Historie van Belgie

Dit is de plaats voor cultuur en historie. Ook voor nostalgie en geschiedenis van steden, dorpen, kerken, rivieren, enz. kan je hier terecht.

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

02 feb 2006, 10:18

Wederopstanding
***
In 1926 schenkt de familie de Harenne de ruïnes van Orval en de gronden eromheen aan de Orde van Cîteaux. Ze zou er graag opnieuw een monastieke gemeenschap tot stand zien komen.

Dom Jean-Baptiste Chautard, abt van Sept-Fons (in het Franse departement Allier), neemt de verantwoordelijkheid voor de nieuwe stichting op zich. Hij zendt een groep monniken naar Orval; zij zullen de kern van de nieuwe gemeenschap vormen
Afbeelding
De heropbouw van het klooster wordt een reusachtige onderneming. Dom -Albert van der Cruyssen, Gentenaar en monnik van La Trappe, zet zijn schouders onder deze taak. Men laat architect Henry Vaes een nieuw klooster uittekenen dat moet opgetrokken worden op de fundamenten van de achttiende-eeuwse abdij. In 1936 wordt Orval een zelfstandige abdij; Dom Marie-Albert wordt tot abt verkozen.

In worden 1948 de bouwwerken beëindigd worden ; op 8 september van dat jaar wordt de kerk plechtig ingewijd. Kort daarop geeft Dom Marie-Albert zijn ontslag als abt. Zijn taak is volbracht. Hij sterft in 1955. Met hem wordt de laatste bladzijde van de recente geschiedenis van Orval omgedraaid. Wat daarop volgt is nog te jong om geschiedenis te heten
****************
Brouwerij van Orval
De plaats van het bier in de geschiedenis van Orval
****

Afbeelding
Gedurende de lange geschiedenis van Orval is er waarschijnlijk altijd een brouwerij geweest. Daarvan getuigen oude plannen, een precieze beschrijving van het fabricatieproces door een franciscaan, 300 jaar geleden en de naam van een plaats, "hoplochting" dicht bij het klooster. Bier brouwen was inderdaad de gewoonte in deze streken, die zich niet leenden tot wijnbouw. Bier stond in hoog aanzien omwille van zijn voedingswaarde : men noemde het "vloeibaar brood".

Vanaf 1529, wanneer keizer Karel de monniken toelating geeft een ijzersmelterij op te richten om de nodige inkomsten te verwerven om de grote oorlogsschade te herstellen, is de abdij van Orval altijd het toneel geweest van een economische activiteit, die belangrijker was dan nodig voor het levensonderhoud van de gemeenschap
Afbeelding
Vanaf 1529, wanneer keizer Karel de monniken toelating geeft een ijzersmelterij op te richten om de nodige inkomsten te verwerven om de grote oorlogsschade te herstellen, is de abdij van Orval altijd het toneel geweest van een economische activiteit, die belangrijker was dan nodig voor het levensonderhoud van de gemeenschap.

Toen Orval uit zijn as herrees, na meer dan 130 jaar ruïne, vereistte de heropbouw van de abdij aanzienlijke financiële middelen ; de brouwerij werd opgericht om de rol van de vroegere ijzersmelterij over te nemen.

De brouwerij werd in 1931 dus niet gebouwd om werk te geven aan de monniken, die toen reeds brood bakten en kaas maakten ; vanaf het begin werden leken in dienst genomen. De eerste meester-brouwer was een duitser, Pappenheimer genaamd ; hij is begraven op het kerkhof van Villers-devant-Orval.

Hij en de Belg Honoré Van Sande, die tijdens diezelfde periode in de brouwerij werkte, liggen aan de basis van dit zo typische bier. Zij waren stoutmoedig : de combinatie van fabricatiemethoden die zij toepasten komen nergens elders voor. Verschillende van deze methoden, zoals het 'drooghoppen", zijn Enge1s. Het aroma en de fijnheid van de smaak van het bier is dan ook meer te danken aan de hoppen en de gisten dan aan de gebruikte mouten. Zowel het recept, het glas, de fles als het etiket, zoals wij die nu nog kennen, zijn nog dezelfde als in het begin van de jaren 30
Afbeelding
*************
http://www.orval.be/nl/FS_nl.html
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

04 feb 2006, 11:52

De brouwerij


Hoe het bier van Orval gebrouwen wordt
*****
Afbeelding
De verbruiker die een bier proeft aan de toog van een café of in familiekring, heeft er ongetwijfeld geen idee van hoe complex het brouwproces is.
Afbeelding
Onder de verschillende stadia van het brouwproces onderscheiden we vooral het mouten en het brouwen. De ingrediënten maken van elk type bier een geval apart : het water, de mout, de suiker en de hop. Het brouwen van bier vereist nauwgezetheid en is een cocktail van chemie, biologie en kookkunst.
Afbeelding
Om bier te brouwen zijn de volgende vijf stappen nodig :

vooreerst heeft men een zetmeelbron nodig, meestal gerstenmout
vervolgens schroot men de moutkorrels om het zetmeel vrij te maken
dit zetmeel zet men om in eenvoudige suikers
men voegt gist toe om het suiker in alcohol om te zetten
de aldus bekomen troebele vloeistof laat men rusten alvorens te filtreren.
Afbeelding
Het resultaat van deze handelingen is bier : bier kan zoet of bitter zijn, blond of donker, troebel of briljant helder, parelend en in min of meerdere mate alcoholisch. Dit is het basisrecept voor alle brouwers ter wereld.

Mout verschilt van gerst door zijn broosheid, zijn lichtjes zoete smaak, zijn min ofmeer gekaramelliseerde geur en zijn kleur. Om Orval

Afbeelding
Om Orval te brouwen, gebruiken wij bleekmout en een weinig karamelmout. De schrootmolen levert de brouwer een soort moutmeel, die hij mengt met water van de Mathildebron. Het aldus bekomen beslag moet voortdurend geroerd worden. Vroeger gebruikten de brouwers daarvoor een roervork, doch de moderne beslagkuipen zijn uitgerust met een mechanisch roerwerk. Ondertussen moet de brouwer de temperatuur van het beslag nauwkeurig volgen.
*****
http://www.orval.be/nl/FS_nl.html
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

05 feb 2006, 14:28

Na enkele uren reeds bekomt men, via de infusiemethode, een zoete vloeistof, wort genoemd. Deze wort wordt gefilterd en overgepompt naar de kookketel, waar hij gekookt wordt en op smaak gebracht wordt door toevoeging van fijne duitse en joegoslavische hoppen. Tijdens dit kookproces wordt de witte kandij toegevoegd. Na het koken is het wort steriel en het is belangrijk infectie te vermijden. Wort is immers rijk aan stikstofverbindingen en een gemakkelijke prooi voor bacteriën. Nochtans moet het wort gekoeld worden tot een geschikte temperatuur om de gist toe te voegen. Dit gebeurt door middel van een platenkoeler die vooraf steriel gemaakt is.Afbeelding
Afbeelding
De gekoelde wort gaat vervolgens naar de gistkuipen, waar gist wordt in gezaaid die gekweekt werd op basis van een reincultuur. Hierop volgt een hevige gisting waarbij eerst schuim en later de gist komt bovendrijven. De hoofdgisting duurt 5 tot 6 dagen. Gist vormt het hoofdingrediënt van bier. Zonder gist zou een gelijkaardige drank nooit bestaan hebben. Dat de gist verantwoordelijk is voor de gisting weten we slechts sinds 1830. De Duitse scheikundige Mayer, die als eerste deze miscroscopisch kleine organismen isoleerde, doopte ze saccharomycen, een wetenschappelijke naam voor "suikerzwam". Na Pasteur kwam de Deen Hansen ; hij isoleerde zowel de lage gist als de hoge gist. In Orval gebruiken wij een stam van deze hoge gist. Deze gistsoort werkt tussen de 15°C en 20°C en komt, zoals het schuim, bovendrijven tijdens de gisting.


Afbeelding
Afbeelding
Na de hoofdgisting wordt het jongbier overgepompt naar de lagertanks. Het bier rijpt er, krijgt een betere smaak en verzadigt zich met koolzuurgas. De lagering duurt 3 weken bij een temperatuur van 15°C. Tijdens de lagering wordt de speciale gist van Orval toegevoegd, die het bier zijn typische smaak geeft. Deze nagisting op tank geeft het bier zijn onvergelijkbare smaak, terwijl de verse hop die toegevoegd werd het boeket versterkt.
Afbeelding
De hop, die slechts laat opdook als smaakmaker bij het brouwen van bier, heeft meerdere toepassîngen. Hoewel ook gebruikt in de geneeskunde, is het toch de brouwerij die de hop tot industnëel gekweekte plant heeft gemaakt. Zeer bekende variëteiten zijn de Hallerthau (Beieren) en de Stynë (Joegosiavië.). Beiden worden in Orval gebruikt.
Afbeelding
Afbeelding
Voor het afvullen, wordt het bier overgepompt naar een mengtank, waar vloeibaar kandijsuîker en gist worden toegevoegd voor de hergisting op fles. De afvulzaal, die volledig geautomatiseerd is, heeft een capaciteit van 20.000 33-cl flessen per uur.
Afbeelding Afbeelding
n warme kamers hergîst het bier van Orval gedurende ongeveer vier weken aan 15°C. Deze hergisting op fles verloopt zoals de hoofdgisting. Het bier verzadigt zich met koolzuurgas, dat tijdens deze fase gevormd wordt, waardoor de romige schuimkraag gevormd wordt.
Afbeelding Afbeelding
Ongeveer twee maanden na het brouwen verlaat het bier van Orval de brouwerij, na meerdere malen gecontroleerd geweest te zijn op kwalîteit. Dit bier zal de consument veel genot schenken, als volgende regels gerespecteerd worden :

bier, als drank even delicaat als wijn, moet donker bewaard worden aan een temperatuur tussen de 10°C en de 15°C. Deze temperatuur is tevens de ideale schenktemperatuur.
Gebruik steeds het origineel Orval-glas.
Drink het bezinksel apart op.

