschrijving / geschiedenis
De Zeldenrust is een nieuwgebouwde stenen stellingmolen, gelegen op een groot privé-domein en van op de openbare weg slechts van ver te zien. De molen draait niet en is enkel na contact met de eigenaar te bezoeken.
Opvallend is de cilindrische romp uit 1986 en de Nederlandse molenkap, vervaardigd door de molenbouwers Adriaens uit Weert. Zij plaatsten pas in 1997 de gelaste roeden (16,60 meter), gefabriceerd door roedenfabrikant Derckx uit Wessem (NL). Er is een vang met vangtrommel
*****
***

*****************************

****
Beschrijving / geschiedenis
De Zeldenrust is een nieuwgebouwde stenen stellingmolen, gelegen op een groot privé-domein en van op de openbare weg slechts van ver te zien. De molen draait niet en is enkel na contact met de eigenaar te bezoeken.
Opvallend is de cilindrische romp uit 1986 en de Nederlandse molenkap, vervaardigd door de molenbouwers Adriaens uit Weert. Zij plaatsten pas in 1997 de gelaste roeden (16,60 meter), gefabriceerd door roedenfabrikant Derckx uit Wessem (NL). Er is een vang met vangtrommel
*****
***

*****************************

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
****
Het esdorp Eelde ontstond in de vroege middeleeuwen op een uitloper van de Drense Hondsrug.
Het aangrenzende wegdorp Paterswolde kwam in de late middeleeuwen tot ontwikkeling met de ontginning van de noordelijk gelegen laagvenen. In de omgeving werd al vroeg enkele versterkte huizen gebouwd.
Na de Tweede Wereldoorlog is het dorp uitgegroeid tot forensenplaats. De landgoederengordel van Eelde-Paterswolde is een beschermd dorpsgezicht.
De Hervormde kerk wordt voor het eerste genoemd in 1139. Het gebouw is oorspronkelijk gewijd aan O.L.-Vrouwe en St-Gangulphus, en bestaat uit een eenbeukige kerk met een iets smaller koor en een dakruiter. De kerk dateert in zijn huidige vorm uit de veertiende eeuw. Van de oudere, romaanse tufstenen kerk zijn restanten opgenomen in de west- en noordmuur.
Er zijn hoge smalle rondboogvensters te vinden in het schip en in het koor bevinden zich verschillende spitsboogvensters. De noord- en zuidgevel hebben een dichtgezette ingang. Onder de dakrand van het koor bevindt zich een rondboogfries. De grote steunberen zijn mogelijk aangebracht bij herstelwerk aan het koor in 1715. De kerk is in 1875 ingrijpend gerenoveerd en in 2000 gerestaureerd.
Het schip wordt gedekt door een gewelfd houten stucplafond uit 1875. De houten overwelving van het koor is versierd met schilderingen in Lodewijk XIV-stijl, bestaande uit een allegorische voorstelling van leven en dood, vrouwenfiguren, putti en wapenschilden van voornamelijk 18de-eeuwse Eelder families. De opdrachtgever van de schilderingen in 1715 was Sjuck Gerrold van Burmania, op dat moment eigenaar van het landgoed Oosterbroek.
De huidige schilderingen zijn kopieën uit 1875 van de Groninger schilder G.H. Tiddens. Tot de inventaris behoren een maniëristische preekstoel (1621), een Avondmaalstafel (1631), enkele 17de- en 18de-eeuwse herenbanken
-waaronder de mogelijk door Jan de Rijk vervaardigde Nijsinghbank met gesneden opzetstuk- en een door P. van Dam gebouwd orgel in een neogotische orgelkast (1907). De oudste grafzerk in de kerk dateert uit 1545 en draagt de wapens van de familie Sigers.
De kosterij (Kosterijweg 6) is een langgerekt dwarspand met bedrijfsgedeelte, gebouwd omstreeks 1850.
De pastorie (Kosterijweg 4) met overkragend dak dateert uit 1939.
***
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
***
gemeente Emmen), Drenthe
Dorp
