Hallo, Victorine, Pluk, Jeronimo en anderen. Eindelijk nog even de tijd gevonden om jullie te komen groeten. Die gepensioneerde mensen vandaag hebben voor niks nog tijd. (zeggen de jongeren)
Ik ben een beetje in een romantische bui vandaag en daarom zou ik graag dat verhaaltje plaatsen hoe ik en mijn vrouwtje mekaar voor het eerst hebben 'aangeraakt'.
Dit staat al wel op mijn blogje hoor maar vermits ik weet dat niet iedereen daar naartoe surft zal ik het hier maar plaatsen ook.
Zeg me onomwonden als je het hier niet op zijn plaats vindt.
Lente 1955 - - Het eerste contact
Ondanks het feit dat ik haar al jaren ken, is het nooit bij mij opgekomen om iets met haar te beginnen.
De blik waarmee ze naar me kijkt doet me nochtans vermoeden dat ik haar niet onverschillig laat, maar toch is er die aarzeling.
Ze is nog zo jong en ikzelf wil nu, juist vóór mijn legerdienst, niet al meteen aan een vaste verkering beginnen.
Die enkele zondag- of kermisliefjes welke ik tot dan al gekend heb zijn nooit een belemmering geweest om met de kameraden te blijven uitgaan maar als ik iets met haar begin zal het serieus zijn, dat voel ik.
Als ik mijn vriend Willy bij hem thuis ga ophalen om naar de repetities van het toneel te gaan dan zie ik zijn jongere zus wel eens in de keuken. Ook zij speelt mee in de jaarlijks opgevoerde operettes maar tot op heden hebben we nog geen twee woorden met elkaar gewisseld.
Dit jaar maakt de toneelkring een uitstap met de autocar naar de Ardennen en de hoofdattractie is de Waterval van Coo. Iedereen die deze winter actief was bij de kring mag gratis mee.
Het weer is mooi en de bus zit afgeladen vol, zelfs alle zitplaatsen in de middengang moeten worden neergeklapt.
Roger Verbist, die door iedereen “Verbiske” genoemd wordt, zit al aan het venster en naast hem heeft Maria van Stinne zich neergeploft.
Ik heb me niet zo fel gehaast en moet tevreden zijn met een plaats in het midden op een van de klapstoeltjes.
Verbiske voelt zich wat ingesloten en blijkbaar niet erg op zijn gemak en daarom biedt hij Maria zijn vensterplaats aan zodat hij naast mij kan komen zitten om te kletsen over onze legerdienst die binnenkort begint.
De sfeer is opperbest en er wordt al volop gezongen en gelachen voordat de autocar goed en wel het dorp is uitgereden.
Roger Verbist is een paar maanden ouder dan ik en wordt binnenkort ingelijfd bij de marine terwijl ik bij de landmacht ga. Hij vindt het een hele eer om matroos te worden. Verbiske is opgewonden en blijft maar doordrammen over boten en schepen en het mooi blauw marinierspak dat hem toch heel wat beter zal staan dan het kaki soldatenkostuumpje dat ik zal moeten dragen.
‘Zeg eens, om bij de marine te gaan moet je toch kunnen zwemmen?’ Vraag ik expres om de spraakwaterval wat af te stoppen.
Hij kijkt me onnozel aan. ‘Wat..?’
‘Wel ja, jij kunt toch niet zwemmen?’
‘Ikke?... Euh…’
Ik doe er nog een schepje bovenop.
‘Vroeger in de zwembeek, aan het kerkhof, kwam jij nooit dieper dan tot aan je knieën in het water.’
‘Dat is nie ..., niet waar jong! Ik kan wel zw...zwem...mm, en daarbij het is nie ... niet nodig, hebben ze mij ge...gezegd.’
Als Verbiske begint te stotteren moet je oppassen. Dan wordt hij rap kwaad.
Bovendien is het niet prettig om de hele tijd stoten van zijn elleboog te krijgen.
Ik zwijg verder wijselijk en ben blij als we eindelijk een eerste stop houden bij een baancafé om een deel van onze boterhammen op te eten.
De rest volgt morgen...
Ik ben een beetje in een romantische bui vandaag en daarom zou ik graag dat verhaaltje plaatsen hoe ik en mijn vrouwtje mekaar voor het eerst hebben 'aangeraakt'.
Dit staat al wel op mijn blogje hoor maar vermits ik weet dat niet iedereen daar naartoe surft zal ik het hier maar plaatsen ook.
Zeg me onomwonden als je het hier niet op zijn plaats vindt.
Lente 1955 - - Het eerste contact
Ondanks het feit dat ik haar al jaren ken, is het nooit bij mij opgekomen om iets met haar te beginnen.
De blik waarmee ze naar me kijkt doet me nochtans vermoeden dat ik haar niet onverschillig laat, maar toch is er die aarzeling.
Ze is nog zo jong en ikzelf wil nu, juist vóór mijn legerdienst, niet al meteen aan een vaste verkering beginnen.
Die enkele zondag- of kermisliefjes welke ik tot dan al gekend heb zijn nooit een belemmering geweest om met de kameraden te blijven uitgaan maar als ik iets met haar begin zal het serieus zijn, dat voel ik.
Als ik mijn vriend Willy bij hem thuis ga ophalen om naar de repetities van het toneel te gaan dan zie ik zijn jongere zus wel eens in de keuken. Ook zij speelt mee in de jaarlijks opgevoerde operettes maar tot op heden hebben we nog geen twee woorden met elkaar gewisseld.
Dit jaar maakt de toneelkring een uitstap met de autocar naar de Ardennen en de hoofdattractie is de Waterval van Coo. Iedereen die deze winter actief was bij de kring mag gratis mee.
Het weer is mooi en de bus zit afgeladen vol, zelfs alle zitplaatsen in de middengang moeten worden neergeklapt.
Roger Verbist, die door iedereen “Verbiske” genoemd wordt, zit al aan het venster en naast hem heeft Maria van Stinne zich neergeploft.
Ik heb me niet zo fel gehaast en moet tevreden zijn met een plaats in het midden op een van de klapstoeltjes.
Verbiske voelt zich wat ingesloten en blijkbaar niet erg op zijn gemak en daarom biedt hij Maria zijn vensterplaats aan zodat hij naast mij kan komen zitten om te kletsen over onze legerdienst die binnenkort begint.
De sfeer is opperbest en er wordt al volop gezongen en gelachen voordat de autocar goed en wel het dorp is uitgereden.
Roger Verbist is een paar maanden ouder dan ik en wordt binnenkort ingelijfd bij de marine terwijl ik bij de landmacht ga. Hij vindt het een hele eer om matroos te worden. Verbiske is opgewonden en blijft maar doordrammen over boten en schepen en het mooi blauw marinierspak dat hem toch heel wat beter zal staan dan het kaki soldatenkostuumpje dat ik zal moeten dragen.
‘Zeg eens, om bij de marine te gaan moet je toch kunnen zwemmen?’ Vraag ik expres om de spraakwaterval wat af te stoppen.
Hij kijkt me onnozel aan. ‘Wat..?’
‘Wel ja, jij kunt toch niet zwemmen?’
‘Ikke?... Euh…’
Ik doe er nog een schepje bovenop.
‘Vroeger in de zwembeek, aan het kerkhof, kwam jij nooit dieper dan tot aan je knieën in het water.’
‘Dat is nie ..., niet waar jong! Ik kan wel zw...zwem...mm, en daarbij het is nie ... niet nodig, hebben ze mij ge...gezegd.’
Als Verbiske begint te stotteren moet je oppassen. Dan wordt hij rap kwaad.
Bovendien is het niet prettig om de hele tijd stoten van zijn elleboog te krijgen.
Ik zwijg verder wijselijk en ben blij als we eindelijk een eerste stop houden bij een baancafé om een deel van onze boterhammen op te eten.
De rest volgt morgen...
Wie tevreden is met wat hij heeft,
is de rijkste die er leeft.
is de rijkste die er leeft.