Het meest gehate geluid in huis schrikt me wakker, verdomde wekker.
Met stramme ledematen verhef ik me uit m'n bed en ga me wassen, nog 'n spuitbusje hier, 'n reukske daar, en zet het raam wat open om de stank naar buiten te laten, goed voor de ozonlaag.
Nog half slapend werk ik mijn ontbijt naar binnen, kruimels en plastic afval verdwijnen in de vuilzak, wat kan mij dat millieu nu schelen.
Ik wandel naar mijn auto, en begeef me naar mijn werk.
Langzaam schuift de file richting stad, voor en achter me blazen dikke vrachtwagens zwarte wolken uit, zelfs als ik het raam dicht zou doen, kwam die rommel wel via de verluchting naar binnen komen.
Een blauwe-grijze damp hangt over de stad en haar fabrieken.
In de eerste pauze slurp ik dankbaar mijne koffie uit het plastic bekertje.
S'middags eet ik mijn boterhammekes, gehuld in blauwe sigarettenrook, houden links een stel werkmakkers een felle politieke discussie, en word rechts 'n kaartje gelegd.
De ventilators in de hallen zoemen om de dampen van lassers en snijders af te voeren.
De werkdag word afgesloten met dezelfde saaie en eentonige rit in de file.
De warme zomerdag heeft de temperaturen naar ongekende hoogte gevoerd, stank of geen stank, dat raam moet open.
Ik heb geen tijd en zin om te koken want ik moet thuis nog wat schilderen, en neem dus onderweg in een stinkende frituurke ne pattat.
Mijn logeerkamer is bijna klaar, nog de helft van die grote kast schilderen, en het zit erop. Ik haal de borstel uit de terpentine, roer de verf op, maak snel het karwei af, wat 'n stinktroep die verf, het beneemt me bijna de adem.
Iets na 20u geef ik er de brui aan, ik ga 'n pintje pakken.
In het cafe is nog plaats genoeg, het is nie meer zoals vroeger.
Net als ik op m'n vast plekje neerplof, 'n grote ferme pint in m'n knuist, zie ik iets wat mij, als niet-roker, vreselijk irriteerd.
MENEER.... WEET U NIET DAT U IN EEN CAFE NIET MEER MAG ROKEN?
U DRINGT MIJ SMERIGE SIGARETTENROOK OP, DAT BEDREIGT MIJN GEZONDHEID, WILT ONMIDDELIJK DIE SIGARET UITDOEN!
Met stramme ledematen verhef ik me uit m'n bed en ga me wassen, nog 'n spuitbusje hier, 'n reukske daar, en zet het raam wat open om de stank naar buiten te laten, goed voor de ozonlaag.
Nog half slapend werk ik mijn ontbijt naar binnen, kruimels en plastic afval verdwijnen in de vuilzak, wat kan mij dat millieu nu schelen.
Ik wandel naar mijn auto, en begeef me naar mijn werk.
Langzaam schuift de file richting stad, voor en achter me blazen dikke vrachtwagens zwarte wolken uit, zelfs als ik het raam dicht zou doen, kwam die rommel wel via de verluchting naar binnen komen.
Een blauwe-grijze damp hangt over de stad en haar fabrieken.
In de eerste pauze slurp ik dankbaar mijne koffie uit het plastic bekertje.
S'middags eet ik mijn boterhammekes, gehuld in blauwe sigarettenrook, houden links een stel werkmakkers een felle politieke discussie, en word rechts 'n kaartje gelegd.
De ventilators in de hallen zoemen om de dampen van lassers en snijders af te voeren.
De werkdag word afgesloten met dezelfde saaie en eentonige rit in de file.
De warme zomerdag heeft de temperaturen naar ongekende hoogte gevoerd, stank of geen stank, dat raam moet open.
Ik heb geen tijd en zin om te koken want ik moet thuis nog wat schilderen, en neem dus onderweg in een stinkende frituurke ne pattat.
Mijn logeerkamer is bijna klaar, nog de helft van die grote kast schilderen, en het zit erop. Ik haal de borstel uit de terpentine, roer de verf op, maak snel het karwei af, wat 'n stinktroep die verf, het beneemt me bijna de adem.
Iets na 20u geef ik er de brui aan, ik ga 'n pintje pakken.
In het cafe is nog plaats genoeg, het is nie meer zoals vroeger.
Net als ik op m'n vast plekje neerplof, 'n grote ferme pint in m'n knuist, zie ik iets wat mij, als niet-roker, vreselijk irriteerd.
MENEER.... WEET U NIET DAT U IN EEN CAFE NIET MEER MAG ROKEN?
U DRINGT MIJ SMERIGE SIGARETTENROOK OP, DAT BEDREIGT MIJN GEZONDHEID, WILT ONMIDDELIJK DIE SIGARET UITDOEN!