InterviewDubbelinterview. Aan tafel met David Angus & Etienne Siebens(interview Katrijn De Meyer) Gedurende het seizoen 2004-2005 wisselen chef-dirigent Etienne Siebens en eredirigent David Angus elkaar geregeld af. Elk op hun manier staan zij garant voor een gedreven aanpak en kwaliteit. Welke persoonlijkheid en welke visie gaat er schuil achter elk van hen? En hoe vertaalt zich dit naar hun werk met het orkest? Voor ons een uitstekende gelegenheid om deze beide maestro's in een dubbelinterview met mekaar te confronteren!
KDM: David, tot voor kort was jij artistiek directeur van het Symfonieorkest Vlaanderen. Eén van jouw taken was het opmaken van de programmatie. Hoe pakte je dit aan? DA: Het is niet zo dat er begonnen wordt met een overzicht, noch met een blanco pagina. We starten met verschillende vereisten. Er zijn bepaalde gastdirigenten en solisten waarmee we willen samenwerken, met daaraan gekoppeld de werken waarin zij geïnteresseerd zijn. Er zijn speciale projecten die we in bepaalde periodes wensen te realiseren, zoals bijvoorbeeld een requiem-productie in de loop van de maand november, of eventueel een Kerst- of nieuwjaarsprogramma. Dan zijn er nog een aantal speciale werken die we al een aantal jaren wensen op te nemen in de programmatie, en af en toe hebben we een cyclus lopen zoals bijvoorbeeld alle symfonieën van Brahms. De input komt dus uit verschillende hoeken, het is echt wel een gecompliceerd proces. Vertrekkende van hetgeen we absoluut willen doen, gaan we op zoek naar werken die ofwel hierbij aansluiten in stijl, ofwel juist fel contrasteren en interessant zijn om naast mekaar te staan. Vervolgens moeten we een stapje terugzetten in de realiteit en die muziek kiezen die voor een vergelijkbare orkestbezetting geschreven is. We kunnen niet opeens 27 musici aan het orkest toevoegen voor een werk dat amper vijf minuten duurt. Er moet constant rekening gehouden worden met factoren zoals bezetting, timing en budget. Daarnaast moet er ook aan het publiek gedacht worden. Enerzijds willen we niet uitsluitend populaire muziek brengen, anderzijds is het ook niet de bedoeling enkel hedendaagse muziek te programmeren. We trachten telkens een ideale mix samen te stellen van werken die het publiek echt wil horen, aangevuld met iets nieuws dat we zelf bij het publiek willen introduceren en waar we zelf in geloven. Je kan dus spreken van een voortdurend zoeken naar een evenwicht. KDM: Stel dat je bij het vastleggen van het programma geen rekening zou moeten houden met beperkende factoren zoals orkestbezetting en budget, wat zou dan het programma van je dromen zijn? DA: Er zijn twee werken van Stravinsky die ik dolgraag zou willen doen. Het eerste is 'Le Sacre du Printemps', één van de spannendste en mooiste werken die er ooit geschreven zijn, maar waarvoor de orkestbezetting zodanig groot is dat dit voor ons orkest gekkenwerk zou zijn. Een andere Stravinsky waar ik ongelooflijk van hou is ‘Symphonie de Psaumes', maar ook van dit werk is de bezetting absurd: vijf musici per pupiter van de houtblazers, geen violen, geen celli. Je kan dit dus nooit programmeren in een normaal orkest waar je de spelers moet betalen, maar het is wellicht het mooiste koorwerk ooit. Hetzelfde geldt voor Benjamin Britten. En ik hou ongelooflijk veel van opera, wat jammer genoeg snel duur wordt.
