Historie van Belgie
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Sint-Truiden
**
Vanaf de Markt te Sint-Truiden keek men tot 1926 zo tegen het wit bepleisterde stadshuis aan. De belforttoren met beiaard en wijzerplaten wordt geflankeerd toren van de abdijkerk en rechts de Onze-Lieve-Vrouwkerk.
*******
Vanaf september brachten de Haspengouwse boeren hun suikerbieten naar één van de vele suikerfabrieken in de streek. In 1938 deden ze dit nog met paard en kar. Het was eerder uitzonderlijk dat men kon gebruik maken van een vrachtwagen, zoals op de foto. De boeren staan met hun karren te wachten voor de suikerfabriek van Staaien, die gelegen was tegenover het huidige voetbalterrein van Sint-Truiden.
*****
ooraanzicht van het Casinolokaal van de Harmonie gebouwd in 1861 en gesloopt in 1959 voor parkeerruimte. De toenmalige Casinostraat is nu het Europaplein.
*****
Het Christen Werkmanshuis op de Prins Albertlaan werd in 1908 opgericht en omvatte in 1911 een permanent secretariaat, een mutualiteit, een werkbeurs, een vereniging voor leerjongens en de vakvereniging voor de handwerkers, de stadswerklieden, de mijnwerkers en de diamantslijpers. Daarnaast waren er ook een toneel-, turn- en sportafdeling. Het werd in de jaren 60 afgebroken voor de constructie van een appartementsgebouw.
*****
Kortenbos is in 1636 onstaan als bedevaartplaats ter ere van een Onze-Lieve-Vrouwebeeldje dat door Elisabeth Van Oeteren uit Sint-Truiden aan een eik op haar eigendom 'De Nachtegael bij den Cortenbosch' werd geplaatst. Het miraculeuze beeldje werd tot in 1641 vereerd als Onze-Lieve-Vrouw ten Nachtegael en daarna als Onze-Lieve-Vrouw van Kortenbos Behoudenis der Kranken. De basiliek heeft de naam Onze-Lieve-Vrouw ten Hemelvaart Kortenbosch. De foto werd getrokken vanop de Hasseltse Steenweg.
******
morgen verder
**
Vanaf de Markt te Sint-Truiden keek men tot 1926 zo tegen het wit bepleisterde stadshuis aan. De belforttoren met beiaard en wijzerplaten wordt geflankeerd toren van de abdijkerk en rechts de Onze-Lieve-Vrouwkerk.
*******
Vanaf september brachten de Haspengouwse boeren hun suikerbieten naar één van de vele suikerfabrieken in de streek. In 1938 deden ze dit nog met paard en kar. Het was eerder uitzonderlijk dat men kon gebruik maken van een vrachtwagen, zoals op de foto. De boeren staan met hun karren te wachten voor de suikerfabriek van Staaien, die gelegen was tegenover het huidige voetbalterrein van Sint-Truiden.
*****
ooraanzicht van het Casinolokaal van de Harmonie gebouwd in 1861 en gesloopt in 1959 voor parkeerruimte. De toenmalige Casinostraat is nu het Europaplein.
*****
Het Christen Werkmanshuis op de Prins Albertlaan werd in 1908 opgericht en omvatte in 1911 een permanent secretariaat, een mutualiteit, een werkbeurs, een vereniging voor leerjongens en de vakvereniging voor de handwerkers, de stadswerklieden, de mijnwerkers en de diamantslijpers. Daarnaast waren er ook een toneel-, turn- en sportafdeling. Het werd in de jaren 60 afgebroken voor de constructie van een appartementsgebouw.
*****
Kortenbos is in 1636 onstaan als bedevaartplaats ter ere van een Onze-Lieve-Vrouwebeeldje dat door Elisabeth Van Oeteren uit Sint-Truiden aan een eik op haar eigendom 'De Nachtegael bij den Cortenbosch' werd geplaatst. Het miraculeuze beeldje werd tot in 1641 vereerd als Onze-Lieve-Vrouw ten Nachtegael en daarna als Onze-Lieve-Vrouw van Kortenbos Behoudenis der Kranken. De basiliek heeft de naam Onze-Lieve-Vrouw ten Hemelvaart Kortenbosch. De foto werd getrokken vanop de Hasseltse Steenweg.
******
morgen verder
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Hasselt
***
De Luikersteenweg. Hasselt is ontstaan op de rechteroever van de Helbeek, op het kruispunt van de handelswegen tussen de Kempen en Sint-Truiden, Brabant en Maastricht en, bij uitbreiding daarvan, tussen Brugge en Keulen.
*****
De gotische Sint-Quintinuskathedraal, op een vrij klein plein in de kern van de stad, is het resultaat van verschillende verbouwcampagnes. Van de Romaanse kerk blijft de 12de-eeuwse torenonderbouw over. De vroeg-gotische mergelstenen bovenbouw dateert van ca. 1250, de torenspits van 1751. Middenbeuk, kruisbeuk en koor zijn van 1406-1448.
