Historie van Kerken.
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Zwevegem, West-Vlaanderen
*****
Beschrijving / geschiedenis
De Stenen Molen van Zwevegem, ook wel de Klockemolen genoemd, werd gebouwd in 1798 zoals in het metselwerk van de kuip is aangegeven. Vermoedelijk werd de molen, oorspronkelijk een grondzeiler, tijdens de tweede helft van de 19e eeuw verhoogd om de windvang te verbeteren. Ook werden de muren tot aan de stelling opgemetseld, waardoor een omgang ontstond. De nog bestaande zetelkapconstructie dateert van 1890 .De Klockemolen werd ingericht als koren- en oliemolen. De windmolen werd eind 19de eeuw nog met een stoommachine uitgebreid (in een apart hok met schoorsteen, nu verdwenen). De stoommachine werd ca. 1927 al vervangen door een elektrische motor. Voor de installatie van een nieuwe cilindermolen in 1948 werd het binnenwerk van de Klockemolen grotendeels verwijderd. Toch werd in 1949 nog één roede verdekkerd.
Bij koninklijk besluit van 23 december 1942 werd de korenmolen geklasseerd. In 1955 was de molen in handen van de familie Vancauwenberghe die hem toen verkocht aan de Brusselse v.z.w., de vrienden van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Zij lieten de buitenzijde in 1958 herstellen. De gemeente, die door een schenking uit 1974 eigenaar geworden was, liet in 1979 enkele dringende werken uitvoeren. De eerste fase van een grondige restauratie, uitgevoerd in 1990-1995 door de firma Cottenier uit Aalbeke (met o.m. nieuwe gelaste roeden van de firma Derckx uit Wessem, NL), heeft er nog niet voor gezorgd dat de Stenen Molen opnieuw maalvaardig is. De molen kreeg een nieuwe functie als tentoonstellingsruimte in samenwerking met de vzw Molenhuis.

*****
Beschrijving / geschiedenis
De Stenen Molen van Zwevegem, ook wel de Klockemolen genoemd, werd gebouwd in 1798 zoals in het metselwerk van de kuip is aangegeven. Vermoedelijk werd de molen, oorspronkelijk een grondzeiler, tijdens de tweede helft van de 19e eeuw verhoogd om de windvang te verbeteren. Ook werden de muren tot aan de stelling opgemetseld, waardoor een omgang ontstond. De nog bestaande zetelkapconstructie dateert van 1890 .De Klockemolen werd ingericht als koren- en oliemolen. De windmolen werd eind 19de eeuw nog met een stoommachine uitgebreid (in een apart hok met schoorsteen, nu verdwenen). De stoommachine werd ca. 1927 al vervangen door een elektrische motor. Voor de installatie van een nieuwe cilindermolen in 1948 werd het binnenwerk van de Klockemolen grotendeels verwijderd. Toch werd in 1949 nog één roede verdekkerd.
Bij koninklijk besluit van 23 december 1942 werd de korenmolen geklasseerd. In 1955 was de molen in handen van de familie Vancauwenberghe die hem toen verkocht aan de Brusselse v.z.w., de vrienden van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Zij lieten de buitenzijde in 1958 herstellen. De gemeente, die door een schenking uit 1974 eigenaar geworden was, liet in 1979 enkele dringende werken uitvoeren. De eerste fase van een grondige restauratie, uitgevoerd in 1990-1995 door de firma Cottenier uit Aalbeke (met o.m. nieuwe gelaste roeden van de firma Derckx uit Wessem, NL), heeft er nog niet voor gezorgd dat de Stenen Molen opnieuw maalvaardig is. De molen kreeg een nieuwe functie als tentoonstellingsruimte in samenwerking met de vzw Molenhuis.

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Sint-Lambertuskerk.
****
De Sint-Lambertuskerk te Veghel is een grote driebeukige kruisbasiliek in neogotische stijl. De kerk werd ontworpen door P.J.H. Cuypers en gebouwd in 1858-1862. De kerk vormt een vroeg hoogtepunt in Cuypers' carrière.
De huidige kerk werd gebouwd ter vervanging van een middeleeuwse kerk. Deze was na de reformatie overgegaan in protestantse handen en werd in 1819 teruggegeven aan de katholieken. Omdat het gebouw snel te klein werd voor de parochie kreeg P.J.H. Cuypers de opdracht een nieuwe kerk te ontworpen, alsmede een pastorie, een vrouwenklooster en een school. Het was zijn grootste opdracht tot dan toe, en ook de kerk zelf was voorlopig Cuypers' grootste. De nieuwe kerk werd gebouwd op de plaats waar eerder de katholieke schuurkerk had gestaan. De middeleeuwse kerk werd in 1860 gesloopt. De Sint-Lambertus is de eerste kerk waarbij Cuypers zich liet inspireren door de 13e-eeuwse Franse gotiek; de toren vertoont invloeden van de kathedraal van Chartres. Het koor heeft een omgang met straalkapellen. In het interieur zijn bakstenen kruisribgewelven toegepast; door deze gewelven werd Cuypers' naam als architect definitief gevestigd. De neogotische inventaris is grotendeels afkomstig van de firma Cuypers en Stoltzenberg in Roermond. De polychromie werd begin jaren 60 verwijderd
*****
****
De Sint-Lambertuskerk te Veghel is een grote driebeukige kruisbasiliek in neogotische stijl. De kerk werd ontworpen door P.J.H. Cuypers en gebouwd in 1858-1862. De kerk vormt een vroeg hoogtepunt in Cuypers' carrière.