Premières versus deuxièmes KDM: Etienne, jij bent meer actief in de wereld van de hedendaagse muziek. Wat is de invloed hiervan op de manier waarop jij aankijkt tegenover premières en deuxièmes? (nvdr: Etienne Siebens is dirigent en artistiek leider van het befaamde Prometheus Ensemble, een ensemble van hedendaagse muziek uit eigen land.) ES: Geen deuxièmes zonder premières natuurlijk. Wanneer je veel rond hedendaagse werkt, nemen premières en het nauw samenwerken met levende componisten een belangrijke plaats in. Ik kan mij inbeelden dat veel musici die actief zijn in oude muziek, wensten dat ze contact konden hebben met de componist die ze op dat moment uitvoeren. Onlangs had ik het geluk met Kurtág te mogen werken (nvdr: Kurtág is een Hongaars componist, geboren in 1926, één van de grootste hedendaagse componisten van het moment). Het was een verbazingwekkende ervaring waar ik heb geleerd hoe deze grote componist omgaat met muziek van anderen en hoe hij omgaat met zijn eigen muziek. We kunnen dit volgens mij vertalen naar de manier waarop wij omgaan met oude meesters als Beethoven, Brahms of Mozart. Eén welbepaalde vraag van Kurtág naar de musici toe was zo relevant: "Waarom speelt iedereen dat op die manier? Dit werk is amper klaar en het is al een traditie. Dit wil ik niet." Het ging om een overgang. Op de partituur staat het inderdaad niet genoteerd, maar iedereen doet het zo, als een eeuwenoude traditie. Bij Mozart en Beethoven bestaan die ingebakken ‘tradities' ook, maar het blijft veelal de vraag of dit zo gewenst was door de componist. KDM: Hoe zou jij dit – als nieuwe chef-dirigent - toepassen in de programmatie van een orkest zoals het onze? ES: We hebben de taak om het publiek iets meer mee te geven dan de reeds gekauwde dingen. Persoonlijk hou ik niet van een goedkope ‘sandwichformule'. Op die manier duw je het publiek iets door de strot wat het misschien absoluut niet wil en er zo een afkeer van krijgt. Ik hou meer van een wel overwogen programma, als een goed samenhangend menu, zodanig dat de luisteraar bepaalde lijnen en relaties ziet. Je moet het publiek de kans geven deze goede hedendaagse muziek te vatten en te voelen. Kijk maar naar ‘Le Sacre du Printemps' van Stravinsky: bij de eerste uitvoering vond men dit een waar schandaal. Niemand verstond het werk, maar nu is het standaardrepertoire. Het is de taak van de musici van vandaag om het publiek hierin mee te nemen en hen te overtuigen. De man voor het orkest KDM: Een interessante discussie, maar laten we het toch even over het werk met het orkest hebben. Hoe bereiden jullie jezelf voor op de eerste repetitie met het orkest? DA: Eigenlijk studeren we het werk in totdat we echt voelen hoe de componist de muziek gemaakt heeft, elk detail. Op zich is het voor ons niet belangrijk te weten hoe de instrumenten bespeeld moeten worden, maar vanuit onze orkestervaring moeten we wel de problemen dat elk instrument met zich meebrengt, begrijpen en weten hoe we deze problemen kunnen aanpakken. KDM: Ik kan me inbeelden dat jullie op basis van je persoonlijke achtergrond de dingen ietwat anders aanpakken? DA: Ik denk dat we de zaken misschien in een verschillende volgorde aanpakken. Ik veronderstel dat Etienne als basspeler eerst naar de harmonie kijkt. Ikzelf ben opgebracht in een koortraditie, dus hoor ik eerst de melodie. Ik begin met de vorm, om nadien de harmonie te analyseren, maar ik denk dat we beiden tot een evenwaardig resultaat komen. Ik zeg niet dat we dezelfde beslissingen nemen. De manier waarop muziek genoteerd wordt, is zo onduidelijk, zelfs bij de hedendaagse componist die elk klein detail noteert. Bijna elke noot kan op tien verschillende manieren gespeeld worden, hetgeen impliceert dat er continu beslissingen genomen moeten worden. Wat betekent dit? Wat wil de componist hier precies? We proberen in de huid van de componist te kruipen. Dit is ook de reden waarom geen enkele uitvoering identiek is, zelfs met eenzelfde dirigent voor het orkest. KDM: Welke aspecten uit jullie 'vorige leven' vormen een