Er zijn breakers en rappers, disco’s en softies, krakers en joggers, punks en hippies, rasta’s en nog een handvol andere types die niet eens allemaal een naam hebben. De jeugdcultuur die sinds James Dean een volwaardig bestaan leidt, is niet meer onder een noemer terug te brengen. De jeugd bestaat niet. En dat is de eerste moeilijkheid voor al de goedbedoelende volwassenen die alle tekenen vertonen van paniek en teleurstelling omdat zij niet meer goed weten wat de jeugd bezielt. Tieners hebben vele verschijningsvormen aangenomen, met ieder een eigen stijl en dat maakt het er voor de volwassenen niet eenvoudiger op. Het enige wat alle jongeren met elkaar toen en nu gemeen hebben is dat ze vele dingen voor het eerst doen. Naar de universiteit, de fabriek of wellicht nog naar het leger? Meerderjarig worden, geld verdienen, bier drinken, alle films zien, alleen gaan wonen. Wij schrijven dus zo een beetje onze eigen geschiedenis en dat doen we elk op onze eigen manier. We herkennen ons in onze (klein)kinderen en horen ze dezelfde dingen zeggen die wij vroeger deden. De wekker die afliep en volgens ons altijd te vroeg, kreeg een dreun van jewelste zodat hij een tijdje zoet onder het bed lag. Je zoekt op een herfstdag naar je wiskundeboek en vindt je fysicaschrift in een andere schuif terug. Uitgerekend onder je hoofdkussen lag dan weer de vervoeging van Frans en onder de sprei logeerde je biologie-atoomschrift. Een verhandeling van een saai boek die je in opdracht van je prof moest maken stelde je een dagje uit en ondernam eerst een poging om te joggen. Om te douchen nam je geen tijd, je besprenkelde je neus en je ogen even, keek met je mooiste colgateglimlach in de spiegel en holde naar de bus. Waar had je nu toch die rode trui weer gelegd? Nergens te vinden onder je mintkamerjas, zelfs de platenhoezen lagen her en der verspreid. Je jeansbroek was dringend eraan toe om een nieuwe rits te ontvangen, je zat strakjes in je vel. De koffie om wakker te worden in de aula was te heet, je verbrandde je lippen eraan en het fruitsap smaakte naar groene peren. Je ging halfdood bij een examen en je hoopte dat de rector niet je zou beschouwen als een fraai lijk dat plots uit de kast viel. Groen van jaloezie werd je als iemand een oogje wierp op je beste vriendin maar ook dit overleefde je. Vroeger schreef je een spiekbriefje, moffelde het onder tafel verder naar iemand die je hart gestolen had in de hoop dat hij je hart zou vinden. Nu sturen ze berichten vanaf elke hoek en plaats naar iedereen om ter snelst. De slaapkamer die je met je zus deelde beschouwde je als je eigendom maar maakte je druk als je bed nog niet was opgemaakt. Het was je heiligdom je slaapkamer, niemand mocht er komen, zelfs je eigen moeder niet om het bed op te maken. De platendraaier draaide je dul en de balades van de Beatles kende je van buiten. Zakgeld wilde je en uren werd hierover gediscuteerd met je ouders. Een baantje om zondagsgeld te bezitten ging bijna niet, het leren nam je de hele tijd in beslag. Studentenjobs kwamen wat later hun kop opzetten, ze kregen meer vrijheid. Spreekbeurten daar deed je een week over om het op papier te krijgen, nu maken ze gewoon een fotokopie en hupsakee, ze sparen er zowaar tijd mee om te lanterfanten in één of ander cybercafé. Wortelstoemp heeft plaats gemaakt voor de broodjesbar en de I-pod heeft de platendraaier vervangen. Moeders fiets heeft de baan geruimd voor vaders auto om naar de school te trekken. Ze kunnen immers nu hun rijbewijs gezamenlijk in de klas halen. Nog meer jongeren die een eigen auto bezitten en wellicht sneuvelen nog voor ze goed en wel de smaak te pakken hebben van een eigen gezin. Maar op één vlak is er nog niks veranderd: namelijk op het gebied van huistaken. Vroeger riep moeder of ik de platendraaier wilde uitzetten en als de schooltaken al in orde waren. Nu hoorde ik roepen bij onze oudste: zet die prul van een gameboy uit en ga achter je bureau zitten. Maak je vermenigvuldigingen en ruim je kamer op. Slechte punten op je rapport, geen zakgeld in het weekend. En zakgeld is toch eregeld voor jongeren?! “Allé kom jongen, vlug naar je papa gaan en aan tafel mooi mee-eten,” zeg ik nog tegen Joske. “Maar oma toch, je kent er niks van, ik had juist dat level bereikt en dan moet ik gaan eten en schooltaken maken? Dat doe ik morgenvroeg wel als de wekker afloopt!”