********
Het Sweert, daterend van 1659 en gerestaureerd in 1923, was sinds 1713 een apotheek. Het is een belangrijk voorbeeld van Maasstijl, met uitspringend bovengedeelte in vakwerkbouw, waarvan de vakken opgevuld zijn met Sint-Andrieskruisen. Het Sweert is een van de rijkste vakwerkgebouwen in de Nederlanden en werd in 1983 door de vzw Gezondheidszorg gekocht van de familie Lebeau. Het Sweert staat op de Grote Markt, tegenover het standbeeld 'Luisteren naar de beiaard'
**** ***
Het stadshuis. In 1739 huurde de stadsoverheid deze patriciërswoning en in 1779 kon ze het kopen. Het gebouw werd in 1630 opgericht in Maaslandse renaissance. Omstreeks 1780 werd het gebouw gerenoveerd in laat-classicistische stijl. Sinds 1983 is het gebouw een bescherm monument.
*******
Oorlogsmonument op de 'De Schiervellaan' van de Limburgse gesneuvelden tijdens de oorlog van 1914-1918
****
In de Maastrichterstraat staat het voormalige refugehuis van de Herkenrode-Abdij van 1542-1544. Het is het oudste gebouw van de stad. Aan de restauratie van 1988-1993 ging een grondige historische en archeoligische studie vooraf. In 1993 werd het gebouw officieel in gebruik genomen door de twee Hasseltse vredegerechten. De Herkenrode-Abdij was de eerste vrouwenabdij van de orde van Citeaux in de Nederlanden, gesticht in 1182 door graaf Gerard van Loon. Na 1797 werd het als 'zwart goed' aangekocht door P. de Libotton, kasteelheer van Stevoort. In 1832 kocht de stad Hasselt het gebouw en in 1837 werd het ingericht als kazerne. Vanaf 1888 tot in 1956 was het een kazerne van het 11de linieregiment.
***********
Het stadshuis van Hasselt was eerst een patriciërswoning en werd in 1779 aangekocht en verbouwd door het stadsbestuur. Het hoge fronton en het majestueuze bordes gaf het vrijstaande gebouw een indrukwekkende en plechtige uitstraling.
********
morgen verder
***
De Luikersteenweg. Hasselt is ontstaan op de rechteroever van de Helbeek, op het kruispunt van de handelswegen tussen de Kempen en Sint-Truiden, Brabant en Maastricht en, bij uitbreiding daarvan, tussen Brugge en Keulen.
*****
De gotische Sint-Quintinuskathedraal, op een vrij klein plein in de kern van de stad, is het resultaat van verschillende verbouwcampagnes. Van de Romaanse kerk blijft de 12de-eeuwse torenonderbouw over. De vroeg-gotische mergelstenen bovenbouw dateert van ca. 1250, de torenspits van 1751. Middenbeuk, kruisbeuk en koor zijn van 1406-1448.
********
Het Sweert, daterend van 1659 en gerestaureerd in 1923, was sinds 1713 een apotheek. Het is een belangrijk voorbeeld van Maasstijl, met uitspringend bovengedeelte in vakwerkbouw, waarvan de vakken opgevuld zijn met Sint-Andrieskruisen. Het Sweert is een van de rijkste vakwerkgebouwen in de Nederlanden en werd in 1983 door de vzw Gezondheidszorg gekocht van de familie Lebeau. Het Sweert staat op de Grote Markt, tegenover het standbeeld 'Luisteren naar de beiaard'
**** ***
Het stadshuis. In 1739 huurde de stadsoverheid deze patriciërswoning en in 1779 kon ze het kopen. Het gebouw werd in 1630 opgericht in Maaslandse renaissance. Omstreeks 1780 werd het gebouw gerenoveerd in laat-classicistische stijl. Sinds 1983 is het gebouw een bescherm monument.
*******
Oorlogsmonument op de 'De Schiervellaan' van de Limburgse gesneuvelden tijdens de oorlog van 1914-1918
****
In de Maastrichterstraat staat het voormalige refugehuis van de Herkenrode-Abdij van 1542-1544. Het is het oudste gebouw van de stad. Aan de restauratie van 1988-1993 ging een grondige historische en archeoligische studie vooraf. In 1993 werd het gebouw officieel in gebruik genomen door de twee Hasseltse vredegerechten. De Herkenrode-Abdij was de eerste vrouwenabdij van de orde van Citeaux in de Nederlanden, gesticht in 1182 door graaf Gerard van Loon. Na 1797 werd het als 'zwart goed' aangekocht door P. de Libotton, kasteelheer van Stevoort. In 1832 kocht de stad Hasselt het gebouw en in 1837 werd het ingericht als kazerne. Vanaf 1888 tot in 1956 was het een kazerne van het 11de linieregiment.
***********
Het stadshuis van Hasselt was eerst een patriciërswoning en werd in 1779 aangekocht en verbouwd door het stadsbestuur. Het hoge fronton en het majestueuze bordes gaf het vrijstaande gebouw een indrukwekkende en plechtige uitstraling.
********
morgen verder
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Riemst
***
Een processie ter hoogte van de kerk van Zichen-Zussen-Bolder. Zichen-Zussen-Bolder ligt in het hartje van de mergelstreek. Bijgevolg is de dorpskerk, met uitzondering van de drie bovenste torengeledingen, volledig opgetrokken uit mergelsteenblokken.
*****
Het gemeentehuis van Zichen-Zussen-Bolder werd volledig opgetrokken in mergelsteen en dateert uit 1847. Het deed niet alleen dienst als gemeentehuis en als gemeenteschool, maar het fungeerde, in de periode waarin Zichen nog hoofdkanton was, tevens als zetel voor het vredegerecht.