De huidige kerk werd gebouwd ter vervanging van een middeleeuwse kerk. Deze was na de reformatie overgegaan in protestantse handen en werd in 1819 teruggegeven aan de katholieken. Omdat het gebouw snel te klein werd voor de parochie kreeg P.J.H. Cuypers de opdracht een nieuwe kerk te ontworpen, alsmede een pastorie, een vrouwenklooster en een school. Het was zijn grootste opdracht tot dan toe, en ook de kerk zelf was voorlopig Cuypers' grootste. De nieuwe kerk werd gebouwd op de plaats waar eerder de katholieke schuurkerk had gestaan. De middeleeuwse kerk werd in 1860 gesloopt. De Sint-Lambertus is de eerste kerk waarbij Cuypers zich liet inspireren door de 13e-eeuwse Franse gotiek; de toren vertoont invloeden van de kathedraal van Chartres. Het koor heeft een omgang met straalkapellen. In het interieur zijn bakstenen kruisribgewelven toegepast; door deze gewelven werd Cuypers' naam als architect definitief gevestigd. De neogotische inventaris is grotendeels afkomstig van de firma Cuypers en Stoltzenberg in Roermond. De polychromie werd begin jaren 60 verwijderd
*****
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Sint-Plechelmusbasiliek
***
De Sint-Plechelmusbasiliek is een katholieke kerk in Oldenzaal, die in 1950 tot basiliek werd verheven. Het is een van de twintig basilieken die Nederland rijk is. De basiliek is gewijd aan de H. Plechelmus, een Schotse monnik uit de 8e eeuw, wiens naamdag op 8 mei wordt gevierd.
De oudste delen dateren uit de 12e eeuw, maar de geschiedenis van de kerk gaat terug tot de 8e eeuw, toen eerst een houten kerk werd gebouwd, welke in de 10e eeuw werd vervangen door een stenen gebouw. In 954 werd aan deze kerk een kapittel verbonden. Rond 1180 werd de kerk vervangen door een nieuw gebouw in Westfaalse romaanse stijl. Van deze kerk resteren middenschip, noordbeuk, noordertransept en een koortravee. De kerk werd gebouw van Bentheimer zandsteen. In het interieur werd het alternerend stelsel toegepast, waarbij middenbeuk en zijbeuken van elkaar worden gescheiden door bogen die door afwisselend zuilen en pijlers worden gedragen. De drie beuken werden overwelfd met kruisgewelven. Rond 1240 werd de huidige toren gebouwd, die vanwege de vroeg-gotische versieringen wel tot de romanogotiek wordt gerekend. In de tweede helft van de 15e eeuw werden koor en zuidbeuk in gotische stijl vervangen. Het zuidtransept ging hierbij op in de nieuwe zijbeuk en verloor de topgevel. Het plan was om aldus de basiliek om te bouwen tot een hallenkerk. Door geldgebrek en de aanwezigheid van de kapittelzaal boven de noorderlijke zijbeuk werden deze plannen gedwarsboomd. Vanaf 1633 tot 1810 werd de kerk gebruikt door de protestanten, die het gebouw lieten verwaarlozen. Na de teruggave aan de katholieken waren verschillende restauraties nodig. De belangrijkste was de restauratie van 1891 tot 1900, onder leiding van Jos Cuypers. Hierbij verdween de 17e eeuwse Latijnse school op de noordbeuk, die de kapittelzaal had vervangen, en werd de noordelijke absidiool gereconstrueerd naar voorbeeld van die aan de zuidelijke dwarsarm
*****

***
De Sint-Plechelmusbasiliek is een katholieke kerk in Oldenzaal, die in 1950 tot basiliek werd verheven. Het is een van de twintig basilieken die Nederland rijk is. De basiliek is gewijd aan de H. Plechelmus, een Schotse monnik uit de 8e eeuw, wiens naamdag op 8 mei wordt gevierd.
De oudste delen dateren uit de 12e eeuw, maar de geschiedenis van de kerk gaat terug tot de 8e eeuw, toen eerst een houten kerk werd gebouwd, welke in de 10e eeuw werd vervangen door een stenen gebouw. In 954 werd aan deze kerk een kapittel verbonden. Rond 1180 werd de kerk vervangen door een nieuw gebouw in Westfaalse romaanse stijl. Van deze kerk resteren middenschip, noordbeuk, noordertransept en een koortravee. De kerk werd gebouw van Bentheimer zandsteen. In het interieur werd het alternerend stelsel toegepast, waarbij middenbeuk en zijbeuken van elkaar worden gescheiden door bogen die door afwisselend zuilen en pijlers worden gedragen. De drie beuken werden overwelfd met kruisgewelven. Rond 1240 werd de huidige toren gebouwd, die vanwege de vroeg-gotische versieringen wel tot de romanogotiek wordt gerekend. In de tweede helft van de 15e eeuw werden koor en zuidbeuk in gotische stijl vervangen. Het zuidtransept ging hierbij op in de nieuwe zijbeuk en verloor de topgevel. Het plan was om aldus de basiliek om te bouwen tot een hallenkerk. Door geldgebrek en de aanwezigheid van de kapittelzaal boven de noorderlijke zijbeuk werden deze plannen gedwarsboomd. Vanaf 1633 tot 1810 werd de kerk gebruikt door de protestanten, die het gebouw lieten verwaarlozen. Na de teruggave aan de katholieken waren verschillende restauraties nodig. De belangrijkste was de restauratie van 1891 tot 1900, onder leiding van Jos Cuypers. Hierbij verdween de 17e eeuwse Latijnse school op de noordbeuk, die de kapittelzaal had vervangen, en werd de noordelijke absidiool gereconstrueerd naar voorbeeld van die aan de zuidelijke dwarsarm
*****

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Blauwe molen
***
Bouwjaar: 1904
Gebouwd door: Vrijburg uit Oud Ade met onderdelen vermoedelijk van een van de 8 gesloopte boezemmolens te Hillegersberg.
Eigenaar: Rijnlandse Molen Stichting
Plaats: 1 Km ten noorden van Hoogmade, 200 m. ten nooden van de A4
Bemaalde de blauwe polder, 282 ha, opvoerhoogte 1,55 m.
Loost in de Achterwetering.
