Op 25 februari overleed Frank Dingen op 74-jarige leeftijd. Een terugblik waarbij we de 'Meester' graag zelf ook aan het woord laten.
Afscheid van een tv-icoon: Frank Dingenen (74) overleden
Een warme stem, een guitige blik en een onmiskenbaar gevoel voor humor—dat was Frank Dingenen. De Vlaamse acteur en presentator, die generaties kijkers liet lachen, is op 74-jarige leeftijd overleden.
Voor velen blijft hij onlosmakelijk verbonden met de rol van meester André Buys in Meester, hij begint weer, de VRT-jeugdserie die niet alleen een cultstatus verwierf, maar ook de carrières van bekende namen als Jacques Vermeire en Bart De Pauw lanceerde. Dingenen had een neus voor talent en een gave om mensen te laten schitteren.
Maar zijn invloed reikte veel verder dan één programma. Zijn carrière begon op de radio, waar hij als Frank Dingemans het publiek wist te entertainen in Het genootschap. Al snel werd hij een vaste waarde op televisie, met rollen in programma’s als PVBA Elektron en Het Liegebeest. Toch was het Meester, hij begint weer dat hem onsterfelijk maakte in de harten van kijkers. Met een klas vol aanstormend talent en de bemoeizuchtige conciërge (een onvergetelijke Jacques Vermeire) bracht hij een unieke mix van humor en herkenbaarheid.
Toen VTM zijn intrede deed, waagde Dingenen de sprong. Zijn programma Videodinges, een Vlaamse versie van America’s Funniest Home Videos, werd een schot in de roos. Toch werd het in de jaren daarna stiller rond hem. Af en toe verscheen hij nog in gastrollen, waaronder 52 afleveringen in Familie, maar hij koos steeds meer voor een rustiger leven.
In zijn laatste jaren woonde hij in een assistentiewoning in Asse, waar hij zijn gevoel voor humor en creativiteit niet verloor. Als quizmaster, barman en zelfs schrijver van een sitcom over het leven in een rusthuis, bleef hij trouw aan wat hem dreef: mensen samenbrengen en laten lachen.
"Leven in het nu, dat is wat ik doe," zei hij nog geen twee jaar geleden. Frank Dingenen mag dan wel niet meer onder ons zijn, zijn lach en zijn nalatenschap blijven.
Punt aan de lijn
Frank Dingenen schreef graag, en niet alleen scenario's of liedjesteksten. Zo pende hij heel wat cursiefjes neer. We laten hem hier bij wijze van eerbetoon graag zelf aan het woord.
Frank Dingenen:"Nee, ik heb zelden of nooit gedichten geschreven. Maar hoewel het niet in mijn aard ligt om me met tekst en uitleg bondig en krachtig uit te drukken, heb ik altijd gehouden van afgelijnde opdrachten van korte duur. Sketches en liedjesteksten schrijven, miniscenario’s en artikels maken, spreekbeurten en columns brouwen,… Ja, dàt was en is mijn dada. Liefst tegen een deadline aan en met enige druk van derden. Werken op het puntje van je stoel tot je letterlijk vergaat van de pijn aan je kont en in je computerpols. In het rood gaan, omdat je weet dat de broedtijd hooguit twee dagen en nachten duurt. Je alleen maar focussen op het verlossende eindpunt en de opperste voldoening dat dit teweegbrengt. Klaarkomen op de grens van opgeven en genieten. Een kick die woorden als orgasme en ejaculatie benadert, zo niet overtreft. De roes ernà is immers zoveel groter. Na het ultieme eindpunt zijn je batterijen verre van leeg. Integendeel, ze werden als vanzelf weer opgeladen in het zicht van de streep. Je hebt een wedstrijdje tegen jezelf gewonnen. ‘Het is AF!’. Punt aan de lijn. Klaar voor de volgende opdracht.
In mijn humanioratijd was het schrijven van strafwerk zowat de enige naschoolse huistaak die ik met plezier vervulde en waarvoor ik van niemand hulp nodig had. Binnen het lerarenkorps was men het destijds gezamenlijk eens geworden over het feit dat strafopdrachten in de trant van honderd keer schrijven ‘Ik zal niet meer te laat komen!’ zinloos waren. Veel leuker voor hen -maar voor de meeste leerlingen een ware marteling!- was de strafmaatregel het uitwerken van een opstel van honderd lijnen over ‘Het elastiekje’ of ‘Het kauwgumballetje’. Al naargelang wat de juf of leraar in volle klas langs de oren kreeg geslingerd en wat werd veroordeeld als een schoolse misdaad. Straftaken als dit vond ik haast een beloning! Op den duur bepaalde ik zelf de onderwerpen: ‘De bordveger’, ‘De boterham met omelet’, ‘De dode muis’,… Pareltjes van cursiefjes heb ik daarover geschreven. Ik kreeg er toch geen quotering voor, dus ik liet mijn fantasie de vrije loop. Ook al omdat ik in de waan verkeerde dat mijn werkjes toch niet zouden gelezen worden. Later bleek dat mijn straftaken telkens in de lerarenkamer van hand tot hand gingen. De studiemeester, die ook eindredacteur was van het schoolkrantje, bleek er erg mee opgezet, want een schooljaar later vulde hij ermee een kwart van zijn kopij. Naarmate mijn reputatie als straffe strafschrijver aangroeide, werd ik door alle leerkrachten geviseerd en ik moest nog maar even in mijn neus zitten pulken of ik kreeg een opstel als boetedoening mee naar huis; ‘De snotvod’ of ‘Het neusdropje’. Sommigen verkneukelden zich dermate aan mijn gevoel voor detail en ironie, dat ze me tweehonderd regels lieten schrijven over één van hun collega’s. ‘De pif’, ‘De wrat’, ‘De foef’, ‘De mamzel’,… Allemaal zijn ze de revue gepasseerd en als toemaatje tekende ik er een karikatuur bij, waarvan elke pennentrek één van hun tics en zwakheden accentueerde. En gek genoeg kwamen verscheidene van hen me achteraf nog complimenteren ook! Ik vermoed dat ze mij het laatste jaar opzettelijk hebben laten bissen, zo niet zou het wellicht het einde van de eindredacteur van de schoolkrant hebben betekend.
Net zoals gedichten verzinnen mij niet echt lag, zag ik evenmin het schrijfwerk van langere adem zitten. Het bezorgde me tijdens mijn latere professionele loopbaan de kwalijke reputatie iemand te zijn die alles vlug opgeeft. Terwijl dit alles te maken had en heeft met mijn onrustige natuur en mijn wispelturige geest. Ik doe te veel te graag. Wanneer ik met het ene idee bezig ben, wil ik al een ànder uitwerken. Ik typ heel snel, zelfs blindelings, maar mijn vingers kunnen vaak mijn fantasie niet volgen. Wat dit betreft, ben ik de luiers niet ontgroeid.
Ik wil continu ontdekken. Dagdromend, met de ogen dicht. Net zoals een baby die niet eens het licht kan zien, maar intuïtief de tepel vindt die hem voedt wanneer het nodig is, ben ik hongerig en vind ik de muze binnen mondbereik.
Met 26 letters van het alfabet voel ik me rijker dan een componist die maar 7 noten heeft om ermee iets uit te richten. Tasten en proeven met blijvende verwondering en nog altijd gretig tutteren aan woorden, tongkussen met volzinnen, de dikke Van Dale pijpen tot op de bodem, beffen in de bron van mijn taalschat,… Zelfs in een zwart gat. Spelen met mijn moedertaal en humor zijn in mijn geval een absoluut medicijn tegen ongelukkig zijn! Daarom ook zijn mijn cursiefjes niet zelden gespeend van enige frivole erotiek. Het literair uitpakken met pikante praat beschouw ik als een gezonde vorm van zelfbevrediging. Naar mijn gevoel worden erotisch getinte teksten of verhalen te vaak verward met platvloersheid. Ik kan een goeie schuine mop net zo goed hartelijk onthalen als een staaltje van hoogstaande poëzie. En eerlijk, ik vrees dat er meer voorstanders zijn van het eerste dan van het tweede.
Jà, het zal wel frustratie zijn. Over een spraakmakend seksleven, laat staan over een liefdesleven, kan ik zelf geen gewag maken. Het zal u opvallen dat ik in mijn stukjes nauwelijks over een partner spreek. Tenzij een zeldzame keer, maar dat zal dan geweest zijn na een uit de hand gelopen one-night stand die ik met veel wederzijds begrip kon uitbreiden tot een one-month stand. En dan nog, een intieme relatie was nooit een inspiratiebron.
Anderzijds kan ik mijn levensjaren in het Brusselse niet verbloemen. Als schrijver kan je er haast niet anders dan met een blocnote in je tas rondlopen. Er is zoveel te zien en te horen, zoveel te beleven en zoveel volk, waarmee je je kan plezieren of waaraan je je kan ergeren. Vandaar dat u mij bij het lezen van mijn teksten herhaaldelijk zal betrappen op een niet geringe vorm van heimwee naar mijn jeugd, mijn schooltijd en mijn thuisnest. Ik ben me maar pas onlangs bewust geworden van hoe alles zo verdomd snel is geëvolueerd sinds ‘de heerlijke tijd van toen’. Hoezeer ik me er ook tegen verzette, ik werd wekenlang overmand door intense gevoelens van nostalgie. Daarom ben ik in het verleden ook nooit ingegaan op het schrijven van mijn autobiografie. Ik zou er zelfs veel geld voor hebben kunnen krijgen en een ghostwriter zou alles netjes in mijn plaats noteren en in boekvorm gieten. Ik heb tot vandaag ongetwijfeld een boeiend, moeilijk en turbulent leven achter de rug. Maar wat ik na te laten heb, zijn vooral de vrolijke of frappante dingen en die verwerk ik graag zelf in teksten. Op deze manier krijgt u een beetje een idee van wie ik was en ben. Wat niet betekent dat u alles botweg moet geloven wat er staat. Ik ben heus niet vies van verzinsels en opgeschroefde anekdotes. De ene dag schaft de borst al wat meer dan de andere, ja toch? Ik denk vooralsnog niet in termen van een eindpunt, want na elke prestatie dringt zich godzijdank een puntkomma op of een onbestemd ‘puntje, puntje, punt’. Ik ben in een fase beland dat ik meer doodsberichten ontvang dan trouwbrieven en geboortekaartjes. Wellicht zijn het niet toevallig zestigers en ouderen uit mijn vriendenkring die onlangs dit leven verlieten. Hun heengaan heb ik niet zonder moeite verbeten. Niets is zo nietig als een punt, maar niets is moeilijker dan het te plaatsen achter een periode die voorbij is.
Al tijdens mijn tienerjaren was ik zelf een verwoed wc-lezer. En niet toevallig een lezer van cursiefjes. Ik groeide op in een kroostrijk gezin, waarin de stoelgang van elk familielid als het ware werd getimed. Dus kon ik niet anders dan korte stukjes proza verwerken. Ik ben meermaals met Louis Verbeeck naar het toilet geweest. En met Gaston Durnez, Godfried Bomans, Simon Carmiggelt,… Ik ben nooit met ze naar bed gegaan, want lezen in bed wekte bij de verontruste ouders van toen meteen het vermoeden dat je met vieze lectuur onder de lakens kroop. En het laatste wat je Louis Verbeeck & Co kan verwijten, is dat ze schunnige taal uitkraamden zoals de Gunther Lamoots en Philippe Geubelsen van vandaag. Met alle respect, want ik geef grif toe dat ik bijwijlen ook om hun humor lach!
Ik hou niet van verkleinwoorden en dus ook niet van het woord ‘cursiefjes’. Maar helaas vond ik geen beter woord. Van Dale omschrijft een cursiefje als ‘een korte, luchtige, persoonlijk getinte column’. Mijn eerste ideeën over een bepaald onderwerp zijn meestal ook erg kort en persoonlijk. En luchtig. Ik noteer ze vluchtig in een toilet, in de file of in de hoek van een café. Mèt mijn ouwe vertrouwde vulpen. En als cursieve letters zoveel betekenen als schuinschrift, vind ik die term best oké, als het om het neerpennen van mijn gedachtegoed gaat. Drop mij waar of in welk gezelschap ook, ik zal er altijd met een schuin oog naar kijken. "
Frank Dingenen
De columns van Frank Dingenen zijn ook in een e-boek met de titel ‘Wat schaft de borst vandaag’ gebundeld. U kunt ze hier bestellen en een preview bekijken.



