Gelukkig zijn we als amateurfietstoeristen geen gegeerd wild voor de persmuskieten. We houden het liever op een kleinere schaal. Tenslotte zijn we niet uit hetzelfde hout gesneden als die beroemde Kannibaal en die jonge gast met zijn soepele benen. Die renners zijn mensen die door diepe dalen gaan om er te geraken maar ze komen er, dat hebben ze meermaals bewezen. Ze twijfelen niet aan zichzelf en geven de moed nimmer op. Iedereen heeft wel eens andere lucht nodig, de winterbries duurde te lang en de sneeuw heeft geen deugd gedaan aan ons gemoed. Een kwakkelwinter was het en dat hebben we gevoeld aan de stookkosten. Nu zeggen ze wel eens dat de passie voor de fiets niet te ver mag gaan maar voetballers jagen toch ook achter hun bal aan. Ze sjotten hem verder terwijl ze hem hadden, dat is dus nog gekker, een haasje-over-spel. Ik denk dat iedereen wel goed weet wat zijn of haar lichaam aankan. Je bent er tenslotte voortdurend mee bezig. Fysiek zijn we goed bezig en dromen, verlangens en ambities hebben we allemaal. Alleen, het moet niet overdreven worden maar wat is overdrijven? Men mag zich niet neerleggen bij een situatie, men moet telkens het hoofd rechtop houden, doordouwen. Niemand hier wil toch voor oud en versleten doorgaan. Neen we willen vitaal blijven en dan stimuleren we de anderen om ook iets te doen. Het geloof verzet toch ook bergen en de Tourmalet is nog niet geslonken, hij ligt plechtig te wachten om respect af te dwingen en hij krijgt respect. Competitiedrang is allang niet meer bij mij aanwezig en de rode lantaarn draag ik op mijn gemakje. Zeulen en prestatiegericht zijn niet meer aan mij besteed. Ook sta ik niet te blinken in mijn vel, blink ik toch dan is dat van de olie die mijn benen alle eer aan doen. En zeg nu zelf, wie kijkt er nu niet graag naar gespierde vrouwelijke sportieve benen? Je hebt nu eenmaal stadsmussen en fietsmerels. Trouwens niet altijd verloopt een tocht vlekkeloos, er komen ook al eens laagvliegers tussen en schamele uithoudingsvermogens. Alles went, na de nederlaag van de dag ervoor, kruip je gewoon op je fiets met de bedoeling: vandaag krijgt de man met de hamer me niet. Als je door Ninove en Geraardsbergen door de slechte staat van bevinding rijdt, doet je dat even aan vergane heroïek denken. Straten kunnen daar op sommige plaatsen een likje opklapbeurten gebruiken. De passages over de treinsporen in Galmaarden die je door het hemelse Tollembeek meevoeren, doen je zitvlak geen goed, neen, hier word je gesudderd. En dan heb ik het nog niet gehad over Drève de la Chapelle. Alhoewel ik telkenmale over mijn schouder gluur om de kolderaars buiten te zien werken in hun voortuin, het lukt me niet om ze te zien. Tijd om te groeten is er trouwens toch niet bij, de Congoberg moet bedwongen worden. Lange Kamstraat (Helling) Molenstraat is nog zo’n monument in Roosdaal. Schakelen op tijd of je ligt eraf en wie eraf ligt moet tevoet naar boven. Het is vrij lastig om terug in je goede verzet te geraken zonder dat je dijknijpers krijgt. Echter in Liederkerke heb ik niet geknepen, ik deed het op mijn gemak, laat de jagers maar op hun punten jagen, ik krijg dezelfde als ik boven kom. Ook durf ik gerust toegeven dat ik in affligem even op mijn moeder geroepen heb: mama, kom me halen, ik wil naar huis. Op 60 km was er bevoorrading even buiten Tollembeek waar je je kan laven aan sportdrankjes, wafels en jammer genoeg geen bananen. Iedereen die op dit punt aankomt, ziet zwart van het stof op het gezicht, armen en benen. De spookverhalen duiken op en de mensen die een klop van vaderhamer gekregen hebben, krijgen de gelegenheid om terug bij hun positieven te komen. Dan heb je ook nog de hele fanatiekelingen, die de kleintjes niet zien staan, zij zijn immers de groten zonder elitecontract. Zo zie je maar Genieterke, iedere keer heb je een ander koersverhaal om te onthouden, om uit te leren, om over te doen of om vlug te vergeten. Als je na een paar uur zadelleed aankomt op je vertrekpunt, ben je ineens niet meer moe. Niemand begrijpt eigenlijk hoe dat komt alleen een zwoeger weet dat hij het weer geklaard heeft. Maar één ding heb ik al de jaren onthouden, opgeven kan je altijd doen en ooit moet je je meerdere erkennen in een Slingerberg of Cauberg, maar voorlopig dus niet. Wie in Valkenburg regelmatig toertjes draait en de Valkenberg richting Sibbe neemt om in Margraten uit te komen, die weet wat hij wil en die wil immer verder en verder totdat hij het loodje erbij neerlegt. Maar de Bemelenberg, die bolde goed….bergaf!