Emmen is een dorp met een stedelijk karakter, ontstaan aan de oostkant van de Hondsrug langs de weg van Coevorden naar Groningen. Het esdorp kent vanaf het einde van de twaalfde eeuw een zelfstandige parochie. De plaats Emmen wordt voor het eerst in 1137 genoemd in verband met een aldaar gelegen herenhof van de bisschop van Utrecht. Deze werd begin veertiende eeuw opgeheven. Emmen was het centrale kerkdorp van enkele middeleeuwse dochternederzettingen: Westenesch, Angelslo, Zuidbarge, en Weerdinge. De ontwikkeling bleef bescheiden tot in de vroege negentiende eeuw toen het oostelijker gelegen kerkdorp Roswinkel nog altijd groter was.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de economisch zwakke Drentse zuidoosthoek uitgeroepen tot ontwikkelingsgebied. De rol van verzorgingscentrum voor de regio heeft als gevolg gehad dat in de dorpkern veel oude bebouwing plaats heeft moeten maken voor een meer stedelijke ontwikkeling. Van de brinkachtige structuur van het dorp resteert enkel de kerkbrink (Markt).
Kerk
De Grote kerk is een kruiskerk voorzien van een forse toren met achtkantige lantaarn en gedrongen spits. De romaanse toren stamt uit het einde van de twaalfde eeuw en heeft een onderbouw van behakte zwerfstenen. De bakstenen opbouw wordt geleed door langwerpige spaarvelden die worden afgesloten door gekoppelde rondbogen.
Toren
De toren werd gebouwd aan het einde van de twaalfde eeuw en is rond 1456 verhoogd. Het benedengedeelte bestaat uit granieten zwerfkeien, vergelijkbaar met het koor van de kerk van Odoorn. Erboven staat een opbouw met bakstenen. In 1855-’56 heeft men de torenspits vervangen door de huidige bekroning en de toren gepleisterd. In 1907 werd de bepleistering verwijderd en werd de toren, met uitzondering van de noordzijde, ommetseld. Bij de restauratie in 1972-’76 is de spits vernieuwd. In de toren hangt een in 1877 door de gebroeders Van Bergen uit Midwolda hergoten bronzen klok uit 1456. Oudere klokken zijn in de loop van de tijd verdwenen. Onder de toren zijn drie grafzerken neergelegd, waarvan de oudste uit 1635 stamt.
Geschiedenis
De middeleeuwse kerk, een drieschepig gotisch gebouw, heeft men in 1855-’56 gesloopt en vervangen door het huidige gebouw in neoclassicistische vormen met pilasters en spitsboogvensters. De oude kerk was versierd geweest met muur- en gewelfschilderingen, onder andere van Het Laatste Oordeel en de lijdensvoorstellingen van Christus. Bij opgravingen in 1965 bleek uit de fundamenten dat het koor ouder was dan het schip. Ook werden sporen gevonden van een houten voorganger.
Binnenkant
De gepleisterde binnenkant van de kerk wordt gedekt door een gestukadoord houten tongewelf. Het interieur is gerestaureerd in 1964-’65. Tot de inventaris behoort een doopvont van bentheimer zandsteen uit de eerste helft dertiende eeuw. De kuip ervan rust op vier leeuwen; de friezen zijn gesierd met wijnranken. Het vont verdween in 1855 bij de afbraak van de kerk. Nadat het lange tijd als bloembak dienst had gedaan belandde het uiteindelijk in Drents Museum, die het de kerk uiteindelijk in bruikleen terugschonk.
In de kerk bevinden zich een aantal negentiende eeuwse tekeningen, waaronder een aquarel van de ‘OUDE KERK TE EMMEN’ uit 1887 van J. Reynders Sr. (1823-1889) met gezicht op kansel en interieur van het gesloopte middeleeuwse gebouw. Van zijn hand bevindt zich ook een potloot- en pentekening van ‘De in 1855 gesloopte kerk van Emmen, inwendig’ in het Drents Museum in Assen.
Het orgel aan de westwand van het gebouw werd gebouwd door Roelft Meyer uit Veendam (1872-’73).
****
Odoorn, Hervormde kerk
****