Romp: houten achtkant gedekt met riet
Kap: gedekt met riet
Vlucht: 27,3 meter
Wiekenkruis: ijzeren rouden
Wiekvorm: oud-hollands
Bovenas: gietijzer - Prins v. Oranje 1873
Kruiwerk: 47 houten rollen, kruirad
Vang: losse Vlaamse blokvang met 4 st. - wipstok
Inrichting: ijzeren scheprad in de molen Ø 5,70 m. breed 0,48 m.
woning in de molen
Overbrengingsverhouding: 2,3 : 1
Versieringen: eenvoudige baard, groen geschilderd met witte rand en opschrift: ANNO 1904.
De polder is gesticht in 1629. Op een kaart van Rijnland van 1647 wordt hij: "de Oudaase polder" genoemd.
De kleur van de poldermolen werd vervolgens de naam van de polder en molen.
Vroeger heeft hier een bewoonde wipmolen getaan, deze werd gesloopt vanwege de slechte staat waarin hij verkeerde.
De huidige moilen werd gekocht van sloper: J.B. Thobe uit Dordrecht en herbouwd door molenmaker Vrijburg uit Oud Ade. Zeer waarschijnlijk betrof het een der 8 gesloopte boezemmolens te Hillegersberg. Aldaar gebouwd in 1772 en op 1 november 1899 buiten bebruik gesteld.
De molen is in 1970-71 gerestaureerd en verkeerd sindsdien in goede staat en wordt redelijk onderhouden.
Vermeldenswaardig is ook de naast de molen nog aanwezige "overtoom" (bedoeld om een boot vanuit het polderwater naar het boezemwater te trekken). Dit bouwwerk is in 1995 ook als rijksmonument erkent.
******
***
Bouwjaar: 1904
Gebouwd door: Vrijburg uit Oud Ade met onderdelen vermoedelijk van een van de 8 gesloopte boezemmolens te Hillegersberg.
Eigenaar: Rijnlandse Molen Stichting
Plaats: 1 Km ten noorden van Hoogmade, 200 m. ten nooden van de A4
Bemaalde de blauwe polder, 282 ha, opvoerhoogte 1,55 m.
Loost in de Achterwetering.
Romp: houten achtkant gedekt met riet
Kap: gedekt met riet
Vlucht: 27,3 meter
Wiekenkruis: ijzeren rouden
Wiekvorm: oud-hollands
Bovenas: gietijzer - Prins v. Oranje 1873
Kruiwerk: 47 houten rollen, kruirad
Vang: losse Vlaamse blokvang met 4 st. - wipstok
Inrichting: ijzeren scheprad in de molen Ø 5,70 m. breed 0,48 m.
woning in de molen
Overbrengingsverhouding: 2,3 : 1
Versieringen: eenvoudige baard, groen geschilderd met witte rand en opschrift: ANNO 1904.
De polder is gesticht in 1629. Op een kaart van Rijnland van 1647 wordt hij: "de Oudaase polder" genoemd.
De kleur van de poldermolen werd vervolgens de naam van de polder en molen.
Vroeger heeft hier een bewoonde wipmolen getaan, deze werd gesloopt vanwege de slechte staat waarin hij verkeerde.
De huidige moilen werd gekocht van sloper: J.B. Thobe uit Dordrecht en herbouwd door molenmaker Vrijburg uit Oud Ade. Zeer waarschijnlijk betrof het een der 8 gesloopte boezemmolens te Hillegersberg. Aldaar gebouwd in 1772 en op 1 november 1899 buiten bebruik gesteld.
De molen is in 1970-71 gerestaureerd en verkeerd sindsdien in goede staat en wordt redelijk onderhouden.
Vermeldenswaardig is ook de naast de molen nog aanwezige "overtoom" (bedoeld om een boot vanuit het polderwater naar het boezemwater te trekken). Dit bouwwerk is in 1995 ook als rijksmonument erkent.
******
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Buurtermolen
*****
Bouwjaar: eind 18e eeuw
Eigenaar: Rijnlandse Molen Stichting sedert 1970
Plaats: 500 m ten zuiden van de Boerenbuurt, aan de oostzijde van de Kever.
Bemaalt de Buurterpolder, opp. 70 ha, opvoerhoogte 1,80 m.
Loost in de Kever.
***
Voet: veldmuren 0,75 m.
Ondertoren: gedekt met riet
Bovenhuis: rood geschilderd met witte randen, voorzijde gerabat in visgraatvorm. Kap: gedekt met geteerde gepotdekselde planken.
Vlucht: 18,15 m.
Wiekenkruis: ijzeren roede, Gebr. Pot Kinderdijk, 1906,
gelaste stalen buitenroeden fabr. Waasdorp Rijpwetering, 1952. Wiekvorm: laatstelijk systeem Fauël.
Bovenas: gietijzer. lengte 3,40 m.
Kruiwerk: glijwerk zonder neuten, kruihaspel.
Vang: losse Vlaamse blokvang uit 4 blokken, wipstok.
Inrichting: stalen vijzel in de molen Ø 1,15 m., geen woning in de molen.
Overbrengingsverhouding: 1 : 2,08
Versieringen: geplrofileerde borstnaald.
De Buurterpolder was vroeger verdeelt in 2 kleinere polders, n.l. de Diepenbrouckpolder en de Backerspolder. Deze werden in 1652 verenigd. Het oudste stuk is de Diepenbouckpolder, deze dateerd van 1639.
In 1970 werd een elektrisch vijzelgemaal gebouwd, welke het maalwerk overnam. In dat jaar werd ook de molen overgedragen aan de Rijnlandse Molen Stichting.

*****
Bouwjaar: eind 18e eeuw
Eigenaar: Rijnlandse Molen Stichting sedert 1970
Plaats: 500 m ten zuiden van de Boerenbuurt, aan de oostzijde van de Kever.
Bemaalt de Buurterpolder, opp. 70 ha, opvoerhoogte 1,80 m.
Loost in de Kever.
***
Voet: veldmuren 0,75 m.
