“ DAMES EN HEREN”
Dit was een aanspreektitel voor een willekeurig publiek. Maar die bleek absoluut onvolledig. En fout dus. Gelukkig hebben we nu kennis gemaakt met de woke–beweging en de LGTBQIA+ gemeenschap om die onfrisse aanspreektitel achterwege te laten. Voor wie nog niet helemaal mee is, de reeks letters staan voor mensen met een seksuele geaardheid als Lesbisch, Gay, Bisexual, Trans, Queer, Intersex, Asexual. Oorspronkelijk ontbrak nog dat + teken, maar omdat men er niet zeker van was dat er nog andere geaardheden in de toekomst zouden kunnen opduiken, heeft men er, uit voorzichtigheid, dit teken aan toegevoegd. Zo valt niemand uit de boot. Perfect.
Als frequent treinreiziger stelde ik al een tijdje vast dat onze NMBS al op het goede spoor hiervan zit. We worden er niet meer begroet met het klassieke “Dames en Heren” maar met “Beste treinreizigers”. Want daar valt iedereen onder, daar is geen speld tussen te krijgen.
Niettemin kan er zich toch al eens een incidentje voordoen zoals onlangs in mijn geval. De conducteur die mijn ticket wou controleren zag er zeer vrouwelijk uit wat ik afleidde uit haar/zijn/hem/ het hoofddeksel, uniform met rok en contouren ter hoogte van de borst. Ik zag een conductrice in haar/hem/het. Nu had ik mijn ticket thuis betaald via de computer en dit op mijn e-identiteitskaart laten bevestigen. Maar dat bleek niet zichtbaar te zijn op haar toestelletje.
“Meneer rijdt zonder geldig vervoersbewijs”, merkte ze nogal boos op.
Ik schrok. Tweemaal. Eerst omdat ik zeker wist dat ik betaald had en ten tweede omdat ze me grofweg met “meneer” aansprak. Plots was ik geen “beste reiziger” meer maar een cisgender en bovendien een zwartrijder. Hoe kon ze dat weten, vroeg ik me af. Een gewaagde gok.
Maar het was een juiste gok : ik ben cisgender.
Misschien hoeft hier een woordje uitleg. Mensen die vroeger een “man” werden genoemd en die niet tot de categorie LGTBQIA+ behoorden ; m.a.w. zij van wie de genderidentiteit overeenkomt met het geboortegeslacht, noemt men nu cisgenders i.p.v. mannen. En uiteraard geldt dit ook voor vrouwen. Dit maar om misverstanden te vermijden want onlangs, tijdens een kaarttornooi, vroeg ik schalks aan een medespeler of hij cisgender was en ik kreeg een klap rond mijn oren.
Aangezien zij zich de vrijpostigheid veroorloofde om mij “meneer” te noemen werd ik ook zo vermetel om haar met “mevrouw” aan te spreken. Ik besefte dat dit een risico inhield want onlangs las ik een artikel waarin men vrouwen definieerde als “personen die menstrueren” wat dan weer aanleiding gaf bij de schrijfster J.K Rowling (Harry Potter) of het niet eenvoudiger zou zijn om gewoon het woordje “vrouw” te gebruiken. Maar J.K. Rowling kreeg dan ook klappen rond de oren.
Voorzichtigheidshalve informeerde ik dan ook niet naar haar menstruatie – ondervindingen.
“Mevrouw, ”zei ik dus, “momenteel heb ik geen bewijs van betaling bij de hand, maar ik kan dat morgen wel voorleggen. Maar ik vind het erg dat u mij een zwartrijder noemt. Weet u niet dat dit een racistisch woord is ? Die term zorgt voor de associatie van zwart met iets negatiefs. Denk maar aan Zwarte Zondag. Voor zwarte mensen is dat dus een negatieve bijklank.
“Maar hoe zal ik u dan noemen, meneer ? Een blinde passagier ?”
“Nog minder, zou ik zeggen. U schijnt ook niet te begrijpen dat het woord “blind” taboe is geworden omdat het kwetsend is voor mensen met een visuele handicap.”
Een moeilijk gesprek liep dan ten einde. Veel mensen schijnen nog niet te weten hoe aanstootgevend of kwetsend hun taal soms is. Vroeger keek men niet zo nauw, men noemde een kat een kat. Tegenwoordig gaat men subtieler te werk, aangepast aan ieders gevoeligheden. Tien kleine negertjes van Agatha Christie werd in Engeland in 1965 reeds omgedoopt in Tien kleine Indiaantjes maar toen bleek dat “Indiaantjes” ook fout was, heeft men het roer drastisch omgegooid en de titel luidt nu : En toen waren er nog….Die puntjes staan er om te vermijden dat men er een of andere gemeenschap moet aan toevoegen die zich op haar beurt gekwetst zou voelen. Men had er Indigenas kunnen van maken zoals de Indianen in Canada genoemd worden, maar hoe lang blijft deze benaming nog aanvaardbaar ? Veiligheid voor alles, zou ik zeggen.
