Om dit topic te openen, ben ik zo vrij een stuk tekst uit het Evangelie der Waarheid te kiezen. In het oog houdende, dat niet van belang is wie er wat gezegd zou hebben en wanneer, maar wel de aandacht te richten op de inhoud van de boodschap.
[/i]"zij nu die de lering zullen aanvaarden zijn de levenden die geschreven staan in het boek van de levenden, en zij ontvangen lering over zichzelf en zij ontvangen dat van de Vader, zodra zij weer terugkeren tot Hem. Want de volkomenheid van het Al is in de Vader en het is daarom noodzakelijk voor het Al om tot de Vader op te stijgen. Daarom, wanneer iemand weer tot kennis komt, ontvangt hij wat het zijne is, en eigent zich dat toe. Wie namelijk onwetend is, heeft een tekort, en zijn tekort is groot, omdat hij juist tekort komt wat hem zal volmaken. Aangezien de volkomenheid van het Al in de Vader verblijft, en het noodzakelijk is dat het Al naar Hem opstijgt en eenieder ontvangt wat het zijne is, heeft Hij hen, die uit Hem zijn voortgekomen, van tevoren opgeschreven, nadat Hij hen ontvankelijk had gemaakt voor de volkomenheid. "
Ieder mens heeft van nature een "aangeboren" voeling met zijn werkelijke aard : God (de Vader) waarvan hij deel uitmaakt. Enkel door de aandacht naar buiten te richten, door het verkrijgen van onjuiste informatie over God (de Vader) (bvb door de kerkelijke instanties), wordt men "onwetend", over zijn eigen, ware aard. De kennis is een intuïtieve kennis, kennis die komt vanuit het innerlijke. Het is het weten van je werkelijke aard , die goddelijk is, de goddelijkheid IN je.
De Vader bedoelt men : God. Het Al : is datgene wat uit de Vader voortvloeit.
...
[/i]"zij nu die de lering zullen aanvaarden zijn de levenden die geschreven staan in het boek van de levenden, en zij ontvangen lering over zichzelf en zij ontvangen dat van de Vader, zodra zij weer terugkeren tot Hem. Want de volkomenheid van het Al is in de Vader en het is daarom noodzakelijk voor het Al om tot de Vader op te stijgen. Daarom, wanneer iemand weer tot kennis komt, ontvangt hij wat het zijne is, en eigent zich dat toe. Wie namelijk onwetend is, heeft een tekort, en zijn tekort is groot, omdat hij juist tekort komt wat hem zal volmaken. Aangezien de volkomenheid van het Al in de Vader verblijft, en het noodzakelijk is dat het Al naar Hem opstijgt en eenieder ontvangt wat het zijne is, heeft Hij hen, die uit Hem zijn voortgekomen, van tevoren opgeschreven, nadat Hij hen ontvankelijk had gemaakt voor de volkomenheid. "
Ieder mens heeft van nature een "aangeboren" voeling met zijn werkelijke aard : God (de Vader) waarvan hij deel uitmaakt. Enkel door de aandacht naar buiten te richten, door het verkrijgen van onjuiste informatie over God (de Vader) (bvb door de kerkelijke instanties), wordt men "onwetend", over zijn eigen, ware aard. De kennis is een intuïtieve kennis, kennis die komt vanuit het innerlijke. Het is het weten van je werkelijke aard , die goddelijk is, de goddelijkheid IN je.
De Vader bedoelt men : God. Het Al : is datgene wat uit de Vader voortvloeit.
...
Schoonheid ligt in het oog van de toeschouwer