'Schaf het ambtenarenstatuut af, maak alle public servants contractueel en geef hun dezelfde rechten en plichten als de privésector.' Dat zegt Rudy Aernoudt hoogleraar economie aan de Universiteit Gent.
Wat weten we over hen? Ten eerste zijn er veel te veel. De reden is enerzijds sociaal en anderzijds verbonden met onze staatsstructuur.
Het uitbouwen van het overheidsapparaat was in de jaren tachtig en negentig de perfecte kans om de werkloosheid aan te pakken. In de administratie konden mensen met een lage kwalificatie aan de bak komen, met dank aan een politiek duwtje in de rug, deel van het politieke dienstbetoon.
De staatshervormingen boden de kans meer ambtenaren in dienst te nemen. De geregionaliseerde diensten werden groter dan de federale dienst. Een voorbeeld is de voormalige Belgische dienst voor Buitenlandse Handel (BDBH). Die werd twintig jaar geleden gesplitst in Agence wallonne pour l'Exportation (AWEX), FIT Vlaanderen en Brussels Invest and Export, onlangs geïntegreerd in Hub.brussels. Omdat statistieken en prinselijke missies Belgisch moesten blijven, werd ook het Agentschap Buitenlandse Handel opgericht. Eén instelling werd er vier, en vierhonderd ambtenaren werden er meer dan duizend.
Niet zozeer de ambtenaren zijn dus inefficiënt, maar wel de structuren.
Die inefficiëntie kost de belastingbetaler handenvol geld.
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) berekende dat de Belgische administratie bij de duurste van de OESO-landen is en 33 procent minder efficiënt is dan bijvoorbeeld Luxemburg.
Dat betekent dat wij hetzelfde werk moeten kunnen doen met een derde van de ambtenaren minder of dat we met het bestaande ambtenarenapparaat een derde meer moeten kunnen doen.
Alleen al dat realiseren zou het begrotingstekort wegwerken. Een bedrijf dat 33 procent minder efficiënt is dan de naburige concurrentie, is geen lang leven beschoren. Een overheid blijft een monopolie waarvoor de klant geen koning is. Integendeel.
Waarom wordt men dan ambtenaar?
Wel, ambtenaren worden bij de start vrij goed betaald, gemiddeld tot 30 procent meer dan in de privésector. De 'levenslange' benoeming tovert hun loopbaan om in een gouden kooi. Hun salaris blijft vrij constant. Maar de apotheose is het 'welverdiende' pensioen, dat gemiddeld 2,2 keer hoger is dan in de privésector.
Een overheidsuitgave van 10,5 miljard euro per jaar. Dat alles, samen met de inefficiëntie, leidt bij niet-ambtenaren tot een zeker afgunst.
https://trends.knack.be/economie/schaf- ... 1581089396
U hoort het van ... een voor het leven benoemde professor!
Wat weten we over hen? Ten eerste zijn er veel te veel. De reden is enerzijds sociaal en anderzijds verbonden met onze staatsstructuur.
Het uitbouwen van het overheidsapparaat was in de jaren tachtig en negentig de perfecte kans om de werkloosheid aan te pakken. In de administratie konden mensen met een lage kwalificatie aan de bak komen, met dank aan een politiek duwtje in de rug, deel van het politieke dienstbetoon.
De staatshervormingen boden de kans meer ambtenaren in dienst te nemen. De geregionaliseerde diensten werden groter dan de federale dienst. Een voorbeeld is de voormalige Belgische dienst voor Buitenlandse Handel (BDBH). Die werd twintig jaar geleden gesplitst in Agence wallonne pour l'Exportation (AWEX), FIT Vlaanderen en Brussels Invest and Export, onlangs geïntegreerd in Hub.brussels. Omdat statistieken en prinselijke missies Belgisch moesten blijven, werd ook het Agentschap Buitenlandse Handel opgericht. Eén instelling werd er vier, en vierhonderd ambtenaren werden er meer dan duizend.
Niet zozeer de ambtenaren zijn dus inefficiënt, maar wel de structuren.
Die inefficiëntie kost de belastingbetaler handenvol geld.
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) berekende dat de Belgische administratie bij de duurste van de OESO-landen is en 33 procent minder efficiënt is dan bijvoorbeeld Luxemburg.
Dat betekent dat wij hetzelfde werk moeten kunnen doen met een derde van de ambtenaren minder of dat we met het bestaande ambtenarenapparaat een derde meer moeten kunnen doen.
Alleen al dat realiseren zou het begrotingstekort wegwerken. Een bedrijf dat 33 procent minder efficiënt is dan de naburige concurrentie, is geen lang leven beschoren. Een overheid blijft een monopolie waarvoor de klant geen koning is. Integendeel.
Waarom wordt men dan ambtenaar?
Wel, ambtenaren worden bij de start vrij goed betaald, gemiddeld tot 30 procent meer dan in de privésector. De 'levenslange' benoeming tovert hun loopbaan om in een gouden kooi. Hun salaris blijft vrij constant. Maar de apotheose is het 'welverdiende' pensioen, dat gemiddeld 2,2 keer hoger is dan in de privésector.
Een overheidsuitgave van 10,5 miljard euro per jaar. Dat alles, samen met de inefficiëntie, leidt bij niet-ambtenaren tot een zeker afgunst.
https://trends.knack.be/economie/schaf- ... 1581089396
U hoort het van ... een voor het leven benoemde professor!