Ondertoren: gedekt met riet
Bovenhuis: rood geschilderd met witte randen, voorzijde gerabat in visgraatvorm. Kap: gedekt met geteerde gepotdekselde planken.
Vlucht: 18,15 m.
Wiekenkruis: ijzeren roede, Gebr. Pot Kinderdijk, 1906,
gelaste stalen buitenroeden fabr. Waasdorp Rijpwetering, 1952. Wiekvorm: laatstelijk systeem Fauël.
Bovenas: gietijzer. lengte 3,40 m.
Kruiwerk: glijwerk zonder neuten, kruihaspel.
Vang: losse Vlaamse blokvang uit 4 blokken, wipstok.
Inrichting: stalen vijzel in de molen Ø 1,15 m., geen woning in de molen.
Overbrengingsverhouding: 1 : 2,08
Versieringen: geplrofileerde borstnaald.
De Buurterpolder was vroeger verdeelt in 2 kleinere polders, n.l. de Diepenbrouckpolder en de Backerspolder. Deze werden in 1652 verenigd. Het oudste stuk is de Diepenbouckpolder, deze dateerd van 1639.
In 1970 werd een elektrisch vijzelgemaal gebouwd, welke het maalwerk overnam. In dat jaar werd ook de molen overgedragen aan de Rijnlandse Molen Stichting.

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Sint-Jacobskerk DOORNIK
***
Zoals vele steden om de bedevaartsweg naar Sint-Jacob van Compostella, heeft ook Doornik een kerk ter ere van deze apostel.
De toren van deze gotische kerk dateert uit de 13e eeuw. Deze lijkt nog te aarzelen tussen romaanse rondbogen en gotische spitsbogen. Het schip werd rond 1215 opgetrokken, en heeft nog zijn originele kap. De bouw van het huidige koor vatte aan in 1368.
******
***
Zoals vele steden om de bedevaartsweg naar Sint-Jacob van Compostella, heeft ook Doornik een kerk ter ere van deze apostel.
De toren van deze gotische kerk dateert uit de 13e eeuw. Deze lijkt nog te aarzelen tussen romaanse rondbogen en gotische spitsbogen. Het schip werd rond 1215 opgetrokken, en heeft nog zijn originele kap. De bouw van het huidige koor vatte aan in 1368.
******
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Heilig Kruis LUIK
***
Van de originele kerk uit het begin van de Maasromaanse bouw, is alleen nog een stukje buitengevel over aan de zuidkant van het oosterkoor. De originele kerk werd gebouw vanaf 976, en werd op 23 oktober 986 ingewijd door bisschop Notker.
Rond 1200 werd De Heilige Kruiskerk helemaal verbouwd in een overgangstijl tussen laatromaans en vroeggotisch. De meeste versieringen dragen nog een Lombardische en Rijnlandse stempel, maar de vensters zitten onder (brede) spitsbogen.
Opvallend (en zeer uitzonderlijk in ons land) is het dubbel koor. Het westerkoor (doet dienst als doopkapel) heeft een halfronde apsis en draagt de achtzijdige toren van de westbouw.
De koortribune in de westertoren is toegankelijk via een trapje aan de noordzijde van de toren.
Het schip van deze driebeukige hallenkerk is gebouwd tussen 1324 en 1361 heeft een klein transept. Merk op dat het oostkoor niet in de as van het schip staat.
Bij de voornaamste kunstschatten noemen we:
Grafmonument in zwarte gepolijste kalksteen uit 1558 voor Hubert Mielemans, schatbewaarder van de prins-bisschop Georges van Oostenrijk. Op de basis van de pilasters staan bijzondere hiërogliefen.
Witte marmeren standbeelden van rond 1662 door Guillaume Coquelet die de heilige Hélène en haar zoon keizer Constantijn voorstellen
'Interventie bij het Heilig Kruis' door Bertholet Flémalle (1614-1675), een meesterwerk uit de barok
Barokke standbeelden van de hand van de Luikse Guillaume Evrard (1709-1793): 'Kristus aan het kuis' en 'De Maagd in pijn'.
Eén van de grootste orgels uit de provincie Luik, gemaakt in 1861. Bijzonder aan dit orgel is dat het zich in een meubel uit 1609 bevindt (in 1861 werd een ouder orgel door dit exemplaar vervangen, met behoud van het meubel). Interessant om weten is dat alle belangrijke Luikse orgelbouwers ooit aan het orgel in dit meubel hebben gewerkt. Na 20 jaar van doodse stilte, werd het orgel nu gedeeltelijk gerestaureerd en kan het terug spelen
***
Van de originele kerk uit het begin van de Maasromaanse bouw, is alleen nog een stukje buitengevel over aan de zuidkant van het oosterkoor. De originele kerk werd gebouw vanaf 976, en werd op 23 oktober 986 ingewijd door bisschop Notker.
Rond 1200 werd De Heilige Kruiskerk helemaal verbouwd in een overgangstijl tussen laatromaans en vroeggotisch. De meeste versieringen dragen nog een Lombardische en Rijnlandse stempel, maar de vensters zitten onder (brede) spitsbogen.
Opvallend (en zeer uitzonderlijk in ons land) is het dubbel koor. Het westerkoor (doet dienst als doopkapel) heeft een halfronde apsis en draagt de achtzijdige toren van de westbouw.
De koortribune in de westertoren is toegankelijk via een trapje aan de noordzijde van de toren.
Het schip van deze driebeukige hallenkerk is gebouwd tussen 1324 en 1361 heeft een klein transept. Merk op dat het oostkoor niet in de as van het schip staat.
Bij de voornaamste kunstschatten noemen we:
Grafmonument in zwarte gepolijste kalksteen uit 1558 voor Hubert Mielemans, schatbewaarder van de prins-bisschop Georges van Oostenrijk. Op de basis van de pilasters staan bijzondere hiërogliefen.