sterkte bij jullie werk als dirigent? ES: Ikzelf put heel veel ervaring uit de periode dat ik actief was als bassist. Als bassist zit je op een fantastische plaats om te ‘observeren'. Vanuit je functie als bassist, als belangrijk ritmisch en harmonisch fundament, heb je een goed contact tussen alle partijen en heb je een goed zicht op hoe de verschillende partijen in relatie staan tot mekaar. Je kan ook zeer goed observeren hoe een dirigent werkt en hoe zijn ‘daden' al dan niet door een orkest worden opgevolgd, hoe de reacties zijn van musici op een beweging of uitspraak. KDM: Blijkbaar hebben jullie vrij gelijklopende visies. David, jij had vorig seizoen vier producties met het orkest, Etienne drie. Spreken jullie met mekaar over jullie werk met het orkest? Geven jullie feedback naar mekaar toe? DA: We geven inderdaad praktische feedback aan mekaar. Etienne komt naar mijn concerten en wijst me op zaken die ik kan corrigeren, en vice versa. We maken geen artistieke evaluatie van mekaar omdat we weten dat we verschillend zijn. Als Etienne een exacte kopie van mezelf zou zijn, zou er ook geen enkele reden zijn om hem te vragen. We spreken over de spelers, over de problemen, over wat er moet veranderen. In die zin zijn we een team, maar dan wel elk met zijn eigen stijl. KDM: Ik kan me goed inbeelden dat jullie heel wat vragen krijgen van verschillende orkesten. Wat vinden jullie zo boeiend aan werken met Het Symfonieorkest Vlaanderen? ES: Toen ik vorig seizoen Beethoven 7 deed met jullie orkest, was ik bijzonder aangenaam verrast over het enthousiasme van iedereen, de wil om te werken en het beste te willen om de uitvoering te doen slagen, van iedereen. Zelfs als ik ging werken aan het kleinste detail was er nooit gezeur of gemor. Ik had het gevoel dat iedereen met de neus in dezelfde richting zat. Een orkest is als een grote familie en je moet er een zaak van maken om enerzijds de lat zeer hoog te leggen en anderzijds toch de sfeer optimaal te houden. Streng maar rechtvaardig. Ik denk dat het een van de grote verdiensten is van David dat het orkest op dit moment zo is gegroeid en dat het familiegevoel zo aanwezig is. Het is een bijzonder fijn gevoel wanneer men op deze manier kan werken. KDM: En een tevreden orkest projecteert zijn enthousiasme ongetwijfeld ook naar het publiek? DA: Inderdaad! Musici die tegen hun zin op het podium zitten, betekenen de ondergang van de klassieke muziek. Het publiek betaalt niet meer dan de prijs van een cd om een orkest in slaap te zien vallen. Het publiek wil mensen zien werken. Ik ben ervan overtuigd dat dit zijn steentje bijdraagt tot de publiekstoename op onze concerten. Wanneer we een uitvoering vijf keer brengen, is elk concert beter dan het vorige. Onze musici werken harder en harder en zijn fysiek betrokken. Zelfs al brengt het orkest muziek dat het publiek niet meteen ligt, dan nog wordt dit met zoveel energie en toewijding gebracht dat je toch iets speciaals krijgt. KDM: Hebben jullie nog specifieke ambities voor de toekomst? ES: Ik vind het fijn mijn ding te kunnen doen, met enthousiaste mensen te werken en met interessante muziek bezig te zijn. De dag waarop de muziek mij geen energie meer geeft, zou ik onmiddellijk stoppen en zou ik wat anders gaan doen. Ik haat routine, in alles. Vroeger heb ik dingen gedaan waar ik me echt ongelukkig bij voelde, verplichte routine. Met ouder worden leer je misschien meer te selecteren en te relativeren. Je krijgt meer oog voor de schone en waardevolle dingen. Zoals mogen samenwerken met fijne mensen en mensen die begaan zijn met hun ‘vak'. Zoals het concert vorig jaar met Het Symfonieorkest Vlaanderen in Milaan, wat ik mij lang zal herinneren. Fotos: Eleonora Loontjens |
SenNet Magazine, gratis elke weekGratis registreren
Weergave
Hoe wil je de website zien?
Kies je kleuren
Kies de lettergrootte
Je keuze blijft bewaard op deze computer of telefoon. Ze geldt voor de hele website.
Nieuw
Onze e-cards zijn vernieuwd! Stuur een kaartje voor een verjaardag, als bedankje of zomaar. Bekijk de e-cards

