Wij nemen voetstoots aan dat figuren, die tot ons collectief geheugen behoren ooit echt mensen van vlees en bloed zijn geweest.
Niets is echter minder zeker.
In een andere rubriek heb ik hier al verwezen naar de twijfels die prof. Matthias Storme heeft over Mohammed.
De vraag blijft hoe het mogelijk is dat namen die voor iedereen met evidentie naar historische figuren verwijzen, toch niet op mensen van vlees en bloed wijzen.
Daarom is het goed de bevindingen te lezen van R. de Vaux, een norbertijn die een erkend exegeet was, maar zich spijtig genoeg minder sympathiek heeft gemaakt in de zaak van de Dode-Zee-rollen.
Hoe dan ook, de man heeft twijfels over het bestaan van de 12 voorvaderen, die aan de oorsprong liggen van de 12 stammen van Israël.
Hij heeft ontdekt dat woorden die een bepaalde hoedanigheid aanduiden, in latere jaren om politieke redenen ‘vermenselijkt’ werden. Hij noemt het ‘eponieme’ voorvaderen.
Zo is er een stam in Jemen met de naam ‘hoza’a’, wat Aramees is voor afgescheidene. Een stam dus die zich om welke reden dan ook ergens in de duisternis der tijden heeft afgescheiden van een andere stam, zoals Lot zich in de bijbel van Abraham afscheidde.
Wel de leden van die stam zijn ervan overtuigd dat er een man heeft bestaan met de naam Hoza’a, die aan de oorsprong ligt van hun geslachtslijn.
‘Holog’, betekent ‘weggevoerden’, maar is evenzeer een menselijke voorvader geworden.
Het blijkt samen te gaan met de nomadencultuur waar stammen te groot worden en splitsen of verschrompelen en zich door een andere stam laten opslorpen.
Zo zijn de ‘weggevoerden’ opgenomen in de grote gemeenschap van de Al-Harit en werd Holog dus een zoon van Al-Harit, wiens bestaan overigens even duister is.
Het gaf de volgelingen ook een zekere adel, een eigenheid, een belangrijkheid binnen de gemeenschap.
De stam van Levi sterft ei zo na uit, maar de fiere dragers van de naam houden zich staande als joodse tempeldienaars.
Maar niet alleen bij woestijnvolkeren komt het voor.
Geen westerling twijfelt aan het bestaan van Homeros, de dichter van de Ilias en de Odysseia.
Wel nu ‘homer’ is een Aramees woord dat oud, waardig betekent. Waarom zou Homeros dan niet een Griekse verklanking zijn voor de oude sagen, de liederen van de ouden?
Men situeert de Ilias en dus Homeros omstreeks 800 voor onze jaartelling. De gebeurtenissen rond de stad Troje worden 400 jaar eerder geplaatst.
Kan het niet zijn dat de oude Grieken prachtige liederen, die allicht als ‘homer’ werden aangeduid, aan een ‘Homeros’ hebben toegedicht. Maak er dan een romantische figuur van, zoals een blinde zanger die van stad tot stad, van land burcht tot burcht trekt, om zijn heldenliederen te brengen.
Bij de oude Etrusken regeerde de familie van de Tarquiniï, die ook enkele mythische koningen aan Rome leverde. Laat die familie toch afstammen van ene Tarquos, een halfgod, die uit een verse ploegvore opstond en de landman toesprak, hem een wetboek gaf en de macht om het toe te passen.
Zo is elke heerser op zoek naar een rechtvaardiging van zijn ambt. Een passende voorvader is daarbij natuurlijk erg welkom.
Is Mohammed nu een Arabier geweest, die met een weduwe trouwde en later een 9-jarig meisje in zijn bed nam, of is het, zoals prof. Storme meent, een verzelfstandigd bijvoeglijk naamwoord dat ‘gezegend’ betekent?
Wij weten het niet.
Wat we wel weten is dat we mogen twijfelen.
