Waar vandaan: Literatuur > Poëzie van de dag > Allerzielen
Poëzie van de dag
Allerzielen
Ze liggen en ze staan er nog,
de geraamten en de graven.
In meters zand, diep en log,
omheind door dikke yzeren staven.
Je loopt er rond, kijkt er naar,
je ontkomt niet aan 't gevoel van kilte.
Diep in 't hart trilt een droevige snaar,
maakt je bang van die enige stilte.
De lanen, 's zomers bijna te mooi,
liggen beladen nu, met bladeren.
De bomen kijken uit over deze kooi,
geen mus, geen muis durft nog te naderen.
Schaars zie je hier en daar,
een verse bloem of overlevende plant.
Resultaat van een pover gebaar,
van de levenden hun kant.
En toch klopt hier één groot hart,
heel traag, jaar in jaar uit.
vervuld van eindeloze smart,
trillend door iedere aardekluit.
Dan komt opeens die dag, ziedaar,
weken ervoor wordt er gewerkt.
Het ego zegt; maak het weer waar,
dat elkeen 't ziet en goed bemerkt.
Hoe lief wij zijn voor onze doden,
hen bedelvend onder een bloementapijt.
Niets kost te veel,er zijn geen noden,
van overdaad één keer geen spijt.
Het blijft zich keer op keer herhalen,
het kan 't slechtste geweten sussen.
Terwijl de dode slaapt zonder betalen,
onder dit prachtig NOVEMBERkussen!!
NinjaVincent
Zelf poëzie insturen?
Dat kan: stuur naar poezie@seniorennet.be !
Let op: u moet zélf de auteur zijn van het gedicht om toelating te geven voor publicatie op SeniorenNet.