Velen geloven nog altijd niet in het bestaan van Jezus, of twijfelen er nog altijd aan.talisman schreef: Buiten de Talpiot-tombe is er geen enkel, maar ook geen enkel bewijs van zijn bestaan. Ook dát proberen de ' gelovigen', ondanks de overweldigende bewijsvoering toch nog in vraag te stellen. Els Clottemans is met véél minder schuldig bevonden.
Daarbij komt nog dat geleerden hebben getracht het N.T. te dateren in de tweede eeuw n. Chr. of nog later, om de 27 boeken van het N.T. aldus te kunnen verwerpen als primaire bronnen van historische informatie.
Het gehele N.T. zou reeds voltooid zijn binnen 60 jaar na de dood van Jezus.
In zijn "Antiquitates Judaicae" refereert Flavius Josephus twee maal naar Jezus. In één passage noemde hij Jezus “de Christus” gezien zijn “wonderbaarlijke daden,” en duidde op zijn dood en opstanding. Op een andere plaats identificeert hij Jacobus bij zijn berechtiging , als "de broer van Jezus, de zogenaamde Christus".
De Joods Babylonische Talmoed (5de eeuw n. Chr.) en geproduceerd uit oorspronkelijk materiaal van de eerste eeuw, besteedt aandacht aan het bestaan van Jezus. Het getuigenis is extreem vijandig en daarom nog meer waardevol. Christus wordt daarin Ben Pandera genoemd en werd geboren buiten het huwelijk nadat zijn moeder verleid werd door een Romeinse soldaat genaamd 'Pandera' of 'Panthera'.
talisman heeft ons daar ook al een verhaal rond geweven !
Bruce METZGER - http://en.wikipedia.org/wiki/Bruce_M._Metzger - geeft over deze benaming uitleg :
“Het lasterlijke relaas van zijn geboorte lijkt een wetenschap te reflecteren van de Christelijke traditie dat Jezus de zoon van de maagd Maria was, het Griekse woord voor maagd, parthenos, omgebogen naar de naam Pandera" .
De Talmoed verwijst ook naar de wonderen van Jezus als zijnde “magie”, en vermeld dat Hij claimde God te zijn. Ze vermelden eveneens zijn executie op de avond van het Pascha. Hierin ondersteunt Het Joodse getuigenis het N.T. en het historische bestaan van Jezus.
De Duitse historicus Adolf Harnack (1851-1930) verklaarde dat Jezus zo ontzagwekkend is dat het “ver buiten de macht van mensen ligt dit te bedenken” en dat het diegenen die Hem als een mythe behandelen ontbreekt aan “het vermogen onderscheid te maken tussen fictie en de bewijsstukken…”
En bewijsstukken zijn er nog te vinden uit Romeinse bronnen.
Het feit dat de vroegste vijanden van het christelijk geloof niet ontkenden dat Christus werkelijk geleefd heeft is nog een sterk bewijs van het historische bestaan van Jezus.