Witte marmeren standbeelden van rond 1662 door Guillaume Coquelet die de heilige Hélène en haar zoon keizer Constantijn voorstellen
'Interventie bij het Heilig Kruis' door Bertholet Flémalle (1614-1675), een meesterwerk uit de barok
Barokke standbeelden van de hand van de Luikse Guillaume Evrard (1709-1793): 'Kristus aan het kuis' en 'De Maagd in pijn'.
Eén van de grootste orgels uit de provincie Luik, gemaakt in 1861. Bijzonder aan dit orgel is dat het zich in een meubel uit 1609 bevindt (in 1861 werd een ouder orgel door dit exemplaar vervangen, met behoud van het meubel). Interessant om weten is dat alle belangrijke Luikse orgelbouwers ooit aan het orgel in dit meubel hebben gewerkt. Na 20 jaar van doodse stilte, werd het orgel nu gedeeltelijk gerestaureerd en kan het terug spelen
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Blaton (Bernissart), Henegouwen
***
Beschrijving / geschiedenis
De "Moulin de la Folie" is gelegen in een weide en dient thans als schuilplaats voor de dieren. Nog volledig bewaarde bakstenen romp met natuurstenen omlijstingen rond ramen en deuren, nu afgedekt met een puntdak. Er is geen binnenwerk meer over. De molen werd gebouwd in 1885, maar heeft slechts enkele jaren gedraaid. Al in 1891 werd hij moedwillig vernield na een ruzie! Dat vormt meteen ook de verklaring van de molennaam
*****
***
Beschrijving / geschiedenis
De "Moulin de la Folie" is gelegen in een weide en dient thans als schuilplaats voor de dieren. Nog volledig bewaarde bakstenen romp met natuurstenen omlijstingen rond ramen en deuren, nu afgedekt met een puntdak. Er is geen binnenwerk meer over. De molen werd gebouwd in 1885, maar heeft slechts enkele jaren gedraaid. Al in 1891 werd hij moedwillig vernield na een ruzie! Dat vormt meteen ook de verklaring van de molennaam
*****
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Wodecq (Ellezelles), Henegouwen
***
Beschrijving / geschiedenis
Deze watermolen werd gebouwd in de 18e eeuw. Achteraan het gebouw bevindt zich het metalen onderslagrad. De molen werkte tot in 1970 en werd in 1990 beschermd als monument. Het binnenwerk is nog geheel aanwezig: twee steenkoppels, walsen, haverpletter.
****
***********
*********************

***
Beschrijving / geschiedenis
Deze watermolen werd gebouwd in de 18e eeuw. Achteraan het gebouw bevindt zich het metalen onderslagrad. De molen werkte tot in 1970 en werd in 1990 beschermd als monument. Het binnenwerk is nog geheel aanwezig: twee steenkoppels, walsen, haverpletter.
****
***********
*********************

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
De Sint-Vituskerk in Bussum was een katholieke kerk die in 1982 werd gesloten. Deze neogotische basiliek werd gebouwd rond 1884 naar een ontwerp van architect Pierre Cuypers die zijn ontwerp baseerde op de Broederenkerk in Zutphen. In tegenstelling tot de kerk in Zutphen werd er een kerktoren toegevoegd, een kopie van de toren van Eemnes-Buiten. Een paar jaar later gebruikte Cuypers de Broederenkerk nogmaals als voorbeeld, nu voor zijn ontwerp van de St. Jozef in Groningen.
De kerk werd in 1988 deels verwoest door een brand. Daarna werden er appartementen gerealiseerd in het gebouw.
In Hilversum is ook een St. Vituskerk, tevens ontworpen door Cuypers
*******
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
De Hervormde kerk van Schermerhorn is een kerk die in 1636 ingebruik genomen is. De kerk staat op een plaats waar sinds 1450 een kerk gestaan heeft.
De oudst bekende kerk was een kapelkerkje waarvan bekend is, dat hij er reeds in 1450 stond. Deze werd in 1526 tot kruiskerk vergroot. In 1612 werd de kerk tijdens een zware storm grotendeels verwoest om twee jaar later als nieuw te herrijzen. In 1634 werd de kerk afgebroken om vervangen te worden door een protestantse kerk.
De vloer van de kerk is verhoogd ten opzichte van het straatniveau, dit diende als extra veiligheid bij storm en hoog water. In de kerk valt het maritieme verleden van Schermerhorn op, in de torenspits valt een gestileerde harpoenspits te herkennen, scheepsmodellen hangen in de kerk en, in de grafstenen zijn schepen te herkennen.
Het orgel stamt uit de tweede helft van de 18e eeuw en wordt aan Jacob Courtain uit Emmerik toegeschreven. Het werd in 1879 in de kerk geplaatst.
De kerk is eigendom van de Hervormde Gemeente Schermer en, wordt alleen nog bij speciale gelegenheden als kerk gebruikt.
****
*****

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Geschiedenis
Molen De Eendragt is een in, of kort voor, 1691 gebouwde achtkante bovenkruier met stelling. Zeer waarschijnlijk heeft molen de Osch op deze lokatie gestaan. De windbrief voor deze molen werd op 21 oktober 1691 verleend aan Hilgert Hilgertsz. Cramer, brandewijnbrander te Weesp.
De molen was gebouwd op grond van het burgerweeshuis der stad Weesp en bedoeld om graan te breken voor de brandewijnbranders, een moutmolen derhalve.
Rond 1807 kwam er een eind aan het malen voor de branderijen en werd de molen tot schelpzandmolen verbouwd. In een schelpzandmolen werden van het strand aangevoerde schelpen met kantstenen fijngemalen. Het hierna door zeven of builen verkregen poeder werd gebruikt voor de fabricage van fijn aardewerk, de grovere bestanddelen werden benut als schuurmiddel. Later werd er op de molen ook kunstcement vermalen. In 1815 werd de molen verkocht aan een combinatie van vier timmerlieden, te weten gebroeders Van der Bergh uit Weesp, G. Verschuur uit Muiden en Van der Stok uit Naarden, die hem tot houtzaagmolen lieten verbouwen. In 1830 traden Van der Stok en Verschuur uit, waarna de molen in volle eigendom overging naar de gebroeders Van der Bergh. Deze breidden de zaak al spoedig uit want in of kort na 1835 bouwden ze direct ten zuiden van De Eendragt eigenhandig een paltrokhoutzaag-molen met loods, schuitenhuis, helling en knechtswoning. Lang heeft deze molen, die De Gebroeders was genoemd, echter niet bestaan want al in 1851 werd hij gesloopt.
De molen De Eendragt kreeg kort na 1920 een oliemotor als hulpkracht maar bleef als windhoutzaagmolen in bedrijf tot omstreeks 1932. In dat jaar werd hij aan een houthandel verkocht, waarna de molen sterk in verval raakte en uiteindelijk zelfs van zijn wiekenkruis werd ontdaan.
De ontrakelde molen werd in 1950 overgedragen aan de gemeente Weesp, die hem in 1952 op haar beurt voor het symbolische bedrag van één gulden verkocht aan een particulier Dr. Buma, onder de verplichting de molen uitwendig weer als molen te herstellen. Dit herstel kwam in dat zelfde jaar nog tot stand. De molen werd daarbij echter geheel verbouwd en ingericht tot woning en dokters praktijk, waarbij de karakteristieken van de zaagmolen zoals het zaagmechanisme, de sleephelling en het balkengat verloren gingen. De tegen de molen aansluitende houten zaagschuren zijn toen gedeeltelijk in steen herbouwd.
Na jaren van stilstand wordt de molen sinds het najaar van 1977 weer nu en dan in werking gesteld.
Constructie
Het overwegend eiken achtkant van deze molen staat op een wat lage, zwaar uitgevoerde stenen onderbouw en heeft een boventafelement met blokkeelconstructie.
De onderste bintlaag met bijbehorende karbelen is in grenen uitgevoerd wat ongetwijfeld betekent dat deze later is aangebracht. Hoewel dit thans vanwege alle binnenbetimmeringen niet meer is te constateren, is het niet onmogelijk dat de molen per veld slechts één veldkruis heeft of heeft gehad. Ook is niet meer te zien of er wel dan niet een ondertafelement aanwezig is. De kap kruit op een houten rollen en is al eens grotendeels vernieuwd (19de eeuw?). Het wiekenkruis bestaat uit twee ingekorte roeden met Oudhollands wieksysteem. Ze zijn in 1952 aangebracht en waren afkomstig uit een molen te Delfzijl.
De binnenroe is in 1885 gemaakt voor de Veenpolder van Echten (F). Het nummer van de buitenroe is niet goed leesbaar maar lijkt nr. 1350 te zijn. Deze roe werd in 1884 gemaakt, eveneens voor de Veenpolder van Echten.
De bovenas is eveneens uit een andere molen afkomstig en omstreeks de eeuwwisseling of iets later in De Eendragt aangebracht ter vervanging van een houten as.
De molen heeft een Vlaamse vang. Het totaalbeeld dat de gehele molenconstructie biedt doet sterk vermoeden dat voor de bouw omstreeks 1691 een tweedehands en van elders komende molen is gebruikt. Waarschijnlijk was de huidige molen voordien een grondzeilenkorenmolen.
Het ontbreken van kruikrammen of sporen daarvan in het boventafelement geeft aan dat de molen als buitenkruier is gebouwd.
In 1952 is een engels kruiwerk geplaats en is de molen aangepast om als woning dienst te doen.
************
Molen De Eendragt is een in, of kort voor, 1691 gebouwde achtkante bovenkruier met stelling. Zeer waarschijnlijk heeft molen de Osch op deze lokatie gestaan. De windbrief voor deze molen werd op 21 oktober 1691 verleend aan Hilgert Hilgertsz. Cramer, brandewijnbrander te Weesp.
De molen was gebouwd op grond van het burgerweeshuis der stad Weesp en bedoeld om graan te breken voor de brandewijnbranders, een moutmolen derhalve.
Rond 1807 kwam er een eind aan het malen voor de branderijen en werd de molen tot schelpzandmolen verbouwd. In een schelpzandmolen werden van het strand aangevoerde schelpen met kantstenen fijngemalen. Het hierna door zeven of builen verkregen poeder werd gebruikt voor de fabricage van fijn aardewerk, de grovere bestanddelen werden benut als schuurmiddel. Later werd er op de molen ook kunstcement vermalen. In 1815 werd de molen verkocht aan een combinatie van vier timmerlieden, te weten gebroeders Van der Bergh uit Weesp, G. Verschuur uit Muiden en Van der Stok uit Naarden, die hem tot houtzaagmolen lieten verbouwen. In 1830 traden Van der Stok en Verschuur uit, waarna de molen in volle eigendom overging naar de gebroeders Van der Bergh. Deze breidden de zaak al spoedig uit want in of kort na 1835 bouwden ze direct ten zuiden van De Eendragt eigenhandig een paltrokhoutzaag-molen met loods, schuitenhuis, helling en knechtswoning. Lang heeft deze molen, die De Gebroeders was genoemd, echter niet bestaan want al in 1851 werd hij gesloopt.
De molen De Eendragt kreeg kort na 1920 een oliemotor als hulpkracht maar bleef als windhoutzaagmolen in bedrijf tot omstreeks 1932. In dat jaar werd hij aan een houthandel verkocht, waarna de molen sterk in verval raakte en uiteindelijk zelfs van zijn wiekenkruis werd ontdaan.
De ontrakelde molen werd in 1950 overgedragen aan de gemeente Weesp, die hem in 1952 op haar beurt voor het symbolische bedrag van één gulden verkocht aan een particulier Dr. Buma, onder de verplichting de molen uitwendig weer als molen te herstellen. Dit herstel kwam in dat zelfde jaar nog tot stand. De molen werd daarbij echter geheel verbouwd en ingericht tot woning en dokters praktijk, waarbij de karakteristieken van de zaagmolen zoals het zaagmechanisme, de sleephelling en het balkengat verloren gingen. De tegen de molen aansluitende houten zaagschuren zijn toen gedeeltelijk in steen herbouwd.
Na jaren van stilstand wordt de molen sinds het najaar van 1977 weer nu en dan in werking gesteld.
Constructie
Het overwegend eiken achtkant van deze molen staat op een wat lage, zwaar uitgevoerde stenen onderbouw en heeft een boventafelement met blokkeelconstructie.
De onderste bintlaag met bijbehorende karbelen is in grenen uitgevoerd wat ongetwijfeld betekent dat deze later is aangebracht. Hoewel dit thans vanwege alle binnenbetimmeringen niet meer is te constateren, is het niet onmogelijk dat de molen per veld slechts één veldkruis heeft of heeft gehad. Ook is niet meer te zien of er wel dan niet een ondertafelement aanwezig is. De kap kruit op een houten rollen en is al eens grotendeels vernieuwd (19de eeuw?). Het wiekenkruis bestaat uit twee ingekorte roeden met Oudhollands wieksysteem. Ze zijn in 1952 aangebracht en waren afkomstig uit een molen te Delfzijl.
De binnenroe is in 1885 gemaakt voor de Veenpolder van Echten (F). Het nummer van de buitenroe is niet goed leesbaar maar lijkt nr. 1350 te zijn. Deze roe werd in 1884 gemaakt, eveneens voor de Veenpolder van Echten.
De bovenas is eveneens uit een andere molen afkomstig en omstreeks de eeuwwisseling of iets later in De Eendragt aangebracht ter vervanging van een houten as.
De molen heeft een Vlaamse vang. Het totaalbeeld dat de gehele molenconstructie biedt doet sterk vermoeden dat voor de bouw omstreeks 1691 een tweedehands en van elders komende molen is gebruikt. Waarschijnlijk was de huidige molen voordien een grondzeilenkorenmolen.
Het ontbreken van kruikrammen of sporen daarvan in het boventafelement geeft aan dat de molen als buitenkruier is gebouwd.
In 1952 is een engels kruiwerk geplaats en is de molen aangepast om als woning dienst te doen.
************
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
De Walderveense Molen (1912) in Walderveen
Geschiedenis
Voor 1895 stond op deze plaats een standerdmolen. Toen de grootvader van de tegenwoordige eigenaar zich hier in 1895 als molenaar vestigde, sloopte hij de bouwvallige standerdmolen en bouwde een stellingmolen. Door blikseminslag brandde deze molen in 1911 af; alleen het stenen voetstuk bleef intact. Op deze onderbouw is in 1912 een nieuwe molen gebouwd, waarbij onderdelen van een mogelijk uit Noord-Holland afkomstige molen werden gebruikt. Het is niet uitgesloten dat deze molen in Friesland heeft gestaan.
In de oorlogsjaren fungeerde de molen als militaire uitkijkpost voor de Duitsers en later de Canadezen.
De molen is in 1962 en in 1980 gerestaureerd en is geregeld in werking voor het malen van veevoer.
Eigenaren
De vorige eigenaren waren: H. Mulder (1895-1918), A. Mulder (1918-1948), Fa. A. Mulder & Zonen (1948-1964) en A. Mulder & Zonen C.V. (1964-1975), gemeente Ede.
Informatie
De molen (type 8-kante stellingmolen) staat aan de Renswoudsestraatweg 28 in het buurtschap Walderveen in Ede. Molenaar is de heer A.J. van de Lagemaat, tel. (0318) 48 38 46. De molen is - op afspraak - open voor publiek.

Geschiedenis
Voor 1895 stond op deze plaats een standerdmolen. Toen de grootvader van de tegenwoordige eigenaar zich hier in 1895 als molenaar vestigde, sloopte hij de bouwvallige standerdmolen en bouwde een stellingmolen. Door blikseminslag brandde deze molen in 1911 af; alleen het stenen voetstuk bleef intact. Op deze onderbouw is in 1912 een nieuwe molen gebouwd, waarbij onderdelen van een mogelijk uit Noord-Holland afkomstige molen werden gebruikt. Het is niet uitgesloten dat deze molen in Friesland heeft gestaan.
In de oorlogsjaren fungeerde de molen als militaire uitkijkpost voor de Duitsers en later de Canadezen.
De molen is in 1962 en in 1980 gerestaureerd en is geregeld in werking voor het malen van veevoer.
Eigenaren
De vorige eigenaren waren: H. Mulder (1895-1918), A. Mulder (1918-1948), Fa. A. Mulder & Zonen (1948-1964) en A. Mulder & Zonen C.V. (1964-1975), gemeente Ede.
Informatie
De molen (type 8-kante stellingmolen) staat aan de Renswoudsestraatweg 28 in het buurtschap Walderveen in Ede. Molenaar is de heer A.J. van de Lagemaat, tel. (0318) 48 38 46. De molen is - op afspraak - open voor publiek.

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Paterskerk
De eerste Begijnhofkerk in België werd in 1240 gebouwd te Luik. Als tweede oudste begijnhof wordt vaak Tienen vermeld, waar in 1245 met de bouw van de vroeggotische Begijnhofkerk werd gestart. De vlakke voorgevel bevatte geen klokkentoren. De plattegrond bestond uit drie beuken en een niet uitspringende pseudo-transept uit de 13de eeuw. Het koor en de zijkapellen dateren uit de 14de eeuw. Van het schip zijn enkel de spitsbooggewelven tegen de voorgevel bewaard gebleven. Die tonen duidelijk aan dat alle bogen op eenvoudige vierkante zuilen rustten. De kerk bezat een gelambrizeerd houten tongewelf.
In 1843 verkocht de Commissie der Burgerlijke Godshuizen (een voorloper van het huidige OCMW) de Begijnhofkerk en de aanpalende gebouwen aan de paters Dominicanen, die het geheel omvormden tot een klooster. Dat de paters erg geliefd waren, merken we aan het feit dat de Begijnhofkerk bij de Tienenaars nog altijd bekend staat als de “Paterskerk”.
Op 22 september 1976 werd de kerk door een hevige brand grotendeels vernield. Na restauratie werd de ruïne in 1997 ingericht als wandelpark met een historisch en toeristisch karakter
********
Kerk van het Heilig Hart
De kerk van het Heilig Hart werd op initiatief van pastoor Leys gebouwd. De eerstesteenlegging door kardinaal Van Roey, vond plaats op 15 mei 1939. Op 14 april 1940 werd de kerk opengesteld voor het publiek. De plechtige wijding ging door op 7 en 8 oktober 1951.
Kerk van de Goddelijke Zaligmaker, Hakendover
Het overwegend gotisch gebouw werd in verschillende periodes, van de 13de tot de 16de eeuw, opgericht. De westertoren met romaanse kern uit het begin van de 13de eeuw werd na een brand in 1860 voorzien van steunberen. De kerk bestaat uit een driebeukig schip, een uitspringend transept met oostkapellen en een lang koor. Eén van de kerkelijke kunstschatten is het gotische retabel uit 1400-1404. Aan de stichting van deze kerk is een legende verbonden die aan de basis ligt van de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag. Deze kerk was vroeger een belangrijk bedevaartsoord.
***********
[Bron: brochure "Langs Vlaamse Wegen" - VTB-VAB vzw]
De eerste Begijnhofkerk in België werd in 1240 gebouwd te Luik. Als tweede oudste begijnhof wordt vaak Tienen vermeld, waar in 1245 met de bouw van de vroeggotische Begijnhofkerk werd gestart. De vlakke voorgevel bevatte geen klokkentoren. De plattegrond bestond uit drie beuken en een niet uitspringende pseudo-transept uit de 13de eeuw. Het koor en de zijkapellen dateren uit de 14de eeuw. Van het schip zijn enkel de spitsbooggewelven tegen de voorgevel bewaard gebleven. Die tonen duidelijk aan dat alle bogen op eenvoudige vierkante zuilen rustten. De kerk bezat een gelambrizeerd houten tongewelf.
In 1843 verkocht de Commissie der Burgerlijke Godshuizen (een voorloper van het huidige OCMW) de Begijnhofkerk en de aanpalende gebouwen aan de paters Dominicanen, die het geheel omvormden tot een klooster. Dat de paters erg geliefd waren, merken we aan het feit dat de Begijnhofkerk bij de Tienenaars nog altijd bekend staat als de “Paterskerk”.
Op 22 september 1976 werd de kerk door een hevige brand grotendeels vernield. Na restauratie werd de ruïne in 1997 ingericht als wandelpark met een historisch en toeristisch karakter
********
Kerk van het Heilig Hart
De kerk van het Heilig Hart werd op initiatief van pastoor Leys gebouwd. De eerstesteenlegging door kardinaal Van Roey, vond plaats op 15 mei 1939. Op 14 april 1940 werd de kerk opengesteld voor het publiek. De plechtige wijding ging door op 7 en 8 oktober 1951.
Kerk van de Goddelijke Zaligmaker, Hakendover
Het overwegend gotisch gebouw werd in verschillende periodes, van de 13de tot de 16de eeuw, opgericht. De westertoren met romaanse kern uit het begin van de 13de eeuw werd na een brand in 1860 voorzien van steunberen. De kerk bestaat uit een driebeukig schip, een uitspringend transept met oostkapellen en een lang koor. Eén van de kerkelijke kunstschatten is het gotische retabel uit 1400-1404. Aan de stichting van deze kerk is een legende verbonden die aan de basis ligt van de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag. Deze kerk was vroeger een belangrijk bedevaartsoord.
***********
[Bron: brochure "Langs Vlaamse Wegen" - VTB-VAB vzw]
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
De Kortlandse molen
***
Kortland 36, Alblasserdam. Ronde stenen grondzeiler; SIMAV.
De molen is gebouwd in 1890 en diende als vervanging van de bouwvallige wipmolen op dezelfde plaats. De eerste drie meter is rechtopgaand gebouwd, daarna conisch. Deze vorm is vrij uniek voor dit type molen. Net als De Blokker kwam deze molen in 1986 in het bezit van SIMAV.
De molen is maalvaardig
****
De Blokker
***
Blokweersekade 7, Alblasserdam. Wipwatermolen;
Stichting Wereld Erfgoed
Het bouwjaar is onbekend. Bemaalde tot 1956 met een hulpgemaal dicht bij de molen, de polder Blokweer. In eerste instantie werd de molen aan de gemeente Alblasserdam verkocht die de molen op haar beurt in 1985 gelijk met de Kortlandse molen aan de SIMAV overdeed. In de molen is een gastenverblijf.
Na de brand van 1997 is de molen geheel gerestaureerd.
****
***
Kortland 36, Alblasserdam. Ronde stenen grondzeiler; SIMAV.
De molen is gebouwd in 1890 en diende als vervanging van de bouwvallige wipmolen op dezelfde plaats. De eerste drie meter is rechtopgaand gebouwd, daarna conisch. Deze vorm is vrij uniek voor dit type molen. Net als De Blokker kwam deze molen in 1986 in het bezit van SIMAV.
De molen is maalvaardig
****
De Blokker
***
Blokweersekade 7, Alblasserdam. Wipwatermolen;
Stichting Wereld Erfgoed
Het bouwjaar is onbekend. Bemaalde tot 1956 met een hulpgemaal dicht bij de molen, de polder Blokweer. In eerste instantie werd de molen aan de gemeente Alblasserdam verkocht die de molen op haar beurt in 1985 gelijk met de Kortlandse molen aan de SIMAV overdeed. In de molen is een gastenverblijf.
Na de brand van 1997 is de molen geheel gerestaureerd.
****
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet