Wil. schreef:Waar staat dat? Toon me dat document eens of geef de juiste link om het te lezen.frits1955 schreef:""Wat is er zo speciaal aan dat stuk grond?"
Volgens de internationale gemeenschap moet dat stuk grond een verdeling krijgen tussen de ingeweken kolonisten en de oorspronkelijke bevolking.
De internationale gemeenschap kan zeggen wat ze wil, zij bepalen de sharia, dus de islamitische wétgeving, niet.....
De jihadisten van het eerste uur vestigden een tirannie en een islamitische orde in de veroverde wereld. Na de definitieve codificatie van de Koran ten tijde van Othman, de derde kalief (644-656), is het de islamitische staat gelukt om een volledig rechtssysteem te vestigen.
Drie groepen (christenen, joden en aanhangers van de profeet Zarathustra) mochten met beperkte rechten als tweederangsburgers (dhimmi) in de islamitische staat leven, in ruil voor extra belasting (djizja).
Kalief Umar had bepaald dat de veroverde gronden tot de islam behoren – ofwel: niet-moslims mogen deze grond niet beheersen of in eigendom hebben. Ze kunnen het lenen. De islamitische grond werd sindsdien als heilig en onvervreemdbaar islamitisch verklaard.
Er mag dus nooit een christelijke of joodse staat worden gevestigd op islamitische grond, ook al is die grond oorspronkelijk veroverd.
Het bestaan van Israël wordt daarom in strijd geacht met de sharia – dit is de absolute kern van het conflict rond Israël.
De overmeesterde volkeren kozen langzamerhand eieren voor hun geld. Ze werden moslim. Onder het kalifaat van de Omajjaden mochten alleen Arabieren – de inwoners van het schiereiland Arabië – de islamitische staat besturen.
De nieuwe moslims waren uitgesloten van het politieke bestuur en het militaire gezag. Wel mochten ze als soldaten dienen. Na de val van de Omajjaden in 749 kwamen de Abbasiden aan de macht met behulp van Perzen en sjiieten.




