Dag Robbe,
Voor ons, meisjes, was het geen aftelrijmpje.
Het was een kaatsspelletje.
Met 2 kleine "kaatseballen" tegen de muur.
Je moest proberen, zonder deze te laten vallen, al kaatsend tegen de muur dit rijmpje opzeggen,
met de nodige gebaren erbij.
Eén brak zijn been (1 x het rechterbeen even opzij strekken)
Twee, kopje thee (2 x duim en wijsvinger tegen elkaar en doen alsof je van een kopje drinkt)
Drie brak zijn knie (3 x even door een knie buigen)
Vier dronk een glaasje bier (4 x doen alsof je van een glas drinkt)
Vijf sloeg zijn wijf (5 x met de hand op de bil slaan)
Zes trok zijn mes (6 x doen alsof je een mes uit je broekzak trekt)
Zeven stond te beven (7 x beven met je lichaam)
Acht stond op wacht (8 x met één hand salueren)
Negen, voetjes vegen (9 x afwisselend met de voeten over de grond vegen)
Tien keek naar een vliegmachien (10 x omhoog kijken en de balletjes toch proberen op te vangen)
Elf ben ik zelf (11 x jezelf aantikken)
Twaalf is maar half (12 x een lijn trekken vanaf de bovenkant van je hoofd naar beneden)
Wanneer je de bal ondertussen liet vallen "was je eraan".
En mocht een ander proberen.
Grappig, ik was dit vergeten, maar door jouw rijmpje te lezen herinnerde ik het mij weer.
groetjes