Afbeelding Afbeelding
****************
http://www.orval.be/nl/FS_nl.html
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

06 feb 2006, 13:41

De kaasmakerij.
***
Afbeelding
Het waren de monniken van de Abdij van Sept-Fons in Moulins (Frankrijk) die de Abdij van Orval deden herleven en die de productie van de kaas ter hand namen. Dit laatste gebeurde in 1928, twee jaar na de tergkeer van de monniken. De oorspronkelijke kaasmakerij is in de loop van de geschiedenis drie maal gemoderniseer.
Afbeelding
De Orvalkaas is een ambachtelijk product. De vervaardiging gebeurt onder toezcht van de monniken. In Belgïe behoort de Orvalkaas tot de categorie van de kazen die "Plateau" worden genoemd. De Orvalkaas stamt af van deze die in 1816 voor het eerst werd geproduceerd door de Trappisten van Franse Abdij "Port-du-Salut" in Entrammes, in het departement van La Mayenne, in Frankrijk.
*************
Hoe de kaas vervaardigd wordt.
*****
De kaasmakerijj
Beschrijving van het fabricatieproces
*****

Afbeelding
Om de kaas van Orval te maken wordt zowel beroep gedaan op traditie als op spitstechnologie. Er bestaan in de kaas drie soorten : verse kaas, zachte kaas en halfzachte kaas. In deze laatste soort bestaan gekookte en niet-gekookte kazen. In Orval maken wij een niet-gekookte halfzachte kaas volgens een procédé dat in de vorige eeuw door de monniken van Port-du- Salut op punt werd gesteld.

De melk, basisgrondstof van de kaas, wordt in de omliggende hoeven opgehaald. Deze boerderijen bevinden zich in de Gaume-streek, het zuidelijkst gelegen deel van Be1gië, waarin ook Orval gelegen is. De melk wordt direct na het melken naar de kaasmakerij vervoerd. Wij gebruiken dus uitsluitend verse en niet behandelde melk. Onmiddellijk na aankomst van de melk wordt elke levering gecontroleerd op de kwaliteit
*******
Stap 1 : Pasteuriseren.
**
Het productieproces begint met het pasteuriseren van de melk. Zo worden eventueel schadelijke micro-organismen geëlimineerd.
*******
Stap 2 : Fabricatie.
***
Afbeelding
Vervolgens wordt de melk opgewarmd tot 33°C en overgepompt naar de productiekuipen om er te stremmen. Voorafgaand wordt stremsel toegevoegd om het stremmen van de melk te bevorderen en het productieproces te regelen.

Het stremmen is de overgang van de vloeibare toestand van de melk naar een meer vaste vorm, wrongel genoemd. Door toevoeging van leb, een substantie die aanwezig is bij het kalf, krijgt de melk in enkele minuten tijd het aspect van een flan. Terwijl de wrongel harder wordt, bepaalt de kaasmaker het belangrijk tijdstip van het snijden. De gestremde melk wordt dan gesneden door middel van een draad om de wei te scheiden van de wrongel, dat de basis van de kaas is. Vervolgens wordt lactose (melksuiker) vervangen door water, werkwijze die nochtans niet verplicht is bij niet-gekookte halfzachte kazen.
****
Stap 3 : Drainage.
****
Afbeelding
Nadat door het snijden wei en wrongel gescheiden werden, moet de wei verwijderd worden. Dit wordt draineren of uitlekken genoemd. Bij kaas met een hoger gehalte aan droge stof zoals de halfzachte kaas wordt het uitlekken door persen versterkt. De fabricatiekuip wordt leeggegoten in de voorpers ; door de geperforeerde bodem kan de wei weglopen.
*****
http://www.orval.be/nl/FS_nl.html/
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

07 feb 2006, 12:05

Stap 4 : In vorm brengen
*******
Afbeelding
Vervolgens wordt de kaas in gietvormen gebracht. Terwijl de kaasmaker de fabricatiekuip kuist, brengt iemand anders de vooraf gesneden blokken wrongel over naar de vormen. Deze zijn voorzien van gaten, waardoor de overgebleven wei afgevoerd wordt. Van deze vormen hangt de uiteindelijke vorm van de kaas af, in dit geval de vorm van een brood. Een transportband brengt de met wrongel gevulde vormen naar een tunnelpers, waar zij automatisch op rijen van 10 geplaatst worden.
******
Stap 5 : Het persen.
****
Het persen van deze vormen gebeurt in één keer. Door de toenemende druk wordt de korrelige wrongel omgezet in een homogene massa. Een luchtkussen onder de bovenkant van de pers zorgt ervoor dat de druk op de verschillende vormen identiek is. Aldus worden de kazen op een uniforme manier geperst, onafhankelijk van hun grootte.
******
Stap 6 : Uit de vormen nemen.
*****
Afbeelding
Na het persen worden de kazen uit de vormen verwijderd en per 10 in manden geplaatst. Ieder lot wordt voorzien van een code, die identificatie toelaat tijdens het affineren en tijdens de commerciële distributie.
****
Stap 7 : Het pekelen.
*****
Vervolgens komt het pekelen van de kaas. Dit geeft meer smaak aan de kaas. Daarenboven is zout een goed bewaarmiddel en beschermt het tegen zekere micro-organismen. In Orval worden de kazen gedurende enkele uren ondergedompeld in een pekelbad.
*****
Stap 8 : Affineren en wassen.
****
Afbeelding
Nadat de kazen uit het pekelbad komen volgt het affineren. Dit is essentieel voor het bekomen van een kwaliteitskaas. De rijke, typische smaak ontwikkelt zich, de textuur van de kaas verbetert en wordt soepel en romig. Tevens wordt hier de korst gevormd. Het affineren gebeurt in een speciaal daartoe bestemde ruimte waar het rijpingsproces onder zeer precieze parameters verloopt : luchtvochtigheid, temperatuur en luchtverversing. Om goede kaas te maken is werk en tijd nodig. In Orval duurt het affineren 3 weken.
Als de kaas voldoende gerijpt is, wordt hij gedroogd om te voorkomen dat hij kleverig wordt.
**********
Stap 9 : Het inpakken, wegen en verzenden.
****
Afbeelding
Vervolgens worden de kazen mechanisch ingepakt, gewogen en voorzien van een etiket. Op het etiket staat volgende informatie afgedrukt : fabricatienummer (= lotnummer), het erkenningsnummer van de kaasmakerij, het gewicht, de inpakdatum, de houdbaarheidsdatum die 75 dagen bedraagt vanaf de datum van inpakken. De kazen worden verpakt in een speciaal vetpapier dat te sterk uitdrogen voorkomt en tegelijkertijd vochtwerend is.
De kazen, bestemd voor verkoop buiten de abdij, worden per 6 in dozen verpakt, die op paletten gestapeld worden en koel opgeslagen worden in afwachting van verzending. In de winkel van de abdij wordt de kaas verkocht in blokken van ongeveer één kilo, wat overeenkomt met een halve kaas. Buiten de abdij wordt de kaas meestal versneden.
*********
Distributie van Orval Kaas.
*******

Afbeelding
Deze kaas wordt vervaardigd op de site van van de trappistenabdij in Orval in het zuiden van België
Als basisgrondstof gebruikt men verse volle melk uit de Gaumestreek
Het is een halfzachte kaas van het St.-Paulintype die gedurende drie weken rijpt.
Hij heeft een natuurlijkekorst, waarvan de kleur evolueert van oranje naar bordeaux
De totale droogstof bedraagt ± 53 % van het gewicht
De verhouding van het vetgehalte tot het totale gewicht is ± 30 %
Het zoutgehalte bedraagt ongeveer 15 gr per kg kaas
Elk blok weegt 2,1 kg
De niet versneden kazen zijn rechthoekig


Ingrediënten
Gepasteuriseerde melk van koeien, melkzuursel, stremsel en zout
******
http://www.orval.be/nl/FS_nl.html./
Afbeelding
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

08 feb 2006, 14:27

Afbeelding
:: Het Glabbeekse gemeentewapen.
*****
Het vroegere zegel
Een oud koperen zegel van 4 cm doorsnede van de schepenbank van Glabbeek wordt bewaard in het archief van Sint Germanus te Tienen. Het toont Sint-Niklaas, de patroon van de parochie, in bisschopsgewaad en in staande houding. Met de rechterhand zegent hij een vleeskuip waaruit drie vermoorde kinderen levend opstaan. In de linkerhand heeft hij een herdersstaf met een afhellende krulneut en voorzien van een afhangende zweetdoek. Hij houdt met de linkerhand aan een lederen riem een wapenschild met drie palen. Als randschrift leest men : S. Ad. Cas. Sca binor; Dui. De. Glabbeecke. Cu. Goru. Ptine.


Het huidige zegel

Het zegel van de huidige fusiegemeente Glabbeek is het oude zegel van baron Jan van Houthem, kanselier van Brabant. Hij bekwam dit zegel op 9 april 1490 voor zijn heerlijkheid bestaande uit de dorpen Bunsbeek, Sint-Margriet (Houtem) en Sint-Marten (Vissenaken).
Enkele jaren werd dit zegel nog teruggevonden in het archief van de Paters Dominicanen te Tienen. De oorkonde waaraan het zegel hing, dagtekent van 12 november 1536 en ging uit van de “scepenen des dorps van Boensbeke“. Deze noemen het “onzen gemeyen zegele“. In het midden staat het schild van de Van Hauthems. Van het randschrift is slechts een klein gedeelte zichtbaar gebleven. “Agar de ... “.

