Prachtig om te horen SDW om in je archiefen boven te halen,alle nuttige info kan wat opleveren.
Ook wil ik even melden dat zeer waardevolle informatie en opnames kan gevonden worden bij mensen die destijds op de basis werkten zoals personeel op de controletoren(was een caravan in de beginperiode),mekaniekers,meteowing,bewaking,enz.Maar ook niet te vergeten onze Belgische piloten destijds die kunnen nog precies nakijken in welke periode's ze actief waren te Weelde als ze even in hun logboek kijken.
Wat de opnames betreft Jonghart zouden dienen voor een fotoboek,maar dat zal nog eventjes duren.Het is dan gebruikelijk de toestemming te vragen,waarbij de referenciebronnen en personen worden vermeld.Het is dan ook een hele opdracht om alle info bij elkaar te zetten zodat je een goed overzicht krijgt van het opzoekwerk.Wel wil ik melden dat vanaf 1984 alle info in mijn bezit is zoals opnames en documenten.
Bij deze geef ik jullie allemaal een overzicht wat er in de jaren op deze Kempische basis gebeuurde.
Weelde en zijn Militair NATO vliegveld:
Op een moment dat de Westerse wereld bibberde voor het communistische gevaar en terwijl de oorlog in Korea in volle hevigheid woedde, besliste de nog jonge NAVO in 1951 om de luchtstrijdkrachten van haar leden te versterken. Wie zegt meer vliegtuigen zegt bijgevolg ook meer vliegvelden. De NAVO-solidariteit had tot gevolg dat in de meeste NAVO-landen de start gegeven werd voor de bouw van militaire vliegvelden. In België was dat dan ook niet anders. Vanaf 1952 werd in Ursel, Oostmalle, Zutendaal, Bertrix, St. Hubert, Kleine Brogel en Weelde de eerste spadensteek gezet voor de bouw van een militair vliegveld.
Voor Weelde betekende dit dat de bos-en heidestreek, gelegen ten zuiden van de baan Weelde-Centrum naar Weelde-Station één grote bouwwerf werd. De werken schoten bijzonder goed op hetgeen zelfs een jet in 1953 toeliet om een noodlanding te maken op een bijna afgewerkte startbaan.
Inmiddels zorgen betonperikelen ervoor dat de startbaan van Kleine Brogel ongeschikt verklaard wordt voor straalvliegtuigen. Dit heeft tot gevolg dat de vliegsmaldelen voor enige tijd een zwerversbestaan moeten leiden. Zo arriveert het 31ste smaldeel op 1 juni 1954 te Weelde met haar Thunderjets voor een ontplooiingsperiode die zal duren tot 19 oktober 1954. Er hebben tijdens deze periode onafgebroken vliegactiviteiten plaats. Af en toe wordt er een T33 gesignaleerd en wordt er op en af gevlogen met verbindingsvliegtuigen zoals de Airspeed Oxford en de Avro Anson. Op 8 juli maakt de FZ-55 een noodlanding na een “engine explosion”, waarbij Lt Vl Terlinden ernstige brandwonden oploopt wanneer zijn schietstoel door de ontstane brand op de grond vanzelf uitschiet. Omdat de piloot alles in het werk gesteld heeft om de dorpskern te vermijden, wordt zijn moedige daad in de meeste kranten als nieuws op de frontpagina bejubeld. De aanwezigheid van een zeer actief vliegsmaldeel met Thunderjets schudt het anders erg rustig Kempisch dorp een beetje wakker. De neringdoeners varen wel bij de aanwezigheid van de militairen. Een vrij talrijk publiek vormt de voorhoede van de latere "spotters". Het vliegveld had immers geen afsluiting. Er waren dus heel wat mogelijkheden om de vliegactiviteiten van heel dichtbij gade te slaan of om even langs het tentenkamp te fietsen of te wandelen. Vermits het smokkelen van diverse koopwaren vanuit Nederland in die periode een zeer populaire bijverdienste was in vele grensgemeenten, zou ook de ligging van het vliegveld van Weelde als doorvoerhaven voor heel wat smokkelaars een welgekomen hulpmiddel geweest zijn.
Met de vervanging van de Thunderjet door de Thunderstreak in 1956 breekt ook voor Weelde een andere periode aan. Het wordt een reservevliegveld in de ware zin van het woord. De Thunderstreaks van het 31ste smaldeel komen er regelmatig op ontplooiing voor een periode van enkele weken. Maar ook de Meteors en de Hunters van Beauvechain en van Chièvres komen er zich voor een korte periode vestigen. De operationele concepten van de NAVO voorzagen immers nog altijd de verspreiding en de inzet van de luchtmiddelen in het geval van een conflict. En vermits op dat moment de Koude Oorlog nog in volle hevigheid woedde, moest dit concept regelmatig geoefend worden.
Voor Weelde betekende dit onder meer ook dat de startbaan moest verlengd worden. Er werden een 500 meter extra toegevoegd, hetgeen de Thunderstreak wat meer comfort bezorgde indien hij met een volle lading moest opstijgen. Ook werden er voor startbaan 25 naderingslichten voorzien en kregen alle hoge obstakels in de buurt van het vliegveld een rood waarschuwingslicht.
Zo ontplooide het 31ste smaldeel onder meer naar Weelde mei in 1960. In 1961 was Weelde weer actief in het kader van de oefening Gentleman Relish, in september tijdens de oefening Check Mate en van oktober tot november voor de oefening Safari. Deze laatste ontplooiing kreeg trouwens heel wat belangstelling vanuit NAVO-hoek want heel wat stars and stripes vereerden Weelde met een bezoek.
DeThunderstreak zal voor een laatste maal te zien zijn en te horen te Weelde tijdens de ontplooiing van het 23ste en het 31ste smaldeel in september 1963 tijdens de oefening Lion Vert.
De ontplooiing van de Thunderstreaks van vooral het 31ste smaldeel werd regelmatig afgewisseld met een periode Meteors en Hunters vanuit Beauvechain. Het was vooral de Meteor 8 die er te bewonderen was, zelfs tijdens nachtvluchten. Alhoewel de CF 100 op dat ogenblik ook vanuit Beauvechain opereerde, kwam hij slechts sporadisch zijn collega’s tijdens een doorstart te Weelde groeten.
Een wel bijzondere ontplooiing was deze van de Hunters van Chièvres. Menige Weeldenaar zal zich ongetwijfeld de toenmalige Rode Duivels op Hawker Hunter herinneren, die hun seizoen kwamen voorbereiden te Weelde tijdens een intensieve trainingsperiode. Het was helemaal niet ongebruikelijk dat een lokale voetbalmatch geen belangstelling had maar wel de Rode Duivels die met hun sierlijk luchtballet het luchtruim van Weelde doorkruisten.
De meeste verbindingsvliegtuigen van Melsbroek ondersteunden ook tijdens deze periode de ontplooiingen. De Percival Pembroke, de DC-3 en de C-119 waren dan ook regelmatige gasten te Weelde.
Met de introductie van de F 104 Starfighter in de Belgische luchtmacht vanaf 1963, breekt voor Weelde een eerder kalme periode aan. De centralisatie van het vliegtuigonderhoud en de eerder meer complexe inzet van het supersonische toestel laten immers niet toe het vliegtuig te laten opereren vanop een reservevliegveld. Er waren bovendien ook een rembareel en meer geavanceerde radio- en radarhulpmiddelen nodig, waarvan er voor onze Luchtmacht (nog) geen mobiele versies beschikbaar waren.
Het vliegveld van Weelde wordt voortaan echter sporadisch gebruikt door eenheden van de landmacht, met vooral de Belgische para’s als belangrijkste klanten. Toch worden de vliegactiviteiten langzaam hernomen, zij het op een ietwat meer rustige manier door de Belgische luchtkadetten en door de Kempische Aeroclub.
In 1984 ontwaakt het militaire vliegveld van Weelde echt uit zijn slaap wanneer het 1ste smaldeel van Bierset er met 12 Mirages ontplooit en er een heus tentenkamp neerplant. Van 18 tot en met 27 september wordt er deelgenomen aan de NAVO-oefening "Cold Fire". Terzelfdertijd tracht men de nodige lessen te trekken voor een ontplooiing van het smaldeel naar Diyarbakir in Turkije. Het 1ste smaldeel had er immers een ontplooiingsopdracht.
Later in 1984 ontplooit ook de 15de Wing van Melsbroek met enkele C130 ‘s, om er onder andere nachtvluchten, preciesielandingen en operaties met het radarbaken in te oefenen. De training te Weelde biedt immers heel wat meer mogelijkheden dan op de thuisbasis. Deze oefeningen hebben gedurende enkele jaren minstens éénmaal per jaar plaats.
In de jaren die volgen wordt het vliegveld regelmatig gebruikt voor een wijde waaier van militaire training, vanaf de militaire rijschool vanuit het opleidingscentrum Nr 3 te Turnhout, tot de ontplooiing van helicopters en een bijzondere training van de toenmalige Rijkswacht.
Op het einde van de jaren 80 wordt beslist om aan Weelde een nieuwe bestemming te geven. Volgens de nieuwe NAVO-doctrine moet het landmachtmaterieel, nodig bij het uitbreken van een conflict, op het Europese vasteland worden opgeslagen. De versterkingen worden ingevlogen, stappen in hun materieel en vertrekken naar het slagveld. Te Weelde zouden aan de noordzijde van het vliegveld 17 loodsen van elk 500m bij 100 meter worden gebouwd in het kader van het POMS (Prepositioning of Organisational Material Sets)-plan. Vooraleer dit plan te Weelde volledig werd uitgevoerd, liep echter de Koude Oorlog op zijn einde. Niet alleen Weelde maar ook Zutendaal, Grobbendonk en Bertrix beschikten over een ruime opslagcapaciteit, die voorlopig niet werd gebruikt.
Wat Weelde betreft zou dit echter niet lang het geval zijn. De beleidsbrief van de Minister van Landsverdediging van 3 juli 1992, beter bekend als het plan Delcroix, voorzag immers in een belangrijke inkrimping van ondermeer het aantal vliegtuigen van de Luchtmacht. Er werden dan ook 8 loodsen voorzien om het overschot aan Mirages en F16’s en van wisselstukken allerhande te stockeren. Op 10 januari 1994 werden de eerste van de 45 Mirages geleverd samen met alle wisselstukken die nog in de Belgische industrie en in Bierset waren opgeslagen. Vanaf 16 maart werd gestart met de levering van de eerste F16’s. Er zouden in totaal een 75-tal vliegtuigen gestockeerd worden.
De overige loodsen werden in de loop van 1995 ter beschikking gesteld van de landmacht die uiterst tevreden was om er haar reserve aan rollend materieel te kunnen opslaan. Het 97ste Bataljon Logistiek onderhoudt er in 9 loodsen een 600 voertuigen en aanhangwagens. Weelde was inmiddels de occasiemarkt geworden bij uitstek van de Krijgsmacht of zoals een Vlaamse krant het blokletterde, een basis die kaki en blauw verenigt. Enkele Mirages en 2 Mirsips zouden al vlug Weelde verlaten om vanuit Gosselies/Charleroi aan boord van Russische Antonovs geleverd te worden aan Chili. Regelmatig werd Weelde bezocht door hoge buitenlandse en Belgische autoriteiten om het overige materieel te verkopen. De resterende Mirages zouden op het einde van de 20ste eeuw gedemonteerd worden en via de baan door een Frans bedrijf omwille van nog bruikbare wisselstukken een laatste bestemming krijgen. Alhoewel er vanuit verschillende hoeken belangstelling bestond voor de F16’s bleven deze een geruime poos in opslag te Weelde.
De definitieve ontbinding van alle Belgische eenheden van de landmacht in Duitsland heeft onder meer ook tot gevolg dat veel surplus-materieel te Weelde zal gestockeerd worden.
Om volledig te zijn moet er ook vermeld worden dat een Pools trainingsvliegtuig, een Istra, en een Zwitserse Hunter te Weelde landden om er als reserve van het luchtvaartmuseum van Brussel op een nieuwe bestemming te wachten. Tevens bevondt er zich een Mig 23 Flogger en een Hind helicopter, beiden aangevoerd via de baan. In de loop van 2001 werd de inventaris uitgebreid met de komst, via de lucht, van de Merlin en de Hawker Siddeley van de 15de Wing, die er uit gebruik genomen werden.
Qua oefeningen wordt Weelde nog sporadisch gebruikt door zowel de lucht- als de landcomponent. Wel heeft er sedert 1998 om de twee jaar een grootschalige NAVO-oefening plaats, Artful Issue, met deelname van helicopters, transportvliegtuigen en gevechtsvliegtuigen. Alleen deze laatsten opereren vanop hun thuisbasis. Het zorgt telkens weer voor een typische sfeer, op en rond het vliegveld, met heel wat aandacht van toevallige nieuwsgierigen en vliegtuigspotters, zowel ’s nachts als overdag.
Inmiddels doet ook de openheid van de Krijgsmacht naar de buitenwereld toe zich meer en meer gevoelen te Weelde. Getuige hiervan zijn de regelmatige bezoeken van allerhande verenigingen uit de wijde omgeving, de organisatie van een heuse airshow in 1995, de organisatie van een handelsbeurs in de loodsen, de organisatie van sportieve evenementen en het jaarlijks groeiend succes van de oogstfeesten.
De aanwezigheid en het gebruik van het vliegveld van Weelde heeft bij de lokale bevolking door de jaren heen op veel begrip en sympathie kunnen rekenen. De militairen, die er het grootste occasie-aanbod van militair materieel in België onderhoudt en beheert, heeft er zich probleemloos kunnen integreren. De vliegactiviteiten beperken er zich vooral tot deze van de luchtkadetten en van de burgerclubs. Er bestaat een goed en voorbeeldig evenwicht om het reservevliegveld in optimale omstandigheden te gebruiken en te onderhouden.
Groetjes,
TIGERBOY