Wie met pensioen gaat, merkt het vaak snel: de wagen staat meer stil. Geen dagelijkse rit naar het werk meer, de boodschappen doe je misschien met de fiets en voor uitstapjes kies je rustigere dagen. Toch loopt het grootste deel van de kosten gewoon door. Dat maakt dit een goed moment om eens eerlijk te kijken naar wat je wagen je kost, en of er een vorm bestaat die beter past bij hoe je nu leeft.
Een rekensom die bijna niemand maakt
Kosten van een wagen zie je zelden op één plek. De verzekering komt in één keer, de jaarlijkse belasting en de keuring op een ander moment, een onderhoudsbeurt weer ergens daartussen. Het waardeverlies zie je helemaal niet: dat komt pas aan het licht als je de wagen verkoopt, en dan blijkt vaak dat het de grootste post was. Tel alles eens bij elkaar op over een heel jaar en deel het door het aantal kilometers dat je echt rijdt. Bij iemand die nog maar 5.000 kilometer per jaar maakt, ligt de prijs per kilometer vaak ver boven wat je zou verwachten. De wagen is dan geen vervoermiddel meer dat je dagelijks gebruikt, maar een vaste kostenpost die vooral wacht tot je hem nodig hebt.
Wat je werkelijk nodig hebt
Veel gepensioneerden rijden nog in de wagen die ze kozen toen ze elke dag moesten pendelen: ruim, krachtig, met een grote kofferbak. Dat is niet fout, maar het is zelden nog wat je nodig hebt. Wie vooral korte ritten maakt, kan prima uit de voeten met een compactere wagen met een lagere instap, goed zicht en eenvoudige bediening. Dat scheelt in verbruik, in verzekering en in parkeerstress in het stadscentrum. Het is een overweging die weinig met leeftijd te maken heeft en alles met gewoontes: wat doe je nu echt met je wagen, en wat had je graag anders gehad?
Leasen als alternatief voor kopen
Een vorm die vooral onze noorderburen al jaren veel gebruiken, is private lease: je rijdt een wagen tegen een vast bedrag per maand, zonder hem te kopen, met onderhoud en verzekering meestal al in dat bedrag. Remco Brouwer van de Nederlandse vergelijkingssite HelloLease ziet dat ook oudere automobilisten het steeds vaker overwegen. "Het grootste voordeel is dat je niet hoeft in te schatten wat de wagen over vijf jaar nog waard is. Je weet wat je maandelijks kwijt bent, en bij een gekochte wagen weet je dat pas achteraf." Vooral voor wie weinig rijdt is er een slimme variant: een lage kilometerbundel. Bij onze noorderburen zie je veel aanbiedingen met een bundel van 5.000 kilometer per jaar, tegen maandbedragen die duidelijk lager liggen dan bij ruimere bundels. Je betaalt dan alleen voor wat je werkelijk gebruikt, in plaats van voor een wagen die het grootste deel van het jaar stilstaat.
Waar je op moet letten in het contract
Een lage bundel is een voordeel, zolang je er binnen blijft. Rij je meer dan afgesproken, bijvoorbeeld door een ziekenhuisperiode, een onverwachte reis of een kleinkind dat verder gaat wonen, dan betaal je achteraf per extra kilometer bij. Reken daarom wat ruimer dan je denkt, en bekijk wat een grotere bundel extra kost. Dan de looptijd: je zit meestal vast aan een afgesproken periode. Tussentijds stoppen kan vaak, maar brengt kosten met zich mee. "Denk goed na over de komende twee tot vier jaar," raadt Brouwer aan. "Kan je gezondheid of woonsituatie veranderen, kies dan een korte looptijd of een vorm met meer flexibiliteit. Dat is iets duurder per maand, maar je zit nergens aan vast." Lees ook goed wat er precies in het maandbedrag zit en wat niet, en wie er verantwoordelijk is bij schade of pech.
Of misschien helemaal geen wagen meer
Er is nog een weg die te weinig wordt overwogen: de eigen wagen loslaten. Wie in of vlakbij een stad woont met een goed openbaar vervoer, kan met taxi's, deelwagens en af en toe een huurwagen vaak goedkoper uit zijn dan met een eigen wagen, zeker bij weinig kilometers. Dat hangt sterk af van waar je woont en hoe vaak je naar plekken moet die slecht bereikbaar zijn. Het vraagt ook een andere manier van plannen: je pakt niet meer spontaan de wagen, maar je denkt vooraf na over hoe je ergens komt. Voor sommigen is dat een opluchting, voor anderen een verlies aan vrijheid.
Eerst rekenen, dan beslissen
Het gaat dus niet om wat objectief beter is, maar om wat bij jouw leven past. Schrijf eens op hoeveel kilometer je de afgelopen twaalf maanden echt hebt gereden, wat je wagen je in dat jaar kostte, en wat je ervoor in de plaats zou kunnen krijgen. Dat kost een uurtje, en het geeft een veel eerlijker beeld dan het onderbuikgevoel dat een eigen wagen "gewoon hoort". Wie dat doet, is vaak verrast: soms blijkt de wagen goedkoper dan gedacht, soms juist een flinke post die je graag anders had besteed.