Het zegel moest bewaard worden in de kerk van Sint-Margriet-Houtem in een koffer met zeven sloten, waarvan de sleutels berustten: één bij de meier van de baronie, drie bij de schepenen van Houtem en drie bij de schepenen van Bunsbeek. Het zegel scheen cirkelvormig en had een doormeter van ongeveer 5 centimeter . Het originele zegel bestaat uit “vair“ of “vaar“: vier rijen blauwe en zilveren klokjes en in de punt een vulling van nog een paar gedeeltelijke klokjes. In de bovenste linkerhoek is dit “vaar “ een vrijkwartier (vierkantjes) van goud met daarin drie hellende klophamers van keel (rood). Deze symboliseren vlijt, sterkte, onbuigzaamheid.
*******************************
Het ontstaan van Glabbeek

Het Hageland behoorde onder de Karolingers tot de Pagus Hasbiniensis. In de 10de eeuw duikt het graafschap Brunengeruz op. Dit besloeg een vijftigtal dorpen, waaronder Attenrode, Wever, Bunsbeek, Glabbeek, Zuurbemde en Kapellen. Het graafschap vormde een twistappel tussen de graaf van Leuven en Balderik, de prinsbisschop van Luik. Na een veldslag te Overlaar, tussen Tienen en Hoegaarden, kwam het gebied in 1105 definitief in handen van de graaf van Leuven. In 1106 werd de graaf van Leuven hertog van Brabant en kwam deze streek onder het Hertogdom Brabant, met als grensvesting Zoutleeuw. In de 14de eeuw behoorde Bunsbeek tot de Meierij van Kumtich; Attenrode-Wever, Glabbeek, Zuurbemde en Kapellen behoorden tot de meierij Halen. Deze meierijen stonden onder de Hoofdmeierij van Tienen. De Hoofdmeierij Tienen maakte deel uit van het Kwartier van Leuven, één der vier kwartieren van het Hertogdom Brabant.

Kerkelijk behoorden de parochies tot het bisdom Luik tot in 1559, toen zij door de herschikking van de bisdommen door Filips II van Spanje overgingen naar het bisdom Mechelen. Tot 1559 vormde het grondgebied van de parochies Kersbeek, Kapellen, Glabbeek (waarvan de kapel Zuurbemde afhing), een schiereiland van de dekenij Zoutleeuw in de dekenij Leuven waartoe Attenrode en Wever behoorden. De meeste kerken waren afhankelijk van de Norbertijnenabdij van Opheyllissem - in de meeste gevallen tot aan de Franse bezetting (1793/1815).

Onder het Franse bewind werden deze dorpen ondergebracht bij het “Departement de la Dyle“. Glabbeek werd het 12de kanton van dit departement ingevolge ‘les arrêts du 14 fructidor an III et du 27 frimaire an IV’ (31 augustus 1795 en 18 december 1795).Het kanton bestond uit 21 dorpen. Op “23 vendémiaire an VII" (14 oktober 1797) werd opdracht gegeven 8 scholen op te richten: nl. te Glabbeek, Kiezegem, Lubbeek, Binkom, Kerkom, Bunsbeek, Kersbeek en Oplinter.

Tijdens “ l’an X “ (1801 of 1802) kreeg het kanton Glabbeek een vredegerecht.

De provinciale weg van Tienen naar Diest via Bekkevoort en Assent werd aangelegd tussen de jaren 1837 en 1842. Op 28 mei 1837 besliste de gemeenteraad van Bekkevoort de personenbelasting te verhogen met 2 cent voor de voltooiing van de steenweg Tienen-Diest. De archieven van de Provinciale Technische Dienst der wegen vermelden onteigeningen op 15/8/1840 en een bekrachtigd rooiplan onder Tienen van 18/4/1841. De weg staat getekend en vermeld op de Atlas der Buurtwegen o.a. onder Bunsbeek en Glabbeek, die opgesteld werd tussen 10/8/1841 en de afsluiting ervan in 1845.
Het traject van de buurtspoorweg Tielt-Tienen van de lijn Aarschot-Tienen werd in werking gesteld op 15 september 1898. De lijn kwam door Bunsbeek, Glabbeek en Kapellen en ging dan naar Meensel. Op 16 mei 1953 werd het spoorvervoer vervangen door een autobusdienst.

Op 1 september 1825, onder het Hollands bewind, werden de dorpen, Attenrode en Wever samengevoegd tot één gemeente, evenals Glabbeek en Zuurbemde.

Op 1 januari 1977 werden de dorpen Attenrode-Wever, Bunsbeek, Glabbeek-Zuurbemde, en Kapellen één fusiegemeente: GLABBEEK.
************





:: Sint-Niklaaskerk, Glabbeek.

Afbeelding
Sinterklaas kapoentje...
Het patronaat van de oude Sint-Niklaaskerk op het kerkhof behoorde aan de abdij van Heylissem. Na de plundering tijdens de Tachtigjarige Oorlog was de oude kerk in 1599 een halve ruïne. Bepaalde muurschilderingen werden door de deken verwijderd. In 1602 werd de zoldering hersteld en in 1620 het torengebinte; het vervallen stenen oksaal werd maar gelaten zoals het was. De kerk had dikwijls een ‘ opkalefatering ‘ nodig. Ze was klein en het schip telde slechts twee traveeën, het koor één.

200 meter meer naar het oosten werd omstreeks 1896 een nieuwe bakstenen kerk gebouwd.

Het neogotische gebouw heeft drie beuken. Het is een rare constructie. Het gebouw staat west - oost gericht, maar de dwarsbeuk staat op 1/3 van de ingang, m.a.w. vrij ver naar achteren toe, en heeft 3 vensters aan beide zijden. Een roosvenster staat daarboven. De lage zijbeuken bestaan uit 5 kleine traveeën : de hoofdbeuk heeft geen vensters. De toren is aan de noordzijde van het koor wat ingewerkt.



Beelden
- ‘ Moeder en dochter hinderen elkaar niet ‘ : het Sint Anna-ten-drieën-beeld werd vroeger doorgezaagd en het O-.L-.Vrouwbeeld, dat afzonderlijk kwam te staan, werd aangekleed. De H. Anna is nog in gepolychromeerd hout. (H: 77 cm). Ze komen uit een Brabants atelier uit de 16 de eeuw.

- Een H. Ambrosius (gepolychromeerd) : 17de eeuwse volkskunst.

- H. Sebastiaan van ca. 1700 : beschilderd hout : 1.16 m. hoog.

Een mooi hoekje bevindt zich juist aan de overzijde van de kerkingang bij het monument van ‘14 - ‘18, met een lage langgevelhoeve, op een hoogte, met ervoor een mooie plataan.

bron: Monografie, Glabbeek.


http://www.glabbeek.be/
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

09 feb 2006, 11:18

Geschiedenis van Bunsbeek.
*****
De oude Romeinse weg van Tienen naar Zichem en Diest noemde men later de Oude Diestseweg. De heirbaan sloot te Tienen aan op de heirbaan van Tongeren naar Elewijt-Asse. Het verloop is als volgt.
In Tienen is het nu de Oude Diestseweg.
Op de kruising van de huidige Konijnenstraat met de weg Tienen-Diest dwarste de weg dit punt en liep wat westelijk achter de huidige hoeve “ De Barreel” in de richting van weg nr. 22; hij volgde de Lindestraat in Bunsbeek. Via de Berkenweg (weg nr. 16) volgde hij nu de Oude Diestsestraat naar weg nr.13, nu Pepinusfortstraat en een gedeelte van de Meenselbeekstraat. Ter hoogte van de brug over de Velpe ging het verder naar de huidige Kaalveldstraat (onder Glabbeek).

Op 30 meter ten westen van de kruising van de Heideblokstraat en de Oude Diestsestraat, op het erf van Petrus Vandeput (Heideblokstraat nr.2), werd in juni 1930 een Romeinse vaas met 180 bronzen munten opgegraven.

Volgens de huidige eigenaar steken er nog grondvesten, waarschijnlijk van een Romeinse villa, in de grond. Vroeger was er sprake van een stenen weg “ inter lapideam viam de Pippensvoirt 1283”.

Volgens de overlevering zou Pepijn van Landen - gestorven in 640 - een versterking gehad hebben op Pepinusfort, dat ook gedeeltelijk onder Glabbeek ligt. Sommigen beweren dat er nog grondvesten te vinden zijn in een Glabbeekse weide.

We kennen de meldingen “ prope viam lapideam apud Pippensvoirt : 1669; Pipin vadum” komt voor bij Gilles van Orval (XIII eeuw) “ Vadit ... de Pipini vado usque
transitum Grimene”. In 1870 noemden men deze weg van Pepinusfort naar Grimde ( Tienen) de Pepinusbaan. We vinden ook : Pippensvoirt : 1225 ; Pyppensvoert : 1340; Pippensvoort : 1495; Pypenvoirt broec : 1403 en onder Glabbeek : Puppensfortbroeck : 1632 en Puppenfoert broec : 1530 .

De naam wijst echter niet op een versterking (een fort), maar op een “voorde” of doortocht over een beek : hier de Velpe. Tot in 1778 was dit de enige overgang over de Velpe. Antonius de Bunsbeke deed in 1204 afstand van de rechten, welke hij op de kerk van Bunsbeek bezat, samen met zijn broeders : Willelmus, Henricus en Arnoldus.

Men citeert ook Walter en Richard van Bunsbeek in 1145-1165; Walter d’Yseren, schepen van Tienen, in 1272; Jan en Henricus. Het gehucht IJzeren ligt tussen Bunsbeek en Tienen : nu onder Tienen. Het waren velden, en het gebied was vele jaren onbewoond. De laatste helling voor Tienen heet nu nog IJzerenberg of Delberg. Over kastelen vindt men geen sporen terug.

Verscheidene heren hadden bezittingen in Bunsbeek, maar hebben er niet gewoond. De heerlijke rechten werden verscheidene malen doorverkocht.

In 1440 waren er vier heren over Bunsbeek : 1. De heer van Bunsbeek : Hendrik van Oyenbrugge, 2. De heer van Oplinter : .... ? , 3. De heer van Boeslinter : Vranken Oliviers en 4. Van St. Marten Vissenaken de abt van Heylissem. Ze benoemden de schepenen.

In 1288 werd Hermanus de Boensbeecke door Jan I, hertog van Brabant, voor de slag van Woeringen tot ridder geslagen.