Niets is echter minder zeker.
In een andere rubriek heb ik hier al verwezen naar de twijfels die prof. Matthias Storme heeft over Mohammed.
De vraag blijft hoe het mogelijk is dat namen die voor iedereen met evidentie naar historische figuren verwijzen, toch niet op mensen van vlees en bloed wijzen.
Daarom is het goed de bevindingen te lezen van R. de Vaux, een norbertijn die een erkend exegeet was, maar zich spijtig genoeg minder sympathiek heeft gemaakt in de zaak van de Dode-Zee-rollen.
Hoe dan ook, de man heeft twijfels over het bestaan van de 12 voorvaderen, die aan de oorsprong liggen van de 12 stammen van Israël.
Hij heeft ontdekt dat woorden die een bepaalde hoedanigheid aanduiden, in latere jaren om politieke redenen ‘vermenselijkt’ werden. Hij noemt het ‘eponieme’ voorvaderen.
Zo is er een stam in Jemen met de naam ‘hoza’a’, wat Aramees is voor afgescheidene. Een stam dus die zich om welke reden dan ook ergens in de duisternis der tijden heeft afgescheiden van een andere stam, zoals Lot zich in de bijbel van Abraham afscheidde.
Wel de leden van die stam zijn ervan overtuigd dat er een man heeft bestaan met de naam Hoza’a, die aan de oorsprong ligt van hun geslachtslijn.
‘Holog’, betekent ‘weggevoerden’, maar is evenzeer een menselijke voorvader geworden.
Het blijkt samen te gaan met de nomadencultuur waar stammen te groot worden en splitsen of verschrompelen en zich door een andere stam laten opslorpen.
Zo zijn de ‘weggevoerden’ opgenomen in de grote gemeenschap van de Al-Harit en werd Holog dus een zoon van Al-Harit, wiens bestaan overigens even duister is.
Het gaf de volgelingen ook een zekere adel, een eigenheid, een belangrijkheid binnen de gemeenschap.
De stam van Levi sterft ei zo na uit, maar de fiere dragers van de naam houden zich staande als joodse tempeldienaars.
Maar niet alleen bij woestijnvolkeren komt het voor.
Geen westerling twijfelt aan het bestaan van Homeros, de dichter van de Ilias en de Odysseia.
Wel nu ‘homer’ is een Aramees woord dat oud, waardig betekent. Waarom zou Homeros dan niet een Griekse verklanking zijn voor de oude sagen, de liederen van de ouden?
Men situeert de Ilias en dus Homeros omstreeks 800 voor onze jaartelling. De gebeurtenissen rond de stad Troje worden 400 jaar eerder geplaatst.
Kan het niet zijn dat de oude Grieken prachtige liederen, die allicht als ‘homer’ werden aangeduid, aan een ‘Homeros’ hebben toegedicht. Maak er dan een romantische figuur van, zoals een blinde zanger die van stad tot stad, van land burcht tot burcht trekt, om zijn heldenliederen te brengen.
Bij de oude Etrusken regeerde de familie van de Tarquiniï, die ook enkele mythische koningen aan Rome leverde. Laat die familie toch afstammen van ene Tarquos, een halfgod, die uit een verse ploegvore opstond en de landman toesprak, hem een wetboek gaf en de macht om het toe te passen.
Zo is elke heerser op zoek naar een rechtvaardiging van zijn ambt. Een passende voorvader is daarbij natuurlijk erg welkom.
Is Mohammed nu een Arabier geweest, die met een weduwe trouwde en later een 9-jarig meisje in zijn bed nam, of is het, zoals prof. Storme meent, een verzelfstandigd bijvoeglijk naamwoord dat ‘gezegend’ betekent?
Wij weten het niet.
Wat we wel weten is dat we mogen twijfelen.
L'homme n'est ni ange ni bête, mais celui qui veut faire l'ange, fait la bête (Blaise Pascal)