
Ten huize Gréves
We waren thuis met tien, grootmoeder ouders en zeven kadeeën zoals vader altijd zei.Ons ouderlijk huis was oorspronkelijk een lemen huisje en werd heropgebouwd in zelfgemaakte baksteen rond 1880, volgens een notarisakte werd dit pand, huis, stal en schuur op 20 are grond gekocht door overgrootvader in het jaar 1863 en als gift onder levenden voor de helft geschonken aan mijn grootmoeder in 1901 met een waardebepaling van 1.559,70 franken
Zoals bijna iedereen op de buiten waren mijn grootouders landbouwers.
Daar ze meestal kleine boeren met een paar koeien waren en grond huurden van de “pachter” waren ze dan ook afhankelijk van de grote boer, iedereen nam voor hen de pet af, de keuterboeren hun land was gewoonlijk een verloren hoekje of slecht gelegen grond van de boer.; in ruil voor de huur en het paardenwerk moesten ze wel klaar staan bij de werkzaamheden op het veld, zo waren die mensen dan moderne slaven.
Mijn overgrootvader een zeer wijs man in die tijd ( hij kon lezen en schrijven)
besloot zich af te scheuren van de pachter en leerde met zijn koe het land te bewerken
Een deel van zijn grond werd beplant met hop, rode bessen en aardbeien, en welke vooruitziende man plantte niet een boomgaard .
Met het zacht fruit werd er te voet naar de vroegmarkt in Brussel gegaan, ik zie nog die wissen manden boven de hopast staan, 1 meter doorsnee met puntige bodem en dito deksel, deze werden op het hoofd gedragen, later wanneer de tram er gekomen is kwamen er de kisten van 10 kg deze werden per vijf verpakt en met koorden samen gebonden, hard fruit werd met een voerman meegegeven.
Mijn moeder groeide als enige dochter in een zekere welstand op, zij mocht naar de kostschool op internaat gaan om er Frans te leren, op zevenjarige leeftijd vertaalde ze reeds de brieven van de Vlaamse meisjes aan de franse soldaten en op haar 16 verjaardag kreeg ze een fiets, wat een luxe.
Toen ze in 1927 trouwde waren ze al bij de betere boeren, ja ze hadden al land gekocht en …een paard.!
Zoals bij iedereen waar de molen goed draaide kwam er alle 14 maanden ne kleine
Ik was de vijfde uit de reeks van zeven maar in de jaren 30 toen de crisis zich inzette
zakten de prijzen van de landbouwproducten in elkaar en werden het moeilijke tijden , ondertussen gingen de meeste kleine boeren naar Brussel werken maar velen vielen zonder werk en kwam er armoede, dit duurde tot 1937-38 toen de industrie op volle toeren draaide voor de nakende oorlog, nu kon er weer verdient worden maar de jonge krachten werden opgeroepen tijdens de mobilisatie.
Vader die een kroosrijk gezin had was vrijgesteld van legerdienst.
Onder de oorlog was het voor de boeren toch wel een betere tijd, ons huisje werd te klein voor opgroeiende kinderen en op de zolder werden er grotere kapvensters gestoken en er kwam een jongens- en een meisjeskamer. Luxe, neen tussen de spleten van de planken kwam ons bed bij fijne sneeuwval onder een laagje sneeuw te liggen.
En …. ’t Was er koud, bij harde vorst hingen er ijskegels op het deken onder onze neus en echt… het ijs stond op de pispot. Om de kilte en vocht uit het bed weg te nemen werd juist voor het slapengaan het bed gestreken met een strijkijzer dat op de Leuvense stoof gestaan had, dit ijzer werd in een doek gewikkeld en deed dienst als voetverwarmer, de jeneverkruik met warm water kreeg ook een plaatsje tot de stop er per malleur afging, ik weet nog dat mijn jongste zus op een zeer koude dag bij mij sliep tot ik nattigheid voelde en riep, Rosa, ge pist.
Ik denk steeds dat ik uitverteld ben maar de herinneringen blijven komen.
De schone oude tijd ??? ja, wij zijn er niet van onderbleven en we hebben een schone jeugd beleefd maar als ik zie hoe de mensen nu in luxe leven denk ik steeds, leven wij niet boven onze stand en komt er nog zo’n tijd van kommer en zorg en ..verdrukking?
Op bovenstaande foto mijn grootouders en moeder in 1922
niet wat ge zegt telt maar hoe ge het zegt.