Op 15/2/1486 werd Jan van Houthem kanselier van Brabant en sinds 15/2/1488 was hij baron van Houthem. Bunsbeek, Sint-Margriete-Houtem en Sint-Martens-Vissenaken werden één heerlijkheid. Hij werd 1504 in de kerk van Houtem begraven.

Na de slag van Vissenaken op 14/9/1576 bleef Bunsbeek verscheidene jaren onbewoond. In 1599 waren er nog maar 32 bewoonde huizen. In 1605 werd het dorp weer geplunderd.

In 1635 hadden de Franse en Staatse troepen in en rond Tienen lelijk huisgehouden en de kerkelijke registers werden toen verbrand.

In 1639 stierven 50 personen aan een besmettelijke ziekte: waarschijnlijk de pest of dysenterie. In 1705 werd het dorp samen met de omgeving geplunderd door de troepen van Marlborough hier genoemd “ Malbroek “. Er kwam eerst rust na de “ Vrede van Aken “ (18 oktober 1748), die duurde tot de inval der Franse Republikeinse legers in 1793. De gemeenten, Bunsbeek, Sint-Margriete-Houtem en Sint-Martens-Vissenaken bleven samen tot de scheiding op 14 september 1796 onder het Franse bewind en de heerlijkheden werden afgeschaft.

Na de slag van Sint-Margriete-Houtem (18 augustus 1914) werden drie burgers van Bunsbeek door de Duitsers doodgeschoten nadat men ze verplicht had bij het vervoeren der gekwetsten te helpen. Verscheidene huizen werden te Boeslinter afgebrand wegens zgn. “ Freischutzen “ eigenlijk vluchtende Belgische soldaten.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Bunsbeek er nog gaaf doorgekomen. In 1944, de nacht voor het uithalen der kerkklokken, stond op de kerkhofmuur in grote gekalkte letters de voorspelling “ WIE MET DE KLOKKEN SCHIET, WINT DEN OORLOG NIET “. De voorspelling is juist gebleken.
bron: Monografie, Glabbeek.



Afbeelding
:: Oud gemeentehuis, Bunsbeek.
Het oude gemeentehuis van Bunsbeek (dat inmiddels werd afgebroken) werd gebouwd langs de Schoolstraat, samen met een onderwijzerswoning en een klas. Naast het oude gemeentehuis bevond zich ook een waterput. Die werd gedempt naar aanleiding van de verbreding van de straat.
Tot aan de fusie van 1977 was het gemeentehuis in het vroegere zustershuis (foto) gevestigd. Nu zijn er de burelen van de watering Velpedal in ondergebracht.

bron: Monografie, Glabbeek
http://www.glabbeek.be/
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

10 feb 2006, 12:35

:: Pastorie Bunsbeek.
******
Afbeelding
De brand
De oude pastorij stond aan de overzijde van de straat op de plaats tegenover de huidige pastorij. Ze brandde tweemaal af: in 1606 en in 1687.

Na de laatste brand woonden de pastoors boven een portaal naast de toren. Priester Laureyns en pastoor Ludovicus Mues hebben er achtereenvolgens gewoond tot in 1732. Pastoor Jacobus De Wael liet het poorthuis afbreken en weer opbouwen : “Het vorseyt afgebrocken portael : hebbende gehaht eene schoone caemer ende eene schauwe”.

In 1740 - 1741 werd op last van Pastoor De Wael een nieuwe pastorij gebouwd 300m ten westen van de kerk aan de Walmersumstraat. Een voetpad over de"Hondsberg" verbond het gebouw met de kerk. Het pad verdween in 1922 door de aanleg van het goed van Albert Vinckenbos. Het hoofdgebouw bestaat nog en heeft geen verdieping. Het werd omstreeks 1970 gerestaureerd. De voorzijde en de zijgevels zijn in baksteen. De rechthoekige vensters zijn omlijst met zandsteen, drie rijen in horizontale richting, boven onder en tussen de vensters. De voorste plint is in hardsteen. Bovenaan zijn er steigergaten. De voordeur staat in het midden tussen telkens 2 vensters. Ze is ook met zandsteen omlijst en heeft een korfboog. Hierboven is een dubbele waterlijst aangebracht, die bekroond wordt door een verticaal ossenoog, met ernaast 2 voluten en een bovenste druiplijst. Tussen de voluten staat het jaartal 1740. Op de westelijke gevel, die gecementeerd is, staat : 1741. Aan de zuidelijke gevel, beneden en aan de achterzijde van het gebouw, zijn de stenen dwarsbalken bewaard gebleven. De achterzijde is gedeeltelijk in hardsteen, gedeeltelijk in baksteen opgetrokken. Boven de rechthoekige achterdeur is wat hoger een losstaand verticaal ossenoog aangebracht. In rechthoek staan ernaast, aan de bovenzijde, twee mannenhoofden met baard en snor, eronder twee vrouwenhoofden. Het is sinds jaren een particuliere woning. Binnen staat nog een mooie trap in eikenhout.

De huidige pastorij draagt het jaartal 1867 in de voorgevel, en staat naast het kerkhof en de kerk. De voorzijde doet wat neogotisch aan. De bakstenen van de voorgevel zijn bepleisterd en geschilderd. De rechthoekige vensters zijn bovenaan versierd met een puntje in het midden van de U-vormige druiplijsten. In het midden staat een spits dakvenster. De voordeur heeft een ogiefboog. De plint en de pui zijn bekleed met zandsteen.


bron: Monografie, Glabbeek
http://www.glabbeek.be/
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

11 feb 2006, 11:54

:: Geschiedenis van Attenrode-Wever.
***********



Attenrode en Wever waren twee zeer kleine dorpen tot ze op 1 september 1825 werden samengevoegd (bij koninklijk besluit van Willem I). Van de voorgeschiedenis van deze gemeente is weinig bekend. Men heeft er resten gevonden van een Gallo-Romeinse pottenbakkerij.

Na 1105 kwam het gebied onder de graven van Leuven en het Hertogdom Brabant. De hogere rechtsmacht behoorde aan de hertogen van Brabant. De gemeenten behoorden tot de meierij van Halen. Deze meierij was ingedeeld in “ vorsterijen “.

Attenrode en Wever behoorden met Glabbeek, Zuurbemde, Kersbeek en Meensel tot de “vorsterij van Nuwer Capellen” of “de eenighe van Capellen ” of “die voeghdie van der Capellen “. Het gerecht, de schepenbank, zetelde te Kapellen.
De vorster was een domeinopzichter van de hertog. Misdrijven moest hij aan de heer bekend maken en hij was meestal voorzitter van de schepenbank.

De vorsterij werd door de hertog in 1505 tot heerlijkheid verheven en verpand aan Zeger Claes van Amours. Ze behelsde de hoge, middelbare en lage justitie van de vermelde dorpen, Kersbeek uitgezonderd.

Op 15/9/1495 kwam het goed van Daelem in bezit van Jan van Houthem.

In mei 1550 kwam zijn bezit aan keizer Karel V. Zijn zoon, Filips II, had bestendig geldgebrek en richtte Attenrode en Wever op als zelfstandige heerlijkheid. Hij verpachtte ze voor 531 pond 14 shelling aan jonker Jan van Houthem, en er werd voor Attenrode en Wever een eigen schepenbank opgericht.

Jan van Houthem werd op 13/12/1571 gemachtigd “ een gemeinen schepensegel “ te doen maken. In 1624 verkocht een afstammelinge het goed aan Jan-Baptist Daneels. De heerlijkheid bleef tot aan de Franse Revolutie in het bezit van diens afstammelingen en erfgenamen. Dyonisius Vicca, een Spaanse generaal, richtte uit dankbaarheid voor een overwinning op één der legers van graaf Willem van Nassau, in 1572 of 1573, het kapelletje van de Heinkensberg op. Hij overleed te Attenrode in 1584.

In 1705 plunderden soldaten van de hertog van Marlborough het graan van de pastoor en inwoners van Attenrode en Wever.

Jan Van Goidsenhoven uit Wever diende 12 jaar onder Napoleon. In 1830, tijdens de Belgische Revolutie, trok hij op aan het hoofd van 45 plaatselijke vrijwilligers. Samen met nog 290 man trokken ze over O.L.V.-Tielt richting Aarschot en vochten in Lier en in Berchem.

Hij nam met zijn groep ook deel aan de Tiendaagse Veldtocht en vocht bij Leuven; Jan van Goidsenhoven kreeg op 5 april 1835 het “ Croix de fer nr 1529 “van Leopold I, Roi des Belges, (compleet in het Frans!) en een pensioen van 400 BEF per jaar voor hem, zijn vader en twee van zijn zonen.

Op 19 augustus 1914 werden, na een treffen van een Belgische achterwacht op ‘t Hoeksken te Attenrode met Duitse Uhlanen, 2 Belgen en 10 Uhlanen gedood. Zes burgers werden daarna gedood en 17 huizen in brand gestoken.

In 1944 vielen 2 V1’s te Wever. Op 11 augustus werden 2 burgers uit Attenrode mede opgepakt tijdens de Duitse represaillerazzia te Meensel. Ze stierven in concentratiekampen: August Vanhellemont in Swesing (3.10.1944) en Justin Bollen te Wolfenbuttel. Ook August Vandenberg werd later opgepakt en stierf te Elrich. Een herinneringszuil met foto staat voor de kerk van Attenrode.
*******
Afbeelding
:: Oud gemeentehuis, Attenrode-Wever.
Het tot in 1976 als gemeentehuis gebruikte gebouw is klein.

Het werd opgericht in 1894, halverwege Attenrode en Wever aan de Torenstraat tegenover de verbinding met de Hulsbos. Een klaslokaal en een onderwijzerswoning staan ertegenaan gebouwd.

bron: Monografie, Glabbeek
*******
http://www.glabbeek.be/
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

13 feb 2006, 18:25

Heinkensberg, Wever
*********
Afbeelding
Van heinde en verre
In Wever bestaat sinds tijden een verering van de maagd Maria in de kapel op de Heinkensberg. De plaats droeg o.a. de namen : Heynkensberch (1469), Heynkensberghe (1632) en Heynkensberg (1882). De topografische kaart (32/3-4) vermeldt “ O.-L.-V. van de Heintjesberg kap. “

De kapel ligt op de hoogtelijn van 67,5 m, 250 m ten oosten van de televisietoren en 250 m ver in de Heinkensbergstraat. Ze is wit geschilderd. Men heeft van hieruit een mooi landelijk uitzicht in de richting van Glabbeek.