Om in de literatuur te blijven : Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen, een wereldberoemd sprookje. Volgens mij, een van de ergste titels in het genre. Vooreerst dit Sneeuwwitje. Over haar geaardheid wordt niets gezegd, algemeen aanvaardt men dat ze cisgender is, maar er is geen zekerheid. Wat wel zeker is, is dat ze wit is ; haar naam zegt het al. We kunnen hieruit afleiden dat ze afkomstig is uit een blanke familie en dus behoort tot een koloniserende gemeenschap die allerlei ziektes naar andere werelddelen bracht en er aan slavenhandel deed. Maar per slot van rekening is ze nog maar een kind en we stappen daar maar over. Maar wat met die Zeven Dwergen ? Mensen met een kleine gestalte die met zulk een titel geconfronteerd worden voelen zich natuurlijk geviseerd en kunnen daar onder lijden. Op zijn minst lijkt het me dan wenselijk om voortaan deze titel te wijzigen in Sneeuwwitje en de Zeven Personen met een Aangeboren Groeistoornis.
Overal dienen correcties aangebracht te worden. Neem nu het woordje “hut”. Dit gebruikten we vroeger om de woning te omschrijven waarin veel inheemse Afrikanen verbleven. Zéér denigrerend. De 19de eeuwse schrijfster Stowe werd bekend om haar klassiek werk De Hut van Oom Tom. Het brave mens bedoelde het natuurlijk heel goed met haar pleidooi tegen de toenmalige slavernij, maar wat een vreselijke titel ! Gepaster zou zijn om de titel te wijzigen in De Verblijfplaats van de tot slaaf gemaakte Afro-Amerikaanse Heer Thomas.
Bobbejaan Schoepen met zijn Hutje bij de Zee kunnen we zo laten want hier gaat het over witte vissersfamilies wier voorouders zich wellicht schuldig maakten aan zeeroverij als ze al niet deelnamen aan tot-slaaf-gemaakten-transporten met hun schuiten. Zit er dik in.
Dit is maar een greep uit het vele werk dat nog te leveren valt. Het herschrijven van geschiedenisboeken, het verbrijzelen van monumenten en standbeelden, het censureren van opera’s van Mozart en Haendel, het bijwerken van ongepaste schilder- en beeldhouwwerken.
Jongens, staakt uw wild geraas en vlieg er in, desnoods met de botte bijl. Want dit is niet meer om te lachen.
Dit was een aanspreektitel voor een willekeurig publiek. Maar die bleek absoluut onvolledig. En fout dus. Gelukkig hebben we nu kennis gemaakt met de woke–beweging en de LGTBQIA+ gemeenschap om die onfrisse aanspreektitel achterwege te laten. Voor wie nog niet helemaal mee is, de reeks letters staan voor mensen met een seksuele geaardheid als Lesbisch, Gay, Bisexual, Trans, Queer, Intersex, Asexual. Oorspronkelijk ontbrak nog dat + teken, maar omdat men er niet zeker van was dat er nog andere geaardheden in de toekomst zouden kunnen opduiken, heeft men er, uit voorzichtigheid, dit teken aan toegevoegd. Zo valt niemand uit de boot. Perfect.
Als frequent treinreiziger stelde ik al een tijdje vast dat onze NMBS al op het goede spoor hiervan zit. We worden er niet meer begroet met het klassieke “Dames en Heren” maar met “Beste treinreizigers”. Want daar valt iedereen onder, daar is geen speld tussen te krijgen.
Niettemin kan er zich toch al eens een incidentje voordoen zoals onlangs in mijn geval. De conducteur die mijn ticket wou controleren zag er zeer vrouwelijk uit wat ik afleidde uit haar/zijn/hem/ het hoofddeksel, uniform met rok en contouren ter hoogte van de borst. Ik zag een conductrice in haar/hem/het. Nu had ik mijn ticket thuis betaald via de computer en dit op mijn e-identiteitskaart laten bevestigen. Maar dat bleek niet zichtbaar te zijn op haar toestelletje.
“Meneer rijdt zonder geldig vervoersbewijs”, merkte ze nogal boos op.
Ik schrok. Tweemaal. Eerst omdat ik zeker wist dat ik betaald had en ten tweede omdat ze me grofweg met “meneer” aansprak. Plots was ik geen “beste reiziger” meer maar een cisgender en bovendien een zwartrijder. Hoe kon ze dat weten, vroeg ik me af. Een gewaagde gok.
Maar het was een juiste gok : ik ben cisgender.
Misschien hoeft hier een woordje uitleg. Mensen die vroeger een “man” werden genoemd en die niet tot de categorie LGTBQIA+ behoorden ; m.a.w. zij van wie de genderidentiteit overeenkomt met het geboortegeslacht, noemt men nu cisgenders i.p.v. mannen. En uiteraard geldt dit ook voor vrouwen. Dit maar om misverstanden te vermijden want onlangs, tijdens een kaarttornooi, vroeg ik schalks aan een medespeler of hij cisgender was en ik kreeg een klap rond mijn oren.
