Alee, we zullen het ergens anders over hebben.
Een (te)kort verlof dat mijn vrouwke en ik, samen op de motor, 'n paar jaar geleden hadden.
-------------------------------------
Een mens moet er eens tussenuit. Al is ‘t maar voor slechts 1 week. Niet zoals gewoonlijk naar zuid-Frankrijk, maar een beetje dichter bij huis. Ter wille van m’n vrouwke Maria blijven de dagafstanden laag, en word regelmatig gestopt. Samen geven en nemen, weet ge wel. We vertrekken zaterdagmorgens om 9 u. Voor het eerst die week, een prachtige zonnige dag. Nou ben ik zot op het uitzetten van diverse vakantieroutes op de ouderwetse papierrol, en het is dan zeker erg stom als ik in Houthalen pas merk dat ik die routes vergeten ben. Even denk ik erover om alles maar op het geheugen te rijden, maar dat is ook niet meer wat het is geweest, en besluit dus te keren en terug naar Lommel te gaan om mijn routes te halen. Miljaarde, bijna een heel uur naar de klote. Da begint weer goed. Die verloren tijd wil ik wel inhalen door op de snelweg een beetje meer te gassen. Net voor Maastricht zoeven we bij Meersen over de E25 naar beneden, als een witte met bonte strepen gekleurde auto net voor me komt rijden. Rode letters aan het achterraam flitsen op, en ik lees “volgen”. Nee hè, Shit, politie. Niet moeilijk te raden waarom die flikken mij moeten hebben. Meneer, u reed 40 km harder dan toegestaan, roept een van de twee agenten enthousiast terwijl ze op ons toe komen lopen. Denkend aan de ferm boete die daar waarschijnlijk bij hoort, besluit ik bijna automatisch om als laatste redmiddel, den dommerik te gaan uithangen, nie zo moeilijk voor mij. Ah nee menier, das nie waor zenne, hebbe kikke niks verkird gedaon, ik zen nie booven de 120 gewist, en zo hard meugde hier toch gaon, nie dan? Jawel meneer, maar niet met die aanhanger achter uw motor, antwoord de agent. Verdoeme, da wiste kikke nie zenne, roep ik verschrikt. Da lijkt me straf zenne. Ik geleuf er gin kloete van. De agenten zijn zeer behulpzaam en leggen mij de verkeersregels nog eens goed uit. De een zegt, we zullen het deze keer hierbij laten, en de ander merkt op dat me dat 6000 frankskes bespaart. Bedankt mannen! Bij Vise zit ik weer op kruissnelheid. Bij Verviers een bak koffie, en dan via de E42 langs St.Vith, Duitsland in. Bij Prum verlaten we de snelweg, en volgen de 49 richting Wittlich, Bengel, naar Cochem, de Moezel over, en verder via de “Hundsruckhochstrasse” richting Koblenz. We stoppen bij camping “Schinderhannes” in Hausbay-Pfalzfeld. ±350Km gereden vandaag. Zondags gaan we via St.Goar en langs de Rijn, naar het zuiden. De Rijn stinkt tegenwoordig als een open riool. Tijdens een stop bij de Lorelei ben ik mijn Harley met z’n tonneke even kwijt. Bedolven onder een nieuwsgierige meute bejaarde Duitsers. Braucht er fiel ol? Nein, dar ist schnaps in. Verder via Bingen, Bad-Kreuznach, Karlsruhe, en een stuk snelweg tot aan Baden-Baden. Daar de 500 oftewel de mooie “Schwartzwaldhochstrasse”. We wijken een stukje uit naar Forbach, en nemen daar Gasthof “Zum Lowen”.

Alles prima geregeld, de motor en ton kunnen netjes in de garage. We zijn vroeg, dus eerst even naar de “Tallsperre”, dan hoeven we daar morgen niet te stoppen.

Een hele hoop motoren daar. Waarom? er is eigenlijk geen bal te zien. S`avonds enorme schnitzels en een paar flinke pinten. Maandagsmorgens zoeken we de 500 weer op.

Echt een prachtige weg. Even laat ik me verleiden tot wat scheur en racewerk, maar achterop zijn ze het daar niet helemaal mee eens, en ze begint in m’n gat te pitsen. Via Sand, Kniebis, Wolfach, en nog wat binnenwegjes via Elzach, naar Furtwangen en Titisee. In Titisee worden alle motoren voortaan geweerd. 15 jaar geleden kon ik daar amper lopen omdat alles vol was geparkeerd, maar daar hebben ze dus nu drastisch een einde aan gemaakt. We vermijden massacamping “Wolfsgrund” bij de “Schluchtsee”, en slaan ons tentje op bij “Sluchttalcamping” in Birkenhof.

Lekker rustig, goed eten en drinken, en een eigenaar die helemaal weg is van ouwe Lance tractors. Een camping om te onthouden als je via Zwitserland naar het zuiden trekt! We blijven daar ook Dinsdag nog, zodat ons Maria een bakdag heeft. Het is inmiddels al tegen de 30°. We zitten slechts een 20tal Km van de Zwitserse grens, en trekken Woensdagsmorgens via Stuhlingen verder naar Schafhaussen om daar even naar de waterval te kijken.

Vanaf Schafhaussen weer Duitsland in, en de 34 richting Waldshut. Bij Albbruck rechts, terug het Schwartzwald in. Een hele mooie route gevonden, Albbruck, Hohenfels, Tiefenstein, Gorwihl, Todtmoos, Weg, Prag, Schonau, Wembach, Neuenweg, Badenweiler, (hier een afdaling van bijna 15 Km! Kicken man!) tot in Mullheim. We steken de Rijn en Franse grens over. De hitte drukt zwaar. 33°. Maria gaat bijna van d`r stokske. Er helpt maar een ding, flink gassen, alhoewel, het is net of ge voor een heteluchtstoof zit. De A36 en N66 richting Mulhouse en Cernay, waar we de Vogezen in willen trekken via de D431 oftewel “Route Des Cretes”. Net boven Cernay, in Wattwiller bij Uffholtz, hebben we geen zin om met onze tent te kramperen op massacamping Les Cources. Het is rond 18u, maar we trekken verder. We vinden onderweg wel een camping of hotelletje. Het is al weer enkele jaartjes geleden dat ik hier nog over deze weg heb gecrost. Steeds maar hoger, nou ja, 1400m, maar het word gelukkig in ieder geval wat minder warm. Col de Amic. We knetteren bocht in bocht uit, en zijn bijna op de top van de Col-Du-Grand-Ballon, net ter hoogte van een Auberge, als ik na een haarspeldbocht wil opschakelen naar z`n tweede versnelling. Hee, niks! Verbaasd kijk ik naar beneden want het lijkt of ik m`n pookje kwijt ben. Dat is niet het geval, maar het ding slingerd wel machteloos heen en weer. Oei, stront aan de knikker. Trubbels in de versnellingsbak. We totteren 100m terug en stoppen aan de herberg. Ik maak Maria duidelijk dat ons verlof voorbij is, en begin te telefoneren. Nu begint een lijdensweg voor iemand die geen woordje Frans kent. Ikke dus. Het is inmiddels bijna 19 uur. Ik bel naar mijn reisverzekering in Brussel die mij vrolijk doorverwijzen naar hun gratis 0800 nummer in Frankrijk. Vandaar zal alles verder geregeld worden. Bellen, nog ’s bellen, nog ‘s, terwijl Maria op het terras van de Auberge van alles naar binnen werkt. De eigenaar van de Auberge zal ons tegen 23 uur naar het 2 Km verder op de top gelegen Hotel Du Grand Ballon brengen, kamer is al geregeld, en de volgende morgen zal men om 10 uur ons, en de motor, komen ophalen.

We balen behoorlijk en zijn moe, maar hebben toch een goede nachtrust. Donderdagmorgens een ontbijt, en dan maar wachten.
En inderdaad, precies om 10 uur komt de plaatselijke pechdienst. Voor de tweede keer in zijn bestaan komt mijn Harley in de vernederende positie op een sleepwagen.

Jammer, hij was nog maar 1500 Km verwijderd van de 100.000 km! Ik had thuis in de garage al een smeervetgebakje en een glas olie voor hem klaar staan om dat jubileum te vieren. De sleper brengt ons naar Mulhouse waar men ons in een hotel wil dumpen en hij zal met de Harley naar een garage gaan. Ik maak hem duidelijk dat ik dat geen goede regeling vind, want ik wil wel weten hoe en waar de Harley terechtkomt. Zodoende word alles afgezet bij een nieuwe Harley-dealer in Sausheim bij Mulhouse. De sleper verdwijnt en het is aan mij om alles maar verder uit te zoeken, en om 11 uur begin ik dus met bellen. Nu begint de ellende pas echt goed. Op het 0800 nummer spreekt men nu alleen maar Frans. Telkens wachten, steeds weer opnieuw bellen, iedere keer weer word ik doorverwezen, want een zeldzame keer lukt het om een vrouwke aan de lijn te krijgen die een beetje engels kent. Talloze malen beloofd men binnen 10 minuten terug bellen, en wat ze dus niet doen. Dan vertellen ze dit, dan vertellen ze dat, en allemaal in een mengelmoes en brabbeltaal. Rond 16 uur gaat alles plots bliksemsnel. Er is al een taxi onderweg om ons naar het station van Mulhouse te brengen. De best mogelijke oplossing die men heeft weten te regelen, is een treinreis naar Maastricht. Ondertussen moet ik samen met de eigenaar van de Harleyzaak, die gelukkig goed Engels spreekt, een aantal papperassen kopiëren en doorfaxen. Prima Harleyzaak daar in Mulhouse, ze hebben uiteindelijk meer dan een week keurig mijn Harley ondergebracht. Om 16.25 uur arriveert de taxi, die amper 20 minuten de tijd heeft om ons door het drukke centrum van Mulhouse naar het station te brengen, want de trein vertrekt om 16.47 uur. Om 16.42 uur rennen we het station binnen. Snel twee kaartjes kopen. De Harleydealer had het al voor ons netjes op een briefje geschreven, zodat we wegens eventuele taalproblemen geen tijd hoefden te verliezen. Snel afrekenen. You have three minuts, waarschuwt de ticketverpatser. Ja, verdoeme, dat weten wij ook wel. We rennen door de stationshal. Tedju, waar ligt perron 4? Nog een minuut. Ieder met een zware tas, vloekend en zwetend, rennen we het perron op en meteen de trein binnen. Achter onze rug snerpt een fluitje, gaan de deuren dicht, en de trein vertrekt. Hijgend laten we ons op de stoelen vallen. Ik moet toch wat minder gaan roken, beter voor de conditie. Voor de zekerheid vraag ik aan een conducteur of deze trein naar Maastricht gaat. Hij controleert onze tickets. Mulhouse, via Strasbourg, Luxemburg, Luik, naar Maastricht. Jawel hoor, alles is in orde. Ik probeer uit te rekenen hoe laat we in Maastricht zullen aankomen, ik geef het op, het zal in ieder geval een lange trip worden. De trein stopt regelmatig in diverse plaatsen. Slechts 2 a 3 minuten. Reizigers stappen in en uit. Maria krijgt bijna een attack als ze op een van die momenten naar buiten kijkt, en mij op het perron ontdekt waar ik rustig een drankautomaat aan het plunderen ben. Telkens als we stoppen zie ik Tv-schermen op het perron hangen met mededelingen betreffende onze trein. Telkens staat er; direction Bruxelles. Een krijg een ongerust gevoel. Ik vraag weer aan een conducteur. Ja, deze trein gaat naar Brussel, maar voor Maastricht moet ge dan wel in Namen overstappen. Godverdegloeiende, ook gemakkelijk dat we zoiets weten. We rijden Luxemburg-stad binnen, er word wat personeel gewisseld, en na 5 minuten schuift het zaakje weer naar buiten. Hoe dichter we bij België komen hoe minder vertrouwen ik krijg in het organiserend vermogen van onze NMBS. Ik enter de verse conducteur met dezelfde vraag; of deze trein naar Maastricht gaat. Maastricht? roept de man verbaasd, nee manneke, dan had ge net in Luxemburg moeten overstappen. Wel nondeknetter! Als ik hem de uitleg van de vorige conducteur vertel, zegt hij; ja, in Namen kunt ge ook overstappen naar Luik, en daar weer overstappen naar Maastricht, maar dat mag niet. Ik begin op een beetje op bedrijfstemperatuur te komen, en vraag; verwacht u dat ik problemen krijg als we toch in Namen overstappen? Nee, zegt hij, maar het mag eigenlijk niet. Ik onderdruk de neiging om de man te wurgen, en ga maar weer zitten lezen. In Namen overstappen gaat vrij vlot. Nu traag en rammelend naar Luik waar we iets na 23 uur aankomen. Over tien minuten vertrekt de trein naar Maastricht. Overstappen. Ik bel eerst even naar de reisverzekering in Brussel of ze, zoals beloofd, de taxi in Maastricht al geregeld hebben die ons naar Lommel moet brengen. Taxi? Lommel? niemand weet ergens iets van. Verdoeme, nou da weer, dat zou toch geregeld worden? Ik gebruik enkele krachttermen, en de telefoniste nu snel zorgen dat om 23.45 uur een taxi klaar staat. Als ik weer de trein kom ingehold roept een conducteur; doe maar kalmaan want we hebben misschien wel een half uur vertraging. Na 20 minuten gaat het treintje aan het rollen. Om 0.15 uur arriveren we in Maastricht. De taxi wil net wegrijden. Ho, hu. Gauw even een en ander regelen, contant betalen a.u.b, Lommel? waar ligt dat? Dat leg ik onderweg wel uit. Binnen het uur worden we thuis voor de deur afgezet. Eenmaal binnen pak ik een borrel en plof in een zetel. Ons verlof zit erop. Al met al zijn we best tevreden. Jammer van die paar gemiste dagen, slechts 1100 Km gereden, maar daarbij wel prima weer gehad. De Harley bleek later een afgebroken schakel-asje te hebben gehad.
Iedereen heeft recht op zijn eigen afwijking..