De kapel is toegewijd aan O.-L.-Vrouw, Troosteres der Bedrukten. Het was oorspronkelijk een eenvoudige nis.
..****************************


Afbeelding
Het Mariabeeld is aangebracht omstreeks 1572 - 1573 door de Spaanse generaal Don Dionysius Vicca, geboren te Cadix (Costa de la Luz, Zuid-Spanje). Hij zou als legeraanvoerder van Alva een overwinning behaald hebben op één van de legers van Willem van Oranje. Als dankbetuiging heeft hij de kleine kapel op de Heinkensberg laten bouwen. Hij overleed hier in het koude noorden te Attenrode in 1584, waar hij in de vroegere kerk werd begraven voor het altaar van O.L.Vrouw. Het graf werd opgebroken tijdens de bouw van de nieuwe kerk.
De koperen gedenkplaat, die later in de kerk van Attenrode werd aangebracht (35 bij 35 cm), hangt nu achteraan in de kapel van de Heinkensberg. De kapel werd meermaals vergroot, o.a. in 1900. In 1922 werd er een koor aangebouwd ter gelegenheid van de viering van de 350ste verjaardag van de kapel. Een gedenksteen van de vermelde oude kerk is zoekgeraakt.


Afbeelding
In 1966 werd de vervallen kapel heropgebouwd onder pater-pastoor Savonet, volgens plannen van architect Hazebroeck uit Kortrijk . Het gedeelte rond het O.-L.-Vrouwbeeld werd verfraaid. Het werk werd door de plaatselijke vaklui gratis uitgevoerd, en de dakpannen werden kosteloos geleverd.

De mooie glasramen werden recent aangebracht door Maurits Nevens uit Hoboken. Ze stellen het leven van O.-L.-Vrouw voor.

Voor de kapel is er een sfeervol grasveld aangelegd met berken. Er staat een beeld van O.L.Vrouw Moeder van de Goede Hoop. Langs twee paadjes bevinden zich 7 kapelletjes met bovenaan bronzen platen, die de 7 smarten van Maria uitbeelden.

Het Mariabeeldje in de kapel is uit perenlaar vervaardigd. Het is mooi aangekleed en gekroond. Pastoor Jans liet het behandelen tegen houtzwam en andere parasieten .

De kapel is zeer bekend, en wordt regelmatig voor het publiek geopend. Telkens vindt men er bezoekers. Op 15 augustus 1972 werd de 400ste verjaardag gevierd. Om de 25 jaar gaat er een praalstoet uit met wagens, groepen en een massale volkstoeloop.

Jaarlijks op 15 augustus om 14 uur gaat er een processie met o.a. het beeldje van de kerk van Wever naar de kapel en terug. Van de omringende dorpen komt men in groepen te voet naar de kapel.
Afbeelding
bron: Monografie, Glabbeek.
Afbeelding
Stoet 1997
De tot nu toe laatste stoet had plaats op 15 augustus 1997 en dit op aandringen van de inwoners van Wever. De nog in leven zijnde vaklui die de kapel hielpen verbouwen hadden een eigen praalwagen. In totaal liepen ongeveer 350 figuranten mee op in de stoet, een stoet die ontbonden werd aan de kapel en waar een volksfeest de feestelijkheden afsloot. Er was toen ook een deelname vanuit elke parochie van Glabbeek, die met hun Maria-beeld mee opstapten in de praalstoet. Elke parochie had een eigen trekwagen ter beschikking gekregen om hun O.-L.-V beeld op te plaatsen en te versieren.


In volle glorie hersteld
Bij de organisatie van de stoet in 1997 bleek ook in welk een slechte staat het historische beeld verkeerde. Er werd contact gezocht met verschillende restaurateurs en uiteindelijk werd de opdracht tot restauratie van het O.-L.-Vrouwe beeld, met vrijlegging van de originele polychromie, toevertrouwd aan het gerenommeerde restauratieatelier C & R - Catherine Eykelberg - Van Herck uit Antwerpen. Deze restaurateurs konden een indrukwekkende referentielijst voorleggen met oa. restauratie en conservatieopdrachten voor het Rubenshuis, Museum Plantin Moretus, Museum Mayer van den Bergh in Antwerpen maar ook het Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel naast andere musea, kathedralen en kerken in Gent , Mechelen en andere steden. Zij restaureerden ook het O.-L.-Vrouwbeeld in de O.-L.-Vrouw Basiliek in Scherpenheuvel. De fondsen voor de restauratie werden voor de helft gedragen door de gemeente Glabbeek en de andere helft werd bekomen door giften van parochianen en bezoekers aan de kapel. Twee belangrijke initiatieven verdienen een vermelding met een stip. Kunstschilder Willy Minnart, geboren in Wever, maakte een koperetsgravure welke verkocht kon worden als blijvende herinnering en schilder Isidoor Verhulpen, afkomstig van Wever, schonk een aantal schilderijen aan het restauratiecomité om te koop aan te bieden tijdens een openbare zitting. Het restauratiecomité (Francine Vandeput, Jef Verhulpen, Dominique Roebben, Michel Tombeur) kregen in 1998 de cultuurprijs van de gemeente Glabbeek voor de inzet. De financiële prijs werd gebruikt om de restauratieopdracht mee te dragen. Het was trouwens een waardering voor de inzet van de hele bevolking van Glabbeek. Na 1 jaar restauratie werd het historische beeld van O.-L.-Vrouw van de Heinkensberg, Troosteres der Bedrukten teruggeplaatst in haar kapel door Kardinaal Godfried Danneels op zondag 2 mei 1999.
**********
http://www.glabbeek.be/
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

15 feb 2006, 21:58

Afbeelding



Het wapenschild van de gemeente Aartselaar


Op 22 oktober 1992 hechtte de gemeenteraad zijn goedkeuring aan een historisch en heraldisch verantwoord gemeentewapen:“Twee schilden naast elkaar. 1. in lazuur een ankerkruis van goud. 2. in goud drie palen van keel. De twee schilden geplaatst voor een Sint Leonardus van goud.”

Het raadsbesluit werd op 16 februari 1993 bekrachtigd door het besluit van de Vlaamse minister van Cultuur.

De schilden verwijzen naar de geschiedenis van de gemeente. Het schild van lazuur, beladen met een gouden ankerkruis, is het wapen van de familie Van den Cruyce, erfelijke heren van de heerlijkheid Aartselaar en het schild van goud, beladen met drie palen van keel, is het wapen van de familie Berthout, heren van het land van Mechelen.
*******
De naam Aartselaar
Over de oorsprong en betekenis van de naam Aartselaar bestaan verschillende meningen. De meest aanvaardbare uitleg is wel dat “Arcelar”, zoals men het vroeger schreef, een laar is, een open plek in een bos, gelegen nabij een “archas” of grens.


De voorgeschiedenis
Tot het einde van de vroege middeleeuwen is Aartselaar een gehucht in het moedergouw Kontich, een gebied dat zich toenmaals uitstrekte tot aan Schelde en Rupel en naast Kontich ook de gemeenten Hemiksem, Schelle, Niel, Boom, Aartselaar, Reet, Waarloos, Lint, Hove, Edegem en Mortsel omvatte. Oorspronkelijk was deze grote Kontichse gouw een patronaatgebied van de abdij van Lobbes, gebied dat later overging in handen van de machtige familieclan der Berthouts, Heren van Mechelen. Door geldgebrek van de regerende vorsten of van de verarmerende kerk gaan deze grote bestuursgebieden hoe langer hoe meer versplinteren naar steeds kleinere entiteiten om uiteindelijk uit te monden via de lokale Heerlijkheid in de zelfstandige gemeente Aartselaar zoals we die nu kennen.

In de Middeleeuwen werd Aartselaar een zelfstandige parochie
1309 is een belangrijk jaartal in onze lokale geschiedenis. Omdat de afstanden om ’s zondags mis bij te wonen als te groot worden beschouwd verkrijgt Aartselaar het recht om een zelfstandige parochie te worden binnen de parochie Kontich. Vanaf 1302 was er al een houten kapel, pas veel later kwam er een kerk, die in de loop der eeuwen nog verschillende malen vergroot werd. Op bestuurlijk vlak bleef het een gehucht van de jurisdictie Kontich, maar de in 1309 bij akte vastgelegde parochiale grenzen zullen later ook de basis vormen voor de bestuurlijke grenzen van ons dorp. Gedurende het verdere verloop van de Middeleeuwen brokkeldenen de territoriale grenzen van het gebied Kontich stilaan af door oorlogen of twisten. Op het einde van de Middeleeuwen kwam Filips De Schone, Koning van Spanje, in geldnood. Hij verkocht stukken van zijn rijk aan plaatselijke heren tegen aanzienlijke sommen geld. Adriaan Sanders (†1495) was toen wel Heer van Cleydael, maar had nog geen rechten als heer over het gehucht Aartselaar.

