Eindelijk heb ik dan wat tijd gemaakt om het "vettig" verhaaltje af te maken.
-1947 - - Nonkel Jan - (Janneke)
(zie Deel 1 hierboven)
Deel 2
Toch is nonkel meestal een echte pleziermaker. Op bijeenkomsten en feestjes staat hij steeds in het middelpunt van de belangstelling.
Aan de tafel waar Janneke zit wordt er het meest van al gelachen. Iedereen is verzot op zijn moppen en zijn kwinkslagen.
Iedereen luistert graag naar hem want hij kan als geen ander de boel op stelten zetten.
Om de triestige jaren van de oorlog vlug te kunnen vergeten lachen de mensen graag en veel.
Iedereen doet mee als Nonkel een of ander spel in gang steekt.
Het
spel met de flessen kan niemand hem nadoen, want telkens opnieuw vindt hij een gewillig slachtoffer dat zich laat beetnemen.
Het gaat als volgt:
Nonkel zet enkele lege bierflessen willekeurig verspreid op de grond van de woonkamer en vraagt een vrijwilligster om even tussen de flessen door te lopen zonder deze te raken.
Dit gaat vrij gemakkelijk en iedereen kan blijven kijken.
Nu wordt aan een paar vrouwen gevraagd om zich af te zonderen en niet naar het spel te kijken tot zij aan de beurt komen.
Zijn medewerker, meestal mijn vader of nonkel Albert, bind de vrouw een sjaal of keukenhanddoek voor de ogen, ze wordt bij de arm genomen en tot vóór de rij flessen gebracht.
‘Vooruit lopen,’ zegt Janneke, ‘maar pas op, loop niet tegen de flessen!’
Terwijl ze langzaam voetje voor voetje vooruit gaat worden de flessen één voor één voorzichtig weggenomen.
Er staan al helemaal geen flessen meer als de grappenmaker roept: 'Pas op!Benen wijd open nu, ge gaat een fles omver trappen!'.
Achter haar rug worden de flessen weer op hun plaats gezet en als de blinddoek word afgenomen lijkt het alsof de vrouw het parcours perfect had afgelegd.
Dit gaf aanleiding tot grote hilariteit.
Vervolgens is het de beurt aan één van de afgezonderde vrouwen. Het spel gaat op dezelfde manier verder, en de toeschouwers roepen maar steeds: ‘Pas op benen open! Let op de flessen!’
Net voordat de vrouw haar blinddoek wordt afgenomen gaat Janneke languit op zijn rug achter haar op de grond liggen.
Als ze omkijkt denkt ze dat Janneke heel die tijd onder haar rok heeft zitten loeren.
De omstanders spelen het spel mee en liggen dubbel geplooid van het lachen.
Meestal wordt de vrouw vuurrood van schaamte maar soms krijgt Janneke een paar oorvijgen of een
ferme slag van haar sacoche.
Het kan hem allemaal net schelen. Als er maar gelachen wordt.
Deel 3
Wanneer Janneke op café iets hoort vertellen dat hij de moeite waard vind slaat zijn fantasie op hol en vertelt hij het, nogal sterk aangedikt, als de waarheid. De zuivere waarheid!
Zo komt hij eens met het verhaal op de proppen dat je het gas van een scheet kan in brand steken.
’Echt waar, ik heb het met mijn eigen ogen gezien.’
‘Darmgassen zijn brandbaar.’ Verklaart hij plechtig. ‘En als ge uw broek afsteekt, en iemand houdt tijdig een lucifer bij je uitlaat, dan zie je een sterke blauwe vlam!’
Schamper voegt hij er aan toe: ‘Ge moet er dan wel mee oppassen dat het vuur niet naar binnen slaagt, anders ontplof ge en is heel Kraainem vol stront.’
Mede door die laatste ruige opmerking wilde niemand hem geloven. Toch hield hij koppig vol en ging op de langen duur zo ver dat hij beweerde het te zullen bewijzen.
Bij Mieke Tamboer in het café waar hij nogal veel blijft hangen hebben ze hem uitgedaagd en zal de ultieme poging plaatsvinden.
Na de nodige flessen Geuze en een bokaal haring in azijn met heel veel ajuin, voelt Janneke dat het eindelijk zo ver is.
‘ Mijnen buik begin te rammelen mannen hou jullie klaar want het is de moment!’
Hij gaat midden in het café op een tafel staan en maakt zich klaar om zijn broek te laten zakken.
‘Steek een kaars aan,’ beveelt hij, ‘ en doe daarna het licht uit.’
‘Het moet goed donker zijn zodat de vlam goed zichtbaar is, anders geloven jullie mij toch niet.’
Janneke zakt een beetje door de knieën en maakt zijn broeksriem los.
‘Licht uit!’
Lomme Krol, de bakker houdt de kaars dicht bij Janneke zijn achterwerk en als het licht uit is steekt hij ze naar voren.
Eerst zien de omstaande niets… maar dan slaakt Janneke een kort gilletje... De kaars flikkert even op in een rossige gloed en wordt daarna met een voltreffer uitgeblazen.
‘ Voilà se, hebt ge het nu gezien?’ Triomfeert hij wanneer hij haastig weer zijn broek optrekt.
Een blauwe steekvlam hebben ze niet gezien maar niemand kan verklaren waarom er zo een hevige stank van verbrand haar in het café blijft hangen.
-------------------------------------