******

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Geschiedenis
Onder historie is omschreven de geschiedenis van de Molen "Nooit Gedacht". Hoe deze in 1867 in opdracht van Simon van de Brekel werd gebouwd. In 1881 de molen werd gekocht door de familie Michels en in 1987 over ging naar de stichting "Nooit Gedacht".
Onder restauratie is omschreven hoe te werk is gegaan bij de restauratie van de molen "Nooit Gedacht". Hoe na enkele jaren restauratie de molen in september 1995 weer in nieuwstaat werd opgeleverd en spoedig daarna geopend kon worden
******
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Geschiedenis
De molen werd in 1851 als grondkorenmolen gebouwd voor J.G. Tipkers. In 1856 liet hij de molen mede inrichten tot pelmolen; de pelstenen zijn later verwijderd.
In 1861 werd de molen 4,5 m. verhoogd tot stellingmolen.
In 1949 is de molen hersteld. Toendertijd stond in een afzonderlijk gebouw een koppel stenen aangedreven door een ruwoliemotor van 18 pk.
De Slochter Molenstichting kocht in oktober 1971 voor het symbolische bedrag van ƒ 1,- de molen van de firma H.J. Stel & Zn.
Begin jaren 1980 onderging de molen een restauratie.
De pelsteen werd pas in 1982 verwijderd
*************************************
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
De Sint-Jacobskerk
***
De stichting van een kerk in de Gentse waterwijk dateert van 1093. Waarschijnlijk ging het om een houten kapel, die in de 12de eeuw door een monumentaal stenen gebouw zou worden vervangen. De huidige driebeukige kerk onderging in de loop van de eeuwen diverse verbouwingen en uitbreidingen.
Uit de Romaanse periode resten nog de pijlers van het transept en de twee westtorens die de toegang tot de kerk flankeren. Zij zijn overvloedig versierd met laatromaanse ornamenten: gekoppelde vensters met middenzuiltje en blindnissen. De achtkantige vieringtoren werd in de 13de eeuw verhoogd met twee bijkomende verdiepingen in de stijl van de Scheldegotiek. Reeds in de 13de eeuw bleken de zijbeuken, de koorruimte en de zijkapellen te klein. Het koor werd dieper uitgebouwd en de flankerende transeptkapellen vergroot. Ook werden de zijbeuken verbreed en verhoogd.
****
Het middenschip werd hoger opgetrokken en het geheel met stenen gewelven overkluisd. In de 14de eeuw ontdubbelde men de zijbeuken zodat intieme gebedsruimten voor de gilden ontstonden. Nog later werd het koor uitgebreid met zijbeuken, een omgang en kranskapellen.
Na de verwoestingen van de beeldenstorm herstelde men de kerk in barokstijl. Door gebrek aan onderhoud was ze rond het midden van de 19de eeuw dringend aan restauratie toe. Latere toevoegingen werden verwijderd en vervangen door neoromaanse en neogotische volumes. De parochiekerk oogt nu opnieuw middeleeuws maar archeologisch is deze restauratie niet verantwoord. Het interieur is rijk aan waardevolle schilderijen en kerkschatten.
******

***
De stichting van een kerk in de Gentse waterwijk dateert van 1093. Waarschijnlijk ging het om een houten kapel, die in de 12de eeuw door een monumentaal stenen gebouw zou worden vervangen. De huidige driebeukige kerk onderging in de loop van de eeuwen diverse verbouwingen en uitbreidingen.
Uit de Romaanse periode resten nog de pijlers van het transept en de twee westtorens die de toegang tot de kerk flankeren. Zij zijn overvloedig versierd met laatromaanse ornamenten: gekoppelde vensters met middenzuiltje en blindnissen. De achtkantige vieringtoren werd in de 13de eeuw verhoogd met twee bijkomende verdiepingen in de stijl van de Scheldegotiek. Reeds in de 13de eeuw bleken de zijbeuken, de koorruimte en de zijkapellen te klein. Het koor werd dieper uitgebouwd en de flankerende transeptkapellen vergroot. Ook werden de zijbeuken verbreed en verhoogd.
****
Het middenschip werd hoger opgetrokken en het geheel met stenen gewelven overkluisd. In de 14de eeuw ontdubbelde men de zijbeuken zodat intieme gebedsruimten voor de gilden ontstonden. Nog later werd het koor uitgebreid met zijbeuken, een omgang en kranskapellen.
Na de verwoestingen van de beeldenstorm herstelde men de kerk in barokstijl. Door gebrek aan onderhoud was ze rond het midden van de 19de eeuw dringend aan restauratie toe. Latere toevoegingen werden verwijderd en vervangen door neoromaanse en neogotische volumes. De parochiekerk oogt nu opnieuw middeleeuws maar archeologisch is deze restauratie niet verantwoord. Het interieur is rijk aan waardevolle schilderijen en kerkschatten.
******