Aangezien zij zich de vrijpostigheid veroorloofde om mij “meneer” te noemen werd ik ook zo vermetel om haar met “mevrouw” aan te spreken. Ik besefte dat dit een risico inhield want onlangs las ik een artikel waarin men vrouwen definieerde als “personen die menstrueren” wat dan weer aanleiding gaf bij de schrijfster J.K Rowling (Harry Potter) of het niet eenvoudiger zou zijn om gewoon het woordje “vrouw” te gebruiken. Maar J.K. Rowling kreeg dan ook klappen rond de oren.
Voorzichtigheidshalve informeerde ik dan ook niet naar haar menstruatie – ondervindingen.
“Mevrouw, ”zei ik dus, “momenteel heb ik geen bewijs van betaling bij de hand, maar ik kan dat morgen wel voorleggen. Maar ik vind het erg dat u mij een zwartrijder noemt. Weet u niet dat dit een racistisch woord is ? Die term zorgt voor de associatie van zwart met iets negatiefs. Denk maar aan Zwarte Zondag. Voor zwarte mensen is dat dus een negatieve bijklank.
“Maar hoe zal ik u dan noemen, meneer ? Een blinde passagier ?”
“Nog minder, zou ik zeggen. U schijnt ook niet te begrijpen dat het woord “blind” taboe is geworden omdat het kwetsend is voor mensen met een visuele handicap.”
Een moeilijk gesprek liep dan ten einde. Veel mensen schijnen nog niet te weten hoe aanstootgevend of kwetsend hun taal soms is. Vroeger keek men niet zo nauw, men noemde een kat een kat. Tegenwoordig gaat men subtieler te werk, aangepast aan ieders gevoeligheden. Tien kleine negertjes van Agatha Christie werd in Engeland in 1965 reeds omgedoopt in Tien kleine Indiaantjes maar toen bleek dat “Indiaantjes” ook fout was, heeft men het roer drastisch omgegooid en de titel luidt nu : En toen waren er nog….Die puntjes staan er om te vermijden dat men er een of andere gemeenschap moet aan toevoegen die zich op haar beurt gekwetst zou voelen. Men had er Indigenas kunnen van maken zoals de Indianen in Canada genoemd worden, maar hoe lang blijft deze benaming nog aanvaardbaar ? Veiligheid voor alles, zou ik zeggen.
Om in de literatuur te blijven : Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen, een wereldberoemd sprookje. Volgens mij, een van de ergste titels in het genre. Vooreerst dit Sneeuwwitje. Over haar geaardheid wordt niets gezegd, algemeen aanvaardt men dat ze cisgender is, maar er is geen zekerheid. Wat wel zeker is, is dat ze wit is ; haar naam zegt het al. We kunnen hieruit afleiden dat ze afkomstig is uit een blanke familie en dus behoort tot een koloniserende gemeenschap die allerlei ziektes naar andere werelddelen bracht en er aan slavenhandel deed. Maar per slot van rekening is ze nog maar een kind en we stappen daar maar over. Maar wat met die Zeven Dwergen ? Mensen met een kleine gestalte die met zulk een titel geconfronteerd worden voelen zich natuurlijk geviseerd en kunnen daar onder lijden. Op zijn minst lijkt het me dan wenselijk om voortaan deze titel te wijzigen in Sneeuwwitje en de Zeven Personen met een Aangeboren Groeistoornis.
Overal dienen correcties aangebracht te worden. Neem nu het woordje “hut”. Dit gebruikten we vroeger om de woning te omschrijven waarin veel inheemse Afrikanen verbleven. Zéér denigrerend. De 19de eeuwse schrijfster Stowe werd bekend om haar klassiek werk De Hut van Oom Tom. Het brave mens bedoelde het natuurlijk heel goed met haar pleidooi tegen de toenmalige slavernij, maar wat een vreselijke titel ! Gepaster zou zijn om de titel te wijzigen in De Verblijfplaats van de tot slaaf gemaakte Afro-Amerikaanse Heer Thomas.
Bobbejaan Schoepen met zijn Hutje bij de Zee kunnen we zo laten want hier gaat het over witte vissersfamilies wier voorouders zich wellicht schuldig maakten aan zeeroverij als ze al niet deelnamen aan tot-slaaf-gemaakten-transporten met hun schuiten. Zit er dik in.
Dit is maar een greep uit het vele werk dat nog te leveren valt. Het herschrijven van geschiedenisboeken, het verbrijzelen van monumenten en standbeelden, het censureren van opera’s van Mozart en Haendel, het bijwerken van ongepaste schilder- en beeldhouwwerken.
Jongens, staakt uw wild geraas en vlieg er in, desnoods met de botte bijl. Want dit is niet meer om te lachen.

