Wat ooit een huis van geluk is geweest, dat vreugde maar ook verdriet uitstraalde, zal weldra een gewoon huis in de rij worden. Ieder kamertje herbergde zijn of haar eigen verhaal en de deur die stond altijd op een kier. Alle mensen mochten er gewoon binnenspringen, eventjes een pauze of een versnapering komen halen, de koffie die geurde er voortdurend en niemand vroeg van welk merk hij was. De bewoonster een midden zeventigster was een lieve praatpaal voor alle mensen, men kon er terecht met vragen, iedereen was er welkom. Ze verzamelde oude gedichten, die ze zich kon herinneren van voor de oorlog, die schreef ze in een groot boek. Haar kamertje van geluk, noemde ze dat prentenboek dan, haar vreugde en haar verdriet van door de jaren heen verzamelde levenservaringen. Wie een gedicht voor haar had, kon dat binnenbrengen en ook recepten voor lekkernijen, die aanvaarde ze in dank. De groep groeide gestaag aan, het werden ondertussen babbelsessies, men kon er met zijn of haar verhaal, men kon het lang vastgezeten ei kwijt geraken. Meestal handelden die gesprekken over eenzaamheid, over de overleden partner, hoe ging men met het verlies van een dierbare om, wat zouden we nog kunnen betekenen voor onze kinderen en kleinkinderen? Als alle harten waren uitgestort, voelden men zich een klein beetje herboren, men trad een ander kamertje van geluk binnen, hoe klein het ook mogen zijn voor menig voor diegenen die plots de draad van het leven verloren waren.
Maar helaas, bij een van haar recepten, die ze wilde bereiden, heeft het noodlot toegeslaan. Wat nooit kon gebeuren met haar, zo dachten we, gebeurde. Ze kreeg een beroerte, gevolgd door een hersenbloeding. Hoe kon zo een goed mens dat overkomen, waarom mocht ze niet verder helpen en vertellen? Zij die geen mens of dier kwaad deed, zij kreeg het zelf heel moeilijk. Twee dagen heeft ze gelegen in haar huis, vooraleer er iemand haar vond en de brandweer belde om de deur waar de liefde achterschuilde, te forceren. In allerijl is ze naar de spoedafdeling gebracht, waar men dan vaststelde, dat ook zij niet eeuwig is maar eindig. De feestdagen, die een ander doorbracht binnen het beschermde gezin, die bracht zij door in een wit bed, heel sereen. De eerste bange dagen ging het niet goed met haar, na een tijdje ging het wat beter maar nog niet zoals men verwacht van iemand die het altijd goed deed voor anderen. Afwisselend gaan we dan naar haar ziekbed, haar opbeuren, zoals ze indertijd met ons gedaan heeft.
Op de afdeling liggen vele ouderen die niet meer naar huis kunnen omdat ze niet meer alleen kunnen blijven. Ze zijn hulpbehoevend geworden en wat eens een huisje van geluk was, een home voor hun, is nu een lijdensweg voor menigen. Ze wachten als het ware daar, op hun laatste reis en ze weten het maar al te goed!
Ieder staat op een wachtlijst om ergens ondergebracht te worden in een Heem, tegen of met hun wil. Het leven kan voor zo’n mensen hard zijn, ze belanden van het een moment op het andere in een ander leven dat ze niet voorzien hadden. De mensen hadden nog zoveel te bieden aan een ander maar dat ene slechte moment, dat was er teveel aan.
We noemden haar ons paatje, één letter verschil en het zou paadje geweest zijn. Ze was ons pad, dat we volgden, ze leiden ons door kronkelingen in ons leven, ze was er altijd, men hoefde geen afspraak te maken.
Deze week ben ik gaan zien of het met haar goed ging. Alweer was ze van hospitaal veranderd, ze mocht in dat serene bed niet blijven liggen, dat werd beschikbaar gemaakt opnieuw voor een ander patiënt. Ze werd een nummertje, het zoveelste in de rij: “er zijn nog zoveel wachtenden voor u mevrouw”, werd haar toegefluisterd.
Plichtsgetrouw gaf ik haar te eten want met één verlamde arm is het moeilijk om nog een boterham te smeren. Ze hadden de mensjes ondergebracht of beter gezegd,samengebracht in een eetruimte, zo zouden ze met elkaar kunnen communiceren, althans wie daar nog bekwaam voor was. Plots braken haar tranen uit over haar belegde broodjes en ze snikte: “ Ik ben hier niet graag, ik zou zo graag naar huis willen, naar mijn home”.
Niemand van het bezoek durfde echter te zeggen, dat dit nu haar home was geworden, de laatste stap naar de overkant.
Zo mensen, indien jullie ook een kamerke van geluk in jullie harten willen, breng eens een bezoekje aan een bejaardenafdeling, neem deel aan hun gesprekken en laat hun voelen dat ze nog erbij horen. Geef hun leven, geef hun een nieuw begin, maar vooral geef hun hoop.