OVER NUTTIGE DIERSOORTEN
Reeds in de lagere school werd me aangeleerd dat ALLE dieren nuttig waren. In de lessen natuurkunde werd dan een klassiek voorbeeld hiervan gegeven : de leeuw verslindt een zebra omdat hij honger heeft, wat meteen het nut van de zebra bewijst. Maar de leeuw krijgt niet alles binnen en laat voldoende achter voor de jakhalzen en wanneer deze ook voldaan zijn komen de gieren aangevlogen die het restant grotendeels opruimen. Dan blijft er nog wat stinkende smurrie over die een festijn zijn voor mieren en termieten. En zo is het plaatje rond en de natuur weer proper.
Maar er waren ook de lessen godsdienst. De Schepper kon onmogelijk bedoeld hebben nutteloze dieren te scheppen. Zou zinloos zijn. Alles hield alles in evenwicht, wat min of meer overeenstemde met de visie van de natuurkunde. Als kind had ik het soms wat moeilijk met de argumentatie van de natuurkunde omdat ik me de vraag stelde wat dan het nut van de leeuw kon zijn, aangezien hij de echte oorzaak was van al die miserie die volgde uit zijn honger, maar voor godsdienstwetenschappen zat ik wat in de penarie. Ik was namelijk een kei in dit vak. Reeds in het eerste studiejaar behaalde ik telkens 40/40 hiervoor en dit heeft nog wel een paar jaar aangehouden. In het vierde ben ik eenmaal teruggevallen naar 38/40 en dat bleef een tijdje nazinderen. De reden namelijk was volledig aan mezelf te wijten. Bij een examen “Gewijde Geschiedenis” was er de vraag : “Wat was de reactie van Pontius Pilatus na zijn veroordeling ter dood van Jezus ?” Een makkie voor mij natuurlijk. “Hij waste zijn handen in onschuld”. Ik was immers moeilijker vragen gewoon. Zo bijvoorbeeld kon ik al de Koningen van Judea uit mijn hoofd aframmelen in de juiste volgorde en, desgevraagd, er nog de geboorte- en sterftedatum bij vertellen. Zonder spiekbriefje !Om die reden permitteerde ik me hier een geintje en antwoordde dat Pilatus “zijn Tanden in onschuld poetste”. Hierdoor dus twee strafpunten opgelopen. Niet alle godsdienstleraren liepen warm voor mijn prille humor. Met als resultaat dat ik sedertdien alleen nog ernstig blijf in mijn geschrijf.
Over de nuttigheid van ons dierenrijk valt heel wat van te zeggen. Geen slecht woord meer over de mieren natuurlijk, iedereen ontvangt ze met open ramen en deuren. Ook mollen bijvoorbeeld zijn zéér nuttig om de aarde luchtiger en vruchtbaarder te maken, maar dit alleen indien ze dit in andermans tuin doen. Wespen zijn eveneens nuttig voor de tewerkstelling van de brandweer en ratten en muizen voor instellingen die zich bezighouden met hun verdelging ervan. Allemaal lekker meegenomen.
Nog even over de meeuwen. Ooit voelde ik me gepassioneerd door het liedje van Jan Verbraeken “Aan het Noordzeestrand” met daarin het fragment “waar de meeuwen schreeuwen boven ‘t golfgedruis”. Zeer poëtisch ! Wie zou daar nu niet willen komen wonen ? Of het nu helemaal om die reden is, laat ik in het midden, maar een ongewilde aanzet was het wel. Ik woon er nu, zij het als een “aangespoelde”. Nu ja, ik meen begrepen te hebben dat meeuwen een beschermde diersoort zijn en dat je er dus niet mag op jagen. Alle begrip daarvoor. Wat men wèl mag doen is hun nesten opzoeken en hun eieren doorprikken opdat ze geen nageslacht kunnen krijgen. Van officiële zijde nota bene. Een vorm van abortus lijkt me dit. Hier belanden we in een ethisch/filosofische kwestie : vanaf welke broeitijd is een meeuwenei levensvatbaar, m.a.w. wanneer spreken we hier over het doden van ongeboren leven bij dieren of het voorkomen van ongewenste, nu ja, zwangerschap ? Voer voor psychologen en ethische deskundigen. Tevens vandaag ook in de Amerikaanse politiek.
Persoonlijk vind ik de tekst van het liedje nog steeds poëtisch maar in de realiteit is mijn mening omtrent de aanwezigheid van de meeuwen alhier, eerder wat prozaïsch geworden. Zeker wat hun nuttigheid betekent, en vergeef me hier mijn nogal vulgaire uitdrukking : ze schijten mijn tuinzetels en ramen vol ! Men mag dan al gevoelig zijn voor de woordkunst van veel onzer dichters maar daar zijn grenzen aan. En die zijn hier overschreden.
Zo lang de kussens in de tuinstoelen niet besmeurd worden, kan je er nog mee wegkomen. Maar op mijn slaapkamer betreft het een raam van het type “Velux”. Min of meer horizontaal. Moeilijk te reinigen tenzij je het binnenste buiten keert en dan verplicht bent om het zootje op te ruimen met de besmeurde kant boven mijn bed aan de binnenzijde. Hier hoeft geen tekening bij gemaakt te worden. Bovendien blijkt deze meeuw vakwerk te hebben geleverd : precisiewerk ! Alles netjes verdeeld over het hele oppervlak ! In militaire termen spreekt men hier over een voltreffer, geplaatst met de nieuwste technologieën zoals men tegenwoordig de slimme bommen definieert. De goot en het dak werden niet geraakt, alleen het doelwit, mijn raam, en “wit” is hier op zijn plaats : mijn raam is nu behoorlijk wit gescheten en het is nu wachten op een flinke stortbui.
Overigens verzoekt de overheid ons om de meeuwen niet te voederen. Maar dit is overbodig want ze vinden voldoende voedsel bij het kapot bijten van onze vuilniszakken met als resultaat dat ze voedsel in overvloed vinden op straten en voetpaden.
De argumentatie van natuurkunde en religie buiten beschouwing gelaten, ben ik van oordeel dat er nuttige dieren zijn en onnuttige. Net als de meeuw is ook de kip een vogel maar deze laatste legt tenminste eetbare eieren. Jonathan Livingston Seagull, de zeemeeuw die door Neil Diamond ooit zo prachtig werd bezongen, zal ook wel eieren hebben geproduceerd maar zullen evenmin voor consumptie vatbaar zijn geweest. En indien Neil Diamond ooit diezelfde ervaringen heeft gehad op zijn Veluxen zoals ik, dan betwijfel ik of hij nog diezelfde lyrische teksten ten gehore had gebracht.
Reeds in de lagere school werd me aangeleerd dat ALLE dieren nuttig waren. In de lessen natuurkunde werd dan een klassiek voorbeeld hiervan gegeven : de leeuw verslindt een zebra omdat hij honger heeft, wat meteen het nut van de zebra bewijst. Maar de leeuw krijgt niet alles binnen en laat voldoende achter voor de jakhalzen en wanneer deze ook voldaan zijn komen de gieren aangevlogen die het restant grotendeels opruimen. Dan blijft er nog wat stinkende smurrie over die een festijn zijn voor mieren en termieten. En zo is het plaatje rond en de natuur weer proper.
Maar er waren ook de lessen godsdienst. De Schepper kon onmogelijk bedoeld hebben nutteloze dieren te scheppen. Zou zinloos zijn. Alles hield alles in evenwicht, wat min of meer overeenstemde met de visie van de natuurkunde. Als kind had ik het soms wat moeilijk met de argumentatie van de natuurkunde omdat ik me de vraag stelde wat dan het nut van de leeuw kon zijn, aangezien hij de echte oorzaak was van al die miserie die volgde uit zijn honger, maar voor godsdienstwetenschappen zat ik wat in de penarie. Ik was namelijk een kei in dit vak. Reeds in het eerste studiejaar behaalde ik telkens 40/40 hiervoor en dit heeft nog wel een paar jaar aangehouden. In het vierde ben ik eenmaal teruggevallen naar 38/40 en dat bleef een tijdje nazinderen. De reden namelijk was volledig aan mezelf te wijten. Bij een examen “Gewijde Geschiedenis” was er de vraag : “Wat was de reactie van Pontius Pilatus na zijn veroordeling ter dood van Jezus ?” Een makkie voor mij natuurlijk. “Hij waste zijn handen in onschuld”. Ik was immers moeilijker vragen gewoon. Zo bijvoorbeeld kon ik al de Koningen van Judea uit mijn hoofd aframmelen in de juiste volgorde en, desgevraagd, er nog de geboorte- en sterftedatum bij vertellen. Zonder spiekbriefje !Om die reden permitteerde ik me hier een geintje en antwoordde dat Pilatus “zijn Tanden in onschuld poetste”. Hierdoor dus twee strafpunten opgelopen. Niet alle godsdienstleraren liepen warm voor mijn prille humor. Met als resultaat dat ik sedertdien alleen nog ernstig blijf in mijn geschrijf.
Over de nuttigheid van ons dierenrijk valt heel wat van te zeggen. Geen slecht woord meer over de mieren natuurlijk, iedereen ontvangt ze met open ramen en deuren. Ook mollen bijvoorbeeld zijn zéér nuttig om de aarde luchtiger en vruchtbaarder te maken, maar dit alleen indien ze dit in andermans tuin doen. Wespen zijn eveneens nuttig voor de tewerkstelling van de brandweer en ratten en muizen voor instellingen die zich bezighouden met hun verdelging ervan. Allemaal lekker meegenomen.
Nog even over de meeuwen. Ooit voelde ik me gepassioneerd door het liedje van Jan Verbraeken “Aan het Noordzeestrand” met daarin het fragment “waar de meeuwen schreeuwen boven ‘t golfgedruis”. Zeer poëtisch ! Wie zou daar nu niet willen komen wonen ? Of het nu helemaal om die reden is, laat ik in het midden, maar een ongewilde aanzet was het wel. Ik woon er nu, zij het als een “aangespoelde”. Nu ja, ik meen begrepen te hebben dat meeuwen een beschermde diersoort zijn en dat je er dus niet mag op jagen. Alle begrip daarvoor. Wat men wèl mag doen is hun nesten opzoeken en hun eieren doorprikken opdat ze geen nageslacht kunnen krijgen. Van officiële zijde nota bene. Een vorm van abortus lijkt me dit. Hier belanden we in een ethisch/filosofische kwestie : vanaf welke broeitijd is een meeuwenei levensvatbaar, m.a.w. wanneer spreken we hier over het doden van ongeboren leven bij dieren of het voorkomen van ongewenste, nu ja, zwangerschap ? Voer voor psychologen en ethische deskundigen. Tevens vandaag ook in de Amerikaanse politiek.
Persoonlijk vind ik de tekst van het liedje nog steeds poëtisch maar in de realiteit is mijn mening omtrent de aanwezigheid van de meeuwen alhier, eerder wat prozaïsch geworden. Zeker wat hun nuttigheid betekent, en vergeef me hier mijn nogal vulgaire uitdrukking : ze schijten mijn tuinzetels en ramen vol ! Men mag dan al gevoelig zijn voor de woordkunst van veel onzer dichters maar daar zijn grenzen aan. En die zijn hier overschreden.
Zo lang de kussens in de tuinstoelen niet besmeurd worden, kan je er nog mee wegkomen. Maar op mijn slaapkamer betreft het een raam van het type “Velux”. Min of meer horizontaal. Moeilijk te reinigen tenzij je het binnenste buiten keert en dan verplicht bent om het zootje op te ruimen met de besmeurde kant boven mijn bed aan de binnenzijde. Hier hoeft geen tekening bij gemaakt te worden. Bovendien blijkt deze meeuw vakwerk te hebben geleverd : precisiewerk ! Alles netjes verdeeld over het hele oppervlak ! In militaire termen spreekt men hier over een voltreffer, geplaatst met de nieuwste technologieën zoals men tegenwoordig de slimme bommen definieert. De goot en het dak werden niet geraakt, alleen het doelwit, mijn raam, en “wit” is hier op zijn plaats : mijn raam is nu behoorlijk wit gescheten en het is nu wachten op een flinke stortbui.
Overigens verzoekt de overheid ons om de meeuwen niet te voederen. Maar dit is overbodig want ze vinden voldoende voedsel bij het kapot bijten van onze vuilniszakken met als resultaat dat ze voedsel in overvloed vinden op straten en voetpaden.
De argumentatie van natuurkunde en religie buiten beschouwing gelaten, ben ik van oordeel dat er nuttige dieren zijn en onnuttige. Net als de meeuw is ook de kip een vogel maar deze laatste legt tenminste eetbare eieren. Jonathan Livingston Seagull, de zeemeeuw die door Neil Diamond ooit zo prachtig werd bezongen, zal ook wel eieren hebben geproduceerd maar zullen evenmin voor consumptie vatbaar zijn geweest. En indien Neil Diamond ooit diezelfde ervaringen heeft gehad op zijn Veluxen zoals ik, dan betwijfel ik of hij nog diezelfde lyrische teksten ten gehore had gebracht.