***
Een processie ter hoogte van de kerk van Zichen-Zussen-Bolder. Zichen-Zussen-Bolder ligt in het hartje van de mergelstreek. Bijgevolg is de dorpskerk, met uitzondering van de drie bovenste torengeledingen, volledig opgetrokken uit mergelsteenblokken.
*****
Het gemeentehuis van Zichen-Zussen-Bolder werd volledig opgetrokken in mergelsteen en dateert uit 1847. Het deed niet alleen dienst als gemeentehuis en als gemeenteschool, maar het fungeerde, in de periode waarin Zichen nog hoofdkanton was, tevens als zetel voor het vredegerecht.
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Zutendaal
***
Een zicht op de Onze-Lieve-Vrouwekerk. In de 7de eeuw bouwden de zendelingen van de H. Lambertus in Zutendaal de eerste bidkapel toegewijd aan O.-L.-Vrouw. Het onderste deel van het koor in de huidige kerk laat veronderstellen dat er rond 1200 een romaans bedehuis moet geweest zijn. In het begin van de 14de eeuw zou men overgegaan zijn tot het bouwen van een gotische kerk waarvan we nog de kenmerken terugvinden in koor, schip en westertoren.
****
Koeien langsheen de Sprinkelestraat domineren een mooi panorama van Zutendaal. Op deze plek stond tot omstreeks 1900 nog een windmolen. Zutendaal was in die tijd nog een arm Kempens landbouwdorp. De mensen leefden er verspreid in een tiental gehuchten. Ondanks de invloed van de Genkse mijnen bestaat de gemeente nog voor meer dan de helft uit bos- en heidegebieden.
*****
De kerkweg in Zutendaal
****
tot morgen
***
Een zicht op de Onze-Lieve-Vrouwekerk. In de 7de eeuw bouwden de zendelingen van de H. Lambertus in Zutendaal de eerste bidkapel toegewijd aan O.-L.-Vrouw. Het onderste deel van het koor in de huidige kerk laat veronderstellen dat er rond 1200 een romaans bedehuis moet geweest zijn. In het begin van de 14de eeuw zou men overgegaan zijn tot het bouwen van een gotische kerk waarvan we nog de kenmerken terugvinden in koor, schip en westertoren.
****
Koeien langsheen de Sprinkelestraat domineren een mooi panorama van Zutendaal. Op deze plek stond tot omstreeks 1900 nog een windmolen. Zutendaal was in die tijd nog een arm Kempens landbouwdorp. De mensen leefden er verspreid in een tiental gehuchten. Ondanks de invloed van de Genkse mijnen bestaat de gemeente nog voor meer dan de helft uit bos- en heidegebieden.
*****
De kerkweg in Zutendaal
****
tot morgen
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Nieuwerkerken
***
Steenweg in Nieuwerkerken richting Sint-Truiden
*******
De kerkstraat in Nieuwerkerken met zicht op de neoromaanse Sint-Pieterskerk van 1910. Van de voormalige neoclassicistische kerk blijft enkel de toren van 1828 over.
*****
Het kasteel van Nieuwerkerken een gesloten kasteelhoeve uit de 17de en de 18de eeuw, in Maaslandse renaissance en gelegen op de zuidelijke helling van de Raasbeekvallei. De kleiwinning gaf het onstaan aan een vijvertje achteraan het kasteel. Kasteel en stal dateren wellicht van 1648, getuige het jaaranker. Boven de schuur zegt een jaaranker 1734. Oorspronkelijk was deze waterhoeve omring door de Vlaamse Beek. De wallen zijn grotendeels gedempt. Gebouwen en omringend landschap zijn beschermd dorpsgezicht sinds 1985.
****
Op den Dries
**********
tot morgen
***
Steenweg in Nieuwerkerken richting Sint-Truiden
*******
De kerkstraat in Nieuwerkerken met zicht op de neoromaanse Sint-Pieterskerk van 1910. Van de voormalige neoclassicistische kerk blijft enkel de toren van 1828 over.
*****
Het kasteel van Nieuwerkerken een gesloten kasteelhoeve uit de 17de en de 18de eeuw, in Maaslandse renaissance en gelegen op de zuidelijke helling van de Raasbeekvallei. De kleiwinning gaf het onstaan aan een vijvertje achteraan het kasteel. Kasteel en stal dateren wellicht van 1648, getuige het jaaranker. Boven de schuur zegt een jaaranker 1734. Oorspronkelijk was deze waterhoeve omring door de Vlaamse Beek. De wallen zijn grotendeels gedempt. Gebouwen en omringend landschap zijn beschermd dorpsgezicht sinds 1985.
****
Op den Dries
**********
tot morgen
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Op het veer over het kanaal bij Vlierveld (Lanklaar) worden een boer met zijn kar en paard overgezet. Door de aanleg van het kanaal waren boerderijen en akkers dikwijls van elkaar gescheiden.
***********
Hotel Beau Séjour, gelegen vlakbij de brug over het kanaal bij Lanklaar
*********
In de Rechterstraat in Stokkem stond tot in 1949 een monumentale pomp. Ze werd omstreeks 1760-1770 opgericht boven de gemeentelijke waterput. De pomp was bekroond met een zuil waarop een geschubde pijnappel met kruis was aangebracht, symboliserend de wereldlijke en geestelijke macht van de Luikse prinsbisschop, heer van de stad Stokkem. De pomp herinnerde aan het eerste perron dat in 1386 werd opgericht en dat op de Markt stond.