In de Moderne tijden werd Aartselaar een zelfstandige Heerlijkheid
Keizer Karel verkocht in de zestiende eeuw geen gronden meer, maar zijn zoon Filips II kampte opnieuw met geldgebrek in de troebele tijden der Inquisitie. Ridder Charles Micault, heer van Cleydael, kocht in 1557 van Filips II de gebieden binnen de grenzen van de parochie Aartselaar, echter ook met recht van terugkoop door de Vorst. Daardoor ontstond de zelfstandige Heerlijkheid Aartselaar, die in 1558 ook een eigen schepenbank kreeg. Na de dood van ridder Charles Micault koopt Antonio del Rio in 1561 deze heerlijkheid over van de weduwe, Blanche de Bourdeaux. In 1589 werd Gillis Hooftman door erfenis Heer van Cleydael en Aartselaar. In de zeventiende eeuw vergrootte Pieter Hellemans, toenmalig heer van Aartselaar, het kasteel Cleydael. De heerlijkheid Aartselaar kwam in 1644 door aankoop in het bezit van de Pascal François van den Cruyce: hij was de eerste die de heerlijkheid Aartselaar met Cleydael in volle eigendom erfelijk bezat. Deze bezittingen bleven in handen van de familie van den Cruyce tot aan het einde van het Ancien Régime. Onder Maria Theresia van Oostenrijk werd in de periode 1758/1763 een gekasseide weg van Boom naar Antwerpen aangelegd. Dit is het begin van de huidige A12.

In de Hedendaagse Geschiedenis kreeg Aartselaar ook z’n hedendaagse bestuursvorm
In 1794 werden door de Franse bezetter de heerlijke rechten afgeschaft. De Heerlijkheid verdween en de democratisch bestuurde gemeente kwam in de plaats. In het onafhankelijke België werd Charles De Crane, de eerste burgemeester in Aartselaar.

Aartselaar, waar op het einde van het Ancien Régime 1300 inwoners in hoofdzaak op landbouwgronden omgord door bossen verblijven, blijft een uitgesproken landbouwdorp tot na W.O. II. Maar de economische groei in de zestiger en zeventiger jaren leidt tot onstuitbare woonuitbreiding, waardoor het landbouwdorp van weleer explosief uitdeint tot een bloeiende residentiële gemeente bevolkt met meer dan 14.000 inwoners.
*******


Afbeelding
Gemeentehuis Wolffaertshof
Het gemeentehuis bestaat uit twee gebouwen. Het oudste deel, het Wolffaertshof, werd waarschijnlijk gebouwd in de 15de eeuw. Het werd gebouwd voor Heynric Van Regemorter Wouterszoon, een rijk man die in de streek uitgestrekte eigendommen bezat. In 1559 kwam het huis in het bezit van Jacob Wolffaert, aalmoezenier van de stad Antwerpen, naar wie het huis voortaan zou genoemd worden. Nadien zouden een aantal rijke families het Wolffaertshof bewonen tot het in 1687 gehuurd werd door E.H. Van Horen, pastoor van Aartselaar. Tot 1950 zou het Wolffaertshof als pastorij dienst doen.

In 1728 kwam het huis in het bezit van de tiendenheffers van Aartselaar, de kerkelijke overheid. Tijdens de Franse Revolutie werden alle kerkelijke bezittingen door de Franse bezetter aangeslagen en openbaar verkocht. De nieuwe eigenaar, Bernard Fiocco, verkocht het Wolffaertshof in 1819 aan de gemeente, onder de voorwaarde dat het zijn functie als pastorij zou behouden.

In 1944 ontplofte een V-bom in de tuin van het Wolffaertshof, dat hierdoor onbewoonbaar werd. Om het tegen afbraak te beschermen liet de toenmalige pastoor de woning erkennen als beschermd monument. In 1950 besliste het gemeentebestuur om het huis af te breken en het vervolgens met dezelfde stenen en volgens de originele plannen weer op te bouwen. Meteen zou het gebouw een nieuwe bestemming krijgen als gemeentehuis van Aartselaar.

Door de forse bevolkingsaangroei was het gemeentehuis 20 jaar later al te klein geworden. Toen werd beslist om naast het Wolffaertshof een nieuw gebouw op te trekken voor de administratieve diensten van de gemeente.
******
http://www.aartselaar.be/Gemeentehuis/2018/default.aspx
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

17 feb 2006, 20:37

Bomal Sur Ourthe.
****
De Geschiedenis.
*****
De geschiedenis of beter de préhistorie van Bomal gaat terug tot in het stenen
tijdperk zowat 10.000 voor Christus. "La Grotte du Coléoptère" te Juzaine ge-
classeerd bij de meest interessante paleolithische sites van België.
De opgravingen verricht van 1829 tot 1833, 1923 tot 1924 en 1972 tot 1978
hebben een belangrijke vondst opgeleverd van stenen voorwerpen, harpoenen
van beenderen en van hout en alsook een oorhanger in de vorm van een
kever. Dit voorwerp wordt bewaard in het Eeuwenfeestmuseum te
Brussel.

De Romeinen hebben waarschijnlijk maar weining sporen nagelaten van hun
doortocht door deze streek. Er zijn met name bewijzen van bouwwerken, genaamd
"villae", teruggevonden te Bomal en Juzaine. De aanwezigheid van "tegulae" en
van stukken keramiek onlangs ontdekt tijdens opgravingen in de omgeving van de
vroegere begraafplaats van Mont Saint- Rahy wijzen op het bestaan van een
Romeinse vestiging in de nabijheid.

Vrijgeviger waren de Franken : Merovingische begraafplaatsen werdewn ontdekt
bij de "Tombeu de Juzaine" en te Tombal (vroeger gehucht) op het hoogste punt van
van de kleine helling naar Barvaux. Een vaas uit deze tijdsperiode is eveneens
teruggevonden nabij Mont Saint-Rahy.

Tijdens de Middeleeuwen worden de zaken ingewikkelder : verdelingen en onder-
verdelingen van gronden verdienen een uitvoerig onderzoek voor een toekomstig
boek. Laten we ons tevreden stellen met enkele chronologische mijlpalen, wetende
dat het gebied dat later "Terre de Durbuy" zou worden genoemd en het uiterste noord-
westen vormt van het Hertogdom van Luxembourg zich na verloop der eeuwen op het
kruispunt van vier prinsdommen zal bevinden : twee burgerlijke, die van Namen en
Luxembourg, en twee kerkelijke, die van Luik en Stavelot-Malmédy.
-
1109 : Rombaud of Raimbaud, graaf van "Mucey" (Mussy-le-Château) schenkt het
dorp "Bomella" of "Boumal" aan de abdij van Saint-Hubert. Het grondgebied van
Bomal is dus voornamelijk het bezit van de abdij die er een deel van verkoopt.
Deze geestelijken houden trouwens in de loop der eeuwen een "Cour Saint-Hubert"
(een rechtbank) te Bomal-la Grande en delen gedurende lange tijd "la colation" (het
recht om priesters te benoemen) met de plaatselijke landsheren, wat voor heel wat
conflicten en rechtgedingen zorgt.
Bomal -la-Grande vormde samen met Herbet een (grond-)heerlijkheid van "la Terre de
Durbuy". Bomal-la-Petite vormde een andere (grond-)heerlijkheid die ook afhing van
het Kasteel van Durbuy, en dit samen met Juzaine et Saint-Rahy.
De parochie van Bomal omvatte dus Herbet en een deel van het gehucht van Boclinville
(dit gehucht is van een zeker belang tijdens de elfde en twaalfde eeuw maar wordt
volledig verwoest door een pestepedimie tijdens de zeventiende eeuw). Er zou een kerk
bestaan hebben te Boclinville maar de parochiale kerk van Bomal-la-Grande bevond zich
nabij het kasteel op een heuveltje. Zij had ongeveer dezelfde afmetingen als het huidig
bouwwerk opgericht in 1766 op initiatief van priester Debras.
Er bestond nog een andere parochie te Mont Saint-Rahy (Mont Sancti Rainheri) op-
gedragen aan St-Denis. Deze verdwijnt tussen 1558 en 1615 en wordt vervangen door
de parochie van Juzaine die ook Bomal-la-Petite omvat (de huidige kapel dateert van
1684 en vervangt een kerk vermeldt in 1497 en 1558 waar wij niets van terugvinden).
Vermeldenswaardig is ook de kerk van Mont Saint-Rahy, gebouwd in het begin van de
twaalfde eeuw door de monniken van Stavelot-Malmédy en later een belangrijk bedevaarts-
oord geworden voor al wie zijn kinderen wou genezen van "langueur traînante" (een soort
depressie). Tot 1289 werd daar gelijktijdig, in oktober (tijdens de St-Denis), een jaarmarkt
gehouden die handelaars bijeen bracht uit de prinsdommen Luik en Stavelot-Malmedy
(vlakbij), het hertogdom Luxembourg maar ook vanuit Duitsland, Frankrijk en Vlaanderen
(de ontdekking van verscheidene munten levert daar het bewijs van).
-
1184 : De pauselijke Bul van Paus Lucius III bevestigd de bezittingen van de abdij van
Saint-Hubert (met een kerk te Bomal) en verleent hen verscheidene voorrechten.
-
1299-1324-1332-1340 : Jean l'Aveugle, koning van Bohemen et Polen en graaf van
Luxembourg geeft Bomal (terug) aan zijn "varlets" : Waultier et zijn zonen, Jean en Colard.

- Van 1362 tot 1435 : de landsheren van Bomal zijn Henri I van Bomal,ridder,kasteelheer
van Logne (1362) en proost van Durbuy (1368) en vervolgens Henri de Gesves (rond 1400),
eveneens kasteelheer van Logne (1403-1412). Deze laatste sterft te Bomal in 1435 en wordt begraven in de kerk die tegenwoordig niet meer bestaat.
-
1431 : de eerste "dynastie" van Bomal begint (eerst te Juzaine in 1431 daarna te Petit-
Bomal in 1438 en waarschijnlijk te Bomal tijdens dezelfde periode). Het gaat hier om
Persan I van Hamal, landsheer van Soy, Verlaine, Grand et Petit Bomal en gestorven in
1445.
-
1453 : Bomal wordt in der minne verdeeld onder twee van zijn drie zonen : Persan II van
Hamal,ridder en landsheer van Petit-Bomal en Rendeux St-Lambert (gestorven in 1478),
en Henri de Hamal, landsheer van Grand-Bomal en proost van Durbuy (1475).
-
1478 : Bomal-la-Petite wordt geërfd door Isabeau de Hamal, dochter van Persan II.
Deze huwt met Robert de Boland, bijgenaamd Rolez. Petit-Bomal gaat daarna in handen
van de Barbansons (zestiende eeuw) en van de Rahiers (waarvan de beruchte baron
Louis-Claude-Joseph de Rahier op 6 oktober 1766 de abt Michel Dubois (priester te
Juzaine) vermoord). De baronnen Polant et Diffuy zijn ook tijdelijk eigenaars tijdens de
zeventiende eeuw.
-
1483 : "Grande-Bomal" zelf is verdeeld in twee : de Berlaymonts zijn landsheren enerzijds
(Jean de Berlaymont was ook burgemeester van Luik van 1523 tot 1527) anderzijds waren
er achtereenvolgens de Alsterens, de Marcks, de Presseux' en de Le Jeunes tot de een-
making in 1644 door Jacques de Berlaymont.

- na 1713 : De De Cassels en de De Haymes worden de laatste landsheren tot aan de
revolutie. Jean-Baptiste de Hayme is verscheidene keren burgemeester van Luik tussen 1762
en 1787, en het is hij die het huidig kasteel opricht tussen 1774 en 1776.
Bomal heeft dus verschillende kastelen of landhuizen gekend : Bomal-la-Grande had er twee,
naast elkaar en in de nabijheid van het huidig kasteel. Deze worden vervangen door een
"groot huis" die nu waarschijnlijk de hoeve van Houard is.
Petit-Bomal had zijn "versterkt huis" die nu de huidige hoeve "le petit-Bomal" geworden is.
Het "versterkt huis" van de Froidcourts en vervolgens van de familie de Hodister (zestiende
eeuw) die nu helemaal verdwenen is, bevond zich op de heuvel van Hodister (vandaar de naam
van de wijk) tegenover het huidig postkantoor.
Na lange tijd de noordelijke grens te hebben gevormd van het Graafschap en vervolgens van
het Hertogdom Luxembourg wordt Bomal in 1795 samen met Juzaine, Izier en Villers de
zuidelijke grens van het Frans departement "l'Ourthe", canton van Ferrières (Barvaux,Durbuy,
Tohogne... waren bij het departement Samber en Maas). Deze twee departement smelten
samen in 1814 vormen het departement Maas en Ourthe. Dit nieuwe departement wordt op
2 oktober 1815 afgeschaft en vervolgens tijdelijk bijgevoegd tot de Provincie Luik van het
Koninkrijk der Nederlanden.
-
1818 : door koninklijk (Nederlands) besluit zullen Bomal en enkele andere gemeentes uit
de Provincie Luik nu deel uitmaken van het Groot Hertogdom. Juzaine blijft samen met haar
bijvoegsel Bomal-la -Petite onafhankelijk tot haar eenmaking met Bomal op 2 januari 1823.
Ozo wordt ook verenigd met Bomal tussen 1823 en 1826.
-
1831 : bij de onafhankelijkheid van België worden Bomal en westelijk deel van het Groot
Hertogdom Belgisch. De gemeente Bomal maakt nu deel uit van het juridisch canton Durbuy,
het militair canton Barvaux die samen deel uitmaken van het juridisch arrondissement Marche en Famenne (provincie Luxembourg).
-
1840 : enkele grensgemeenten van de nieuwe Provincie Luxembourg die toebehoorden
aan het bisdom van Luik (dekenij van Ouffet) gaan over naar het bisdom van Namen (dekenij
van Durbuy en daarna in 1933 van Barvaux).
-
1977 : tijdens de gemeentefusies maakten de volgende gemeentes deel uit van bomal :
Boclinville, Bomal,Juzaine, Herbet, Petit-Bomal en Saint-Rahy. Wat "Grand Barvaux" had
moeten worden, wordt "Ville de Durbuy". Bomal heeft sindsdien het OCMW van de nieuwe
entiteit (bestaande uit twaalf vroegere gemeentes) op haar grondgebied
************
Afbeelding

de markt
***

Afbeelding
Luchtfoto's van Bomal
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

19 feb 2006, 21:14

Afbeelding
Aarschot nestelt zich aan de Demerboorden, tussen de hellingen van het Hageland. Haar levendige handelscentrum, haar mooie ligging, gezelligheid en culturele rijkdom bezorgden de stad de naam 'Parel van het Hageland'. Niet voor niets. De Demervallei charmeert natuurliefhebbers. De deelgemeenten Rillaar en Gelrode verrassen met imposante vergezichten. Om van virtueel Rillaar te genieten surf je alvast naar http://www.rillaar.be. De Langdorpse bossen vormen op hun beurt een gedroomd natuurkader voor de vele kapelletjes die je er aantreft op je verkenningstocht. De vele monumenten in het hart van de stad getuigen dan weer van een rijk en bewogen verleden. Cultuur vind je in overvloed in het monumentale Gasthuis. Een namiddagje gezellig kuieren in de Demerstad, een daguitstap voor een frisse neus of een weekendje weg in een levendige stad? Het kan allemaal!
*****
Bezienswaardigheden
***
Wie Aarschot cultureel-historisch wil ontdekken, denkt in de eerste plaats aan de monumentale rijkdom van de stad. Zo kuier je langs de prachtige Onze-Lieve-Vrouwekerk met haar zogenaamde ‘speklagen’, het Begijnhof met op zijn zolders het Museum voor Heemkunde en Folklore, ’s Hertogenmolens, de Sint-Rochustoren, de zuidzijde van de Grote Markt met woningen in Vlaamse neo-renaissancestijl, de Orleanstoren met prachtige panorama’s over de Hagelandse vlakten… Ontdek alvast virtueel enkele mooie plekken van Aarschot. Gewoon in de menubalk aan de linkerzijde klikken op de plek waar je naartoe wil Of het allemaal eens in het echt komen ontdekken natuurlijk!Je bent meer dan welkom.
****
Orleanstoren.
****


Afbeelding
Deze hoektoren, gelegen op de Kouterberg, en beschermd op 31 juli 1936, is een overblijfsel van de oude stadsvesten. Deze muren werden gebouwd in de periode 1360-1365. Nadien werden ze herhaaldelijk verwoest en heropgebouwd.

De toren bevindt zich op één van de hoogste punten van de streek, 52 meter boven de zeespiegel. Boven op de Orleanstoren is er een oriëntatietafel. Men heeft er een prachtig vergezicht over de Kempen. In 1990 liet het stadsbestuur de toren restaureren.
Afbeelding
**********
Afbeelding
*******
http://www.aarschot.be/home/
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

21 feb 2006, 22:18

Het Herentalse stadswapen.
****

Historiek
****
Wie Herentals, de historische hoofdstad van de Kempen, bezoekt, wordt meteen getroffen door de grote monumentenschat. Bezienswaardige monumenten en een nog steeds bloeiende folklore leveren het bewijs van een interessant verleden.
*******
Van agrarische kern tot hertogelijke stad.

In het midden van de twaalfde eeuw wordt de naam ‘Herentals’ voor het eerst in documenten vermeld. In die periode bezat het kapittel van Sint-Waldetrudis in Mons de tiendrechten in Herentals en bouwde er een kerk.
Naast de agrarische kern, de ‘villa’, met de Sint-Waldetrudiskerk als middelpunt, ontwikkelde zich op de kruising van een landweg met een waterweg aan de Kleine Nete een tweede kern, een ‘burgesia’. In 1209 verkreeg deze nieuwe nederzetting van Hendrik I, hertog van Brabant, een vrijheidscharter. Herentals groeide van de dertiende tot de vijftiende eeuw uit tot een hertogelijke stad in het hertogdom Brabant
*****
Bloei.
**
Aanvankelijk was noordelijk Herentals sterker ontwikkeld dan zuidelijk Herentals. Zo werd in 1253 het gasthuis opgericht aan de Nete, en vóór 1266 werd daartegenover, op het Nieuwland, een begijnhof gesticht. Bij het begin van de zestiende eeuw woonden er op het begijnhof ongeveer 300 begijntjes, en daarmee was het een van de grootste van het hertogdom.

Tijdens de veertiende en vijftiende eeuw bereikte Herentals, dankzij de lakennijverheid en -handel, het hoogtepunt van zijn economische welvaart en politieke invloed; de Herentalse producten waren toen bekend over een groot deel van Europa. Herentals had in 1437 met zijn ongeveer 5.000 inwoners de grootste bevolking van de nederzettingen in de Antwerpse Kempen.
***
Monumenten.
***
Door zijn functie van centrum en zelfs van ‘hoofdstad’ van de Kempische regio manifesteerde Herentals zich dus samen met de andere Brabantse steden als een volwaardige stad en werd ook als dusdanig door de andere steden erkend. Door haar welvaart kon onze stad vanaf het begin van de vijftiende eeuw een prestigieuze bouwpolitiek voeren. De magistraat bouwde toen op de markt een nieuwe lakenhal (al spoedig alleen gebruikt als stadhuis), een vleeshal (afgebrand in 1971) en een stadsbrouwerij (oudste vermelding: 1465).

In het begin van de vijftiende eeuw kreeg de stad een aarden omwalling en werden vier stadspoorten opgetrokken.

In 1417 werd begonnen met de bouw van het koor van de Sint-Waldetrudiskerk, in 1453 met de bouw van het schip.

Door de financiële welvaart van de stad kwam in de vijftiende eeuw ook het geestelijk leven tot bloei. Naast het begijnhof kwamen ook twee kloosterstichtingen tot stand: het norbertinessenklooster (1410) en het minderbroedersklooster (1471 - 1472). De stichting van het minderbroedersklooster werd gezien als een zaak van algemeen belang van de Kempen.
****
Arrantales.
**
Door een aantal externe factoren begon de lakenproductie al vanaf het begin van de vijftiende eeuw te verzwakken. Ook het aantal inwoners begon toen te dalen, tot aan het begin van de zestiende eeuw. De lakennijverheid werd stilaan verdrongen door de linnennijverheid. Herentals werd een vrij belangrijk bleek- en exportcentrum van linnen: het Herentalse linnen werd door Spanjaarden via Antwerpen tot in Amerika verscheept als ‘Arrantales’.
Diverse kunstambachten als de glasschilderkunst en de borduurkunst hielpen de faam van Herentals hoog houden.
**
Garnizoenstad



Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) werd het omwalde Herentals omgevormd tot een garnizoenstad. Na de Spaanse garnizoenen volgden vanaf 1576 troepen die het met Willem van Oranje hielden. Vanuit Herentals controleerde het Staatse garnizoen acht jaar lang (van 1576 tot 1584) het hele Kempische platteland.

In 1578 werd, om militair-strategische redenen, het omwalde gedeelte dat in het noorden op de rechteroever van de Nete was gelegen en waarop het oude begijnhof zich bevond, volledig ontmanteld.

In 1584 werd het Spaanse gezag te Herentals hersteld, en met het begin van de zeventiende eeuw brak voor de Kempen een periode van economisch herstel. Het begijnhof werd heropgebouwd, dit keer tussen de Hoge en de Lage Burchtstraat. Het ‘nieuwe’ begijnhof beleefde in de zeventiende en achttiende eeuw nog een relatieve bloei.
In 1613, op verzoek van de magistraat, vestigden de paters augustijnen zich in de stad. Zij zouden tot het einde van het Ancien Régime lesgeven in de Latijnse School.

De gebeurtenissen van de Tachtigjarige Oorlog betekenden het einde van de laken- en linnennijverheid. Maar na de Spaanse Successieoorlog (1700 - 1713) verbeterde de economische situatie. Ook het inwoneraantal van Herentals begon weer te stijgen.
Boerenkrijg



Tijdens de Boerenkrijg (1798), de opstand van het platteland in de Zuidelijke Nederlanden tegen de Franse revolutionairen, was Herentals gedurende een week in handen van het Kempisch Boerenleger. Op 28 oktober 1798 werden de Kempische Jongens na een bloedig treffen uit de stad verjaagd.

Nijverheid



De nijverheid die in Herentals het eerst gemechaniseerd werd, was de lakennijverheid. In 1809 werd een eerste lakenfabriek aan het Molenwater opgericht. Belangrijk industrieel erfgoed is er van de typische Herentalse nijverheden uit de negentiende en de twintigste eeuw, zoals de lakennijverheid, de ijzergieterijen en de schoenfabrieken (Van Hilst en J. Snoeys), niet overgebleven. Een tastbare herinnering aan de bloeiende lakenindustrie is het Molenwaterhof, beter bekend als ‘het kasteel van Diercxsens’. Fraaie gebouwen uit die tijd zijn het kasteel Le Paige en het huis De Limpens.

Centrumfuncties



In de negentiende en twintigste eeuw ging Herentals, mede door zijn gunstige geografische ligging, zijn regionale centrumfuncties voor de landelijke omgeving uitbreiden; de bevolkingscijfers zijn dan ook in stijgende lijn blijven gaan.

Door de fusie van Herentals met Noorderwijk en Morkhoven in 1977 steeg de oppervlakte van Herentals van 2.933 ha. tot 4.764 ha. en de bevolking van 18.320 tot 23.334. In 2005 telt Herentals meer dan 26.000 inwoners.
**************
Bezienswaardigheden .
***






Afbeelding
Het Herentalse Begijnhof is één van de oudste begijnhoven van het oude hertogdom Brabant en van de Kempen. Reeds vóór 1266 werd het 'oude Begijnhof' op het Nieuwland tegenover het oude gasthuis opgericht. Dit begijnhof was een groot hof dat in 1470 ruim 300 begijnen telde.
Om strategische redenen werd het oude Begijnhof tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) in 1578 door het Staatsgarnizoen gesloopt. Nadat het Spaanse gezag te Herentals was hersteld gaf de magistraat in 1590 de toelating om het Begijnhof herop te richten aan de Burchtstraat. Daar beleefde het Begijnhof een nieuwe, relatieve bloei. In 1951 werd te Herentals de laatste begijn geprofest. Anno 1998 leeft er op het Begijnhof spijtig genoeg geen enkele begijn meer.

Langs de Begijnenstraat betreedt men het Begijnhof door de overwelfde doorgang van het poortgebouw. De gevel draagt het jaartal 1622 en in de nis staat een beeld van de H. Begga.
De tweede poort van het Begijnhof geeft uit op de Burchtstraat en werd opgetrokken in 1640. Beide poorten zijn beschermd als monument bij K.B. van 13 augustus 1953.

Ongeveer in het midden van het Begijnhof tegenover een reeks pittoreske 17de eeuwse huizen, ligt in een stemmige tuinomgeving het begijnenkerkje (1614), met waardevol kerkinterieur. Buiten ziet men door de dreef van de kerk recht op het oudste huis van het Begijnhof nl. het Fundatiehuis, beschermd als monument bij K.B. van 11 september 1979.

Tegenover 'Ons Heer op de koude steen' aan de kerk bemerkt men het merkwaardigste gebouw van het Begijnhof, nl. de zogenaamde 'Infirmerie' (het oorspronkelijke Convent). Sinds 1983 werd dit mooi historisch pand ingericht tot 'Begijnhofmuseum', dat toegankelijk is op aanvraag voor groepen .
Afbeelding
De St.-Waldetrudiskerk te Herentals (beschermd als monument bij K.B. van 30 mei 1936) ontving de naam van haar patroonheilige van het kapittel van de kanunnikessen van Bergen.
Dit kapittel werd door de H. Waldetrudis, een Merovingische prinses, gesticht in de 7de eeuw en het bezat lange tijd de tienderechten te Herentals.

In haar huidige vorm (15de eeuw) is de St.-Waldetrudiskerk een eigenaardige exponent van de Brabantse hooggotiek.
De wijze waarop in dit gebouw de kruisribbengewelven van het middenschip en van het hoogkoor worden geschraagd is bijna uniek in de geschiedenis van de bouwkunst. De toren is het enige overblijfsel van een kerk uit de 14de eeuw. De hoogte van de spil vanaf het metselwerk tot aan de voet van het kruis bedraagt 33 meter.

Een eerste grote restauratie van de kerk greep plaats in 1878 e.v. De grondigste restauratie van de kerk tot dusver werd van 1974 tot 1978 uitgevoerd, onder de deskundige leiding van architect J.L. Stynen uit Borgerhout.
De kerk bezit vele kunstschatten waaronder het bewonderenswaardige retabel van St.-Crispien en Crispiniaan (Paschier Borreman, eerste helft 16de eeuw), fraai antiek kerkmeubilair, schilderijen van Ambrosius en Frans Francken, Moeyaert, De Vos, Coxie e.a.
*****
http://www.herentals.be/index2.html
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet

majke
Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
Locatie: europa

25 feb 2006, 17:14

Torhout.
****
Torhout is een plaats en stad in de provincie West-Vlaanderen. De stad telt ruim 19.000 inwoners. Binnen de gemeentegrenzen liggen geen andere kernen.

Voor de spellingshervormingen werd Torhout als Thourout gespeld; in West-Vlaanderen wordt de naam dan ook nu nog steevast als "Toeroet" uitgesproken.

Tussen Torhout en Oostende ligt de Groene 62, een voormalige spoorweglijn die tegenwoordig een natuur-, wandel- en fietsgebied vormt
***
Afbeelding
Dienst voor Toerisme
***
Stadhuis
***
Torhout kreeg in 1183 van Filips van den Elzas de privileges van stad. Op dat ogenblik liet ook de noodzaak tot het bouwen van een "stedehuys" zich voelen (over het uitzicht van dit gebouw weten we momenteel bijna niets af). In dit eerste stadhuis gingen de vergaderingen van de schepenbank door en werden alle documenten bewaard...
De restauratie van 1995 haalde een stuk geschiedenis weer boven. Niet alleen ziet het stadhuis er weer keurig uit, boven de ingangsdeur prijkt andermaal het wapen van de heren van Neuburg, heren van Wijnendale.

Afbeelding
*******
Kasteel van Wijnendale.
***
Het Kasteel van Wijnendale is een waterburcht, die net buiten het centrum van Torhout is gelegen.

Het gebouw kende verschillende periodes in haar ontstaan en ontwikkeling.

de 11e eeuw: oorspronkelijk slot gebouwd en bewoond door de eerste graven van Vlaanderen. Het slot werd enkele malen vernield en herbouwd. Een oude afbeelding toont een omwald kasteel met elf torens en drie donjons die losstonden van het kasteel. Gwijde van Dampierre verbleef hier vaak.
de 15e eeuw: Ook Bourgondiërs woonden in dit slot. Maria van Bourgondië kwam op 25-jarige leeftijd tijdens de jacht in de bossen rond het kasteel ten val en overleed enkele weken later in Brugge. Nadien volgden de graven van Namen en de hertogen van Kleef en Pfalts.
de 17e eeuw: Lodewijk XIV van Frankrijk liet het kasteel ombouwen tot een herberg.
de 19e eeuw: Napoleon Bonaparte gaf opdracht om het gebouw dat tot een ruïne was verworden, af te breken; een paar torentjes en muren bleven nog overeind. Een bankier kocht in 1826 het domein van het koningshuis van Oranje; hij herbouwde de voorvleugel. Het gedeelte uit de 15e eeuw werd uitgebreid met een ophaalbrug.

Kasteel van Wijnendale met zicht op het middeleeuws gedeelte (10 nov 2004)Op 25 mei 1940 ontmoette Koning Leopold III van België hier zijn ministers op het ogenblik dat de Duitsers België binnenvielen. Hij weigerde zijn ministers te volgen en het land te verlaten. Uit deze gesprekken volgde later de Koningskwestie.

Momenteel (2006) is in het linkergedeelte een museum ingericht dat de herinneringen levend houdt aan zijn bekendste bewoners terwijl het andere deel wordt ingenomen door privé-vertrekken. Aan de zijingang van het domein (de ingang voor bezoekers) vind je een oude ijskelder en een recent (2004) gerenoveerde kapel.
****


AfbeeldingAfbeelding
******
http://nl.wikipedia.org/wiki/
Afbeelding
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet