Die kleine, da benne kik
De oogst,
Met veel verwachting werd er uitgekeken naar de oogst, er hing immers een gans jaar eten aan vast, wanneer door aanhoudende regen het graan in de stuiken (schoven) niet kon opdrogen begon het te schieten (kiemen), dit gaf plakkerig brood en zou eigenlijk als dierenvoer moeten verbruikt worden maar daarom was het graan te schaars .
Begin Augustus , wanneer de wind uit het oosten of zuidoosten kwam kon men beginnen pikken, gewoonlijk had men dan een periode met vast en droog weder.
Grote boeren hadden toen al een pikbinder, dit was een machine door twee paarden getrokken waarbij gemaaid en gebonden werd, kleine boeren moesten het anders aanpakken, begin van de oorlog konden we ons een maaimachine kopen getrokken door één paard dit diende om gras te maaien en mits een aanpassing ook voor graan,
hier moesten de bussels nog met de hand gebonden worden.
Het in schoven zetten was werk voor het vrouwvolk, met hulp van de kinderen..
Geen graantje mocht verloren gaan, na het in schoven zetten moest het ganse veld opgeharkt worden, dit was ook een werktuig met houten tanden en +- 1,50 breed
daarna moest gans het veld nog eens overlopen worden om toevallig ontsnapte haren te verzamelen., dit was dan kippenvoer.
Over het met de hand “ pikken” valt er ook nog wel iets te vertellen, ik heb het nooit moeten doen maar het zit me nog goed in het geheugen.
Voor dag en dauw was vader al naar het veld terwijl moeder gemolken en de beesten gevoederd had, had grootmoeder ons reeds uit ons bed gehaald, rond negen uur ging moeder met enkele van de kinderen nieuwe mondvoorraad aanbrengen, dit bestond uit een mand met boterhammen met gekookte eieren of droge hesp, de pot met koffie werd gedragen met een koord geknoopt aan den“aas”en den” toot”. Natuurlijk mocht de pot lambik ook niet ontbreken, dit was een stenen kruik van 2 liter die zorgvuldig onder de bladeren in een naburig bietenveld gestopt werd, kwestie van fris te blijven.
Nu kon het binden en stuiken beginnen, tegen de middag , wanneer de zon boven onze kop stond gingen we naar huis, grootmoeder die thuisgebleven was met de kleinsten had het eten klaargemaakt en tot 4 uur werd er gerust.
Wanneer de grootste hitte gepasseerd was kon men aan een tweede” poos” beginnen
nu dikwijls geholpen door een paar buren die na hun dagtaak nog een centje met een “potteken lambik” kwamen bijverdienen.
Wij, de drie kleinsten, moesten rond 7 uur ons bed in, neen niet om te slapen maar kussengevecht te houden en grootmoeder ook een paar uur rust te gunnen.
Ja, die tijd komt nooit meer terug.
niet wat ge zegt telt maar hoe ge het zegt.