Robert Janssens kijkt met veel genoegen terug op de dag dat hij zijn twee kleindochters zijn levensverhaal overhandigde...
Wie wil beleven wat ik meemaakte op die lentezondag, moet voldoen aan twee voorwaarden. Eén: boeken schrijven, fictie bij voorkeur. Om daarbij vast te stellen tot wat een avontuur zo’n activiteit kan uitgroeien. Gedurende weken, of meestal maanden creëer je een eigen wereld, waarin alleen maar gebeurt wat jij wil, wat de inspiratie van het moment dicteert. Tot je het finale punt zet en het manuscript de spannende reis laat maken over de correctors (twee in mijn geval) naar de uitgever, Stefaan Van Laere, van wie ik weet dat hij de grootste zorg besteed aan mijn zoveelste product. Om finaal tot een heus boek te komen, dat, eens in de handen gelegd, aanvoelt alsof het een pasgeboren baby is. Dat kan rijkelijke overdreven klinken, maar wie het al eens meemaakte weet dat het (bijna) zo aanvoelt.
Tweede voorwaarde is: minstens twee kleinkinderen hebben, die de grootste liefde betuigen aan hun grootouders. Het mogen gerust meisjes of jongens zijn, bij ons gaat het om twee jonge dames, Zoë en Zenna, over wie ik trouwens in dit rubriekje al meer dan eens schreef. De oudste is nu flink op weg naar haar 21ste levensjaar, de jongste wordt eind november 20. En ik vertelde al, denk ik toch, dat op een dag Zoë nogal opvallend voor mij kwam staan en enigszins plechtig het nogal klassiek geworden zinnetje proclameerde.
– Opi, ik heb een vraagje!
Ik deed wat ik in zo’n gevallen altijd doe, dat wil zeggen knikken en zij vervolgde, steeds behoorlijk dwingend.
– Ik vind dat jij nu een echte schrijver bent en je dus ook het verhaal van je eigen leven in een boek moet zetten. Maar dan alleen voor mij, en ja, maar neen, ook voor Zenna.
Ik voelde mij gevleid en ging dus rap aan het werk, met de bedoeling natuurlijk ook een exemplaar aan mezelf (en Liliane) te gunnen en eentje aan uitgever Stefaan, die rap een heel goede vriend geworden is. En mag weten wat die auteur die op 80-jarige leeftijd bij hem is aangeland, allemaal op zijn kerfstok heeft staan.

Covertekening van kleindochter Zoë.
Het werkje geraakte snel klaar en gedrukt, met op de cover beelden van ons klein familietje in verschillende fases van hun leven en… getekend door Zoë zelf. Ik kwam dan op het idee van een min of meer plechtige overhandiging die, op die bewuste zondag, plaats vond in een echt, maar dan ook een echt (Zuid)-Italiaans restaurant, ‘Viva la Puglia’ genaamd. We genoten er, onder ons vijven, vann een leuk en lekker middagmaal. De stemming was, ondanks de leeftijdsverschillen, meer dan hartelijk en werd zelfs een beetje aangrijpend toen ik tot de overhandiging van ‘mijn autobiografie’ overging. Aan de meisjes en aan Stefaan. Ik had in het exemplaar bestemd voor Zoë en Zenna een brief gestoken, dat ‘onze oudste’ direct een contract ging noemen. Ik schreef daarin dat de werken echt voor hen en voor hen alleen bestemd waren, maar dat ze, na de meer dan 200 bladzijden gelezen te hebben, zelf mochten beslissen of het werkje geschikt was voor verdere verspreiding, mits toestemming van Omi dan wel. Waarna aan Stefaan de beslissing gelaten moet worden om het echt uit te geven, met dit ene detail erbij: de auteursrechten mogen naar onze meisjes gaan.
Ik heb achteraf nooit zoveel geestdriftige reactie gekregen als nu. Zenna, anders een redelijk teruggetrokken, discreet meisje, heeft ons nooit met zoveel ‘whatsappjes’ bestookt als op de maandag en de dinsdag, volgend op de bewogen zondag. Zoë van haar kant uitte al haar geestdrift tegenover, onder meer, haar vriendje en beloofde bijna plechtig dat ze het boek zou lezen, tijdens de paasvakantie, in Portugal dan nog wel.
Afwachten dus, ook voor u lezer, die misschien even graag zou weten wat voor een kerel uw cursiefschrijver wel geweest is.
Meer cursiefjes van Robert Janssens vind je in zijn bundel ‘Een per dag’, hier verkrijgbaar en met covertekening van kleindochter Zoë.




