krakje en assa'ke,
heel mooi wat ik mocht vinden hoor, prachtige pauwstaarten en een prachtig boeket.
Van harte bedankt!
bo'ke,
een blije verrassing de foto van Istvàn, zo moch ik hem leren kennen in Budapest

zeer bedankt!
vervolg....
Nog een aantal gebeurtenissen uit
“Een zwerver voor God” die mij diep beïndrukten:
Het aantal weeskinderen groeide gestadig aan. Een jonge weduwe met drie kleine kinderen werd bedolven onder een torenhoge steenkolenmassa, de kinderen werden naar Stefaan gebracht, het jongste een maand oud. Waar melk gevonden voor de baby? Laat op de avond toen hij zich op straat bevond hoorde Stefaan het geluid van een koe. De koe stond in een donkere hoek in een woonkamer en baarde de eigenares veel zorgen. Stefaan vertelde over de baby en kon naar huis trekken met een fles verse melk.
“Ik wist het wel dat als God baby’s schept Hij ook voor melk moet zorgen. Hoe vaak reeds kon ik vaststellen dat God die de vogels des hemels voedt, ook zorgt draagt voor berooide kinderen” zei Stefaan.
Op een keer was Stefaan met enkele van de oudste weeskinderen op zoek naar een dennenboompje om Kerstmis te vieren. Ze botsen op een half afgewerkt gebouw met een aantal grote zakken cement en gebluste kalk.
Opeens kwam er een wachter te voorschijn. Bleek dat daar een uitzendpost moest komen voor het leger maar de oorlog had de bouwwerken onderbroken.
"Er is al veel weggesleept door Duitsers, Russen en ook Hongaren" zei de wachter.
“Wat zou ik dat materiaal goed kunnen gebruiken” zei Stefaan want zijn weeshuis was alweer te klein.
“
Als de Minister van Landsverdediging het toestaat, kan men voor mijn part hier alles weghalen, maar daar komt niets van” zei de wachter met een grijns.
Stefaan aarzelde niet en trok de volgende dag naar de Minister. Hij vertelde er zijn problemen, hij kreeg waarempel de toelating alles weg te slepen. Hoe hebben wij toen de Heer bedankt voor zijn kerstgeschenk schreef Stefaan.
Met de grotere kinderen begon al spoedig het afbraakwerk en het vervoer van het zo kostbaar materiaal. Eigenhandig bouwden ze een nieuwe thuis.
Op een dag brachten twee politiemannen een tienjarige jongetje dat aan de handen geboeid was.
“Met deze vagebond weten wij niet meer wat aan te vangen. Hij was al in een verbeteringsgesticht en in een asiel, maar overal loopt hij weg. Wat moeten we er mee doen” vroegen de politiemannen.
“
Kom, maak maar vlug die boeien los” antwoordde Stefaan. De jongen zag er heel ellendig uit, barvoets, gekleed in vodden, ongewassen en een verwarde zwarte haardos.
Zijn ouders had hij nooit gekend, hij leefde op straat.
Het huis van de arendjongskens was een thuis, geen instituut, geen gesloten deuren.
Iedereen voelde er zich thuis, ook deze jongen liep niet weg maar vroeg aan Stefaan
“ik mis mijn vrienden, ik zou zo graag hebben dat ze hier ook mogen komen wonen”.
“Wel” antwoordde Stefaan,
“als je je hier thuis voelt, dan gaan we samen de anderen ook naar hier halen”
Een tijd later kwamen de twee politiemannen kijken hoe het verlopen was met de jongen,
“zeker al weggelopen?” Pityu, zo heette de jongen, zat in de studiezaal. De politiemannen herkenden hem niet.
“Is dat die vagebond, hij is een heel andere jongen geworden, hoe hebt u dat klaargespeeld?”“
ik niet maar de invloed van de omgeving, en ook Jezus, want vandaag deed de jongen zijn eerste Communie” zei Stefaan.
Enkele weken later was het Sinterklaas, Stefaan trok naar Pest vergezeld met drie kinderen waaronder Pityu. Eerst keken ze wat rond in de winkels of ze wat snoep konden kopen maar er lag niet veel en veel te duur. Algauw trokken ze naar de krottenwijk en werden omringd door de straatjongens.
“Waar heb je die nette kleren en schoenen vandaan?” vroegen ze Pityu.
Een vrouw riep Stefaan binnen en vroeg
“ben jij een katholiek priester? Ik hoorde dat Pityu bij u is en dat hij het goed stelt”
"En nu kom ik zijn kameraden halen” zei Stefaan.
“Wil u echt deze kinderen meenemen?” vroeg de vrouw ongelovig.
“Ik zou alle weeskinderen uit een troosteloze omgeving willen weghalen”
De vrouw ging even rondkijken, ze kwamen in rij er waren er 16.
Met de trein reisden ze terug, Stefaan had niet het geld om voor elk een ticket te kopen.
De controleur glimlachte even
“u bent die priester die wezen opneemt? “ Hij liet hen gratis meerijden.
Maar nu kwamen de zorgen, waar iedereen een plaats te geven? Ook Mamie en Kismama, die voor de kinderen hielpen zorgen, waren in paniek. Waar gaan we de kinderen leggen? Waar halen we lakens en dekens? En er is deze avond niets anders dan boekweitpap, er is niets meer van voorraad.
Stefaan bad:
“Onze Lieve Heer, Moeder Maria, nu moèt je ons helpen. Het zijn toch ook uw kinderen!”
Ineens hoorden ze zwaar motorgeronk, het was een vrachtwagen met een zending uit Vlaanderen, 30 bedden, 30 matrassen, 60 dekens, 4 kisten klederen, 12 kisten conserven, voedingswaren, chocolade en cacao. En dit was nog maar een deel van de zending want er was een ganse treinwagon aangekomen.
En weer wees Stefaan het op de Voorzienigheid!
Wordt vervolgd…..