Hoe de Zwarte beek aan haar naam komt (8 en slot)Toen Wannes merkte waar het snikken vandaan kwam, was hij gehaast om het meisje te bevrijden..
Maar plots weerklonk uit het struikgewas een barse stem: "Wel heb je van ze leven. Domme boerenkinkel laat dat of ik rijg je aan mijn zwaard"Het was de gore ridder die plots ten tonele verscheen.
Wannes schrok zich een hoedje en kon maar op het nippertje een zwaardslag ontwijken, hij wilde zich verdedigen met zijn hooivork, maar de ridder sloeg pardoes de steel in twee stukken.
Plots sprong er een pad tevoorschijn en spuugde de aanvaller recht in de ogen. Een haas liep de ridder voor de voeten, waardoor die struikelde en tot overmaat van ramp beet een vos hem heftig in het achterwerk. Hij rolde in het zwarte water van de beek, per ongeluk kwam de punt van zijn zwaard in zijn hart terecht.
De Zwarte Beek voerde het lichaam mee. Misschien is het ergens in de grote zee terecht gekomen tot voer van de haaien.
Met bevende handen en met behulp van zijn hooivork forceerde Wannes het slot. Het prinsesje keek hem dankbaar aan, maar kon nog steeds niet spreken.
Wannes nam haar bij de hand en ze togen op weg naar de molen. Onderweg ontmoetten ze weer de haas. Wannes glimlachte en zei: "Dag haas."
"Zoef !" zei de haas.
Ze kwamen een ekster tegen, die op een lage tak gezeten haar pluimen streek.
"Dag ekster !"
"Schrek...schrek..." zei de ekster

Op dat moment vond het meisje haar spraak terug.
Ook haar schroom viel van haar af want ze gaf Wannes een dankbare kus.
Al verstond Wannes haar taal niet en begreep het prinsesje de stamelde woorden van de molenaarszoon niet, de taal van de liefde is universeel en ze kusten mekaar opnieuw.
Zo kwamen ze aan de molen en de molenaar keek erg verbaasd.
"Geen zwarte duivel vader, maar een mooie prinses..."
En hij verhaalde zijn avonturen.
Het meisje bleef enkele maanden op de molen. Ze hielp er zelfs met het werk.
"Mijn vader zal erg ongerust zijn..." zei ze op zekere morgen.
Er werd besloten om een reis te ondernemen naar haar land van afkomt.
Die reis duurde drie maanden.
De molenaarszoon had de zegen gekregen van haar vader om met het prinsesje te trouwen. Na het huwelijk besloten ze om terug naar de molen te gaan. Want pracht en praal in een groot kasteel sprak hen niet aan.
Op de molen aan de Zwarte Beek leefden ze nog lang en gelukkig.
"Dag varkentje met de lange snuit !"
"Knor...knor"
"Dank je voor het mooie verhaal, Sterrenlichtje."
"Graag gedaan Ebbor. Neuze neuze."
Einde

Laatst gewijzigd door Robol op 02 apr 2013, 20:42, 1 keer totaal gewijzigd.
walk on with hope in your heart
And you'll never walk alone...
And you'll never walk alone...





.
