Jefke's afscheid.
Wanneer wij een terugblik werpen op Jozef’s leven, valt ons op hoe ingetogen en braaf die kerel zijn dagen gesleten heeft. Een leven dat er heel anders zou uitgezien hebben, indien hij de geboden kansen wat beter benut had…
Dat beseft niemand beter dan Jefke zelf, wanneer hij op zijn sterfbed ligt en zijn stokkende adem zo nu en dan meer op rochelen begint te lijken.
Wanneer hij enigszins wrokkig voor de laatste maal zijn HEERE aanroept.
“Almachtige God van mijn voorvaderen!”
En wanneer deze niet snel genoeg op het toneel verschijnt “Potverdikkeme HEERE, zo dikwijls heb ik u toch niet nodig gehad hé ! Subiet is het te laat en ik heb nog iets te zeggen.”
“Het is al goed Jozef, ik ben tot uwer beschikking. Bespeur ik daar een zekere meligheid in uw stem, zijt gij niet gelukkig dan dat ge dit aardse bestaan kunt omruilen voor een eeuwig verblijf in het paradijs? Tussen stromende beekjes en 70 jonge maagden die u zullen…”
Hier stokt de stem van de HEERE, beseffende dat hij uit een verkeerd boek aan het citeren is.
“Wat ligt er op uw lever Jozef, zeg het mij zolang gij nog kunt spreken, spuw het uit of zwijg voor altijd”
“Waarom word ik reeds op de leeftijd van amper 110 jaar naar uw koninkrijk geroepen, terwijl mijn voorvaderen veel langer op aarde mochten rondhossen, en beklommen hebben wat er te beklimmen viel?
Waarom hebben die voorvaderen beeldschone huisvrouwen ter beschikking gehad, terwijl ik genoegen moest nemen met een Egyptische del, die mij nooit ofte nooit eens echt verwend heeft? Mijn zaad bestaat uit slechts twee zonen , nog meer keren die slons beklimmen zag ik echt niet zitten. En bij al, zij had trouwens toch ook geen interesse in mij, als wij in bed lagen keek ze altijd naar "Familie" of "Thuis" of een andere onnozele soapreeks!
En meer dan eens heeft zij mij beschimpt omdat ik maar zo’n kleine mannelijkheid had”
De wenkbrauwen fronsend hoort god dit geweeklaag aan.
“Dat heeft voornamelijk te maken, beste Jozef, met de mieren en zandluizen die uw gat zijn binnengekropen toen gij in die put gebonjourd zijt door uw broederen. Die vlooien hebben uw zaadcellen aangetast. Dat hebt gij toch reeds ondervonden toen gij pas in Egypte aangekomen waart, en de vlucht hebt genomen toen de vrouw van Pontifar met u slapen wou?
En het is het één of het ander hé, ofwel ben je geschapen met een groot verstand, ofwel met een grote lul, allebei dat kan niet want dan ben je een god. En dat kan IK niet dulden, ik hoef geen concurrentie. In het geval van uw voorvaderen was er geen verstand nodig, die moesten alleen voor de voortplanting zorgen…”
“Eigenlijk was ik toch een stomme klootzak, als ik het zo eens allemaal overdenk” zucht Jefke “kon ik het allemaal nog maar eens overdoen. Want zo’n lelijk bakkes had die vrouw van Pontifar nu ook weer niet”
“Daar is nu te laat voor jong” zegt god streng “ je had de kans moeten grijpen wanneer ze zich voordeed, er nu nog over jammeren helpt niet. Gij had een voorbeeld moeten nemen aan uwen voorvader Abraham, die heeft meer huisvrouwen beklommen dan een kampioen prijsstier. Zijn zaad is verspreid al over Kanaän en Egypte…”
“Zijn er dan in de hemel geen engeltjes, zodat ik mijn schade toch nog enigszins kan inhalen?”
“De hemel is gevuld met engeltjes, maar daar moet gij met uw poten afblijven Jozef, op straffe van verbanning!
Gij zoudt de eerste niet zijn die uit het paradijs geschopt word, omdat gij de regels niet opvolgt !”
“Wat zijn dan die regels HEERE?”
“Geen persoonlijke aanvallen lanceren, niet afwijken van het onderwerp, geen reclame maken, en de regels van het forum respecteren!”
De HEERE doet er het zwijgen toe, want na een laatste rochel is Jozef ingeslapen. Zijn zonen Efraïm en Manasse, die nog een afscheidsfeestje wilden organiseren, kijken mekaar beteuterd aan…
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
