Waar vandaan: SOS & EHBO > EHBO > Beoordeel de toestand van het slachtoffer & Alarmeer de hulpdiensten
- controleer het bewustzijn
- open de luchtweg
- Ga na of het slachtoffer normaal ademt
Een snelle en correcte alarmering is belangrijk. Met de juiste informatie kan de hulpcentrale de juiste hulp uitsturen: ziekenwagen, MUG, politie, brandweer, civiele bescherming, gasmaatschappij, helikopter...
- Wanneer een slachtoffer ernstige verwondingen heeft, alarmeer je de hulpdiensten op het nummer 112 (of 100).
- Wanneer je geconfronteerd wordt met een verkeersongeval zonder gewonden, een dreigend gevaar of een misdrijf, heb je enkel dringende politiehulp nodig. Die kan je oproepen via het nummer 101.
- Bij het vermoeden van vergiftiging bel je zo vlug mogelijk het Antigifcentrum op het nummer 070 245 245.
In de meeste landen bestaat er een nationaal alarmnummer om de hulpdiensten te verwittigen. België was bij de eerste landen om dit in te voeren (900, nadien gewijzigd in 100).Nadien is het Europees alarmnummer 112 ingevoerd. Dit kan je in elke lidstaat van de Europese Unie gebruiken om dringende hulp op te roepen. Als je in België het nummer 100 vormt, kom je bij dezelfde hulpcentrale terecht als bij het bellen van het nummer 112. In elke provincie bevindt zich één hulpcentrale.
Zowel 100 als 112 kan je oproepen via een vaste telefoon, een gsm of vanuit een telefooncel. In België is de oproep steeds gratis. Sommige gsm-toestellen laten het verwittigen van het alarmnummer 112 toe bij ontbrekende belwaarde of zelfs bij slechte gsm-ontvangst. Dit geldt niet als je het nummer 100 vormt.
Als je 100 belt in de buurt van een van de landgrenzen, dan kan het gebeuren dat je geen aansluiting krijgt omdat je gsm al is overgeschakeld naar het buitenlands gsm-netwerk. Bel je op die plek 112, dan kom je bij de hulpdiensten van het buurland terecht, maar die weten perfect hoe ze je verder kunnen helpen.
| Europees noodnummer | 112 |
| Belgisch noodnummer | 100 |
| Antigifcentrum | 070 245 245 |
| Politie | 101 |
Geleidelijk worden de alarmcentrales 112 (100) en 101 samengevoegd. Dan zal je via één nummer, het Europees alarmnummer 112, beroep kunnen doen op alle dringende hulp.
Een gesprek met de hulpdiensten verloopt als volgt:
- Zeg wie je bent.
- Leg uit wat er is gebeurd.
- Om welk soort ongeval gaat het? Bijv. verkeersongeval, val van een ladder, brand.
- Zijn er gevaren waarvoor professionele hulp nodig is? Bijv. een gekneld slachtoffer, ontploffingsgevaar, een hoogspanningskabel op de grond.
- Geef aan waar de hulpdiensten worden verwacht.
- Gemeente en zo nodig deelgemeente, straat en huisnummer, opvallend herkenningspunt in de buurt: grootwarenhuis, benzinestation, monument.
- Bij een ongeval op de snelweg vermeld je het nummer van de snelweg (E40, R1, A12) of de gebruikelijke naam (bijv. Boudewijnsnelweg), de rijrichting, het nummer van de dichtstbijzijnde kilometerpaal of afritten.
- Bij een noodsituatie in een groot gebouw of een moeilijk toegankelijke plek (bijv. een fl atgebouw, school of winkelcentrum) geef je aan de hulpdiensten het adres van de ingang waar ze verwacht worden. Dit is niet noodzakelijk de hoofdingang, maar wel de dichtstbijzijnde ingang of de ingang met de beste toegang (bijv. lift, hellend vlak, afdak).
- Vertel wie de slachtoffers zijn en in welke toestand ze verkeren.
- aantal slachtoffers
- zijn er kinderen betrokken
- andere specifi eke gegevens (bijv. zwangere vrouw, diabetespatiënt)
- toestand van bewustzijn en ademhaling zodat het hulpcentrum kan beslissen om bijkomende hulp te sturen (MUG)
- Beantwoord de vragen van de hulpcentrale.
- Hou de lijn vrij, zodat de hulpcentrale je eventueel kan terugbellen.
- Laat de hulpdiensten opwachten door iemand die hen naar de plaats van het ongeval kan leiden.
Als een ongeval op de snelweg plaatsvindt, kan je de hulpdiensten alarmeren via de dichtstbijzijnde praatpaal.
Die vind je om de twee kilometer langs drukke verkeersaders en op risicoplaatsen. De dichtstbijzijnde praatpaal wordt aangegeven met pijltjes op de verlichtingspalen of op de kilometerbordjes.Als je een praatpaal gebruikt, weten de hulpdiensten onmiddellijk waar je je bevindt. Toch is het goed om ter bevestiging het nummer van de praatpaal te vermelden. Elke paal is namelijk voorzien van een uniek nummer.
Op de paal bevindt zich een drukknop. Als je deze indrukt, krijg je rechtstreeks verbinding met de hulpdiensten. De melding die je doet via een praatpaal is identiek aan een telefoon- of gsm-oproep. Vermeld op een snelweg in welke rijrichting de hulpverleners verwacht worden. Dit is vooral belangrijk als je alarmeert voor een noodsituatie die je opmerkte in de andere rijrichting.Naast oproepen van de dringende hulpverlening, kan je via een praatpaal ook vragen iemand te verwittigen in geval van pech (bijv. pechverhelping, werkgever).
Op buitenlandse snelwegen kunnen de praatpalen er anders uitzien. Maar je kan ze op een gelijkaardige manier gebruiken.
Je kan het document 'noodfax 100' bekomen bij verschillende dovenorganisaties (Cultuur voor Doven vzw, Fevlado vzw, Het Reddend Gebaar) of bij de sociale dienst van de gemeente. Contacteer hiervoor niet de hulpdiensten via de alarmcentrale.
Als iemand anders de hulpdiensten al gealarmeerd heeft, ga dan na of dat correct gebeurde. Als blijkt dat de alarmering niet correct of onvolledig is gebeurd of als je twijfelt, bel je terug met de aanvullende informatie.
Om dit te voorkomen werd het idee van ICEnummers gelanceerd. ICE staat voor 'In Case of Emergency'. Onder deze term kan je de naam en het telefoonnummer opslaan van mensen die moeten verwittigd worden bij een ongeval. Je kan zelfs een volgorde opgeven: ICE 1 voor de eerste persoon die moet gebeld worden, gevolgd door ICE 2 en ICE 3.
EHBO
Alle hoofdstukken
EHBO op thema
Nuttige video's
| | | | | In favorieten opslaan | | |
|
Een vraag of een probleem op SeniorenNet? Kijk dan in het Helpcentrum (klik hier). Als je het daar niet kan vinden, helpen we je via e-mail op support@seniorennet.be. |





