Hier een detail voorbeeld
* * * * *
Successierechten voor huwelijkscontract met gemeenschap van goederen.
Wie krijgt wat als een iemand overlijdt en wat moeten de erfgenamen (partner en kinderen) hiervoor betalen. Dat zijn de successierechten (te betalen aan de fiscus). De successierechten zijn: 3 % tot 50.000, 9 % tot 250.000 en 27 % daarboven.
Voorbeeld:
Een koppel is gehuwd zonder huwelijkscontract (wettelijk stelsel), heeft drie kinderen die niet meer thuis wonen, een huis (onroerend € 250.000), een inboedel (roerend goed € 5.000) en spaarcenten (€ 15.000). Ze zijn beiden 60 - 65 jaar.
De woning: elke partner heeft de helft van het onroerend goed of € 125.000. De inboedel: € 5.000 is gebruikelijk, maar dat mag minder zijn.
De spaargelden: € 15.000.
Bij het overlijden van de eerste partner.
De langstlevende echtgenoot bezit de helft van het huis en heeft het vruchtgebruik van de andere helft. Het vruchtgebruik is heilig, niemand kan het afnemen zelfs niet met een rechtbank. Een tijd geleden moest de langstlevende echtgenoot successierechten betalen op de helft van de woning. Velen, eens op pensioen, konden dat niet betalen, en waren hierdoor verplicht hun huis te verkopen en te gaan huren. Het vruchtgebruik is nu gratis.
De langstlevende echtgenoot kan daar levenslang blijven wonen of het huis verhuren. Dit is heilig, want als men in een instelling terecht komt is er nog altijd de huur als aanvulling bij het pensioen. De langstlevende echtgenoot erft het vruchtgebruik van de hele nalatenschap, en moet geen successierechten betalen op de roerende goederen. (Alleen in Vlaanderen zijn er geen successierechten te betalen op de gezinswoning en de inboedel van de woning),
Bij het overlijden van de eerste partner betalen de kinderen de successierechten op de blote eigendom
Bij het overlijden van de tweede partner.
Bij het overlijden van de tweede partner betalen de kinderen de successierechten op de rest van de woning en de roerende goederen.
* * * * *
Berekening successierechten – woning.
Elke partner bezit de helft van de woning. Bij het overlijden van een partner bezit de langstlevende echtgenoot de helft van de woning en krijgt het vruchtgebruik van de andere helft. De langstlevende echtgenoot moet in Vlaanderen geen successierechten betalen. De langst levende heeft ook de onroerende goederen.
De kinderen betalen de successierechten op de blote eigendom.
Die successierechten worden berekend op basis van het vruchtgebruik.
De forfaitaire waarde van het vruchtgebruik =
(waarde volle eigendom) * (rendement) * (coëfficiënt volgens leeftijd).
(waarde volle eigendom) * (4 %) * (coëfficiënt volgens leeftijd).
De waarde van de blote eigendom =
(waarde volle eigendom) - (waarde vruchtgebruik).
Tabel van de coëfficiënten (te betalen door de kinderen bij overlijden van partner).
Van 00 tot 20 jaar, coëfficiënt 18, waarde vruchtgebruik 72 %, waarde blote eigendom 28 %.
Van 20 tot 30 jaar, coëfficiënt 17, waarde vruchtgebruik 68 %, waarde blote eigendom 32 %.
Van 30 tot 40 jaar, coëfficiënt 16, waarde vruchtgebruik 64 %, waarde blote eigendom 36 %.
Van 40 tot 50 jaar, coëfficiënt 14, waarde vruchtgebruik 56 %, waarde blote eigendom 44 %.
Van 50 tot 55 jaar, coëfficiënt 13, waarde vruchtgebruik 52 %, waarde blote eigendom 48 %.
Van 55 tot 60 jaar, coëfficiënt 11, waarde vruchtgebruik 44 %, waarde blote eigendom 56 %.
Van 60 tot 65 jaar, coëfficiënt 9,5, waarde vruchtgebruik 38 %, waarde blote eigendom 62 %.
Van 65 tot 70 jaar, coëfficiënt 8, waarde vruchtgebruik 32 %, waarde blote eigendom 68 %.
Van 70 tot 75 jaar, coëfficiënt 6, waarde vruchtgebruik 24 %, waarde blote eigendom 76 %.
Van 75 tot 80 jaar, coëfficiënt 4, waarde vruchtgebruik 16 %, waarde blote eigendom 84 %.
Meer dan 80jaar, coëfficiënt 2, waarde vruchtgebruik 8 %, waarde blote eigendom 92 %.
* * * * * *
Voorbeeld.
Een koppel is gehuwd zonder huwelijkscontract (wettelijk stelsel), heeft drie kinderen die niet meer thuis wonen en een huis (onroerend € 200.000). Ze zijn beiden 60 - 65 jaar.
Een partner overlijdt op zijn 68ste jaar.
De langstlevende echtgenoot heeft de helft van de woning (€ 100.000) en krijgt het vruchtgebruik van de andere helft (€ 100.000). De langstlevende echtgenoot moet geen successierechten betalen. Ook niet op de onroerende goederen.
De kinderen betalen de successierechten op de blote eigendom.
Op het 68ste jaar is de waarde van het vruchtgebruik 32 %. De waarde van de vruchtgebruik is (€ 100.000 * 32 %) = € 32.000.
Op het 68ste jaar is de waarde van de blote eigendom 68 %. De waarde van de blote eigendom is (€ 100.000 * 68 %) = € 68.000.
De successierechten zijn: 3 % tot € 50.000, 9 % tot € 250.000 en 27 % daarboven.
De 3 kinderen betalen het vruchtgebruik 3 % op € 32.000 = € 960.
De kinderen betalen de blote eigendom (3 % op € 18.000) en (9 % op 50.000),
Dat is = € 960 + € 540 + € 4.500 = € 6000..
Samen is dat € 6.000. Elk kind betaalt € 2.000.
* * *
De andere partner overlijdt op zijn 69ste jaar.
De woning, de kinderen erven het andere deel van de woning, dat is € 100.000.
De successierechten zijn: 3 % tot € 50.000, 9 % tot € 250.000 en 27 % daarboven.
(3 % op € 50.000) = € 1.500 en (9 % op € 50.000 = € 4500).
Successierechten op woning = € 6.000.
Voor de inboedel is € 5000 gebruikelijk, maar dat mag minder zijn.
De successierechten zijn: 3 % tot € 50.000, 9 % tot € 250.000 en 27 % daarboven.
3 % op € 5.000 = € 150.
Successierechten op inboedel = € 150.
Alles samen geteld.
Elk kind betaalt € 2.000 bij het overlijden van de eerste partner.
Elk kind betaalt € 2.050 bij het overlijden van de tweede partner.
Laatst gewijzigd door pastoor op 27 jan 2017, 00:24, 1 keer totaal gewijzigd.
Sudoku, wijntjes proeven, genieten.