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
S i n t - B a a f s k a t h e d r a a l
***
De eerste vermelding van deze oudste parochiekerk van Gent dateert van de 10de eeuw. In 942 werd binnen de nieuwe portus een bidplaats gebouwd, vlakbij de drukke aanlegplaats aan de Nederschelde. De kerk was gewijd aan Sint-Jan de Doper en werd in de 11de eeuw herbouwd en verruimd. Van deze bidplaats is niets bewaard.
Omstreeks het midden van de 12de eeuw werd op dezelfde plaats een Romaanse kerk in kruisvorm met een crypte gebouwd.
De Romaanse kerk werd geleidelijk aan afgebroken en vervangen door een gotische kerk, waarvan de bouw in drie grote fasen verliep. In het begin van de 14de eeuw werd het koor vernieuwd. Hier is de invloed van het noorden van Frankrijk en van de Scheldegotiek onmiskenbaar. De kooromgang en de koorkapellen dateren uit het begin van de 15de eeuw.
Tijdens de tweede bouwfase (1462-1538) werd de imposante westertoren in Brabantse gotische stijl opgetrokken. In 1533 werd begonnen met de derde fase: de bouw van het schip.
Nadat de kanunniken van de afgeschafte Sint-Baafsabdij in 1540 aan de Sint-Janskerk werden toegevoegd, werd ze een collegiale kerk. Met de oprichting van het bisdom Gent in 1561 werd de collegiale Sint-Baafskerk verheven tot kathedraal.
Zowel in 1566 als in 1578 werd de kerk geplunderd door de beeldenstormers. In 1602 verwoestte een blikseminslag de vieringtoren en de zijtorens. In 1640 brandde het dak volledig af. In de daaropvolgende eeuwen onderging de kathedraal belangrijke vernieuwingen en restauraties.
De kathedraal is indrukwekkend met zijn driebeukige ruimte met koor, dwarsbeuk, kooromgang en kranskapellen. Het koorgedeelte met triforium en de vrij grote vensters is opgetrokken in Franse hooggotiek. Het schip met zijn kleinere vensters en grotere muurvlakken vertoont de kenmerken van de Brabantse laatgotiek.
Tot de belangrijkste kunstschatten behoren de monumentale rococopreekstoel van Laurent Delvaux (1745), de praalgraven van enkele Gentse bisschoppen in het koor, de Bekering van Sint-Bavo door Pieter Paul Rubens en het wereldberoemde veelluik Het Lam Gods. Dit retabel werd geschilderd door Hubert en Jan Van Eyck, in opdracht van Judocus Vijdt, voorschepen van de stad Gent. Het was bestemd voor de kapel van de opdrachtgever en diens vrouw Isabella Borluut en werd voltooid in 1432. Het Lam Gods werd meermaals overgebracht naar het buitenland en na de diefstal van twee panelen (1934) werd het retabel om veiligheidsredenen naar de Doopkapel overgebracht.
In de crypte zijn twee beuken van de Romaanse kerk uit de 12de eeuw nog duidelijk te onderscheiden. De huidige gotische zijbeuken, koor-, zij- en kranskapellen dateren van de 14de en de 15de eeuw. De muurschilderingen gaan terug tot de 15de en de 16de eeuw.
****
nu
*****