Zinkfabriek in Rotem. Met de steun van de zinkfabriek van Budel werd in 1911 een laatste zinkfabriek in de provincie opgericht.
*********
tot morgen
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Wellen
***
De Boulevardstraat
*******
Dorpskern met de Sint-Jan-de-Doperkerk. Deze kerk heeft van haar Romaanse aanleg na de brand in 1490 alleen de westertoren en de 12de eeuwse pijlers van de middenbeuk bewaard. Rechts op de foto ligt het pensionaat der Ursulinnen.
*******
Het oude postkantoor .
********
De Sint-Christina kapel en de fontein .
************
Richting de dorpskern van Wellen. Omstreeks 1770 was Wellen een van de centra van waaruit de roversbende bokkerijders,haar roof en moordtochten ondernam.In 1774-75 werden 26 bendeleden ter plaatse terechtgesteld .
**********
tot morgen
***
De Boulevardstraat
*******
Dorpskern met de Sint-Jan-de-Doperkerk. Deze kerk heeft van haar Romaanse aanleg na de brand in 1490 alleen de westertoren en de 12de eeuwse pijlers van de middenbeuk bewaard. Rechts op de foto ligt het pensionaat der Ursulinnen.
*******
Het oude postkantoor .
********
De Sint-Christina kapel en de fontein .
************
Richting de dorpskern van Wellen. Omstreeks 1770 was Wellen een van de centra van waaruit de roversbende bokkerijders,haar roof en moordtochten ondernam.In 1774-75 werden 26 bendeleden ter plaatse terechtgesteld .
**********
tot morgen
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Maaseik was in de 19de eeuw een vrij geïsoleerd stadje. Van treinen en trams konden de Maaseikenaren alleen maar dromen. Het goederen- en reizigersvervoer gebeurde voornamelijk met paard en kar of rijtuig. Pas op het einde van de 19de eeuw maakte de overheid werk van nieuwe verbindingswegen en van de verharding van bestaande wegen. De echte ontsluiting kwam er ps met de opening van de brug over de Maas in 1889 en de aanleg van trein- en tramlijnen (1890-1910.
****
De Maas bij Maaseik met rechts de oude schippersherberg Labaer, in het midden het brugje over de Sloot die aldaar in de Maas stroomt.
****
Kort na 1900 verschenen op het Limburgse platteland de eerste hotels die de vroegere afspanningen vervingen. Vaak werden ze gebouwd op strategische: vlakbij het station of bij een kanaalbrug. De gasten waren doorgaans handelsreizigers die met het openbaar vervoer arriveerden, in het hotel enkele overnachtingen boekten en van daar in de wijde omgeving hun winkels bezochten. Afgebeeld is het vroegere hotel Reynen bij de brug over de Zuid-Willemsvaart in Neeroeteren. Het opschrift op de gevel luidt 'Familiepension-Hollandse sigaren-Kamers voor reizigers-Garage-Rijke visvangst'.
*******
Een foto van één van de vier arduinen waterpompen die in 1742 op de vier hoeken van de Markt in Maaseik werden geplaatst. De markt onderging in die jaren een gedaantewisseling. Het Heerenhuys werd afgebroken en het stadshuis werd ondergebracht in een burgerhuis aan de zijkant van de markt. Het plein werd tevens van een dubbele rij linden voorzien.
******
Omstreeks 1750 werd het stadshuis van Maaseik ondergebracht in het burgerhuis 'Het Groene Schildt', daterend uit 1605. In de 19de eeuw werd het in Classicistische stijl verbouwd, waardoor het sterk ging lijken op zijn 'broertjes' uit Hasselt en Tongeren: een middenrisaliet, bekroond met een klein fronton en een dakruiter met torenspits accentueren de verticaliteit van het gebouw.
**********
Laatst gewijzigd door majke op 03 jan 2006, 18:16, 1 keer totaal gewijzigd.
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Lummen
***
E. Jaminé
Een kapel in het bos te Lummen omstreeks 1918. Kapellen waren een vertrouwd straatbeeld waar voorbijgangers regelmatig een gebedje prevelden en een geldstuk offerden .
* *****
De Goede Stede Hamont
Twee meisjes poseren lachtend voor de fotograaf. Op de achtergrond prijkt de kerktoren van Lummen. E. Jaminé heeft duizenden foto's gemaakt en hield zich bezig met portret- en landschapsfotografie.
****
Verz. François Bernier
Dat de kerk vroeger letterlijk in het midden stond, toont dit dorpszicht in Schulen.
***
E. Jaminé
Een kapel in het bos te Lummen omstreeks 1918. Kapellen waren een vertrouwd straatbeeld waar voorbijgangers regelmatig een gebedje prevelden en een geldstuk offerden .
* *****
De Goede Stede Hamont
Twee meisjes poseren lachtend voor de fotograaf. Op de achtergrond prijkt de kerktoren van Lummen. E. Jaminé heeft duizenden foto's gemaakt en hield zich bezig met portret- en landschapsfotografie.
****
Verz. François Bernier
Dat de kerk vroeger letterlijk in het midden stond, toont dit dorpszicht in Schulen.
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
***********
La Roche, "het pareltje van de Ardennen"
La Roche is genesteld in het dal van de Ourthe, en wordt overheerst door de ruines van het Middeleeuwse kasteel. Heden is het een belangrijk vakantiecentrum van de Ourthevallei
Nochtans werd 90% van de stad vernietigd tijdens de Slag om de Ardennen in December 1944. 114 burgers kwamen hierbij om het leven.
Hierdoor werd La Roche officieel erkend als "martelaarsstad" en onvting het Oorlogskruis 1940 dat men terugvindt in het blazoen van de stad
**************
Geschiedenis.
***
Op 16 december 1944 begint, in de mist en de koude, het Von Rundstedtoffensief, later de Slag om de Ardennen genoemd. Op 20 december 1944 wordt La Roche ingenomen door de 116de Panzer division die gebruik maakt van de nog intacte bruggen om de Ourthe over te steken.
Ze heeft als doel de Maas over te streken en Antwerpen met zijn haven te bereiken. Vanaf 26 december 1944 klaart het weer op en wordt La Roche gebombardeerd door de geallieerde luchtmacht. 114 burgers komen hierbij om het leven.Meer dan 90% van de stad wordt verwoest.
Op 3 januari 1945 beginnen de Geallieerden, in de koude en de sneeuw, hun tegenoffensief. Op 11 januari wordt La Roche bevrijd door de Schotten van de 51st Highland Division (Black Watch) en de voorhoede van de 84th US Infantry Division (The Rail Splitters). De Slag om de Ardennen eindigt op 28 januari 1945.
. ******
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Een vleugje geschiedenis
***
Van de megalieten tot vandaag
In en rond Durbuy zijn 10.000 jaar geschiedenis zichtbaar: een rijk verleden met talloze illustraties uit elke eeuw...

Via het lokale patrimonium kan de geïnteresseerde bezoeker kennis maken met vrijwel élk tijdperk. De prehistorie komt tot leven door de ontdekkingen in de grotten (Juzaine, Verlaine, Villers-Ste-Gertrude, ...) en door de talrijke vuurstenen die teruggevonden werden in Tohogne en Bomal (Plateau du Mont-St-Rahy). Uit het begin van de beschaving is het neolithicum het beste vertegenwoordigd dank zij de megalieten van Wéris en Oppagne. Het gaat hier immers om de mooiste en best bewaarde site van België.
Het grondgebied van Durbuy draagt met munten en gebruiksvoorwerpen de sporen van de Romeinse bezetter, er zijn Frankische graven en feodale bouwwerken zoals het kasteel van Durbuy. Dit bouwwerk, dat met de ondertussen verdwenen stadswallen dateert uit de 11° eeuw, beschermde de stad tegen z'n vijanden. Het stadsplan van vandaag draagt hiervan nog steeds de sporen.
De Middeleeuwen zijn vertegenwoordigd door de donjon (slottoren) van Izier en door een heleboel Romaanse kerken: Tohogne, Wéris, Grandhan, Ste Marguerite des Eneilles. De Notre-Dame-kerk van Borlon is dan weer een buitengewoon mooi voorbeeld van de Condroz-gothiek. Merkwaardig in Durbuy is de Sint Niklaaskerk van de Recoletten. Deze orde vestigde al in 1675 een klooster in de stad.
In de 18° eeuw is er een boom van kasteelboerderijen. Heel wat van deze boerderijen bestaan vandaag nog steeds: in Bomal, Jenneret en Tohogne bijvoorbeeld. In Grandhan was de kasteelboerderij bovendien ook de zetel van een Heerlijkheid en werd er in de 17° eeuw een justitie-toren aan toegevoegd. Een mooi 19°-eeuws voorbeeld is het gebouw dat het stadhuis van Durbuy in Barvaux huisvest
******

***
Van de megalieten tot vandaag
In en rond Durbuy zijn 10.000 jaar geschiedenis zichtbaar: een rijk verleden met talloze illustraties uit elke eeuw...

Via het lokale patrimonium kan de geïnteresseerde bezoeker kennis maken met vrijwel élk tijdperk. De prehistorie komt tot leven door de ontdekkingen in de grotten (Juzaine, Verlaine, Villers-Ste-Gertrude, ...) en door de talrijke vuurstenen die teruggevonden werden in Tohogne en Bomal (Plateau du Mont-St-Rahy). Uit het begin van de beschaving is het neolithicum het beste vertegenwoordigd dank zij de megalieten van Wéris en Oppagne. Het gaat hier immers om de mooiste en best bewaarde site van België.
Het grondgebied van Durbuy draagt met munten en gebruiksvoorwerpen de sporen van de Romeinse bezetter, er zijn Frankische graven en feodale bouwwerken zoals het kasteel van Durbuy. Dit bouwwerk, dat met de ondertussen verdwenen stadswallen dateert uit de 11° eeuw, beschermde de stad tegen z'n vijanden. Het stadsplan van vandaag draagt hiervan nog steeds de sporen.
De Middeleeuwen zijn vertegenwoordigd door de donjon (slottoren) van Izier en door een heleboel Romaanse kerken: Tohogne, Wéris, Grandhan, Ste Marguerite des Eneilles. De Notre-Dame-kerk van Borlon is dan weer een buitengewoon mooi voorbeeld van de Condroz-gothiek. Merkwaardig in Durbuy is de Sint Niklaaskerk van de Recoletten. Deze orde vestigde al in 1675 een klooster in de stad.
In de 18° eeuw is er een boom van kasteelboerderijen. Heel wat van deze boerderijen bestaan vandaag nog steeds: in Bomal, Jenneret en Tohogne bijvoorbeeld. In Grandhan was de kasteelboerderij bovendien ook de zetel van een Heerlijkheid en werd er in de 17° eeuw een justitie-toren aan toegevoegd. Een mooi 19°-eeuws voorbeeld is het gebouw dat het stadhuis van Durbuy in Barvaux huisvest
******

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Geschiedenis deelgemeente Beersel.
*****
De naam Beersel wordt voor het eerst vermeld in 847 (als Bersalis). De plaats behoorde aanvankelijk tot de meierij van (Sint-Genesius-) Rode. Intussen bezaten de heren van Beersel in dit gebied een allodium en een klein leengoed, dat aan verschillende geslachten heeft toebehoord. De eerste gekende heer van Beersel was Godfried van Hellebeke, seneschalk van het hertogdom Brabant, een functie die de Beerselse slotheren zullen blijven behouden. Hij bezat er ca. 1312 reeds een burcht. In 1391 verkreeg Jan I van Witthem († 1404), seneschalk onder hertogin Johanna van Brabant en haar echtgenoot Wenceslas van Luxemburg, de erkenning van zijn heerlijke rechten over Brussel en omgeving. Met de hulp van een Brusselse volksmilitie slaagde hij erin het naburige kasteel van Gaasbeek, waar de moordenaars van Everaard t'Serclaes zich verscholen hadden, in te nemen. Zijn nakomelingen zullen zeven generaties lang, tot het einde van de 16e eeuw, burchtheren blijven.
Onder Hendrik III van Witthem (achterkleinzoon van Jan I) werd het kasteel in 1489 ingenomen door een troepenmacht uit Brussel, dat in opstand was gekomen tegen Maximiliaan van Oostenrijk. De woedende Brusselaars verwoestten eerst de stadswoning van Hendrik in de Voldersstraat, en trokken toen, onder leiding van Filips van Kleef, met zwaar geschut naar Beersel. De burcht werd verdedigd door Hendriks zoon Filips van Witthem, aanvankelijk met succes. Maar bij een tweede poging werd ze zwaar beschadigd, en moest het garnizoen zich overgeven. De kapitein, Willem van Ramilly, werd openbaar gelyncht op de Brusselse Grote Markt. Maximiliaan nam echter wraak en belegerde Brussel, dat door uitputting en pest moest capituleren. De Brusselaars werden ertoe verplicht het huis van Hendrik terug op te bouwen en het kasteel van Beersel te herstellen.
Het kasteel van Beersel .
***
Op 26 mei 1491 werd Hendrik III van Witthem, burchtheer van Beersel, verheven tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies, en later tot kamerheer van Karel V. Hij werd zo een van de machtigste heren van zijn tijd. Hij overleed op 17 september 1515. Zijn zoon Filips († 1523) volgde hem op. Toen Filips’ kleinzoon Jan II in 1591 overleed, verdween de laatste mannelijke erfgenaam van het geslacht van Witthem. Door het huwelijk van zijn dochter Ernestina ging het kasteel en de heerlijkheid over in de handen van de hertogen van Arenberg. Door verwaarlozing raakte het kasteel in verval naar het einde van de 18e eeuw. Onder koning Willem I werd het tijdelijk in gebruik genomen als katoenweverij (1818), maar de onderneming kende weinig succes. Tenslotte werd het gedeeltelijk afgebroken en verder aan het verval overgelaten. Een grondige restauratie rond het midden van de 20e eeuw wist echter een van de zuiverste voorbeelden van laat-middeleeuwse militaire architectuur van de ondergang te redden.
Albasten beelden van Hendrik II van Witthem († 1454) en zijn echtgenote Jacoba van Glimes; Hendrik III liet dit grafmonument voor zijn ouders oprichten in de Sint-Lambertuskerk van Beersel .
******
*****
De naam Beersel wordt voor het eerst vermeld in 847 (als Bersalis). De plaats behoorde aanvankelijk tot de meierij van (Sint-Genesius-) Rode. Intussen bezaten de heren van Beersel in dit gebied een allodium en een klein leengoed, dat aan verschillende geslachten heeft toebehoord. De eerste gekende heer van Beersel was Godfried van Hellebeke, seneschalk van het hertogdom Brabant, een functie die de Beerselse slotheren zullen blijven behouden. Hij bezat er ca. 1312 reeds een burcht. In 1391 verkreeg Jan I van Witthem († 1404), seneschalk onder hertogin Johanna van Brabant en haar echtgenoot Wenceslas van Luxemburg, de erkenning van zijn heerlijke rechten over Brussel en omgeving. Met de hulp van een Brusselse volksmilitie slaagde hij erin het naburige kasteel van Gaasbeek, waar de moordenaars van Everaard t'Serclaes zich verscholen hadden, in te nemen. Zijn nakomelingen zullen zeven generaties lang, tot het einde van de 16e eeuw, burchtheren blijven.
Onder Hendrik III van Witthem (achterkleinzoon van Jan I) werd het kasteel in 1489 ingenomen door een troepenmacht uit Brussel, dat in opstand was gekomen tegen Maximiliaan van Oostenrijk. De woedende Brusselaars verwoestten eerst de stadswoning van Hendrik in de Voldersstraat, en trokken toen, onder leiding van Filips van Kleef, met zwaar geschut naar Beersel. De burcht werd verdedigd door Hendriks zoon Filips van Witthem, aanvankelijk met succes. Maar bij een tweede poging werd ze zwaar beschadigd, en moest het garnizoen zich overgeven. De kapitein, Willem van Ramilly, werd openbaar gelyncht op de Brusselse Grote Markt. Maximiliaan nam echter wraak en belegerde Brussel, dat door uitputting en pest moest capituleren. De Brusselaars werden ertoe verplicht het huis van Hendrik terug op te bouwen en het kasteel van Beersel te herstellen.
Het kasteel van Beersel .
***
Op 26 mei 1491 werd Hendrik III van Witthem, burchtheer van Beersel, verheven tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies, en later tot kamerheer van Karel V. Hij werd zo een van de machtigste heren van zijn tijd. Hij overleed op 17 september 1515. Zijn zoon Filips († 1523) volgde hem op. Toen Filips’ kleinzoon Jan II in 1591 overleed, verdween de laatste mannelijke erfgenaam van het geslacht van Witthem. Door het huwelijk van zijn dochter Ernestina ging het kasteel en de heerlijkheid over in de handen van de hertogen van Arenberg. Door verwaarlozing raakte het kasteel in verval naar het einde van de 18e eeuw. Onder koning Willem I werd het tijdelijk in gebruik genomen als katoenweverij (1818), maar de onderneming kende weinig succes. Tenslotte werd het gedeeltelijk afgebroken en verder aan het verval overgelaten. Een grondige restauratie rond het midden van de 20e eeuw wist echter een van de zuiverste voorbeelden van laat-middeleeuwse militaire architectuur van de ondergang te redden.
Albasten beelden van Hendrik II van Witthem († 1454) en zijn echtgenote Jacoba van Glimes; Hendrik III liet dit grafmonument voor zijn ouders oprichten in de Sint-Lambertuskerk van Beersel .
******
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Wapen.
***
Roeselare ligt in het hart van West-Vlaanderen. De Belforttoren en het beroemde Klein Seminarie zijn bekende punten, waar onder meer priester Hugo Verriest, de dichters Guido Gezelle en Albrecht Rodenbach en vele anderen een stuk Vlaamse geschiedenis schreven. Het Klein Seminarie was oorspronkelijk een klooster, met hierbij een schoolinstelling, en dateert van.
Grotemarktroeselare.
****
Geschiedenis van Roeselare
Roeselare wordt reeds vermeld in 822 en was van de 10e eeuw af een belangrijke nijverheids- en handelsplaats, die in 1250 stadsrechten en privileges kreeg.
Rond 1260 werd op de markt een belfort en halle gebouwd. Omdat er geen verdedigingswerken rond de stad waren opgetrokken, was de stad een gemakkelijk doelwit voor plunderaars. Om de veiligheid te garanderen richtte men in Roeselare al snel enkele schuttersgilden op. Jammer genoeg bleken deze tot weinig in staat, want in 1488 en 1492 werd de stad verwoest door het leger van Maximiliaan van Oostenrijk. Zo goed als alle vroegmiddeleeuwse bouwwerken waren met de grond gelijk gemaakt. De stad werd rond 1500 opnieuw opgebouwd (weliswaar in een andere bouwstijl).
Enige tijd was er vrede in Roeselare, maar dit was slechts stilte voor de storm. Op 26 augustus 1566 trok de beeldenstorm door de stad. Verschillenden beelden uit de Sint-Michielskerk en uit de halle sneuvelden. Na het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog verdween de ooit bloeiende lakenindustrie volledig uit Roeselare en kwam er een periode van economisch verval. Deze donkere periode kende echter een lichtpuntje. In Venetië componeerde Roeselarenaar Adriaen Willaert als eerste meerstemmige muziek.
In 1609 werd er een Twaalfjarig Bestand afgeroepen. Roeselare herrees opnieuw, maar opnieuw niet voor lang, want vanaf 1640 begon de oorlog opnieuw. Door de vrede van Nijmegen in 1678 werd Roeselare een deel van Frankrijk en zo ook een grensstad, met alle gevolgen van dien. Roeselare werd een beruchte smokkelroute. De stadskas was leeg en er was dus geen geld om het belfort en de halle te herstellen. Dit had tot gevolg dat op 30 oktober 1704 het belfort instortte. In zijn val vernielde de toren het grootste deel van de halle zelf. Met het puin werd een nieuwe, kleinere opgetrokken, die jammer genoeg afbrandde in 1749 (de kelders van het vroegere belfort bevinden zich nog steeds onder het marktplein.
Ondanks de vele verwoestingen en rampen die Roeselare doorheen haar geschiedenis gekend heeft, bleef de Sint-Michielskerk in redelijk goede staat. Toch is de toren op 19 januari 1735 ingestort door een hevige storm. Deze werd wel opnieuw gebouwd (de drie grote rampen verklaren grotendeels, dat er 3 bouwstijlen aan de kerk zijn). Rond 1770 werd het rococostadhuis gebouwd.
Na de slag bij Waterloo zou de stad bij Nederland gevoegd worden, tot de onafhankelijkheid van België. Maar de onafhankelijkheid bracht ook armoede mee. Gelukkig verbeterde de situatie aanzienlijk na de aanleg van de spoorweg en na de uitvinding van de stoommachine. Van 1862 tot 1872 werd het kanaal naar de Leie gegraven, ook dit zorgde voor een heropleving van de economie. Nadat het kanaal gegraven was werden aanlegsteigers gebouwd en groeide de industrie in Roeselare, wat tot een bevolkingstoename leidde.
Op 28 juli 1875 vond de "Groote Stooringe" plaats, een studentenopstand tegen het gebruik van Frans in het onderwijs, geleid door Albrecht Rodenbach (de Groote Stooringe is sinds enkele jaren een cultureel feest in Roeselare). Rodenbach stichtte tal van studentenverengingen en was tevens schrijver.
In 1911 werden twee voetbalploegen in het leven geroepen: de Sportvereniging Roeselare (S.K.) en de Football Club Roeselare (F.C.). Tijdens de Eerste Wereldoorlog had de stad veel te lijden van het geallieerde artillerievuur.
De stad werd heropgebouwd, maar was pas volledig klaar toen de Tweede Wereldoorlog begon. De stad heeft niet veel geleden onder de Tweede Wereldoorlog en werd door de Polen bevrijd. Rond de jaren 60 werd de REO groenten- en fruitveiling in gebruik genomen (deze is vandaag nog de grootste groenten- en fruitveiling van Vlaanderen). De huidige gemeente Roeselare ontstond in 1977 door samenvoeging van Roeselare, Beveren, Oekene en Rumbeke.
Roeselare kende de laatste jaren ook nog enkele ingrijpende veranderingen: sportgelegenheden in Beveren, Rumbeke en Roeselare (Schiervelde Stadion), uitbreiding van de bibiotheken, de verhuizing van het Stedelijk Academie voor Muziek en Woord “Adriaen Willaert”, het ontstaan in het toeristisch centrum in de oude Posterij van het jeugdcentrum Diezie, bouw van het cultureel centrum De Spil en de volledige vernieuwing van het Stedelijk Zwembad ‘Spillebad'.
*************
Naamsverklaring Roeselare.
***
De naam Roeselare heeft in de loop der tijden talrijke spellingvarianten gekend en het is vooral het eerste deel van de naam dat hierbij wijzigt. Tot op het einde der 11e eeuw vinden wij haast altijd “Ros”. Daarna wordt de o gaandeweg en definitief vervangen door de oe-klank. Aanvankelijk en korte tijd nog “u” geschreven maar daarna “oe” tot omstreeks het einde der 15e eeuw. Onder invloed van het Frans (Roulers) wordt de oe-klank vanaf dan “ou” geschreven. Pas sinds 1937, toen de moderne plaatsnamenspelling werd aangenomen greep men terug naar de “oe” en werd Roeselare de officiële naam. In tegenstelling tot wat veelal gedacht wordt is de schrijfwijze Roeselare (teruggevonden in documenten van de periode 1302-1520) dus veel ouder dan bijvoorbeeld Roussellaere (16e eeuw en later) De betekenis van de naam is in de loop der eeuwen fel omstreden. De nieuwste linguïstische bevindingen geven echter volgende uitleg. Roes betekent “riet” en brengt ons terug tot de Gotische wortel raus. (=riet). Blijkens de oudste vormen die van laar bekend zijn kan het woord niet anders dan teruggaan op het Germaanse hlaeris, waarmee een open plaats in het bos wordt aangeduid. Deze taalkundige bevindingen worden helemaal bevestigd door de ligging van Roeselare. In de vroegste tijden lag Roeselare helemaal in het Vlaamse Woud – tientallen bostoponiemen herinneren ons nog daaraan. Een daarin liggend laar, dus een open plaats, was de beginkern van het huidige Roeselare. Gelet op het feit dat een tiental waterlopen in het Roeselaarse “laar” samenvloeien kan het laar niet anders dan vochtig en moerassig geweest zijn. Vandaar het element Roes, wat dus riet betekent, een plant die op vochtige plaatsen gedijt. Samengevat kunnen we Roeselare definiëren als Roes + laar, dus een vochtige en met riet begroeide open plaats in een bos.
****
uit wikipedia
de vrij encyclopedie.
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
mira
Majke, zeer interessant je drie "Historie" topics. Proficiat! Ik ben zeker dat die oude foto's ook erg geappreciëerd worden.
Dank en groetjes, Mira
Dank en groetjes, Mira
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
In de 8ste eeuw na Christus behoorden de dorpen Mol, Balen, Dessel tot het goed van Adalhard, neef van Karel de Grote. Bij zijn intrede in de abdij van Corbie schenkt hij zijn hele bezit aan deze Franse abdij. Een oorkonde uit het archief van Corbie vermeldt dat Noormannen in 882 een spoor van verwoesting trokken door Mol, Gompel en omliggende nederzettingen. Een belangrijke nederzetting uit deze periode is de Gompelhoeve, die pas midden de 19de eeuw is verdwenen.
*****
De abt van Corbie stelde een voogd aan die de belangen van de abdij in deze streek moest behartigen. Deze beheersvorm bevestigde zich in de benaming ‘Voogdij Moll, Baelen, Desschel’. Al snel ontwikkelde er zich een machtstrijd tussen de abdij en zijn gezant. Dit leidde uiteindelijk tot de overname van de Hoge Heerlijkheid door de Hertog van Brabant. De Lage Heerlijkheid en het allodiaal goed van Gompel bleven bij de abdij van Corbie tot in 1559. Toen werd de Lage Heerlijkheid verkocht aan Godfried van Bocholtz. Deze situatie, de Hoge Heerlijkheid in handen van de Hertog van Brabant en de Lage Heerlijkheid in het bezit van de familie Bocholtz of hun erfgenamen, bleef duren tot het einde van het Ancien Régime.
reprofoto Marktplaats.
****
archief@gemeentemol.be
*****
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet