SUPERRALLY 2003
Woensdag 4 Juni.
We zouden in twee groepen rijden, de Kees met een man/vrouw of zes, en ikke met eveneens zes. Mijn groepke was samengekomen in Holland. Ze hadden er zin in, het zonnetje scheen, het vakantiegevoel kriebelde, en na een taske koffie vertrokken ze richting Lommel om daar mij, Piet oftewel Softail, op te pikken en verder te trekken naar de SuperRally in Tsjechië. Toen ze in Lommel arriveerden begon ik net pijn in mijn kuiten te krijgen want ik stond al een kwartier krampachtig in de startblokken.
Na de gebruikelijke welkomstkreten en armworstelen, word meteen gevraagd naar gereedschap, gelukkig alleen om een weerbarstig spiegeltje te temmen.
Er was niet echt afgesproken wie voorop zou rijden, maar er werd aangenomen dat ik de eerste dag zou doen, bekijken hoe dat bevalt, en de volgende dagen zouden we dan wel verder zien. Ik had binnendoor tot aan Verviers gepland, maar al na 40 Km in de omgeving van Genk krijg snel het schijt van al de omleidingen, en duik maar ergens de snelweg op. Verder via Verviers en St.Vith tot in Duitsland bij Witlich, daar de Moezel over. Over B-wegen en soms een stukje snelweg gaat het verder zuidwaarts naar Hauenstein vlakbij de franse grens, voor onze eerste camping oftewel de Jugendzeltplatz, waar de kroegbemanning altijd begint te grijnzen als er Harleys met een tonneke arriveren.

Heel de camping voor ons alleen, op kruipafstand genoeg eten en drinken, een terras in het zonneke. Kent ge dat gevoel? Het is heet, ge stapt half gaar van uw bike, gauw nog de tentjes planten, en dan die eerste koele grosse Deutsche pint, aaah, da is net of een engeltje op uw tong klaarkomt of zoiets. Het eten is er snel en is prima. Vandaag hebben we bijna 500 Km gereden, met een gemiddelde van 73,2 p/uur. Niet slecht.
Donderdag 5 Juni.
Ik zie er niet tegenop om weer als leader voorop te rijden, integendeel, ik heb ,n goe ploegske achter me hangen. We rijden dus net als de vorige dag, eerst ikke, dan TT die nog moet oefenen in route lezen, dan de 4 andere Harley's. Alles loopt gelijk een fluitje. B-wegen in Duitsland zijn variabel, soms saaie lange rechte stukken met veel vrachtverkeer waar het groepje achter me soms flink moet gassen, telkens als ik besluit om een stel van die grote knapen voorbij te steken. Dan weer mooie landelijke kronkelwegen. De route die ik heb uitgestippeld is niet moeilijk, meestal voor lange tijd een vast wegnummer volgen. Als de weg op gegeven moment door heuvels en bossen slingert, nodigt hij gewoon uit om even te gassen, wat ik dus ook doe. In m'n spiegeltje zie ik den TT volgen met 'n tevreden grijns door z'n lange wapperende baard. Da's kicken man. Bij het volgende dorpje zijn de bochten op en besluit ik te stoppen want ik zie niemand meer achter me, zelfs TT niet, en dat is wel erg vreemd want normaal moet ik bij zulke plezante bochten roepen, trappen, schoppen en schelden om te zorgen dat hij achter me blijft. Als hij na 'n minuutje arriveert vraagt hij, hé Piet, hebde gij links die flikken gezien? Nee, niks gezien. Hebt ge die flikken rechts gezien? Nee, niks gezien. Nou, er flitste van alles, maar ik weet niet of dat voor mij of voor jou was. (We zijn inmiddels jaren verder, en hebben nog steeds geen fanmail ontvangen) Het is mogelijk dat die knurften ons van voor hebben geflitst, zoals in Duitsland gebruikelijk is als ze mooie Harley's zien, of ze waren verbaasd over onze tonnekes, eerst komt er een voorbij met olie, dan ene met naft, en als laatste ene met onderdelen.
Regelmatig word even gestopt om de benen even te strekken en voor 'n sigaretje.
In de loop van de middag naderen we Regensburg. Die naam, samen met mijn reputatie, vraagt om problemen, en in de verte word het erg donker. Hé TT, ziede gij die donkere vette wolk giens? Yep. Nou, die kant moeten we op. Zoals gebruikelijk wacht ik tot het aller(te)laatste moment om de regenpakken aan te doen. Het is maar een bui, en als we daarna nog een kwartiertje doorrijden zijn we droog en kunnen de regenpakken al weer uit. In Regensburg zelf vallen nog wat druppels, maar die nemen we voor lief. Als we de stad achter ons hebben overleggen we even, doorrijden naar Superraly of camping zoeken. Niks stressen, we zijn op verlof en niet op een strafexpeditie. Bijna 500 Km is dus blijkbaar toch voldoende, en verstandig als we allemaal zijn...., word het een camping in het nabije Furth im Wald, net voor de grens van Tsjechië. Even een en ander opfrissen, en na een veldwandeling richting dorp, eten we in restaurant Zum Bay. Dezelfde wandeling in het donker terug, is misschien goed voor de spijsvertering maar zorgt ook dat ik snel aan het maffen ben. Vandaag ging het ook niet slecht, 492 Km, met 68,9 p/uur gemiddeld.
Vrijdag 6 Juni.
Veel te vroeg wakker, want het bier van gisterenavond en een kabbelend beekje achter onze tenten zorgen ervoor dat ik dringend m'n patatten moet afgieten. De vogeltjes fluiten, een stralend zonnetje, en iets na 8u zijn we al op weg. Als we bij grens komen is daar nauwelijks controle en krijgt TT geen felbegeerd stempel in zijn gloednieuwe paspoort. We zien er volgens Ellen gewoon te braaf uit.
We werken volgens het kleinste naftbakske en dat betekend ongeveer elke 180 Km effe tanken.
We zijn ook niet te beroerd, en smeren onderweg onze eigen bookes, we hebben zelfs branderkes bij om koffie te zetten.

Vandaag is het trouwens de grote dag voor TT. Na 2 dagen oefenen mag hij examen doen als voorrijder.
Na de grensovergang wissel ik van plaats, en laat hem "los". Hij begint enthousiast aan zijn taak. We moeten vandaag een dikke 150 Km tot aan Ceske-Budejovice alwaar de Superrally is. Nou begint bijna de helft van alle plaatsjes in Tsjechië met Ceske maar een kniesoor die op die kleinigheidjes let, dus als TT na 4 Km een bordje naar rechts ziet met de vermelding Ceske-Kubice, twijfelt hij geen seconde en scheurt die weg in. Normaal dient men de voorrijder altijd te volgen, maar omdat de situatie nogal overzichtelijk is blijf ik even met de rest wachten tot onze verbaasde aspirant terug op het goede pad is. Daarna gaat alles wonderbaarlijk goed, hij heeft de afgelopen dagen schijnbaar toch goed opgelet. Ah, 'n moeilijk punt, even vanaf de 26 rechts een stukje de 186 tot aan de 22. Hij doet het perfect, niks mis met TT, tot ik in de gaten krijg hoe die gluiperd te werk gaat. Hij kijkt in zijn spiegeltje en wacht gewoon tot ik alvast richting aangeef. Prachtig. Als ik laat merken dat ik hem doorheb, krijg ik 'n brede grijns als antwoord.
Toch blijkt her en der dat Tsjechië een arm land is, want regelmatig zien we, eenzaam langs bossen of velden, van die "zielige" dames staan, die blijkbaar zo weinig geld hebben dat ze slechts heel korte rokjes kunnen kopen.
Aangezien wij gemene a-sociale Harleybikers zijn, trekken we ons niets aan van deze "ellende", en rijden er gewoon aan voorbij.
De andere groep van Kees, had blijkbaar een groter hart dan wij, en waren gestopt om te vragen of ze iets wilden.
Die "zielige" meisjes lieten zelfs zien hoe weinig kleren ze wel hadden.

(de andere foto's zouden hier waarschijnlijk niet toegelaten worden)
Bij Ceske-Budejovice staan bordjes richting SR, en ziet TT de eerste Harley's rijden. Hij ruikt de stal en word helemaal wild, tikt 'n tandje lager, en vliegt erachteraan. Ik moet hem vlug zien te vangen voor we hem in het drukke verkeer kwijt zijn, bovendien hadden we afgesproken eerst nog even te stoppen. Als we tenslotte de Superrally (een vliegveld) oprijden zijn de anderen snel gevonden en worden verhalen met het groepke van Kees uitgewisseld. Het is bloedje heet, maar in de verte pakken donkere wolken zich samen, en worden snel de tenten opgezet.

Een van de maten begrijpt tenminste wat je nodig hebt als je half gebakken van je bike stapt, en brengt ons een grote pint ijskoud bier. Wauw, da smaakt naar meer, dus met zijn allen naar de zuiptent. Met een dik pak SR-Dollars in de pocket wringen we ons door een massa zuipende Harleybrothers richting toog. Die 10 of 12% alcoholpercentage kunt ge niet vergelijken met hier, maar we kunnen er mee leven. Vur 66 cent stekt ge oew snot in nen halve liter redelijk te zuipe bier. De tent is aan drie kanten open maar het is broeierig heet, tot echter even later het water met bakken uit de lucht valt. Ze kwakken daar in recordtijd een gruwelijke hoeveelheid water tegen de wereld. Tijdens en na de bui worden binnen en buiten de tent wedstrijden gehouden in wie het verst op zijn buik door de modder kan schuiven. Dat doen ze s'avonds een stuk minder, want dan staat iedereen onderhand in pure pis te soppen. Niet zo moeilijk als ge bedenkt dat de dichtstbijzijnde dixie's (plastic schijthuiskes) op meer dan 100m staan, en iedereen dan maar probeert om de nabije vliegtuighangaar omver te pissen. Ik weet nog dat we deze dag 169 Km hebben gereden, maar vraag me niet naar het gemiddelde aantal km of potten bier p/uur, want ik ben ergens 'n stukske film kwijtgeraakt. Ik moet snachts ooit naar mijn vlooienbunker zijn gekropen en ben, ondanks alle Harleyherrie, als een blok in slaap gevallen.
Word vervolgd. Softail.
Woensdag 4 Juni.
We zouden in twee groepen rijden, de Kees met een man/vrouw of zes, en ikke met eveneens zes. Mijn groepke was samengekomen in Holland. Ze hadden er zin in, het zonnetje scheen, het vakantiegevoel kriebelde, en na een taske koffie vertrokken ze richting Lommel om daar mij, Piet oftewel Softail, op te pikken en verder te trekken naar de SuperRally in Tsjechië. Toen ze in Lommel arriveerden begon ik net pijn in mijn kuiten te krijgen want ik stond al een kwartier krampachtig in de startblokken.
Na de gebruikelijke welkomstkreten en armworstelen, word meteen gevraagd naar gereedschap, gelukkig alleen om een weerbarstig spiegeltje te temmen.
Er was niet echt afgesproken wie voorop zou rijden, maar er werd aangenomen dat ik de eerste dag zou doen, bekijken hoe dat bevalt, en de volgende dagen zouden we dan wel verder zien. Ik had binnendoor tot aan Verviers gepland, maar al na 40 Km in de omgeving van Genk krijg snel het schijt van al de omleidingen, en duik maar ergens de snelweg op. Verder via Verviers en St.Vith tot in Duitsland bij Witlich, daar de Moezel over. Over B-wegen en soms een stukje snelweg gaat het verder zuidwaarts naar Hauenstein vlakbij de franse grens, voor onze eerste camping oftewel de Jugendzeltplatz, waar de kroegbemanning altijd begint te grijnzen als er Harleys met een tonneke arriveren.

Heel de camping voor ons alleen, op kruipafstand genoeg eten en drinken, een terras in het zonneke. Kent ge dat gevoel? Het is heet, ge stapt half gaar van uw bike, gauw nog de tentjes planten, en dan die eerste koele grosse Deutsche pint, aaah, da is net of een engeltje op uw tong klaarkomt of zoiets. Het eten is er snel en is prima. Vandaag hebben we bijna 500 Km gereden, met een gemiddelde van 73,2 p/uur. Niet slecht.
Donderdag 5 Juni.
Ik zie er niet tegenop om weer als leader voorop te rijden, integendeel, ik heb ,n goe ploegske achter me hangen. We rijden dus net als de vorige dag, eerst ikke, dan TT die nog moet oefenen in route lezen, dan de 4 andere Harley's. Alles loopt gelijk een fluitje. B-wegen in Duitsland zijn variabel, soms saaie lange rechte stukken met veel vrachtverkeer waar het groepje achter me soms flink moet gassen, telkens als ik besluit om een stel van die grote knapen voorbij te steken. Dan weer mooie landelijke kronkelwegen. De route die ik heb uitgestippeld is niet moeilijk, meestal voor lange tijd een vast wegnummer volgen. Als de weg op gegeven moment door heuvels en bossen slingert, nodigt hij gewoon uit om even te gassen, wat ik dus ook doe. In m'n spiegeltje zie ik den TT volgen met 'n tevreden grijns door z'n lange wapperende baard. Da's kicken man. Bij het volgende dorpje zijn de bochten op en besluit ik te stoppen want ik zie niemand meer achter me, zelfs TT niet, en dat is wel erg vreemd want normaal moet ik bij zulke plezante bochten roepen, trappen, schoppen en schelden om te zorgen dat hij achter me blijft. Als hij na 'n minuutje arriveert vraagt hij, hé Piet, hebde gij links die flikken gezien? Nee, niks gezien. Hebt ge die flikken rechts gezien? Nee, niks gezien. Nou, er flitste van alles, maar ik weet niet of dat voor mij of voor jou was. (We zijn inmiddels jaren verder, en hebben nog steeds geen fanmail ontvangen) Het is mogelijk dat die knurften ons van voor hebben geflitst, zoals in Duitsland gebruikelijk is als ze mooie Harley's zien, of ze waren verbaasd over onze tonnekes, eerst komt er een voorbij met olie, dan ene met naft, en als laatste ene met onderdelen.
Regelmatig word even gestopt om de benen even te strekken en voor 'n sigaretje.
In de loop van de middag naderen we Regensburg. Die naam, samen met mijn reputatie, vraagt om problemen, en in de verte word het erg donker. Hé TT, ziede gij die donkere vette wolk giens? Yep. Nou, die kant moeten we op. Zoals gebruikelijk wacht ik tot het aller(te)laatste moment om de regenpakken aan te doen. Het is maar een bui, en als we daarna nog een kwartiertje doorrijden zijn we droog en kunnen de regenpakken al weer uit. In Regensburg zelf vallen nog wat druppels, maar die nemen we voor lief. Als we de stad achter ons hebben overleggen we even, doorrijden naar Superraly of camping zoeken. Niks stressen, we zijn op verlof en niet op een strafexpeditie. Bijna 500 Km is dus blijkbaar toch voldoende, en verstandig als we allemaal zijn...., word het een camping in het nabije Furth im Wald, net voor de grens van Tsjechië. Even een en ander opfrissen, en na een veldwandeling richting dorp, eten we in restaurant Zum Bay. Dezelfde wandeling in het donker terug, is misschien goed voor de spijsvertering maar zorgt ook dat ik snel aan het maffen ben. Vandaag ging het ook niet slecht, 492 Km, met 68,9 p/uur gemiddeld.
Vrijdag 6 Juni.
Veel te vroeg wakker, want het bier van gisterenavond en een kabbelend beekje achter onze tenten zorgen ervoor dat ik dringend m'n patatten moet afgieten. De vogeltjes fluiten, een stralend zonnetje, en iets na 8u zijn we al op weg. Als we bij grens komen is daar nauwelijks controle en krijgt TT geen felbegeerd stempel in zijn gloednieuwe paspoort. We zien er volgens Ellen gewoon te braaf uit.
We werken volgens het kleinste naftbakske en dat betekend ongeveer elke 180 Km effe tanken.
We zijn ook niet te beroerd, en smeren onderweg onze eigen bookes, we hebben zelfs branderkes bij om koffie te zetten.

Vandaag is het trouwens de grote dag voor TT. Na 2 dagen oefenen mag hij examen doen als voorrijder.
Na de grensovergang wissel ik van plaats, en laat hem "los". Hij begint enthousiast aan zijn taak. We moeten vandaag een dikke 150 Km tot aan Ceske-Budejovice alwaar de Superrally is. Nou begint bijna de helft van alle plaatsjes in Tsjechië met Ceske maar een kniesoor die op die kleinigheidjes let, dus als TT na 4 Km een bordje naar rechts ziet met de vermelding Ceske-Kubice, twijfelt hij geen seconde en scheurt die weg in. Normaal dient men de voorrijder altijd te volgen, maar omdat de situatie nogal overzichtelijk is blijf ik even met de rest wachten tot onze verbaasde aspirant terug op het goede pad is. Daarna gaat alles wonderbaarlijk goed, hij heeft de afgelopen dagen schijnbaar toch goed opgelet. Ah, 'n moeilijk punt, even vanaf de 26 rechts een stukje de 186 tot aan de 22. Hij doet het perfect, niks mis met TT, tot ik in de gaten krijg hoe die gluiperd te werk gaat. Hij kijkt in zijn spiegeltje en wacht gewoon tot ik alvast richting aangeef. Prachtig. Als ik laat merken dat ik hem doorheb, krijg ik 'n brede grijns als antwoord.
Toch blijkt her en der dat Tsjechië een arm land is, want regelmatig zien we, eenzaam langs bossen of velden, van die "zielige" dames staan, die blijkbaar zo weinig geld hebben dat ze slechts heel korte rokjes kunnen kopen.
Aangezien wij gemene a-sociale Harleybikers zijn, trekken we ons niets aan van deze "ellende", en rijden er gewoon aan voorbij.
De andere groep van Kees, had blijkbaar een groter hart dan wij, en waren gestopt om te vragen of ze iets wilden.
Die "zielige" meisjes lieten zelfs zien hoe weinig kleren ze wel hadden.

(de andere foto's zouden hier waarschijnlijk niet toegelaten worden)
Bij Ceske-Budejovice staan bordjes richting SR, en ziet TT de eerste Harley's rijden. Hij ruikt de stal en word helemaal wild, tikt 'n tandje lager, en vliegt erachteraan. Ik moet hem vlug zien te vangen voor we hem in het drukke verkeer kwijt zijn, bovendien hadden we afgesproken eerst nog even te stoppen. Als we tenslotte de Superrally (een vliegveld) oprijden zijn de anderen snel gevonden en worden verhalen met het groepke van Kees uitgewisseld. Het is bloedje heet, maar in de verte pakken donkere wolken zich samen, en worden snel de tenten opgezet.

Een van de maten begrijpt tenminste wat je nodig hebt als je half gebakken van je bike stapt, en brengt ons een grote pint ijskoud bier. Wauw, da smaakt naar meer, dus met zijn allen naar de zuiptent. Met een dik pak SR-Dollars in de pocket wringen we ons door een massa zuipende Harleybrothers richting toog. Die 10 of 12% alcoholpercentage kunt ge niet vergelijken met hier, maar we kunnen er mee leven. Vur 66 cent stekt ge oew snot in nen halve liter redelijk te zuipe bier. De tent is aan drie kanten open maar het is broeierig heet, tot echter even later het water met bakken uit de lucht valt. Ze kwakken daar in recordtijd een gruwelijke hoeveelheid water tegen de wereld. Tijdens en na de bui worden binnen en buiten de tent wedstrijden gehouden in wie het verst op zijn buik door de modder kan schuiven. Dat doen ze s'avonds een stuk minder, want dan staat iedereen onderhand in pure pis te soppen. Niet zo moeilijk als ge bedenkt dat de dichtstbijzijnde dixie's (plastic schijthuiskes) op meer dan 100m staan, en iedereen dan maar probeert om de nabije vliegtuighangaar omver te pissen. Ik weet nog dat we deze dag 169 Km hebben gereden, maar vraag me niet naar het gemiddelde aantal km of potten bier p/uur, want ik ben ergens 'n stukske film kwijtgeraakt. Ik moet snachts ooit naar mijn vlooienbunker zijn gekropen en ben, ondanks alle Harleyherrie, als een blok in slaap gevallen.
Word vervolgd. Softail.
Iedereen heeft recht op zijn eigen afwijking..