***
De eerste vermelding van deze oudste parochiekerk van Gent dateert van de 10de eeuw. In 942 werd binnen de nieuwe portus een bidplaats gebouwd, vlakbij de drukke aanlegplaats aan de Nederschelde. De kerk was gewijd aan Sint-Jan de Doper en werd in de 11de eeuw herbouwd en verruimd. Van deze bidplaats is niets bewaard.
Omstreeks het midden van de 12de eeuw werd op dezelfde plaats een Romaanse kerk in kruisvorm met een crypte gebouwd.
De Romaanse kerk werd geleidelijk aan afgebroken en vervangen door een gotische kerk, waarvan de bouw in drie grote fasen verliep. In het begin van de 14de eeuw werd het koor vernieuwd. Hier is de invloed van het noorden van Frankrijk en van de Scheldegotiek onmiskenbaar. De kooromgang en de koorkapellen dateren uit het begin van de 15de eeuw.
Tijdens de tweede bouwfase (1462-1538) werd de imposante westertoren in Brabantse gotische stijl opgetrokken. In 1533 werd begonnen met de derde fase: de bouw van het schip.
Nadat de kanunniken van de afgeschafte Sint-Baafsabdij in 1540 aan de Sint-Janskerk werden toegevoegd, werd ze een collegiale kerk. Met de oprichting van het bisdom Gent in 1561 werd de collegiale Sint-Baafskerk verheven tot kathedraal.
Zowel in 1566 als in 1578 werd de kerk geplunderd door de beeldenstormers. In 1602 verwoestte een blikseminslag de vieringtoren en de zijtorens. In 1640 brandde het dak volledig af. In de daaropvolgende eeuwen onderging de kathedraal belangrijke vernieuwingen en restauraties.
De kathedraal is indrukwekkend met zijn driebeukige ruimte met koor, dwarsbeuk, kooromgang en kranskapellen. Het koorgedeelte met triforium en de vrij grote vensters is opgetrokken in Franse hooggotiek. Het schip met zijn kleinere vensters en grotere muurvlakken vertoont de kenmerken van de Brabantse laatgotiek.
Tot de belangrijkste kunstschatten behoren de monumentale rococopreekstoel van Laurent Delvaux (1745), de praalgraven van enkele Gentse bisschoppen in het koor, de Bekering van Sint-Bavo door Pieter Paul Rubens en het wereldberoemde veelluik Het Lam Gods. Dit retabel werd geschilderd door Hubert en Jan Van Eyck, in opdracht van Judocus Vijdt, voorschepen van de stad Gent. Het was bestemd voor de kapel van de opdrachtgever en diens vrouw Isabella Borluut en werd voltooid in 1432. Het Lam Gods werd meermaals overgebracht naar het buitenland en na de diefstal van twee panelen (1934) werd het retabel om veiligheidsredenen naar de Doopkapel overgebracht.
In de crypte zijn twee beuken van de Romaanse kerk uit de 12de eeuw nog duidelijk te onderscheiden. De huidige gotische zijbeuken, koor-, zij- en kranskapellen dateren van de 14de en de 15de eeuw. De muurschilderingen gaan terug tot de 15de en de 16de eeuw.
****
nu
*****

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Wortegem (Wortegem-Petegem), Oost-Vlaanderen
****
Beschrijving / geschiedenis
In 1410 verhuurde de Sint-Pietersabdij van Gent hier een staakmolen, ingericht als graan- en oliemolen. Op 24 september 1785 bekwam Pieter Tavernier een octrooi voor de heroprichting als stenen graan- en oliemolen. De nieuwe stenen molen werd groots opgevat. De basisdiameter binnenin bedraagt 9 meter en bovenaan is de binnendiameter nog 5,50 meter. De muurdikte onderaan is 1,20 meter en bovenaan 0,60 meter. Er zijn twee reeksen stellinggaten onder elkaar, een aanwijzing dat de molen na verloop van tijd hoger werd opgemetseld.
In 1904 werd hier een stoommachine geplaatst en in 1947 volgde de ontmanteling van het draaiende werk van de windmolen, nadat in 1946 een wiek was gebroken. Momenteel resteert enkel nog de enorme kuip. Ze is afgedekt met een ver overstekende betonplaat - tegen regeninslag op de kuip - en de bevloering van de zolderingen bestaat uit gegoten beton. Tegen de kuip staat nog een plettersteen van de vroegere olieslagerij. De molenromp is thans ingericht als een handelszaak

****
Beschrijving / geschiedenis
In 1410 verhuurde de Sint-Pietersabdij van Gent hier een staakmolen, ingericht als graan- en oliemolen. Op 24 september 1785 bekwam Pieter Tavernier een octrooi voor de heroprichting als stenen graan- en oliemolen. De nieuwe stenen molen werd groots opgevat. De basisdiameter binnenin bedraagt 9 meter en bovenaan is de binnendiameter nog 5,50 meter. De muurdikte onderaan is 1,20 meter en bovenaan 0,60 meter. Er zijn twee reeksen stellinggaten onder elkaar, een aanwijzing dat de molen na verloop van tijd hoger werd opgemetseld.
In 1904 werd hier een stoommachine geplaatst en in 1947 volgde de ontmanteling van het draaiende werk van de windmolen, nadat in 1946 een wiek was gebroken. Momenteel resteert enkel nog de enorme kuip. Ze is afgedekt met een ver overstekende betonplaat - tegen regeninslag op de kuip - en de bevloering van de zolderingen bestaat uit gegoten beton. Tegen de kuip staat nog een plettersteen van de vroegere olieslagerij. De molenromp is thans ingericht als een handelszaak

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet